Voorbeschermingsregels energieopslagsystemen

Het college van burgemeester en wethouders van Sliedrecht;

gelet op artikel 1, lid 13 van het Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Sliedrecht van 13 december 2022;

gelet op artikel 4.14 van de Omgevingswet; 

BESLUIT:

Artikel I

Een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee voor het gehele grondgebied van de gemeente regels worden gesteld over het plaatsen van een energieopslagsysteem.

Artikel II

De voorbeschermingsregels, opgenomen in 'bijlage A', worden toegevoegd aan het Omgevingsplan gemeente Sliedrecht.

Artikel III

Dit voorbereidingsbesluit treedt in werking op de dag waarop het bekend wordt gemaakt.

Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht op 28 oktober 2025.

De secretaris,

N.H. Kuiper mca mcm

De burgemeester,

mr. drs. de Vries

Bijlage A Opschrift Voorbeschermingsregels energieopslag

Voorbeschermingsregels energieopslagsystemen

Voorrangsbepaling

Voor zover de voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk afwijken van de regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet, gelden de voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Voorbeschermingsregels energieopslagsystemen

Afdeling 1.1 Algemeen

Artikel 1.1 Overgangsrecht

De voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op activiteiten die al werden verricht voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en die in overeenstemming zijn met de regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan.

Artikel 1.2 Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    Elektriciteitsnet: een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit.

  • b.

    Energieopslagsysteem: de samenstelling van de lithiumhoudende energiedragers, omvormers, eventueel transformatoren, datacommunicatie, (subsysteem) EMS (systeemcontroller), elektrische infrastructuur.

  • c.

    PGS 37-1 Lithiumhoudende energiedragers: richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen. De laatste versie is vastgesteld door de BOb (Bestuurlijk Omgevingsberaad).

Afdeling 1.2 Exploiteren van een energieopslagsysteem

Artikel 1.3 Toepassingsbereik
  • 1

    Deze afdeling gaat over het bedrijfsmatig bouwen, aanleggen en exploiteren van een energieopslagsysteem, bestaande uit lithiumhoudende oplaadbare energiedragers die (in groepen) elektrisch met elkaar zijn verbonden met een totaal opgestelde capaciteit van 1 MWh en daarboven.

  • 2

    Deze afdeling gaat niet over het bedrijfsmatig bouwen of aanleggen van een energieopslagsysteem, bestaande uit oplaadbare energiedragers die (in groepen) elektrisch met elkaar zijn verbonden met een totaal opgestelde capaciteit van 1 MWh en daarboven, die is bedoeld om de eigen bedrijfsactiviteiten van energie voorzien.

Artikel 1.4 Oogmerken
  • 1

    De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

    • a.

      het behouden van de mogelijkheden voor verduurzaming van bedrijfsactiviteiten;

    • b.

      het bevorderen van een duurzame ontwikkeling;

    • c.

      het op zo kort mogelijke afstand van elkaar realiseren van vraag naar-, en aanbod van energie;

    • d.

      het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie;

    • e.

      het in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving;

  • 2

    Voor zover deze afdeling gaat over het opwekken, transporteren en leveren van elektriciteit zijn de regels niet gesteld met het oog op de energievoorziening zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Energiewet.

Artikel 1.5 Vergunningplichtig geval energieopslagsystemen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een energieopslagsysteem met een capaciteit van 1 MWh of meer te bouwen, aan te leggen en te exploiteren.

Artikel 1.6 Bijzondere aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een energieopslagsysteem, bedoeld in artikel 1.5, worden de volgende gegevens overgelegd:

  • a.

    een bedrijfsplan, waarin in ieder geval is opgenomen;

    • 1°.

      de wijze waarop het energieopslagsysteem wordt beheerd;

    • 2°.

      de wijze waarop het energieopslagsysteem van stroom wordt voorzien;

    • 3°.

      de wijze waarop wordt voorkomen dat het energieopslagsysteem netcongestie veroorzaakt of daaraan bijdraagt;

    • 4°.

      de wijze waarop de PGS 37-1 Lithiumhoudende energiedragers worden toegepast;

  • b.

    een (kwantitatieve) risicoanalyse, inclusief het rekenbestand, die inzage geeft in;

    • 1°.

      het plaatsgebonden risico, zoals bedoeld in bijlage 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • 2°.

      de omvang van het explosie- en gifwolk aandachtsgebied; zoals bedoeld in bijlage 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • c.

    een geluidonderzoek, inclusief het rekenbestand, in geval het energieopslagsysteem niet is gelegen op een geluidsgezoneerd industrieterrein, die inzage geeft in:

    • 1°.

      het geluidsniveau op de geluidgevoelige gebouwen; zoals bedoeld in bijlage 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    • 2°.

      welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de etmaalwaarde, bedoeld in artikel 1.7 onder g. worden overschreden.

Artikel 1.7 Beoordelingsregels omgevingsvergunning energieopslagsystemen

De omgevingsvergunning voor het exploiteren van een energieopslagsysteem, bedoeld in artikel 1.5, wordt in ieder geval geweigerd als;

  • a.

    de activiteit de verduurzaming van bedrijfsactiviteiten verhindert;

  • b.

    de activiteit niet voorziet in een plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektriciteit; 

  • c.

    de activiteit, mede vanwege de effecten op de netbalancering en netcongestie, de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied verhindert;

  • d.

    het energieopslagsysteem niet voldoet aan de best beschikbare techniek zoals voorgeschreven in PGS 37-1 Lithiumhoudende energiedragers;

  • e.

    het energieopslagsysteem leidt tot een plaatsgebonden risicocontour 1 op de 1.000.000 per jaar (PR10-6/jr) buiten het terrein waarop de activiteit wordt geëxploiteerd; 

  • f.

    het energieopslagsysteem leidt tot een explosie- of gifwolk aandachtsgebied over een (geprojecteerd) (zeer) kwetsbare gebouw is gelegen;

  • g.

    het energieopslagsysteem leidt tot een overschrijding van de grenswaarden uit tabel 1.7 op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.

Tabel 1.7 Grenswaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw
 

07.00 - 19.00 uur

19.00 - 23.00 uur

23.00 - 07.00 uur

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Voorbeschermingsregels energieopslagsystemen

Afdeling 1.1 Algemeen
Artikel 1.1 Overgangsrecht

Het doel van deze voorbeschermingsregels is dat energieopslagsystemen (EOS) die (mogelijk) strijdig zijn met nieuwe regels in het omgevingsplan die in voorbereiding zijn, worden voorkomen. Volgens artikel 4.14 van de Omgevingswet mogen alleen voorbeschermingsregels worden gesteld over activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar die nog niet plaatsvinden. In dit artikel is daarom bepaald dat de regels in dit hoofdstuk niet van toepassing zijn op activiteiten die al werden verricht voorafgaand aan de inwerkingtreding van de voorbeschermingsregels.

Artikel 1.2 Begripsbepalingen

Dit artikel geeft aan wat met bepaalde begrippen in de artikelen wordt bedoeld.

Afdeling 1.2 Exploiteren van een energieopslagsysteem
Artikel 1.3 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen van een EOS. Hierbij is een ondergrens van 1 MWh vastgelegd. De ondergrens is bepaald aan hand van effectafstanden uit het scenarioboek Omgevingsveiligheid van het NIFV (Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid). Hieruit blijkt dat het maximale effectgebied voor externe veiligheid 25 meter betreft. Installaties met een lagere capaciteit zijn niet relevant voor externe veiligheid.

Artikel 1.4 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het behouden van de mogelijkheden voor verduurzaming van bedrijfsactiviteiten;

  • b.

    het bevorderen van duurzame lokale ontwikkelingen;

  • c.

    het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie;

  • d.

    de energievoorziening in relatie tot de beoogde ruimtelijke ontwikkeling;

  • e.

    het behouden van een veilige en gezonde leefomgeving.

Deze oogmerken zijn ontleend aan de Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Sliedrecht en de Regionale Energiestrategie van de Drechtsteden.

Omgevingsvisie 1.0 2021

In de Omgevingsvisie 1.0 is opgenomen als onderdeel van de Koers 2030 het einddoel voor de energietransitie: ‘Sliedrecht energieneutraal’ in 2050. In het hoofduitgangspunt van de Koers 2030 ‘werk maken van ruimtelijke vernieuwing’, ambitie duurzaamheid, zijn de volgende speerpunten opgenomen:

  • 1.

    In 2050 zijn we energie- en klimaatneutraal.

  • 2.

    We zetten nog meer in op energiebesparing en de reductie van restafval.

  • 3.

    In 2030 hebben we een bijdrage geleverd aan de regionale energieopgave van 1,5 PJ.

  • 4.

    In 2035 is een groot deel van de gebouwde omgeving voorzien van duurzame warmte.

Gezien het belang van het lokale energiesysteem voor het behalen van deze doelstelling zijn de regels in deze afdeling van belang voor het behalen van deze ambitie in de Koers 2030.

RES Drechtsteden

In de Drechtsteden gebruiken vele bedrijven op jaarbasis meer dan 50.000 KWh aan elektra of meer dan 25.000 m3 aardgas. Voor deze bedrijven geldt een energiebesparingsplicht. De gemeente stimuleert dat er grootschalig zon op dak wordt gerealiseerd op bedrijfsdaken middels o.a. de Green Deal. De energietransitie waarbij van aardgas naar duurzame energie wordt overgestapt heeft ook als gevolg dat het elektriciteitsnet onder druk komt te staan. Deze transitie levert netcongestie op. Dit betekent dat het elektriciteitsnet moet worden verzwaard, wat tijd en geld kost. Ondertussen moeten er keuzes worden gemaakt over welke ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet.

EOS zijn nodig voor de energietransitie naar duurzame energie. Dit aangezien de hoeveelheid energie dat wordt opgewekt door bijvoorbeeld wind of zon afhankelijk is van het weer. Ook is het verbruik van energie niet altijd gelijk aan de hoeveelheid energie die wordt opgewekt. Om variabele energievoorziening en een goede match met het energieverbruik mogelijk te maken zal er ook gebruik moeten worden gemaakt van opslagsystemen. Energieopslagsystemen met een eigen aansluiting leggen op dit moment een disproportionele druk op de beschikbare transportcapaciteit van het elektriciteitsnet. Hierdoor blijft er minder transportcapaciteit beschikbaar voor andere ontwikkelingen zoals de nieuwbouwopgave en vestiging of uitbreiding van bedrijven (arbeidsplaatsen).

Verband tussen het beleid en de oogmerken

De Omgevingsvisie van Sliedrecht en de RES Drechtsteden hebben als gezamenlijk doel het verduurzamen van Sliedrecht. Dit is noodzakelijk voor een goed woon- en leefklimaat. Deze energietransitie naar duurzaam opgewekte energie heeft impact op het elektriciteitsnet van Sliedrecht. Dit heeft ruimtelijke impact aangezien netcongestie ertoe kan leiden dat nieuwe (bedrijfs)activiteiten niet meer mogelijk zijn of dat bestaande bedrijfsactiviteiten worden beperkt in de overschakeling naar hernieuwbare energie. Het is voor de gemeente van belang dat een EOS bijdraagt aan de verduurzaming van de gemeente en daarnaast ook de bestaande en nieuwe bedrijfsactiviteiten ondersteunt in deze transitie. Echter, deze regels zijn niet op het belang van de energievoorziening zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Energiewet.

Naast verduurzaming richt de omgevingsvisie zich op het creëren van een veilige en gezonde leefomgeving. EOS hebben invloed op de leefomgeving zowel in termen van ruimtelijke inpassing als, veiligheid. Het is voor de gemeente van belang dat vestiging een EOS niet leidt tot een onevenredig ruimtebeslag en/of (milieu)belasting.

Artikel 1.5 Vergunningplichtig geval energieopslagsystemen

Voor het aanleggen van een EOS is een omgevingsvergunning vereist.  

Energievoorziening  

Een EOS levert niet altijd een bijdrage aan de verduurzaming van Sliedrecht. Het kan zelfs netcongestie veroorzaken in plaats van verminderen.[1] Het is van belang dat de beperkte ruimte op het elektriciteitsnet van Sliedrecht wordt benut voor de energietransitie en de voortgang van de verduurzaming van (bedrijfs)activiteiten.

Omgevingsveiligheid

Op dit moment is een zelfstandig EOS in de Rijksregelgeving nog niet aangemerkt als een milieubelastende activiteit met omgevingsveiligheidsrisico's en geluidsnormering. Onderzoek laat zien dat met name een EOS, in de vorm van lithium-ion batterijmodules een voor (externe-)veiligheid relevante installatie is waaraan, voor een veilige exploitatie, ontwerp- en constructie-eisen moeten worden gesteld. Ook leidt vestiging en exploitatie van dit type EOS mogelijk tot het ontstaan van explosie- en gifwolk aandachtsgebieden hetgeen ruimtelijke consequenties met zich meebrengt. 

Geluid  

Afhankelijk van de locatie van een EOS speelt het aspect geluid effect op de omgeving. Het gaat daarbij voornamelijk over geluid dat samenhangt met voorzieningen die bij de elektriciteitsopslag behoren, zoals koelingen. Een EOS kan in de gebouwde omgeving kan geluidshinder veroorzaken. Gelet op het bovenstaande is daarom een individuele afweging noodzakelijk voorafgaand aan de installatie van een EOS, waarbij wordt beoordeeld of het exploiteren van een EOS de energietransitie, de uitvoering van lokale activiteiten en ontwikkelingen en het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving niet in de weg staat.

Artikel 1.6 Bijzondere aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een vergunning wordt een bedrijfsplan, een toets aan de toegepaste best beschikbare techniek en een kwantitatieve risicoanalyse met hierin het risico voor de omgeving, ingediend. De gemeente gebruikt deze informatie voor de beoordeling van de aanvraag van de omgevingsvergunning.

Artikel 1.7 Beoordelingsregels omgevingsvergunning energieopslagsystemen

De gemeente heeft de ambitie om energieneutraal te zijn in 2050, een belangrijk onderdeel daarvan het is het bevorderen van het gebruik van duurzame energie. EOS kunnen in deze energietransitie lokaal een bijdrage leveren. Plaatsing kan gezien de eigenschappen van een EOS niet zonder meer en op iedere plaats, daarom zijn de volgende beoordelingsregels opgenomen.

Onder a is opgenomen dat het exploiteren van een EOS de verduurzaming van bedrijfsactiviteiten niet mag verhinderen. Deze beoordelingsregel ziet op de doelstelling om bedrijven te verduurzamen door middel van o.a. het gebruik van duurzame energie. Het verduurzamen van lokale bedrijven is belangrijk voor een goed woon- en leefklimaat en bedrijfsactiviteiten zijn daarnaast ook belangrijk zijn voor de economisch-stedelijke ontwikkeling van de gemeente. Daarom is het noodzakelijk dat bedrijfsactiviteiten niet worden gehinderd door het exploiteren van een EOS.

Onder b is opgenomen dat het exploiteren van een EOS als doelstelling heeft om te voorzien in een plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektra. In Sliedrecht is er beperkt ruimte op het elektriciteitsnet terwijl de energietransitie naar duurzaam opgewekte energie veel van het elektriciteitsnet gaat vragen. Vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat en het ruimte geven aan lokale bedrijfsactiviteiten is het noodzakelijk dat een EOS voorziet in de lokale behoeften van vraag en aanbod in elektra.

Onder c is opgenomen dat het exploiteren van een EOS de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied niet in de weg moet staan. Door de beperkte aansluitcapaciteit op het elektriciteitsnet en de grote aanslag die een EOS daarop kan hebben, kunnen andere ruimtelijke en economische ontwikkelingen in de stad verhinderd worden. Het is dus van belang dat er niet een wildgroei aan EOS ontstaat.

Onder d t/m g is opgenomen dat een EOS in de exploitatiefase niet mag leiden tot externe veiligheidsrisico's, geluidshinder en/of beperkingen voor de omgeving.

Voor het aspect externe veiligheid is het beoordelingskader van de omgevingsvisie 1.0 (bijlage 5) toegepast. Hierop zijn de beoordelingsregels gebaseerd.

Voor het aspect geluid is aangesloten bij de geluidsnormering voor warmte- en koude-installaties in de woonomgeving. De aanvraagvereisten voor het aspect geluid geldt niet in geval de EOS is geprojecteerd binnen een geluidsgezoneerd industrieterrein. Hiervoor zijn reeds regels gesteld in het Omgevingsplan.

Naar boven