Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Oldambt

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt,

 

gelet op:

de Algemene subsidieverordening gemeente Oldambt;

de Wet kinderopvang;

de Wet op het primair onderwijs;

het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

de bestuurlijke afspraken ‘Een aanbod voor alle peuters’

de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorzieningen peuters;

de decentralisatie-uitkering Gemeentelijke Onderwijs Achterstanden Budget.

 

overwegende dat:

Peuteropvang (financieel) toegankelijk moet zijn zodat kinderen gelijke ontwikkelmogelijkheden worden geboden, ongeacht of hun ouders werken of niet;

Voorschoolse educatie (financieel) toegankelijk moet zijn voor peuters met (een risico op) een onderwijsachterstand, zodat ieder kind en succesvolle schoolloopbaan kan doorlopen;

De Wet op het primair onderwijs de opdracht geeft om regels vast te stellen over de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatie;

Sinds 1 januari 2022 het een wettelijke verplichting is voor gemeenten om de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo-niveau in de voorschoolse educatie te faciliteren:

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen de ‘Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Oldambt

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt;

  • b.

    Doelgroeppeuter: peuters die, door een jeugdarts/- jeugdverpleegkundige van de GGD vastgesteld, (risico op een) onderwijsachterstand hebben, waarvoor een VE-indicatie wordt afgegeven;

  • c.

    Inkomensafhankelijke ouderbijdrage: het bedrag dat ouders als eigen bedrage verschuldigd zijn voor peuteropvang, gebaseerd op de hoogte van het inkomen van de ouders;

  • d.

    Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint in een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang, opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang, zoals bedoeld in de Wet kinderopvang;

  • e.

    Kinderopvangorganisatie; organisatie dat kinderopvang verzorgt;

  • f.

    Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming voor ouders in de kosten van kinderopvang, onder voorwaarde dat ouder(s) werken, een traject naar werk, opleiding of inburgeringscursus volgen;

  • g.

    Kinderopvangtoeslagtabel: een overzicht van de Belastingdienst met de percentages van de kinderopvangtoeslag, gebaseerd op toetsinkomen, waarin staat hoe hoog de inkomens-afhankelijke bijdrage van ouders aan de kinderopvang is;

  • h.

    Kleine kern: dorp met minder dan 2000 inwoners;

  • i.

    Landelijk Register Kinderopvang: het landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet Kinderopvang;

  • j.

    Onderwijsachterstanden: kinderen die onder invloed van omgevingskenmerken het risico lopen om minder goed te presteren op school in vergelijking met kinderen met hetzelfde leerpotentieel, maar dan zonder die kenmerken;

  • k.

    Pedagogisch beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie: de HBO-coach/ beleidsmedewerker op de VE-groep zoals bedoeld in artikel 2a van het Besluit Basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

  • l.

    Peuteropvang: kinderopvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar;

  • m.

    Uurtarief kinderopvang (normtarief): het bedrag dat als maximum uurprijs voor dagopvang is opgenomen in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvang;

  • n.

    VE: Voorschoolse Educatie: op kinderopvanglocaties worden, aan de hand van een specifieke methodiek, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten aangeboden voor peuters met een (risico op een) onderwijsachterstand ter voorkoming of ondersteuning van onderwijsachterstand bij de start van het basisonderwijs, het gaat hierbij om een horizontaal moment voor peuters van 2,5-4 jaar;

  • o.

    VNG-tabel: de VNG-Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang dat gebruikt kan worden om voor de gesubsidieerde peuteropvang een inkomensafhankelijke tariefstelling vast te stellen;

  • p.

    VVE-Thuis: een aanvullend gezinsprogramma voor kinderen met als doel om de onderwijskansen van de kinderen te vergroten.

  • q.

    Zware groep: een groep van maximaal 16 peuters met meer dan 50% doelgroeppeuters, of een groep waar het aandeel doelgroeppeuters leidt tot onevenredige (gedrags)problematiek. Dit wordt vastgesteld door het ondersteuningsteam.

Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening

De Algemene Subsidieverordening gemeente Oldambt is van toepassing, tenzij daar in deze subsidieregeling nadrukkelijk van wordt afgeweken.

Artikel 3 Doelstellingen

  • 1.

    Het bieden van een toereikend en financieel toegankelijk aanbod aan peuteropvang voor kinderen van ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;

  • 2.

    Het bieden van voldoende (in aantal en spreiding) aanbod aan voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters;

  • 3.

    Het bevorderen van de kwaliteit van de voorschoolse educatie;

  • 4.

    Het bieden van activiteiten thuis aan ouders van doelgroeppeuters om de onderwijskansen van de kinderen te vergroten.

Artikel 4 Doelgroepen

  • 1.

    Peuters vanaf 2 jaar waarvan ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag

  • 2.

    Peuters vanaf 2,5 jaar waarvan, door een jeugdarts/-verpleegkundige, is vastgesteld dat zij een (risico op een) onderwijsachterstand hebben komen in aanmerking voor voorschoolse educatie (VE).

  • 3.

    Peuteropvangvoorzieningen in de kleine kernen.

  • 4.

    Ouders van kinderen tussen 2 en 6 jaar met een VE-indicatie, die vallen onder de doelgroep van de methodiek VVE-Thuis.

  • 5.

    Een kind, zoals bedoeld in de voorgaande leden, mag gebruik maken van peuteropvang en/of voorschoolse educatie tot 4 jaar en/of plaatsing binnen het basisonderwijs.

Hoofdstuk 2 Activiteiten, aanvraag en criteria

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:

  • 1.

    Het aanbieden van peuteropvang voor peuters vanaf 2 jaar, gericht op de ontwikkeling van een kind, waarvan ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;

  • 2.

    Het aanbieden van Voorschoolse Educatie (VE);

  • 3.

    Het openhouden van onrendabele peuteropvangvoorzieningen in de kleine kernen;

  • 4.

    Het aanbieden van een VVE-Thuis programma

  • 5.

    Ondersteuning van zware groepen

Artikel 6 De aanvrager

Een subsidieaanvraag kan worden ingediend door kinderopvangorganisaties die voldoen aan de volgende criteria:

  • a.

    De aanvrager is ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRK) en voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Wet kinderopvang en daaruit voortvloeiende regelgeving, met een aantekening voor VE in het geval van een aanvraag hiervoor; daar bovenop voldoet de aanvrager aan het door de gemeente Oldambt vastgestelde kwaliteitskader (bijlage 1);

  • b.

    De opvanglocatie is gevestigd in de gemeente Oldambt;

  • c.

    De peuter die gebruik maakt van de peuteropvang en/of de voorschoolse educatie is woonachtig in de gemeente Oldambt;

  • d.

    De aanvrager communiceert het aanbod van de gemeente richting alle (toekomstige) ouders, onder andere op haar website;

  • e.

    De aanvrager factureert en int de ouderbijdrage conform de VNG-tabel. De aanvrager is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage en draagt het bijbehorende risico van dubieuze debiteuren. Ouders zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen in hun inkomen en daarmee wijzigingen in de inkomensafhankelijke ouderbijdrage, de aanvrager wijst ouders hierop;

  • f.

    De aanvrager heeft een positief oordeel (groen) van de Inspectie in het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd;

  • g.

    De aanvrager in de kleine kernen voldoen aan dezelfde voorwaarden als peuteropvangvoorzieningen in de andere kernen met uitzondering van de verplichting om 8 uur aanvullend aanbod aan te bieden;

  • h.

    De aanvrager sluit aan bij het LEA-overleg, met een aantekening voor VE in het geval van een aanvraag hiervoor; daar bovenop sluit de aanvrager aan bij de VVE-werkgroep.

Artikel 7 De aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend aan de hand van een vastgesteld aanvraagformulier dat volledig moet worden ingevuld.

  • 2.

    Aanvullend dient de aanvrager bij de aanvraag om de subsidie instandhouding peuteropvang in kleine kernen, artikel 5, derde lid, per kleine kern, i.c. peuteropvangvoorziening, een toelichting op het tekort en een plan van aanpak met de inspanningen het tekort zoveel mogelijk te beperken aan te leveren.

  • 3.

    Aanvullend dient de aanvrager bij de aanvraag voor de subsidie VVE-Thuis een toelichting op de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een ouderanalyse per locatie aan te leveren.

Artikel 8 Aanvraagtermijn

  • 1.

    De aanvrager kan tot uiterlijk 1 oktober subsidie aanvragen voor peuteropvang en voorschoolse educatie en instandhouding peuteropvang kleine kernen voor het komend kalenderjaar.

  • 2.

    Subsidieaanvragen voor VVE thuis kunnen het hele jaar worden ingediend.

  • 3.

    Subsidieaanvragen voorschoolse educatie kunnen gedurende het hele kalenderjaar worden ingediend, wanneer er sprake is van een nieuwe inschrijving in het LRK of een wijziging hiervan.

Artikel 9 Subsidiecriteria per activiteit

  • 1.

    Voor de activiteit zoals beschreven in artikel 5, eerste lid gelden de volgende subsidiecriteria:

  • a.

    Ouders kunnen aantoonbaar geen of onvoldoende (minder dan 320 uur per kalenderjaar) aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. Waarbij de kinderopvangtoeslag voorliggend is en het totaalaantal maximale uren (320 uur per kalenderjaar) waarvoor subsidie wordt gegeven verminderd wordt met het aantal uren dat ouders aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag;

  • b.

    Voor peuteropvang geldt een subsidiabel totaalaantal maximale uren van 320 uur per kind per kalenderjaar (of naar rato);

  • c.

    Ouders betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor peuteropvang conform de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang;

  • 2.

    Voor de activiteit zoals beschreven in artikel 5, tweede lid gelden de volgende subsidiecriteria:

  • a.

    De uitvoering van voorschoolse educatie (VE) vindt plaats op één of meer plaatsen in de gemeente Oldambt;

  • b.

    De grondslag voor het ontvangen van subsidie voor voorschoolse educatie is het aantal verwachte doelgroeppeuters vermenigvuldigd met het aantal uren voorschoolse educatie dat zij hebben afgenomen vermenigvuldigd met het (maximum) uurtarief. Vervolgens wordt de kinderopvangtoeslag of het bedrag van de gemeentelijke regeling op grond van artikel 5, eerste lid, en de eigen bijdrage van ouders in mindering gebracht;

  • c.

    Doelgroeppeuters kunnen in de leeftijdsperiode van 2,5 tot 4 jaar maximaal 960 uur gebruik maken van voorschoolse educatie. Waarbij ouders voor de eerste 480 uur een inkomensafhankelijke ouderbijdrage moeten betalen. De overige uren worden door de gemeente aan de kinderopvangorganisatie betaald: voor ten hoogste het maximum uurtarief dagopvang gesteld door de Belastingdienst;

  • d.

    Om tegemoet te komen aan de hogere kosten voor voorschoolse educatie wordt voor elke peuter die gebruik maakt van peuteropvang met VE-kwaliteit boven op het normtarief de VVE-kostprijs gesubsidieerd voor het aantal uren waar de peuter gebruik van maakt. Zo kan er (kwalitatief) aanbod van VE worden gerealiseerd. Door te werken met gemengde groepen wordt ook segregatie tegengegaan en integratie bevorderd;

  • e.

    De inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de voorschoolse educatie van 10 uur per doelgroeppeuter, per locatie, per jaar, die op 1 januari van het kalenderjaar van de subsidieverlening ingeschreven staat. Gebaseerd op de cao-kinderopvang, max. schaal 9 (Beleids- of stafmedewerker B).

  • 3.

    Voor de activiteit zoals beschreven in artikel 5, derde lid gelden de volgende subsidiecriteria:

  • a.

    De subsidie dient als tegemoetkoming in de kosten bij onrendabele (op basis van de gehanteerde kostprijs) peuteropvangvoorzieningen in de kleine kernen met als doel deze open te kunnen houden;

  • b.

    Er treedt geen oneerlijke concurrentie alsmede marktverstorende werking op met toekenning van de subsidie.

  • 4.

    Voor de activiteit zoals beschreven in artikel 5, vierde lid gelden de volgende subsidiecriteria:

  • a.

    Het VVE-Thuis programma is gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van het kind, met het accent op het vergroten van de woordenschat;

  • b.

    Het VVE-Thuis programma is gericht op het bevorderen van een ondersteunend en stimulerend gezinsklimaat;

  • c.

    De subsidie wordt besteed aan de aanschaf van:

  • Themaboekjes voor alle deelnemende gezinnen;

  • Werkmaterialen voor nieuwe deelnemende gezinnen;

  • Materiaal ter ondersteuning van de themabijeenkomsten voor de locatie;

  • PR-materiaal, bedoeld voor ouders om hen te informeren over VVE-thuis.

  • d.

    In de subsidieaanvraag kan voor personeel van de peuteropvang en kinderdagverblijven een post worden opgenomen voor personeel tijdens de VVE-thuis bijeenkomsten. Hierbij gaat het om maximaal 6 uur per bijeenkomst. Voor deelname aan deskundigheidsbevordering kunnen ook kosten worden begroot, voor maximaal één bijeenkomst per jaar.

  • 5.

    Voor de activiteit zoals beschreven in artikel 5, vijfde lid gelden de volgende subsidiecriteria:

  • a.

    Op de groep is het aandeel doelgroeppeuters 50% of meer

  • b.

    Uit de aanvraag blijkt dat het aandeel doelgroeppeuters leidt tot onevenredige (gedrags)problematiek. Dit is vastgesteld door het ondersteuningsteam.

  • c.

    Wanneer aan een van beide criteria wordt voldaan, kan de kinderopvangorganisatie een extra pedagogisch medewerker inzetten voor maximaal 8 uur per week, 40 weken per jaar. De pedagogisch medewerker kan flexibel worden ingezet om de kwaliteit van de begeleiding en ontwikkeling van de peuters te verbeteren.

Hoofdstuk 3 Kosten en wijze van verdeling

Artikel 10 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, eerste en tweede lid

  • 1.

    De gehanteerde maximale uurprijs is conform de maximale uurprijs dagopvang van de belastingdienst van dat kalenderjaar.

  • 2.

    De te verlenen en vast te stellen subsidie per uur is nooit hoger dan het bij de aanvraag voor het kalenderjaar opgegeven en voor overige ouders gehanteerde uurtarief.

  • 3.

    Het college stelt jaarlijks een VVE-kostprijs vast voor voorschoolse educatie. In deze VVE-kostprijs is opgenomen: de hogere exploitatiekosten voor voorschoolse educatie en de aanvullende gemeentelijke eisen van de gemeente opgenomen in het kwaliteitskader van de gemeente Oldambt.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks de bijdrage voor de inzet van een pedagogische beleidsmedewerker in de VE vast.

  • 5.

    Het gehanteerde maximale uurtarief is conform de maximale uurprijs dagopvang van de belastingdienst van dat kalenderjaar. Als een kinderopvangorganisatie een uurtarief hanteert die lager is dan de maximale uurprijs dagopvang, dan wordt niet meer vergoed dan de gevraagde uurprijs.

  • 6.

    Voor de uitvoering van het kwaliteitskader VVE wordt per kalenderjaar een aanvullend bedrag verstrekt:

  • a.

    Per VE-aanbieder: € 1.500;

  • b.

    Per VE-lokaal: € 1.000;

  • c.

    Als een lokaal gedurende het kalenderjaar open of sluit, wordt de hoogte van de subsidie per VE-lokaal naar rato vastgesteld.

Artikel 11 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, derde lid

  • 1.

    De aanvrager stemt met de gemeente Oldambt af of de peuteropvanglocatie een aanbod heeft voor maximaal een halve groep (8 kindplaatsen) of 1 hele groep (16 kindplaatsen). De aanvrager vraagt per locatie een aanvullende subsidie aan.

  • 2.

    Voor een locatie met een halve groep kan maximaal aangevraagd worden: het verschil tussen de exploitatiekosten van de desbetreffende voorziening vanaf 6 geplaatste peuters (gemiddeld over het kalenderjaar van de subsidieaanvraag) en een sluitende begroting. Indien deze peuteropvangvoorziening structureel boven de 8 peuters komt, vindt nader overleg met de gemeente plaats. Dit overleg kan leiden tot aanpassing van de aanvullende subsidie.

  • 3.

    Voor een locatie met een hele groep kan maximaal aangevraagd worden: het verschil tussen de exploitatiekosten van de desbetreffende peuteropvangvoorziening vanaf 12 geplaatste peuters (gemiddeld over het kalenderjaar van de subsidieaanvraag) en een sluitende begroting.

  • 4.

    Op basis van de aanvragen stelt de gemeente een maximaal aanvullend subsidiebedrag vast voor de locaties met een halve groep en een maximaal aanvullend subsidiebedrag voor locaties met een hele groep.

Artikel 12 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, vierde lid

De aanbieder vraagt per locatie een subsidie aan. Voor het inzetten van (vervanging van) personeel tijdens de VVE-thuis bijeenkomsten is de maximale subsidie 6 uur per bijeenkomst. Dit bedrag wordt berekend door het aantal uren te vermenigvuldigen met het uurtarief van de pedagogisch medewerker volgens de Cao kinderopvang, schaal 6, laatste trede per 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dit tarief wordt verhoogd met 33% werkgeverslasten.

Artikel 13 Hoogte van de subsidie voor activiteiten artikel 5, vijfde lid

De aanbieder vraagt per locatie een subsidie aan. Voor het inzetten van een extra pedagogisch medewerker is de maximale subsidie 8 uur per week voor het benodigde aantal weken (max. 40 weken per jaar). Dit bedrag wordt berekend door het aantal uren te vermenigvuldigen met het uurtarief van de pedagogisch medewerker volgens de Cao kinderopvang, schaal 6, laatste trede per 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dit tarief wordt verhoogd met 33% werkgeverslasten..

Artikel 14 Subsidieplafond voor activiteiten artikel 5, derde lid

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast. Het subsidiebedrag per opvanglocatie in een kleine kern wordt verleend op basis van een gespecificeerde subsidieaanvraag.

  • 2.

    Indien het subsidieplafond niet toereikend is, wordt een volgorde van meest naar minst onrendabel toegepast. Dit blijkt uit de aangeleverde begroting.

Artikel 15 Subsidieplafond voor activiteiten artikel 5, vierde lid

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast. Het subsidiebedrag per locatie wordt verleend op basis van een gespecificeerde subsidieaanvraag.

  • 2.

    Indien het subsidieplafond niet toereikend is, wordt een volgorde gehanteerd op basis van het aantal (verwachte) doelgroeppeuters, waarbij een hoger aantal voorrang heeft op een lager aantal.

Hoofdstuk 4 Besluitvorming

Artikel 16 Subsidieverlening

  • 1.

    Het college besluit uiterlijk binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Subsidie wordt verstrekt per kalenderjaar.

Artikel 17 Weigeringsgronden

  • 1.

    De weigeringsgronden uit de Algemene subsidieverordening gemeente Oldambt zijn van toepassing.

  • 2.

    Onverminderd de weigeringsgronden uit het eerste lid kan het college weigeren subsidie te verlenen voor de instandhouding van peuteropvang in kleine kernen als:

  • a.

    De bezetting van een voorziening in een kleine kern gemiddeld minder dan 6 geplaatste peuters over het voorgaande kalenderjaar van de subsidieaanvraag is;

  • b.

    In het jaar dat de subsidieaanvraag wordt gedaan een andere LRK-geregistreerde kinderopvangaanbieder peuteropvang aanbiedt in de desbetreffende kleine kern;

  • c.

    Niet is voldaan aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 9 Subsidiecriteria per activiteit.

  • d.

    Er geen toelichting is verschaft over de oorzaken van het financieel tekort en de mogelijke maatregelen die zijn genomen om het tekort te beperken.

Artikel 18 Verantwoording en subsidievaststelling

  • 1.

    De vaststelling van de subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie wordt gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerd aantal uren per jaar en per type activiteit. Hiervoor levert de gemeente een format aan.

  • 2.

    Verantwoording vindt per kwartaal plaats en afrekening vindt aan het einde van het jaar plaats door middel van de Peutermonitor. De houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend tenminste de volgende informatie aan via deze monitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, kinderopvangtoeslag ja/nee, inkomen ouders bij niet-KOT, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, startdatum peuteropvang, verwachte einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod.

  • 3.

    De aanvrager dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk vóór 1 maart, na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, aan te leveren. In de jaarlijkse kwalitatieve verantwoording wordt ingegaan op de voortgang van de activiteiten en inspanningen die in het (pedagogisch educatief) plan van het betreffende jaar zijn beschreven conform het kwaliteitskader.

  • 4.

    In afwijking van het gestelde in artikel 17 van de Algemene Subsidieverordening, hoeft er bij de verantwoording van een subsidie van meer dan € 50.000 geen accountantsverklaring te worden meegestuurd omdat de jaarverantwoording door middel van de Peutermonitor plaatsvindt, zoals genoemd in artikel 18 lid 1.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen in deze subsidieregeling is bepaald, indien toepassing van dit artikel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 20 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na die van publicatie.

  • 2.

    Deze regeling kan worden aangehaald als: Subsidieregeling Peutersubsidie en Voorschoolse educatie gemeente Oldambt.

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt d.d. 2 december 2025

De secretaris, De burgemeester,

Berlinda Aukema Cora-Yfke Sikkema

Naar boven