Besluit tot wijziging van de Beleidsregels terug- en invordering Bbz 2004 Vught 2020

Het college van burgemeester en wethouders van Vught;

 

In de vergadering van 2 december 2025

 

gelet op de Beleidsregels terug- en invordering Bbz 2004 Vught 2020;

 

besluit vast te stellen het besluit tot wijziging van de Beleidsregels terug- en invordering Bbz 2004 Vught 2020;

Artikel I: Wijzigingen

De Beleidsregels terug- en invordering Bbz 2004 Vught 2020 wordt gewijzigd als volgt:

 

  • A.

    De (citeer)titel wordt gewijzigd als volgt:

    Beleidsregels terug- en invordering Bbz 2004 Vught 2025

     

  • B.

    Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

     

    Artikel 8. Invordering na beëindiging van het zelfstandig beroep of bedrijf

    Indien de zelfstandige zijn beroep of bedrijf beëindigt, vindt invordering plaats met toepassing van de artikelen 43 tot en met 43d, van het Bbz.

     

    Het hierboven bepaalde is niet van toepassing, indien sprake is van verwijtbaarheid. Hieronder worden in ieder geval de navolgende situaties verstaan:

    • -

      Het verstrekte bedrijfskrediet is niet besteed voor het doel waarvoor het is verleend;

    • -

      Het verstrekte bedrijfskapitaal is onverantwoord besteed;

    • -

      De zelfstandige heeft de inlichtingenplicht geschonden;

    • -

      De zelfstandige heeft verworven opbrengsten bij de beëindiging van zijn bedrijf (bijvoorbeeld uit de verkoop van bedrijfsmiddelen) niet gebruikt voor de aflossing van het bedrijfskapitaal.

  • Indien sprake is van verwijtbaarheid dient de zelfstandige al zijn middelen in te zetten voor de aflossing van de lening. Gestelde zekerheden worden uitgewonnen. Indien dan nog een deel van de lening resteert, zal de zelfstandige deze naar draagkracht dienen af te lossen. Over het restant worden rente en kosten berekend.

     

    Het college kan besluiten af te zien van verdere invordering indien de zelfstandige:

    • a.

      gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of

    • b.

      gedurende tien jaar niet naar draagkracht aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of

    • c.

      gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

    • d.

      is overleden. Het college zal de vordering niet op de erven verhalen.

  • In beginsel wordt een besluit als bedoeld in lid 1 aanhef, sub a of b genomen als de zelfstandige daarom schriftelijk heeft verzocht of ambtshalve. Tot toepassing van lid 1 aanhef en sub c en d wordt uitsluitend ambtshalve besloten.

     

  • C.

    Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

     

    Artikel 9. Afzien van invordering in verband met gering bedrag

    Het college ziet af van (verdere) invordering, indien het nog in te vorderen bedrag minder bedraagt dan € 125,00.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Burgemeester en wethouders van Vught,

De secretaris

W.F.F. Keijzers

De burgemeester

C.N.A. Nijkerken-de Haan

Naar boven