Gemeente Rhenen - Volkshuisvestingsprogramma Rhenen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen heeft op 25 november 2025 het Volkshuisvestingsprogramma Rhenen vastgesteld.

Het Volkshuisvestingsprogramma bestaat, naast het op 27 mei 2025 door de gemeenteraad vastgestelde Koersdocument (NB is al gepubliceerd), uit het uitvoeringsprogramma Wonen (bijlage 1) en de uitvoeringsagenda ‘Samen bouwen aan wonen met welzijn en zorg’ (bijlage 2). In de documenten staat beschreven wat de opgaven zijn voor het woonbeleid de komende jaren én hoe de gemeente daar samen met betrokken partijen aan gaat werken. Het Volkshuisvestingsprogramma Rhenen treedt in werking op 11 december 2025.

Bijlage 1 - Uitvoeringsprogramma Wonen

 

 

Inleiding

 

Het koersdocument bevat 3 pijlers rondom wonen. Deze pijlers richten zich op woningbehoefte en woningvoorraad:

Pijler 1: Voldoende en diverse woningen toevoegen via nieuwbouw

Pijler 2: Beter benutten bestaande woningvoorraad en deze toekomstbestendig maken

Pijler 3: Lokale behoefte gaat voor

 

Per pijler zijn één of meerdere acties uitgewerkt die tijdens de verschillende bijeenkomsten (ambtelijke werksessies, werksessie marktpartijen) door de deelnemers zijn geprioriteerd. Deze acties werden gezien als meest belangrijk om op korte termijn op te pakken. We kunnen niet alles tegelijk. Daarnaast benoemen we per actielijn ook nog overige acties. Deze zijn niet minder belangrijk. Deze worden uitgevoerd in samenhang met de geprioriteerde acties uitgevoerd of op een later moment opgepakt.

 

We geven bij elke pijler aan welke concrete actie we gaan uitvoeren, met welk tijdspad, welke partijen hierbij betrokken zijn, hoe het gewenste resultaat eruitziet en wat het betekent voor de formatie. Voor iedere actie is een kartrekker aangewezen, om te stimuleren dat de benodigde stappen worden gezet.

 

Pijler 1: Voldoende en diverse woningen toevoegen via nieuwbouw

We bouwen voldoende woningen om verdringing zoveel mogelijk te voorkomen. Het aanbod dat we toevoegen zorgt voor meer diversiteit in de woningvoorraad (klein, nultreden, betaalbaar).

 

Wat speelt er

Er ligt een opgave om tot en met 2035 800 – 1.100 woningen (netto) toe te voegen waarvan 130-180 geclusterde woningen. Terugblikkend op de gerealiseerde woningaantallen van de afgelopen jaren, zal het tempo omhoog moeten om deze opgave te realiseren. Specifiek voor geclusterde woningen kijken we naar geschikte locaties (bij voorkeur op loopafstand van voorzieningen). Kijkend naar de plancapaciteit zijn er onvoldoende planlocaties en woningbouwplannen om aan deze opgave te voldoen. Er is dus extra ruimte voor woningbouw nodig om aan de behoefte te voorzien. Hier zijn nieuwe locaties voor nodig en/of er zullen meer woningen gerealiseerd moeten worden op de huidige planlocaties. Daarnaast willen we meer programmatisch werken, sturend op het totaal van alle plannen, en minder projectmatig per woningbouwproject. Het wordt immers des te belangrijker om te bewaken dat het totaal van alle projecten samen een gewenste mix van woningen oplevert. Daarom gaan we onderzoeken op welke manier we dat kunnen doen, passend bij de organisatie. Dit kan gevolgen hebben voor de interne organisatie en betekent een andere manier van werken. Daarbij wordt gedegen monitoring belangrijker, zodat er kortcyclischer gestuurd kan worden op actuele cijfers.

 

Wat gaan we doen?

Partijen

Tijdspad

Resultaat

Budget

Voldoende woningen toevoegen: 130% plancapaciteit

We voegen 800 – 1.100 woningen (netto) toe tot en met 2035. We werken met een 130% plancapaciteit om planuitval en vertraging op te kunnen vangen. Dit betekent een plancapaciteit van 1.100 – 1.400 woningen tot en met 2035. Hiervoor zijn meerdere maatregelen / programma’s noodzakelijk:

1: We scheppen de ruimtelijke voorwaarden voor voldoende gebiedsontwikkelingen om aan een plancapaciteit van 1.100 – 1.400 te komen (zowel inbreiding als uitbreiding).

2: We actualiseren de omgevingsvisie. Daarbij onderzoeken we of het nodig is om op specifieke plekken (bijvoorbeeld in een nieuw deelgebied Rhenen) te kijken naar de gehanteerde maximale bouwhoogtes. En doen we nader onderzoek naar mogelijke verdichting. Zodat we op specifieke plekken meer woningen kunnen toevoegen.

Daarnaast wordt in de te actualiseren omgevingsvisie de randzonevisie en de gebiedsverkenning toegevoegd. In deze stukken wordt een voorschot genomen in de mogelijkheden voor woningbouw in onze gemeente. Daarbij willen we gebruik maken van de mogelijkheden van het voorkeursrecht.

3: We vernieuwen het parkeerbeleid zodanig dat dit extra mogelijkheden biedt om de woningbouwopgave te faciliteren. Bijvoorbeeld door bij verdichting in bestaande buurten waar dit kan een lagere parkeernorm te hanteren.

4. We zoeken locaties voor het toevoegen van 6 extra woonwagenstandplaatsen

Kartrekker

RO

Betrokkenen

Grondzaken; Projectleiders; Mobiliteit; Projectontwikkelaars; Rhenam; Grondeigenaren

Regieteam wonen, welzijn, zorg (zie uitvoeringsagenda in bijlage 3)

 

Punt 1:

Doorlopend

Punt 2:

tweede helft 2026

Punt 3:

2025-2026

800 - 1.100 woningen toegevoegd tot en met 2035.

 

Waarvan 130 – 180 geclusterde woningen en 55 nultredenwoningen.

Vanuit reguliere formatie.

We gaan onderzoeken hoe we programmatisch kunnen gaan werken, waarbij er niet alleen per project gestuurd wordt, maar er in de regievoering integraal gekeken wordt naar de samenhang tussen de nieuwbouwplannen. Uitruil van categorieën tussen projecten is mogelijk: zowel als het gaat om betaalbaarheid als type woning. Om regie te kunnen voeren:

1: Stellen we een afwegingskader nieuwbouw op, waarin we stapsgewijs aangeven hoe we nieuwe initiatieven integraal beoordelen vanuit de samenhang van diverse beleidsterreinen (wonen, ruimtelijke ordening, wonen & zorg).

2: We zetten in op monitoring, zodat er kortcyclischer gestuurd kan worden op actuele cijfers.

Kartrekker

Programmaregisseur

Betrokkenen

Projectleiders RO en Wonen,

Sociaal Domein

2026 en verder

 

De juiste woningen worden gebouwd.

Mogelijk is er extra fte nodig voor een programmaregisseur.

Als dat het geval is stellen we dit voor aan de gemeenteraad.

Er is op dit moment onvoldoende ambtelijke capaciteit om de versnelling te kunnen faciliteren. We kiezen ervoor om deze ambtelijke capaciteit te vergroten. Wanneer we er niet in slagen om de ambtelijke capaciteit te vergroten, dan zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld door prioriteit te geven aan grotere plannen (50+ woningen), want daar zijn minder handelingen (planvoorbereiding, gebiedsontwikkeling, grondexploitatie, aanpassing omgevingsplan, beoordelen vergunningsaanvragen, enz) voor nodig dan voor meerdere kleine plannen.

Kartrekker

Gemeente

 

2027 en verder

Versnelling aanbrengen in het woningbouwprogramma om de woningbouwopgave te halen.

Mogelijk tijdelijk extra fte nodig om de versnelling te faciliteren (bijvoorbeeld externe inhuur).

Als dat het geval is stellen we dit voor aan de gemeenteraad.

Overige activiteiten

Een toenemend woningaantal leidt onder andere tot meer afvaladressen, afvalwaterzuivering en een grotere belasting op het elektriciteitsnet. Ook betekent dit een grotere vraag naar allerlei voorzieningen zoals onderwijs, welzijn en zorg. We signaleren deze knelpunten en onderzoeken via andere trajecten de mogelijkheden om deze knelpunten op te lossen.

Kartrekker

Gemeente

Betrokkenen

Rhenam; Waterschap, Stedin; Particuliere verhuurders; Eigenaar-bewoners

Scholen, Regieteam wonen, welzijn, zorg

2026 en verder

Bewust zijn van het feit dat een toenemend woningaantal leidt tot een grotere belasting op andere gebieden.

Vanuit reguliere formatie.

Als basis gaan we uit van de wettelijke eisen rondom duurzaamheidsmaatregelen; om ervoor te waken dat een stapeling van (aanvullende) eisen belemmerend gaat werken. Het College heeft ingestemd met ambitie ‘goud’ in het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Daarover voeren projectleiders het gesprek met betrokken partijen over de haalbaarheid en verdeling van de kosten. Ook willen we stimuleren dat er netbewust wordt gebouwd.

Kartrekker

Gemeente

Betrokkenen

Rhenam; Particuliere verhuurders; Ontwikkelaars; Eigenaar-bewoners

2026 en verder

Huizen en een leefomgeving waarin je veilig en prettig leeft, ook in het klimaat van 2050.

Vanuit reguliere formatie.

 

Pijler 2: Beter benutten bestaande woningvoorraad en deze toekomstbestendig maken

Naast nieuwbouw zoeken we naar manieren om in de bestaande voorraad woningen toe te voegen. Dit zien we nadrukkelijk ook als kans om met name de kwaliteit van de voorraad in de naoorlogse buurten (1945-1980) op peil te houden.

 

Wat speelt er

Woningen voegen we niet alleen toe via nieuwbouw, we benutten ook de bestaande voorraad. Ruime gezinswoningen, gebouwd in de periode tussen 1965 en 1980, bieden goede mogelijkheden voor splitsing of aanpassing ten behoeve van woningdelen. Dit komt door hun praktische indeling, vergelijkbare plattegronden en het gebruik van bouwmaterialen die zich goed lenen voor aanpassingen. Dankzij deze eigenschappen kunnen oplossingen relatief eenvoudig worden opgeschaald. In Rhenen staat een aanzienlijk aantal van dit type woningen. Dit biedt kansen om de bestaande woningvoorraad beter te benutten.

 

Wat gaan we doen?

Partijen

Tijdspad

Resultaat

Budget

We zorgen voor duidelijk beleid over wat mogelijk is bij woningsplitsing. Hierbij kijken we naar fysieke regels (bouwkundige eisen, welstand, brandveiligheid, parkeren, etc.) en waar die mogelijk versoepeld kunnen worden.

Kartrekker

RO

Betrokkenen

Wonen; Communicatie, Mobiliteit

2025

Woonruimte toevoegen via woningsplitsing.

Vanuit reguliere formatie

We zorgen voor duidelijk beleid over wat mogelijk is bij woningdelen. Hierbij kijken we niet alleen naar voorwaarden (waar en wanneer wel of niet toestaan) maar ook naar het wegnemen van belemmeringen. Zo kijken we samen met collega’s van het sociaal domein naar mogelijkheden om problemen rond inkomen (kostendelersnorm) te voorkomen. Hier zijn landelijk voorbeelden van verruiming van de mogelijkheden voor mensen om een woning te delen of kamers te verhuren zonder gekort te worden op hun uitkering of AOW.

Kartrekker

Wonen

Betrokkenen

Sociaal domein;

Werk en inkomen; Communicatie, Mobiliteit

2025 -2026

Woonruimte toevoegen via woningdelen.

Mogelijk tijdelijk extra ondersteuning nodig (intern of externe inhuur).

Er zijn verschillende vormen van scheefwonen. Financieel scheefwonen kan door de corporatie worden tegengegaan met een inkomensafhankelijke huurverhoging mits hierover prestatieafspraken zijn gemaakt. Daarnaast trachten we passenheidsscheefheid (kleine huishoudens in grote woningen) te verminderen en de doorstroom te vergroten, hiervoor zijn verschillende instrumenten mogelijk. Als eerste onderzoeken we de inzet van een doorstroommakelaar. Een doorstroommakelaar geeft gericht voorlichting aan ouderen over de mogelijkheden om te verhuizen naar een meer passende woning. Verder ondersteunt een doorstroommakelaar ouderen bij hun zoektocht en praktische vraagstukken.

Kartrekker

Wonen

Betrokkenen

Rhenam, Huurdersorganisatie REA

2026

Hogere doorstromingsgraad van ouderen.

Mogelijk is er extra capaciteit nodig voor inkopen organisatie die doorstroommakelaar levert.

Overige activiteiten

Het huidige beleid rondom pré-mantelzorgwoningen en het bouwen van tijdelijke woningen op het eigen erf brengen we in lijn met nieuwe wettelijke mogelijkheden die door de Minister van Volkshuisvesting zijn aangekondigd.

Kartrekker

Wonen

Betrokkenen

RO

Start wanneer de Wvrv is vastgesteld

Lokaal beleid sluit aan bij landelijk beleid en biedt meer mogelijkheden voor extra woonruimte op bestaande erven.

Vanuit reguliere formatie.

We zorgen ervoor dat woningen van voor 1990 in goede staat blijven en duurzamer worden.

Sociale voorraad ( Rhenam )

Is al druk bezig met het verduurzamen van hun bezit en ligt op koers om alle E, F of G labels voor 2029 uit te faseren (met uitzondering van woningen met een voornemen tot sloop).

Particuliere voorraad

Doel is om woningeigenaren te laten besparen, (zelf) duurzaam energie opwekken, (hybride) warmtepompen en (kleine) collectieve oplossingen. Dit gaat niet vanzelf, er zijn verschillende maatregelen nodig:

1: Bewustwording creëren

2: Zorgen voor advies, hulp en stimuleren

3: Verbinding en samenhang zoeken

Kartrekker

Gemeente; Duurzaamheid

Betrokkenen

Energieloket;

Energie adviseurs;

Rhenam

Doorlopend

Energieverbruik sterk omlaag, besparing van 50%.

Vanuit reguliere formatie

We zetten in op een leefbare en groene woonomgeving die helpt bij het tegengaan van hittestress. Daarnaast zetten we bij het inrichten van de omgeving waar veel ouderen wonen, in op het stimuleren van ontmoeting, toegankelijkheid en dementievriendelijke voorzieningen. We maken hiervoor gebruik van het werk met werk principe. Op het moment dat er in de openbare ruimte iets aangepakt moet worden (zoals vervanging van het riool), kijken we integraal naar de herinrichting van de leefomgeving.

Kartrekker

Gemeente

Doorlopend

Gebruik maken van logische momenten om de leefomgeving leefbaarder en groener te maken.

We gaan na of de middelen voor inrichting openbare ruimte toereikend zijn. Als dat niet het geval is, dan is het nodig om extra budget te reserveren.

 

Pijler 3: Lokale behoefte gaat voor

We leggen het accent in de programmering primair op de lokale vraag van starters, mensen met een lager inkomen en ouderen. Secundair op de regionale vraag om vestigers zoals gezinnen naar de gemeente te trekken.

 

Wat speelt er

Grondgebonden koopwoningen zijn relatief veel in de gemeente aanwezig. Doordat het aantal alleenstaanden en stellen blijft toenemen – vooral jong en oud – is er meer variatie in de woningvoorraad nodig: divers aanbod met de focus op betaalbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan: klein, betaalbaar, nultreden, geclusterd, zorggeschikt. Daarnaast willen we aantrekkelijk blijven voor vestigers die een nieuwe impuls kunnen geven aan onze gemeenschappen.

Wat gaan we doen?

Partijen

Tijdspad

Resultaat

Budget

Het accent ligt op betaalbare woningbouw. Bij nieuwe plannen sturen we strak op:

• 30% sociaal

• 36% middelduur (15% middeldure huur/goedkope koop; 21% betaalbare koop)

We koppelen deze eis los van de locaties. Uitruil van categorieën tussen projecten is mogelijk, mits concreet in afspraken vastgelegd, om kleinere projecten haalbaar te maken door te komen tot grotere aantallen van dezelfde woningen in één project.

We zetten erop in dat goedkope en betaalbare koopwoningen eerst lokaal worden geadverteerd, zodat deze woningen ook daadwerkelijk bij de lokale woningzoekenden terechtkomen.

Kartrekker

Programmaregisseur

Betrokkenen

Ontwikkelaars; Rhenam

2026 en verder

Betaalbare woningen die aansluiten bij de lokale behoefte.

Vanuit reguliere formatie.

We onderzoeken de mogelijkheden om het vereveningsfonds beter te benutten. Op dit moment wordt er nog niet veel gebruik gemaakt van het vereveningsfonds. Door duidelijker te zijn over de kaders en daar ook strakker aan vast te houden, zal er bij ontwikkelende partijen meer behoefte ontstaan aan het doen van een beroep op het vereveningsfonds.

1a: We evalueren de huidige regeling

1b: We herformuleren de beleidsregels van dit fonds, waar het gaat om de hoogte van het in te brengen bedrag.

1c: We herformuleren de beleidsregels van dit fonds, waar het gaat om de criteria van besteding van de middelen; dit gaan we makkelijker maken.

2: We brengen de criteria voor het vereveningsfonds in lijn met de categorieën die we in dit Volkshuisvestingsprogramma onderscheiden, waarbij we de tarieven differentiëren; hogere bedragen bij sociale huur, lagere bedragen bij middeldure huur en goedkope koop.

Kartrekker

Wonen

Betrokkenen

RO;

Financiën

 

2026

Vereveningsfonds is effectief.

Mogelijk extra budget nodig om extern bureau in te huren, bv.via ondersteuning van de Provincie Utrecht.

Overige activiteiten

De gemeente stuurt erop aan dat ontwikkelaars in een vroegtijdig stadium met Rhenam in gesprek gaan over de invulling van het aandeel sociale woningbouw in projecten, omdat het de voorkeur heeft dat sociale woningbouw door een corporatie wordt ontwikkeld en beheerd. Het voordeel hiervan is dat de gemeente met Rhenam prestatieafspraken maakt. Er is meer borging dat de woning blijft functioneren als sociale huurwoning, want de woning blijft behouden voor de doelgroep. Deze borging ontbreekt wanneer sociale huurwoningen door een projectontwikkelaar worden ontwikkeld.

Kartrekker

Wonen

Betrokkenen

RO;

Projecten;

Rhenam; Projectontwikkelaars

2026 en verder

Aandeel sociaal wordt gehaald.

Vanuit reguliere formatie.

De gemeente stelt grondprijzen voor sociale woningbouw vast en communiceert met ontwikkelaars dat zij ervanuit gaat dat aan corporaties niet meer dan de gemeentelijke grondprijs in rekening wordt gebracht.

Kartrekker

Grondzaken

Betrokkenen

Wonen;

Projecten;

Rhenam; Projectontwikkelaars

2025

Aandeel sociaal wordt gehaald

Vanuit reguliere formatie.

34% vrij invulbaar (duurdere segment) zetten we onder andere in om gezinnen en stellen naar de gemeente te trekken. Zodat onze wijken en buurten vitaal blijven, het voorzieningenniveau op peil blijft, etc.

Kartrekker

Wonen

Betrokkenen

RO;

Projecten; Ontwikkelaars

2026 en verder

Vestigers die een nieuwe impuls geven aan onze gemeenschappen.

Vanuit reguliere formatie.

We onderzoeken de werking van bestaande instrumenten – zoals de starterslening, de lening duurzaam wonen, de doelgroepenverordening en de lokale voorrang in de huisvestingsverordening om de doorstroming te bevorderen – en of hier aanvullend actie op nodig is (zoals het regelen van nieuw budget voor het kunnen voortzetten van de leningen en zoals het opstellen van beleidsregels t.a.v. de minimale kwaliteit en de segmentering van sociale woningbouw).

Kartrekker

Wonen

Betrokkenen

RO, Duurzaamheid

2025 en verder

Bestaande instrumenten en maatregelen worden optimaal benut

Vanuit reguliere formatie

Samen met partners werken we aan gerichte woningtoewijzing om ouderen sneller naar een passende, levensloopbestendige woning te laten doorstromen

Kartrekker

Gemeente sociaal en fysiek domein.

Betrokkenen

Regieteam wonen, welzijn en zorg.

2025-2026

Passende woningen

Vanuit reguliere formatie

 

Bijlage 2 Uitvoeringsagenda Samen bouwen aan wonen met welzijn en zorg

 

 

Inleiding

 

Aanleiding

De gemeente Rhenen staat – net als de rest van Nederland – voor een grote opgave op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Aandachtsgroepen — zoals ouderen, mensen met een beperking, of mensen met psychische problemen — moeten vaak langer thuis blijven wonen om verschillende maatschappelijke, economische en beleidsmatige redenen. Door personeelstekorten en een toenemende vraag naar passende woonvormen en ondersteuning en zorg thuis, wordt zelfstandig wonen in gewone wijken steeds belangrijker. Dit vraagt om geschikte woningen, toegankelijke zorg en een veilige leefomgeving die ontmoeting, gezondheid en zelfredzaamheid stimuleert. Een samenhangende aanpak is noodzakelijk.

 

De woonzorgopgave: méér dan woningen bouwen

De woonzorgopgave vraag om een gezamenlijke beweging. We zetten stappen. Het gaat niet alleen om passende woningen te realiseren, maar ook een samenleving te versterken waarin mensen zich thuis voelen, meedoen en elkaar ondersteunen krijgen. Dit doen we samen met inwoners informele netwerken en maatschappelijke partijen.

De verbinding met leefbaarheid, welzijn en zorg staat daarbij centraal. Zonder die verbinding blijft het risico bestaan dat het bij ‘stenen stapelen’ blijft. Het maken van deze beweging kost tijd; sociale samenhang en vertrouwen groeien stap voor stap. Daarom werken we in deze uitvoeringagenda vanuit een volgorde die ruimte geeft aan dit proces. We starten bij de kracht van informele netwerken en inwoners, bouwen daarop voort met welzijn en zetten zorg pas in waar dat nodig is. Zo ontstaat geleidelijk een stevig fundament waarin de juiste ondersteuning en zorg op de juiste plek beschikbaar komt.

 

Gezamenlijke aanpak

In 2024/2025 hebben gemeente Rhenen, Welzijn Rivierstroom, Quarijn, Charim, Huisartsen Gelderse Vallei, Buurtzorg, SantéPartners en Rhenam Wonen samen nagedacht over de woonzorgopgave voor ouderen en aandachtsgroepen. Thema’s als preventie, zorg en ondersteuning en voldoende passende woningen stonden daarbij centraal. De inzichten uit meerdere bijeenkomsten zijn vastgelegd in het Koersdocument, dat samen met deze uitvoeringsagenda én het uitvoeringsprogramma Wonen het Volkshuisvestingsprogramma Rhenen vormt.

 

Daarnaast zijn er verdiepende sessie georganiseerd over onderwerpen als geclusterde woonwoningen en zorg en ondersteuning thuis. Deze bijeenkomsten hebben geleid tot meer inzicht in elkaars rol en uitdagingen. De gezamenlijke conclusie:.De juiste stappen worden al gezet maar goede afstemming en samenhang zijn nodig – de basis is gelegd. Tegelijkertijd is er het besef dat de samenwerking verder ontwikkeld kan worden en dat partijen elkaar in de praktijk beter moeten gaan vinden.

 

Daarom is gekozen voor een gezamenlijke uitvoeringsagenda en een aanpak. Deze agenda is gebaseerd op de gezamenlijke visie zoals beschreven in hoofdstuk 1. Zo werken de gemeente en haar partners aan een inclusieve samenleving waarin mensen met en zonder ondersteuningsvraag prettig kunnen wonen in Rhenen.

 

Van actielijnen naar speerpunten

Deze uitvoeringsagenda helpt de samenwerking tussen gemeente, woningcorporatie, zorg- en welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke partners te versterken. Het doel is bij te dragen aan een aantrekkelijk Rhenen met voldoende geschikte woningen en een passend zorg- en welzijnsaanbod. De oorspronkelijke actielijnen uit het Koersdocument blijven van kracht, maar zijn in deze uitvoeringsagenda gebundeld tot overzichtelijke speerpunten waaraan concrete acties zijn gekoppeld. Door deze bundeling ontstaat meer samenhang, overzicht en uitvoerbaarheid.

 

Praktisch aan de slag

Om écht voortgang te boeken, is gekozen voor een praktische aanpak. De uitvoeringsagenda biedt ruimte voor maatwerk, sluit aan bij wat lokaal nodig is en bouwt voort op bestaande initiatieven. De uitvoering is inmiddels gestart.

 

Alle betrokken parnters zijn vertegenwoordigd in een regieteam, dat een centrale rol speelt. Alle partners zetten zich actief in en leveren menskracht. Het regieteam werkt in de geest van het Volkshuisvestingsprogramma, maar laat zich vooral leiden door de energie en dynamiek van de praktijk.

Waar in deze uitvoeringsagenda wordt gesproken over ‘we’, worden de betrokken partners bedoeld.

Flexibel en oplossingsgericht

Niet alles ligt vast. Al doende ontstaat een passende werkvorm – met bijvoorbeeld een gezamenlijke jaaragenda, samenwerking rond urgente thema’s en blijvend overleg. Partijen werken oplossingsgericht en op basis van vertrouwen verder aan de uitvoering.

 

Wat biedt deze uitvoeringsagenda?

De uitvoeringagenda loopt tot en met 2030 en wordt jaarlijks geactualiseerd en bijgesteld.

In deze uitvoeringsagenda worden de speerpunten 2025-2026 verder uitgewerkt (bijlage 1) die het gezamenlijke uitgangspunt vormen voor de betrokken partijen. Daarnaast wordt toegelicht hoe de uitvoering is georganiseerd, hoe de voortgang wordt gevolgd en op welke manier monitoring en financiering zijn ingericht. Tot slot is er aandacht voor communicatie en participatie.

 

1. Visie

De betrokken partijen hebben gezamenlijk de volgende visie opgesteld als fundament voor de uitvoering:

 

“Samen met inwoners en partners bouwen we aan een sterke, inclusieve leefomgeving met passende zorg, ondersteuning en wonen op maat. De kracht van de samenleving staat daarbij centraal. Door goed samen te werken kunnen we de ondersteuning aan ouderen en andere kwetsbare inwoners ook in de toekomst blijven waarborgen”.

 

2. Uitvoeringsagenda: Waar gaan we aan werken

Samen met de betrokken partijen zijn de pijlers en actielijnen uit het Koersdocument dat in mei door de gemeenteraad is vastgesteld, gebundeld tot vier samenhangende speerpunten. In de periode 2025-2026 wordt samen met partijen gewerkt aan deze speerpunten. Deze vertaling maakt de uitvoering concreter en beter beheersbaar. De speerpunten worden in bijlage 1 nader toegelicht.

 

3. Organisatie uitvoeringsagenda

De samenwerking krijgt vorm via een regieteam, dat een centrale rol speelt in de uitvoering van deze agenda. Het team stemt af, verbindt beleid en praktijk en bewaakt de voortgang. Alle betrokken partijen leveren menskracht en zetten zich actief in.

 

In 2025 en 2026 werken partijen – naast lopende actielijnen waar zij bij zijn betrokken, zoals de Dr. Wallerstraat en de ETHOS telling – aan de uitvoering van de vier speerpunten. In deze opzet ligt het accent op uitvoering, met het regieteam als sturende eenheid, ondersteund door bestuurlijke afstemming op hoofdlijnen.

 

Niet alles ligt vast. Al doende ontstaat een passende werkvorm, met onder meer een gezamenlijke jaaragenda, samenwerking rond urgente thema’s en blijvend overleg. Partijen werken oplossingsgericht en op basis van vertrouwen verder aan de uitvoering.

 

3.1. Rol en werkwijze van het regieteam

Het regieteam is het centrale orgaan voor integrale sturing op de uitvoering. Het regieteam bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken partners en wordt geleid door een onafhankelijke procesregisseur. Het regieteam start met een vaste kern; afhankelijk van het thema of onderwerp kunnen andere organisaties tijdelijk of structureel deelnemen.

 

De procesregisseur is voorzitter en verantwoordelijk voor de voortgang, agendering en procesbegeleiding.

 

Het regieteam komt periodiek bijeen (gemiddeld 6 keer per jaar, naar behoefte) en werkt op basis van actielijsten, voortgangsrapportages en korte lijnen met de uitvoerende medewerkers of projectleiders.

 

Taken en verantwoordelijkheden regieteam:

  • Stuurt op voortgang, samenhang en kwaliteit van uitvoering

  • Besluit over knelpunten en bijsturing op projectniveau

  • Bereidt bestuurlijke afstemming voor

  • Verbindt de uitvoering met beleidsontwikkeling

 

3.2. Bestuurlijke afstemming

Om de voortgang en samenwerking ook bestuurlijk te borgen, vindt tweejaarlijks een bestuurlijk overleg plaats. Dit overleg biedt ruimte voor afstemming over gezamenlijke vraagstukken, het delen van signalen uit de praktijk en het behouden van een gedeelde koers.

 

Rol van het bestuurlijk overleg

  • Afstemmen over gezamenlijke ontwikkelingen en knelpunten

  • Bespreken van signalen uit het regieteam

  • Borgen van bevindingen uit deze samenwerking in gemeentelijk beleid

  • Delen van perspectieven vanuit de eigen organisatie

  • Versterken van wederzijds begrip en betrokkenheid

 

Samenstelling en ondersteuning

Het overleg staat onder gezamenlijk voorzitterschap van de wethouders Wonen en Sociaal Domein. Deelnemers zijn bestuurders of deelnemers uit het regieteam van de betrokken organisaties. Het regieteam bereidt het overleg voor, stelt de agenda op en zorgt voor relevante voortgangsinformatie.

 

3.3. Inzet van een procesregisseur

De procesregisseur is verantwoordelijk voor het verbinden van betrokken partners, het bewaken van de voortgang en het aanjagen van de gezamenlijke uitvoering van de uitvoeringsagenda. De regisseur bewaakt de samenhang, houdt overzicht en draagt actief bij aan het realiseren van de afgesproken doelstellingen. Door deze onafhankelijke rol draagt de procesregisseur bij aan een neutrale en verbindende werkwijze.

 

De regisseur is gepositioneerd binnen de gemeentelijke organisatie. Dit zorgt voor structurele borging, duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling en directe aansluiting op beleidsontwikkeling en besluitvorming. Tegelijkertijd werkt de regisseur nadrukkelijk samen met partners aan de uitvoering. Door objectief te opereren, belangen te overbruggen en het proces te bewaken – zonder directe inhoudelijke of organisatorische betrokkenheid bij één van de partijen – wordt de samenwerking versterkt en neemt de kans op een gedragen en effectief uitvoeringsprogramma toe.

De verwachte inzet bedraagt 8 tot 10 uur per week.

4. Monitoring en sturing

De gehele opgave, vraagt intensieve aandacht en inzet de komende jaren. Voor de overzichtelijkheid en stuurbaarheid knippen we deze opgave daarom op in verschillende jaarschijven. Jaarlijks stellen we een uitvoeringsagenda op met de ambities voor het betreffende jaar en de doelen uit de uitvoeringsagenda waaraan wordt gewerkt. Het regieteam stuurt gedurende het jaar op de uitvoering van de agenda en rapporteert één keer per jaar (voor de zomer) aan het bestuurlijk overleg. Daarbij wordt zowel teruggeblikt op de voortgang als vooruitgekeken om bij te sturen waar nodig.

  • Wat hebben we bereikt?

  • Waar staan we nu?

  • Welke ontwikkelingen zijn relevant?

  • Wat komt er in de nieuwe uitvoeringsagenda?

 

Op deze manier kunnen de jaarlijkse ontwikkelingen goed worden gevolgd en waar nodig worden verwerkt in de nieuwe uitvoeringsagenda of gebruikt als input voor de begrotingscyclus van de betrokken partijen.

 

5. Financiën en samenwerking

We zien in dat de opgave zeker de komende jaren aandacht vraagt en daarmee inzet van veel (maatschappelijke) partners in Rhenen. Veel van de zaken in het uitvoeringsprogramma vragen een periode van nader onderzoek voordat concrete oplossingen worden geïmplementeerd. Het proces krijgt gezamenlijk vorm zodat de programmastructuur (hoofdstuk 4) wordt gewaarborgd. Met vaststelling van deze uitvoeringsagenda commiteren de betrokken organisaties zich om binnen hun eigen organisatie mensen en middelen beschikbaar te stellen voor de activiteiten in de jaarlijkse uitvoeringsagenda.

 

Voor de financiële inzet geldt dezelfde onderverdeling als bij de besluitvorming: onderscheid tussen proceskosten en kosten voor de uitvoering van activiteiten. Betrokken partijen gaan de komende periode praktisch aan de slag met de uitvoering.

Op termijn wordt verkend of en hoe gezamenlijk kan worden gekomen tot een programmabegroting en passende dekking voor het gehele uitvoeringsprogramma in Rhenen.

 

Voor betrokken partners die door de gemeente zijn gecontracteerd of worden gesubsidieerd, geldt dat zij betrokken zijn zolang de contact- of subsidierelatie met de duurt. Voor wat betreft financiële inzet geldt dat activiteiten zo veel mogelijk worden ingepast in de bestaande opdracht. Concreet betekent het dat bij bestaande opdrachten en werkzaamheden meer focus komt te liggen op de doelstellingen van deze agenda.

Voor andere betrokken partners die werken in opdracht van externe opdrachtgevers (zoals binnen de WLZ, ZVW of via gemeentelijke aanbestedingen en subsidies), geldt dat zij hun werkzaamheden blijven uitvoeren zolang de opdrachten lopen en de activiteiten declarabel zijn.

Als in de uitvoeringsagenda voor het sociaal domein aanvullende taken van zorg- of welzijnsorganisaties worden gevraagd, dan zal dit via een separate subsidieverstrekking overeengekomen moeten worden.

 

5.1. Inzet uitvoeringsagenda

De samenwerkingsstructuur vraagt beschikbare capaciteit vanuit de verschillende organisaties, alle partijen zeggen toe deze tijd te investeren voor het goed functioneren van de voorgestelde samenwerkingsstructuur. De uitvoeringsagenda 2025-2026 vormt het uitgangspunt om gezamenlijk en doelgericht uitvoering te geven aan de ambities.

De benodigde inzet is lastig precies te bepalen, maar ter indicatie: het bestuurlijk platform besteedt ongeveer een dagdeel per jaar, en het regieteam komt gemiddeld 6-8 keer per jaar bijeen, met 6 uur per bijeenkomst inclusief voorbereiding.

 

5.2. Kosten

Naarmate activiteiten concreet worden, worden ook de kosten duidelijker. Voor start of ontwikkelkosten zoals de inzet van Welzijn, ontmoetingsruimten of aanpassingen in de fysieke omgeving, zullen incidentele middelen nodig zijn. De hoogte van de kosten hangt af van het gezamenlijke ambitieniveau, aanbestedingen en de onderlinge afspraken, waarbij de mogelijkheden voor ontschotting worden onderzocht.

 

De kosten voor de komende jaren worden duidelijker naarmate activiteiten concreet worden opgepakt. Het is daarom van belang dat alle deelnemende organisaties in hun begrotingen rekening houden met deze opgave. Via de jaarlijkse uitvoering en herijking van de uitvoeringsagenda wordt een concrete begroting voor het programma opgesteld.

 

Voor de gemeente Rhenen is een belangrijke rol weggelegd als het gaat om het regisseren op de uitvoering van de integrale opgave, het verbinden van partijen en het stimuleren van initiatieven. Om die reden is er voor 2025 en 2026 dekking voor de inhuur van specialist voor wonen en zorg. Vooralsnog betreft dit incidentele middelen, de eventueel benodigde structurele middelen worden de komende jaren geconcretiseerd en zullen te zijner tijd worden ingebracht in de financiële processen.

 

Verder zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van de financieringsmogelijkheden vanuit het Rijk, de Provincie Utrecht en/of Gelderland en Fondsen. Enkele concrete mogelijkheden hierbij zijn: Specifieke uitkering domein overstijgend samenwerken (SPUK-DOS); Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW); Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten (SOO). Hoewel het hier tijdelijke regelingen betreft, zoekt gemeente Rhenen samen met de partners naar structurele financiering ter ondersteuning van de woonzorgopgave.

 

6. Communicatie en participatie

Communicatie met inwoners, andere maatschappelijke organisaties én participatie door het ophalen van hun informatie en behoeften zijn belangrijke onderdelen van dit programma.

 

6.1. Communicatie

Communicatie is een ondersteunend onderdeel van de uitvoering en draagt bij aan transparantie, betrokkenheid en samenwerking. Per speerpunt wordt bekeken welke communicatie nodig is om partners en inwoners goed te informeren, betrekken of activeren.

 

6.2. Participatie

Vanaf de start van het project is intensief samengewerkt met betrokken partners.

Participatie wordt per speerpunt of bijbehorende actie, zorgvuldig afgewogen. Per onderdeel wordt bepaald op welke wijze participatie wordt vormgegeven. Daarbij wordt helder beschreven met welk doel en in welke vorm inwoners en andere betrokkenen partijen bij het proces worden betrokken. Op deze manier sluiten we aan bij bestaande initiatieven en benutten we de kennis, ervaring en betrokkenheid van inwoners – in het bijzonder ouderen – om samen te werken aan toekomstbestendige woon- en zorgoplossingen.

 

 

Bijlage 1. Speerpunten uitvoeringsagenda 2025-2026

Speerpunt 1. Versterken van samenwerking in de drie kernen met aandacht voor ontmoeting, verbinding en ondersteuning

In 2025–2026 wordt de samenwerking in de drie kernen van Rhenen versterkt, met focus op eigen kracht en onderlinge verbinding en de unieke identiteit van elke kern. We stimuleren ontmoeting en ondersteuning voor inwoners, met extra aandacht voor ouderen en aandachtsgroepen, door bestaande ontmoetingsplekken optimaal te benutten, samenwerking tussen maatschappelijke partners (en inwoners) te versterken en mantelzorgers te ondersteunen met respijtzorg en passende woonvormen. . (Zie bijlage 1. Actielijn 8 en 5)

Wat gaan we doen

In 2025–2026 werken we met inwoners, maatschappelijke organisaties en lokale initiatieven aan het versterken van de drie kernen als plekken van ontmoeting en verbinding door:

  • het opstellen van een gezamenlijk actieplan voor de drie kernen, gericht op ontmoeting, verbinding en samenwerking;

  • het verbeteren van de openbare ruimte zodat bewoners elkaar makkelijker kunnen ontmoeten (denk aan looproutes, verblijfsplekken en groen);

  • het ondersteunen van lokale initiatieven die buurtcontact en samenredzaamheid stimuleren;

  • het versterken van de samenwerking tussen zorg, welzijn, jongerenwerk en andere partners, zodat zorg en ondersteuning zoveel mogelijk binnen de eigen leefomgeving wordt georganiseerd.

  • het ondersteunen van informele netwerken en vrijwilligersinitiatieven, onder andere via de doorontwikkeling van voorzorgcirkels;

  • het actualiseren van beleid voor (pré)mantelzorgwoningen, zodat mantelzorgers meer ruimte krijgen om dichtbij hun naasten te zorgen.

Beoogde resultaten

Met de uitvoering van deze actie streven we naar:

  • Uitbreiding respijtzorg en dagbesteding t.o.v. 2025

  • Professionals beschikken over actuele kennis en vaardigheden om passende ondersteuning te bieden, dankzij deelname aan gerichte trainingen.

  • Een toenemende groep mantelzorgers is zich bewust van beschikbare ondersteuning, regelingen en eigen grenzen, zoals blijkt uit evaluaties.

  • Het lokale woonbeleid sluit aantoonbaar aan op het landelijk woonbeleid, met een concrete vertaling naar gemeentelijke uitgangspunten en maatregelen.

  • Er zijn extra woonplekken op erven gerealiseerd die mantelzorg ondersteunen, passend binnen ruimtelijke kaders en afgestemd op behoefte.

  • Jaarlijks ontstaan nieuwe bewonersinitiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid, sociale samenhang of ondersteuning in de drie kernen. De voorzorgcirkels spelen hierbij een stimulerende en verbindende rol.

  • Een sterker lokaal netwerk van actieve bewoners en vrijwilligers dat bijdraagt aan vroegtijdige signalering, sociale verbondenheid en passende ondersteuning dichtbij huis.

 

Speerpunt 2. Gevarieerd woningaanbod voor ouderen

Tot en met 2035 voegen we 130–180 geclusterde woningen en 55 nultredenwoningen toe en versterken we zo de diversiteit aan woonvormen en woongemeenschappen voor ouderen. We zoeken hiervoor aanvullende locaties, zowel in nieuwbouw als bestaande bouw, bij voorkeur op loopafstand van voorzieningen zoals een supermarkt, huisarts en ontmoetingsplekken. Met aangewezen locaties voor geclusterde woonvormen zetten we een behoorlijke stap in de goede richting. Doorstroming en woningtoewijzing krijgt hierbij extra aandacht. (Zie bijlage 1. Actielijn 2,3)

Wat gaan we doen

  • De gemeente realiseert circa 118 geclusterde woningen in de drie kernen: Platanenlaan (circa 24 woningen in Rhenen) Woudmees (circa 24 woningen in Elst), Hof van Lienden (46 woningen in Achterberg, in ontwikkeling).

  • De gemeente zoekt aanvullende locaties voor geclusterde woningen (nieuwbouw en bestaande bouw), bij voorkeur op loopafstand van voorzieningen zoals supermarkt, huisarts en ontmoetingsplekken.

  • De gemeente stuurt op toevoeging van minimaal 55 nulteden (levensloopbestendige) woningen voor senioren in de drie kernen.

  • Samen met partners werken we aan gerichte woningtoewijzing om ouderen sneller naar een passende, levensloopbestendige woning te laten doorstromen

Beoogde resultaten

  • Start ontwikkeling van circa 118 geclusterde woningen in 2025

  • Aantal locaties voor geclusterde woningen zijn in kaart gebracht

  • Er ligt per nieuwbouwlocatie geclusterde woningen in de drie kernen, (Platanenlaan, Hof van Lienden en Woudmees ) een plan op welk wijze invulling wordt gegeven aan een zorgzame gemeenschap (community care) in het gebied

  • Er is meer inzicht in hoe woningtoewijzing beter kan aansluiten bij de behoeften van specifieke doelgroepen, zoals ouderen en mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. In samenspraak met betrokken partners is verkend wat beter kan en waar kansen liggen om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen.

  • De mogelijkheden uit de huisvestingsverordening worden optimaal ingezet.

  • Afspraken tussen gemeente en woningcorporatie over doorstroming naar nultreden- en geclusterde woningen zijn vastgelegd.

  • Meer huishoudens uit een eengezinswoning maken daadwerkelijk de stap naar passende, toekomstbestendige woningen (meer doorstroming).

  • Bestaande (huur)woningen komen beschikbaar voor nieuwe doelgroepen.

 

Speerpunt 3. Stevige sociale basis en preventie

Er wordt gewerkt aan een stevige sociale basis waarin alle inwoners goed worden geïnformeerd over wat zij zelf kunnen doen om zich voor te bereiden. Preventie speelt daarbij een belangrijke rol: het helpt om problemen vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat kleine uitdagingen uitgroeien tot complexe situaties.

Door met kernpartners samen te werken en in te zetten op preventie, voorlichting en versterking van de sociale basis kunnen signalen eerder worden ontvangen en de medische zorgvragen worden voorkomen. Inwoners met maatschappelijke problemen en/of gezondheidsproblemen met maatschappelijke oorzaken worden laagdrempelig verwezen naar Welzijn of daartoe uitgeruste organisaties zoals GGZ, Welzijn op Recept en Leefstijlinterventies. (Zie bijlage 1. Actielijn 10)

Wat gaan we doen

  • Aansluiting bij de landelijke campagne ‘Praat vandaag over morgen’

  • Aansluiten bij bijeenkomsten ‘Krachtig ouder worden’ die door Welzijn Rivierstroom worden georganiseerd

  • Stimuleren van bewustwording over eigen regie, preventie en wonen in de

  • toekomst (bijv. via verhalen, filmpjes, of checklists).

  • Inzetten op samenwerking met lokale netwerken om signalen op te halen en

  • communicatie beter te laten aansluiten bij behoeften.

  • Inzetten op (val)preventie

Beoogde resultaten

  • Preventieve activiteiten gericht op ontlasten zorg

  • Deelname aan landelijke campagne 'Praat vandaag over morgen'

  • Aansluiten en verbreden bijeenkomsten Welzijn Rivierstroom

  • Bewustwordingsacties (verhalen, filmpjes, checklists)

  • Aansluiting communicatie op behoeften (toetsen bij doelgroepen)

  • Signalen en behoeften ophalen via lokale netwerken.

 

Speerpunt 4. Ontwikkeling langer thuis wonen

In Rhenen worden uiteenlopende initiatieven ontwikkeld om zorg en ondersteuning in de thuissituatie te versterken. Er wordt gewerkt aan verschillende vormen van wonen en zorg, zoals geclusterd en ongeclusterd wonen en het inzetten van MPT, VPT en Zvw, met als doel passende arrangementen te bieden die de kwaliteit van leven van cliënten en hun naasten ondersteunen. Rhenen loopt hierin voorop door lokaal in samenhang te werken en niet te wachten op regionale ontwikkelingen. Tegelijkertijd sluiten de initiatieven goed aan bij bredere kaders zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het programma Aanvullende Zorg Wonen en Aanbieden (AZWA).

We zorgen voor passende en beschikbare zorg, welzijn en ondersteuning voor ouderen en aandachtsgroepen, nu en in de toekomst – met oog voor betaalbaarheid en de krapte op de arbeidsmarkt. Dit vraagt om goede afspraken met zorgpartijen, zoals VVT-organisaties, wijkverpleging, fysiotherapie, specialisten ouderengeneeskunde en huisartsen, en om structurele afstemming en samenwerking. Daarbij wordt gewerkt aan vernieuwende zorgvormen die beter aansluiten bij de behoeften van zelfstandig wonende ouderen. Betrokken partners dragen bovendien gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het organiseren van de medisch-generalistische zorg voor patiënten met een Wlz-indicatie, ongeacht hun woonsituatie.

De gemeente heeft hierin een belangrijke rol als verbinder en regisseur. Zij brengt partijen bij elkaar, faciliteert samenwerking en zorgt voor samenhang met andere lokale en regionale ontwikkelingen. Daarmee wordt geborgd dat initiatieven elkaar versterken en bijdragen aan een toekomstbestendig zorg- en ondersteuningsaanbod in Rhenen. (Zie bijlage 1. Actielijn 4, 18 overlap actielijn 2)

Wat gaan we doen

  • Aansluiten bij- of ontwikkelen van vormen van (informele)zorg en ondersteuning die aansluit bij de wensen van ouderen en andere kwestabare doelgroepen.

  • Samenwerking formaliseren waarbij duidelijke afspraken worden gemaakt tussen zorg- en welzijnorganisaties over rollen en verantwoordelijkheden.

  • Verkennen van integrale casusaanpak en het maken van werkafspraken over de inzet van Vpt/Mpt en de samenwerking met SO (specialist ouderengeneeskunde) en/of AVG (arts verstandelijk gehandicapten)

  • Afspraken over monitoring en leerproces bijvoorbeeld via een jaarlijkse evaluaties met betrokkenen om samenwerking en resultaten te verbeteren.

  • Inzetten op niet-geïndiceerde thuiszorg door nauwere samenwerking tussen zorg en welzijn. Dit draagt bij aan het ontlasten mantelzorgers en vergroot de zelfredzaamheid van inwoners.

Beoogde resultaten

  • Meer ouderen ontvangen Volledig pakket thuis (VPT) en Modulair Pakket Thuis (MPT) (percentage intramuraal neemt af).

  • We organiseren periodiek overleg met zorg- en welzijnspartijen Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT * ), fysiotherapie, specialist ouderengeneeskunde, huisartsen, GGZ specialisten en ambulant geriatrisch team) om afspraken te maken over samenwerking, rolverdeling en afstemming in de zorgketen.

* Onder de VVT-sector vallen verpleeghuiszorg, verzorging, wijkverpleging, thuiszorg en huishoudelijke zorg.

 

Bijlage 2. Actielijnen wonen, welzijn en zorg Koersdocument Rhenen (mei 2025).

 

De actielijnen uit het Koersdocument Rhenen (mei 2025) vormen de rode draad. Op basis hiervan zijn vier speerpunten voor 2025/2026 geprioriteerd; overige lijnen worden deels uitgevoerd of in een volgende uitvoeringsagenda opgepakt.

 

  • 1.

    We werken samen met partners en inwoners aan een aangename gezonde en prettige leefomgeving. Gebieden waar wat lager wordt gescoord op leefbaarheid pakken we aan. Accent ligt op het gebied rond de dokter Wallerstraat (in combinatie met herstructurering) en Rhenen Noord. Waar extra inzet nodig is maken we afspraken met Rhenam en zorg- en welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke partners om gezamenlijk op te trekken en de aanpak te coördineren.

 

  • 2.

    We voegen tot en met 2035 130-180 geclusterde woningen toe en dragen daarmee bij aan een diversiteit van meer geclusterde woonvormen en woongemeenschappen. Hiervoor zoeken we aanvullende locaties, zowel in nieuwbouw als bestaande bouw, bij voorkeur op loopafstand van voorzieningen zoals een supermarkt, huisarts en ontmoetingsplekken.

 

  • 3.

    Voor geclusterde woonvormen Woudmees en Platanenlaan vertalen we het richtinggevend kader geclusterde woonvorm in een project specifiek programma met basiscriteria. Dit programma is medebepalend voor de uitvraag aan ontwikkelaars.

 

  • 4.

    We maken afspraken met de zorgorganisaties voor het leveren van Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT) in de drie kernen. Het gaat om 85 plekken tot en met 2035: welk deel hiervan in een zorggeschikte woning moet landen bespreken we met de zorgorganisaties.

 

  • 5.

    We zorgen voor goede mantelzorgondersteuning, bijvoorbeeld door het organiseren van respijtzorg en het verruimen van de mogelijkheden om mantelzorgwoningen te realiseren.

 

  • 6.

    We gaan in overleg met Rhenam en de zorgorganisaties het programma van eisen levensloopbestendig ontwikkelen heroverwegen. We werken samen aan een gedragen programma.

 

  • 7.

    We stimuleren doorstroming naar nultreden- of geclusterde woningen en maken hier afspraken over met de woningcorporatie.

 

  • 8.

    We stimuleren ontmoeting en verbinding door bestaande ontmoetingsplekken optimaal te benutten en de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties (en inwoners) te versterken.

 

  • 9.

    We richten de woonomgeving in nieuwe buurten en in bestaande buurten met veel ouderen in op ontmoeting, toegankelijkheid en dementie als natuurlijke momenten zich voordoen (denk aan vervanging riolering, verzwaring energienet etc.). We borgen dit door concrete kaders op te nemen in omgevingsplannen.

 

  • 10.

    We informeren de samenleving over veranderingen in de zorg en wat mensen zelf kunnen doen om zich hierop voor te bereiden.

 

  • 11.

    We dragen zorg voor huisvesting van aandachtsgroepen. We maken afspraken met de regiogemeenten over de verdeling van huisvesting van aandachtsgroepen. Afspraken worden vastgelegd in het regionale afsprakenkader huisvesting aandachtsgroepen (onderdeel woondeal).

 

  • 12.

    Voor uitstromers uit instellingen zoals beschermd wonen zetten we in op huisvesting met zorg en ondersteuning en een zachte landing en acceptatie in de buurt.

 

  • 13.

    We brengen dak- en thuisloosheid beter in beeld door het uitvoeren van de ETHOS-telling en werken op basis van de uitkomsten aan lokale oplossingen.

 

  • 14.

    We gaan met betrokken partners in gesprek over pauzeplekken voor inwoners en mensen die zich in een crisissituatie bevinden.

 

  • 15.

    We zoeken locaties voor het toevoegen van 6 woonwagenstandplaatsen

 

  • 16.

    We organiseren een passend en beschikbaar ondersteuningsaanbod in zorg en welzijn en ontwikkelen en ondersteunen community care. Daarbij werken we nauw samen met zorg- en welzijnsorganisaties, huisartsen en andere maatschappelijke organisaties zoals kerken, vrijwilligersorganisaties en belangenorganisaties.

 

  • 17.

    We stimuleren en faciliteren het vrijwilligerswerk.

 

  • 18.

    We werken samen met zorg- en welzijnsorganisaties en stimuleren vernieuwende zorgvormen (anders zorgen).

 

  • 19.

    We richten een netwerk en samenwerkingsstructuur (ambtelijk en bestuurlijk) in om de governance te borgen en het uitvoeringsprogramma succesvol vorm te geven.

 

Bijlage 3. Afkortingen

 

AVG

Arts Verstandelijk Gehandicapten: arts gespecialiseerd in zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.

AZWA

Aanvullende Zorg Wonen en Aanbieden: afspraken over aanvullende zorg en wonen, vaak in relatie tot langdurige zorg en Wmo.

GALA

Gezond en Actief Leven Akkoord: afspraken om gezondheid en preventie te versterken.

IZA

Integraal Zorgakkoord: landelijk akkoord om de zorg toekomstbestendig te maken.

MPT

Modulair Pakket Thuis: losse zorgmodules die cliënten thuis ontvangen.

SOG

Specialist Ouderen­geneeskunde: arts gespecialiseerd in zorg voor ouderen met complexe problematiek

VPT

Volledig Pakket Thuis: volledig pakket met zorg en ondersteuning in de eigen woning.

Wlz

Wet langdurige zorg: wet die de zwaarste, langdurige zorg regelt.

WoZo

Programma Wonen en Zorg voor Ouderen; gaat over het verbinden van woningbouw, zorg en welzijn, zodat ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen met goede ondersteuning.

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning: wet die ondersteuning en participatie in de samenleving regelt.

 

 

 

Naar boven