Gemeenteblad van Hardinxveld-Giessendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hardinxveld-Giessendam | Gemeenteblad 2025, 535434 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hardinxveld-Giessendam | Gemeenteblad 2025, 535434 | beleidsregel |
Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen Hardinxveld-Giessendam 2025
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN HARDINXVELD-GIESSENDAM,
artikel 160 van de Gemeentewet;
artikel 1:3 en 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;
artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994;
het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;
de Uitvoeringsvoorschriften BABW;
Regeling gehandicaptenparkeerkaart.
de Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen Hardinxveld-Giessendam 2025 vast te stellen.
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:
gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart voor personen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen;
gehandicaptenparkeerplaats op kenteken: parkeerplaats, voorzien van het verkeersbord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 en een onderbord met vermelding van een kenteken dan wel het nummer van een verzekeringsplaatje in het geval een niet-kentekenplichtig motorvoertuig betreft, behorend bij een motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig, waarvan de houder in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart én degene die krachtens artikel 12 BABW de desbetreffende parkeerplaats toegewezen heeft gekregen;
Artikel 3 Aanwijzing gehandicaptenparkeerplaats
Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden doorgaans aangewezen bij openbare voorzieningen die veel publiek trekken, zoals winkelcentra, zalencentrum, gemeentehuis, bibliotheek, begraafplaatsen en andere openbare instellingen die regelmatig worden bezocht door gehandicapten. Ze worden zo dicht mogelijk bij de voorziening waarvoor ze zijn bestemd, aangelegd met zo weinig mogelijk obstakels op de weg naar deze voorziening.
Artikel 4 Afwegingskader algemene gehandicaptenparkeerplaats
Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden naar behoefte aangelegd. De gemeente vindt het belangrijk om extra voorzieningen aan te bieden zodat gehandicapten zelfstandig aan het maatschappelijke verkeer kunnen deelnemen. Hierbij is sprake van maatwerk. Onder maatwerk wordt verstaan dat daar waar dat mogelijk is, het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen wordt afgestemd op het aantal houders van een gehandicaptenparkeerkaart.
Artikel 5 Beoordeling gehandicaptenparkeerplaats bij een werkadres
Indien bij het werkadres niet op eigen terrein van de werkgever kan worden geparkeerd, gelden de volgende aanvullende regels:
Als voor een locatie geen parkeeronderzoek is gehouden of het parkeeronderzoek geeft onvoldoende houvast, dan worden gedurende minimaal 2 weken op verschillende dagen en tijdstippen van de dag parkeertellingen gehouden. Wanneer hieruit blijkt dat de parkeerdruk op het maatgevende (drukste) moment 85% of hoger is, kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken worden toegewezen;
Artikel 6 Beoordeling aanvraag gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bestuurder
Als voor een locatie geen parkeeronderzoek is gehouden of het parkeeronderzoek geeft onvoldoende houvast, dan worden gedurende minimaal 2 weken op verschillende dagen en tijdstippen van de dag parkeertellingen gehouden. Wanneer hieruit blijkt dat de parkeerdruk op het maatgevende (drukste) moment 85% of hoger is, kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken worden toegewezen.
Artikel 7 Beoordeling aanvraag gehandicaptenparkeerplaats op kenteken passagier
Als voor een locatie geen parkeeronderzoek is gehouden of het parkeeronderzoek geeft onvoldoende houvast, dan worden gedurende minimaal 2 weken op verschillende dagen en tijdstippen van de dag parkeertellingen gehouden. Wanneer hieruit blijkt dat de parkeerdruk op het maatgevende (drukste) moment 85% of hoger is, kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken worden toegewezen.
Artikel 10 Verhuizing gehandicaptenparkeerplaats op kenteken
Indien een aanvrager van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken niet langer woonachtig is op hetzelfde adres als ten tijde van de aanvraag, dient de aanvrager, indien hij van de aan hem toegewezen gehandicaptenparkeerplaats op kenteken gebruik wil blijven maken, een verhuizing van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aan te vragen.
De gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt verhuisd door middel van het verwijderen van het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990, met het onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager op de oude locatie en het aanleggen van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de nieuwe locatie, zoals beschreven in artikel 8.
Artikel 13 Intrekking gehandicaptenparkeerplaats op kenteken
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 25 november 2025
Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam,
de secretaris, de burgemeester,
Sonja van der Stel. Dirk Heijkoop.
Als de houder van de Europese Gehandicaptenparkeerkaart niet in staat is om een aanvraag te doen, dan kan een gemachtigde (zoals een huisgenoot of voogd) de aanvraag doen.
Om een gehandicaptenparkeerplaats te kunnen aanwijzen, moet het college een verkeersbesluit nemen, waarin wordt gemotiveerd waarom de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd. De volgende wetsartikelen geven aan waarop het verkeersbesluit is gebaseerd. Het zijn artikel 12 van het BABW en met inachtneming van de artikelen 21 tot en met 33 van het BABW, artikel 2 van de Wegenverkeerswet en de bepalingen van de AWB.
In lid 3 gaat het om de 100 meter afstand die op maaiveldniveau moet worden afgelegd vanaf de voordeur van de woning tot aan de parkeerplaats. Bij wooncomplexen wordt niet de voordeur van de individuele woning gebruikt, maar de ingang van het wooncomplex. Dit hoeft niet de hoofdingang te zijn, maar de voor de aanvrager dichtstbijzijnde te gebruiken ingang.
De parkeerplaats wordt bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de woning gelegd, 100 meter is een maximum afstand. Indien uit het Wmo-dossier blijkt dat aanvrager een kleinere afstand dan 100 meter kan afleggen, dan wordt uitgegaan van de afstand die aanvrager zelfstandig kan afeggen.
Voor de aanwijzing van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen had de gemeente nog geen beleidsregels. Met het toevoegen van artikel 4 geven we duidelijkheid in welke situaties we algemene gehandicaptenparkeerplaatsen willen toestaan.
Dit artikel in de beleidsregels sluit aan bij de lijn die in de praktijk al wordt toegepast. We hebben het nu alleen ook opgeschreven. Wat wel nieuw is, is lid 5. Het komt namelijk steeds vaker voor dat bewoners van een woon(zorg)complex een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aanvragen, terwijl er ook algemene gehandicaptenparkeerplaatsen in de nabije omgeving zijn. Hierin schuilt rechtsongelijkheid, omdat mensen die zo slim zijn om een parkeerplaats op kenteken aan te vragen, dan een vaste parkeerplaats in de openbare ruimte krijgen en een andere bewoner in hetzelfde complex die dat niet doet, is aangewezen op de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Ook zouden bewoners die later een aanvraag indienen, verder van de ingang moeten parkeren. Door bij wooncomplexen uitsluitend algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aan te wijzen, kunnen deze plaatsen worden gebruikt door iedereen die beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart.
Hiermee willen we ervoor zorgen dat er genoeg algemene gehandicaptenparkeerplaatsen bij wooncomplexen zijn, zodat iedereen met een gehandicaptenparkeerplaats doorgaans ruimte heeft om te parkeren. Dit biedt ruimte om het aantal parkeerplaatsen uit te breiden als het aantal houders van een gehandicaptenparkeerkaart toeneemt, maar ook om het aantal algemene gehandicaptenparkeerplaatsen te verminderen, als blijkt dat er minder houders zijn van een gehandicaptenparkeerkaart en de parkeerplaatsen minder worden gebruikt.
Het aanvragen van een gehandicaptenparkeerplaats bij een werkadres is een nieuw onderdeel van de beleidsregel gehandicaptenparkeerplaatsen.
De gemeente is op grond van artikel 18 van de Wegenverkeerwet 1994 bevoegd om verkeersbesluiten te nemen voor alle wegen die niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap. Dit betekent dat de gemeente ook verkeersbesluiten moet nemen voor verkeersmaatregelen die op particulier terrein worden geplaatst. Daarom wordt ook onderscheid gemaakt voor gehandicaptenparkeren bij een werkadres. Het kan daarbij gaan om de aanvraag van een algemene gehandicaptenparkeerplaats of een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.
Als de parkeerdruk 85% is of hoger, betekent dit dat er niet altijd een parkeerplaats vrij is. Verkeer moet bij een hogere parkeerdruk gaan zoeken naar een vrije parkeerplaats. Om te bepalen of de parkeerdruk hoger is dan 85% wordt gebruik gemaakt van het maatgevende moment in het meest recente parkeeronderzoek dat in opdracht van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is gehouden (lid 8). Is er voor een locatie geen recent parkeeronderzoek, of het parkeeronderzoek biedt onvoldoende houvast, dan worden tellingen gehouden gedurende minimaal 2 weken op verschillende dagen van de week en op meerdere tijdtippen van de dag. Hieruit blijkt een goed beeld van de parkeerdruk. (lid 9)
Daarbij gelden de volgende spelregels:
er mag worden uitgegaan van het parkeeronderzoek, onder voorwaarde dat de parkeersituatie sinds het parkeeronderzoek niet is gewijzigd door ontwikkelingen binnen 200 meter vanaf het adres waarvoor de parkeerplaats wordt aangevraagd, zoals een wijziging van het parkeerregime, een bouwontwikkeling waardoor de parkeersituatie op straat is veranderd of een wijziging in de verkeerssituatie.
Als de parkeerdruk 85% is of hoger, betekent dit dat er niet altijd een parkeerplaats vrij is. Verkeer moet bij een hogere parkeerdruk gaan zoeken naar een vrije parkeerplaats. Om te bepalen of de parkeerdruk hoger is dan 85% wordt gebruik gemaakt van het maatgevende moment in het meest recente parkeeronderzoek dat in opdracht van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is gehouden (lid 8). Is er voor een locatie geen recent parkeeronderzoek, of het parkeeronderzoek biedt onvoldoende houvast, dan worden tellingen gehouden gedurende minimaal 2 weken op verschillende dagen van de week en op meerdere tijdtippen van de dag. Hieruit blijkt een goed beeld van de parkeerdruk. (lid 9)
Daarbij gelden de volgende spelregels:
Het gaat om 100 meter afstand die op maaiveldniveau moet worden afgelegd vanaf de voordeur van de woning tot aan de parkeerplaats. Bij wooncomplexen wordt niet de voordeur van de individuele woning gebruikt, maar de ingang van het wooncomplex. Dit hoeft niet de hoofdingang te zijn, maar de voor de aanvrager dichtstbijzijnde te gebruiken ingang;
er mag worden uitgegaan van het parkeeronderzoek, onder voorwaarde dat de parkeersituatie sinds het parkeeronderzoek niet is gewijzigd door ontwikkelingen binnen 200 meter vanaf het adres waarvoor de parkeerplaats wordt aangevraagd, zoals een wijziging van het parkeerregime, een bouwontwikkeling waardoor de parkeersituatie op straat is veranderd of een wijziging in de verkeerssituatie.
Normaal gesproken kan een gezonde chauffeur van een passagier met een Europese Gehandicaptenparkeerkaart Passagier de passagier vanuit de woning in de auto helpen of vanuit de auto helpen om in de woning te komen. De auto mag daarvoor op de rijbaan worden geparkeerd. Daarna kan de chauffeur de auto parkeren op een reguliere parkeerplaats. De tijd die met het ophalen van de auto en het elders parkeren van de auto is gemoeid, is maximaal 10 minuten. De keuringsarts wordt gevraagd om te toetsen of de passagier deze tijd alleen gelaten kan worden.
Als de parkeerdruk 85% is of hoger, betekent dit dat er niet altijd een parkeerplaats vrij is. Verkeer moet bij een hogere parkeerdruk gaan zoeken naar een vrije parkeerplaats. Om te bepalen of de parkeerdruk hoger is dan 85% wordt gebruik gemaakt van het maatgevende moment in het meest recente parkeeronderzoek dat in opdracht van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is gehouden (lid 9). Is er voor een locatie geen recent parkeeronderzoek, of het parkeeronderzoek biedt onvoldoende houvast, dan worden tellingen gehouden gedurende minimaal 2 weken op verschillende dagen van de week en op meerdere tijdtippen van de dag. Hieruit blijkt een goed beeld van de parkeerdruk. (lid 10)
Daarbij gelden de volgende spelregels:
Het gaat om 100 meter afstand die op maaiveldniveau moet worden afgelegd vanaf de voordeur van de woning tot aan de parkeerplaats. Bij wooncomplexen wordt niet de voordeur van de individuele woning gebruikt, maar de ingang van het wooncomplex. Dit hoeft niet de hoofdingang te zijn, maar de voor de aanvrager dichtstbijzijnde te gebruiken ingang;
Er mag worden uitgegaan van het parkeeronderzoek, onder voorwaarde dat de parkeersituatie sinds het parkeeronderzoek niet is gewijzigd door ontwikkelingen binnen 200 meter vanaf het adres waarvoor de parkeerplaats wordt aangevraagd, zoals een wijziging van het parkeerregime, een bouwontwikkeling waardoor de parkeersituatie op straat is veranderd of een wijziging in de verkeerssituatie.
Het is niet nodig de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats te compenseren door elders een openbare parkeerplaats aan te leggen; het blijft immers een autoparkeerplaats.
De aanleg dient zo veel mogelijk in overeenstemming met de geldende richtlijnen van het CROW plaats te vinden, aangezien in deze maatvoering rekening wordt gehouden met extra ruimte aan de zijkant en achterkant om goed in en uit te kunnen stappen. Het CROW geeft als richtlijn de volgende maatvoering:
De precieze vormgeving en afmeting is echter ook afhankelijk van de situatie ter plaatse, zoals bijvoorbeeld de breedte van het trottoir en het type parkeren (langs-, haaks-, of schuin parkeren). Als bestaande parkeervakken langs het trottoir smaller zijn dan 3,5 meter bijvoorbeeld, kan het veel aanpassingen vragen om de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wel minimaal 3,5 meter breed te laten zijn. Het trottoir kan dan gebruikt worden als extra in- en uitstapruimte. In dat geval staat bruikbaarheid voorop.
Als de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt aangevraagd voor een voertuig zonder kenteken, zal indien mogelijk een onderbord met verduidelijkende tekst (bijvoorbeeld Canta) worden geplaatst. Dit is ook verwoord in artikel 1 sub j (definitie van kenteken).
Door bij de parkeerplaats op kenteken een onderbord te plaatsen die de werkdagen en –tijden aangeeft, is de parkeerplaats buiten die momenten door een ieder te gebruiken.
De parkeerplaats wordt na het publiceren van het verkeersbesluit aangelegd. Er wordt niet gewacht tot het verkeersbesluit onherroepelijk is geworden. Het voordeel is dat de gehandicapte kan hierdoor snel over zijn parkeervoorziening kan beschikken.
Als er bezwaar en/of beroep wordt ingediend, blijft de parkeerplaats op kenteken gehandhaafd tot er uitspraak is gedaan. Is het bezwaar of beroep gegrond, dan wordt het verkeersbesluit niet onherroepelijk en wordt de parkeerplaats opgeheven. In dat geval wordt op grond van artikel 13, lid 1 de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken ingetrokken.
Met de zinsnede “indien het verkeersbesluit niet onherroepelijk kan worden” wordt bedoeld dat in een bezwaar-, beroeps- of hoger beroepsprocedure blijkt dat het verkeersbesluit niet in stand kan blijven. Het bezwaar, beroep of hoger beroep wordt met andere woorden gegrond verklaard. In dat geval wordt de reeds aangelegde parkeerplaats opgeheven. Dat houdt in ieder geval in dat bord E6 zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV1990 wordt weggehaald
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-535434.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.