Gemeenteblad van Gooise Meren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2025, 535628 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2025, 535628 | beleidsregel |
Beleidsregels bewaren van houtopstanden
In hoofdstuk 3 afdeling 3.6 van de Verordening Fysieke Leefomgeving (verder: VFL) zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van het bewaren van houtopstanden.
Alle aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit het vellen van een houtopstand (verder: omgevingsvergunning) worden getoetst aan deze regels waarna een omgevingsvergunning wordt verleend of geweigerd. Bij deze toetsing vindt een afweging van belangen plaats en worden wettelijke voorschriften nader uitgelegd. Voor de afweging van belangen en de uitleg van de wettelijke voorschriften zijn beleidsregels vastgesteld, die in dit document zijn opgenomen.
Na vaststelling is het goed om deze beleidsregels met enige regelmaat te evalueren. Een aanpassing van de beleidsregels is noodzakelijk bij een aanpassing in wetgeving of een aanpassing van de weigeringsgronden in de VFL. Daarnaast is het goed om minimaal 1x per vier jaar de beleidsregels te evalueren op toepasbaarheid in de praktijk.
In deze beleidsregels wordt het woord houtopstand gebruikt. Hieronder wordt mede verstaan boom conform de begrippenlijst zoals opgenomen in het VFL
Het is van belang om bij de aanvrager onder de aandacht te brengen dat niet altijd gebruik kan worden gemaakt van een verleende omgevingsvergunning. Het kan zijn dat een vereiste vergunning/vrijstelling/ontheffing van de Omgevingswet of bestemmingsplan ontbreekt. Los daarvan kan ook sprake zijn van de aanwezigheid van beschermde dieren die belemmeren dat gebruik gemaakt kan worden van de omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand.
In het kader van het bestemmingsplan kan verder een aanlegvergunning vereist zijn voor het vellen van opgaande begroeiing hoger dan 2 meter. In het bestemmingsplan staat de procedure beschreven die bewandeld moet worden. Een aanvraag wordt beoordeeld door de groendeskundige maar moet ook langs de CRK&E. De toetsingsgrond is ‘de waarde die behoort tot het beschermd dorpsgezicht’.
In de gemeente Gooise Meren is voor het gehele grondgebied bepaald welke individuele bomen, boomstructuren en waardevolle gebieden behoudenswaardig zijn.
In bijlage 1 is de bebouwingscontour Omgevingswet opgenomen, deze kaart geeft aan in welke gebieden een vergunning bij de gemeente aangevraagd dient te worden voor het vellen van een houtopstand. Buiten deze gebieden geldt de meldplicht van de provincie.
In bijlage 2 staat een nadere toelichting en uitwerking van de waardevolle gebieden en in bijlage 3 een toelichting op de boomwaarderingscriteria ten behoeve van de vaststelling waardevolle bomen. In bijlage 4 is een sortimentslijst opgenomen die gebruikt kan worden bij de waardering van waardevolle bomen.
De lijst waardevolle bomen geeft alle waardevolle houtopstanden weer: waardevolle individuele particuliere en openbare bomen, boomstructuren en waardevolle gebieden. De kaart is een helder communicatiemiddel naar burgers en bedrijven. Ook biedt het uitkomst bij de beoordeling van aanvragen voor het vellen van houtopstand.
De bevoegdheid voor het actualiseren van de lijst waardevolle bomen ligt bij het college. De lijst waardevolle bomen wordt regelmatig geactualiseerd. Daarbij worden de volgende uitgangspunten minimaal gehanteerd:
2.3 Verordening voor de fysieke leefomgeving
In bijlage 5 is een begrippenlijst opgenomen die ook in de VFL staat. Hierin staat het begrip ‘houtopstand’. Hieronder worden ook coniferen verstaan. Coniferen hebben betekenis voor de ecologie; zij bieden onder andere nest- en schuilgelegenheid voor vogels. Ook kunnen zij deel uitmaken van een ecologische structuur. Coniferen zijn verder typerend voor bepaalde buurten en daarmee streekeigen. Grove dennen c.q. vliegdennen (vliegdennen zijn uitzaaiingen van grove dennen) bijvoorbeeld zijn karakteristiek voor de hogere zandgronden.
In de begrippenlijst staat ook het begrip ‘vellen’. Hieronder valt naast het volledig verwijderen van een houtopstand ook het kandelaberen van een boom. Voor het kandelaberen van bomen is een vergunning vereist. Kandelaberen is een techniek om het formaat van een houtopstand beperkt te houden. Zijtakken worden daarvoor ingenomen tot dikke stompen. Een eenmaal gekandelaberde houtopstand moet regelmatig worden bijgehouden. Een vergunning is vereist voor de eerste keer kandelaberen. De houtopstand krijgt namelijk door deze ingreep een andere vorm. Het bijhouden van de houtopstand is een beheermaatregel waarvoor een omgevingsvergunning niet vereist is.
In artikel 3:69, lid 2 van de VFL is beschreven dat het vellen van houtopstanden (met inbegrip van coniferen) vergunningplichtig is. Het gaat om houtopstanden met een diameter van 25 centimeter of meer op 1,30 meter boven het maaiveld of een stamomtrek van minimaal 78,5 centimeter die:
wanneer de opgaande begroeiing hoger dan 2 meter niet onder de definitie ‘houtopstand’ zoals hierboven beschreven valt, dan is wel een aanlegvergunning op grond van het bestemmingsplan vereist voor de activiteit uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wabo.
Een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand wordt alleen bij zwaarwegende argumenten verleend, waarbij onder meer naar veiligheid, schade, vitaliteit en ruimtelijke inrichting zal worden gekeken in relatie tot de waardering van de betreffende houtopstand. Dit geldt vooral voor een houtopstand die genoemd wordt op de Bomenlijst.
Een motivatie voor het vellen van houtopstanden is regelmatig de overlast die burgers ervaren. Vaak zijn de klachten periodiek en seizoensgebonden (beperkte lichttoetreding, belemmering van het uitzicht, vallend blad, bloesem, vruchten en luis). Deze klachten vormen geen reden om tot het vellen van houtopstanden over te gaan. Er kunnen in overleg met de boombeheerder mogelijk wel onderhoudsmaatregelen getroffen worden. Bij extreme overlastsituaties waarbij onderhoudsmaatregelen onvoldoende uitkomst bieden kan de afweging worden genomen om houtopstanden te vellen. De belangen van de houtopstand worden afgezet tegen de mate van overlast en verlies van woongenot. Uitgangspunt in alle gevallen is het behoud van de houtopstand.
Bij ongelijke verharding door wortelopdruk, schade aan bouwwerken door wortelopdruk/takken tegen gevel en schade aan kabels/leidingen/riolering door wortelgroei kan op basis van onderzoeken een afweging genomen worden om houtopstanden te vellen. De belangen van de houtopstand worden afgezet tegen het economische belang en belang van veiligheid. Uitgangspunt in alle gevallen is het behoud van de houtopstand. Een uitzondering is als het duidelijk aantoonbaar is dat een boom als zaailing (bijv. esdoorn, iep) is begonnen tegen of vlak naast een gevel en hierdoor sprake is van een ongeschikte groeiplaats voor deze boom.
Een goede luchtkwaliteit is belangrijk en hier is tegenwoordig steeds meer aandacht voor. Houtopstanden vangen in bepaalde mate fijnstof af en leveren zo een bijdrage aan een goede luchtkwaliteit. Dit is wel afhankelijk van de soort boom, de omvang van de houtopstand en uiteraard de locatie waar de houtopstand staat en de afstand tot bijvoorbeeld de snelweg. De mate van afvangen is moeilijk te bepalen en hangt van veel factoren af. Bij het vellen van een grote hoeveelheid houtopstanden zoals een laanstructuur of een boomgroep wordt gekeken naar de grenswaarde voor fijnstof op de betreffende locatie. Deze grenswaarde wordt opgevraagd bij de OFGV. Indien de grenswaarde niet wordt overgeschreden dan worden geen extra maatregelen in het kader van fijnstof opgelegd.
Daarnaast noemt artikel 3:72, lid 1 van de VFL een aantal weigeringsgronden. Het gaat om de volgende gronden:
Bij aanwezigheid van een of meer weigeringsgronden kan een omgevingsvergunning alleen verleend worden indien de belangen van de aanvrager zwaarder wegen dan de belangen die ten grondslag liggen aan de weigeringsgronden of als de conditie van de houtopstand(en) dusdanig is dat het niet reëel is om deze te handhaven. De conditie van de houtopstand(en) kan aanleiding zijn om een omgevingsvergunning te verlenen als de stabiliteit van de houtopstand(en) verminderd is, de levensverwachting minder dan vijf jaar is of als de houtopstand(en) bij een BVC-onderzoek (Boom Veiligheids Controle) wordt afgekeurd.
Bij twijfel over conditie van de houtopstand wordt een rapport van een BVC-onderzoek of een NTO-onderzoek (Nader technisch Onderzoek) van maximaal drie jaar oud betrokken bij de belangenafweging. Het onderzoek moet zijn uitgevoerd door een gecertificeerde BVC-er op kosten van de aanvrager.
Volgens artikel 3.73 en 3.75 van de VFL kan het college van burgemeester en wethouders een herplant verbinden aan een omgevingsvergunning. Hieronder volgt een toelichting van artikel 3.73 en 3.75.
Herplant wordt opgelegd als één van de volgende criteria van toepassing is:
Herplant wordt niet opgelegd als:
Voldoende groen (houtopstanden) aanwezig is in de tuin en er geen ruimte is voor een nieuwe houtopstand om zich goed te ontwikkelen. Het gaat dan met name om opgaande houtopstanden en grote heesters met een zeker groenvolume waarbij kleinere leibomen en bolbomen met een beperkte omvang niet meetellen.
In deze gevallen, behoudens als de boom gekapt wordt ten behoeve van ruimte geven aan een andere boom, kan een storting in het bomenfonds verlangd worden zodat de boom of bomen op een ander moment elders gecompenseerd kunnen worden. Deze bijdrage is gelijk aan de boomwaarde zoals bepaald door een beëdigd boomtaxateur.
4.1.1 Herplant bij illegale kap
Volgens artikel 3:75 van de VFL kunnen burgemeester en wethouders een herplantplicht opleggen, in het geval dat een houtopstand zonder vergunning is geveld, of als deze op andere wijze teniet is gegaan. Als vorenstaande geconstateerd wordt dan kan het college van burgemeester en wethouders conform de regels behorend bij artikel 3.73 en 3.75 een herplant opleggen. Dit wordt hetzelfde beoordeeld als bij een reguliere vergunningsaanvraag met dien verstande dat de hoogte van een eventuele storting in het bomenfonds in dit geval wordt verdubbeld.
Bij het constateren van een velling zonder vergunning wordt aangifte gedaan bij de politie in verband met het overtreden van de regels uit de VFL.
4.2 Uitvoeringscriteria voor herplant
Op het moment dat een herplant wordt opgelegd dan wordt rekening gehouden met de boomsoort inclusief de maatvoering, de locatie en de termijn van herplant. In onderstaande sub paragrafen staan de criteria hiervoor.
De herplant bestaat uit dezelfde soort als de houtopstand die verwijderd wordt indien het een soort betreft die:
Een herplant kan bestaan uit een andere soort als het bovenstaande niet van toepassing is. In dat geval wordt verwezen naar een categorie: houtopstand van de 1e orde (hoger dan 15meter), houtopstand van de 2e orde (tussen de 8-15 meter hoog) of houtopstand 3e orde (kleiner dan 8 meter). Een herplant kan alleen in uitzonderingssituaties bestaan uit leibomen of andere vormbomen (bolbomen zoals bolacacia, bolcatalpa etc.) gezien de zeer geringe bijdrage van dit type houtopstanden aan de gemeentelijke groenstructuur. Het bovenstaande geldt niet voor een herplant die wordt opgelegd als vervanging van een lei- of vormboom die op de lijst waardevolle bomen staat.
De herplant geldt voor het tuingedeelte waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend. Als de houtopstand(en) waarvoor omgevingsvergunning is verleend in de achtertuin staan dan dient de herplant ook in de achtertuin plaats te vinden tenzij anders vermeld wordt in de vergunning.
Aan de herplantplicht moet voldaan zijn een jaar na afgifte van de omgevingsvergunning en twee jaar lang herhaald worden bij het niet slagen van de herplant. Hier kan vanaf worden geweken bijvoorbeeld bij een omgevingsvergunning die meerdere activiteiten bevat. In een dergelijk geval wordt in de omgevingsvergunning een afwijkende termijn benoemd.
Indien deze herplant niet wordt uitgevoerd dan wordt dat gezien als illegale kap en kan nogmaals een herplant worden opgelegd gecombineerd met een storting in het bomenfonds.
Bij het kappen van een houtopstand die op de lijst waardevolle bomen staat als individueel aangewezen boom, als onderdeel van een waardevolle structuur of in gebieden met een bestemmingsplanregime wordt standaard herplant opgelegd met een minimale maat van 18-20 cm (stamomtrek). Bij het kappen van een houtopstand met een stamomtrek van 250 cm of groter wordt een minimale herplant opgelegd van een boom met een stamomtrek van 25-30 cm.
In het geval van een houtopstand die niet individueel is aangewezen op de lijst waardevolle bomen en deel uitmaakt van een waardevol gebied wordt een minimale maat van 14-16 opgelegd tenzij de houtopstand een diameter van minimaal 100cm heeft dan wordt minimaal maat 18-20 opgelegd.
Betreft het een houtopstand met beeldbepalende waarde (weigeringsgrond) dan kan een afwijkende maat worden opgelegd, afhankelijk van de situatie. Hetzelfde geldt voor een herplant die wordt opgelegd in het kader van een kap zonder vergunning, ook dan kan een afwijkende maat worden opgelegd.
Onder artikel 3.77 valt ook de bestrijding van boomziekten zoals de iepziekte, watermerkziekte en essentaksterfte. Het is zaak dat de gemeente alert blijft voor boomziekten en deze bestrijdt.
Boomeigenaren worden aangeschreven als zich op een terrein één of meer bomen bevinden die gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders, zoals insecten. Rechthebbenden moeten binnen de bij de aanschrijving vastgestelde termijn:
Het is zonder vergunning van burgemeester en wethouders verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 2 december 2025,
Burgemeester en wethouders van Gooise Meren
drs. E.M. Voorhorst
Gemeentesecretaris
drs. H.M.W. ter Heegde
Burgemeester
Bijlage 2 Waardevolle gebieden
In de gemeente Gooise Meren is voor het gehele grondgebied bepaald welke individuele bomen, boomstructuren en waardevolle gebieden behoudenswaardig zijn.
In deze bijlage staat een nadere toelichting en uitwerking van de waardevolle gebieden per kern.
Een achttal gebieden zijn op de lijst waardevolle bomen opgenomen als waardevol gebied, daarnaast gelden in twee gebieden de regels vanuit het bestemmingsplan. Dat houdt in dat alle bomen in de acht waardevolle gebieden onderdeel zijn van de lijst waardevolle bomen (=vergunningplichtig). Het betreft hier de gebieden Brediuskwartier, Het Spiegel, Landgoed Cruysbergen, Crailo, Groene Long inclusief Fort Werk IV, Bos van Bouvy, Prins Hendrikpark en het buitengebied. Elk van deze gebieden kent zijn eigen karakteristiek die beschermingswaardig is. Deze karakteristiek wordt hieronder per wijk beschreven.
Om het huidige karakter van dit gebied te kunnen behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast. Daarnaast wordt beoordeeld of het karakter van het gebied niet wordt aangetast door verwijdering van de houtopstand(en).
De grove den c.q. vliegden is een typerende beplanting voor de hogere delen van Bussum en moet beschouwd worden als waardevol. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de vliegden wordt altijd een beoordeling op basis van de boomwaarderingscriteria toegepast naast de weigeringsgronden uit de VFL.
Om het huidige karakter van dit gebied te kunnen behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast. Daarnaast wordt beoordeeld of het karakter van het gebied niet wordt aangetast door verwijdering van de houtopstand(en). Hierbij wordt vooral gelet op het afwisselende straatbeeld dat is gecreëerd door het bijzondere samenspel van het kronkelige stratenpatroon, de beplanting, de situering van de bebouwing.
Bij de ontwikkeling van dit gebied is veel aandacht besteedt aan de bescherming van de natuur. Om het bijzonder karakter van dit gebeid en de bijbehorende natuurwaarde te kunnen behouden is het noodzakelijk dat voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Een vergunning kan slechts verstrekt worden als de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast of als de natuurwaarden vergroot worden. Daarnaast wordt getoetst aan de weigeringsgronden vanuit de VFL.
Bij de ontwikkeling van dit gebied is veel aandacht besteedt aan het behoud van groen en de bescherming van de natuur. Om het bijzonder karakter van dit gebeid en de bijbehorende natuurwaarde te kunnen behouden is het noodzakelijk dat voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Een vergunning kan slechts verstrekt worden als de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast of als de natuurwaarden vergroot worden. Daarnaast wordt getoetst aan de weigeringsgronden vanuit de VFL.
Natuurgebieden Goois Natuurreservaat
Om groene gebied te kunnen behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast.
Een omgevingsvergunning voor houtopstanden die de bij de beoordeling het predicaat waardevol krijgen wordt alleen verleend als de waarde van het gebied niet wordt aangetast en indien geen van de weigeringsgronden uit de VFL van toepassing is. In die gevallen wordt echter wel herplant opgelegd om de karakteristiek van de omgeving in stand te houden.
Groene Long inclusief Fort Werk IV
Het groene karakter Bussum wordt mede bepaald door de Groene Long en Fort Werk IV die tezamen in verbinding staan met het open heidelandschap. Om dit groene gebied te kunnen behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast.
Om het groene gebied te kunnen behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast.
De structuur van het Prins Hendrikpark is vergelijkbaar met de structuur van Het Spiegel. Dit gebied valt echter niet onder het regime van een beschermd dorpsgezicht. Om het huidige karakter van dit gebied te kunnen behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast. Daarnaast wordt beoordeeld of het karakter van het gebied niet wordt aangetast door verwijdering van de houtopstand(en). Hierbij wordt vooral gelet op het afwisselende straatbeeld dat is gecreëerd door het bijzondere samenspel van het kronkelige stratenpatroon, de beplanting, de situering van de bebouwing.
Bestemmingsplan/Beschermd Dorpsgezicht
Voor het vellen van groenvoorziening in de beschermde dorpsgezichten en gebieden onder een bepaald bestemmingsplanregime geldt de verplichting van aanlegvergunning. Het gaat om de volgende gebieden:
In de beschermd dorpsgebieden geldt dat voor het rooien of beschadigen van houtgewassen of andere opgaande gewassen met een hoogte van 2 meter of meer een aanlegvergunning noodzakelijk is. Bij een aanvraag voor een houtopstand < 25cm doorsnede wordt door een groendeskundige en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een advies uitgebracht. Zij kijken of de met het beschermd dorpsgezicht samenhangende waarden niet onevenredig worden aangetast. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast en vooral gekeken naar de samenhangende waarden zoals deze in het bestemmingplan zijn geformuleerd.
Bij een aanvraag voor een houtopstand > 25cm doorsnede geldt dat een omgevingsvergunning is vereist, welke getoetst wordt aan de weigeringsgronden uit de VFL.
Het groene karakter van de vesting Muiden wordt mede bepaald door de vestingwallen met de aanwezige houtopstanden. Om dit karakter te kunnen behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Ook het bosgebied (waarin ook de begraafplaats Muiden is gelegen) ten westen van de vesting wordt als waardevol gebied gezien en het karakter hiervan dient beschermd te worden. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast.
Muiderberg heeft zich vanuit de geschiedenis ontwikkeld als een Goois dorp aan de rand van de Zuiderzee met een brink, engen en meenten. Met name de brink met de bomen en het groen rondom de dorpsweide is bepalend voor het karakter van Muiderberg. Daarnaast speelt de begrenzing door het Echobos, Kocherbos en de Joodse begraafplaats een grote rol in de uitstraling van Muiderberg. Het waardevol gebied is op basis van het behoud van dit karakter gebaseerd. Om dit specifieke karakter te behouden moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast.
Twee gebieden zijn op de lijst waardevolle bomen opgenomen als waardevol gebied, daarnaast geldt in één van deze twee gebieden de regels vanuit het bestemmingsplan. Dat houdt in dat alle houtopstanden in de twee waardevolle gebieden onderdeel zijn van de lijst waardevolle bomen (=vergunningplichtig). Het betreft hier de Vesting en het buitengebied (Bos van Bredius en het Valkeveens gebied). Elk van deze gebieden kent zijn eigen karakteristiek die beschermingswaardig is. Deze karakteristiek wordt hieronder per wijk beschreven.
Doordat in de Vesting weinig groen aanwezig is moet voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast.
Enkele houtopstanden in de Vesting zijn daarnaast via het bestemmingsplan aangewezen als monumentale boom. Voor deze houtopstanden geldt dat de omgevingsvergunning pas verleend kan worden nadat advies is ingewonnen bij de Commissie Ruimtelijke kwaliteit.
Buitengebied Naarden (Bos van Bredius en Valkeveens gebied)
De karakteristiek van het Buitengebied is in een bosrijke omgeving waarbij de boomstructuur bepaald wordt door de aanwezigheid van eiken, beuken en grove dennen c.q. vliegden (een vliegden is een uitzaaiing van de grove den). Dit zijn namelijk de boomsoorten die van nature voorkomen in dit gebied. Met name deze houtopstanden zijn waardevol voor het behoud van de karakteristiek. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een van deze drie soorten wordt altijd een beoordeling op basis van de boomwaarderingscriteria toegepast naast de weigeringsgronden uit de VFL. Bij een aanvraag voor een andere boomsoort worden alleen de weigeringsgronden uit de VFL toegepast.
Een omgevingsvergunning voor houtopstanden die de bij de beoordeling het predicaat waardevol krijgen wordt alleen verleend als de kenmerkende structuur van de omgeving niet wordt aangetast en indien geen van de weigeringsgronden uit de VFL van toepassing is.
In die gevallen wordt echter wel herplant opgelegd om de karakteristiek van de omgeving in stand te houden.
Bestemmingsplan Naarden-Vesting
Voor het vellen van houtopstanden in een gebied dat onder een bepaald bestemmingsplanregime valt geldt de verplichting van omgevingsvergunning voor het verwijderen of snoeien van hoogopgaande beplanting en/of bomen. Het gaat om de volgende waarden vanuit het bestemmingsplan:
In het gebied met waarde cultuurhistorie geldt dat voor het kappen van hoogopgaande beplanting en/of bomen een omgevingsvergunning nodig is. Bij het beoordelen van een aanvraag wordt door een groendeskundige en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een advies uitgebracht. Zij kijken of de cultuurhistorische waarde niet onevenredig worden aangetast. Bij de toetsing van zo’n aanvraag worden de weigeringsgronden vanuit de VFL toegepast en gekeken naar de cultuurhistorische waarden.
In het gebied met waarde cultuurhistorie en ecologie geldt dat voor het kappen of drastisch snoeien van houtopstanden een omgevingsvergunning nodig is. Bij het beoordelen van een aanvraag wordt bij een onafhankelijke landschaps- en ecologische deskundige en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit advies ingewonnen. Zij kijken of de cultuurhistorische en ecologische waarden niet onevenredig worden aangetast.
Buitengebied Muiderberg/Naarden
Dit gebied is geen woonwijk maar een groene buffer in het landschap. Om het bijzonder karakter van dit gebied en de bijbehorende natuurwaarde te kunnen behouden is het noodzakelijk dat voor elke houtopstand met een stamdiameter van 25 centimeter of meer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Een vergunning kan slechts verstrekt worden als de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast of als de natuurwaarden vergroot worden. Daarnaast wordt getoetst aan de weigeringsgronden vanuit de VFL.
Bijlage 3 Boomwaarderings-criteria
Bij een beoordeling worden de houtopstanden beoordeeld op basis van zes criteria. Voor elk van deze criteria kan een houtopstand punten krijgen. De totaalscore bepaalt of een houtopstand wel of niet op de Bomenlijst thuishoort. Bij het toekennen van een status als waardevolle boom zijn de criteria van verschillend belang. Daarom is voor elk criterium een wegingsfactor bepaald, welke is opgenomen in onderstaande tabel. In totaal kan een houtopstand maximaal 80 punten halen. Vanaf 35 punten geldt een boom als waardevol.
Dit criterium is onderverdeeld in de aspecten ‘duurzaamheid’, ‘boomgrootte’, ‘herkomst’ en de zogeheten ‘dendrologische waarde’.
Duurzame boomsoorten (bijvoorbeeld gewone beuk, eik, paardenkastanje en linde) staan bekend om hun lange levensduur en krijgen een hogere waardering dan niet duurzame boomsoorten (bijvoorbeeld populier, wilg, berk, sierkers). Het zijn soorten die traag groeien en over een lange termijn hun uiteindelijke, vaak kenmerkende vorm krijgen. Door hun lange levensduur zijn ze vaak al generaties lang aanwezig en daarmee heel bepalend voor het beeld van de straat.
Houtopstanden die vanwege hun grote afmetingen uit kunnen groeien tot monumentale bomen worden hoger beoordeeld dan kleinere houtopstanden. Er zijn 3 klassen, waarbij de uiteindelijke boomhoogte bepalend is.
Toepassing van in Nederland inheemse soorten (zoals gewone es en gewone esdoorn) verdient de voorkeur boven exoten (zoals Japanse kers en Amerikaanse eik) vanwege hun bijdrage aan de landschappelijke identiteit en aan de ecologische waarde. Inheemse soorten zijn soorten die van nature voorkomen in Nederland. Alleen inheemse bomensoorten krijgen een punt.
Dendrologie betekent letterlijk boomkunde en gaat over de leer van de houtige gewassen. Soorten die in Nederland zeer beperkt aanwezig zijn hebben vanwege hun zeldzaamheid een extra betekenis. Daarnaast hebben soorten die voor de gemeente Gooise Meren zeldzaam zijn ook een belangrijke waarde.
In bijlage 3 is een sortimentslijst opgenomen met algemeen voorkomende boomsoorten en cultivars. Aan elke soort zijn punten gekoppeld. Voor soorten die niet op de lijst voorkomen wordt een inschatting van de waardering van de soort gemaakt.
De stamomtrek/diameter op 1,30 meter boven maaiveld geeft een indicatie van de grootte van de houtopstand. Het opnemen en registreren van de stamomtrek/diameter is objectiever en eenvoudiger dan het inschatten en registreren van de leeftijd van de houtopstand.
Houtopstanden met een goede levensverwachting worden beschermd. De levensverwachting van de houtopstand is afhankelijk van de actuele conditie, de algehele vitaliteit en de standplaatsfactoren van de houtopstand. Om de beoordeling eenvoudig te houden wordt enkel aangegeven of de levensverwachting van een houtopstand meer of minder dan 10 jaar betreft. Omdat de lijst periodiek gemuteerd wordt volstaat dit. Houtopstanden met een levensverwachting van meer dan 10 jaar krijgen punten.
Houtopstanden met een bijzondere of fraaie groei- of snoeivorm worden hoger gewaardeerd. Er kan sprake zijn van:
Criterium ruimtelijke betekenis
Individuele houtopstanden kunnen sterk bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte, aan de kwaliteit van het landschap en aan de ecologie. De mate van zichtbaarheid is daarbij uiteraard een van de belangrijke factoren. Maar het gaat ook om de mate waarin de houtopstand bijdraagt aan de gemeentelijke groenstructuur, landschappelijke structuur en ecologische infrastructuur:
Criterium bijzondere (cultuurhistorische) betekenis
Een houtopstand kan betekenis hebben vanwege een historische band met de omgeving of vanwege de verbinding met de geschiedenis van de streek of een bepaalde gebeurtenis.
De punten zijn op grond van de volgende elementen toegekend:
Bijzondere (cultuurhistorische) betekenis: houtopstanden kunnen vanwege hun geschiedenis, locatie of aanleiding een bijzondere betekenis hebben. Voorbeelden zijn grens- of markeringsbomen (op vroegere gemeentegrenzen), herdenkingsbomen (aangeplant bij een speciale gebeurtenis), geadopteerde bomen (door bijvoorbeeld een school of vereniging) en bomen waaronder recht werd gesproken.
Bebouwingscontour omgevingswet
Een grens die de gemeente vastlegt in het omgevingsplan. Binnen deze contour gelden andere regels dan daarbuiten, bijvoorbeeld voor bouwen of het kappen van bomen.
Een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de houtopstand in beeld brengt, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
Fonds ten behoeve van instandhouding en uitbreiding van houtopstanden.
Onderzoek naar de conditie en vitaliteit van de boom uitgevoerd door een beëdigd boomtaxateur, een gecertificeerde boomverzorger of een European Tree Technician (ETT).
De monetaire vervangingswaarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB).
Dunnen is het gericht weghalen van een deel van bomen uit een bos om de groei, houtkwaliteit en stabiliteit van de overgebleven, blijvende bomen te verbeteren.
De verplichting om één of meer vervangende bomen te planten.
Een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, zowel vitaal als afgestorven, met een diameter van 25 cm of meer gemeten op 1,30 meter boven het maaiveld, c.q. stamomtrek van minimaal 78,5 cm. In geval van meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de diameter kleiner zijn dan 25 cm op 1,30 meter hoogte boven maaiveld, indien sprake is van:
Een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
Het vellen van houtopstanden zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning van het bevoegd gezag.
De door het college vast gestelde topografische overzichtstekening met daarop aangegeven de waardevolle bomen en de waardevolle gebieden.
Drastische snoeitechniek waarbij de takken van een boom sterk worden ingekort (tot 50-80%), waardoor de boom een karakteristieke kandelaarvorm krijgt en het kroonoppervlak wordt verminderd.
Periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats
Houtopstanden die publiek eigendom zijn of zich in de openbare ruimte bevinden.
Het inkorten en/of geheel verwijderen van delen van een houtopstand (maximaal 20%), zoals takken, bladeren, wortels en scheuten, om een bepaalde vorm te krijgen voor verschillende doeleinden.
Rooien, met inbegrip van verplanten, het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Boom die is aangeduid op de door het college vastgestelde zogenoemde kaart waardevolle bomen (de zogenoemde groene kaart) en de lijst waardevolle bomen.
Gebied dat door het college is aangewezen als waardevol. Elke boom in een waardevol gebied is een waardevolle boom.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-535628.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.