Gemeenteblad van Eemnes
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eemnes | Gemeenteblad 2025, 535031 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eemnes | Gemeenteblad 2025, 535031 | beleidsregel |
Beleidsregel Bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Eemnes 2025
Het gebruik en opslaan van zwaar professioneel vuurwerk en grote hoeveelheden consumentenvuurwerk kan voor zeer gevaarlijke situaties zorgen. De laatste jaren verschijnt er steeds meer (illegaal) professioneel vuurwerk in de handel en zijn er diverse incidenten geweest waarbij vuurwerk de oorzaak was van zwaar en zelfs dodelijk letsel en grote materiële schade1. Eind 2017 bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid een rapport uit waarin zorgen worden geuit over de hoeveelheid letsel, materiële schade en ordeverstoringen als gevolg van vuurwerk.2
Een aspect waar bij de onvergunde opslag van vuurwerk vaak aan voorbij wordt gegaan, is het feit dat hulpverleners bij calamiteiten afgaan op de situatie zoals deze bij hen bekend is. Als bijvoorbeeld de brandweer naar een schoorsteenbrand in een woning wordt geroepen, zal zij deze benaderen als een normale woning. Wanneer er in de woning een onbekende hoeveelheid vuurwerk ligt opgeslagen, worden hulpverleners, zonder dat zij hiervan op de hoogte zijn, in (levens-)gevaar gebracht. Dit geldt overigens ook in geval van een onvergunde opslag van vuurwerk in loodsen en bedrijven.
In verband met het beëindigen en voorkomen van herhaling van illegale handel of opslag in vuurwerk en het illegaal in bezit hebben van vuurwerk, kan een bestuursrechtelijke maatregel opgelegd worden. In dit beleid staat beschreven op welke wijze en onder welke omstandigheden de burgemeester en/of het college van burgemeester en wethouders gebruik maakt van zijn bevoegdheid om een bestuursrechtelijke maatregel op te leggen.
Voorts wordt in dit beleid ingegaan op de toepassing van artikel 174 Gemeentewet. In dit artikel is de bevoegdheid van de burgemeester opgenomen om over te gaan tot sluiting van een locatie indien er sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde.
Tot op heden is er geen beleid omtrent de aanpak van vuurwerkoverlast, illegale handel en/of opslag van vuurwerk. Met de vaststelling van dit beleid willen de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes vanuit hun eigen bevoegdheid een kader stellen hoe om te gaan met overtredingen in het kader van vuurwerk. Daarnaast wordt beoogd de (mogelijk levensbedreigende) risico’s en nadelige gevolgen van de illegale handel in en opslag van vuurwerk te voorkomen en te beheersen.
Informatieverstrekking door politie
De gemeente is hoofdzakelijk afhankelijk van informatie van de Nationale Politie. De informatie wordt verstrekt aan de burgemeester in het kader van zijn taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid. De informatie wordt verstrekt in de vorm van een bestuurlijke rapportage. Op basis van art. 16 Wet politiegegevens mag de politie gegevens verstrekken aan het bevoegd gezag. Een vereiste hiervoor is dat de verstrekking noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde. De opslag van grote hoeveelheden (zwaar illegaal) vuurwerk vormt bijvoorbeeld een groot gevaar voor de openbare orde en de woonomgeving.
De vraag is in welke situaties een bestuurlijke rapportage aan het bestuur moet worden verstrekt en wanneer niet. Er zijn verschillende relevante factoren die bepalen of het verstrekken van een bestuurlijke rapportage noodzakelijk is. Daarom is het van belang dat de politie, na de vondst van illegale handel of opslag van vuurwerk of het illegaal in bezit hebben van vuurwerk, overleg voert met de lokale OOV-ambtenaar om te bepalen of een bestuurlijke rapportage gewenst is.
Als richtlijn hanteren we de Handreiking bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk, opgesteld door de politie en het Openbaar Ministerie. Tegelijkertijd blijft er voldoende ruimte om in specifieke gevallen van deze richtlijn af te wijken.
Artikel 1. Begrippen en definities
In het kader van deze beleidsregel en bijlagen wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan:
Professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld Categorie F3 of F4 van het Vuurwerkbesluit, alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F2 van het Vuurwerkbesluit, en dat bij of krachtens dat besluit niet is aangewezen als vuurwerk, dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, alsmede een door de Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp, dan wel een stof of preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door de Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat of dat voorwerp of dat onderdeel van dat voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen;
Illegaal vuurwerk: vuurwerk dat niet aan de daarvoor bij of krachtens het Vuurwerkbesluit gestelde eisen voldoet, daaronder begrepen het in Nederland brengen van, handel in, ter beschikking stellen van, opslag van, het vervaardigen van, het voorhanden hebben van, bewerken van en/of afsteken buiten toegestane tijden van vuurwerk;
Paragraaf 2: Handhavingsmaatregelen door het college van burgemeester en wethouders
Artikel 2: Handhavingsmaatregelen door het college van burgemeester en wethouders
Bij aangetroffen (illegaal) vuurwerk op een locatie, woning of persoon kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding, een waarschuwing geven aan de overtreder/rechthebbende van die locatie, of een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen;
Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens de Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een waarschuwing is afgegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, en die eerdere last onder dwangsom volledig is uitgewerkt, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten;
Bij het afgeven van een waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie hanteert het college van burgemeester en wethouders de in Tabel 1 en 2 weergegeven handhavingsmatrixen en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen;
De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst IV van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie;
Bij de toepassing van in deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.
Tabel 1: Lijst I betreffende in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk
Tabel 2: Lijst II professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 of F3 en niet als consumentenvuurwerk is aangewezen in de RACT en daarnaast rookbommen T1/T2 en handfakkels
|
Oplegging dwangsom van € 4.250 per overtreding met een maximum van € 8.000 |
||||
|
Oplegging dwangsom van €5.000 per overtreding met een maximum van € 9.000 |
||||
Tabel 3: Lijst III professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F categorie (categorie F1, F2, F3) en daarnaast vuurwerk P1/P2 met uitzondering van handfakkels
Lijst IV geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast)
Zelfgemaakt vuurwerk is een categorie vuurwerk die niet in een bestaande matrix is opgenomen. Dit type vuurwerk is zeer onberekenbaar en de gevolgen van (onbedoelde) ontsteking zijn niet te voorzien. Daarom wordt gehandeld op basis van de beschikbare informatie die door experts van de politie wordt aangeleverd. De mate waarin de leefbaarheid wordt bedreigd en/of gevaar voor de gezondheid en veiligheid ontstaat, bepaalt de zwaarte van de te nemen maatregel.
Voor deze categorie geldt eveneens de herhaaldelijkheidseis. Dit betekent dat bij een eerste constatering, afhankelijk van de hoeveelheid, wordt volstaan met een last onder dwangsom. Indien er echter ernstige vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde, kan direct worden overgegaan tot sluiting.
Artikel 3: Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten
De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de genoemde lijsten en soorten vuurwerk. In de praktijk worden vaak meerdere soorten vuurwerk aangetroffen; er kan dus sprake zijn van een samenloop van lijsten. In dat geval zullen in beginsel de maatregelen worden toegepast die conform de handhavingsmatrixen passen bij de lijst met het zwaarste vuurwerk, tenzij sprake is van feiten en omstandigheden die toepassing van maatregelen behorende bij een lichtere lijst rechtvaardigen.
Artikel 4: Verzwarende omstandigheden
Er kunnen zich situaties voordoen die ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is. Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat enkel een last onder dwangsom niet afdoende is en dat om die reden direct overgegaan wordt tot het opleggen van een hogere dwangsom of, in geval van recidive, tot een (langere) sluiting. Dit kunnen de volgende situaties zijn:
Als de overtreder volgens de door de politie verstrekte gegevens, voorafgaand aan de eerste ontdekking op huidige locatie, eerdere strafrechtelijke vuurwerkovertredingen of vuurwerk gerelateerde overtredingen elders heeft begaan, waardoor de kans op herhaling op de huidige locatie groter is. In geval van verzwarende omstandigheden kan de hoogte van de dwangsom met maximaal 50% worden verhoogd, alsmede de sluitingstermijn worden verlengd;
Artikel 6: Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 17 Woningwet
Elke betrokkene (gebruiker, eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende) van de gesloten locatie, kan het college van burgemeester en wethouders gedurende een sluitingsperiode tussentijds schriftelijk verzoeken om tijdelijk in verband met (het voorkomen van verdere) calamiteiten of noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, de sluiting tijdelijk te schorsen;
Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan wordt tijdelijk de verzegeling verwijderd door de gemeente gedurende de periode van de tijdelijke opheffing. Aan het einde van de activiteiten wordt de locatie opnieuw verzegeld tot aan het einde van de opgelegde sluitingstermijn;
Artikel 7: Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet
Het in lid 1 genoemde verzoek is niet mogelijk bij herhaalde sluiting. Dit geldt in het bijzonder als bijvoorbeeld bij een eerdere sluiting op dezelfde locatie al is ingestemd met een eerder verzoek tot matiging. In dat geval heeft namelijk het eerdere geaccepteerde plan van aanpak, zoals genoemd in lid 2, nieuwe overtredingen niet kunnen voorkomen;
Paragraaf 3: Handhavingsmaatregelen door de burgemeester
Artikel 8: Sluitingsmaatregel in verband met verstoring openbare orde in de zin van artikel 174a Gemeentewet
Wanneer er door de aanwezigheid van illegaal vuurwerk op een locatie, naast de algemene gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in de directe omgeving die uitgaat van die aanwezigheid, aanvullend ook sprake is van (ernstige vrees voor herhaling) van verstoring van de openbare orde door eerdere gedragingen in die woning of het lokaal of op het erf van de locatie, dan kan de burgemeester in het uiterste geval de locatie tijdelijk sluiten;
Een eerder geconstateerde vuurwerkovertreding op een locatie is hier, in tegenstelling tot de sluitingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders niet noodzakelijk. In plaats daarvan staat centraal of er ernstige vrees is voor herhaling van openbare orde verstorende feiten die zich opnieuw voor kunnen doen of zich voort kunnen zetten, als niet ingegrepen wordt;
Er is sprake van een (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, indien naast de geconstateerde vuurwerkovertredingen, op basis van door de politie aangeleverde gegevens, sprake is van één of meer van de volgende ernstige feiten of omstandigheden :
Grootschalige illegale handel in vuurwerk vanuit het pand of vanaf het erf met vastgestelde verkeersbewegingen van en naar het pand door klanten. De loop moet dan uit de locatie worden genomen, zodat duidelijk is dat daar geen illegaal vuurwerk verkocht wordt, of andere criminele activiteiten plaatsvinden;
Indien er niet sprake is van 1 van de in lid 4 genoemde aanvullende verzwarende omstandigheden, dan maakt de burgemeester geen gebruik van de sluitingsbevoegdheid van artikel 174abc Gemeentewet. In dat geval past het college van burgemeester en wethouders één van de in artikel 2 t/m 7 genoemde herstelmaatregelen toe;
Bij de toepassing van de in tabel 5 van deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, maakt de burgemeester omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van te voren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.
Artikel 9: Opleggen gebiedsverbod en/of meldplicht in verband met verstoring openbare orde in de zin van artikel 172a Gemeentewet
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht door middel van (illegaal) vuurwerk een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 120 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
Met het oog op de in het negende lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen twaalf maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod of meldplicht op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Een gebiedsontzegging moet worden gezien als een ultimum remedium. Voorafgaande aan de gebiedsontzegging moeten strafbare feiten zijn gepleegd, die betrekking hebben op de openbare orde. De gebiedsontzegging wordt opgelegd ter voorkoming van overlast in de toekomst en niet als straf. De juridische kaders waarbinnen een gebiedsontzegging mogelijk is zijn het beginsel van proportionaliteit (de gebiedsontzegging staat in verhouding tot de ernst of mate van verstoring van de openbare orde) en subsidiariteit (de ontzegging is afgewogen tegen andere mogelijke maatregelen).
Tabel 5: Duur van de gebiedsontzegging
In het volgende overzicht wordt de duur van de gebiedsontzegging aangegeven.
Tabel 6: Sluitingstermijnen bij toepassing bevoegdheid ex artikel 174a Gemeentewet
Artikel 11: Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 174a Gemeentewet
De burgemeester kan op verzoek van een noch bij de vuurwerkovertreding noch bij de verstoring van de openbare orde betrokken verhuurder van de locatie op basis van de in artikel 7 van deze beleidsregel genoemde criteria en voorwaarden, besluiten de sluitingsperiode te matigen tot maximaal 1/3 van de toegepaste sluitingstermijn;
Artikel 12: Afwijkingsbevoegdheid
De in deze beleidsregel uitgewerkte bevoegdheidstoepassingen gelden als uitgangspunt, waarvan de burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders in bijzondere situaties altijd kan afwijken. Dat betekent concreet dat de burgemeester en het college afzonderlijk bevoegd zijn om op grond van de concrete feiten en omstandigheden van het geval van deze beleidsregels af te wijken, zowel in het voordeel als in het nadeel van betrokkene. Dit wordt altijd per situatie beoordeeld (maatwerk) en gemotiveerd. In beginsel wordt overeenkomstig de beleidsregel beslist.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-535031.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.