Verordening behandeling bezwaarschriften Rotterdam 2025

De Raad van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025 (raadsvoorstel nr. 25bb008502/25bo008607);

 

gelet op de artikelen 84 en 149 van de Gemeentewet;

 

overwegende dat:

het wenselijk is een nieuwe verordening voor de behandeling van bezwaarschriften vast te stellen;

 

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    ambtelijk horen: horen van belanghebbenden als bedoeld in artikel 7:5 van de wet;

  • -

    commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de wet;

  • -

    plaatsvervangend secretaris: door de secretaris aangewezen medewerker;

  • -

    secretaris: hoofd van de afdeling Juridisch van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning;

  • -

    wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Bevoegdheden (plaatsvervangend) secretaris

De bevoegdheden die op grond van deze verordening toekomen aan de secretaris komen tevens toe aan de plaatsvervangend secretaris.

Artikel 3 Ingediend bezwaarschrift

  • 1.

    De secretaris registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst.

  • 2.

    Daarna wordt, waar nodig, zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden, waarbij de secretaris uitleg geeft over het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift.

Artikel 4 Bemiddeling

De secretaris onderzoekt of het bezwaarschrift via informele weg kan worden opgelost.

Artikel 5 Bevoegdheid ambtelijk horen

  • 1.

    Ambtelijk horen en adviseren geschiedt door de secretaris, bij bezwaarschriften gericht tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders of de leerplichtambtenaar, waarbij:

    • a.

      sprake is van één bezwaarmaker;

    • b.

      geen derde-belanghebbende is betrokken;

    • c.

      het primaire besluit in mandaat is genomen; of

    • d.

      ambtelijk horen naar het oordeel van de secretaris het meest geschikt is.

  • 2.

    De secretaris is bevoegd te bepalen of een bezwaarschrift wordt voorgelegd aan de commissie.

  • 3.

    Ambtelijk horen kan eveneens geschieden door medewerkers van de afdeling Juridisch van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning, die daartoe door de secretaris zijn aangewezen.

  • 4.

    De in deze verordening aan de secretaris en de voorzitter toegekende bevoegdheden komen, voor zover van toepassing, ook toe aan de medewerker die ambtelijk hoort.

Artikel 6 Bevoegdheid commissie

  • 1.

    Er is een commissie die belast is met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 7:13 van de wet voor zover het gaat om bezwaarschriften die zijn ingediend tegen een besluit van de raad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of de leerplichtambtenaar.

  • 2.

    De commissie hoort en adviseert over de te nemen beslissing op bezwaar tegen besluiten van een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid:

    • a.

      waarbij sprake is van meerdere bezwaarmakers;

    • b.

      waarbij derde-belanghebbenden betrokken zijn;

    • c.

      waarbij het primaire besluit niet in mandaat namens het betreffende bestuursorgaan is genomen; of

    • d.

      als horen door de commissie naar het oordeel van de secretaris het meest geschikt is.

  • 3.

    De commissie hoort en adviseert niet inzake:

    • a.

      bezwaarschriften gericht tegen besluiten betreffende gemeentelijke belastingen of waardering onroerende zaken;

    • b.

      verzoeken om vergoeding van de kosten van bestuurlijke voorprocedures;

    • c.

      bezwaarschriften waarin ambtelijk wordt gehoord.

Artikel 7 Samenstelling van de commissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit voorzitters, plaatsvervangend voorzitters en leden.

  • 2.

    Ambtenaren in dienst van de gemeente Rotterdam maken geen deel uit van de commissie.

    Door de gemeente ingehuurd personeel maakt evenmin deel uit van de commissie.

Artikel 8 Splitsing in kamers

  • 1.

    De commissie bestaat uit een sociale kamer en een algemene kamer.

  • 2.

    De sociale kamer behandelt bezwaarschriften betreffende het sociaal domein en adviseert hierover.

  • 3.

    De algemene kamer behandelt bezwaarschriften die niet worden behandeld door de sociale kamer en adviseert hierover.

  • 4.

    Elke kamer bestaat uit tenminste een voorzitter en twee leden.

Artikel 9 Benoeming, zittingsperiode en ontslag

  • 1.

    De voorzitters en de leden van de commissie worden door het betreffende bestuursorgaan benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 2.

    De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

  • 3.

    De voorzitters, de plaatsvervangend voorzitters en de leden worden als zodanig in de beide kamers van de commissie benoemd.

  • 4.

    Het lidmaatschap van de commissie bedraagt maximaal acht jaar en eindigt van rechtswege na het verstrijken van deze termijn.

  • 5.

    De voorzitters en de leden overleggen voorafgaand aan hun (her)benoeming een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan drie maanden.

Artikel 10 Uitoefening bevoegdheden

De volgende bevoegdheden worden uitgeoefend door de secretaris:

  • a.

    het opvragen van een schriftelijke machtiging van een gemachtigde, bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de wet;

  • b.

    het stellen van een termijn voor het herstel van een verzuim, bedoeld in artikel 6:6 van de wet;

  • c.

    het toezenden van stukken en het beoordelen van verzoeken als bedoeld in artikel 7:4, zesde lid, van de wet;

  • d.

    het rechtstreeks inwinnen of doen inwinnen van alle gewenste inlichtingen;

  • e.

    het uit eigen beweging of op verzoek van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen of laten inwinnen en hen zo nodig uitnodigen om op de hoorzitting te verschijnen.

Artikel 11 Hoorzitting

  • 1.

    De secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele derde-belanghebbende(n) en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

  • 2.

    De secretaris verstuurt ten minste twee weken voor de hoorzitting de uitnodiging.

  • 3.

    De secretaris kan wegens bijzondere omstandigheden afwijken van deze termijn.

  • 4.

    Van de hoorzitting kan, ten behoeve van de verslaglegging, een geluidsopname worden gemaakt.

  • 5.

    Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat ten minste twee leden aanwezig zijn.

Artikel 12 Onpartijdigheid leden

De voorzitter en de leden van de commissie behandelen een bezwaarschrift niet indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig tijdig vervangen.

Artikel 13 Openbaarheid zitting

  • 1.

    De hoorzittingen van de sociale kamer zijn niet openbaar.

  • 2.

    De hoorzittingen van de algemene kamer zijn in beginsel openbaar, tenzij de voorzitter, al dan niet op verzoek van een van de betrokkenen, bepaalt dat een hoorzitting niet openbaar is.

  • 3.

    Een ambtelijke hoorzitting is niet openbaar.

Artikel 14 Nader onderzoek

  • 1.

    Indien na afloop van de hoorzitting, maar voordat het advies wordt uitgebracht, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek laten verrichten.

  • 2.

    De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, bezwaarmaker, eventuele derde-belanghebbende(n) en het bestuursorgaan gezonden.

  • 3.

    De belanghebbenden of het bestuursorgaan kunnen binnen een door de secretaris van de commissie te stellen termijn aan de secretaris een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De secretaris beslist hieromtrent.

Artikel 15 Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

  • 2.

    De adviezen worden door drie leden vastgesteld bij meerderheid van stemmen.

  • 3.

    De adviezen van een kamer gelden als adviezen van de commissie.

Artikel 16 Intrekking en omhangbepaling

  • 1.

    De Verordening behandeling bezwaarschriften Rotterdam wordt ingetrokken.

  • 2.

    De (her)benoemingen van de voorzitters, de plaatsvervangend voorzitters en de leden op grond van artikel 5 van de Verordening behandeling bezwaarschriften Rotterdam gelden als (her)benoemingen op grond van artikel 9, derde lid, van deze verordening, met dien verstande dat de reeds verstreken termijn van het lidmaatschap wordt betrokken bij de bepaling van de termijn, bedoeld in artikel 9, vierde lid.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening behandeling bezwaarschriften Rotterdam 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 december 2025.

De plv. griffier,

W. de Bel

De voorzitter,

C.J. Schouten

Aldus vastgesteld door het college in de vergadering van 18 november 2025.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Aldus vastgesteld door de burgemeester op 18 november 2025.

De burgemeester,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

 

Toelichting op de Verordening behandeling bezwaarschriften Rotterdam 2025

 

Algemeen

 

Deze verordening geeft een kader voor de behandeling van bezwaarschriften en vervangt de Verordening behandeling bezwaarschriften Rotterdam

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Het hoofd van de afdeling Juridisch van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning is aangewezen als secretaris van de commissie. De secretaris is bevoegd om plaatsvervangende secretarissen aan te wijzen die dezelfde bevoegdheden toekomen als de secretaris.

 

Artikel 3 Ingediend bezwaarschrift

Eerste lid

De registratie van het bezwaarschrift met datum van ontvangst is van belang. Artikel 6:14 van de Awb bepaalt dat de ontvangst schriftelijk dient te worden bevestigd. De Awb bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaar-of beroepschrift zes weken bedraagt. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het (bestreden) besluit op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt (zie de artikelen 6.7 en 6.8, eerste lid, van de Awb).

 

Tweede lid

Het zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het bezwaarschift contact leggen met de bezwaarmaker is zeer zinvol. Er kan dan aan bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden inzicht in en uitleg over de vervolgprocedure worden gegeven. Op welke wijze contact wordt opgenomen wordt niet in de Awb geregeld. Dit is aan het bestuursorgaan zelf. De keuze die gemaakt wordt, kan afhangen van de inschatting wat de beste aanpak in het concrete geval zal zijn. Het kan zijn dat tijdens dit eerste contact al een passende informele oplossing op het bezwaarschrift wordt gevonden. Maar het is goed mogelijk dat hiervoor nog nader onderzoek en contact met de voorbereider(s) van het bestreden besluit is vereist. Dit wordt nader uitgewerkt in artikel 4.

 

Artikel 4 Bemiddeling

Na het eerste contact met de bezwaarmaker (zie artikel 3), zal vaak nadere informatie moeten worden ingewonnen over de achtergronden van het besluit en de reden waarom bezwaar is gemaakt. Hierbij wordt met zowel de bezwaarmaker als de voorbereider van het bestreden besluit contact opgenomen en wordt de mogelijkheid van een minnelijke oplossing van het bezwaar (verder) verkend. Het is van belang dat dit contact kort na binnenkomst van het bezwaarschrift wordt gelegd. Als al bij het eerste contact (zie artikel 3) een oplossing op het bezwaarschrift is gevonden dan hoeft (uiteraard) niet nog een keer contact te worden gezocht met de bezwaarmaker. Als een oplossing kan worden gevonden voor het probleem dat aanleiding was voor het bezwaarschrift dan hoeft het bezwaarschrift niet verder in behandeling te worden genomen en kan het informeel worden afgedaan. Indien er eventuele andere belanghebbenden zijn, dan wordt ook met hen in contact getreden als dit gewenst is voor de. informele afhandeling. Omdat de heroverweging van het bestreden besluit in bezwaar onbevooroordeeld moet gebeuren, is het wenselijk dat dit (ambtelijke) contact niet wordt gelegd door iemand die direct bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest.

 

Artikel 5 Bevoegdheid ambtelijk horen

Het eerste lid voorziet in de mogelijkheid om bij bepaalde bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten van de genoemde bestuursorganen ambtelijk te horen. Deze soorten bezwaarschriften worden opgesomd. De secretaris is, volgens het tweede lid, bevoegd om te bepalen dat een bezwaarschrift (alsnog) wordt voorgelegd aan de commissie. Het derde lid bepaalt dat de secretaris het horen mag overdragen aan een medewerker van de afdeling Juridisch van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning. Van deze bepaling wordt in de dagelijkse praktijk gebruik gemaakt. Deze medewerker heeft dan dezelfde bevoegdheden als de voorzitter en de secretaris.

 

Artikel 6 Bevoegdheid commissie

De commissie is uitsluitend belast met het horen bij bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten van de raad, het college, de burgemeester of de leerplichtambtenaar. Dit betekent dat de commissie en de afdeling Juridisch van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning geen bezwaarschriften behandelen van andere bestuursorganen, zoals de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar of de ambtenaar van de burgerlijke stand. In het tweede lid zijn criteria opgenomen voor behandeling door de commissie. Artikel 6, tweede lid, aanhef en onder d, geeft de secretaris beoordelingsruimte om te bepalen wat de meest geschikte manier van horen is. Als voorbeeld kan worden genoemd zaken van de leerplichtambtenaar. Deze besluiten worden niet in mandaat genomen, maar deze zaken lenen zich over het algemeen voor ambtelijk horen.

 

Artikel 12 Onpartijdigheid leden

Hoewel artikel 2:4 van de Awb een gebod van onpartijdigheid bevat voor bestuursorganen is in dit artikel nog uitdrukkelijk bepaald dat dit (ook) voor de commissie geldt.

 

Artikel 15 Raadkamer en advies

Omdat het van belang is dat de commissie in alle vrijheid kan beraadslagen en beslissen, is in het eerste lid bepaald dat dit achter gesloten deuren zal plaatsvinden. Een advies wordt, waar nodig, vastgesteld bij meerderheid van stemmen. Het minderheidsstandpunt wordt daarbij niet weergegeven in het advies.

 

Artikel 16 Intrekking en omhangbepaling

In het tweede lid van artikel 16 is een omhang bepaling opgenomen die regelt dat de benoemingen van de voorzitters, plaatsvervangend voorzitters en de leden op grond van de oude verordening gelden als benoemingen op grond van deze verordening. De reeds verstreken benoemingstermijn wordt betrokken bij de maximale termijn van acht jaar die is opgenomen in artikel 9, vierde lid. Dit betekent dat een lid dat is benoemd op grond van de oude verordening voor een periode van vier jaar, nog voor maximaal vier jaar kan worden benoemd. De totale benoemingstermijn kan niet langer zijn de maximale termijn van acht jaar.

Naar boven