Gemeenteblad van Noordoostpolder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordoostpolder | Gemeenteblad 2025, 537447 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordoostpolder | Gemeenteblad 2025, 537447 | beleidsregel |
Beleidsregel brijnlozingen in de bodem Noordoostpolder
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder,
binnen de gemeente Noordoostpolder het grootste glastuinbouwgebied van de provincie Flevoland is gevestigd. Glastuinbouwbedrijven voor het bereiden van gietwater te maken krijgen met activiteiten zoals het lozen van brijnwater in de bodem, wat een negatieve invloed kan hebben op de grondwa-terkwaliteit
Gelet op artikel 4.801 juncto 2.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
Gelet op artikel 4.81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Watervoerend pakket: een bodemlaag die water doorvoert en die doorgaans aan boven- en onder-zijde begrensd is door een slecht doorlatende laag. In de Noordoosterpolder worden verschillende watervoerende pakketten gescheiden door kleilagen. Het eerste watervoerende pakket is het meest ondiep gelegen watervoerende pakket, het tweede watervoerende pakket ligt daaronder enzovoorts. De watervoerende pakketten bestaan allen uit zand en grind. De slecht doorlatende lagen tussen de watervoerende pakketten bestaan uit klei en/of veen.
3.1 Bevoegdheid verlenen maatwerkvoorschrift
Een maatwerkvoorschrift wordt niet verleend als een redelijk vermoeden bestaat dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden die voortkomen uit artikel 2.4 van de Beleidsregel omgevingsvergunningsplichtige milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet van gedeputeerde staten van Flevoland (opgenomen in bijlage A).
3.2 Boren van de brijnlozingsbron
Ter vaststelling van de chemische samenstelling van het grondwater in de referentiesituatie wordt het grondwater in het pakket waarin geloosd gaat worden, voorafgaand aan de eerste lozing, door daartoe erkende personen of instellingen bemonsterd en geanalyseerd op de stoffen zoals vermeld in bijlage B. De resultaten worden opgenomen in een rapport. Het analyserapport wordt ten minste 2 weken voorafgaand aan de ingebruikname van de lozingsbron aan de OFGV toegezonden.
Een brijnlozing < 5m3/uur mag plaatsvinden in het 3e watervoerende pakket wat zich op een diepte bevindt tussen 100 en 130 m onder maaiveld (m-mv.). Bij de plaatsing dient rekening te worden gehouden met andere grondwateronttrekkingen en voldoende zijn om negatieve onderlinge beïnvloeding te voorkomen. Negatieve beïnvloeding treedt op als het geïnfiltreerde brijn, wordt aangetrokken door een nabij gelegen grondwateronttrekking.
3.8. Monitoring en analyse van brijnwater
Indien in de drie jaar voor de ingangsdatum van het maatwerkvoorschrift nog geen monster van het brijn genomen is voor analyse, wordt binnen 3 maanden direct nadat de installatie minimaal 24 uur aaneengesloten heeft gefunctioneerd alsnog een monster van het brijn genomen. Het monsternamepunt bevindt zich na de omgekeerde osmose-installatie en eventuele voorzuiveringen.
Een medewerker van een onafhankelijk adviesbureau bemonstert het brijn volgens de meest recente NEN-, NVN- of VPR-normen. Een onafhankelijk en voor de vereiste bepalingen geaccrediteerd laboratorium meet van dit monster, eveneens volgens de meest recente NEN-, NVN- of VPR-normen, de concentraties van de parameters opgenomen in bijlage B.
Indien de brijnlozing permanent wordt beëindigd, dient degene aan wie een maatwerkvoorschrift is verleend binnen drie maanden na beëindiging aan de volgende voorwaarden te voldoen:
Dichten van bronnen en peilputten:
Alle brijnlozingsbronnen, peilputten en andere bronnen waarlangs het brijn is geloosd, moeten worden gedicht door een boorbedrijf dat gecertificeerd is volgens BRL SIKB 2101 voor mechanisch boren. Afdichting dient plaats te vinden conform de richtlijnen van het protocol 2101 voor het buiten gebruik stellen van een buisconstructie in het boorgat.
4. Evaluatie en Terugkoppeling
Deze beleidsregel wordt periodiek geëvalueerd op basis van monitoringresultaten en ervaringen uit de praktijk. Indien nodig worden de voorschriften aangepast om effectiviteit en actualiteit te waarborgen. Evaluaties vinden plaats ten minste om de vijf jaar, of eerder indien significante wijzigingen in het beleid of in technologische ontwikkelingen dit vereisen.
aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 2 december 2025
De secretaris,
De burgemeester
Bijlage A: Voorwaarden provinciaal beleid
Voor het stellen van een maatwerkvoorschrift geldt dat moet zijn voldaan of voldaan zal worden aan de volgende voorwaarden:
Het lozen van brijn is niet toegestaan in het voor de openbare drinkwatervoorziening expliciet gereserveerde diepe zoete grondwater voor de huidige en toekomstige drinkwaterzones in Zuidelijk Flevoland (grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones), zoals opgenomen in het Omgevingsplan en de Omgevingsverordening.
Het lozen van brijn geschiedt in een watervoerend pakket met ongeveer gelijkwaardige chlorideconcentraties of hogere zoutgehaltes. Met ongeveer gelijkwaardige chlorideconcentraties wordt de algemeen gangbare classificatie voor zoet, brak en zout grondwater bedoeld: zoet grondwater (<150 mg/l), brak grondwater (150 tot 1.000 mg/l); brak/zout grondwater (tussen 1.000 mg/l en 10.000 mg/l), en zout grondwater (>10.000 mg/l). Afwijking in bepaalde mate hiervan is mogelijk indien met modellering wordt aangetoond dat er geen grote veranderingen in de zoutconcentraties in de tijd optreedt als gevolg van de lozingen.
De gemeente Noordoostpolder streeft naar een duurzame en verantwoorde omgang met de bodem en het grondwater binnen haar grenzen. Binnen de gemeente Noordoostpolder is het grootste glastuinbouwgebied van de provincie Flevoland gevestigd: het glastuinbouwgebied Luttelgeest (en Ens). De glastuinbouw gebruikt voor het bewateren van planten meestal regenwater, dat indien nodig wordt aangevuld met grondwater (gietwater). Omdat dit grondwater te zout is om rechtstreeks als gietwater te dienen, wordt het eerst gefilterd. Bij dit proces blijft een geconcentreerdere zoutoplossing over, die men brijn noemt. Brijn is dus het residu van omgekeerde osmose: water met een hoger gehalte aan zouten en andere stoffen die bij de behandeling van het bereide water zijn ontstaan. Het lozen van brijnwater in de bodem kan een negatieve invloed kan hebben op de bodemkwaliteit.
Zowel de gemeente, de provincie als het waterschap hebben taken en rollen om beleid te ontwikkelen, te implementeren en te handhaven ten aanzien van glastuinbouwgebieden binnen de provincie. Op verschillende momenten heeft overleg plaatsgevonden tussen gemeente Noordoostpolder, Omgevingsdienst Flevoland en Gooi & Vechtstreek, provincie Flevoland, het waterschap Zuiderzeeland en andere betrokken partijen om te komen tot een gemeenschappelijk beleid voor glastuinbouwgebieden binnen de provincie Flevoland. Een goede gietwatervoorziening is van essentieel belang voor tuinders, maar ook noodzakelijk om de ontwikkeling van kassengebieden en de plattelandskernen mogelijk te maken. In de overleggen zijn deze belangen erkend. Partijen hebben tot doel om een duurzame en toekomstbestendige gietwatervoorziening te kunnen realiseren voor tuinders binnen de provincie, waarbij ook de kwaliteit van de bodem en het grondwater gerespecteerd wordt.
Naar aanleiding van de overleggen is behoefte ontstaan om op gemeentelijk niveau een beleidsregel vast te stellen met daarin de voorwaarden waaronder brijnlozingen binnen de gemeente Noordoostpolder via een maatwerkvoorschrift kunnen worden toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders is in beginsel het bevoegd gezag om brijnlozingen in de bodem binnen de gemeente toe te staan door middel van het stellen van maatwerkvoorschriften. Dit volgt uit artikel 4.801 juncto 2.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
De Beleidsregel is afgestemd op de landelijke en Europese regelgeving voor water- en bodembeheer. Specifiek is de Beleidsregel opgesteld in overeenstemming met de volgende beleidsdocumenten en wet- en regelgeving:
Provinciaal kader: Omgevingsverordening provincie Flevoland
De Kaderrichtlijn Water (KRW) kent in artikel 11, derde lid, onder j een verbod op het rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater. Enkel in een aantal situaties mag op grond van de KRW alsnog een rechtstreekse lozing in het grondwater worden toegestaan. Onder de Omgevingswet is het aan de provincie, als strategisch grondwaterbeheerder, om te zorgen dat er uitvoering gegeven wordt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW).
De provincie Flevoland heeft, in lijn met het subsidiariteitsbeginsel, in de Omgevingsverordening provincie Flevoland in artikel 6.18 instructieregels voor het omgevingsplan opgenomen zodat het omgevingsplan een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater niet toestaat. Het omgevingsplan moet bepalen dat bij maatwerkvoorschrift een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater als bedoeld in artikel 6.18, eerste lid, kan worden toegestaan, indien de lozing is toegestaan op grond van artikel 11, derde lid onder j van de Kaderrichtlijn Water. En op voorwaarde dat de lozing niet verhindert dat de voor dat grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen worden bereikt. Deze mogelijkheid sluit aan bij het Europese Guidance document no. 17 behorende bij de Kaderrichtlijn Water en Grondwaterrichtlijn. Daarin staat beschreven dat het lozen van brijn valt onder een van de uitzonderingssituaties waarin lozing toegestaan kan zijn. De lozing vindt namelijk plaats om technische redenen welke onderdeel zijn van de productie van zoet water uit brak water. Met een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 6.19 kan een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen afkomstig van brijnwater in het grondwater worden toegestaan. Deze regels zijn terug te vinden in artikel 2.8 en 2.9 van het Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder.
De provincie heeft voorwaarden gesteld waaronder een maatwerkvoorschrift kan worden verleend in artikel 2.4 van de provinciale Beleidsregel omgevingsvergunningsplichtige milieubelastende activiteiten onder de Omgevingswet. Deze voorwaarden moet de gemeente in acht nemen, op grond van artikel 6.20 van de Omgevingsverordening Flevoland. Deze voorwaarden zijn door de gemeente Noordoostpolder bij het opstellen van deze beleidsregel gebruikt als uitgangspunt voor een nadere gebied specifieke uitwerking voor de glastuinbouwgebieden in de Noordoostpolder.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-537447.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.