Subsidieregeling MKB-innovaties voor de blauwe economie Den Haag 2025

Toelichting

 

Deze subsidieregeling is gericht op het stimuleren en testen van innovatieve maritieme ideeën van MKB-ondernemingen op de Proeftuin op de Noordzee en om deze innovaties door te ontwikkelen zodat deze op de markt kunnen worden gebracht. De proeftuin op de Noordzee is een uniek offshore testgebied van 10x10 zeemijl voor de kust van Scheveningen. Bedrijven krijgen de mogelijkheid om hier innovaties te testen en de werking ervan te bevestigen onder realistische omstandigheden. Dit versnelt productontwikkeling, vergroot exportkansen en bevordert het duurzaam gebruik van de Noordzee op meerdere manieren. Het gaat om het testen van technologieën die bijdragen aan een efficiënte, duurzame en verantwoorde benutting van de kust, de haven en zee. Deze regeling bouwt voort op de Subsidieregeling Proeftuin op de Noordzee Den Haag 2019 (RIS301645), waarbij de inhoudelijke reikwijdte is verbreed: waar de focus voorheen uitsluitend lag op innovaties voor de Noordzee, richt de huidige regeling zich ook op innovaties die bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de haven en de Haagse kust.

 

Hierbij is het versterken van het maritieme cluster in Den Haag en omgeving van belang. Het maritieme cluster is het netwerk van bedrijven, organisaties en (kennis)instellingen die activiteiten uitvoeren in of op de zee of die betrekking hebben op de zeevaart in Den Haag en omgeving. Het verder ontwikkelen van innovatieve oplossingen is essentieel voor Den Haag om economisch toekomstbestendig te blijven en tegelijk maatschappelijke opgaven rond klimaatverandering, energietransitie en duurzame economische groei in het kustgebied het hoofd te bieden. Het vergroten van het innovatievermogen en de kennisontwikkeling in het maritieme cluster dragen bij aan de versterking van de werkgelegenheid en geeft een impuls aan de verduurzaming en versterking van de blauwe economie in Den Haag en de regio.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling MKB-innovaties voor de blauwe economie Den Haag 2025:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

- ASV:

Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;

- Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

- blauwe economie:

de blauwe economie omvat alle industrieën en sectoren die verband houden met oceanen, zeeën en kusten, of ze nu gebaseerd zijn in de mariene omgeving of op het land;

- college:

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

- haven:

het havengebied van Scheveningen in Den Haag, als opgenomen in bijlage 1: Kaart havengebied van Scheveningen;

- hernieuwbare offshore energie:

energie die op het water of onderwater wordt gewonnen op zee en de systemen ten behoeve van de opwekking en opslag van deze energie;

- innovaties:

duurzame vernieuwingen met toegevoegde waarde van producten, diensten, kennis of processen, waarbij de vernieuwing onderscheidend is van het bestaande en andere vernieuwingen in dezelfde sector en zijn gericht op voedselproductie en voedselwinning uit zee, hernieuwbare offshore energie, veiligheid op zee, watersport of het beschermen of versterken van de mariene ecologie;

- kennisinstellingen:

universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen die zowel door de overheid, als particulier bekostigd kunnen zijn;

- maritieme cluster:

een netwerk van bedrijven, organisaties en (kennis)instellingen die activiteiten uitvoeren in of op de zee of betrekking hebben op de zeevaart;

- Proeftuin op de Noordzee:

gebied van 10x10 zeemijl voor de kust van Scheveningen, waar na overleg met verantwoordelijke instanties demonstraties uitgevoerd kunnen worden. Het gebied heeft geen formele afbakening of status, maar biedt ruimte aan innovaties die aan de stad Den Haag gelieerd zijn. Voor tests en demonstraties in de haven van Scheveningen of op de Noordzee is toestemming vereist van de voor dat gebied bevoegde autoriteit, als opgenomen in bijlage 2: Afbakening Proeftuin op de Noordzee;

- regio:

het grondgebied van de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag;

- TRL:

Technology Readiness Levels zijn de door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gehanteerde methodiek voor het bepalen van de mate van ontwikkeling van innovatie en productontwikkeling, waarbij verschillende fases zijn gedefinieerd van TRL 1 tot en met TLR 9;

- toestemming:

toestemming voor het uitvoeren van de activiteiten door de bevoegde autoriteit, die gaat over toestemming voor activiteiten in het gebied waar de activiteit wordt uitgevoerd;

- TRL 4:

Technology Readiness Level 4: de fase van innovatie en productontwikkeling die de implementatie en het testen van het prototype omvat. De proof-of-concepts van een innovatie wordt op labschaal getest. Een prototype dat in deze fase wordt ontwikkeld, kost relatief weinig geld en tijd om te ontwikkelen en is daarmee nog ver verwijderd van een definitief product, proces of dienst;

- TRL 5:

Technology Readiness Level 5: de fase van innovatie en productontwikkeling die ziet op validatie van het prototype. In deze fase wordt de werking van het technologisch concept onderzocht in een relevante omgeving. Dit is de eerste stap in de demonstratie van de technologie. Een prototype dat in deze fase wordt ontwikkeld, kost relatief veel tijd en geld en is niet ver verwijderd van het uiteindelijke product of systeem;

- TRL 6:

Technology Readiness Level 6: de fase van innovatie en productontwikkeling die ziet op het demonstreren van het prototype in een relevante testomgeving. Het concept wordt uitgebreid getest en deze testen vinden plaats na de technische validatie uit TRL-5 in een relevante (pilot)omgeving, zoals een proeftuin. Het concept geeft inzicht in de werking van alle onderdelen van de innovatie tezamen;

- TRL 7:

Technology Readiness Level 7: de fase van innovatie en productontwikkeling die ziet op de demonstratie van het prototype in de gebruikersomgeving. Hierbij wordt het concept getest en gedemonstreerd in een gebruikersomgeving om werking in een operationele omgeving te bewijzen. De demonstratie van het concept in een praktijkomgeving levert nieuwe inzichten op voor de definitieve markttoepassing van de innovatie;

- TRL 8:

Technology Readiness Level 8: de fase van innovatie en productontwikkeling, waarbij de innovatie zijn definitieve vorm krijgt en operationeel wordt gemaakt. De technologische werking is getest en het is bewezen dat het voldoet aan gestelde verwachtingen, kwalificaties, normen en regelgeving. Daarnaast worden de financiële kaders voor (massa)productie en lancering bepaald;

- valoriseren:

het proces waarbij kennis en innovaties worden omgezet in economische waarde, maatschappelijke impact of beide;

- veiligheid:

de fysieke en digitale veiligheid van de onderzeese infrastructuur.

 

Artikel 1:2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.

 

Artikel 1:3 Doel van de subsidie

  • 1.

    Het doel van de subsidieregeling is om het maritieme cluster te versterken en om innovaties van MKB-ondernemingen in de haven, aan de Haagse kust en op de Proeftuin op de Noordzee te faciliteren en verder richting marktrijpheid te brengen.

  • 2.

    Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is het stimuleren van innovatie en kennisontwikkeling in het maritieme cluster, dat bijdraagt aan werkgelegenheid in Den Haag, economische ontwikkeling van Scheveningen haven en de verduurzaming en versterking van de blauwe economie in Den Haag en de regio.

 

Artikel 1:4 Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten:

  • a. het testen, demonsteren, valideren of valoriseren van innovaties waarbij:

    1° deze ontwikkeld worden in de haven, aan de Haagse kust of in het gebied van de Proeftuin op de Noordzee;

    2° de innovaties zich bevinden op TRL 4, TLR 5, TLR 6, TLR 7 of TRL 8;

    3° waarbij opschaling naar een hoger Technical Readyness Level mogelijk is; en

    4° de innovaties bijdragen aan verduurzaming; en

    b. het leveren van een bijdrage aan het maritieme cluster in de regio, door zich in Den Haag of de regio te vestigen, hier arbeidsplaatsen te realiseren, onderzoek uit te voeren of activiteiten te ontwikkelen die bijdragen aan het maritieme cluster.

 

Artikel 1:5 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan MKB-ondernemingen die ingeschreven staan in de Kamer van Koophandel en over het laatst afgesloten boekjaar:

  • a. maximaal 250 fte in dienst hadden;

    b. een jaaromzet hadden tot 50 miljoen euro; en

    c. een balanstotaal hadden tot 43 miljoen euro.

 

Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    a. de BTW over de gesubsidieerde kosten voor zover die BTW teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht; en

    b. de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd.

 

Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt maximaal 50% procent van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 50.000,- per aanvrager per kalenderjaar.

 

Artikel 1:8 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 100.000,- voor het kalenderjaar 2025.

  • 2.

    Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

  • 3.

    Een verlaging geldt ook voor reeds ingediende aanvragen.

  • 4.

    Het college kan het subsidieplafond met afzonderlijk besluit verhogen.

 

Artikel 1:9 Wijze van verdeling

  • 1.

    Het college verleent de subsidie in volgorde van ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag het tijdstip waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

 

Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie

 

Artikel 2:1 Aanvraag subsidie

  • 1.

    Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager een plan over van maximaal 10 pagina’s dat tenminste de volgende gegevens omvat:

    a. een overzicht van betrokken partners en –medewerkers en de fasering van de activiteit volgens de Technology Readiness Levels methodiek;

    b. uitwerking van de aanpak hoe de activiteiten worden uitgevoerd;

    c. indien wordt samengewerkt met betrokken partners een beschrijving op welke wijze deze samenwerking wordt vormgegeven;

    d. indien communicatie en kennisdeling van de resultaten een onderdeel vormt van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, een paragraaf over de communicatie met daarin opgenomen de communicatiemomenten, de vormen van communicatie en doelgroep; en

    e. indien de activiteit plaatsvindt op zee, werkt de aanvrager in het plan de maatregelen uit die de aanvrager inzet om veilige uitvoering van de activiteit te borgen en beschrijft de rol van mogelijke samenwerkingspartners hierin.

  • 2.

    Een kopie van de toestemming en relevante vergunningen noodzakelijk voor het uitvoeren van de activiteit in het gebied.

  • 3.

    Een de-minimisverklaring.

  • 4.

    De aanvraag en de bijbehorende bijlagen worden zoveel mogelijk op een voor openbaarmaking geschikte manier, en op een voor publiek toegankelijke wijze, opgesteld.

  • 5.

    De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgesteld digitaal aanvraagformulier.

 

Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden

 

Artikel 3:1 Weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de ASV kan het college de subsidie weigeren als:

  • a. de aanvrager niet beschikt over toestemming en de relevante vergunningen voor uitvoeren van de activiteit in het gebied;

    b. de aanvrager onvoldoende heeft aangetoond dat de activiteiten veilig uitgevoerd kunnen worden;

    c. de activiteiten niet bijdragen aan innovaties binnen de schaal 4 tot en met 8 van het TRL; of

    d. de aanvraag niet tijdig is ingediend.

 

Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling

 

Artikel 4:1 Verplichtingen

Onverminderd de artikelen 12 en 13 van de ASV, geldt voor de subsidieontvanger de verplichting dat deze gedurende de subsidieperiode in het bezit is van toestemming en eventuele vergunningen die relevant zijn voor het uitvoeren van de activiteit.

 

Artikel 4:2 Bevoorschotting

Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze: 90% van de verleende subsidie in één keer.

 

Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf

 

Artikel 5:1 Wijze van verantwoorden

  • 1.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV; en

    c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Bij verantwoording door een rechtspersoon wordt hiervoor een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde model.

  • 2.

    Het inhoudelijk verslag bevat onverminderd artikel 17, vierde lid, van de ASV aanvullend:

    a. de resultaten van het testen, demonsteren en valideren of valoriseren van innovaties en foto’s hiervan;

    b. beschrijving van de vervolgstappen en mogelijkheden voor opschaling naar hogere TLR of het op de markt brengen van de innovatie;

    c. een evaluatie met daarin tenminste opgenomen wat goed is verlopen en mogelijke verbeterpunten;

    d. beschrijving van de samenwerking met samenwerkingspartners;

    e. indien een communicatieparagraaf onderdeel is van de aanvraag, een overzicht van de communicatie en kennisdeling die heeft plaatsgevonden rondom de uitgevoerde activiteit.

 

Hoofdstuk 6 Overige bepalingen

 

Artikel 6:1 Evaluatie

Het college evalueert deze subsidieregeling twee jaar na inwerkintreding van de subsidie.

 

Artikel 6:2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2028.

 

Artikel 6:3 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling MKB-innovaties voor de blauwe economie Den Haag 2025.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1:1 Begripsbepalingen

 

innovaties

Onder mariene ecologie wordt verstaan: het geheel van fysieke, chemische en biologische omstandigheden en processen in het zeegebied dat door menselijke interventies wordt beïnvloed, waarbij de innovatie is gericht op toepassing, herstel of functionele versterking van mariene ecosystemen. Fundamenteel ecologisch of diergericht onderzoek zonder technologische of toepassingsgerichte component valt buiten deze definitie.

 

toestemming

Voor het uitvoeren van activiteiten in onder andere het havengebied, aan de kust en op territoriale wateren is toestemming nodig van de bevoegde autoriteit. Afhankelijk van het gebied zijn aan het verkrijgen van toestemming, evenals aan het uitvoeren van de activiteit voorwaarden verbonden. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet deze toestemming van de bevoegde autoriteit verkregen zijn. Het Smart Shipping Loket van Rijkswaterstaat kan ondersteunen bij het verkrijgen van meer informatie over deze toestemming.

 

veiligheid

Met de fysieke en digitale veiligheid van de onderzeese infrastructuur wordt bijvoorbeeld verstaan:

  • - de fysieke en digitale veiligheid van de onderzeese infrastructuur; zoals data- en elektriciteitskabels en olie- en gasleidingen; of

    - andere offshore assets als windparken. Als ook de fysieke veiligheid op zee, zoals drenkelingendetectie en toepassingen ter voorkoming van aanvaringen; of

    - de veiligheid van het havengebied met betrekking tot ondermijning.

 

Bijlage 1: Kaart havengebied van Scheveningen

het havengebied van Scheveningen in Den Haag staat op onderstaande afbeelding aangeduid.

 

Bijlage 2: Afbakening Proeftuin op de Noordzee

De Proeftuin op de Noordzee betreft een gebied van 10x10 zeemijl voor de kust van Scheveningen. Onderstaande afbeelding betreft een afbakening van dit gebied.

 

Den Haag, 15 juli 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

Naar boven