Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Kapelle

D25.338933

 

De raad van de gemeente Kapelle,

gelezen het voorstel van het college van 23 september 2025, nummer D25.338936,

gelet de Wet op de lijkbezorging en artikel 147 en 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Kapelle.

 

HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

1.

Algemeen graf

Een graf voor één persoon dat eigendom is van de gemeente. Iemand ligt hier begraven voor een bepaalde tijd. Deze tijd kan niet verlengd worden;

2.

Asbestemming

De bestemming van de as van een overledene. Dit kan verschillende vormen aannemen, zoals bijzetting in een graf of columbarium, verstrooiing op een strooiveld of bewaring thuis in een urn of ander herdenkingsobject.

3.

Asbus

Een bus die door het crematorium wordt verstrekt om de as van een overledene veilig in te bewaren. Is functioneel en vaak tijdelijk;

4.

Begraafplaatsadministratie

De ambtenaren die belast zijn met de begraafplaatsadministratie;

5.

Begraafplaats

De begraafplaatsen Kapelle, Biezelinge, Wemeldinge en Schore;

6.

Begraving

Het begraven van een overleden persoon in een graf;

7.

Belanghebbende

Natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie het recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend;

8.

Bijzetting

Het plaatsen van een asbus of urn in een columbarium of op of in een graf;

9.

Bovengronds ruimen

Het verwijderen van het grafmonument en grafbedekking;

10.

Columbaria

Een plek met meerdere columbarium;

11.

Columbarium

Een nis waarvoor een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het daarin toe bijzetten of bijgezet houden van asbussen of urnen;

12.

De beheerder

De ambtenaar die belast is met het dagelijks onderhoud van de begraafplaatsen of degene die hem of haar vervangt;

13.

Grafbedekking

Hetgeen wat het graf bedekt. Dit kan zijn een sierplaat, steenslag, gras, beplanting dat op een graf is aangebracht.;

14.

Grafbeplanting

Alle beplanting die op een graf is aangebracht en die door zijn aard en omvang geschikt is voor een graf;

15.

Grafkelder

Ondergrondse constructie of ruimte, vaak van beton, die bedoeld is om één of meerdere kisten met overledenen te plaatsen;

16.

Grafmonument

Een gedenkteken ter nagedachtenis aan een overledene. Het kan bestaan uit staande en/of liggende elementen. Vaak voorzien van opschriften, symbolen of afbeeldingen;

17.

Grafrechten bepaalde tijd

Particuliere graven die voor een bepaalde periode worden uitgegeven;

18.

Grafrechten onbepaalde tijd

Particuliere graven zonder vastgestelde einddatum;

19.

Grafrusttermijn

De wettelijke verplichte grafrusttermijn is 10 jaar. Dat betekent dat een overledenen minimaal 10 jaar op dezelfde plaats begraven moet blijven;

20..

Gebruiksrecht

Het recht om een algemeen graf te gebruiken voor een bepaalde periode;

21.

Het college

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle;

22.

Kindergraf

Een graf voor overleden kinderen jonger dan 12 jaar;

23.

Lijkomhulsel

Een omhulsel, zoals een kist of baar waarin de overledene wordt geplaatst voor bewaring, wordt vervoerd en ter voorbereiding van een begrafenis of crematie;

24.

Niet-blijvende beplanting

Planten en bloemen die niet het hele jaar door op het graf aanwezig blijven en na verloop van tijd verwelken of afsterven. Dit kunnen bijvoorbeeld seizoensgebonden bloemen, snijbloemen, eenjarige, zomerbloeiers of tijdelijke planten zijn die regelmatig vervangen moeten worden;

25.

Ondergronds ruimen

Het opgraven van een stoffelijk overschot met de bedoeling om het in een verzamelgraf bij te zetten. Ruimen vindt alleen plaats als meerdere graven (grafveld) gelijktijdig geruimd worden;

26.

Onderhoud

Onderhoud van de begraafplaats en het graf door de gemeente. Het onderhoud wordt afgekocht;

27.

Opgraven

Het opgraven van een individueel stoffelijk overschot met de bedoeling het in een ander particulier graf te herbegraven of te cremeren.

28.

Particulier dubbel graf

Twee enkele particuliere graven naast elkaar, waarvoor aan één natuurlijk persoon of rechtspersoon één uitsluitend recht is verleend;

29.

Particulier enkel graf

Een graf voor één persoon waarvoor iemand het recht heeft om het te gebruiken voor een bepaalde tijd.

30.

Rechthebbende

Natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een columbarium. Deze persoon is ook als zodanig ingeschreven in de begraafplaatsadministratie;

31.

Strooiveld

Een speciaal aangewezen plek op de begraafplaats, waar as kan worden uitgestrooid;

32.

Urn

Een decoratieve of persoonlijke houder waarin de asbus of de as zelf wordt geplaatst voor langdurige bewaring;

33.

Urnenkeldertje

Een kleine afsluitbare bak die in het graf geplaatst wordt en bedoeld is voor het bijzetten van een urn of asbus;

34.

Uitsluitend recht

Het recht om een graf of columbarium voor een bepaalde periode te gebruiken, waarbij de rechthebbende bepaalt wie er in het graf begraven wordt of in een columbarium bijgezet wordt. Dit recht wordt voor een bepaalde tijd verleend;

35.

Verzamelgraf

Een graf waarin stoffelijke resten van meerderde personen worden begraven na het ruimen van graven;

36.

Werkdagen

Zaterdagen, zondagen en erkende feestdagen gelden hierbij niet als werkdag.

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier graf

Voor de toepassing van wat in deze verordening is bepaald of van wat op grond van deze verordening is bepaald wordt onder 'particulier graf' ook verstaan: particulier dubbelgraf en columbarium, voor zover dit van belang is.

HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 3. Openstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn dagelijks toegankelijk voor iedereen, van zonsopgang tot zonsondergang.

  • 2.

    Vanwege werkzaamheden of ter handhaving van de orde kan de beheerder aan bezoekers de toegang tot gehele begraafplaats of een gedeelte daarvan te ontzeggen.

  • 3.

    Het is verboden zich tussen zonsondergang en zonsopgang op de begraafplaats te bevinden, behalve voor bijwonen van een begrafenis, of het bijzetten van een asbus/urn of het uitstrooien van as.

Artikel 4. Verboden en ordemaatregelen

  • 1.

    Bezoekers, deelnemers aan een plechtigheid, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden verrichten op de begraafplaats, zijn verplicht de aanwijzingen van de beheerder op te volgen, in het belang van de orde, rust en netheid.

  • 2.

    Wie zich niet houdt aan de aanwijzingen zoals genoemd in het eerste lid, moet bij de eerste waarschuwing van de beheerder van de begraafplaats vertrekken of wordt verwijderd.

  • 3.

    Bedrijven en instanties mogen alleen met toestemming van, of namens het college werkzaamheden uitvoeren aan graven en grafbedekkingen.

  • 4.

    Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden:

    • a.

      Tenzij het gaat om een begrafenis, het vervoer van materialen of het onderhoud van de begraafplaats;

    • b.

      Met een snelheid hoger dan 10 km per uur.

  • 5.

    Het is verboden dieren op de begraafplaats te begraven of as daarvan te verstrooien.

  • 6.

    Hondenbezitters mogen de begraafplaats alleen met een aangelijnde hond bezoeken en moeten handelen volgens de APV van de gemeente Kapelle, waarbij zij uitwerpselen direct verwijderen.

  • 7.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het derde lid.

  • 8.

    Afwijking van punt a van het vierde lid is mogelijk, na overleg met en na toestemming van de beheerder.

Artikel 5. Plechtigheden

  • 1.

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en soortgelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaats vinden met toestemming van de beheerder.

  • De beheerder stelt, in overleg met de aanvrager, de datum, het tijdstip en de wijze van de plechtigheid vast.

  • 2.

    De beheerder kan een plechtigheid verbieden als deze mogelijk overlast veroorzaakt bij een geplande begrafenis of bijzetting. Uiterlijk twee dagen vóór de plechtigheid beslist de beheerder of de plechtigheid doorgang kan vinden.

  • 3.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht de aanwijzing van de beheerder op te volgen in het belang van orde, rust en netheid.

Artikel 6. Opgravingen en ruimen

Bij een individuele opgraving of bij het ruimen van graven zijn uitsluitend de personen aanwezig die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging

  • 1.

    Wie een begrafenis wil regelen, as wil laten bijzetten of as wil verstrooien, neemt uiterlijk drie werkdagen vóór de geplande dag contact op met de begraafplaatsadministratie om verdere afspraken te maken. Dit kan via de digitale formulieren die beschikbaar zijn op de website van de gemeente Kapelle. Hierbij worden zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen niet als werkdagen meegeteld.

  • 2.

    Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om een persoon binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de begraafplaatsadministratie zo spoedig mogelijk plaatsvinden.

  • 3.

    Tijdens het overleg zoals bedoeld in het eerste en tweede lid wordt het verlof tot begraven, de bezorging van as, of een wettelijk daarmee gelijkgesteld document afgegeven.

Artikel 8. Openen en sluiten graf of columbarium

  • 1.

    Het openen en sluiten van een graf voor begrafenis of het bijzetten van een asbus of urn in een graf, alsmede het bedienen van hulpmiddelen, mag alleen gebeuren door het personeel van de begraafplaats onder aanwijzing en toezicht van de beheerder.

  • 2.

    Afwijking van artikel één is mogelijk na toestemming van de begraafplaatsadministratie en kan worden aangevraagd door nabestaanden of begrafenisondernemers. Zij mogen de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk zelf uitvoeren onder toezicht van de beheerder, mits zij hun wens uiterlijk drie werkdagen vóór de betreffende dag schriftelijk aan de begraafplaatsadministratie hebben doorgegeven en de aanwijzingen van de beheerder opvolgen. Hierbij worden zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen niet als werkdagen meegeteld.

  • 3.

    Het openen en sluiten van een columbarium voor het plaatsen van een asbus of urn mag uitsluitend geschieden door de beheerder.

  • 4.

    Afwijking van artikel drie is mogelijk na toestemming van de begraafplaatsadministratie en kan worden aangevraagd door begrafenisondernemers. Zij mogen de plaatsing geheel zelf uitvoeren, mits zij hun wens drie werkdagen vóór de betreffende werkdag schriftelijk aan de begraafplaatsadministratie hebben doorgegeven en de aanwijzingen van de beheerder opvolgen. Hierbij worden zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen niet als werkdagen meegeteld.

Artikel 9. Over te leggen stukken

  • 1.

    Tot begraving wordt niet overgegaan voordat het verlof tot begraven of bezorging van as of een andere daarmee gelijkgesteld document aan de beheerder is overlegd.

  • 2.

    Het registratiedocument bevat een registratienummer dat overeenkomt met het nummer op het lijkomhulsel. Het lijkomhulsel moet voorzien zijn van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van dit kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats en worden voorgelegd aan de beheerder.

  • 3.

    Voor de bijzetting van een urn of asbus is een crematieverklaring van het crematorium verplicht. Deze verklaring moet vóór de bijzetting worden overlegd aan de begraafplaatsadministratie.

  • 4.

    Als er een begrafenis plaatsvindt of as wordt bijgezet in een particulier graf, moet de begraafplaatsadministratie een schriftelijke toestemming (machtiging) ontvangen. Deze machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende van het graf. Is de rechthebbende overleden, dan kan degene die de uitvaart regelt de machtiging ondertekenen.

  • 5.

    Een tweede begrafenis in een particulier dubbelgraf kan alleen plaatsvinden als de huidige gebruiksperiode (uitgifte termijn) van het graf bijna is verlopen, terwijl deze periode nog binnen de wettelijke minimumgrafrusttermijn van 10 jaar valt. In dat geval moet de gebruiksperiode van het graf gelijktijdig worden verlengd, waarbij de verlenging minimaal gelijk moet zijn aan de wettelijke minimumgrafrusttermijn van 10 jaar. De verlenging van de gebruiksperiode moet worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 6.

    Als er een tweede begrafenis plaats vindt in een particulier dubbelgraf of een bijzetting in een particulier graf en de huidige uitgifte termijn van het (eerste) graf bijna is verlopen, maar nog binnen de wettelijke rusttijd van 10 jaar valt, mag alleen begraven of bijgezet worden als de gebruiksperiode tegelijk verlengd wordt. Die verlenging moet minimaal 10 jaar (wettelijke minimum grafrusttermijn).

  • De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 7.

    De Begraafplaatsadministratie onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10. Lijkomhulsels en lijkhoezen

  • 1.

    Personen die worden begraven, moeten gebruik maken van lijkomhulsels die afbreekbaar zijn.

  • 2.

    Lijkhoezen moeten voldoen aan de regels die vermeld staan op ‘de witte lijst’ van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB: www.begraafplaatsen.nl). Ongeschikte lijkhoezen kunnen ervoor zorgen dan de ontbinding stopt.

  • 3.

    Personen die worden begraven in een lijkhoes, zijn verplicht bij de aanvraag voor een begrafenis, het gebruik van een lijkhoes aan de Begraafplaatsadministratie door te geven.

  • 4.

    Het is niet toegestaan om voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van het stoffelijk overschot belemmeren, voorkomen of vervuiling aan het graf veroorzaken.

Artikel 11. Tijden van begraving en asbezorging

  • 1.

    De tijd van begraven en het bezorgen van as is:

    • a.

      Op werkdagen van 10.00 tot 15.00 uur;

    • b.

      Op zaterdag van 10.00 tot 12.00 uur.

  • 2.

    Op zondagen en algemeen erkende feestdagen vinden er geen begravingen, bijzettingen of verstrooiing van as plaats.

  • 3.

    Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN EN COLUMBARIA

Artikel 12. Indeling graven en asbestemming

  • 1.

    Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      Particuliere enkele graven;

    • b.

      Particuliere dubbele graven;

    • c.

      Particuliere kindergraven;

    • d.

      Algemene graven;

    • e.

      Columbarium (urnennissen).

  • 2.

    Op de begraafplaats wordt de mogelijkheid geboden tot het verstrooien van as op een strooiveld.

  • 3.

    De beheerder bepaalt per begraafplaats welke graven en columbarium, zoals genoemd in het eerste lid, wordt uitgegeven of beschikbaar gesteld.

Artikel 13. Aantal overledenen in een graf of columbarium

  • 1.

    In een algemeen graf mag slechts één overleden persoon worden begraven.

  • 2.

    In een particulier enkel graf mag slechts één overleden persoon worden begraven.

  • 3.

    In een particulier dubbel mogen twee overleden personen naast elkaar worden begraven.

  • 4.

    In een particulier kindergraf mag slecht één overleden kind worden begraven.

  • 5.

    In een columbarium mogen maximaal twee asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 6.

    In een particulier graf mogen maximaal twee asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 7.

    Op een particulier graf is het toegestaan maximaal twee urnen te plaatsen.

  • 8.

    In bijzondere gevallen kan het college toestaan dat in één graf meerdere overledenen worden begraven.

Artikel 14. Indeling vakken, graven en nummering

  • 1.

    Het voor begraving bestemde gedeelte van een begraafplaats wordt in vakken verdeeld en elk vak in graven opgedeeld.

  • 2.

    Elk vak wordt aangeduid met een letter en elk graf met een nummer.

Artikel 15. Volgorde van uitgifte

  • 1.

    Particuliere en algemene graven worden slechts voor directe begraving uitgegeven, uitsluitend in volgorde van ligging.

  • 2.

    Reservering van particuliere graven zonder directe begraving is niet mogelijk.

  • 3.

    Bij de uitgifte van een particulier graf voor directe begraving kan worden afgeweken van het tweede lid als tegelijkertijd het naastgelegen particuliere graf aan dezelfde rechthebbende wordt uitgegeven, zonder dat daarin direct wordt begraven.

  • 4.

    De Begraafplaatsadministratie kan een particulier graf toewijzen, anders dan voor directe begraving en buiten de gebruikelijke volgorde van uitgifte, mits dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 16. Termijnen particuliere graven

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de beschikbare ruimte op de begraafplaats dat toelaat, voor de duur van 20 of 40 jaar het recht op een particulier graf. De termijn gaat in op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

  • 2.

    De grafrechtermijn van het dubbelgraf, zoals genoemd in artikel vijftien, lid drie, voor het graf waarin nog niet is begraven, begint op dezelfde datum het graf waarin reeds een overledene is begraven.

  • 3.

    Het college verleent, voor zover de beschikbare ruimte op de begraafplaats dat toelaat, voor onbepaalde tijd het recht op een particulier kindergraf.

  • 4.

    Het in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde recht kan op verzoek van de rechthebbende telkens verlengd worden met een termijn van 5 of 10 jaar, mits de aanvraag wordt ingediend vóór het verstrijken van de lopende termijn.

Artikel 17. Termijnen asbestemming

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de beschikbare ruimte dat toelaat, voor de duur van 20 jaar het recht op bijzetting in een columbarium. De termijn gaat in de datum waarop het columbarium is uitgegeven.

  • 2.

    De termijn van het gebruiksrecht voor een tweede bijzetting begint op dezelfde datum als die van de eerste bijzetting.

  • 3.

    Het in het eerste lid genoemde recht kan op verzoek van de rechthebbende telkens verlengd worden met een termijn van 5 of 10 jaar, mits de aanvraag wordt ingediend voor het verstrijken van de lopende termijn.

  • 4.

    In een particulier graf is het toegestaan om maximaal twee urnen of asbussen bij te zetten in een urnenkeldertje. De termijn voor de bijzetting begint op dezelfde datum als de uitgiftetermijn van het graf waarin reeds een overledene is begraven. Als er nog geen overledene in het graf is begraven, gaat de termijn voor bijzetting in op de datum van uitgifte van het particuliere graf.

  • 5.

    Op een particulier graf waarin een overledene is begraven, is het toegestaan om maximaal twee urnen te plaatsen. De termijn voor de plaatsing van de urn loopt gelijk met de uitgiftetermijn van het graf waarin de overledene is begraven. Het plaatsen van een urn op een particulier graf waarin nog geen overledene is begraven, is niet toegestaan.

  • 6.

    Het bijzetten van een asbus of urn in of op een algemeen graf is niet toegestaan.

Artikel 18. Termijn algemene graven

  • 1.

    Het college stelt grafruimte beschikbaar voor algemene graven voor een termijn van 20 jaar.

  • 2.

    Verlenging van de termijn is niet mogelijk.

  • 3.

    Een stoffelijk overschot kan na afloop van de uitgiftetermijn, op schriftelijk verzoek en op kosten van de belanghebbende, worden herbegraven in een particulier graf.

Artikel 19. Grafkelder

Het (doen) aanbrengen en hebben van een grafkelder voor het plaatsen van één of meerder grafkisten is niet toegestaan.

HOOFDSTUK 5. GRAFRECHTEN

Artikel 20. Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Het recht op een particulier graf of het gebruiksrecht van een columbarium kan op aanvraag worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende moet het recht op het particuliere graf of gebruiksrecht van een columbarium worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, mits de aanvraag binnen twaalf maanden na het overlijden van de rechthebbende wordt ingediend.

  • 3.

    Indien de overleden rechthebbende in het graf begraven moet worden of indien de asbus in het graf of indien de urn op het graf worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 4.

    Indien de aanvraag tot overschrijving niet binnen de termijn van 12 maanden na het overlijden van bij het college wordt ingediend, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf of columbarium te laten vervallen.

  • 5.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het recht op het particuliere graf of columbarium alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij het betreft een particulier graf dat inmiddels is geruimd of een columbarium is leeggehaald.

Artikel 21. Vervallen grafrecht of gebruiksrecht columbarium

  • 1.

    De graf- en gebruiksrechten vervallen:

    • a.

      Door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;

    • b.

      Als de rechthebbende afstand doet van het recht;

    • c.

      Als de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2.

    Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      Indien de betaling van de graf- of gebruikrechten voor het verkrijgen of verlengen van het graf- of gebruikrecht -ondanks een aanmaning- niet binnen drie maanden na het begin van de termijn is voldaan;

    • b.

      Indien de rechthebbende van een particulier graf of columbarium is overleden en het recht niet binnen de in artikel twintig, lid twee gestelde termijn is overgeschreven.

Artikel 22. Afstand doen van graven of columbarium

De rechthebbende kan schriftelijk afstand doen van het recht op een particulier graf of het gebruiksrecht van een columbarium, zonder recht op enige vergoeding. Het college bevestigt schriftelijk de ontvangst van deze verklaring aan de rechthebbende.

HOOFDSTUK 6. GRAFMONUMENTEN EN -BEDEKKINGEN

Artikel 23. Vergunning grafmonumenten en -bedekkingen

  • 1.

    Voor plaatsen van een grafmonument en grafbedekking is een schriftelijke vergunning van het college vereist.

  • 2.

    Het college kan nadere regels vaststellen voor de uitvoering van deze verordening, met betrekking tot voorschriften voor grafmonumenten en grafbedekkingen, zoals de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het grafmonument, het type grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

  • 3.

    Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      De duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • b.

      De constructie van het grafmonument en -bedekking ondeugdelijk is;

    • c.

      Het ontwerp of tekst kwetsend en of aanstootgevend is.

Artikel 24. Columbarium

  • 1.

    Voor de bijzetting van een asbus of urn moeten de columbariumelementen op de begraafplaats gebruikt worden. Zelf geplaatste elementen waarin een urn of as geplaatst kan worden, zijn niet toegestaan.

  • 2.

    Het college stelt een gedenkplaat op een columbarium ter beschikking.

  • 3.

    Voor het plaatsen van een gedenkplaat en het aanbrengen van een inscriptie daarop is een schriftelijke vergunning van het college vereist.

  • 4.

    Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      Het ontwerp of tekst kwetsend of aanstootgevend is.

Artikel 25. Geldigheidsduur vergunning voor grafmonumenten en -bedekkingen en gedenkplaat columbarium

  • 1.

    Particuliere graven

    • a.

      Een vergunning, zoals bedoeld in artikel drieëntwintig, lid één, wordt verleend voor de duur van de uitgegeven graftermijn van 20 of 40 jaar, te rekenen vanaf de dag van de eerste begrafenis in het betreffende graf. Bij het verlenen van de vergunning is de rechthebbende verplicht het onderhoud voor af te kopen;

    • b.

      Na het verlopen van de graftermijn kunnen de rechten voor het graf verlengd worden met 5 of 10 jaar. Dit omvat ook het verlengen van de termijn voor het grafmonument en -bedekking en het onderhoud daarvan.

  • 2.

    Algemene graven

  • Een vergunning, zoals bedoeld in artikel drieëntwintig, lid één, voor de periode van 20 jaar, te rekenen vanaf de dag van de begrafenis in het betreffende graf. Bij het verlenen van de vergunning is de belanghebbende verplicht het onderhoud af te kopen.

  • 3.

    Columbarium

    • a.

      Een vergunning, zoals bedoeld in artikel vierentwintig, lid drie, wordt verleend voor de periode van 20 jaar, te rekenen vanaf de dag van de eerste bijzetting in het columbarium;

    • b.

      Na het verlopen van de termijn van bijzetting kunnen de rechten voor columbarium verlengd worden met 5 of 10 jaar. Dit omvat ook het verlengen het onderhoud hiervan.

  • 4.

    De vergunning vervalt, zoals bedoeld in artikel drieëntwintig, lid één en artikel vierentwintig lid drie:

    • a.

      Wanneer het grafrecht of gebruiksrecht is vervallen is, overeenkomstig artikel eenentwintig.

    • b.

      Wanneer de looptijd voor een algemeen graf is verstreken.

    • c.

      Wanneer het college over het graf wil beschikken.

Artikel 26. Onderhoud door de gemeente

  • 1.

    Het college voorziet in het onderhoud van de begraafplaats, waaronder:

    • a.

      Het schoonhouden van een grafmonument- en bedekking, waaronder het verwijderen van groene aanslag, onkruid ect.

    • b.

      Het grafmonument wordt rechtgezet wanneer er sprake is van een scheefstand van 10 cm of meer, gemeten over de lengte van het monument.

    • c.

      Het onderhouden van de winterharde grafbeplanting.

  • 2.

    Het onderhoud, zoals vermeld in het eerste lid, door de gemeente eindigt op het tijdstip als bedoeld in artikel eenentwintig of tweeëntwintig.

Artikel 27. Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende

  • 1.

    Het schoonmaken van een gedenkplaat, grafmonument of ander materiaal omvat niet het schilderen, herstellen of vernieuwen van grafbedekking, beplanting of onderdelen daarvan. Deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door de rechthebbende of belanghebbende.

  • 2.

    Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking gebeurt door of namens de rechthebbende of belanghebbende. De kosten en risico’s van deze werkzaamheden zijn voor hun rekening.

Artikel 28. Niet-blijvende grafbeplanting

  • 1.

    De rechthebbende of belanghebbende zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van niet-blijvende beplanting.

  • 2.

    Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder recht op schadevergoeding.

  • 3.

    Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd, zonder recht op schadevergoeding.

Artikel 29. Aansprakelijkheid

  • 1.

    De gemeente is niet verantwoordelijk voor schade aan grafmonumenten en grafbedekkingen als gevolg van storm, extreme weersomstandigheden of andere onvoorziene gebeurtenissen. Het is de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder om het grafmonument en grafbedekking te laten herstellen.

  • 2.

    De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor vandalisme, diefstal van of schade aan voorwerpen, die op de graven zijn geplaatst. Het herstel van dergelijke schade valt onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder. De vergunninghouder dient zelf maatregelen te nemen om de schade te herstellen.

  • 3.

    De gemeente is niet aansprakelijk voor vermissing van urnen die op een graf geplaatst zijn.

Artikel 30. Tijdelijke verwijdering

  • 1.

    Het verwijderen en opnieuw plaatsen van een grafmonument, grafbedekking of afdekplaat voor een begrafenis of het bijzetten van een asbus of urn in een particulier graf, gebeurt namens de rechthebbende. Dit vindt plaats op kosten en risico van de rechthebbende.

Artikel 31. Verwijdering grafmonument en -bedekking na verstrijken van de termijn

  • 1.

    Na het verstrijken van de uitgegeven termijn van het graf, of wanneer er afstand gedaan is van de grafrechten, kunnen het grafmonument en -bedekking verwijderd worden.

  • 2.

    Het college informeert de rechthebbende van een particulier graf of de belanghebbende van een algemeen graf ten minste één jaar van tevoren per brief op de hoogte van het voornemen om het grafmonument en -bedekking te verwijderen.

  • 3.

    Als het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college dit voornemen ten minste één jaar van tevoren bekend door middel van een bordje bij het graf en een mededeling op het mededelingenbord de ingang van de begraafplaats.

  • 4.

    Wordt het grafmonument en-bedekking niet binnen acht weken na het verstrijken van de graftermijn verwijderd, dan komt deze te vervallen aan de gemeente. De gemeente is in dat geval niet verplicht tot enige vergoeding.

HOOFDSTUK 7. RUIMING VAN GRAVEN EN COLUMBARIUM

Artikel 32. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    Het college brengt de rechthebbende van een particulier graf of de belanghebbende van een algemeen graf ten minste één jaar vóór de geplande ruiming per brief op de hoogte van het voornemen om het graf te ruimen. Is het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend, dan maakt het college dit voornemen minstens één jaar voor de ruiming bekend door een bordje bij het graf te plaatsen en een mededeling op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats.

  • 2.

    De beheerder zorgt ervoor dat bij het ruimen van het graf respectvol wordt omgegaan met de aanwezige menselijke resten en dat bezoekers van de begraafplaats niet met deze resten worden geconfronteerd.

  • 3.

    Bij de ruiming van het graf worden de nog aanwezige menselijke resten opnieuw begraven in een verzamelgraf.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid kunnen nabestaanden van een overledene die begraven is in een particulier graf of algemeen graf, gedurende de in het eerste lid genoemde periode een verzoek indienen bij het college. Zij kunnen vragen om, indien mogelijk, bij de ruiming de menselijke resten bijeen te brengen voor een crematie of herbegraving op een andere locatie.

  • 5.

    Voor het leeghalen van een columbarium geldt dezelfde procedure, zoals beschreven in het eerste lid, met uitzondering het plaatsen van bordjes. In het geval van een columbarium wordt een sticker op de afdekplaat geplakt.

  • 6.

    De rechthebbende van een particulier graf waarin een urn of asbus is bijgezet of van een columbarium, kan bij het college een verzoek indienen om de asbus of urn beschikbaar te stellen voor bijzetting op een andere locatie of voor het verstrooien van de as.

  • 7.

    Wordt er, zoals beschreven is in lid zes, geen verzoek ingediend, dan zal de beheerder de as verstrooien op een strooiveld.

  • 8.

    De kosten voor de werkzaamheden, genoemd in lid vier, vijf en zes komen voor rekening van de rechthebbend of belanghebbende van het betreffende graf of columbarium.

  • 9.

    Een graf dat op de lijst met waardevolle graven staat, zoals bedoeld in artikel drieëndertig mag in principe nooit worden geruimd, tenzij de gemeenteraad hiervoor zwaarwegende redenen aanvoert.

HOOFDSTUK 8. IN STAND HOUDEN WAARDEVOLLE GRAVEN

Artikel 33. Lijst

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van graven die als waardevol worden beschouwd.

  • 2.

    Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan, onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden toegevoegd.

  • 3.

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafmonumenten en grafbedekkingen die op in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 9. VOORZIENINGEN

Artikel 34. Luiden van de klok

  • 1.

    Degene die de uitvaart verzorgt, vraagt de Begraafplaatsadministratie om het luiden van de klok.

  • Dit verzoekt dient uiterlijk drie werkdagen voorafgaand aan de dag van gebruik van de faciliteit te worden ingediend.

  • Zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen worden niet als werkdagen gerekend.

HOOFDSTUK 10. INRICHTING REGISTER

Artikel 35. Register

  • 1.

    De administratie bevat een openbaar register van personen die zijn begraven of waarvan de as is bijgezet. Dit register vermeldt de naam, geboortedatum en overlijdensdatum, evenals de grafaanduiding en de datum van begraving of bijzetting. Daarnaast bevat de administratie ook gegevens van de rechthebbenden en belanghebbenden van de graven, met hun namen en adressen. Dit gedeelte is niet openbaar.

  • 2.

    Rechthebbenden en belanghebbenden zijn verplicht om wijzigingen in hun adresgegevens tijdig door te geven aan de Begraafplaatsadministratie.

  • 3.

    Het register wordt bijgehouden door de Begraafplaatsadministratie.

  • 4.

    De Begraafplaatsadministratie houdt een plattegrond bij waarop de graven met nummers zijn aangeduid.

HOOFDSTUK 11. SLOTBEPALINGEN

Artikel 36. Intrekking oude regeling

De verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen in de gemeente Kapelle, vastgesteld op 24 mei 2005, wordt ingetrokken.

Artikel 37. Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten die het college heeft genomen op basis van de verordening voor het beheer en gebruik van algemene begraafplaatsen in de gemeente Kapelle, vastgesteld op 24 mei 2005, blijven geldig. Deze besluiten worden voortaan gezien als genomen op grond van deze nieuwe verordening.

  • 2.

    Als vóór de inwerkingtreding van deze verordening een vergunningaanvraag is ingediend op basis van de verordening voor het beheer en gebruik van algemene begraafplaatsen in de gemeente Kapelle, vastgesteld op 24 mei 2005, maar er vóór de inwerkingtreding nog geen besluit is genomen, dan wordt de aanvraag behandeld volgens de regels van deze nieuwe verordening.

Artikel 38. Strafbepaling

  • 1.

    Wie handelt in strijd met de artikel vier of vijf kan worden bestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 2.

    Overtreding van artikel vier of kan daarnaast worden bestraft door openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 39. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

Artikel 40. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Begraafverordening 2026’.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 25-11-2025.

De griffier,

De voorzitter,

Toelichting verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen in de gemeente Kapelle 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel leggen we uit wat de gebruikte woorden en begrippen betekenen.

 

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier graf

Voor een particulier enkel graf, particulier dubbelgraf, en columbarium gelden bijna dezelfde rechten en plichten.

 

Artikel 3. Openstelling begraafplaatsen

Dit artikel geeft de beheerder van de begraafplaats ook de mogelijk de begraafplaats helemaal geheel of gedeeltelijk af te sluiten als dit nodig is om graven te ruimen.

 

Artikel 4. Verboden en ordemaatregelen

De beheerverordening bevat regels voor hoe bezoekers zich op de begraafplaats moeten gedragen, zodat het er netjes, rustig en ordelijk blijft. Als iemand deze regels overtreedt, kunnen er straffen volgen, volgens artikel achtendertig. De politie kan dan ingrijpen en een proces-verbaal opmaken.

 

Steenhouwers, hoveniers of andere bedrijven of organisaties moeten altijd rekening houden met rouwenden en uitvaarten, omdat hun werk storend kan zijn. De beheerder heeft de bevoegdheid om mensen weg te sturen als ze zich niet aan de regels of aanwijzingen houden. Dit zorgt, samen met de verbodsbepalingen, voor genoeg mogelijkheden om ongewenst gedrag tegen te gaan.

 

Artikel 5. Plechtigheden

Dit artikel wordt bedoeld om ervoor te zorgen dat plechtigheden ordelijk verlopen en moeten daarom in overleg met de beheerder plaatsvinden. De beheerder kan een plechtigheid verbieden, als deze overlast kan veroorzaken voor een geplande begrafenis of bijzetting. Uiterlijk 2 dagen vóór de plechtigheid geeft de beheerder uitsluitsel of de plechtigheid door kan gaan.

 

Artikel 6. Opgravingen en ruimingen

Het is duidelijk bepaald dat bij het opgraven van een lichaam of het ruimen van één of meer graven, alleen mensen aanwezig mogen zijn die verantwoordelijk zijn voor deze werkzaamheden.

 

Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging

Een schriftelijke aanvraag is nodig om precies vast te leggen welke type graf wordt aangevraagd.

 

Artikel 8. Openen en sluiten graf of columbarium

Als de nabestaanden bepaalde werkzaamheden zelf willen uitvoeren, is het, ook vanuit veiligheidsoverwegingen, noodzakelijk dat zij de instructies en ondersteuning van het begraafplaatspersoneel volgen. Dit betreft vooral het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden zelf of door het personeel van de begrafenisonderneming worden uitgevoerd. Zo kunnen de nabestaanden bijvoorbeeld een aanvang maken, waarna medewerkers van de gemeente de handelingen overnemen die ervaring vereisen of lichamelijk te belastend zijn voor de nabestaanden. Werkzaamheden zoals het plaatsen van grafranden ter ondersteuning van de grond rondom het geopende graf en het verwijderen daarvan voor het sluiten van het graf dienen door het personeel te worden uitgevoerd.

 

Artikel 9. Over te leggen stukken

De Wet op de Lijkbezorging vereist dat er een verlof tot begraven is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Sinds april 2016 is een digitale versie hiervan voldoende. Het is daarnaast wenselijk dat de begraafplaatsadministratie de bevoegdheid heeft om medewerking aan de lijkbezorging te weigeren als niet aan de wettelijke eisen is voldaan.

De uitvaartondernemer moet een registratiedocument overleggen met daarin het registratienummer van het lijkomhulsel en de gegevens van de overledene. Voor een asbus moet degene die de uitvaart regelt een crematieverklaring van het crematorium laten zien. De bezorging van as omvat zowel het bijzetten van een asbus als het verstrooien van as.

 

Artikel 10. Lijkomhulsels en lijkhoezen

Voor een goede ontbinding van een lichaam is het belangrijk dat lijkomhulsels goed doorlatend zijn. Hierdoor kan voldoende vocht en zuurstof bij het lichaam komen, wat nodig is voor het verteringsproces. Dit geldt zowel voor de kleding van de overledene als voor de kist of lijkhoes waarin deze begraven wordt.

Voor het gebruik van lijkhoezen gelden specifieke regels, die opgenomen zijn in het Besluit op de Lijkbezorging. Lijkhoezen die voldoen aan deze regels staan vermeld op de ‘witte lijst’ van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB: www.begraafplaats.nl).

Het gebruik van ongeschikte lijkhoezen of slecht doorlatende materialen, zoals kunststof kleding of lijkwaden, kan ervoor zorgen dat de ontbinding stopt. Dit kan leiden tot milieuproblemen en ervoor zorgen dat graven niet opnieuw gebruikt kunnen worden.

In dit artikel is daarom ook bepaald dat er geen vervuilende of niet-afbreekbare voorwerpen, aan een graf mogen worden toegevoegd, en geen materialen die de ontbinding van het lichaam belemmeren of verhinderen.

 

Artikel 11. Tijden van begraving en asbezorging

De gemeente kan in haar verordening vastleggen dat er op iedere (werk)dag begraven, as bijgezet of as uitgestrooid kan worden binnen de door de gemeente vastgestelde tijden, behalve op zon- en erkende feestdagen. De gemeente mag zelf beslissen of begraven op zon- en feestdagen wel wordt toegestaan. Vaak zijn hier dan extra kosten aan verbonden.

Een uitzondering kan zich voordoen als de burgemeester toestemming geeft om een lichaam binnen 36 uur te begraven. Dit gebeurt soms op verzoek van nabestaanden om godsdienstige redenen. Ook kan er spoed nodig zijn, bijvoorbeeld bij de vondst van een lichaam.

 

Artikel 12. Indeling graven en asbestemming

Dit artikel beschrijft, naast de graven, ook de verschillende andere voorzieningen die op de begraafplaats aanwezig zijn.

 

Artikel 13. Aantal overleden in een graf of columbarium

In de gemeente Kapelle wordt gekozen voor begraven op één diepte, vanwege de grondwaterstand. Hierdoor kan slechts één persoon in een graf worden begraven. Bij een dubbelgraf worden daarom twee personen naast elkaar begraven in plaats van boven elkaar.

 

Artikel 14. Indeling vakken, graven en nummering

Spreekt voor zich.

 

Artikel 15. Volgorde van uitgifte

Graven worden uitsluitend uitgegeven voor directe begraving. Deze regel is ingesteld om te voorkomen dat inwoners grafrechten aanvragen zonder dat er direct een overledene wordt begraven. Dit zou namelijk kunnen leiden tot een tekort aan beschikbare graven op de begraafplaats, wat nadelig is voor andere inwoners die op korte termijn een graf nodig hebben.

Er is echter een uitzondering mogelijk: bij de uitgifte van een particulier graf waarin direct een overledene wordt begraven, kan ook een naastgelegen graf worden uitgegeven aan dezelfde rechthebbende, zelfs als er in dat naastgelegen graf niet direct wordt begraven. Deze uitzondering zorgt ervoor dat families de mogelijkheid hebben om graven naast elkaar te reserveren, zonder de beschikbaarheid van graven voor directe begraving te beperken.

 

De begraafplaatsadministratie kan van dit artikel afwijken, mits de uitgifte niet leidt tot een tekort aan begraafcapaciteit op de betreffende begraafplaats. Dit kan per begraafplaats verschillen of een afwijking van dit artikel mogelijk is.

 

Artikel 16 en 17. Termijnen particuliere graven en columbarium

In de Wet op de lijkbezorging staat dat een verlenging van de grafrechten of gebruiksrechten kan worden aangevraagd door de rechthebbende vanaf twee jaar voordat de huidige termijn afloopt.

Binnen het eerste jaar van deze periode moet het college de rechthebbende (de persoon die verantwoordelijk is voor het graf of columbarium) laten weten dat de termijn bijna afloopt.

Deze melding moet schriftelijk worden gedaan naar het adres van de rechthebbende, zoals dat bekend is bij de houder van de begraafplaats. Het is de verantwoordelijkheid van de rechthebbende om ervoor te zorgen dat het juiste adres bij de begraafplaats bekend is. De begraafplaatshouder hoeft alleen het adres uit zijn eigen administratie te gebruiken en hoeft geen gebruik te maken van andere bronnen, zoals het GBA-netwerk (de gemeentelijke basisadministratie).

 

Als de rechthebbende niet binnen drie maanden om verlenging van de grafrechten vraagt, moet de melding ook zichtbaar worden gemaakt bij het graf of columbarium zelf en bij de ingang van de begraafplaats. Dit blijft zo tot de periode voorbij is waarin de rechthebbende de verlenging kan aanvragen.

 

Artikel 18. Termijn algemene graven

Spreekt voor zich.

 

Artikel 19. Grafkelder

Spreekt voor zich.

 

Artikel 20. Overschrijven van verleende rechten

Het recht op een particulier graf wordt verleend door een besluit van het college. Hiermee krijgt de aanvrager het exclusieve recht om overledenen in een bepaald graf te begraven; de rechthebbende mag gebruik maken van een specifieke plek, maar kan dit recht niet verkopen. Wel kan het recht, op verzoek van de rechthebbende, worden overgeschreven op een ander.

 

Na het overlijden van een rechthebbende is het belangrijk dat een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen. Deze persoon neemt de verantwoordelijkheid voor het graf en de bijbehorende kosten op zich. Nabestaanden hebben twaalf maanden de tijd om een aanvraag tot overschrijving te doen. Het college kan, indien nodig, van deze termijn afwijken.

Wanneer een rechthebbende overlijdt, moet de aanvraag tot overschrijving vóór de begraving of bijzetting worden gedaan. Meestal regelen nabestaanden dit soort zaken direct na een overlijden, waarbij ook het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende wordt meegenomen.

 

Artikel 21. Vervallen grafrecht of gebruiksrecht columbarium

Dit artikel legt uit in welke situaties grafrechten automatisch vervallen en wanneer het college deze actief mag beëindigen, bijvoorbeeld bij nalatigheid van de rechthebbende of gebruiker. Het artikel geeft de gemeente meer bevoegdheden om op te treden tegen rechthebbenden of belanghebbende die hun verplichtingen volgens deze verordening niet nakomen of hiertegen in strijd handelen.

 

Artikel 22. Afstand doen van graven of columbarium

Dit artikel is opgenomen om duidelijk te maken dat de rechthebbende het recht op een graf of columbarium kan opgeven.

 

Artikel 23. Vergunning grafmonumenten en grafbedekkingen

Zonder regels voor grafmonumenten en grafbedekkingen kan de uitstraling van begraafplaatsen chaotisch worden. Daarnaast spelen ook veiligheidsoverwegingen een rol. Tegelijkertijd is het belangrijk om te voorkomen dat strikte regels persoonlijke of creatieve uitingen volledig beperken. Deze beheerverordening biedt daarom de nodige vrijheid, maar stelt wel minimumeisen aan de grafmonumenten en grafbedekkingen Voor grafmonumenten en grafbedekkingen op graven is een vergunning vereist, waarbij wordt getoetst aan deze minimumeisen. De exacte voorwaarden kunnen worden vastgelegd in de nadere regels voor grafmonumenten en grafbedekkingen.

 

Artikel 24. Columbarium

Op de begraafplaats zijn columbariumplekken aanwezig voor het bijzetten van as. Het plaatsen van eigen elementen is niet toegestaan. De rechthebbende ontvangt een gedenkplaat voor het columbarium, waarop een inscriptie kan worden aangebracht. Voor het aanbrengen van deze inscriptie is een vergunning vereist.

 

Artikel 25. Geldigheidsduur vergunning grafmonument en grafbedekking en gedenkplaat columbarium

Dit spreekt voor zich.

 

Artikel 26. Onderhoud door de gemeente

In dit artikel staat duidelijk beschreven welke onderhoudstaken door de gemeente worden uitgevoerd. Dit onderhoud is minimaal en bedoeld om ervoor te zorgen dat de begraafplaats er als geheel netjes en verzorgd uitziet.

 

Artikel 27. Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende

In dit artikel staan de rechten en plichten beschreven van de rechthebbende, of in het geval van algemene graven, van de belanghebbende met betrekking tot het grafmonument en grafbedekking. Volgens de Wet op de Lijkbezorging ligt de eigendom, en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid, van wat op het graf is geplaatst bij de vergunninghouder. Er is geen sprake van natrekking zolang het graf niet geruimd mag worden.

 

Artikel 28. Niet-blijvende grafbeplanting

In de praktijk ontstaan er soms problemen over het verwijderen van bloemen en eenjarige planten. Omdat deze eigendom zijn van de rechthebbenden of belanghebbenden, is het belangrijk om te waarschuwen. Het is echter onpraktisch om deze personen steeds per brief te informeren over het verwijderen van verwaarloosde planten of verwelkte bloemen. Daarom is het aan te raden om het beleid hierover te delen bij het verstrekken van de vergunning voor een grafbedekking en om dit beleid te vermelden op het mededelingenbord op de begraafplaats.

 

Artikel 29. Aansprakelijkheid

Dit artikel legt de verantwoordelijkheid voor het plaatsen, aanbrengen en herstellen van het grafmonument en grafbedekking nadrukkelijk bij vergunninghouder van het grafmonument. Het verplicht hen ook om schade te herstellen zodra het college hierom vraagt. Tegelijkertijd blijft de gemeente verantwoordelijk voor het direct aanpakken van gevaarlijke situaties die worden geconstateerd. Met dit artikel krijgt de gemeente de mogelijkheid om in te grijpen om onveilige situaties te voorkomen of op te lossen, waarbij de kosten op de vergunninghouder worden verhaald.

 

Artikel 30. Tijdelijke verwijdering

Dit artikel maakt duidelijk dat de kosten voor het verwijderen van een grafmonument en/of grafbedekking, bijvoorbeeld bij een bijzetting of begraving in het graf, voor rekening en risico van de rechthebbende zijn. Deze kosten komen niet voor rekening van de gemeente als beheerder van de begraafplaats.

 

Artikel 31. Verwijdering grafmonument en grafbedekking na verstrijken van de termijn

Dit artikel beschrijft de procedure die gevolgd moet worden voordat een grafmonument en grafbedekking wordt verwijderd. Het bepaalt dat het college bevoegd is om een grafbedekking weg te nemen wanneer de termijn van het grafrecht is verlopen.

Het eigendom van een grafbedekking wordt in het algemeen geregeld in het Burgerlijk Wetboek (artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5). In de aangepaste Wet op de Lijkbezorging (van kracht sinds 1 januari 2010) is echter bepaald dat tijdens de periode waarin een graf niet mag worden geruimd, deze regels uit het Burgerlijk Wetboek niet gelden voor wat op het graf is geplaatst. Hierdoor blijft het gedenkteken eigendom van de rechthebbende of gebruiker, zolang het grafrecht van kracht is. Dit uitgangspunt is ook opgenomen in dit artikel van de beheerverordening.

 

Artikel 32. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Dit artikel beschrijft de werkwijze die wordt gevolgd voordat de grafrechten of gebruikstermijnen aflopen en, indien nodig, graven worden geruimd. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Rechthebbenden van particuliere graven en gebruikers van algemene graven krijgen een melding dat de termijn van het grafrecht of gebruikstermijn bijna verloopt. Deze melding gaat vaak gepaard met de mededeling dat het college voornemens is algemene graven te ruimen of bij particuliere graven als er geen verlenging plaatsvindt.

De rechthebbenden op een graf worden geïnformeerd over hun recht om verlenging van de graftermijn aan te vragen, zoals beschreven de Wet op de Lijkbezorging. Belanghebbende van een bestaand algemeen graf krijgen de mogelijkheid om de stoffelijke resten laten herbegraven in een nieuw particulier graf, als zij dat willen. Dit gebeurt op kosten van de belanghebbende.

 

Artikel 33. Lijst

Spreekt voor zich.

 

Artikel 34. Luiden van de klok

Spreekt voor zich.

 

Artikel 35. Register

Dit artikel legt uit aan welke eisen de administratie volgens de wet moet voldoen en hoe deze toegankelijk moet zijn. Daarnaast wordt aangegeven welke voorwaarden gelden bij het wijzigen van de NAW-gegevens van rechthebbenden, gebruikers en andere belanghebbenden.

 

Artikel 36. Intrekking oude regeling

Dit artikel bepaalt dat de huidige verordening met ingang van een nader te bepalen datum niet meer van kracht is, behalve voor graven met grafrechten die er nog onder vallen. Oude verordeningen blijven van toepassing op grafrechten die in het verleden zijn verleend. Deze grafrechten blijven onderworpen aan de verplichtingen, vereisten en bepalingen uit de verordening die gold op het moment van de uitgifte, tenzij deze inmiddels in strijd zijn met de wet.

Wijzigingen in sommige verplichtingen kunnen alleen plaatsvinden door grafrechten te verlengen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de mogelijkheid tot afkoop van onderhoud of het toepassen van een nieuw begraaftarief. De rechten zelf blijven ongewijzigd. Daarom kunnen oude beheerverordeningen niet volledig ongeldig worden verklaard.

 

Artikel 37. Overgangsmaatregelen

Dit artikel bevestigt de intentie van artikel 36; oude besluiten blijven van kracht, mits ze niet in strijd zijn met de huidige wet, en behouden hun rechtsgeldigheid alsof ze zijn genomen op basis van de nieuwe verordening. Daarnaast worden alle nog lopende vergunningsaanvragen uitsluitend behandeld volgens de regels van de nieuwe verordening.

Als rechthebbenden aanspraak maken op oude rechten die niet terug te vinden zijn in de begraafplaatsadministratie, moeten zij zelf bewijs leveren, bijvoorbeeld door middel van akten of betaalbewijzen. Het college heeft de bevoegdheid om, bij onduidelijkheid over oude rechten, een coulanceregeling aan te bieden.

 

Artikel 38. Strafbepaling

Dit artikel is essentieel om de verboden die in de verordening zijn opgenomen te kunnen handhaven en sanctioneren. Hiervoor is eerst een terugkoppeling met het arrondissement waarin de gemeente valt noodzakelijk.

 

Artikel 39. Inwerkingtreding

Spreekt voor zich.

 

Artikel 39. Citeertitel

Spreekt voor zich.

Naar boven