Verordening leges zero-emissiezone Rotterdam 2026

De Raad van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025

(raadsvoorstel nr. 25bb006556/25bo007415); 25bb006578;

 

gelet op de artikelen 156, tweede lid, aanhef en onderdeel h, 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet;

 

overwegende dat:

de heffing en invordering van leges ten behoeve van de nul-emissiezone bij verordening wordt geregeld;;

 

besluit:

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

-

beleidsregels:

Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam 2025;

-

centraal loket:

gemandateerde, die namens het college de, in het daartoe verleende mandaat aangeduide, ontheffingsaanvragen van de bij verkeersbesluit ingestelde zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s in behandeling neemt, besluit op deze aanvragen en, die namens de bij deze organisatie aangewezen heffings- en invorderingsambtenaar, leges heft en int voor deze aanvragen;

-

college:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;

-

dag:

periode van 00.00 uur tot 23:59 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

-

maand:

tijdvak dat loopt van n-de dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)-de dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de n-de dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)-de dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

-

nul-emissiezone

gebied in een gemeente waar, om reden van klimaat, leefbaarheid en luchtkwaliteit, alleen uitstootvrije voertuigen zijn toegestaan, ook wel zero-emissiezone genoemd;

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op de heffing en invordering van leges voor het in behandeling nemen van ontheffingsaanvragen als bedoeld in de beleidsregels, ten behoeve van de Zero-emissiezone Rotterdam 2025, vastgesteld per verkeersbesluit Zero-emissiezone Rotterdam 2025 van 23 april 2024.

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven ter zake van het genot van, door, of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 4 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de ontheffing of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en belastingtarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van de in die tabel opgenomen bepalingen.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid berekend.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De leges worden geheven door middel van een aanslag, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, of een kennisgeving langs elektronische weg.

  • 2.

    Het verschuldigde bedrag wordt aan de belastingschuldige bekendgemaakt, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota, een factuur of een ander schriftuur, of langs elektronische weg.

Artikel 7 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de leges betaald indien de kennisgeving, bedoeld in artikel 6:

    • a.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving;

    • b.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen één maand na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

    • c.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen één maand na dagtekening van kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op dit artikel

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 10 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leges Zero-emissiezone Rotterdam 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 en 13 november 2025.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Bijlage Tarieventabel als bedoeld in artikel 3 en 5 van de Verordening leges Zero-emissiezone Rotterdam 2026

 

Ontheffingen nul-emissiezones bedrijfs- en vrachtauto’s

 

1. Langdurige ontheffingen van de nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s

Tarieven in €

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een langdurige ontheffing om toegang te hebben tot de nul-emissiezone als bedoeld in artikelen 86c, 86d, 86 en 87 van het RVV ’90, aan te vragen bij het Centraal Loket;

 

1.1.

als bedoeld in § 1 van de beleidsregels, met uitzondering van de ontheffingen als bedoeld in de artikelen 7 en 10;

100,00

1.2.

als bedoeld in artikel 7 van de beleidsregels;

60,00

1.3

als bedoeld in artikel 10 van de beleidsregels ,voor dierenambulances.

25,00

 

2. Verlenging langdurige ontheffing

 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verlenging van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 of in artikel 9 van de beleidsregels worden geen leges in rekening gebracht.

nihil

 

3. Dagontheffingen van de nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een dagontheffing als bedoeld in § 2 van de beleidsregels

30,00

 

4. Gemeentespecifieke langdurige ontheffingen van de nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gemeente specifieke langdurige ontheffing om toegang te hebben tot de nul-emissiezone als bedoeld in artikelen 86c, 86d, 86 en 87 van het RVV ’90, aan te vragen bij het Centraal Loket;

 

4.1

als bedoeld in § 3 van de beleidsregels;

 

4.1.1

in verband met bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 13 van de beleidsregels;

250,00

4.1.2

waarbij toepassing wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 14 van de beleidsregels.

250,00

 

Toelichting op de Verordening leges Zero-emissiezone Rotterdam 2026

Algemeen

Gelet op de landelijke harmonisatie van de invoering van Zero-emissiezones door gemeenten, de RDW en het ministerie van Infrastructuur en Milieu, waarbij is gekozen voor een uniform ontheffingenbeleid en de uitvoering daarvan is gemandateerd aan een Centraal Loket, wordt het wenselijk geacht een afzonderlijke legesverordening vast te stellen. Deze verordening bevat bepalingen omtrent de heffing en invordering van leges voor het in behandeling nemen van aanvragen tot ontheffing op grond van de Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam 2025. Deze beleidsregels zijn vastgesteld ten behoeve van de Zero-emissiezone Rotterdam 2025, zoals vastgesteld bij verkeersbesluit van 23 april 2024.

Doordat alle gemeenten dit mandaat hebben afgegeven gelden de ontheffingen in alle deelnemende gemeenten en daardoor ‘landelijk’. Er wordt per ontheffing derhalve ook eenmalig leges geheven, doordat het Centraal loket is aangewezen als heffings- en invorderingsambtenaar door alle deelnemende gemeenten. Ook de tarieven zijn landelijk afgestemd tot stand gekomen.

 

De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet. Het begrip ‘rechten’ in artikel 229 van de Gemeentewet omvat mede de leges. In de verordening is ervoor gekozen de rechten ‘leges’ te blijven noemen, omdat het hier gaat om een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Bovendien gaat het in vrijwel alle gevallen om het in behandeling nemen van aanvragen en vergunningen e.d. en om het verstrekken van documenten.

 

De Verordening leges Zero-emissiezone Rotterdam 2026 bestaat uit twee gedeelten, namelijk de verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving van de belastbare feiten, de heffingsmaatstaven en de tarieven.

 

Artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten onder andere rechten kunnen heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges kunnen dus uitsluitend geheven worden voor, door, of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Dit blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 9 december 1987 (nr. 24.892, BNB 1988/117, Belastingblad 1988, blz. 65).

 

Ten slotte wordt opgemerkt dat het ‘verlenen’ van een dienst, zoals geformuleerd in de verordening, uitsluitend betrekking heeft op het in gang zetten van de dienstverlening. Er is dus sprake van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting.

In onderhavig geval wordt uw aanvraag tot verstrekking van een ontheffing in behandeling genomen, maar dit bepaald niet de uitkomst. U betaalt leges voor de in behandeling name.

 

Toelichting op de tarieventabel

 

Algemene toelichting

De tarieventabel maakt deel uit van de verordening en vormt een uitwerking van artikel 3 van de verordening.

 

In de tabel zijn ontheffingen van geslotenverklaringen vanwege een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s geregeld. Aanvragen om een langdurige ontheffing of dagontheffing worden ingediend bij het Centraal Loket. Afhankelijk van de ontheffing, wordt de aanvraag behandeld en beoordeelt door het Centraal Loket of in het geval het om gemeentespecifieke ontheffingen gaat de gemeente. Daarnaast kennen verleende ontheffingen verschillende werkingsgebieden. De langdurige ontheffingen gelden in alle deelnemende gemeenten, de dagontheffingen en de ontheffingen die zijn verleend met de afwijkingsbevoegdheid van het college gelden alleen binnen de eigen gemeente, in dit geval in Rotterdam.

 

Het Centraal loket behandelt en beoordeelt de aanvragen krachtens een verleend mandaat door het college van burgemeester en wethouders, behoudens een aanvraag voor een ontheffing waarbij invulling wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid. De gemeente behandelt en beoordeelt deze aanvragen zelf.

 

De bij het Centraal Loket aangesloten gemeenten hebben samen met de ketenpartners gezamenlijk de tarieven vastgesteld.

Naar boven