Gemeenteblad van Oldambt
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oldambt | Gemeenteblad 2025, 536626 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oldambt | Gemeenteblad 2025, 536626 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Oldambt
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt,
de Algemene subsidieverordening gemeente Oldambt;
de Wet op het primair onderwijs;
het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
de bestuurlijke afspraken ‘Een aanbod voor alle peuters’
de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorzieningen peuters;
de decentralisatie-uitkering Gemeentelijke Onderwijs Achterstanden Budget.
Peuteropvang (financieel) toegankelijk moet zijn zodat kinderen gelijke ontwikkelmogelijkheden worden geboden, ongeacht of hun ouders werken of niet;
Voorschoolse educatie (financieel) toegankelijk moet zijn voor peuters met (een risico op) een onderwijsachterstand, zodat ieder kind en succesvolle schoolloopbaan kan doorlopen;
De Wet op het primair onderwijs de opdracht geeft om regels vast te stellen over de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatie;
Sinds 1 januari 2022 het een wettelijke verplichting is voor gemeenten om de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo-niveau in de voorschoolse educatie te faciliteren:
vast te stellen de ‘Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Oldambt’
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint in een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang, opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang, zoals bedoeld in de Wet kinderopvang;
VE: Voorschoolse Educatie: op kinderopvanglocaties worden, aan de hand van een specifieke methodiek, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten aangeboden voor peuters met een (risico op een) onderwijsachterstand ter voorkoming of ondersteuning van onderwijsachterstand bij de start van het basisonderwijs, het gaat hierbij om een horizontaal moment voor peuters van 2,5-4 jaar;
Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening
De Algemene Subsidieverordening gemeente Oldambt is van toepassing, tenzij daar in deze subsidieregeling nadrukkelijk van wordt afgeweken.
Hoofdstuk 2 Activiteiten, aanvraag en criteria
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend door kinderopvangorganisaties die voldoen aan de volgende criteria:
De aanvrager is ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRK) en voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Wet kinderopvang en daaruit voortvloeiende regelgeving, met een aantekening voor VE in het geval van een aanvraag hiervoor; daar bovenop voldoet de aanvrager aan het door de gemeente Oldambt vastgestelde kwaliteitskader (bijlage 1);
De aanvrager factureert en int de ouderbijdrage conform de VNG-tabel. De aanvrager is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage en draagt het bijbehorende risico van dubieuze debiteuren. Ouders zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen in hun inkomen en daarmee wijzigingen in de inkomensafhankelijke ouderbijdrage, de aanvrager wijst ouders hierop;
Aanvullend dient de aanvrager bij de aanvraag om de subsidie instandhouding peuteropvang in kleine kernen, artikel 5, derde lid, per kleine kern, i.c. peuteropvangvoorziening, een toelichting op het tekort en een plan van aanpak met de inspanningen het tekort zoveel mogelijk te beperken aan te leveren.
Artikel 9 Subsidiecriteria per activiteit
Ouders kunnen aantoonbaar geen of onvoldoende (minder dan 320 uur per kalenderjaar) aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. Waarbij de kinderopvangtoeslag voorliggend is en het totaalaantal maximale uren (320 uur per kalenderjaar) waarvoor subsidie wordt gegeven verminderd wordt met het aantal uren dat ouders aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag;
De grondslag voor het ontvangen van subsidie voor voorschoolse educatie is het aantal verwachte doelgroeppeuters vermenigvuldigd met het aantal uren voorschoolse educatie dat zij hebben afgenomen vermenigvuldigd met het (maximum) uurtarief. Vervolgens wordt de kinderopvangtoeslag of het bedrag van de gemeentelijke regeling op grond van artikel 5, eerste lid, en de eigen bijdrage van ouders in mindering gebracht;
Doelgroeppeuters kunnen in de leeftijdsperiode van 2,5 tot 4 jaar maximaal 960 uur gebruik maken van voorschoolse educatie. Waarbij ouders voor de eerste 480 uur een inkomensafhankelijke ouderbijdrage moeten betalen. De overige uren worden door de gemeente aan de kinderopvangorganisatie betaald: voor ten hoogste het maximum uurtarief dagopvang gesteld door de Belastingdienst;
Om tegemoet te komen aan de hogere kosten voor voorschoolse educatie wordt voor elke peuter die gebruik maakt van peuteropvang met VE-kwaliteit boven op het normtarief de VVE-kostprijs gesubsidieerd voor het aantal uren waar de peuter gebruik van maakt. Zo kan er (kwalitatief) aanbod van VE worden gerealiseerd. Door te werken met gemengde groepen wordt ook segregatie tegengegaan en integratie bevorderd;
In de subsidieaanvraag kan voor personeel van de peuteropvang en kinderdagverblijven een post worden opgenomen voor personeel tijdens de VVE-thuis bijeenkomsten. Hierbij gaat het om maximaal 6 uur per bijeenkomst. Voor deelname aan deskundigheidsbevordering kunnen ook kosten worden begroot, voor maximaal één bijeenkomst per jaar.
Wanneer aan een van beide criteria wordt voldaan, kan de kinderopvangorganisatie een extra pedagogisch medewerker inzetten voor maximaal 8 uur per week, 40 weken per jaar. De pedagogisch medewerker kan flexibel worden ingezet om de kwaliteit van de begeleiding en ontwikkeling van de peuters te verbeteren.
Hoofdstuk 3 Kosten en wijze van verdeling
Artikel 10 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, eerste en tweede lid
Artikel 11 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, derde lid
Voor een locatie met een halve groep kan maximaal aangevraagd worden: het verschil tussen de exploitatiekosten van de desbetreffende voorziening vanaf 6 geplaatste peuters (gemiddeld over het kalenderjaar van de subsidieaanvraag) en een sluitende begroting. Indien deze peuteropvangvoorziening structureel boven de 8 peuters komt, vindt nader overleg met de gemeente plaats. Dit overleg kan leiden tot aanpassing van de aanvullende subsidie.
Artikel 12 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, vierde lid
De aanbieder vraagt per locatie een subsidie aan. Voor het inzetten van (vervanging van) personeel tijdens de VVE-thuis bijeenkomsten is de maximale subsidie 6 uur per bijeenkomst. Dit bedrag wordt berekend door het aantal uren te vermenigvuldigen met het uurtarief van de pedagogisch medewerker volgens de Cao kinderopvang, schaal 6, laatste trede per 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dit tarief wordt verhoogd met 33% werkgeverslasten.
Artikel 13 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, vijfde lid
De aanbieder vraagt per locatie een subsidie aan. Voor het inzetten van een extra pedagogisch medewerker is de maximale subsidie 8 uur per week voor het benodigde aantal weken (max. 40 weken per jaar). Dit bedrag wordt berekend door het aantal uren te vermenigvuldigen met het uurtarief van de pedagogisch medewerker volgens de Cao kinderopvang, schaal 6, laatste trede per 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dit tarief wordt verhoogd met 33% werkgeverslasten..
Artikel 18 Verantwoording en subsidievaststelling
Verantwoording vindt per kwartaal plaats en afrekening vindt aan het einde van het jaar plaats door middel van de Peutermonitor. De houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend tenminste de volgende informatie aan via deze monitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, kinderopvangtoeslag ja/nee, inkomen ouders bij niet-KOT, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, startdatum peuteropvang, verwachte einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod.
De aanvrager dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk vóór 1 maart, na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, aan te leveren. In de jaarlijkse kwalitatieve verantwoording wordt ingegaan op de voortgang van de activiteiten en inspanningen die in het (pedagogisch educatief) plan van het betreffende jaar zijn beschreven conform het kwaliteitskader.
In afwijking van het gestelde in artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening, hoeft er bij de verantwoording van een subsidie van meer dan € 50.000 geen accountantsverklaring te worden meegestuurd omdat de jaarverantwoording door middel van de Peutermonitor plaatsvindt, zoals genoemd in artikel 18 lid 1.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-536626.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.