Veertiende Wijzigingsverordening van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011

De raad van de gemeente Almere;

 

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders d.d. 8 juli 2025

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de veertiende Wijzigingsverordening van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011

Artikel I  

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 2:6 komt als volgt te luiden

 

Artikel 2:6 Het plaatsen van voorwerpen of stoffen op of aan een openbare plaats

 

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.

  • 2.

    De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:

    • a.

      als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    • b.

      als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of

    • c.

      in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

  • 4.

    Het verbod is niet van toepassing op:

    • a.

      het maken van filmopnames als bedoeld in artikel 2:6a;

    • b.

      evenementen als bedoeld in artikel 2:9;

    • c.

      terrassen als bedoeld in artikel 2:16;

    • d.

      standplaatsen als bedoeld in artikel 5:13;

    • e.

      voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;

    • f.

      Het opladen van elektrische voertuigen in de openbare ruimte mits wordt voldaan aan door het college hiervoor opgestelde nadere regels;

    • g.

      door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen;

    • h.

      situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.

  • 5.

    De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 6.

    De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.

  • 7.

    De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door of krachtens de Omgevingswet.

  • 8.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

B

 

Artikel 2:10 komt als volgt te luiden

 

Artikel 2:10 Evenementenvergunning

 

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Geen vergunning is vereist voor kleinschalige, ééndaagse evenementen, als:

    • a.

      het een evenement in de open lucht betreft;

    • b.

      er sprake is van een organisator/ organisatoren;

    • c.

      het aantal bezoekers op enig moment niet meer bedraagt dan 100 personen;

    • d.

      het een evenement betreft dat plaatsvindt tussen 9.00 en 23.00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13.00 en 23.00 uur;

    • e.

      het evenement plaatsvindt buiten door de burgemeester aangewezen stadscentra dan wel locaties en evenemententerreinen, of als het evenement plaatsvindt binnen deze aangewezen gebieden, en hiervoor minimaal twee weken voor het evenement een schriftelijke kennisgeving is ontvangen waarop schriftelijke toestemming is verleend;

    • f.

      het evenement niet plaatsvindt op een rijbaan van een doorgaande weg of hoofdvaarroute van openbaar water of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer of de hulpverleningsdiensten;

    • g.

      slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object, voor zover het plaatsen van deze objecten zich niet verzet tegen de in artikel 1:8 genoemde belangen;

    • h.

      het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 db(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;

    • i.

      er geen conflicterende samenloop is met andere evenementen waarvoor een vergunning is verleend, wegopbrekingen en/of hoofdroutes van hulpdiensten;

    • j.

      wordt voldaan aan nadere regels als bedoeld in artikel 2:10 lid 7.

    • k.

      er bij het evenement geen dieren worden gebruikt los van de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering van de organisator.

  • 3.

    De burgemeester kan besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  • 4.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door de burgemeester aangewezen categorieën evenementen.

  • 5.

    De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid in:

    • a.

      een regulier evenement (klasse A)

    • b.

      een aandacht evenement (klasse B)

    • c.

      een risicovol evenement (klasse C)

  • 6.

    Onverminderd artikel 1:6 en het bepaalde in artikel 1:8, eerste lid, kan de burgemeester een evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigingen indien naar zijn oordeel:

    • a.

      het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet is opgenomen op de evenementenkalender;

    • b.

      op de evenementenkalender al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd en locatie;

    • c.

      de aanvraag voor

      • een regulier evenement minder dan acht weken, óf

      • een aandacht- c.q. risicovol evenement minder dan twaalf weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is;

    • d.

      het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang, op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven, niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet;

    • e.

      de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet.

  • 7.

    De burgemeester kan ten aanzien van de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde evenementen nadere regels stellen ter bescherming van de in artikel 1:8 genoemde belangen.

  • 8.

    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 9.

    Het tweede lid is niet van toepassing op vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  • 10.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement of -gala weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

  • 11.

    Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 12.

    Een aanvraag om een evenementenvergunning voor een circus kan uitsluitend worden aangevraagd voor een evenement zonder dieren. Bij de indiening van een aanvraag voor een evenementenvergunning waarbij dieren aanwezig zijn, wordt een plan aangeleverd waaruit blijkt dat de veiligheid en gezondheid van dieren is gewaarborgd.

  • 13.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

C

 

Artikel 2:54 komt als volgt te luiden

 

Artikel 2:54 Loslopende honden

 

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

     

    • a.

      binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond fysiek aangelijnd is;

    • b.

      op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

    • c.

      op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen;

    • d.

      buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats zonder dat die hond fysiek aangelijnd is;

    • e.

      buiten de bebouwde kom op een andere door het college aangewezen plaats.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen (zogenaamde losloopgebieden). Het college kan per losloopgebied een maximum stellen aan het aantal honden dat gelijktijdig begeleid mag worden door één begeleider.

  • 3.

    De verboden genoemd in het eerste lid zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 november 2025.

de griffier,

G.J. Broer

de voorzitter,

W.H.J.M. van der Loo

Naar boven