Gemeenteblad van Bloemendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bloemendaal | Gemeenteblad 2025, 536254 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bloemendaal | Gemeenteblad 2025, 536254 | beleidsregel |
Nota Reserves en Voorzieningen 2025 gemeente Bloemendaal
Op basis van de weergave in deze nota en de daarin opgenomen adviezen voor iedere afzonderlijke reserve en/of voorziening, wordt de gemeenteraad voorgesteld overeenkomstig te besluiten:
9 reserves te handhaven, 4 reserves op te heffen, te weten de Algemene reserve afbouw schulden, de bestemmingsreserves Energiebesparing, Gemeentelijk bomenfonds en Explosievenopruiming en één Algemene Reserve Onderwijshuisvesting in te stellen.
12 voorzieningen te handhaven en 1 voorziening op te heffen, te weten de Voorziening onderhoud bruggen/steigers.
Voor een nadere toelichting op vorengenoemd advies per reserve en voorziening wordt u verwezen naar de betreffende hoofdstukken in deze nota.
Op basis van de werkelijke stand per 1 januari 2025 resulteert er bij instemming met de voorstellen uit deze nota een vrijval aan reservegelden van € 19.071.920. Voorgesteld wordt deze gelden toe te voegen aan de Flexibele algemene reserve.
Daarnaast heeft instemming met de voorstellen een vrijval van voorzieninggelden van € 275.400 tot gevolg, hetgeen een eenmalige bate oplevert in het exploitatieresultaat van 2025.
De laatst vastgestelde nota Reserves en Voorzieningen van Bloemendaal is van 2017. Naar aanleiding van besluitvorming uit de jaren daarna, gewijzigde wetgeving en geformuleerde uitgangspunten in meerdere door de gemeenteraad vastgestelde financiële nota’s zijn de reserves en voorzieningen geactualiseerd. Het resultaat hiervan wordt u in deze nota Reserves en Voorzieningen 2025 ter vaststelling aangeboden.
Voor u als algemeen bestuur van de gemeente is een helder inzicht in noodzaak, ontwikkelingen en het verloop van reserves en voorzieningen belangrijk. Het is een onmisbare schakel in het te voeren beleid voor nu en in de toekomst.
De nota omvat een herijking van de reserves en voorzieningen. Het totaal van de reserves bedraagt ca. € 46 miljoen. Daarmee komt Bloemendaal op een solvabiliteitsratio van circa 53% van het balanstotaal. Dat is ruim boven het landelijk gemiddelde van 40%. Een solvabiliteitsratio van meer dan 50% wordt door de provinciaal toezichthouders als “goed” of “minst risicovol” bestempeld.
Informatievereisten voor het instellen van reserves en voorzieningen
Teveel afzonderlijke reserves kunnen ertoe leiden dat grote gedeelten van de begroting min of meer automatisch verrekend worden met een daaraan gekoppelde reserve. Dat kan ten koste gaan van de integrale afweging die ten principale bij de gemeenteraad hoort te liggen. Dat is reden om weloverwogen om te gaan met het instellen van reserves (en voorzieningen). Ten opzichte van de nota uit 2017 is daarom in deze nota expliciet een aantal informatievereisten opgenomen voor het instellen van een reserve (en voorziening). Dit om te waarborgen dat de raad bij het instellen van een reserve voldoende informatie heeft om een afweging te maken om al dan niet te besluiten tot het instellen van een reserve.
Deze informatievereisten zijn ook opgenomen voor het instellen van een voorziening, hoewel een voorziening de facto een ander karakter heeft. Bij het instellen van een voorziening gaat het om het inschatten van een verwacht verlies of een risico waarvan de omvang nog onzeker is, maar wel redelijkerwijs in te schatten is. Bij het instellen van een voorziening is de accountant veel nadrukkelijker betrokken. Dat geldt ook voor de beoordeling van de vraag of een voorziening kan vrijvallen. Dit in tegenstelling tot het wijzigen van de bestemming van een reserve, wat primair de uitkomst is van een politieke afweging.
Om weloverwogen het solvabiliteitspercentage te verhogen en de schuldpositie daarmee af te bouwen is de afgelopen jaren gewerkt met de reserve afbouw schulden ter uitvoering van de op 3 november 2016 vastgestelde nota Bloemendaal duurzaam financieel houdbaar. Ten opzichte van negen jaar geleden is het solvabiliteitspercentage gegroeid van ongeveer 38% naar de hiervoor genoemde 53%. Dit is o.a. bereikt door eenmalige baten uit vastgoedverkopen toe te voegen aan een afgezonderd deel van de algemene reserve: de reserve afbouw schulden. Daarnaast heeft ook de verkoopopbrengst van de Eneco-aandelen van enkele jaren geleden een positieve invloed gehad op de ontwikkeling van het solvabiliteitspercentage.
Moment om het beleid te normaliseren
De beschikking houden over een royale financiële buffer en terughoudendheid betrachten met het aangaan van vreemd vermogen blijft een belangrijke pijler van het financieel beleid. Gelet op de behaalde resultaten is het opportuun om dit beleid meer te normaliseren binnen het totaal van de algemene reserve en niet (meer) afzonderlijk te oormerken. De reserve afbouw schulden kan daarmee worden samengevoegd met de Flexibele algemene reserve.
Daarnaast wordt voorgesteld een paar kleinere reserves nu op te heffen en eveneens toe te voegen aan de Flexibele algemene reserve.
Tenslotte wordt in deze nota voorgesteld een Algemene Reserve Onderwijshuisvesting in te stellen zodat gecreëerde ruimte in de exploitatie uitsluitend bedoeld is voor de opvang van toekomstige (kapitaal)lasten onderwijshuisvesting en niet aan andere doeleinden wordt besteed.
De nota is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt op hoofdlijnen de belangrijkste wet- en regelgeving geschetst die van toepassing is. In hoofdstuk 3 en 4 wordt dieper ingegaan op de reserves en voorzieningen: welke typen zijn er, met welke functie en welke kaders. In hoofdstuk 5 en 6 worden de reserves en voorzieningen geactualiseerd. Per reserve en voorziening wordt geëvalueerd en geadviseerd om deze te handhaven of op te heffen. Bijlage 1 bevat een overzicht van de stellige uitspraken en aanbevelingen van de commissie BBV die op de reserves en voorzieningen van toepassing zijn.
Hoofdstuk 2 – Wet- en regelgeving op hoofdlijnen
De belangrijkste wet- en regelgeving die de kaders bieden voor de nota reserves en voorzieningen zijn het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Verordening financieel beheer Bloemendaal.
In artikel 41 t/m 45 van het BBV is een aantal regels omtrent reserves en voorzieningen opgenomen. Daarnaast heeft de commissie BBV een aantal stellige uitspraken en aanbevelingen gedaan. Een overzicht van deze uitspraken en aanbevelingen zijn opgenomen in bijlage 1 van deze nota.
Reserves en voorzieningen zijn beide onderdeel van de balans. Het BBV maakt het volgende onderscheid in reserves en voorzieningen:
Ter versterking van het verlangde inzicht, de eenvoud en de transparantie wordt volgens consistent financieel beleid geen rente aan reserves toegerekend. Dit is ook in overeenstemming met de aanbeveling van de commissie BBV.
De voorzieningen dienen zo goed mogelijk te worden geraamd c.q. ingeschat te worden zodat ze dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Om die reden is rentetoerekening aan de voorzieningen niet toegestaan. Een uitzondering wordt gemaakt indien de voorziening tegen contante waarde is berekend. Bloemendaal kent geen voorzieningen tegen contante waarde en rekent daarmee geen rente toe aan voorzieningen.
In artikel 13 van de Verordening financieel beheer Bloemendaal 2025 is opgenomen dat het college de raad eens per raadsperiode een nota reserves en voorzieningen aanbiedt. Daarnaast is opgenomen wat in de nota dient te worden behandeld en een aantal kaders omtrent het instellen en opheffen van een reserve.
Zoals in hoofdstuk 2 al aangegeven zijn reserves in de basis, in tegenstelling tot voorzieningen, vrij aanwendbaar. Dit betekent dat zij kunnen worden gebruikt voor de dekking van investeringsuitgaven, maar ook gebruikt kunnen worden om een sluitende begroting aan te kunnen bieden. Overigens zal dit laatste kritisch beoordeeld worden binnen de kaders van financieel toezicht dat op provinciaal niveau door gedeputeerde staten wordt uitgevoerd. Reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen van de gemeente.
Het BBV maakt onderscheid tussen algemene en bestemmingsreserves. Daarnaast bestaan ook stille reserves.
Een algemene reserve heeft een algemeen karakter en is vrij aanwendbaar door de raad. De gemeente Bloemendaal kent d.d. 2025 drie algemene reserves:
Deze reserves worden verder per stuk toegelicht in hoofdstuk 5.
Bestemmingsreserves zijn reserves waar vooraf door de gemeenteraad een bepaalde bestemming aan is gegeven. De hoogte van de bestemmingsreserve wordt bepaald door het doel waarvoor de reserve is ingesteld. Het staat de raad vrij om de aangegeven bestemming te wijzigen. Dat kan wel gevolgen hebben voor de exploitatie, bijvoorbeeld als de reserve een egalisatiefunctie heeft (zie Hoofdstuk 3.2). Ook bestemmingsreserves zijn vrij besteedbaar door de raad. De gemeente Bloemendaal kent d.d. 2025 tien bestemmingsreserves. Deze worden verder per stuk toegelicht in hoofdstuk 5. Het is noodzakelijk bestemmingsreserves periodiek op hun waarde te beoordelen.
Stille reserves zijn een bijzondere categorie. Het zijn reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt. Dit gaat in de regel om - niet voor de openbare dienst bestemd - gemeentelijk vastgoed (gebouwen/gronden) waarvan de waarde in het economisch verkeer hoger is dan de boekwaarde.
In deze nota wordt verder niet ingegaan op de stille reserves. Ze zijn wel van belang bij de berekening van het weerstandsvermogen van de gemeente, zie de nota Risicomanagement 2023, vastgesteld in de raad van 16 november 2023.
3.3 Instellen, muteren en opheffen van reserves
De bevoegdheid tot het instellen en opheffen van een reserve is voorbehouden aan de gemeenteraad en vindt plaats door middel van een raadsbesluit. Dit geldt ook voor het doorvoeren van mutaties binnen een reserve en het wijzigen van een bestemming van een reserve.
In het verzoek aan de gemeenteraad om een reserve in te stellen moet worden aangegeven:
Als het doel waarvoor de reserve is ingesteld of de vastgestelde einddatum wordt bereikt, dan wordt de reserve opgeheven. Hierbij wordt rekening gehouden met de eventueel dan nog bestaande (financiële) verplichtingen. Opheffen vindt eveneens via een raadsbesluit plaats. Eventuele vrijvallende middelen worden toegevoegd aan de Flexibele algemene reserve. Als een verlenging van de reserve noodzakelijk is wordt een nieuw raadsbesluit opgehaald c.q. genomen.
Een voorziening geeft een schatting van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden per balansdatum min of meer onzeker is. De uitgave is onvermijdelijk en zal in de toekomst plaatsvinden, maar moet wel samenhangen met de periode voorafgaand aan de balansdatum. Een voorziening is in feite een verplichting waarover niet zonder meer op een andere wijze mag worden beschikt. Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen van de gemeente.
Er is een viertal categorieën voorzieningen, te weten:
Voorzieningen ter egalisering van kosten
Een voorziening mag gevormd worden ter egalisering van in de tijd onregelmatig gespreide kosten, zoals groot onderhoud. Het vormen hiervan is niet verplicht. Er kan ook voor gekozen worden de ongelijkmatig gespreide lasten in de komende begrotingsjaren te nemen als ze zich manifesteren (BBV artikel 44 lid 1c). De commissie BBV heeft hierover de stellige uitspraak gedaan: “Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan”, zie ook bijlage 1. In de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en jaarrekening wordt het actuele beleid omtrent het hanteren van een voorziening bij de verschillende categorieën kapitaalgoederen opgenomen.
Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven
Een voorziening moet gevormd worden voor bijdragen toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (BBV artikel 44 lid 1d).
Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is
Een voorziening moet gevormd worden voor van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. Bijvoorbeeld voor ontvangen schenkingen met een bestedingsverplichting. Uitzondering hierop zijn van het Rijk ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (BBV artikel 44 lid 2).
4.2 Instellen, muteren en opheffen van voorzieningen
Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 is de vorming, voeding en aanwending van voorzieningen niet vrij. Tegenover voorzieningen staan namelijk verplichtingen. In het BBV is specifiek aangegeven in welke gevallen een voorziening moet worden gevormd. De gemeenteraad heeft dan ook veel minder beleidsmatige bewegingsvrijheid bij voorzieningen dan bij reserves. De bevoegdheid tot het instellen en opheffen van een voorziening is voorbehouden aan de gemeenteraad en vindt plaats door middel van een raadsbesluit.
Per voorziening moet voor zover van toepassing aangegeven worden:
noodzakelijkheid rentetoevoeging en de bepaling van de rente;
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn op basis van het BBV niet toegestaan. De noodzakelijke hoogte van de voorziening wordt namelijk jaarlijks geactualiseerd o.b.v. de onderliggende verplichting/risico. In de jaarrekening wordt de hoogte van de voorziening dan aangepast. In die situatie is de (rente)toevoeging feitelijk opgenomen (verdisconteerd) in de totale aanpassing van de voorziening.
Wanneer voorzieningen met de methode van contante waarde in de balans van de gemeente zijn gewaardeerd, zal wel jaarlijks een toevoeging aan de voorziening moeten plaatsvinden voor het percentage (disconteringsvoet) waartegen de voorziening contant is gemaakt. Deze (rente)toevoeging is een last voor de exploitatie. Deze (rente)last zal in de begroting moeten worden geraamd. Voorzieningen uitgaande van contante waarde zijn in Bloemendaal niet aanwezig;
Hoofdstuk 5 - Actualisatie reserves
In dit hoofdstuk worden de huidige reserves van de gemeente Bloemendaal geanalyseerd en wordt per reserve een advies opgenomen om te handhaven, op te heffen of in te stellen.
Samengevat is het advies als volgt:
Hieronder volgt de analyse per reserve.
|
|
|
Vrij aanwendbaar als incidenteel dekkings- of bestedingsmiddel. Het saldo van de jaarrekening wordt met deze reserve geëgaliseerd. |
|
|
|
|
Dekking voor afschrijvingslasten van een aantal gerealiseerde investeringen voor het vernieuwen van rioleringen. |
|
|
Het jaar volgend op het jaar dat de boekwaarde van de activa ‘nul’ is. |
|
|
|
|
Dekking voor afschrijvingslasten van een aantal gerealiseerde investeringen voor rioleringen in het buitengebied. |
|
|
Het jaar volgend op het jaar dat de boekwaarde van de activa ‘nul’ is. |
|
|
|
|
Dekking voor afschrijvingslasten van een aantal gerealiseerde investeringen voor bergingscapaciteit rioleringen. |
|
|
Het jaar volgend op het jaar dat de boekwaarde van de activa ‘nul’ is. |
|
|
|
|
Verstrekken van subsidie op aanvragen voor onderhoud en restauratie van monumenten. |
|
|
Bij een positief saldo op het jaarlijks exploitatiebudget Monumenten wordt dit aan de reserve toegevoegd. |
|
|
|
|
Financiering locatie Oldenhove voor opvangkosten statushouders en andere kwetsbare doelgroepen. |
|
|
Rijksbijdrage stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen. |
|
Hoofdstuk 6 - Actualisatie voorzieningen
In dit hoofdstuk worden de huidige voorzieningen van de gemeente Bloemendaal geanalyseerd en wordt per voorziening een advies opgenomen om te handhaven of op te heffen.
Samengevat is het advies als volgt:
Hieronder volgt de analyse per voorziening.
|
|
|
Het opvangen van mogelijke tegenvallers in de grondexploitatie. |
|
|
Op dit moment is het niet nodig een risicovoorziening te treffen voor de grondexploitaties. Voorziening staat op 0. |
|
Bijlage 1 Stellige uitspraken en aanbevelingen commissie BBV d.d. 2025
Indien een voorziening onderhoud (artikel 44, lid 1, sub c BBV) onvoldoende is onderbouwd dan komen deze gelden niet in een reserve maar in een voorziening ex. artikel 44, lid 2 BBV. Dit geldt ook voor de baten uit lokale heffingen die aan het einde van het belastingjaar niet zijn besteed omdat begrote investeringen en (onderhouds)werkzaamheden niet zijn uitgevoerd.
Het is toegestaan om de bijdragen van derden (baten van de heffing) in te zetten ten behoeve van tariefegalisatie. De middelen worden dan op begrotingsbasis gedoteerd aan een voorziening ex artikel 44, lid 2 BBV. Er moet extracomptabel worden aangetoond dat deze middelen binnen een redelijke termijn ingezet worden ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd.
Indien baten van lokale heffingen in één jaar geraamd en gerealiseerd worden en de lasten zich over meerdere jaren uitstrekken, is het toegestaan deze te matchen. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een voorziening ex artikel 44, lid 2 BBV (baat gaat voor de last uit) of de balanspost ‘nog te verrekenen bedragen’ (last gaat voor de baat uit).
Notitie materiële vaste activa 2020
Er moet jaarlijks een herziening van de grondexploitatiebegroting plaatsvinden. Actualisaties van het grondexploitatiecomplex en de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke wijzigingen, dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moeten opnieuw door de raad worden vastgesteld. Paragrafen 2.3 en 5.2.2.
Het is niet toegestaan om dotaties te doen aan een voorziening voor bovenwijkse voorzieningen. Sparen voor bovenwijkse voorzieningen die na het afsluiten van een grondexploitatie zullen worden aangelegd, is wel mogelijk via een door de raad in te stellen bestemmingsreserve. Toevoegingen aan deze bestemmingsreserve kunnen alleen plaatsvinden via resultaatbestemming of via een ander specifiek daartoe door de raad genomen besluit. Paragraaf 5.3.1.
Het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties als kosten van onderzoek en ontwikkeling onder de immateriële vaste activa is toegestaan onder de volgende voorwaarden (Paragraaf 5.3.2):
de voorbereidingskosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa; na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve grondexploitatie en kunnen dan worden overgeboekt naar de desbetreffende BIE, dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat of moet een voorziening worden getroffen; en
De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties wordt voor alle gemeenten bepaald op 2% zijnde het maximale meerjarige streefpercentage van de Europese Centrale Bank (ECB) voor inflatie binnen de Eurozone. Paragraaf 5.5.
Volgens het realisatiebeginsel dient in de situatie dat voldoende zekerheid bestaat over de tussentijdse winstneming, de winst te worden genomen. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe is de commissie BBV van oordeel dat tussentijdse winstneming niet verantwoord is bij een grondexploitatie met een looptijd van meer dan tien (10) jaar. Voor de tussentijdse winstneming dient de Percentage of Completion methode te worden gevolgd. Paragraaf 6.2.
De presentatie van de te verwachten resultaten in de paragraaf grondbeleid en de toelichting op de balans dient te gebeuren op eindwaarde. Wanneer bij de waardering van de voorziening voor verliesgevende grondexploitaties niet wordt geopteerd voor de nominale waarde maar voor de contante waarde, dan moet het effect hiervan op de te verwachten resultaten voor de negatieve grondexploitaties worden toegelicht in de paragraaf grondbeleid. Paragraaf 6.4.
Als er sprake is van een voorziening ingericht ter bestrijding van de (verwachte) tekorten in grondexploitaties, dan moet die maximaal voor de boekwaarde van het onderhanden werk van betreffende bouwgrond in exploitatie worden gepresenteerd als een waardecorrectie op de post bouwgrond in exploitatie. Deze wijze van verantwoording is naar analogie van de voorziening voor dubieuze debiteuren. Paragraaf 6.4.
Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen.
De commissie BBV adviseert om het beleid met betrekking tot de manier waarop met (projectspecifieke) risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen uit te werken in bijvoorbeeld de nota grondbeleid en/of weerstandsvermogen en risico’s, of de financiële verordening. Paragraaf 6.3.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-536254.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.