Algemene voorwaarden drinkwater 2026 gemeente Amsterdam

Inhoudsopgave

 

Artikel 1 – Begripsomschrijving en toepasselijkheid

Artikel 2 – Aanvraag voor en het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen van een aansluiting

Artikel 3 – Onderhouden, controleren, vervangen, verplaatsen, uitbreiden, wijzigen en wegnemen van een aansluiting

Artikel 4 – Rechten met betrekking tot het perceel

Artikel 5 – De drinkwaterinstallatie

Artikel 6 – Overeenkomst tot levering

Artikel 7 – Aard van de levering

Artikel 8 – Beperking of onderbreking van de levering in bijzondere omstandigheden en bij uitvoering van werkzaamheden

Artikel 9 – Onderbreking van de levering wegens niet-nakoming

Artikel 10 – Bepaling van de omvang van de levering

Artikel 11 – De meetinrichting

Artikel 12 – Onderzoek van de meetinrichting

Artikel 13 – Gevolgen van onjuiste meting

Artikel 14 – Tarieven

Artikel 15 – Betaling

Artikel 16 – Borgstelling, vooruitbetaling en waarborgsom

Artikel 17 – Verbodsbepalingen

Artikel 18 – Andere verplichtingen

Artikel 19 – Aansprakelijkheid

Artikel 20 – Boetebeding

Artikel 21 – Klachten en geschillen

Artikel 22 – Afwijking van deze algemene voorwaarden

Artikel 23 – Wijzigingen van deze algemene voorwaarden

Artikel 24 – Bijzondere bepalingen

Artikel 25 – Slot bepalingen

Artikel 1 – Begripsomschrijving en toepasselijkheid

  • 1.

    In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

     

    Aansluiting: de leiding van het Bedrijf die de Drinkwaterinstallatie met de Hoofdleiding verbindt, met inbegrip van de Meetinrichting en alle andere door of vanwege het Bedrijf in of aan die leiding aangebrachte apparatuur, zoals keerkleppen, dienstkranen, begrenzers;

     

    Algemene Voorwaarden: deze Algemene Voorwaarden Drinkwater 2026 gemeente Amsterdam;

     

    Bedrijf: de gemeente Amsterdam, ten deze vertegenwoordigd door de directeur Drinkwater van de stichting Stichting Waternet, gevestigd Korte Ouderkerkerdijk 7, 1096 AC Amsterdam (Postbus 94370, 1090 GJ Amsterdam);

     

    Consument: een Klant in de hoedanigheid van een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf;

     

    Drinkwaterinstallatie: het in/op een Perceel aanwezige samenstel van binnenleidingen, fittingen en toestellen dat onmiddellijk of middellijk op het leidingnet van het Bedrijf is aangesloten;

     

    Hoofdleiding: de leiding van het Bedrijf waarop Aansluitingen tot stand kunnen worden gebracht;

     

    Klant: degene die een aanvraag voor de totstandbrenging, de uitbreiding of wijziging van een Aansluiting bij het Bedrijf heeft ingediend en/of degene die drinkwater van het Bedrijf betrekt en/of de beschikking over een Aansluiting heeft;

     

    Levering: de levering respectievelijk de terbeschikkingstelling van drinkwater;

     

    Meetinrichting: de apparatuur van het Bedrijf bestemd voor het vaststellen van de omvang van de Levering, van de voor de afrekening door het Bedrijf nodig geachte gegevens en voor de controle van het verbruik;

     

    Perceel: elke roerende of onroerende zaak, gedeelte of samenstel daarvan, met inbegrip van de meterkast- of put indien deze buiten de roerende of onroerende zaak is gelegen, ten behoeve waarvan een Aansluiting tot stand is gekomen of zal komen, dan wel Levering geschiedt of zal geschieden, één en ander ter beoordeling van het Bedrijf.

  • 2.

    Deze Algemene Voorwaarden maken deel uit van de overeenkomst tussen het Bedrijf en de Klant. Daarnaast zijn er technische aansluitvoorwaarden en een tarievenregeling op de overeenkomst van toepassing. Op deze Algemene Voorwaarden en alle overeenkomsten waarbij het Bedrijf partij is, is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

  • 3.

    Onder schriftelijk wordt mede verstaan een elektronische wijze van communiceren (zoals per e-mail).

  • 4.

    In deze Algemene Voorwaarden wordt naar de Klant verwezen met hij/hem/zijn, waaronder begrepen dient te worden ‘hij’, ‘zij’, “die” of “hen” of elk ander voornaamwoord waarmee de Klant wil worden aangesproken.

Artikel 2 – Aanvraag voor en het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen van een aansluiting

  • 1.

    Een aanvraag voor het tot stand brengen van een Aansluiting of tot uitbreiding of wijziging van een bestaande Aansluiting en een aanvraag voor het plaatsen, verplaatsen, vervangen of wegnemen van een Meetinrichting, geschiedt op een door het Bedrijf toegestane wijze (zoals bijvoorbeeld via mijnaansluiting.nl).

  • 2.

    Een Aansluiting of uitbreiding dan wel een wijziging van een bestaande Aansluiting wordt uitsluitend door of vanwege het Bedrijf tot stand gebracht. De wijze van uitvoering en de plaats van de Aansluiting alsmede het aantal Aansluitingen worden door het Bedrijf, indien mogelijk in overleg met de Klant, vastgesteld. In beginsel wordt slecht één Aansluiting per Perceel toegestaan.

  • 3.

    Het Bedrijf is bevoegd niet over te gaan tot het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen van een Aansluiting of niet over te gaan tot het plaatsen, verplaatsen, vervangen of wegnemen van een Meetinrichting dan wel hiervoor bijzondere voorwaarden te stellen, om aldus te voorkomen dat de belangen van het Bedrijf of die van één of meerdere Klanten worden geschaad.

     

    Een dergelijk geval kan zich onder andere voordoen indien:

    • a.

      de leveringscapaciteit van het Bedrijf ter plaatse onvoldoende is;

    • b.

      de Drinkwaterinstallatie naar het gemotiveerde oordeel van het Bedrijf te ver van de dichtstbijzijnde Hoofdleiding is verwijderd;

    • c.

      de voor het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen van de Aansluiting benodigde vergunningen en toestemmingen niet of alleen op voor het Bedrijf te bezwaarlijke voorwaarden kunnen worden verkregen;

    • d.

      de Aansluiting en/of de Levering slechts als reserve dient of slechts voor korte duur wordt aangevraagd;

    • e.

      van het gebruik van de Aansluiting hinder valt te verwachten in het net van het Bedrijf;

    • f.

      het een aanvraag betreft die betrekking heeft op individuele bemetering van een Perceel dat niet voldoet aan de omschrijving van het begrip zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede indien het een aanvraag betreft die betrekking heeft op individuele bemetering van een eenheid in/op een bedrijfsverzamelgebouw/ bedrijfsverzamelterrein;

    • g.

      het een aanvraag betreft die betrekking heeft op individuele bemetering van een Perceel dat weliswaar voldoet aan de omschrijving van het begrip zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, maar ten behoeve waarvan behalve de vaststelling van de omvang van de Levering, ook de vaststelling van de omvang van de levering van andere nutsvoorzieningen als elektriciteit, gas en warmte, door middel van een gezamenlijke dan wel centrale meetinrichting plaatsvindt;

    • h.

      het een aanvraag betreft die betrekking heeft op individuele bemetering van een Perceel, terwijl de Drinkwaterinstallatie (zoals in/op dat Perceel aanwezig) (door de Klant) nog niet geschikt is gemaakt voor individuele bemetering;

    • i.

      het een aanvraag betreft die betrekking heeft op collectieve bemetering (door middel van een gezamenlijke dan wel centrale Meetinrichting) van een Perceel dat meerdere zelfstandige woningen als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek omvat.

  • 4.

    Het Bedrijf wijst de aanvraag voor het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen dan wel geheel of gedeeltelijk wegnemen van een Aansluiting en/of de aanvraag voor het plaatsen, verplaatsen, vervangen en/of wegnemen van een Meetinrichting af, indien de Klant tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen tegenover het Bedrijf.

Artikel 3 – Onderhouden, controleren, vervangen, verplaatsen, uitbreiden, wijzigen en wegnemen van een aansluiting

  • 1.

    Een Aansluiting (die te allen tijde eigendom van het Bedrijf blijft) wordt uitsluitend door of vanwege het Bedrijf onderhouden, gecontroleerd, vervangen, verplaatst, uitgebreid, gewijzigd en weggenomen. Tenzij er sprake is van spoed of overmacht, zal één en ander zoveel mogelijk na voorafgaande mededeling aan en zoveel mogelijk in overleg met de Klant plaatsvinden.

  • 2.

    De Klant is niet gerechtigd wijzigingen aan te brengen aan de Aansluiting, tenzij hij daartoe voorafgaande schriftelijke toestemming van het Bedrijf heeft ontvangen.

  • 3.

    Het onderhoud en de controle van de Aansluiting zijn voor rekening van het Bedrijf. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 lid 1 van deze Algemene Voorwaarden zijn de controle, het onderhoud, het vervangen, het verplaatsen, het uitbreiden, het wijzigen, de reparatie en het wegnemen voor rekening van de Klant, indien:

    • a.

      dit geschiedt op zijn verzoeken;

    • b.

      dit het gevolg is van omstandigheden (waaronder maar niet beperkt tot storingen of lekkages of onbevoegd aangebrachte wijzigingen) die hem zijn toe te rekenen.

Artikel 4 – Rechten met betrekking tot het perceel

  • 1.

    De Klant zal toestaan dat zowel voor hemzelf als ten behoeve van derden in, aan, op, onder of boven het Perceel leidingen worden gelegd, Aansluitingen tot stand worden gebracht, aftakkingen op reeds bestaande Aansluitingen worden gemaakt, en Meetinrichtingen worden geplaatst, verplaatst, vervangen of weggenomen, alsmede dat deze en bestaande leidingen, Aansluitingen of aftakkingen of Meetinrichtingen worden in stand gehouden, onderhouden, uitgebreid, gewijzigd of verwijderd. De ten gevolge van deze werkzaamheden door het Bedrijf aan de Klant toegebrachte schade zal (met inachtneming van hetgeen in artikel 19 van deze Algemene Voorwaarden over aansprakelijkheid is bepaald) door of vanwege het Bedrijf in redelijkheid worden hersteld of vergoed.

  • 2.

    De Klant draagt ervoor zorg dat de Aansluiting, een Meetinrichting (bedoeld voor de Levering aan een Klant woonachtig op het betreffende Perceel of daarbuiten), in voorkomend geval de Hoofdleiding, mits het Bedrijf de (voorganger van de) Klant op de hoogte heeft gesteld van de aanwezigheid van de Hoofdleiding , alsmede de leidingen, Aansluitingen en aftakkingen als bedoeld in lid 1 goed bereikbaar zijn. Indien één of meer hiervoor genoemde onderdelen daarvan niet goed bereikbaar zijn geworden door een handelen of nalaten van de Klant of een voorganger daarvan, dient de Klant de betreffende belemmering weg te nemen. Indien de Klant daar niet uit eigen beweging toe overgaat, kan het Bedrijf de Klant aanmanen om binnen een redelijke door het Bedrijf te stellen termijn de bereikbaarheid te herstellen. Het Bedrijf kan van de voorgaande verplichting tot het geven van een redelijke termijn aan de Klant voor het herstellen van de bereikbaarheid afwijken in geval van noodsituaties en de noodsituatie afwijking hiervan rechtvaardigt.

     

    Indien dat niet gebeurt of de noodsituatie is toegepast door het Bedrijf, heeft het Bedrijf het recht op kosten van de Klant:

    • a.

      de belemmeringen weg te nemen;

    • b.

      wijzigingen in het tracé van de betreffende Aansluiting(en), leiding(en) en/of aftakking(en) aan te brengen;

    • c.

      één of meer geheel nieuwe Aansluitingen, leidingen en/of aftakkingen tot stand te brengen.

Artikel 5 – De drinkwaterinstallatie

  • 1.

    De Drinkwaterinstallatie moet voldoen aan het bepaalde in of krachtens de aansluitvoorwaarden van het Bedrijf.

  • 2.

    Werkzaamheden aan de Drinkwaterinstallatie dienen te worden uitgevoerd door personen die over de nodige vakbekwaamheid en geschikt materieel beschikken, een en ander met inachtneming van de aansluitvoorwaarden van het Bedrijf.

  • 3.

    De Klant draagt er zorg voor dat de Drinkwaterinstallatie goed wordt onderhouden. Op een daartoe strekkend verzoek van het Bedrijf is hij verplicht alle verlangde gegevens betreffende de Drinkwaterinstallatie aan het Bedrijf te verstrekken.

  • 4.

    Het Bedrijf is bevoegd, zo vaak het Bedrijf dit nodig oordeelt, een Drinkwaterinstallatie te onderzoeken. Indien een Drinkwaterinstallatie naar het gemotiveerde oordeel van het Bedrijf niet voldoet aan het bepaalde in of krachtens de aansluitvoorwaarden van het Bedrijf, is de Klant verplicht gebreken voor zijn rekening - en zo nodig onmiddellijk - te laten herstellen en daarbij eventuele aanwijzingen van het Bedrijf op te volgen.

  • 5.

    Het Bedrijf informeert de Klant op welk moment een controlebezoek plaats zal vinden. Indien de Klant de controleur op het genoemde tijdstip niet kan ontvangen, zal hij het Bedrijf daar uiterlijk twee (2) kalenderdagen voor het controlebezoek schriftelijk over informeren. Indien (1) de Klant het controlebezoek op een later moment afzegt of (2) de controleur op het tijdstip van het geplande bezoek geen toegang tot de Drinkwaterinstallatie wordt verleend of (3) de waterkwaliteitsklachten waarvoor de controleur langskomt een oorzaak blijken te hebben na het leveringspunt , is het Bedrijf gerechtigd de gemaakte kosten in rekening te brengen. Voor de hoogte van die kosten verwijst het Bedrijf naar haar tarievenregeling.

  • 6.

    Indien in een Perceel dat wordt of is aangesloten behalve de Drinkwaterinstallatie nog een installatie voor watervoorziening aanwezig is of wordt aangelegd, is de Klant verplicht het Bedrijf hiervan direct op de hoogte te brengen en alle verlangde gegevens betreffende die installatie aan het Bedrijf te verstrekken. Tussen de Drinkwaterinstallatie en een zodanige installatie mag geen verbinding bestaan.

Artikel 6 – Overeenkomst tot levering

  • 1.

    Levering geschiedt uit hoofde van een overeenkomst tussen het Bedrijf en de Klant.

  • 2.

    Een overeenkomst tot Levering gaat in op de dag waarop de Klant voor het eerst drinkwater van het Bedrijf gebruikt en/of toegang heeft tot een Aansluiting. Het Bedrijf kan verlangen dat de overeenkomst schriftelijk wordt aangegaan. Het Bedrijf kan weigeren een overeenkomst aan te gaan op dezelfde gronden als aangegeven in artikel 9 van deze Algemene Voorwaarden ten aanzien van de onderbreking van de Levering.

  • 3.

    Een overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Indien de overeenkomst met twee of meer Klanten wordt aangegaan, kan het Bedrijf hoofdelijke verbondenheid voor nakoming van de overeenkomst verlangen.

  • 4.

    Zowel de Klant als het Bedrijf kan de overeenkomst opzeggen. Opzegging door de Klant dient schriftelijk met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal negen (9) kalenderdagen te geschieden, tenzij het Bedrijf een andere wijze en/of termijn van opzegging aanvaardt. Opzegging door het Bedrijf dient gemotiveerd en schriftelijk te geschieden en is slechts mogelijk in geval van zwaarwichtige belangen en met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal negentig (90) kalenderdagen.

    In afwijking van het voorgaande, kan een Consument van wie de Levering niet door een Meetinrichting wordt vastgesteld of wordt vastgesteld via een collectieve Meetinrichting, de overeenkomst uitsluitend opzeggen bij eigendomsoverdracht van het Perceel of bij beëindiging van de bewoning van het Perceel.

  • 5.

    De Klant is verplicht, indien het Perceel van een Meetinrichting is voorzien door het Bedrijf, binnen veertien (14) kalenderdagen na de einddatum (de datum waarop de overeenkomst overeenkomstig de opzeggingsmededeling in beginsel zou eindigen) de laatste meterstand door te geven aan het Bedrijf. Zolang de Klant de laatste meterstand niet heeft doorgegeven, blijft de Klant gebonden aan hetgeen in of krachtens de overeenkomst en deze Algemene Voorwaarden is bepaald. Indien de Klant de laatste meterstand veertien (14) kalenderdagen na de einddatum nog steeds niet heeft doorgegeven, is het Bedrijf gerechtigd de laatste meterstand te schatten overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 lid 2 van deze Algemene Voorwaarden, op basis van die schatting de eindafrekening op te maken en de overeenkomst met een opzegtermijn van veertien (14) kalenderdagen op te zeggen.

  • 6.

    Indien de Klant de overeenkomst niet met in achtneming van de in lid 4 bedoelde opzegtermijn heeft opgezegd, alsmede indien het Bedrijf niet binnen de opzegtermijn in de gelegenheid is gesteld de voor de beëindiging van de overeenkomst noodzakelijke handelingen te verrichten, blijft de Klant gebonden aan hetgeen in of krachtens de overeenkomst en deze Algemene Voorwaarden is bepaald, totdat hij aan al zijn daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.

  • 7.

    Bij beperking of onderbreking van de Levering als bedoeld in artikel 8 en 9 van deze Algemene Voorwaarden, blijft de overeenkomst onverminderd van kracht.

Artikel 7 – Aard van de levering

  • 1.

    Door het Bedrijf wordt drinkwater geleverd conform de Drinkwaterwet en de daaraan gelieerde wet- en regelgeving.

  • 2.

    Het Bedrijf staat niet in voor de continuïteit van de Levering. Indien zich omstandigheden voordoen, waardoor de Levering wordt of moet worden onderbroken, zal het Bedrijf het redelijkerwijs mogelijke doen om op de kortst mogelijke termijn de Levering te hervatten. Onder omstandigheden kan het Bedrijf een kookadvies geven. Het Bedrijf zal al het redelijkerwijs mogelijke doen om het kookadvies op de kortst mogelijke termijn te kunnen opheffen.

Artikel 8 – Beperking of onderbreking van de levering in bijzondere omstandigheden en bij uitvoering van werkzaamheden

  • 1.

    Het Bedrijf is bevoegd de Levering te beperken, te onderbreken, het verbruik voor bepaalde doeleinden te verbieden dan wel aan de Levering bijzondere voorwaarden te verbinden indien dat (bijvoorbeeld, maar daartoe niet beperkt) in het belang is van een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.

  • 2.

    Tevens kan het Bedrijf, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk of gewenst is, in verband met uitvoering van werkzaamheden in het belang van de veiligheid of in geval van redelijkerwijs te duchten gevaar voor schade, de Levering gedurende een zo kort mogelijke tijd - indien mogelijk na voorafgaande waarschuwing - beperken of onderbreken. In geval van uitvoering van geplande werkzaamheden stelt het Bedrijf Klant tenminste twee (2) kalenderdagen tevoren op de hoogte van de werkzaamheden.

  • 3.

    Het Bedrijf is bevoegd ter plaatse van de Levering voorzieningen te treffen waardoor de volumestroom wordt begrensd tot een door het Bedrijf te bepalen waarde.

Artikel 9 – Onderbreking van de levering wegens niet-nakoming

  • 1.

    Het Bedrijf is bevoegd na voorafgaande waarschuwing – tenzij dat om redenen van veiligheid niet van het Bedrijf verlangd kan worden – de Levering te onderbreken, indien en zolang de Klant één of meer artikelen van deze Algemene Voorwaarden of de op grond van deze Algemene Voorwaarden van toepassing zijnde voorschriften niet nakomt. Een dergelijk geval kan zich onder andere voordoen indien:

    • a.

      de Drinkwaterinstallatie niet voldoet aan het bepaalde in of krachtens de aansluitvoorwaarden van het Bedrijf;

    • b.

      één of meer van de in artikel 17 van deze Algemene Voorwaarden genoemde verbodsbepalingen zijn overtreden;

    • c.

      de Klant overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van deze Algemene Voorwaarden in verzuim is met de betaling van bedragen die op grond van deze Algemene Voorwaarden verschuldigd zijn. De Levering kan in dit geval slechts onderbroken worden indien betaling binnen de in artikel 15 lid 6 van deze Algemene Voorwaarden genoemde nieuwe termijn is uitgebleven en geen verzoek tot het treffen van een betalingsregeling aanhangig is als bedoeld in artikel 15 lid 7 van deze Algemene Voorwaarden;

    • d.

      de Klant een geldende betalingsregeling niet nakomt.

  • 2.

    De Levering aan een Consument, kan bij niet-nakoming als bedoeld in het vorige lid uitsluitend onderbroken worden indien sprake is van een van de situaties genoemd onder a t/m d van dat lid. Daarbij geldt dat alleen de Levering onderbroken kan worden aan het Perceel waarop die situatie betrekking heeft. Dit is slechts anders indien het Bedrijf op de Klant een vordering heeft als bedoeld in lid 1 onder c die betrekking heeft op een vorig Perceel van de Klant. In dat geval kan de Levering aan het Perceel waar de Klant woonachtig is onderbroken worden.

  • 3.

    Het Bedrijf zal van zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 1 slechts gebruik maken overeenkomstig de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater en indien dit in redelijke verhouding staat tot de niet-nakoming van zijn verplichtingen door de Klant.

  • 4.

    Van de bevoegdheid van het Bedrijf om de Levering te onderbreken op grond van het bepaalde in lid 1 onder c zal het Bedrijf geen gebruik maken als de Klant binnen tien (10) kalenderdagen na de afwijzing als bedoeld in de eerste volzin van artikel 15 lid 7 van deze Algemene Voorwaarden zich in verband met deze afwijzing heeft gewend tot de Geschillencommissie als bedoeld in artikel 21 van deze Algemene Voorwaarden overeenkomstig de daarvoor geldende regeling in het reglement van deze commissie.

  • 5.

    De in lid 1 bedoelde onderbreking van de Levering wordt pas ongedaan gemaakt nadat de reden daarvoor is weggenomen en de kosten van onderbreking en hervatting van de Levering, zoals vastgelegd in de tarievenregeling, geheel zijn voldaan. Indien het Bedrijf schade heeft geleden als gevolg van de niet-nakoming door de Klant, kan het Bedrijf met inachtneming van artikel 19 lid 8 van deze algemene voorwaarden verlangen dat ook deze kosten worden voldaan voordat de onderbreking van de Levering ongedaan wordt gemaakt. Aan de hervatting van een zakelijke Levering kan het bedrijf nadere voorwaarden verbinden.

  • 6.

    Het gebruik door het Bedrijf van zijn bevoegdheden als bedoeld in dit artikel en het vorige artikel kan niet leiden tot aansprakelijkheid van het Bedrijf voor eventueel daaruit ontstane schade.

Artikel 10 – Bepaling van de omvang van de levering

  • 1.

    Het Bedrijf bepaalt op welke wijze de omvang van de Levering wordt vastgesteld. Geschiedt deze vaststelling door meting met behulp van een Meetinrichting, dan zijn de daardoor verkregen gegevens bindend, onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van deze Algemene Voorwaarden.

  • 2.

    Eén keer per jaar wordt de stand van de Meetinrichting ('de meterstand') door de Klant verplicht opgenomen op een door het Bedrijf te bepalen wijze en binnen een door het Bedrijf aangegeven termijn ter kennis van het Bedrijf gebracht. Het Bedrijf stuurt daartoe een verzoek. Indien de Klant drie (3) jaren achter elkaar de meterstand aan het Bedrijf niet doorgeeft, is een boete verschuldigd, zoals opgenomen in de tarievenregeling. Voorgaande laat onverlet het recht van het Bedrijf om zelf de meterstand op te (laten) nemen. De kosten die het Bedrijf in verband hiermee maakt, komen voor rekening van de Klant, zoals opgenomen in de tarievenregeling.

  • 3.

    Indien de Klant niet heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in lid 2 van dit artikel of het Bedrijf redelijkerwijs niet in staat is de meterstand op te nemen of indien bij het opnemen van de meterstand een fout is gemaakt, mag het Bedrijf de omvang van de Levering bepalen overeenkomstig het gestelde in artikel 13 lid 2 van deze Algemene Voorwaarden, onverminderd het recht van het Bedrijf om het werkelijk geleverde alsnog vast te stellen aan de hand van de meterstand en dat in rekening te brengen.

  • 4.

    Indien het Bedrijf dan wel de Klant bij het opnemen van de meterstand dan wel bij het administratief verwerken van de betreffende meterstand een fout heeft gemaakt, wordt zo nodig eerst een nieuwe meterstand opgenomen alvorens het bepaalde in artikel 13 lid 2 van deze Algemene Voorwaarden van overeenkomstige toepassing zal zijn.

Artikel 11 – De meetinrichting

  • 1.

    De Meetinrichting (die te allen tijde eigendom van het Bedrijf blijft) wordt door of vanwege het Bedrijf en op zijn kosten geplaatst en onderhouden met inachtneming van hetgeen daaromtrent in de tarievenregeling is vermeld. Vervanging, al dan niet als gevolg van uitbreiding of wijziging van de Drinkwaterinstallatie, verplaatsing of wegneming mag alleen door of vanwege het Bedrijf geschieden. De daaraan verbonden kosten komen eveneens voor rekening van het Bedrijf. Vervanging of verplaatsing is echter voor rekening van de Klant, indien de vervanging of de verplaatsing geschiedt op zijn verzoek of het gevolg is van zijn handelen of nalaten, behalve in het geval waarin dit handelen of nalaten het gevolg is van omstandigheden die hem redelijkerwijs niet zijn toe te rekenen. In het geval van onderzoek van de Meetinrichting is het bepaalde in artikel 12 lid 4 van deze Algemene Voorwaarden van toepassing.

    Het Bedrijf deelt de Klant zoveel mogelijk vooraf mee wanneer de Meetinrichting wordt vervangen of verplaatst.

  • 2.

    De Klant draagt er zorg voor dat de Meetinrichting voldoet aan de technische aansluitvoorwaarden en steeds goed bereikbaar is en goed kan worden afgelezen. Voorts dient de Klant de Meetinrichting te beschermen tegen beschadiging, tegen verbreking van de verzegeling en te behoeden voor vorstschade. Artikel 4 lid 2 van deze Algemene Voorwaarden is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Indien een op afstand uitleesbare Meetinrichting is geplaatst, is het Bedrijf bevoegd alle hiermee verkregen gegevens te gebruiken ten behoeve van haar bedrijfsvoering en dienstverlening.

Artikel 12 – Onderzoek van de meetinrichting

  • 1.

    Bij twijfel over de juistheid van de stand van de Meetinrichting ('de meterstand') kan zowel de Klant als het Bedrijf verlangen dat de Meetinrichting wordt onderzocht. Indien de Klant onderzoek verlangt, stelt het Bedrijf de Klant op de hoogte van inhoud en kosten van het onderzoek. Het Bedrijf deelt de Klant zoveel mogelijk vooraf mede wanneer het onderzoek zal plaatsvinden en/of wanneer de Meetinrichting voor onderzoek zal worden uitgenomen. Het onderzoek wordt in opdracht van het Bedrijf verricht door een daartoe gecertificeerde deskundige conform de vigerende testmethode uit de Regeling Kwaliteitsborging Watermeters.

  • 2.

    De meterstand wordt geacht juist te zijn, als tijdens het onderzoek de door de Meetinrichting geregistreerde volumestroom niet meer dan plus of min 4% afwijkt van de werkelijke volume-stroom.

  • 3.

    De kosten van het onderzoek en de vervanging van de Meetinrichting zijn voor rekening van degene op wiens verzoek het onderzoek wordt verricht. Als volgens het onderzoek de afwijking groter is dan toegestaan, komen de kosten ten laste van het Bedrijf.

  • 4.

    Zolang de mogelijkheid bestaat dat de Klant nader onderzoek van de Meetinrichting verlangt of de herberekening als bedoeld in artikel 13 van deze Algemene Voorwaarden niet is afgewikkeld, houdt het Bedrijf de Meetinrichting beschikbaar voor het nadere onderzoek tot zes (6) weken na verzending van het resultaat van het onderzoek als bedoeld in lid 2. In geval een geschil aanhangig wordt gemaakt, dient het Bedrijf de desbetreffende Meetinrichting zo mogelijk te bewaren respectievelijk bij eventuele herplaatsing te kunnen traceren tot er een uitspraak is omtrent het geschil of het geschil is beëindigd.

Artikel 13 – Gevolgen van onjuiste meting

  • 1.

    Indien uit het onderzoek als bedoeld in artikel 12 van deze Algemene Voorwaarden blijkt dat de afwijking groter is dan toegestaan, stelt het Bedrijf de omvang van de Levering vast aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek. Herberekening zal plaatsvinden over de periode dat de Meetinrichting onjuist heeft gefunctioneerd, doch ten hoogste over een tijdvak van vierentwintig (24) maanden wanneer het Bedrijf te veel berekend heeft en een tijdvak van achttien (18) maanden wanneer het Bedrijf te weinig berekend heeft, teruggerekend vanaf het moment van het verwijderen van de ondeugdelijke Meetinrichting. In geval van fraude zal echter herberekening over de volledige periode plaatsvinden.

  • 2.

    Indien het onderzoek als bedoeld in artikel 12 van deze Algemene Voorwaarden geen hanteerbare maatstaf oplevert voor het vaststellen van de omvang van de Levering, is het Bedrijf bevoegd de omvang van de Levering in het desbetreffende tijdvak te schatten naar de beste ter beschikking van het Bedrijf staande gegevens hieromtrent, waarbij als maatstaf dient:

    • -

      de omvang van de Levering in het overeenkomstige tijdvak van het voorafgaande jaar, of

    • -

      de gemiddelde omvang van de Levering in een eraan voorafgaand en een erop volgend tijdvak, of

    • -

      een andere, na overleg met de Klant te bepalen billijke maatstaf.

Artikel 14 – Tarieven

  • 1.

    Voor het tot stand brengen, in stand houden, uitbreiden of wijzigen van een Aansluiting en voor de Levering is de Klant bedragen, waaronder administratiekosten, verschuldigd volgens de op het moment van aansluiten of verbruik geldende tarievenregeling van het Bedrijf.

  • 2.

    Het Bedrijf bepaalt welk tarief van toepassing is. De Klant is gehouden desgevraagd de daartoe benodigde gegevens te verstrekken. De tarieven kunnen na het sluiten van de overeenkomst wijzigen. Conform artikel 10 lid 1 van het Drinkwaterbesluit publiceert het Bedrijf jaarlijks voor 1 december de toepasselijke tarieven voor het daaropvolgende kalenderjaar op haar website. De nieuw gepubliceerde tarieven zijn vanaf 1 januari vanaf het daaropvolgende jaar van toepassing. Indien een Consument de tariefwijziging niet wenst te accepteren, kan hij de overeenkomst opzeggen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 4 van deze Algemene Voorwaarden.

  • 3.

    Alle bedragen die de Klant ingevolge de overeenkomst verschuldigd is, kunnen worden verhoogd met de belastingen en de heffingen die het Bedrijf bevoegd is in rekening te brengen. Het Bedrijf zal deze verhogingen voor zover mogelijk op de nota nader specificeren.

Artikel 15 - Betaling

  • 1.

    Alle bedragen die de Klant ingevolge de overeenkomst verschuldigd is, brengt het Bedrijf hen door middel van een nota in rekening. Dit is niet van toepassing op voorschotten als bedoeld in lid 2 van dit artikel, indien de Klant betaalt door middel van automatische bankafschrijving.

  • 2.

    Indien het Bedrijf dit verlangt, is de Klant voorschotten verschuldigd op hetgeen hij wegens de Levering over het lopende tijdvak van afrekening zal moeten betalen. Het Bedrijf bepaalt in redelijkheid de grootte van de voorschotten, de periode waarop zij betrekking hebben, de tijdstippen waarop zij in rekening worden gebracht en het tijdstip waarop de afrekening plaatsvindt. Deze afrekening vindt ten minste éénmaal per jaar plaats, onder verrekening van de voorschotten. Bij verandering van omstandigheden kan de Klant om wijziging van de grootte van de voorschotten verzoeken.

  • 3.

    Een nota dient te worden voldaan binnen veertien (14) kalenderdagen na ontvangst dan wel binnen de door het Bedrijf op of bij de nota aangegeven termijn, indien die langer is dan veertien (14) kalenderdagen. Het Bedrijf geeft aan op welke wijze de nota kan worden voldaan.

  • 4.

    De verplichting tot betaling wordt niet opgeheven of opgeschort op grond van bezwaren tegen de nota, tenzij de Klant binnen de in lid 3 van dit artikel bedoelde betalingstermijn bij het Bedrijf een bezwaarschrift indient, waarbij hij zijn bezwaren tegen de nota met redenen omkleedt. Het Bedrijf beslist in overleg met de Klant of de betaalverplichting wordt opgeschort tot op het bezwaarschrift is beslist.

  • 5.

    De Klant is slechts gerechtigd de hem in rekening gebrachte bedragen te verrekenen met enig bedrag dat het Bedrijf hem schuldig is, indien is voldaan aan de wettelijke vereisten voor verrekening. Verrekening met voorschotten als bedoeld in lid 2 van dit artikel is echter niet toegestaan.

  • 6.

    Indien de Klant niet binnen de in lid 3 gestelde termijn heeft betaald, is deze zonder nadere ingebrekestelling in verzuim. Het Bedrijf deelt hem dit schriftelijk mede, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling binnen veertien (14) dagen vanaf de dag na ontvangst van de mededeling door de Klant. Het Bedrijf handelt hierbij op de wijze zoals is beschreven in artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek. Een gevolg van het uitblijven van betaling binnen laatstbedoelde termijn is het door de Klant verschuldigd worden van een vergoeding voor de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte overeenkomstig artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek alsmede van de wettelijke rente voor iedere dag dat betaling te laat wordt verricht, onverminderd het bepaalde in artikel 9 van deze Algemene Voorwaarden. De hoogte van deze vergoeding is vastgelegd in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

     

    Voor de Klant die handelt in uitoefening van een beroep of bedrijf kan het Bedrijf afwijkende vergoedingen vaststellen en opnemen in de tarievenregeling. In laatstgenoemd geval is de wettelijke regeling tot normering van die vergoedingen niet van toepassing.

  • 7.

    Indien de Klant binnen de in lid 6 genoemde nieuwe termijn van betaling echter een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot het treffen van een betalingsregeling bij het Bedrijf heeft ingediend, dan zullen aan het uitblijven van betaling pas gevolgen worden verbonden vanaf het moment dat het Bedrijf op dit verzoek - eveneens schriftelijk en gemotiveerd - afwijzend heeft beslist. Het doel van de betalingsregeling is het oplossen van een betalingsachterstand. Wanneer zich echter gedurende de looptijd van de betalingsregeling omstandigheden voordoen die het oplossen van betalingsachterstand in gevaar kunnen brengen, kan het Bedrijf beslissen de regeling te staken of uit te breiden.

Artikel 16 – Borgstelling, vooruitbetaling en waarborgsom

  • 1.

    Indien daar redelijkerwijs aanleiding voor is, kan het Bedrijf van de Klant een borgstelling of bankgarantie verlangen tot zekerheid van de betaling van de op grond van de overeenkomst verschuldigde bedragen, tenzij het Bedrijf toepassing geeft aan het bepaalde in lid 2 of 3 van dit artikel.

  • 2.

    Het Bedrijf is gerechtigd vooruitbetaling te verlangen van het bedrag dat verschuldigd is wegens het tot stand brengen, vervangen, verplaatsen, uitbreiden, wijzigen of wegnemen van een Aansluiting.

  • 3.

    Tot zekerheid van de betaling van de ter zake van de Levering verschuldigde bedragen kan het Bedrijf van de Klant de storting van een waarborgsom eisen. De waarborgsom zal niet hoger zijn dan het bedrag dat de Klant naar het oordeel van het Bedrijf vermoedelijk gemiddeld voor Levering over een periode van zes (6) maanden zal moeten betalen. De waarborgsom wordt terugbetaald, zodra de noodzaak tot zekerheidsstelling niet meer aanwezig is en in ieder geval zo spoedig mogelijk na beëindiging van de overeenkomst, onder aftrek van het bedrag dat eventueel nog betaald moet worden.

Artikel 17 - Verbodsbepalingen

  • 1.

    Het is de Klant verboden:

    • a.

      door middel van de Drinkwaterinstallatie via het net van het Bedrijf hinder of schade te veroorzaken voor het Bedrijf, derden of andere Klanten;

    • b.

      door of vanwege het Bedrijf aangebrachte verzegeling te verbreken of te doen verbreken;

    • c.

      handelingen te verrichten of te doen verrichten, waardoor de omvang van de Levering niet of niet juist kan worden vastgesteld, dan wel een situatie te scheppen, waardoor het normaal functioneren van de Meetinrichting of andere apparatuur van het Bedrijf wordt verhinderd of de tarievenregeling van het Bedrijf niet of niet juist kan worden toegepast;

    • d.

      het net van het Bedrijf te gebruiken voor aarding van elektrische installaties, toestellen, bliksemafleiders en dergelijke.

  • 2.

    Het is de Klant verboden zonder schriftelijke toestemming van het Bedrijf het geleverde drinkwater door te leveren aan de Drinkwaterinstallatie van een ander Perceel. Het Bedrijf kan aan een dergelijke toestemming voorwaarden verbinden.

Artikel 18 – Andere verplichtingen

  • 1.

    Het Bedrijf zal bij de uitvoering van het bepaalde in of krachtens deze Algemene Voorwaarden die zorg betrachten die van een zorgvuldig handelend bedrijf mag worden verwacht. In het bijzonder zal het Bedrijf zoveel mogelijk trachten te voorkomen dat de Klant bij de uitvoering van werkzaamheden hinder of schade ondervindt.

  • 2.

    Het Bedrijf zal, wanneer bij de uitvoering van het bepaalde in of krachtens deze Algemene Voorwaarden persoonsgegevens worden verwerkt, de nodige passende organisatorische en technische maatregelen treffen teneinde een zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens te borgen. Meer informatie over de doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens door het Bedrijf en de rechten van Consumenten als betrokkene zijn opgenomen in de verklaring omtrent gegevensbescherming van het Bedrijf zoals gepubliceerd op zijn website.

  • 3.

    De Klant is verplicht aan het Bedrijf de nodige medewerking te verlenen bij de toepassing en de uitvoering van het bepaalde in of krachtens deze Algemene Voorwaarden en de controle op de naleving daarvan, en wel in het bijzonder door:

    • a.

      het Bedrijf zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van door hen waargenomen of vermoede schade, gebreken of onregelmatigheden in het in hun Perceel aanwezige gedeelte van de Aansluiting, inclusief de Meetinrichting, verbreking van de verzegeling daaronder begrepen;

    • b.

      aan personen, die van een door het Bedrijf uitgegeven legitimatiebewijs of machtiging zijn voorzien, toegang te verlenen tot het Perceel van 08.00 tot 20.00 uur, behoudens op zon- en feestdagen; alsmede in geval van een dringende reden ook op andere dagen en buiten deze uren;

    • c.

      het bedrijf tijdig op de hoogte te stellen van adres- c.q. (handels)naamswijzigingen.

  • 4.

    De Klant is verplicht het redelijkerwijs mogelijke te doen om schade aan het in het Perceel aanwezige gedeelte van de Aansluiting te voorkomen.

  • 5.

    Indien de Klant geen eigenaar is van het Perceel, staat hij ervoor in dat de eigenaar akkoord gaat met het verrichten van alle handelingen die door het Bedrijf voor het tot stand brengen, vervangen, verplaatsen, uitbreiden, wijzigen of wegnemen van een Aansluiting, voor het plaatsen, verplaatsen, vervangen of wegnemen van een Meetinrichting of voor de Levering noodzakelijk worden geacht, zowel ten behoeve van hemzelf als, ingevolge artikel 4 lid 1 van deze Algemene Voorwaarden, ten behoeve van derden. Het Bedrijf kan verlangen dat de Klant een schriftelijke verklaring van de eigenaar overlegt.

Artikel 19 - Aansprakelijkheid

  • 1.

    De aansprakelijkheid van het Bedrijf uit hoofde van wanprestatie, onrechtmatige daad of uit enige andere hoofde, is per gebeurtenis beperkt tot de volgende bedragen:

    • a.

      € 75 (zegge: vijfenzeventig euro) per Klant voor kosten ter voorkoming van zaakschade;

    • b.

      € 1.500 (zegge: vijftienhonderd euro) per Klant voor zaakschade als gevolg van discontinuïteit in de Levering;

    • c.

      € 7.500 (zegge: vijfenzeventighonderd euro) per Klant voor zaakschade met een andere oorzaak dan genoemd onder (b);

    • d.

      € 7.500 (zegge: vijfenzeventighonderd euro) per Klant voor andere schade als onder (a)-(c) bedoeld;

    • e.

      Indien schade wordt veroorzaakt bij meerdere Klanten als gevolg van één gebeurtenis, is de aansprakelijkheid van het Bedrijf voor het totaal der schaden van alle Klanten tezamen beperkt tot € 2.000.000 (zegge: twee miljoen euro). Indien het totaal aan schades van deze Klanten meer bedraagt dan deze € 2.000.000 (zegge: twee miljoen euro) worden de aanspraken van deze Klanten naar evenredigheid door het Bedrijf voldaan. Dit betekent dat de aanspraak van een Klant mogelijk niet geheel voor vergoeding in aanmerking komt ook als deze niet boven de maxima als genoemd onder (a)-(d) uitkomt. Het Bedrijf is niet gehouden per gebeurtenis in totaliteit meer schadevergoeding te betalen aan alle gedupeerde Klanten tezamen dan voornoemd maximum van € 2.000.000 (zegge: twee miljoen euro).

    Voorgaande aansprakelijkheidsbeperkingen en -uitsluitingen gelden niet ten aanzien van een Consument die schade lijdt als gevolg van overlijden of lichamelijk letsel waarvoor het Bedrijf op grond van de wet aansprakelijk is.

  • 2.

    Voor andere schade dan personenschade als gevolg van lichamelijk letsel of overlijden geldt een drempelbedrag van € 40 (zegge: veertig euro). Indien de aansprakelijkheid van het Bedrijf wordt vastgesteld voor een bedrag dat het drempelbedrag overstijgt, wordt mede het drempelbedrag vergoed.

  • 3.

    In aanvulling op voorgaande leden geldt dat het Bedrijf ten aanzien van een Klant die geen Consument is,

    • a.

      uitsluitend aansprakelijk is indien en voor zover de schade het gevolg is van een aan het Bedrijf toerekenbare tekortkoming of toerekenbare onrechtmatige daad;

    • b.

      uitsluitend aansprakelijk is voor schade voor zover dat personenschade betreft als gevolg van lichamelijk letsel of overlijden en/of zaakschade bestaande uit vernietiging, beschadiging of verlies van zaken die gewoonlijk voor ge- of verbruik in de privésfeer zijn bestemd en ook in de privésfeer zijn ge- of verbruikt en/of noodzakelijke kosten betreft ter voorkoming van die zaakschade;

    • c.

      niet aansprakelijk is voor schade aan zaken die door de Klant wordt gebruikt voor de uitoefening van een bedrijf of een beroep, schade als gevolg van bedrijfsstilstand, gevolgschade, schade als gevolg van het niet kunnen uitoefenen van een beroep of bedrijf of schade als gevolg van winstderving.

  • 4.

    De Klant die geen Consument is, vrijwaart het Bedrijf en stelt het Bedrijf volledig schadeloos voor aanspraken van derden tegen het Bedrijf in verband met de ((gebrekkige) uitvoering van de) Overeenkomst of een daarmee samenhangende overeenkomst of handeling in het geval dat die aanspraken de met de Klant overeengekomen aansprakelijkheidsbeperkingen te boven gaan.

  • 5.

    Voorgaande aansprakelijkheidsbeperkingen en -uitsluitingen gelden niet voor zover sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van het Bedrijf of diens leidinggevende ondergeschikten.

  • 6.

    Schade dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen achtentwintig (28) kalenderdagen na het ontstaan aan het Bedrijf schriftelijk te zijn gemeld, tenzij de Klant aannemelijk maakt dat hij de schade niet eerder heeft kunnen melden.

  • 7.

    De aansprakelijkheidsregeling als vastgelegd in dit artikel geldt mede ten aanzien van elk ander waterleidingbedrijf waarmee het Bedrijf ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening samenwerkt, alsmede ten aanzien van personen voor wie het Bedrijf of dat andere waterleidingbedrijf aansprakelijk is.

  • 8.

    De aansprakelijkheid van een Consument voor schade is beperkt tot een bedrag van ten hoogste € 3.500 (vijfendertig honderd) per Klant en per gebeurtenis. Deze beperking geldt niet voor zover sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de Klant.

Artikel 20 - Boetebeding

  • 1.

    Indien de Klant in strijd met het bepaalde in de artikelen 10 lid 2 en lid 3, 11 lid 2, 17 en 18 lid 3 en lid 4 van deze Algemene Voorwaarden heeft gehandeld, is het Bedrijf bevoegd hem een boete op te leggen van ten hoogste € 350 (zegge: driehonderd-vijftig euro) per overtreding, onverminderd het recht van het Bedrijf op nakoming en/of schadevergoeding en/of zijn bevoegdheid om de Levering te onderbreken.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 van dit artikel geldt voor andere Aansluitingen dan de standaard watermeteropstelling dat voor alle overtredingen, ongeacht de aard en de oorzaak van een overtreding en onverminderd het recht van het Bedrijf op nakoming en/of schadevergoeding en/of zijn bevoegdheid om de Levering te onderbreken, een boete wordt opgelegd volgens de tarievenregeling van het Bedrijf, welke afhankelijk is van de omvang (inwendige diameter in mm) van de Aansluiting.

  • 3.

    In geval sprake is van een verbroken of beschadigde zegel anders dan na brand, direct brandgevaar of schriftelijke gemelde beproeving van de Drinkwaterinstallatie wordt, naast het in rekening brengen van de herstelkosten volgens de tarievenregeling van het Bedrijf en op basis van een schatting, door het Bedrijf, de onttrokken hoeveelheid drinkwater, tevens een boete opgelegd volgens de tarievenregeling van het Bedrijf, welke afhankelijk is van de omvang (inwendige diameter in mm) van de Aansluiting.

  • 4.

    Op opgelegde boetes is het bepaalde in artikel 15 van deze Algemene Voorwaarden voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21 – Klachten en geschillen

  • 1.

    Geschillen tussen de Klant en het Bedrijf over de totstandkoming of uitvoering van een overeenkomst kunnen zowel door de Klant als door het Bedrijf worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Water (www.degeschillencommissie.nl) of aan een bevoegde rechter in Nederland.

  • 2.

    Een geschil wordt door de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk slechts in behandeling genomen, indien de Klant zijn klacht eerst aan het Bedrijf heeft voorgelegd en wel binnen bekwame tijd nadat hij het feit waarop de klacht gestoeld is heeft ontdekt of redelijkerwijze had kunnen ontdekken. Uiterlijk negentig (90) kalenderdagen nadat de klacht aan het Bedrijf is voorgelegd, dient het geschil schriftelijk (of in een andere door de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk te bepalen vorm) bij de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk aanhangig te zijn gemaakt. Voor gevallen als bedoeld in artikel 9 lid 4 van deze Algemene Voorwaarden geldt een termijn van tien (10) kalenderdagen.

  • 3.

    Wanneer de Klant een geschil voorlegt aan de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk, is het Bedrijf aan deze keuze gebonden.

  • 4.

    Wanneer het Bedrijf een geschil behandeld wil zien, stelt hij de Klant schriftelijk voor het geschil te laten behandelen door de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk. Het Bedrijf kondigt daarbij aan dat hij het geschil aanhangig zal maken bij de bevoegde rechter als de Klant niet binnen vijf (5) weken schriftelijk laat weten in te stemmen met behandeling van het geschil door de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk. Indien het Bedrijf, in het geval de Klant het verzoek heeft afgewezen of niet binnen de termijn van vijf (5) weken heeft geantwoord, het geschil niet binnen twee (2) maanden aanhangig heeft gemaakt bij de bevoegde rechter, kan de Klant het geschil alsnog voor behandeling voorleggen aan de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk.

  • 5.

    De Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk doet uitspraak onder de voorwaarden zoals deze zijn vastgesteld in het Reglement Geschillencommissie Water (Zakelijk). De beslissingen van de Geschillencommissie Water/Geschillencommissie Water Zakelijk geschieden bij wege van bindend advies. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd.

Artikel 22 – Afwijking van deze algemene voorwaarden

  • 1.

    In bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van het Bedrijf, kunnen afwijkingen van deze Algemene Voorwaarden worden toegestaan. Deze afwijkingen zullen zoveel mogelijk schriftelijk worden vastgelegd.

  • 2.

    In alle gevallen waarin deze Algemene Voorwaarden niet voorzien, zal het Bedrijf een regeling treffen naar redelijkheid. Uitgangspunt hierbij zijn het algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht en de overige voor het Bedrijf van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.

Artikel 23 – Wijzigingen van deze algemene voorwaarden

  • 1.

    Deze Algemene Voorwaarden en de op grond daarvan van toepassing zijnde voorschriften en regelingen kunnen door het Bedrijf worden gewijzigd. Wijzigingen treden eerst in werking dertig (30) kalenderdagen na de dag waarop de wijzigingen zijn bekend gemaakt, tenzij in de bekendmaking een latere datum van in werking treden is vermeld. Wijzigingen van de tarievenregeling/-verordeningen treden echter in werking tien (10) kalenderdagen na de dag waarop de wijzigingen zijn bekend gemaakt, tenzij in de bekendmaking een latere datum van in werking treden is vermeld.

  • 2.

    Als bekendmaking geldt een bekendmaking op de website van het Bedrijf.

  • 3.

    Wijzigingen gelden ook ten aanzien van reeds bestaande overeenkomsten. Indien een Consument een wijziging niet wenst te accepteren, kan hij de overeenkomst opzeggen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 4 van deze Algemene Voorwaarden.

Artikel 24 – Bijzondere bepalingen

  • 1.

    Voor het geval het Bedrijf zijn rechten en verplichtingen uit de overeenkomst als bedoeld in artikel 6 van deze Algemene Voorwaarden aan een derde dient of wenst over te dragen, verleent de Klant hiertoe bij voorbaat zijn toestemming. Voorgaande geldt niet ten aanzien van een Consument, tenzij sprake is van een situatie waarin het Bedrijf uitdrukkelijk schriftelijk heeft aangegeven jegens de Consument aansprakelijk te zijn de nakoming door die derde of de overgang plaatsvindt in verband met de overdracht van een onderneming waartoe zowel die verplichtingen als de daartegenover bedongen rechten behoren.

  • 2.

    Het Bedrijf is gerechtigd, eventueel met behulp van een derde partij, om op basis van artikel 39 e.v. van de Drinkwaterwet, gelet op haar wettelijke verplichting voor prestatievergelijking/benchmark ter verbetering van haar dienstverlening, rekening houdende met wet- en regelgeving op het gebied van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, gegevens op te vragen van haar Klanten.

Artikel 25 – Slotbepalingen

  • 1.

    Deze Algemene Voorwaarden treden in werking op 1 januari 2026 en komen in de plaats van de Algemene Voorwaarden Drinkwater 2012 gemeente Amsterdam.

  • 2.

    Deze Algemene Voorwaarden kunnen worden aangehaald als ‘Algemene Voorwaarden Drinkwater 2026 gemeente Amsterdam’.

Naar boven