Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Deventer

De raad van de gemeente Deventer besluit vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Deventer

 

BESLUIT

In het besluit is het aangenomen amendement ‘Nieuwe regels m.b.t. paracommerciële instellingen’ verwerkt.

 

  • 1.

    Het voorstel tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening vast te stellen, met uitzondering van artikel I sub B tot en met E.

    Met de aanname van het hierboven genoemde amendement blijft Artikel I sub B tot en met E, in afwijking van het raadsvoorstel, ongewijzigd.

  • 2.

    Te bepalen dat deze verordening in werking treedt op de dag na bekendmaking.

Artikel I  

De Algemene plaatselijke verordening Deventer wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 2:24 lid 1 onder b wordt als volgt gewijzigd:

 

  • b.

    markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet

F

 

Artikel 2:51 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:51 Parkeren van fietsen, bromfietsen of vergelijkbaar vervoermiddel

  • 1.

    Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, te plaatsen of laten staan:

    • a.

      als daardoor op een voetpad of trottoir de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;

    • b.

      als daardoor de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt gehinderd;

    • c.

      als daardoor op of aan een openbare plaats hinder, overlast of schade ontstaat of

    • d.

      als daardoor voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel is geplaatst de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd;

    • e.

      tegen een monument of gedenkteken.

  • 2.

    Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

  • 3.

    Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen ter voorkoming of beëindiging van hinder, overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsparkeervoorzieningen te laten staan.

  • 4.

    Het is verboden fietsen of bromfietsen die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg of in een parkeerfietsvoorziening te laten staan.

G

 

Artikel 2:52 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op kermis, evenemententerrein e.d.

  • 1.

    Het is verboden op een gemotoriseerd voertuig te rijden, te fietsen of zich op een ander vervoermiddel voort te bewegen op een terrein waar een kermis, uitvoering, evenement, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt welke publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

  • 2.

    Dit verbod is niet van toepassing voor zover de bestuurder van het gebruik van dit vervoermiddel lichamelijk afhankelijk is (scootmobiels e.d.).

H

 

Artikel 2:74 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden en/of zich daar heen en weer te bewegen met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2, 2a en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling en al dan niet vanuit een voertuig, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

 

I

 

Artikel 2:74d komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:74d Openlijk drugsgebruik

Het is in de door het college aangewezen gebieden verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

 

J

 

Artikel 5:9 komt als volgt te luiden;

 

Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  • 2.

    Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

K

 

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets, vervalt.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij bekend is gemaakt.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 november 2025

De raad voornoemd,

de griffier,

A. Kerver

de voorzitter,

R.C. König

Toelichting  

AFDELING 14. DRUGSOVERLAST

 

Artikel 2:74d Openlijk drugsgebruik

Dit artikel wordt toegevoegd om handhavers een gerichte mogelijkheid te geven op te treden tegen (overlast door) gebruik van verdovende middelen. Dat dit artikel nu wordt toegevoegd heeft primair te maken met een ervaren ernstige toename van overlast door het gebruik van ‘nieuwe’ middelen zoals flakka. Deze middelen hebben een andere uitwerking op gebruikers dan eerder bekende middelen, waardoor gedrag onvoorspelbaar en soms agressief wordt. Dit heeft negatieve gevolgen voor de openbare orde in de stad.

 

Afbakening met de Opiumwet (toelichting Model-APV van de VNG)

Op sommige plaatsen in de publieke ruimte ervaren mensen hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid doordat op die plaatsen drugs worden gebruikt. Een aantal gemeenten heeft daarom al enkele jaren een bepaling in de APV opgenomen waarbij openlijk drugsgebruik wordt verboden. De rechtspraak is een aantal jaren wisselend geweest, waarbij in een aantal gevallen zo’n bepaling onverbindend werd geacht omdat de rechter van oordeel was dat door de overlap met de Opiumwet (men kan immers verboden substanties niet gebruiken zonder deze – in strijd met de Opiumwet – voorhanden te hebben) de bovengrens van de gemeentelijke regelgevende bevoegdheid werd geschonden. Maar inmiddels is er een rechterlijke consensus ontstaan waarbij zo’n bepaling, omwille van de openbare orde, dus met een ander motief dan de Opiumwet, toelaatbaar wordt geacht.

Naar boven