Wijziging Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal

 

Overwegende dat

  • -

    enige onvolkomenheden in de Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal dienen te worden verholpen;

  • -

    vanuit de praktijk de wens bestaat enige bepalingen aan te passen of toe te voegen:

Gelet op:

  • -

    artikel 1.1.11 Algemene verordening gemeente Leudal (Av);

  • -

    artikel 1.1.12 Algemene verordening gemeente Leudal

Besluit:

 

De Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal als volgt te wijzigen:

Artikel I  

In artikel 1.1.1 Definities worden de volgende definities toegevoegd:

  • -

    kraan: voorwerp van enige omvang tijdelijk op of aan de weg geplaatst bedoeld als hijswerktuig;

  • -

    steiger: voorwerp van enige omvang tijdelijk op of aan de weg geplaatst ten behoeve van (bouw)werkzaamheden;

  • -

    uitstalling: een los voorwerp geplaatst voor een pand in de openbare ruimte, dat duidelijk relatie heeft met de bedrijfsactiviteiten van de in dat pand gevestigde onderneming, waaronder tevens wordt verstaan:

    • a.

      een verplaatsbaar reclamebord;

    • b.

      voorwerpen en stoffen die behoren tot het reguliere assortiment van een winkel;

    • c.

      uitstallingsmaterialen;

    • d.

      speelattracties;

  • -

    verkiezingsbanner: door de gemeente Leudal gemaakt verkiezingsbanner/doek van de digitaal door politieke partijen aangeleverde verkiezingsaffiches aangebracht in een stalen frame.

Artikel II  

De aanhef van artikel 1.1.2 Algemene regels sandwich- en driehoeksborden wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid Av wordt opgeheven voor het plaatsen van een sandwich- en driehoeksbord als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

(….)

Artikel III  

Artikel 1.1.3, lid 1 Algemene regels Sandwich- en/of driehoeksborden ten behoeve van verkiezingen wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid Av, wordt opgeheven voor het plaatsen van een sandwich- en/of driehoeksborden ten behoeve van verkiezingen onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorschriften wordt voldaan.

Artikel IV  

De aanhef en sub g van artikel 1.1.4 Algemene regels ophangen van spandoeken in plaats van vergunningplicht wordt gewijzigd komt als volgt te luiden:

De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid Av wordt opgeheven voor het ophangen van een spandoek als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

(…..)

 

  • g.

    spandoeken moeten op minimaal drie meter hoogte worden opgehangen en over de weg op een hoogte van minimaal 4.20 meter.

Artikel V  

Artikel 1.1.5, lid 1 Algemene regels voor banners in plaats van vergunningplicht wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, Av wordt opgeheven voor het ophangen van banners onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorschriften wordt voldaan.

Artikel VI  

Artikel 1.1.6, lid 1 Algemene regels voor bloembakken in plaats van vergunningplicht wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid Av wordt opgeheven voor het aanbrengen van bloembakken aan lichtmasten onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorschriften wordt voldaan.

Artikel VII  

Artikel 1.1.7 Algemene regels voor het plaatsen van een (puin)container wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

Artikel 1.1.7 Algemene regels voor het plaatsen van een (puin)container, kraan, steiger, uitstalling in plaats van vergunningplicht

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid Av, wordt opgeheven voor het plaatsen van een (puin)container, kraan, steiger, uitstalling onder voorwaarde dat aan de in het respectievelijk tweede en derde lid genoemde voorschriften wordt voldaan.

  • 2.

    Een (puin)container, kraan, steiger mag geplaatst worden als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    • a.

      Tenminste drie werkdagen voorafgaand aan het plaatsen van de (puin)container, kraan, steiger moet deze worden gemeld door middel van een digitale melding;

    • b.

      De digitale melding bevat in elk geval:

      • -

        Naam, adres en woonplaats van melder;

      • -

        (Mobiele)Telefoonnummer van de melder;

      • -

        E-mailadres;

      • -

        Begin- en einddatum plaatsing (puin)container, kraan, steiger;

      • -

        Omschrijving locatie (puin)container, kraan, steiger;

      • -

        Grootte van (puin)container, kraan, steiger;

    • c.

      Aanwonenden en direct omwonenden moeten vooraf over de plaatsing van de (puin)container, kraan, steiger worden geïnformeerd;

    • d.

      De (puin)container, kraan, steiger, mag maximaal 30 dagen staan blijven;

    • e.

      De doorgang voor het verkeer mag door de (puin)container, kraan, steiger niet belemmerd, gehinderd worden en de (verkeers)veiligheid mag niet in het gedrang komen;

    • f.

      Het weggedeelte voor voetgangers moet door de aanwezigheid van de (puin)container, kraan, steiger vrij blijven en een minimale voetgangersdoorloop van 1,50 meter moet worden gewaarborgd, zo mogelijk moet de (puin)container, kraan, steiger in een parkeervak worden geplaatst;

    • g.

      Bij aanwezigheid van een (puin)container, kraan, steiger moet een minimale verkeersdoorgang van 4,5 meter breed en 4,2 meter hoog voor hulpverleningsdiensten worden gewaarborgd;

    • h.

      De (puin)container, kraan, steiger mag niet worden geplaatst op gedeelten van de weg waarvoor een parkeerverbod of een verbod om stil te staan geldt of binnen 5 meter vanaf een kruising en/of bocht;

    • i.

      De (puin)container, kraan, steiger mag niet binnen een afstand van 0,75 meter van brandkranen, op kolken of putten worden geplaatst;

    • j.

      De (puin)container, kraan, steiger mag niet geplaatst worden in openbaar groen;

    • k.

      De (puin)container, kraan, steiger mag niet op een openbare plaats worden geplaatst die is ingericht als kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

    • l.

      De (puin)container, kraan, steiger mag voor onbevoegden niet verrijdbaar zijn, zo nodig moet de (puin)container, kraan, steiger zijn voorzien van middelen die het verrijden onmogelijk maken;

    • m.

      De (puin)container, kraan, steiger moet in goede staat van onderhoud zijn;

    • n.

      De (puin)container mag geen huishoudelijk afval, gevaarlijk afval, licht ontvlambare stoffen of kadavers bevatten;

    • o.

      De (puin)container moet buiten werktijd aan de bovenzijde minimaal met een dekzeil zijn afgedekt. Dit geldt ook als stortwerkzaamheden langer dan een uur worden onderbroken;

    • p.

      Bij het storten van vuil van een hoger gelegen verdieping in een (puin)container moet gebruik worden gemaakt van een gesloten stortkoker of dekzeilen en schotten zodat geen gevaar ontstaat voor derden en derden geen hinder ondervinden van opwaaiend stof;

    • q.

      De directe omgeving van de (puin)container, kraan, steiger moet opgeruimd zijn en vrij van afvalstoffen;

    • r.

      De afmetingen van de (puin)container mag maximaal 6.00 x 2.30 x 1.50 meter zijn, de inhoud maximaal 21 m3;

    • s.

      De (puin)container, kraan, steiger moet zijn voorzien van minimaal twee markeringsstrepen op elk zijvlak en elk kopstuk. De markering bestaat uit retroreflecterend materiaal van tenminste High Intensity Grade, klasse 2. De markering bestaat uit een vlak van 141 mm breed en 705 mm lang. Hierop zijn diagonale strepen (rood en wit) aangebracht;

    • t.

      De (puin)container, kraan, steiger moet voldoende zichtbaar zijn voor verkeersdeelnemers en moet zo nodig worden verlicht;

    • u.

      Bij het uitvoeren van werkzaamheden met een kraan of op een steiger moeten de verkeersmaatregelen voldoen aan de CROW richtlijn 96b. De noodzakelijke verkeersborden hiervoor moeten zelf geplaatst worden;

    • v.

      Alle bevelen en aanwijzingen van politie, brandweer of BOA’s, opsporings- en/of controleambtenaren moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd, anders worden op kosten van de melder de noodzakelijke maatregelen uitgevoerd.

  • 3.

    Uitstallingen op of aan de weg mogen geplaatst worden als voldaan wordt aan de volgen aan de volgende voorschriften:

    • a.

      De doorgang voor het verkeer mag door de uitstallingen niet belemmerd, gehinderd worden en de (verkeers)veiligheid mag niet in het gedrang komen;

    • b.

      de uitstalling of het beoogde gebruik daarvan levert geen overlast op voor de gebruikers van de in nabijheid gelegen panden;

    • c.

      de uitstalling waarborgt een vrije doorgang van minimaal 1,5 meter breed voor voetgangers en minder validen op het trottoir. De uitstalling wordt niet geplaatst op gidslijnen voor minder validen;

    • d.

      de uitstalling is alleen aanwezig gedurende de openingstijden van de winkel of van de onderneming;

    • e.

      de uitstalling mag uitsluitend aanwezig zijn ter hoogte van de eigen onderneming op voor voetgangers bestemde delen en niet voor de ingang van de onderneming;

    • f.

      Alle bevelen en aanwijzingen van politie, brandweer of BOA’s, opsporings- en/of controleambtenaren moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd, anders worden op kosten van de melder de noodzakelijke maatregelen uitgevoerd.

Artikel VIII  

Artikel 1.1.18, leden 1, 3 en 4 Algemene regels voor het plaatsen van grote verkiezingsborden wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

Artikel 1.1.8 Algemene regels voor het plaatsen van grote verkiezingsborden in plaats van vergunningplicht

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid Av, wordt opgeheven voor het plaatsen van grote, tijdelijke verkiezingsborden (maximale afmeting van drie m2) en voor verkiezingsbanners dan wel gemeentelijke reclame in grote frames (maximale afmeting 6 m2) onder voorwaarde dat in het tweede, derde en vierde lid genoemde voorschriften wordt voldaan. Voor deze plaatsing is evenmin een omgevingsvergunning vereist.

  • 3.

    In het kader van de verkiezingen plaatst de gemeente frames met verkiezingsbanners. Het gebruik hiervan geschiedt onder de volgende voorschriften:

    • a.

      De gemeente Leudal brengt de verkiezingsaffiches namens de politieke partijen aan op de verkiezingsbanners.

    • b.

      De verkiezingsaffiches worden digitaal verzonden naar verkiezingen@leudal.nl. De inleveringsdata worden vermeld op de website.

    • c.

      Per verkiezingsbanner wordt door de gemeente maximaal één verkiezingsaffiche per politieke partij aangebracht.

    • d.

      Bij tijdige inlevering van het verkiezingsaffiche wordt het verkiezingsaffiche op volgorde van de kandidatenlijst aangebracht door de gemeente.

    • e.

      Het verkiezingsaffiche mag niet in strijd zijn met de doelstelling van de verkiezing, de openbare orde en/of de goede zeden.

    • f.

      Op de verkiezingsdag mogen binnen een afstand van 25 meter van het stembureau geen frames met verkiezingsbanners aanwezig zijn/worden geplaatst;

    • g.

      De frames voor de verkiezingsbanner mogen niet worden gebruikt voor het aanbrengen van handelsreclame.

  • 4.

    De frames ten behoeve van de verkiezingen kunnen buiten de verkiezingstijd incidenteel voor eenmalige gebeurtenissen gedurende korte perioden (maximaal 2 weken) gebruikt worden voor ideële reclame van de gemeente en dorpsraden. Hiervoor moet schriftelijke toestemming worden gevraagd aan het college van burgemeester en wethouders. Na ontvangen toestemming van het college van burgemeester en wethouders worden de frames door de gemeente geplaatst en mag de dorpsraad zelf de banner in het frame bevestigen.

Artikel IX  

Artikel 1.3.3.1, lid 2 Geluid tijdens evenementen in feesttenten en in de open lucht wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 2.

    Tijdens evenementen in feesttenten en in de open lucht moet worden voldaan aan de volgende begintijden en geluidnormen wat betreft de voor het evenement toegestane geluidsproductie:

    • a.

      het geluidniveau voor versterkte muziek van de geluidsbronnen mag volgens een vaste norm tot de eindtijd van het evenement niet meer bedragen dan:

      • -

        85 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT);

      • -

        99 dB(C) voor bastonen, en

      • -

        102 dB(A) voor het maximaal geluidsniveau (LAmax).

    • b.

      de geluidsproductie mag niet eerder dan om 10:00 uur plaatsvinden, en

    • c.

      op zondagen niet voor 13:00 uur als er kerkelijke diensten plaatsvinden en deze door de nabijheid van het evenement geluidsoverlast kunnen ondervinden.

Artikel X  

Artikel 1.3.3.2 Aantal geluidsdagen en communicatie omgeving wordt vernummerd en een nieuw lid 1 wordt toegevoegd

  • 1.

    Een evenement dat ten hoogste een etmaal duurt, maar dan zowel voor als na 00:00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.

  • 2.

    Tijdens evenementen in feesttenten en in de open lucht mag gedurende maximaal drie opeenvolgende dagen geluid worden geproduceerd.

  • 3.

    Het maximum als bedoeld in het eerste lid geldt niet tijdens de carnaval en kermis.

  • 4.

    Er mag maximaal twee weekenden achter elkaar een evenement met geluid in een feesttent of in de open lucht op een zelfde (evenementen)locatie plaatsvinden.

  • 5.

    De organisator van een evenement waarbij (bas)geluiden in een feesttent of in de open lucht ten gehore worden gebracht is verplicht binnen vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement schriftelijk informatie te verstrekken aan de omwonenden binnen een straal van 100 meter én aan de gemeente.

  • 6.

    Onder de verplichte verstrekking van schriftelijke informatie, zoals vermeld in lid 4, wordt verstaan het verstrekken van: - mobiele telefoonnummer organisator die bereikbaar is tijdens het evenement; - soort muziek die ten gehore wordt gebracht; - maximale geluidsniveau; - begin- en eindtijden van het evenement; - telefoonnummer van de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord.

Artikel XI  

Artikel 1.4.2.1 Vergunningverlening kampvuur en vuur bij culturele festiviteiten wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Alleen op kinderen of jeugd gerichte organisaties zoals bijvoorbeeld een buurtvereniging, samenwerkende buurtverenigingen of dorpsraden mogen een vuur bij culturele festiviteiten organiseren.

  • 2.

    De in lid 1 genoemde organisatie moet over een inschrijfnummer van de Kamer van Koophandel beschikken of over statuten. In de statuten zijn minimaal de naam van de organisatie, de vestigingsplaats en het doel van de organisatie (op kinderen of jeugd gericht) opgenomen.

  • 3.

    De vergunning als bedoeld in artikel 3.9.1, eerste lid Av voor een kampvuur wordt voor maximaal één jaar verleend, waarbij wordt uitgegaan van een kalenderjaar.

  • 4.

    De vergunning als bedoeld in artikel 3.9.1, eerste lid Algemene verordening gemeente Leudal voor een vuur bij culturele festiviteiten wordt voor maximaal één gelegenheid verleend.

Artikel XII  

Artikel 1.4.2.2 Algemene regels AV kampvuur en vuur bij culturele festiviteiten wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

De volgende algemene regels gelden naast de voorschriften verbonden aan de vergunning zoals bedoeld in artikel 3.9.1, eerste lid Av:

  • 1.

    Vanaf het moment van ontbranding dient er voortdurend toezicht te worden gehouden door ten minste twee personen van de organisatie totdat het vuur volledig is gedoofd. Beide personen moeten volwassen (18 jaar of ouder) en nuchter zijn én op de hoogte zijn van de geldende algemene regels en voorschriften. Zij zijn gedurende het stoken verantwoordelijk voor de algemene veiligheid en moeten telefonisch bereikbaar zijn voor de gemeente.

  • 2.

    De aanvrager van de vergunning moet, gedurende de gehele periode dat de brandstapel aanwezig is telefonisch bereikbaar zijn voor de gemeente.

  • 3.

    Het stookterrein moet goed bereikbaar zijn voor brandweer, politie, ambulance en andere overheidsdiensten.

  • 4.

    In de directe nabijheid van de stookplaats moeten tenminste twee draagbare blustoestellen aanwezig zijn. Deze moeten elk een minimale inhoud van 6 kg of 6 liter blusstof hebben. De draagbare blustoestellen moeten ten allen tijden voor onmiddellijk gebruik ter plaatse gereed zijn. Elk draagbaar blustoestel dient conform de NEN 2559 te zijn onderhouden. Tevens moeten ze beschikken over het juiste blusmiddel. Daarnaast dienen in de directe nabijheid van de stookplaats één blusdeken, twee schoppen en twee met water gevulde emmers van minimaal 10 liter aanwezig te zijn.

  • 5.

    Het vuur dient van boven aangestoken te worden, ter verkleining van de hoeveelheid vliegvuur. Bij windkracht 4 of meer op de schaal van Beaufort en bij laaghangende mist mag er niet gestookt worden.

  • 6.

    Tijdens het stoken dient tenminste een Basis Verbanddoos aanwezig te zijn die voldoet aan de inhoudseisen van het Oranje Kruis.

  • 7.

    De brandstapel moet stabiel en aaneengesloten zijn opgebouwd. Er mag maar één brandstapel aanwezig zijn. De brandstapel mag niet vanuit een andere houtopslag in de directe omgeving van de brandstapel aangevuld worden.

  • 8.

    Het materiaal voor de brandstapel mag uitsluitend bestaan uit onbehandeld hout, zoals schoon pallethout of snoeihout.

  • 9.

    De brandstapel voor kampvuren mag een maximale omvang hebben van 1 m³.

  • 10.

    De maximale omvang van de brandstapel voor culturele festiviteiten is 100 m3. De maximale hoogte van de brandstapel voor culturele festiviteiten is 5 meter. Afhankelijk van de omvang van de brandstapel gelden de actuele minimale veiligheidsafstanden van de Veiligheidsregio Limburg Noord. Deze afstanden moeten in acht genomen worden.

  • 11.

    Voor het aanmaken van de brandstapel moet gebruik worden gemaakt van pallets en pakken stro. Aardolieproducten en/of licht ontvlambare vloeistoffen (zoals bijvoorbeeld benzine) zijn niet toegestaan.

  • 12.

    Uiterlijk om 24:00 uur op de dag dat wordt gestookt moet het vuur gedoofd worden.

  • 13.

    Tijdens een droge periode moet de site http://www.natuurbrandrisico.nl vooraf geraadpleegd worden. Hierop staat of én hoe het vuur aangelegd moet worden. Bij natuurbrandrisico fase 2 is open vuur niet toegestaan.

Artikel XIII  

Na artikel 2.2.1 Toepassingsbereik wordt een nieuw Artikel 2.2.1a Nadere regels vergunning afwijking sluitingstijd horecabedrijf toegevoegd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    De vergunninghouder van een horecabedrijf moet een vergunning voor incidentele verlening van het sluitingstijdstip van het horecabedrijf (niet zijnde een feesttent) gemotiveerd schriftelijk aanvragen bij de burgemeester.

  • 2.

    De verlenging van het sluitingstijdstip kan aangevraagd worden voor vrijdagavond (de nacht van vrijdag op zaterdag) of zaterdagavond (de nacht van zaterdag op zondag) tot uiterlijk 03:00 uur.

  • 3.

    De verlenging van het sluitingstijdstip kan aangevraagd worden op de nacht volgend op de eerste en tweede Paasdag; Koningsnacht en Koningsdag; Bevrijdingsdag; Hemelvaartsdag; eerste en tweede Pinksterdag; eerste en tweede Kerstdag tot uiterlijk 03:00 uur.

  • 4.

    Na 02:00 uur mogen geen nieuwe bezoekers in het horecabedrijf door de vergunninghouder worden toegelaten. De vergunninghouder is hiervoor verantwoordelijk.

  • 5.

    De burgemeester kan te allen tijde de vergunning voor verlening van het sluitingsuur intrekken of beperken.

  • 6.

    De burgemeester kan om bijzondere redenen afwijken van de leden 1 tot en met 5.

Artikel XIV  

Aan artikel 2.2.2, lid 7 Nachtvergunning wordt na het eerste gedachte streepje een gedachte streepje met tekst toegevoegd:

  • 7.

    De nachtvergunning wordt slecht verleend als:

    • -

      het horecabedrijf voldoet aan alle van toepassing zijnde wettelijke voorschriften;

    • -

      het verlenen van de nachtvergunning niet in strijd is met het bestemmingsplan of het (tijdelijk) omgevingsplan; (…)

Artikel XV  

In hoofdstuk 2.3 Standplaatsen wordt het artikel 2.3.1 Definities gewijzigd en komt als volgt te luiden:

In deze nadere regels wordt, aanvullend op de begrippen in de Algemene verordening gemeente Leudal verstaan onder:

  • -

    dagdeel: een aangesloten periode van maximaal vijf uur, binnen het tijdsbestek van 08:00 uur tot maximaal 22:00 uur;

  • -

    incidentele standplaats; standplaats die tijdelijk, gedurende zeer korte termijn en maximaal zes maanden per jaar, wordt ingenomen:

  • -

    vaste standplaats: standplaats die structureel (wekelijks of maandelijks) wordt ingenomen met een vaste frequentie op eenzelfde tijdstip en plaats.

Artikel XVI  

Artikel 2.3.3 Maximaal aantal te verlenen vergunningen wordt tekstueel aangepast en komst als volgt te luiden.

  • 1.

    Het maximaal aantal tegelijkertijd verleende standplaatsvergunningen, zoals per locatie is vermeld in bijlage 6, geldt voor maximaal één dagdeel per week.

  • 2.

    Op de overige dagen van de week mogen tegelijkertijd maximaal 2 standplaatsvergunningen worden verleend tenzij uitdrukkelijk in bijlage 6 is opgenomen dat er maximaal een standplaatsvergunning op de betreffende locatie mag worden ingenomen.

Artikel XVII  

Artikel 2.3.5 Incidentele standplaatsen wordt vereenvoudigd en komt als volgt te luiden.

  • 1.

    Incidentele standplaatsen kunnen naast de in bijlage 6 genoemde locaties ook worden ingenomen op een andere locatie binnen de gemeente Leudal. De locatie zal in overleg tussen de aanvrager en de marktmeester worden bepaald en worden getoetst op grond van de weigeringsgronden van de standplaatsen zoals opgenomen in de Av.

  • 2.

    Als een standplaats op particulier terrein ligt is toestemming van de eigenaar van de grond nodig.

Artikel XVIII  

Artikel 2.3.6 Tijdblokken voor standplaatsen wordt gewijzigd in artikel 2.3.6 Dagen en tijdstippen.

Het artikel wordt vereenvoudigd en komt als volgt te luiden:

De dagen en tijdstippen waarop standplaatsen worden ingenomen zijn gerelateerd aan de Winkeltijdenwet en de Algemene verordening gemeente Leudal.

Artikel XIX  

Artikel 2.3.7 Standplaatshouder wordt vereenvoudigd en komt als volgt te luiden.

Een standplaats kan uitsluitend worden toegewezen aan een handelingsbekwaam natuurlijk persoon van minstens 18 jaar die een schriftelijke vergunningaanvraag heeft ingediend bij het college.

Artikel XX  

Artikel 2.3.11 Vergunningverlening via loting wordt vereenvoudigd en komt als volgt te luiden.

  • 1.

    Aanvragen voor standplaatsen waarbij sprake is van schaarste worden openbaar kenbaar gemaakt door een bekendmaking in het Gemeenteblad.

  • 2.

    Degenen die naar aanleiding van de bekendmaking in het Gemeenteblad eveneens een standplaats zouden willen innemen voor de betreffende locatie en tijd, kunnen een aanvraag doen volgens het bepaalde in de bekendmaking.

  • 3.

    Bij meer dan één gegadigde voor een standplaatsvergunning op een bepaalde schaarse locatie en tijd wordt de standplaats toegewezen via loting door het Afdelingshoofd Ruimte in aanwezigheid van twee ambtenaren.

Artikel XXI  

Artikel 2.3.12 Intrekken vergunning wordt tekstueel aangepast zodat dit artikel beter leesbaar is en komt als volgt te luiden.

Aanvullend op de intrekkingsredenen als bedoeld in artikel 1.1.6 Algemene verordening gemeente Leudal geldt dat de standplaatsvergunning eveneens kan worden ingetrokken als de standplaatsvergunninghouder zes maal gedurende 13 weken geen gebruik heeft gemaakt van de standplaats zonder geldige reden en zonder melding van afwezigheid bij de marktmeester.

Artikel XXII  

Artikel 2.3.14 Kermis en evenementen wordt vereenvoudigd en komt als volgt te luiden.

Tijdens kermisdagen en dagen dat een evenement in de desbetreffende kern plaatsvindt is het niet toegestaan op het kermisterrein of evenemententerrein een standplaats in te nemen tenzij de marktmeester hiervoor een uitzondering maakt. Dit gebeurt in dat geval in overleg met de kermisstichting of de organisatie van het evenement.

Artikel XXIII  

Na artikel 2.3.14 Kermis en evenementen wordt een nieuw Artikel 2.3.15 Veranderde omstandigheden toegevoegd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    In alle gevallen waarin de aangewezen locaties door tijdelijke veranderde omstandigheden niet meer voldoen, kan de marktmeester een andere geschikte locatie aanwijzen.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan door het college gemotiveerd worden afgeweken van de aangewezen locaties en de tijdsduur voor een vaste of een incidentele standplaats.

Artikel XXIV  

Artikel 3.3.1 Aanmeerregels aanlegsteiger wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    De aanlegsteiger Neer heeft een vaste ligplaats (vast karakter) en tijdelijke ligplaats/aanmeerplaats (tijdelijk karakter) zoals weergegeven in bijlage 7 behorende bij hoofdstuk 3.3.

  • 2.

    Van de vaste ligplaats mogen maximaal twee boten tegelijkertijd gebruik maken. Daarbij geldt dat de twee boten te samen een maximale afmeting mogen hebben van 70 meter.

  • 3.

    Van de tijdelijke ligplaats (aanmeerplaats) mag maximaal één boot gebruik maken met een afmeting van maximaal 35 meter. Daarbij geldt dat deze boot maximaal twee dagen aangesloten aangemeerd mag zijn.

  • 4.

    De eigenaar kapitein van de boot die aangemeerd bij de vaste ligplaats en/of tijdelijke ligplaats moet de huisregels naleven van de beheerder van de aanlegsteiger.

Artikel XXV  

Bijlage 2 behorende bij Hoofdstuk 1.3 paragraaf 1.3.5 wordt als volgt gewijzigd naar het model van de behandelscan evenement van de Veiligheidsregio als het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Limburg Noord op 5 december 2025 instemt met de nieuwe behandelscan evenement.

 

 

Artikel XXVI  

Bijlage 7 behorende bij Hoofdstuk 3.3 Uitvoeringsregeling aanlegsteiger Neer, artikel 3.3.1 Aanmeerregels aanlegsteiger wordt toegevoegd:

 

Artikel XXVII  

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

Heythuysen, 7 oktober 2025

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL

De secretaris,

mr. drs. J.J.Th.L. Geraedts

De burgemeester,

D.H. Schmalschläger

Naar boven