Besluit tot wijziging van de Beleidsregels terugvordering, invordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2015

Het college van burgemeester en wethouders van Vught;

 

In de vergadering van 2 december 2025

 

stelt vast:

 

Besluit tot wijziging van de Beleidsregels terugvordering, invordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2015;

Artikel I: Wijzigingen

  • A.

    De (citeer)titel komt te luiden:

    Beleidsregels terugvordering, invordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2025.

     

  • B.

    Na de titel wordt ingevoegd:

    Het college van burgemeester en wethouders van Vught;

     

    gelet op: paragraaf 6.4 en 6.5 van de Participatiewet en hoofdstuk II, paragraaf 5 van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, hoofdstuk II, paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht;

     

    besluit:

     

  • C.

    Artikel 5 komt te luiden als volgt:

    Artikel 5. Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting

    • 1.

      In afwijking van artikel 2 lid 1 sub a, besluit het college af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende:

      • a.

        gedurende 36 maandelijkse termijnen aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of

      • b.

        gedurende drie jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

      • c.

        een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de rest-som in één keer aflost; of

      • d.

        is overleden. Het college zal de vordering niet op de erven verhalen.

    • 2.

      In beginsel wordt een besluit als bedoeld in lid 1 aanhef onder a en c genomen op verzoek van belanghebbende of ambtshalve. Tot toepassing van lid 1 aanhef onder b en d wordt uitsluitend ambtshalve besloten.

  • D.

    Artikel 7 komt te luiden als volgt:

    Artikel 7. Afzien van terug- en invordering bij kruimelbedragen

    • 1.

      In afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1 sub a, ziet het college af van het nemen van een terugvorderingsbesluit indien de terug te vorderen uitkering een bedrag van € 125,- op netto basis per kalenderjaar niet te boven gaat.

    • 2.

      Het college ziet af van verdere invordering wanneer de (restant)vordering minder bedraagt dan € 125,- én het treffen van verdere invorderingsmaatregelen, naar het oordeel van het college, niet langer doelmatig is.

  • E.

    Artikel 9 komt te luiden als volgt:

    Artikel 9. Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting

    • 1.

      In afwijking van artikel 58 lid 1 van de Participatiewet besluit het college af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende:

      • a.

        gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of

      • b.

        gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

      • c.

        is overleden. Het college zal de vordering niet op de erven verhalen.

    • 2.

      Een besluit als bedoeld in lid 1 sub a wordt genomen op verzoek van de belanghebbende of ambtshalve. Tot toepassing van lid 1 sub b en c wordt uitsluitend ambtshalve besloten.

  • F.

    Artikel 16 komt te luiden als volgt:

    Artikel 16. Verzoek tot wijziging van een betalingsverplichting door belanghebbende

    • 1.

      Belanghebbende kan wegens bijzondere omstandigheden een schriftelijk verzoek doen, onder bijvoeging van zijn financiële gegevens met bijbehorende afschriften van bewijsstukken, tot:

      • a.

        een wijziging van de eerder vastgestelde betalingsverplichting, of;

      • b.

        tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting omdat hij van mening is de vastgestelde termijnbetaling niet te kunnen voldoen.

    • 2.

      Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek neemt het college een besluit over de aanvraag als bedoeld in lid 1 en deelt dit aan belanghebbende mede bij beschikking.

    • 3.

      Het verzoek tot wijziging van de betalingsverplichting schort de lopende verplichting niet op tenzij er sprake is van dringende redenen.

    • 4.

      Onverminderd het bepaalde in lid 1 verbindt het college, indien het een verwijtbare vordering betreft, aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat belanghebbende indien hij over vermogen beschikt dan wel komt te beschikken, dit vermogen - voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende vermogensgrens (artikel 34 lid 3 PW) - aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld.

    • 5.

      Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het vierde lid:

      • a.

        worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; en

      • b.

        is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de Participatiewet van overeenkomstige toepassing.

    • 6.

      Het uitstel wordt ingetrokken indien de belanghebbende de nader overeengekomen aflossing niet nakomt, of indien de gronden voor verlening van het uitstel als bedoeld in lid 1 zijn komen te vervallen.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Burgemeester en wethouders van Vught,

De secretaris

W.F.F. Keijzers

De burgemeester

C.N.A. Nijkerken-de Haan

Naar boven