Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem en de burgemeester van de gemeente Kaag en Braassem, elk voor zover het ieders bevoegdheid betreft;
Overwegende dat:
- -
toezicht en handhaving essentieel zijn om signalen van ondermijning en malafide bedrijvigheid tijdig te herkennen en daarop bestuurlijk te kunnen interveniëren;
- -
de effectiviteit en doelmatigheid van handhaving wordt vergroot door samenwerking binnen het Bestuurlijk Controleteam District G (hierna: BCT), waarin toezichthouders van de deelnemende gemeenten gezamenlijk integrale controles uitvoeren;
- -
het BCT, anders dan het HEIT, primair is ingericht voor signaaltoezicht: thema- en signaalgestuurd toezicht en bestuurlijke verkenningen in kwetsbare gebieden en branches, gericht op vroegtijdige signalering en bestuurlijke opvolging binnen het lokale handhavingsbeleid;
- -
het BCT bij optreden onder de Omgevingswet uitsluitend toeziet op naleving van het omgevingsplan (planologisch gebruik en activiteiten) en bouwkundig en technisch toezicht uitdrukkelijk buiten de opdracht van de BCT-toezichthouders valt, ter voorkoming van overlap met het bevoegd gezag en andere toezichthoudende instanties;
- -
de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Gouda, Zuidplas en Kaag en Braassem daartoe afspraken hebben vastgelegd in het ‘Convenant Bestuurlijk Controle Team District G (pilot 2025-2026)’;
- -
toezichthouders uitsluitend binnen het grondgebied van de gemeente Kaag en Braassem kunnen optreden indien zij door de gemeente Kaag en Braassem zijn aangewezen als toezichthouder in de zin van titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
- -
voor een effectieve uitvoering van de BCT-controles noodzakelijk is dat de binnen het BCT optredende toezichthouders formeel bevoegd zijn binnen de gemeente Kaag en Braassem;
- -
door aanwijzing van toezichthouders toezicht als handhavingsinstrument doelmatig kan worden ingezet en uitvoering wordt gegeven aan het lokale handhavingsbeleid;
- -
de gegevensverwerking en geheimhouding in het kader van de BCT-controles zijn geborgd in het genoemde convenant.
Gelet op:
- artikel 4:2, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012 (APV);
- artikel 5:11 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;
- artikel 18.6, lid 1 van de Omgevingswet;
- artikel 6.2, lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012;
- artikel 33, lid 1 van de Huisvestingswet 2014;
- artikel 93, lid 1 en lid 2 van de Woningwet;
- artikel 11 van de Verordening Winkeltijden Kaag en Braassem 2013;
- artikel 34, lid 2 van de Wet op de kansspelen;
- artikel 4.2 van de Wet basisregistratie personen;
- artikel 76a van de Participatiewet.
Besluiten: