Specifieke nadere regels subsidieverstrekking bemoeizorgorganisaties Leidschendam-Voorburg 2026

Burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg

 

gelet op

 

  • titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en

  • de Algemene Subsidieverordening Leidschendam-Voorburg

besluiten vast te stellen de navolgende Specifieke nadere regels subsidieverstrekking bemoeizorgorganisaties Leidschendam-Voorburg 2026.

Artikel 1 Definities

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht

  • Asv: Algemene Subsidieverordening gemeente Leidschendam-Voorburg

  • bemoeizorg: het toe leiden naar hulp die personen dringend behoeven, terwijl zij deze passende zorg door welke oorzaak dan ook, niet vragen, of deze afwijzen

  • bemoeizorgorganisatie: organisatie die onder meer bemoeizorg biedt aan inwoners, die zorg mijden en overlast /dreigen te- geven

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg

  • gemeente: gemeente Leidschendam-Voorburg

  • Meldpunt: Meldpunt Bezorgd van GGD Haaglanden

  • passende zorg: passende zorg in de vorm van begeleiding of behandeling die verleend en vergoed wordt op grond van de Wmo, Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg of inzet vanuit het voorliggend veld (niet geïndiceerde zorg die voor alle inwoners toegankelijk is)

  • subsidiejaar: kalenderjaar

  • Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2025

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 6.2 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 Doel

Deze subsidieregeling baseert zich op het Wmo beleid van de gemeente waarin zij de zorg voor inwoners in een kwetsbare positie tot haar basistaken rekent. Deze subsidieregeling heeft als doel om de toeleiding naar zorg mogelijk te maken voor inwoners vanaf 18 jaar van de gemeente in een kwetsbare positie, die zelf geen hulpvraag hebben gesteld of zorgmijdend zijn. Elke inwoner en professional die zich zorgen maakt over een kwetsbare inwoner die zorg mijdt en overlast geeft of dreigt te geven kan een melding doen bij het Meldpunt.

 

Tevens is het doel van deze subsidieregeling om te komen tot een samenhangend aanbod van bemoeizorg waarin alle partijen elkaar aanvullen op grond van hun expertise en ervaring.

Artikel 4 Eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan alleen worden aangevraagd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het jaarlijks subsidieplafond is gebaseerd op het in de begroting opgenomen bedrag voor bemoeizorg.

Artikel 6 Bijzondere voorwaarden subsidie

  • 1.

    De bemoeizorg wordt geleverd door professionals die voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:

    • a)

      De aanvragende organisatie beschikt aantoonbaar over de benodigde relevante professionele kwalificaties en registraties, heeft kennis van ggz- en zo nodig verslavingsproblematiek, en stelt deze waar nodig beschikbaar aan het team dat de activiteiten uitvoert. De medewerkers van het team dat de activiteiten uitvoeren, beschikken aantoonbaar over een relevante opleiding voor het leveren van bemoeizorg en met aantoonbare ervaring in de bemoeizorg.

    • b)

      De aanvrager garandeert dat de organisatie voldoet aan alle eisen die voortvloeien uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming en hieraan gerelateerde en geldende landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving. De aanvrager past bij de uitwisseling van persoonsgegevens de Handreiking Gegevens uitwisseling bij bemoeizorg van GGD GHOR (mei 2021) toe.

  • 2.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het verlenen van bemoeizorg tot het moment dat de kwetsbare inwoner die zorg mijdt en overlast (dreigt te) geven, aangeeft open te staan voor zorg. Hieronder worden activiteiten verstaan die gericht zijn op proactief contact leggen, vertrouwen opbouwen en toeleiden/begeleiden naar passende zorg.

  • 3.

    De bemoeizorgorganisaties geven meldingen en signalen van zeer kwetsbare inwoners die zorg mijden door aan het Meldpunt, tenzij sprake is van uitzonderingsmogelijkheden zoals benoemd in de Handreiking Gegevensuitwisseling bij bemoeizorg van de GGD GHOR Nederland.

Artikel 7 Beoordeling subsidieaanvragen

  • 1.

    De ingediende subsidieaanvragen worden beoordeeld op grond van de mate waarin de aanvragende organisatie op de volgende onderdelen in gaat en dienen minimaal 75 punten te behalen alvorens de aanvraag voor subsidie in aanmerking komt:

  •  

    • a.

      de wijze waarop vorm wordt gegeven aan het bemoeizorgtraject en de aanpak/methodiek om vertrouwen te winnen bij de doelgroep;

    5 punten

    • b.

      de bereikbaarheid voor het Meldpunt (concreet per dagdeel);

    15 punten

    • c.

      de tijdsperiode tussen het eerste contact van het Meldpunt met de bemoeizorgorganisatie en het eerste contact met de inwoner (deze tijdsperiode valt binnen de periode die in het vigerende Wmo Beleidsplan is opgenomen);

    15 punten

    • d.

      specifieke expertise/doelgroep (bijvoorbeeld verslavingszorg, GGZ, woonbegeleiding);

    10 punten

    • e.

      professioneel netwerk van organisaties voor zorg- en begeleiding zowel binnen als buiten de kring van bemoeizorgorganisaties. Hieronder valt aantoonbare samenwerking met andere organisaties, deelname aan het Overleg Bemoeizorg en de bereidheid samen te werken dan wel af te stemmen rond casuïstiek. Hierbij wordt aangegeven in hoeverre de aanvragende organisatie onderdeel uitmaakt van een samenhangend aanbod van bemoeizorg waarin alle partijen elkaar aanvullen en optimaal met het sociaal domein samenwerken;

    10 punten

    • f.

      onderbouwing van de kwaliteit van de uit te voeren bemoeizorg, zie artikel 7.1.a.; uit de onderbouwing blijkt onder meer dat de inzet van personeel in verhouding is tot de betreffende bemoeizorginterventie;

    10 punten

    • g.

      de wijze van afstemming met gemeente (afdeling WIJZ) over mogelijke inzet maatwerkvoorziening;

    5 punten (voor zover van toepassing)

    • h.

      de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in relatie tot de te verrichten activiteiten (prijskwaliteit verhouding);

    5 punten

    • i.

      eventuele relatie tot en eventuele samenloop met overige externe financieringsbronnen, zoals van de lokale overheid, Rijksoverheid of een subsidieverlener;

    10 punten

    • j.

      de verwachting van het aantal bemoeizorgtrajecten voor het komend jaar op basis van het aantal trajecten dit jaar en vorig subsidiejaar;

    5 punten

    • k.

      een financiële onderbouwing, die aansluit op de in te zetten bemoeizorg en inzicht geeft in de wijze waarop het tarief is opgebouwd.

    10 punten

  • 2.

    Nadat de subsidieaanvraag voor subsidie in aanmerking komt, bepaalt het college de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag.

Artikel 8 Indienen subsidieaanvraag

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend tussen 1 september en 1 november voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. De aanvraag wordt ingediend volgens het format ‘Aanvraag subsidie bemoeizorg 2026 e.v.’ en vergezeld van documenten die in het format worden gevraagd.

Artikel 9 Besluitvorming

  • 1.

    Het college verstrekt subsidie voor 1 jaar voor de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 6.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 8 uiterlijk op 31 december in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar of binnen 10 weken indien de aanvraag later dan 10 weken voorafgaand aan 31 december is ingediend.

Artikel 10 Tussentijdse rapportage

  • 1.

    De bemoeizorgorganisatie verstrekt voor 15 juli van het lopende subsidiejaar een tussentjjdse rapportage aan de gemeente over de inzet voor bemoeizorg over de eerste 5 maanden.

  • 2.

    De informatie uit de tussentijdse rapportage is niet herleidbaar tot individuele casuïstiek.

Artikel 11 Aanvullende weigerings- en terugvorderingsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en de weigeringsbepaling van de Asv wordt geen subsidie verstrekt als:

  • a.

    de bemoeizorgorganisatie zich niet houdt aan de bepalingen in deze subsidieregeling;

  • b.

    de subsidieontvanger al subsidie ontvangt voor dezelfde bemoeizorg activiteiten waarmee de bemoeizorg redelijkerwijs kan worden uitgevoerd.

Artikel 12 Gedeeltelijke tussentijdse terugvordering

  • 1.

    Het college kan naar aanleiding van de tussentijdse rapportage en de bijbehorende voortgangsgesprekken bepalen dat het initieel verleende subsidiebedrag wordt bijgesteld omdat de bemoeizorg organisatie onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het initieel verleende subsidiebedrag volledig zal worden benut.

  • 2.

    In dat geval vindt voorafgaand overleg plaats met de betreffende bemoeizorgorganisatie waarin deze haar standpunt toelicht over de te verwachten besteding van het subsidiebedrag.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het College kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in deze subsidieregeling afwijken of bepalingen buiten toepassing laten, voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 14 Inwerkingtreding en intrekking vorige subsidieregeling

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    De Specifieke nadere regels subsidieverstrekking bemoeizorgorganisaties Leidschendam-Voorburg 2024 worden ingetrokken.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Specifieke nadere regels subsidieverstrekking bemoeizorgorganisaties Leidschendam-Voorburg 2026’.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg, in de vergadering van 30 september 2025.

De burgemeester,

De secretaris,

Naar boven