Verordening van de raad van gemeente Haarlem houdende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem

De raad van de gemeente Haarlem

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025 met nummer 2025/0532442

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T:

vast te stellen de Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem 2025

Artikel I  

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 2:25, derde lid komt te luiden als volgt:

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

 

  • a.

    het aantal aanwezigen gelijktijdig niet meer bedraagt dan 200 personen, voor een optocht geldt een maximum van 300 personen;

  • b.

    het evenement tussen 08.00 en 24.00 uur plaats vindt, op zondag van 13.00 uur tot 24.00 uur;

  • c.

    geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08.00 uur of na 23.00 uur, op zondag vóór 13.00 uur of na 23:00 uur;

  • d.

    het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

  • e.

    er kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 15 m2 per object, bij tenten en springkussens geldt maximaal 25 m2 per object;

  • f.

    het evenement niet plaatsvindt op de dag/nacht voor Koningsdag, Koningsdag, 4 en 5 mei en op 31 december van 12.00 uur tot en met 1 januari 12.00 uur;

  • g.

    er bij het evenement geen dieren worden gebruikt, los van de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering;

  • h.

    er een organisator is; en

  • i.

    de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

B.

Artikel 2:29 komt te luiden als volgt:

Artikel 2:29 Openingstijden

  • 1.

    Openbare inrichtingen mogen voor publiek geopend zijn vanaf 07:00 tot 01:00 uur de volgende dag. Op 31 december mogen openbare inrichtingen vanaf 07:00 tot 06:00 uur de volgende dag voor publiek geopend zijn.

  • 2.

    Openbare inrichtingen in door de burgemeester aangewezen gebieden mogen voor het publiek geopend zijn op zondag tot en met woensdag vanaf 07:00 uur tot 02:00 uur de volgende dag en van donderdag tot en met zaterdag alsmede op bijzondere dagen als bedoeld in artikel 2:29a vanaf 07:00 uur tot 04:00 uur de volgende dag.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid mogen openbare inrichtingen in de aangewezen gebieden het eerste weekend van de zomertijd in de nacht van zaterdag op zondag voor het publiek geopend zijn vanaf 07:00 uur tot 05:00 uur (zomertijd) de volgende dag.

  • 4.

    Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven buiten de openingstijden.

  • 5.

    De burgemeester kan een ontheffing tot 05:00 uur, als bedoeld in artikel 2:29b, of een 24-uursontheffing, als bedoeld in artikel 2:29c, verlenen tot verlenging van de openingstijden.

  • 6.

    De burgemeester kan ten aanzien van de verlengde openingstijden als bedoeld in het tweede en vijfde lid nadere regels stellen.

  • 7.

    In afwijking van dit artikel gelden voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid, dezelfde openingstijden als voor de inrichting waar deze deel van uitmaakt.

  • 8.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de ontheffingen bedoeld in het vijfde lid.

C.

Artikel 2:29a komt te luiden als volgt:

Artikel 2:29a Openingstijden bijzondere dagen

Bijzondere dagen waarop, op grond van artikel 2:29, tweede lid, in de aangewezen gebieden de openingstijden van 07:00 tot 04:00 uur gelden zijn:

  • a.

    Eerste Paasdag;

  • b.

    Koningsnacht en -dag;

  • c.

    Bevrijdingsdag;

  • d.

    de dag voor Hemelvaartsdag;

  • e.

    Eerste Pinksterdag;

  • f.

    Kerstavond (nacht van 24 op 25 december);

  • g.

    Eerste en Tweede Kerstdag.

D.

Artikel 2:29b komt te luiden als volgt:

Artikel 2:29b Ontheffing tot 05:00 uur

  • 1.

    De burgemeester kan openbare inrichtingen ontheffing verlenen van artikel 2:29, tweede lid tot 05:00 uur dagelijks.

  • 2.

    Deze inrichtingen dienen gevestigd te zijn in de op basis van artikel 2:29, tweede lid aangewezen gebieden.

  • 3.

    De burgemeester weigert de ontheffing als bedoeld in het eerste lid indien de openbare inrichting een restaurant, cafetaria, lunchroom, koffie- of theezaak, ijssalon, snackbar, grillroom, buurthuis of clubhuis, shishalounge, coffeeshop of een daarmee gelijk te stellen horecabedrijf betreft.

  • 4.

    De ontheffing wordt verleend voor de duur van vijf jaar.

E.

Artikel 2:29c komt te luiden als volgt:

Artikel 2:29c 24-uursontheffing

  • 1.

    De burgemeester kan aan een openbare inrichting met programmering op het gebied van nachtcultuur zoals een discotheek of poppodium, niet noodzakelijk gericht op het bieden van gelegenheid tot dansen, ontheffing verlenen om 24 uur per dag geopend te zijn.

  • 2.

    De inrichting dient gevestigd te zijn in een door de burgemeester aangewezen gebied buiten dat deel van de gemeente dat begrensd wordt door het water van het Spaarne-Kampersingel-Gasthuissingel-Raamsingel-Leidsevaart-Zijlsingel-Kinderhuissingel-Schotersingel en Kloppersingel.

  • 3.

    De ontheffing wordt verleend voor de duur van vijf jaar.

F.

Na artikel 2:29c wordt een artikel 2:29d ingevoegd, dat komt te luiden als volgt:

Artikel 2:29d Verlaatje

  • 1.

    Het is openbare inrichtingen toegestaan om, in afwijking van het tweede lid van artikel 2:29, op donderdag tot en met zaterdag alsmede op bijzondere dagen als bedoeld in artikel 2:29a maximaal 6 keer per kalenderjaar voor bezoekers geopend te zijn tot 06:00 uur de volgende dag, mits dit minimaal 15 werkdagen van tevoren aan de burgemeester is gemeld. Voor openbare inrichtingen met een ontheffing op grond van artikel 2:29b geldt een maximum van 10 keer per kalenderjaar.

  • 2.

    De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten de verlengde openingstijd te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde of de openbare veiligheid in gevaar komt.

  • 3.

    De burgemeester kan nadere regels stellen.

  • 4.

    Deze inrichtingen dienen gevestigd te zijn in de op basis van artikel 2:29, tweede lid aangewezen gebieden.

  • 5.

    Deze bepaling is niet van toepassing op een openbare inrichting die een cafetaria, lunchroom, koffie- of theezaak, ijssalon, snackbar, grillroom, buurthuis of clubhuis, shishalounge, coffeeshop of een daarmee gelijk te stellen horecabedrijf betreft.

G.

Artikel 2:51 komt te luiden als volgt:

Artikel 2:51 Parkeren van fietsen en bromfietsen

Het is verboden een fiets, bromfiets te parkeren als daardoor:

  • a.

    op de weg de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;

  • b.

    de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt belemmerd;

  • c.

    schade ontstaat aan de openbare ruimte of het uiterlijk aanzien van de gemeente; of

  • d.

    voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets staat geparkeerd, de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd.

H.

Artikel 2:65 komt te luiden als volgt:

Artikel 2:65 Bedelarij

Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

 

I.

Artikel 4:16 komt te luiden als volgt:

Artikel 4:16 Verbod reclame

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak reclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.

  • 2.

    Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen met betrekking tot het verbod uit het eerste lid.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet in gevallen waarin voldaan wordt aan de nadere regels of waarin een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend.

J.

Artikel 5:12 komt te luiden als volgt:

Artikel 5:12 Overlastgevende fietsen en bromfietsen

  • 1.

    Het is verboden om een fiets of bromfiets:

    • a.

      langer dan 30 dagen onbeheerd op dezelfde locatie te laten staan;

    • b.

      in een gebied als bedoeld in het tweede lid buiten een voor parkeren bestemde voorziening te plaatsen;

    • c.

      langer dan een op grond van het tweede lid bepaalde periode in een aangewezen voorziening te parkeren;

    • d.

      die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeert, op of aan de weg te laten staan.

  • 2.

    Het college kan in het belang van de veiligheid, ter voorkoming van hinder of schade aan het uiterlijk aanzien van de gemeente een gebied aanwijzen:

    • a.

      waarin fietsen of bromfietsen uitsluitend in een daarvoor bestemde voorziening mogen worden geparkeerd; of

    • b.

      waarin het niet is toegestaan fietsen of bromfietsen langer dan een door het college te bepalen periode aaneengesloten in een daarvoor bestemde voorziening te parkeren.

K.

In artikel 6:1, tweede lid wordt artikel 2:50b toegevoegd.

 

L.

Artikel 6:2 komt te luiden als volgt:

Artikel 6:2 Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de personen werkzaam bij de gemeente Haarlem, die zijn benoemd in de volgende functies:

    • a.

      Inspecteur Algemeen;

    • b.

      Inspecteur Specialist;

    • c.

      Handhaver;

    • d.

      Toezichthouder;

    • e.

      Inspecteur basisregistratie;

    • f.

      Medewerker meldkamer;

    • g.

      Marktmeester;

    • h.

      Nautisch verkeersleider;

    • i.

      Nautisch handhaver;

    • j.

      Havenmeester.

  • 2.

    Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht.

  • 3.

    Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering , eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

Artikel II  

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

Artikel III  

  • 1.

    Besluiten gebaseerd op artikel 2:51 tweede lid zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden geacht te zijn gebaseerd op artikel 5:12 tweede lid zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening.

  • 2.

    Besluiten (nachtontheffingen) gebaseerd op artikel 2:29a zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden geacht te zijn gebaseerd op artikel 2:29b zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, zij behouden de oorspronkelijke looptijd.

Artikel IV  

Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem 2025

Aldus vastgesteld te Haarlem op 27 november 2025

de griffier,

de voorzitter,

TOELICHTING Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem 2025: wijzigingen in de (artikelsgewijze) toelichting

Aanvullende toelichting artikel 2:25, derde lid onder g en h

onder g: als er bij een evenement dieren worden gebruikt die geen onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering (zoals bijvoorbeeld bij kinderboerderijen, kennels en maneges) dan moet kunnen worden vastgesteld of er wordt voldaan aan de voorschriften voor dierenwelzijn uit de Wet Dieren.

Onder h: het is de verantwoordelijkheid van de organisator om zich tijdig over de regels te informeren zodat hij niet met termijnen in de problemen komt. De organisator kan een natuurlijk persoon of rechtspersoon zijn.

 

Gewijzigde toelichting artikel 2:29

Eerste, tweede en derde lid

 

Artikel 2:29 voorziet in een openingsregeling. Daarin is onderscheid gemaakt tussen de openingstijden op werkdagen en de openingstijden gedurende het weekeinde. Grondslag voor de in de APV opgenomen openingsbepalingen is artikel 149 Gemeentewet. De gemeenteraad kan openingstijden voor openbare inrichtingen vaststellen in het belang van de openbare orde.

 

De openingsbepalingen betreffen de gedeelten van de inrichting, waarin de eigenlijke horecawerkzaamheden worden uitgeoefend: een op het trottoir gesitueerd terras behoort wel tot de inrichting, de zich boven de inrichting bevindende woning van de exploitant niet. Ook sportkantines, sociëteiten, clublokalen, verenigingsgebouwen e.d. zijn als inrichting aan te merken.

 

In het tweede en derde lid is onderscheid gemaakt in gebieden. Voor de niet door de burgemeester aangewezen gebieden gelden andere openingstijden, dan in de door de burgemeester aangewezen gebieden. Doorgaans betreft deze laatste het gebied centrum, waar de openingsuren ruimer zijn dan in de woonwijken daar omheen. Dit aanwijzen vindt plaats met een zogenaamd aanwijzingsbesluit. Op de bijzondere dagen die zijn opgenomen in artikel 2:29a mogen horeca inrichtingen tot 04:00 uur de volgende dag open blijven. Voor de openingstijden wordt verder onderscheid gemaakt tussen doordeweekse dagen (zondag tot en met woensdag) en weekenddagen (donderdag tot en met zaterdag).

 

Vijfde lid

 

De burgemeester heeft ontheffingsbevoegdheid. Op grond van dit lid kan de burgemeester bepalen dat van de openingstijden wordt afgeweken. De uitwerking hiervan wordt vastgelegd in artikel 2:29b en artikel 2:29c.

 

Zevende lid

 

Voor het horecagedeelte geldt dezelfde sluitingstijd als voor de winkel om te voorkomen dat de horeca-activiteiten na sluitingstijd worden voortgezet.

 

Gewijzigde toelichting artikel 2:29a

Er zijn meerdere feestdagen in het jaar waarbij, in de op grond van artikel 2:29, tweede lid aangewezen gebieden, behoefte is aan ruimere sluitingstijden in de horeca. In het verleden zijn vaker besluiten genomen voor ontheffingen van de sluitingstijd bij feestdagen. Er zijn geen klachten bekend van overlast als direct gevolg van deze ontheffingen. Ter bevordering van de duidelijkheid, transparantie, rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, openbare orde en openbare veiligheid worden deze dagen nu expliciet opgenomen in de APV.

 

Gewijzigde toelichting artikel 2:29b

Deze bepaling geeft de burgemeester ontheffingsbevoegdheid om openbare inrichtingen ontheffing te verlenen van de openingstijden tot 05:00 uur in het door de burgemeester aangewezen gebied (art. 2:29 lid 2). Nachtgelegen hebben hiermee de mogelijkheid om structureel langer geopend te zijn.

Restaurants, cafetaria, lunchroom, koffie-en theezaak, ijssalon, snackbar, grillroom, buurthuis of clubhuis, shishalounge, coffeeshop of daarmee gelijk te stellen horecabedrijven worden uitgesloten van deelname vanwege een op voorhand te verwachten toename van overlast.

 

Gewijzigde toelichting artikel 2:29c

Deze bepaling geeft de burgemeester ontheffingsbevoegdheid om openbare inrichtingen ontheffing te verlenen van de openingstijden in het door de burgemeester aangewezen gebied buiten dat deel van de gemeente dat begrensd wordt door het water van het Spaarne-Kampersingel-Gasthuissingel-Raamsingel-Leidsevaart-Zijlsingel-Kinderhuissingel-Schotersingel en Kloppersingel.

 

Gewijzigde toelichting artikel 2:29d

Deze bepaling geeft horecainrichtingen de gelegenheid om een (maximaal) aantal keer per jaar op donderdagen, vrijdagen, zaterdagen of bijzondere dagen open te blijven tot 06:00uur. Hiervan moet minimaal 15 werdagen van tevoren bij de burgemeester een melding gedaan worden. Indien aanleiding is om te vermoeden dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt dan kan de burgemeester besluiten om de verlengde openingstijd te verbieden. Cafetaria, lunchroom, koffie-en theezaak, ijssalon, snackbar, grillroom, buurthuis of clubhuis, shishalounge, coffeeshop of daarmee gelijk te stellen horecabedrijven worden uitgesloten van deelname.

 

Gewijzigde toelichting artikel 2:51

Het plaatsen van voertuigen is op verschillende plaatsen geregeld, steeds met een wisselende bedoeling: de instandhouding van het plantsoen, het tegengaan van diefstal of verkeersbelangen. In dit artikel gaat het om de voorkoming van overlast.

Het neerzetten van fietsen en bromfietsen tegen panden die niet door de eigenaren van de voertuigen worden bezocht of op plaatsen waar deze voertuigen hinder of schade kunnen veroorzaken, geeft vaak aanleiding tot klachten. Artikel 2:51 geeft de mogelijkheid hiertegen op te treden.

 

Gewijzigde toelichting artikel 5:12

In de praktijk wordt regelmatig overlast ondervonden van fietsen en bromfietsen die her en der buiten de daartoe bestemde fietsenstallingen worden geplaatst. Het gaat hierbij doorgaans om plaatsen, waar zich grote concentraties van gestalde (brom)fietsen voordoen, zoals bijvoorbeeld bij stations, winkelcentra en dergelijke. Voorop staat dat dan wel voldoende stallingsmogelijkheden ter plekke aanwezig zijn.

 

Ook zijn in artikel 5:12 APV de bijzondere verboden opgenomen, die meer te maken hebben met excessen die tot verrommeling, ontsiering en langdurige overlast leiden. Daarbij gaat het om de problematiek van weesfietsen (langdurig onbeheerd), fietswrakken en fietsen die buiten de aangewezen stallingsvoorzieningen staan, of te lang in die voorziening staan, waardoor zij onnodig fietsparkeerruimte in beslag nemen.

 

Ter regulering van overlast van foutief geplaatste (brom)fietsen is in het tweede lid van dit artikel aan het college de bevoegdheid gegeven om plaatsen aan te wijzen waar het verboden is (brom)fietsen neer te zetten buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen dan wel deze daar te laten staan. De belangen die het college hierbij onder meer in overweging kan nemen zijn: de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de voorkoming of opheffing van overlast of het belang van de veiligheid.

 

Na aanwijzing van een plaats waar het verbod zal gelden, kan tegen een foutief geplaatste (brom)fiets worden opgetreden. Door middel van borden moet worden aangegeven dat foutief geplaatste (brom)fietsen zullen worden verwijderd. Het feitelijk verwijderen dient dan beschouwd te worden als toepassing van bestuursdwang.

Naar boven