Beleidsregels kinderopvang en luchtkwaliteit gemeente Barneveld

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

 

gelet op artikel 1.46 van de Wet kinderopvang en hoofdstuk 8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

 

besluit

 

vast te stellen:

 

de Beleidsregels kinderopvang en luchtkwaliteit gemeente Barneveld

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Toepassing

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de registratie van kinderopvanglocaties in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en bij de verlening van een omgevingsvergunning voor kinderopvang.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang of de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld.

    • b.

      gastouderopvang: kinderopvang in de zin van artikel 1.1 lid 1 van de Wet Kinderopvang:

      • 1.

        die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau;

      • 2.

        die plaatsvindt in een gezinssituatie door een ander dan degene die als ouder aanspraak kan maken op een kinderopvangtoeslag of diens partner;

      • 3.

        waarbij de opvang plaatsvindt: op het woonadres van de gastouder, op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt, dan wel op twee of meer van deze woonadressen; en

      • 4.

        bestaande uit de gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen, waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de gastouder of zijn partner, en op hetzelfde woonadres als de gastouder staat ingeschreven in de basisregistratie personen en de leeftijd van tien jaar nog niet heeft bereikt.

    • c.

      overige kinderopvang: alle kinderopvang met uitzondering van gastouderopvang.

    • d.

      agrarische kinderopvang: kinderopvang als niet-agrarische nevenactiviteit op een agrarisch bedrijf.

Hoofdstuk 2 Registratie kinderopvang in het LRK en luchtkwaliteit

Artikel 3. Gastouderopvang en luchtkwaliteit

  • 1.

    Voor de aanvraag van registratie van gastouderopvang in het LRK wordt door de GGD getoetst aan de eisen vanuit de Wet kinderopvang en luchtkwaliteit. Het college neemt het GGD-advies als uitgangspunt tenzij er sprake is van de uitzonderingen genoemd in dit artikel.

  • 2.

    Voor de aanvraag van registratie in het LRK van gastouderopvang buiten de bebouwde kom, wordt getoetst aan de wettelijke grenswaarden luchtkwaliteit.

  • 3.

    Bij een negatief GGD-advies ten aanzien van luchtkwaliteit is registratie toch mogelijk als:

    • a.

      het gastouderopvang betreft binnen de bebouwde kom waar de functie wonen geldt.

    • b.

      de opvang plaatsvindt bij de vraagouder zelf en alleen de eigen kinderen worden opgevangen. In dat geval geeft de GGD een positief advies voor de opvang van eigen kinderen. Wanneer de gastouder andere kinderen op deze locatie wil opvangen geldt de informatieplicht zoals genoemd in lid 4 van dit artikel.

  • 4.

    Als het college, in afwijking van een negatief GGD-advies met betrekking tot de luchtkwaliteit, de gastouderopvang toch heeft geregistreerd in het LRK, zijn de aanbieders van de gastouderopvang verplicht om de ouders van de op te vangen kinderen te informeren over de door de GGD geadresseerde risico's middels gestandaardiseerde communicatie.

  • 5.

    Het informeren van de ouders zoals genoemd in lid 4 gebeurt bij inschrijving van het kind bij de gastouderopvang.

Artikel 4. Overige kinderopvang en luchtkwaliteit

Voor de aanvraag van registratie van overige kinderopvang in het LRK, wordt getoetst aan de eisen van de Wet kinderopvang. Bij een positief advies vindt registratie plaats. Bij een negatief advies ten aanzien van luchtkwaliteit wordt getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Dit betreft overige opvang binnen en buiten de bebouwde kom.

Artikel 5 Kinderopvang en varkens- en pluimveehouderijen

Gastouderopvang of overige kinderopvang is niet toegestaan op varkenshouderijen en pluimveehouderijen.

Artikel 6 Kinderopvang en geitenhouderijen

Om geregistreerd te kunnen worden in het LRK moet een afstand van ten minste 500 meter aanwezig zijn tussen geitenhouderijen en een locatie waar gastouderopvang buiten de bebouwde kom plaatsvindt en tussen geitenhouderijen en locaties waar overige kinderopvang plaatsvindt.

Hoofdstuk 3 Kinderopvang en de afgifte van een omgevingsvergunning

Artikel 7 Kinderopvang en luchtkwaliteit

Bij de behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor overige kinderopvang wordt getoetst aan de wettelijke grenswaarden luchtkwaliteit.

Artikel 8 Kinderopvang en geurhinder

  • 1.

    Bij behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een agrarische kinderopvang betrekt het college niet de geur van het bedrijf waaraan de kinderopvang functioneel is verbonden.

  • 2.

    Bij behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een agrarische kinderopvang betrekt het college de geur van bedrijven waaraan de kinderopvang niet functioneel is verbonden.

  • 3.

    Bij behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een niet-agrarische kinderopvang betrekt het college geurhinder.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 9 Slotbepalingen

  • 1.

    Dit besluit wordt aangehaald als Beleidsregels kinderopvang en luchtkwaliteit gemeente Barneveld.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na de dag waarop dit bekendgemaakt is, onder intrekking van de Beleidsregels kinderopvang en luchtkwaliteit gemeente Barneveld, zoals vastgesteld op 28 januari 2025.

Aldus vastgesteld op 2 december 2025,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa

Secretaris

J. van der Tak,

Burgemeester

Toelichting  

Bij een aanvraag voor registratie van een kinderopvanglocatie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) conform de Wet kinderopvang, brengt de GGD (als toezichthouder) een advies uit, onder meer over de luchtkwaliteit. Het college is het bevoegd gezag voor registratie in het LRK en weegt de adviezen van de GGD mee bij het nemen van een beslissing tot wel of niet registratie.

 

Voor een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en agrarische kinderopvang is in het kader van de Omgevingswet een omgevingsvergunning nodig. Hierbij wordt getoetst aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL).

 

Indien één van beide toetsingen door de gemeente (Wet kinderopvang en Omgevingswet) negatief uitvalt, is kinderopvang op de betreffende locatie niet toegestaan.

 

Artikelsgewijze toelichting  

Artikel 1 Toepassing

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 3. Gastouderopvang en luchtkwaliteit

Het is niet wenselijk voor kinderopvang strengere eisen te stellen aan de luchtkwaliteit dan de wettelijke grenswaarden. De vraag naar kinderopvang is al jaren hoog en het aanbod in onze gemeente te gering. Kinderopvangorganisaties hebben wachtlijsten. Dit is een onwenselijke situatie. De ouders van op te vangen kinderen moeten wel geïnformeerd worden over het advies van de GGD opdat zij een goede keuze kunnen maken om hun kinderen al dan niet te brengen naar een locatie waar een negatief GGD advies geldt. Hierbij wordt ook gecommuniceerd dat in afwijking van het GGD advies, de gemeente wel een positief besluit op de aanvraag tot registratie heeft genomen.

 

Artikel 4. Overige kinderopvang en luchtkwaliteit

Net als bij gastouderopvang is het niet wenselijk om bij overige kinderopvang (buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf ed) strengere eisen te stellen aan de luchtkwaliteit dan de wettelijke grenswaarden. De vraag naar kinderopvang is al jaren hoog en het aanbod in onze gemeente te gering.

 

Artikel 5 Kinderopvang en varkens- en pluimveehouderijen

Bij pluimvee- en varkenshouderijen is er meer risico op negatieve gezondheidseffecten door endotoxines. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën die bij mensen onder meer luchtwegklachten kunnen veroorzaken. Endotoxinen verspreiden zich via fijnstof uit stallen. Pluimvee en varkens zijn de belangrijkste bronnen.

 

Artikel 6 Kinderopvang en geitenhouderijen

Er is een verband aangetoond tussen wonen/verblijven in de buurt van geitenhouderijen en een verhoogd risico op longontsteking. De gezondheidsrisico’s zijn het hoogst in een zone van 500 m rondom geitenhouderijen.

 

Artikel 7 Kinderopvang en luchtkwaliteit

Bij een beslissing over een omgevingsvergunning voor kinderopvang wordt getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Er worden geen strengere normen gehanteerd om de reden genoemd onder artikel 4.

 

Artikel 8 Kinderopvang en geurhinder

Of sprake is van een goed woon- en leefklimaat hangt bij geur af van de mate van hinder. De relatie tussen de mate van hinder en een bepaalde geurbelasting, is bij de specifieke doelgroep ‘kinderen op een agrarische kinderopvang’ niet bekend. Ouders maken zelf een afweging tussen de positieve aspecten van een agrarische omgeving en de negatieve aspecten (waaronder mogelijk geurhinder). Het personeel van de agrarische kinderopvang is functioneel verbonden aan het agrarische bedrijf waardoor de geurnormen niet van toepassing zijn voor geurbelasting van het eigen bedrijf.

 

Agrarische kinderopvang is een geurgevoelige functie. Daarom wordt in relatie tot het personeel van de kinderopvang wel getoetst op geurhinder door omliggende bedrijven.

 

Niet agrarische kinderopvang is een geurgevoelige functie. Daarom wordt in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel wordt getoetst op geurhinder. De GGD geeft daarvoor ook een advies af.

 

Artikel 8 Slotbepalingen

Dit artikel spreekt voor zich.

Naar boven