Gemeenteblad van Zuidplas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2025, 533902 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2025, 533902 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein 2025
Artikel 2 Aanspraak op subsidie
Onverminderd het bepaalde in de ASV en de Awb dient de instelling, om voor subsidie in aanmerking te komen, te voldoen aan de onderstaande voorwaarden:
de te subsidiëren instelling en haar activiteiten moeten een bijdrage leveren aan het bereiken van de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid op het Sociaal en Maatschappelijk Domein, zoals omschreven in de meest actuele beleidsdocumenten1 op het betreffende beleidsterrein;
In afwijking van artikel 6, lid 2 van de ASV is het instellingen die werkzaam zijn in meerdere gemeenten toegestaan om de aanvraag voor subsidie in te dienen zonder daarvoor een door het college vastgesteld formulier te gebruiken.
Aanvullend op artikel 2 onder b, zijn de legeskosten 100% subsidiabel als het gaat om evenementen die worden georganiseerd door non-profit-instellingen en vrijwilligers(organisaties) zonder winstoogmerk die publiek toegankelijke activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard organiseren in het belang van de gemeente Zuidplas en haar inwoners en waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers. Het gaat om leges voor een:
Artikel 5 Wijze van uitbetalen
Subsidies die op basis van artikel 13 van de ASV (binnen de gemeentelijke organisatie) intern worden verrekend met verschuldigde bedragen ter zake leges voor vergunningen, worden niet uitbetaald. Hierbij geldt dat in de vergunningsbeschikking wordt opgenomen welk subsidiebedrag op basis van een interne verrekening wordt verleend om de kosten voor de leges één-op-één te compenseren.
1.1 Algemene bepalingen instellingssubsidies
Artikel 2 Aanspraak op subsidie volgens BCF-methodiek
Een andere partij dan de instelling waarmee in een eerder stadium een subsidieovereenkomst is afgesloten, die voor dezelfde activiteit(en) een offerte uitbrengt, kan in aanmerking komen voor subsidie bij aanvang van een nieuwe BCF-cyclus. Indien dit aan de orde is informeert de gemeente de betreffende partij over de termijn die hierbij wordt gehanteerd.
Artikel 3 Aanspraak op subsidie overige instellingssubsidies (niet-BCF)
Als meerdere instellingen een subsidieaanvraag (niet volgens de BCF-methodiek) indienen voor het uitvoeren van activiteiten op hetzelfde beleidsterrein terwijl het subsidiebudget in de gemeentebegroting hiervoor niet toereikend is, maakt het college een keuze welke instelling zij zal subsidiëren.
Mocht er een nog lopende meerjaren-subsidieovereenkomst zijn met een of meer instelling(en) op het betreffende beleidsterrein, wordt de subsidie in eerste instantie aan deze instelling(en) toegekend.
Vervolgens worden achtereenvolgens de volgende criteria afgewogen om de keuze te kunnen maken:
Artikel 4 Subsidieovereenkomst
Met de instellingen die een subsidie ontvangen boven € 5.000 worden (meer)jaarlijkse subsidieafspraken gemaakt, tenzij er in de betreffende paragraaf van deze uitvoeringsregeling specifieke regels zijn vastgesteld om het subsidiebedrag te bepalen.
De afspraken worden vastgelegd in een subsidieovereenkomst die gekoppeld wordt aan de (meer)jaarlijkse) subsidiebeschikking. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de taken die zijn overeengekomen in de afgesloten subsidieovereenkomst met de instelling.
Artikel 6 Indexering instellingssubsidies
De budgetten die beschikbaar zijn voor de instellingssubsidies worden geïndexeerd met dezelfde (geschatte) percentages die in de gemeentebegroting van het betreffende jaar worden gehanteerd voor de gemeentelijke budgetten.
In afwijking van artikel 15, lid 2 van de ASV geldt voor instellingen met een subsidie tussen de € 5.000 en de € 50.000 dat hun aanvraag tot vaststelling naast een inhoudelijk verslag (waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd), tevens een financieel verslag of jaarrekening dient te bevatten.
Op basis van artikel 16 lid 3 van de ASV kan het college afzien van de verplichting tot het bijvoegen van een accountantsverklaring bij de 'aanvraag tot subsidievaststelling' van een instelling met een subsidie hoger dan € 50.000. Het college maakt van deze bevoegdheid gebruik door per afzonderlijke instelling in de subsidieovereenkomst vast te leggen of een accountantsverklaring een verplicht onderdeel is van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Op basis van artikel 16 lid 3 van de ASV kan het college in plaats van een 'controleverklaring' ook een 'beoordelingsverklaring' of een ‘samenstellingsverklaring’ verlangen van een instelling met een subsidie hoger dan € 50.000.
Het college maakt van deze bevoegdheid gebruik door per afzonderlijke instelling in de subsidieovereenkomst vast te leggen welke soort accountantsverklaring een verplicht onderdeel is van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Artikel 9 Beoordelen en afrekenen/terugvorderen
Voor alle subsidies geldt dat als minder resultaten en inspanningen geleverd zijn dan afgesproken, de subsidie lager kan worden vastgesteld. In dat geval wordt (een deel van) het bevoorschotte subsidiebedrag teruggevorderd via de vaststellingsbeschikking.
1.2 Algemene bepalingen activiteitensubsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
Op grond van deze paragraaf 1.2 kan het college subsidie verstrekken aan instellingen die activiteiten verrichten die in het subsidiebeleid zijn benoemd als vraaggestuurde activiteiten. Instellingen organiseren deze activiteiten vanuit de vraag van hun leden, doelgroepen of cliënten en vragen de gemeente -indien nodig- een ondersteunende bijdrage te leveren.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
Artikel 4 Berekening subsidiebedragen
In totaal kunnen voor deze vijf onderdelen maximaal 100 punten worden behaald.
Het maximumaantal punten per onderdeel kan per beleidsonderdeel verschillen. In de paragrafen 2.2 (Werk & inkomen en inburgering), 2.3.2 (Jeugd), 2.4.5 (Maatschappelijke ondersteuning en Gezondheid), 3.1.5 (Wijk- en buurtwerk) en 3.3.6 (Cultuur en Evenementen) worden per beleidsonderdeel de betreffende onderverdelingen genoemd.
Wanneer het bedrag dat uit de berekening komt hoger is dan het aangegeven of blijkende tekort op de begroting van de instelling, wordt maximaal dit tekort als subsidie verleend, waarbij het tekort slechts betrekking heeft op de kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het doen slagen van de activiteit.
Artikel 5 Verdeling van het subsidiebudget bij het bereiken van het subsidieplafond
Indien honorering van alle aanvragen die op een deelterrein voor subsidie in aanmerking komen (niet meegerekend de aanvragen die op basis van een weigeringsgrond uit artikel 4:35 van de Awb, artikel 9 ASV of artikel 2 uit deze regeling al afvallen), zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond op dat deelterrein, worden de aanvragen op een prioriteitenlijst gerangschikt.
Indien na verlening van de subsidies (via de subsidiebeschikkingen, uiterlijk verzonden op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft), het subsidieplafond op een bepaald beleidsterrein nog niet is bereikt, worden subsidieaanvragen die zijn binnengekomen na sluitingsdatum (1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar) en die voldoen aan de uitvoeringsregels voor dit beleidsterrein, gehonoreerd in volgorde van binnenkomst, tot het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Indien bij een direct vastgestelde subsidie een instelling een gesubsidieerde activiteit niet of niet geheel uitvoert, als gevolg waarvan het verkregen subsidiebedrag niet of niet geheel is aangewend, draagt de instelling er zorg voor dat het niet dan wel deels niet benutte subsidiebedrag onverwijld aan het college wordt geretourneerd.
1.3 Algemene bepalingen incidentele subsidies
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
Artikel 5 Verdeling van het subsidiebudget bij het bereiken van het subsidieplafond
De honorering van alle aanvragen die voor incidentele subsidie in aanmerking komen (niet meegerekend de aanvragen die op basis van een weigeringsgrond uit artikel 4:35 van de Awb, artikel 9 ASV of artikel 2 uit deze regeling al afvallen), geschiedt op volgorde van binnenkomst tot het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Indien bij een direct vastgestelde subsidie een instelling een gesubsidieerde activiteit niet of niet geheel uitvoert, als gevolg waarvan het verkregen subsidiebedrag niet of niet geheel is aangewend, draagt de instelling er zorg voor dat het niet dan wel deels niet benutte subsidiebedrag onverwijld aan het college wordt geretourneerd.
2.1.1 Bepalingen voor onafhankelijke cliëntondersteuning
Doelstelling: Het versterken van de positie van mensen die ondersteuning nodig hebben, zodat ze zelf de regie kunnen houden over hun leven en de zorg en ondersteuning die ze ontvangen.
Onafhankelijke cliëntondersteuning is beschikbaar voor alle inwoners van de gemeente Zuidplas, zoals bepaald in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015. Onafhankelijke cliëntondersteuning richt zich met name op de inwoners die geen beroep kunnen doen op het eigen netwerk of wanneer ondersteuning van andere organisaties niet passend is.
Artikel 3 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (= artikel 1.1.1. lid 1 van de Wmo 2015).
Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
Artikel 6 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.1.2 Bepalingen voor crisisdienst (BBK) Jeugd en Wmo
Deze doelstellingen worden nader geconcretiseerd in de (BCF-) overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Ketenpartners: instellingen binnen het Sociaal Domein die direct betrokken zijn bij inwoners in een crisissituatie, zoals: politie, reclassering, Veilig Thuis, GGZ-instellingen, crisisinterventieteam (CIT), Leger des Heils, Stichting ZO!, huisartsen en andere (lokale/regionale) hulpverlenende instanties.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen in aanmerking:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor cliëntondersteuning. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.1.3 Bepalingen voor maatschappelijke begeleiding bij opleggen Tijdelijk Huisverbod
Doelstelling: Achterblijvers worden ondersteund na de uitspraak van een huisverbod, gedurende de eerste 10 dagen of -bij verlenging van het huisverbod- gedurende in totaal 28 dagen.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Huisverbod: een beschikking houdende een last tot het onmiddellijk verlaten van een bepaalde woning en een verbod tot het betreden van, zich ophouden bij of aanwezig zijn in die woning en een verbod om contact op te nemen met degenen die met de persoon tot wie de beschikking is gericht in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen in aanmerking de ondersteuning aan achterblijvers gedurende de duur van het huisverbod die bestaat uit:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor cliëntondersteuning. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.2.1 Bepalingen voor integratiebevorderende activiteiten voor mensen met een achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond
Doelstelling: Mensen met een achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond nemen zo snel en volwaardig mogelijk deel aan de samenleving (van Zuidplas en Nederland).
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
integratie: een persoon of groep is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving wanneer er sprake is van gelijke juridische positie, gelijkwaardige deelname op sociaal-economisch terrein, kennis van de Nederlandse taal en samenleving en wanneer gangbare waarden, normen en gedragspatronen worden gerespecteerd.
achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond:
een belemmering in de maatschappelijke participatie als gevolg van het naleven van gangbare waarden, normen en gedragspatronen vanuit de oorspronkelijke cultuur vanuit het land van herkomst (van ouders/(over)grootouders), die niet (geheel) overeenkomen met de in de Nederlandse gangbare waarden, normen en gedragspatronen;
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in dit hoofdstuk kan worden verstrekt voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de integratie, waaronder maatschappelijke, juridische en financiële begeleiding van asielmigranten, participatieverklaringstrajecten voor asiel- en gezinsmigranten en activiteiten gericht op emancipatie, participatie en kennisbevordering over de Nederlandse samenleving en de gemeente Zuidplas.
De in lid 1 genoemde activiteiten dienen los te staan van de activiteiten die worden uitgevoerd door de partij die voor Zuidplas het discriminatie-meldpunt verzorgt - op basis van de 'Verordening Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen' van de gemeente Zuidplas (op basis van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen').
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor integratiebevorderende activiteiten voor mensen met een achterstand als gevolg van hun niet-Nederlandse achtergrond. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.2.2 Bepalingen voor de organisatie van een Voedselbank
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Inwoners van de gemeente Zuidplas die onvoldoende geld hebben om eten te kunnen kopen:
de betreffende inwoners worden bij de voedselbank aangemeld via organisaties in de gemeente die veel te maken hebben met mensen met een laag inkomen. Vervolgens vindt er door de administratie van de voedselbank een toetsing van de aangemelde inwoners plaats, volgens de normering van Voedselbanken Nederland
NB: Een voedselbank kent geen specifieke leeftijdsgrens voor begunstigden; iedereen die te weinig geld heeft om in zijn of haar basisbehoeften, waaronder voedsel, te voorzien, kan in aanmerking komen. Een veelvoorkomende leeftijdsgroep onder de klanten is de leeftijdscategorie tussen de 30 en 49 jaar, maar ouderen en kinderen kunnen zeker ook tot de gebruikers behoren.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het verstrekken van gratis voedselpakketten aan inwoners van de gemeente Zuidplas die tijdelijk onvoldoende geld hebben om eten te kunnen kopen.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de organisatie van een Voedselbank. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.2.3 Bepalingen voor coachingsaanbod voor jongeren t.a.v. aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
Doelstelling: Kwetsbare jongeren en jongvolwassen in de leeftijd 16 tot 27 jaar activeren met als doel de kwetsbare jongeren en jongvolwassenen te (her)plaatsen op school of te begeleiden naar werk.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Kwetsbare jongeren en jongvolwassenen: inwoners in de leeftijd van 16 tot 27 jaar die niet deelnemen aan school of werk en geen startkwalificatie bezitten.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het coachen van jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 16 tot 27 jaar met als doel deze inwoners te activeren zodat men teruggaat naar school of een betaalde baan vindt. De betreffende instelling of coach werkt hierbij nauw samen met het de kwalificatieplicht ambtenaar van het RMC (Regionaal Meld en Coördinatiepunt) en de Sociale Dienst van IJsselgemeenten.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de coaching van kwetsbare jongeren en jongvolwassenen. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.2.4 Bepalingen voor (regionale) nonfood-ondersteuning aan minimahuishoudens
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het verstrekken van goederen en/of het bemiddelen ten aanzien van diensten om niet, of tegen een gereduceerd tarief, aan minimahuishoudens en/of doorverwezen huishoudens van Stichting ZO! of IJsselgemeenten. Het gaat om bijvoorbeeld kleding, persoonlijke verzorgingsproducten, meubilair en witgoed of diensten gericht op woninginrichting.
2.2.5 Bepalingen voor verjaardagsactiviteiten voor kinderen in gezinnen met armoede- en schuldenproblematiek
Doelstelling: Kinderen uit mimimahuishoudens de mogelijkheid bieden om hun verjaardag te kunnen vieren.
2.3.1 Bepalingen voor (preventieve) activiteiten gericht op (kwetsbare) jeugd
Doelstelling: Er zijn (preventieve) activiteiten beschikbaar voor (ouders) van jeugd (kinderen en jongeren) die in een kwetsbare positie verkeren of daarin dreigen te belanden.
Interventies/activiteiten zijn erop gericht om (ouders/gezinsleden van) kinderen en jongeren te ondersteunen en te informeren.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in een overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in het kader van deze paragraaf in aanmerking komen, zijn:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor activiteiten die gericht zijn op kwetsbare jongeren. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het bepaalde subsidiebedrag hoger ligt dan € 50.000).
2.3.2 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Jeugd
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
Hieronder wordt de puntenverdeling voor 'Jeugd' genoemd:
2.3.3 Bepalingen voor recreatieve/deelnamebevorderende activiteiten voor jeugd/jongeren
Doelstelling: Er worden activiteiten georganiseerd die aansluiten op de wensen van kinderen en jongeren en die een meerwaarde leveren op het reeds aanwezige voorzieningenniveau in de dorpen.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Algemene jeugdactiviteiten, die eraan bijdragen dat kinderen/jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien tot zelfstandige volwassenen en dat zij naar vermogen actief kunnen deelnemen aan het sociale, economische, culturele, educatieve en sportieve leven.
2.4.1 Bepalingen voor het discriminatie-meldpunt
Doelstelling: Uitvoering geven aan de taken die in het kader van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen moeten worden uitgevoerd en non-discriminatie en sociale inclusie in de gemeente bevorderen.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in dit hoofdstuk kan worden verstrekt voor:
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de uitvoering van de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen.
Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.4.2 Bepalingen voor de organisatie van vrijwillige respijtzorg (Wmo 2015)
Doelstelling: Mantelzorgers in de gemeente Zuidplas worden ondersteund en ontlast.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instellingen.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Mantelzorger: iemand die -niet in het kader van een hulpverlenend beroep- langdurige zorg (voor 8 uur per week of meer en gedurende 3 maanden of meer) biedt aan (een) hulpbehoevend(e) perso(o)n(en) uit hun directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie, waarbij de zorg -qua duur en intensiteit- de gebruikelijke zorg overstijgt.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor mantelzorgondersteuning en -waardering. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.4.3 Bepalingen voor de inzet van ervaringsdeskundigheid in het Sociaal Domein ten behoeve van herstel
Doelstelling: Inwoners in de gemeente Zuidplas worden ondersteund en geholpen door de inzet van ervaringsdeskundigheid in het Sociaal Domein. Deze inzet heeft tot doel om hen te helpen herstellen en participeren in de samenleving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Ervaringsdeskundige in het Sociaal Domein: iemand die ervaring heeft met een (psychiatrische) aandoening of kwetsbaarheid en een herstelproces heeft doorlopen (ervaring), op de eigen ervaringen gereflecteerd heeft en die gedeeld met anderen (ervaringskennis) en die geleerd heeft hoe deze kennis in te zetten om anderen te ondersteunen (ervaringsdeskundigheid).
Een ervaringsdeskundige heeft niet simpelweg '(een) ervaring'. Er moet een vorm van reflectie hebben plaatsgevonden en men moet hebben geleerd hoe de kennis in te zetten is om anderen te helpen. Het hebben gevolgd van een relevante training is daarvoor een vereiste.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor de inzet van ervaringsdeskundigheid. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
2.4.4 Bepalingen voor algemeen toegankelijke inloop/dagbesteding
Met (het stimuleren van) algemeen toegankelijke inloop/dagbesteding wordt ingezet op (één van) de volgende doelen:
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Algemeen toegankelijke inloop/dagbesteding: een initiatief dat gelegenheid biedt tot inloop en/of dagbestedingsactiviteiten die algemeen toegankelijk is/zijn (dat wil zeggen zonder indicatie) en dat bijdraagt aan (één van) de doelen zoals omschreven in artikel 1 van deze paragraaf.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
De initiatieven die in aanmerking willen komen voor subsidie dienen aan de onderstaande criteria (a. t/m g.) te voldoen. Per criteria kunnen er twee punten worden gescoord. Er zijn minimaal 10 punten nodig om in aanmerking te komen voor een subsidie.
Nieuwe initiatieven voor inloop-activiteiten verschillen van bestaand aanbod, dat wil zeggen dat het initiatief zich kenmerkt door een specifieke aanpak, activiteiten en/of kennis die niet al door een andere partij in (het betreffende) Zuidplas (-dorp) wordt ingezet. Bij de beoordeling zal gekeken worden naar reeds bestaande initiatieven en de mate waarin er overlap tussen initiatieven bestaat. Hiermee wordt voorkomen dat initiatieven met elkaar gaan concurreren om bezoekers en subsidie en dat er te weinig vernieuwing ontstaat.
Het initiatief en de activiteiten zijn aangesloten op het lokale netwerk van huisartsen, welzijn, gemeente e.d. Indien dit niet het geval is, heeft men plannen om zich wel aan te sluiten en/of kenbaar te maken. Door actief aansluiting met het lokale netwerk te leggen kunnen het initiatief en het netwerk elkaar versterken.
De kosten die het project maakt bestaan uit meerdere onderdelen. Huisvesting, reclamemateriaal, kosten voor activiteiten, vrijwilligersvergoedingen en eventueel betaalde krachten (bijvoorbeeld een coördinator). De kosten voor de betaalde krachten (professionele inzet) worden niet (kostendekkend) gesubsidieerd.
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
De hoogte van de subsidie per aanvrager is afhankelijk van het gemiddeld aantal individuele bezoekers per week dat heeft deelgenomen in het aan het subsidiejaar voorafgaande jaar. Per individuele bezoeker per week is er € 375 subsidie beschikbaar met een maximumsubsidie per aanvragende instelling van € 10.000 per jaar. Dit maximum wordt bereikt als er gemiddeld 27 inwoners per week deelnemen aan het initiatief.
Aanvragers dienen zelf het aantal bezoekers inzichtelijk en aannemelijk te maken, bijvoorbeeld door het bijhouden van een deelnemerslijst.
Activiteitensubsidies Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid
2.4.5 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
Hieronder wordt de puntenverdeling voor 'Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid ' genoemd:
2.4.6 Bepalingen voor algemene Wmo-diensten aangeboden door vrijwilligers(organisaties)
Mensen met een beperking en ouderen participeren (zoveel mogelijk samen met niet-doelgroepen) aan de samenleving en kunnen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving blijven, waarbij het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie zo dicht mogelijk bij de inwoners zelf is belegd.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Algemene Wmo-diensten: voorzieningen die zonder indicatie toegankelijk zijn voor mensen met een beperking en ouderen en die passen binnen de doelstelling zoals genoemd in artikel 1 van paragraaf 2.4.6.
Het gaat hierbij met name om voorzieningen die (deels) vervangend of voorliggend kunnen zijn voor Wmo-maatwerkvoorzieningen op het gebied van wonen en vervoer.
2.4.7 Bepalingen voor deelnamebevorderende activiteiten doelgroepen
Doelstelling: Mensen met een beperking en ouderen participeren (zoveel mogelijk samen met niet-doelgroepen) aan de samenleving.
2.4.8 Bepalingen voor algemene belangenbehartiging voor de doelgroepen 'ouderen' en 'mensen met een beperking'
Mensen met een beperking en ouderen participeren (zoveel mogelijk samen met niet-doelgroepen) aan de samenleving.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van de uitvoeringsregels in deze paragraaf kan worden verstrekt voor het uitoefenen van belangenbehartiging, door:
Artikel 4 Bijzondere bepalingen
In aanvulling op paragraaf 2.4.3: omdat bij een orgaan voor belangenbehartiging meestal geen sprake is van reguliere activiteiten waar inwoners aan deel kunnen nemen, is het begrip 'deelnemer-uur' bij deze categorie niet aan de orde. Ook hebben deze instellingen geen leden die contributie of een eigen bijdrage betalen.
Daarom wordt bij deze categorie instellingen -bij het puntensysteem waarmee het subsidiebedrag wordt bepaald- een basisaantal van 20 punten toegekend bij 'bereik van de activiteit'.
2.4.9 Bepalingen voor voorlichting doelgroepen
Doelstelling: Mensen met een beperking en hun mantelzorgers worden ondersteund en ontlast en kunnen daardoor meer en beter participeren aan de samenleving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Mantelzorger: iemand die -niet in het kader van een hulpverlenend beroep- langdurige zorg (voor 8 uur per week of meer en gedurende 3 maanden of meer) biedt aan (een) hulpbehoevend(e) perso(o)n(en) uit hun directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie, waarbij de zorg -qua duur en intensiteit- de gebruikelijke zorg overstijgt.
2.4.10 Bepalingen voor gezondheidsbevorderende activiteiten doelgroepen
Mensen met een beperking en ouderen kunnen deelnemen aan speciaal op hen toegesneden bewegingsactiviteiten die hun algehele conditie bevorderen.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor bewegingsactiviteiten die speciaal zijn toegesneden op ouderen en mensen met een beperking.
Artikel 4 Bijzondere bepalingen
In aanvulling op paragraaf 2.4.5: voor bewegingsactiviteiten waarvoor extra verwarmd zwembadwater en/of speciale instructie nodig is, kan een extra bedrag aan subsidie worden toegekend, bovenop het bedrag waarop een instelling volgens het puntensysteem recht heeft.
Daarbij kan het totale subsidiebedrag nooit hoger zijn dan het aangegeven of blijkende tekort op de totale begroting van de instelling, waarbij het tekort slechts betrekking heeft op de kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het doen slagen van de activiteit.
2.4.11 Bepalingen voor EHBO-instellingen
De kennis en vaardigheid van EHBO is en blijft in Zuidplas op een zo hoog mogelijk niveau zodat de kans dat op benodigde momenten hulp kan worden geboden, zo groot mogelijk is.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
EHBO-instelling: een instelling met als hoofddoel de Eerste Hulp Bij Ongelukken te bevorderen. De leden worden in staat gesteld een diploma eerstehulpverlener te behalen, dit te vernieuwen of zich te bekwamen in diverse extra modules.
3.1.1 Bepalingen voor binnensportaccommodaties
Doelstelling: de zwembaden, sporthallen en gymzalen zijn er voor alle inwoners van Zuidplas die zich sportief willen ontwikkelen en/of voor recreatief gebruik.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor binnensportaccommodaties. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.1.2 Bepalingen voor maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties
Doelstelling: De maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties zijn er voor alle inwoners in Zuidplas die zich sportief- en maatschappelijk willen ontwikkelen en/of voor recreatief gebruik.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Voor de huurprijs van gemeentelijke maatschappelijke buiten(sport)-accommodaties wordt allereerst door de gemeente Zuidplas in de grondprijzenbrief een kostendekkend tarief vastgesteld dat de instelling dient te betalen voor de betreffende accommodatie(s).
Vervolgens hebben sport- en maatschappelijke instellingen die gebruik maken van gemeentelijke buiten(sport)- en maatschappelijke accommodaties recht om 90% van deze huurprijs gesubsidieerd te krijgen.
Artikel 5 Subsidievaststelling bij huur- en erfpachtsubsidie
Op basis van artikel 17 lid 2 ASV Zuidplas2 worden instellingssubsidies die zijn verleend op basis van deze paragraaf (3.1.2), direct vastgesteld bij verlening.
3.1.3 Bepalingen voor multifunctionele accommodaties/dorpshuizen
Doelstelling: De dorpshuizen bieden aan alle inwoners van Zuidplas letterlijk de ruimte voor sportieve, sociale en/of culturele ontwikkeling.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor multifunctionele accommodaties/ dorpshuizen.
Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.1.4 Bepalingen voor buurtbemiddeling
Doelstelling: In Zuidplas is buurtbemiddeling beschikbaar om:
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Buurtbemiddeling: een methode, die wordt gehanteerd om de leefbaarheid in de buurt te vergroten en te voorkomen dat problemen tussen buren escaleren. Hierbij worden geschoolde vrijwilligers ingeschakeld. Buurtbemiddeling wordt niet toegepast als er lichamelijk geweld is gebruikt of wanneer een partij niet aanspreekbaar is.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het aanbieden van een pakket van diensten op het gebied van Buurtbemiddeling voor de inwoners van de gemeente Zuidplas, bestaande uit:
Artikel 4 Bepaling subsidiebedrag
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor buurtbemiddeling. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.1.5 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies Wijk- en buurtwerk
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
Hieronder wordt de puntenverdeling voor ‘activiteitensubsidies Wijk- en buurtwerk' genoemd:
3.1.6 Bepalingen voor wijk- en buurtinstellingen
Doelstelling: Sociaal recreatieve activiteiten in de wijk of buurt dragen bij aan het versterken van de woon- en leefomgeving.
Verwijzing t.a.v. subsidies voor onderwijs
Op het gebied van onderwijs zijn er een drietal bekostigingswijzen die ook subsidie (kunnen) worden genoemd. Deze vallen echter niet onder de Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016 en/of deze Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein. Het gaat om:
3.3.1 Bepalingen voor muziekonderwijs
Doelstelling: Het muziekonderwijs is er voor alle inwoners van Zuidplas die zich muzikaal willen ontwikkelen.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Activiteiten muziekonderwijs: eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteiten die vanuit de instelling worden georganiseerd, zoals algemene muzieklessen (zoals jaarcursussen en korte cursussen) overige muzikale activiteiten (zoals voorspeelavonden, concerten en projecten) en samenwerkingsactiviteiten (o.a. met scholen);
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor muziekonderwijs. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.3.2 Bepalingen voor bibliotheekwerk
Doelstelling: De bibliotheek is er voor alle inwoners van Zuidplas voor informatie, educatie, leesplezier, cultuur en ontmoeting.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de (BCF-)overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Activiteiten bibliotheekwerk: door een bibliotheek-instelling georganiseerde eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteiten zoals algemene activiteiten (toegang tot informatie, boekstart- en leesbevorderingsactiviteiten, ontmoeting en debat, deelname landelijk bibliotheeknetwerk), overige activiteiten (zoals activiteiten die gericht zijn op specifieke doelgroepen) en samenwerkingsactiviteiten (o.a. met scholen);
Bibliotheekvoorziening: een instelling die voor alle inwoners en instellingen van de gemeente Zuidplas een laagdrempelige toegangspoort is tot informatie en media, een betrouwbare partner in educatie en leesbevordering, een aantrekkelijk podium voor cultuurparticipatie en een ontmoetingsplaats voor jong en oud.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor bibliotheekwerk. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het totaal van het bepaalde subsidiebedrag aan een instelling hoger ligt dan € 50.000).
3.3.3 Bepalingen voor cultuureducatie en -participatie
Doelstelling: Het cultureel netwerk is er om culturele uitingen in de dorpen te inventariseren, stimuleren en te coördineren en om cultuureducatieve activiteiten mogelijk te maken.
Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de subsidie-overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 4 Wijze van bepaling van het subsidiebudget
Vanuit de opdrachtformulering aan betreffende instelling(en) en de daarop ingediende subsidieaanvraag, wordt het budget bepaald dat beschikbaar is voor cultuureducatie en -participatie. Het bepaalde budget wordt vervolgens vastgelegd in een subsidie-overeenkomst (op basis van BCF indien het bepaalde subsidiebedrag hoger ligt dan € 50.000).
3.3.4 Bepalingen voor cultuurhistorische activiteiten
Doelstelling: Historische instellingen zijn er voor alle inwoners van Zuidplas om kennis over te dragen over de geschiedenis van (een van de dorpen binnen) de gemeente. Deze doelstelling wordt nader geconcretiseerd in de overeenkomst die wordt afgesloten met de desbetreffende instelling(en).
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen:
3.3.5 Bepalingen voor evenementen en herdenkingen
Doelstelling: Evenementen en herdenkingen in verband met Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag en interklaas(intocht) dragen bij aan de sociale cohesie en leefbaarheid binnen de lokale gemeenschap.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Evenementenactiviteiten in verband met Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag en Sinterklaas(intocht) en afgestemd met de gemeente en de lokale middenstand komen voor subsidie in aanmerking.
3.3.6 Algemene bepalingen voor activiteitensubsidies voor Cultuur en Evenementen
In paragraaf 1.2, artikel 4 werd aangegeven dat:
Hieronder wordt de puntenverdeling voor activiteitensubsidies 'Cultuur en Evenementen' genoemd:
3.3.7 Bepalingen voor culturele instellingen
Doelstelling: Inwoners van Zuidplas worden in staat gesteld om zich op cultureel gebied te ontwikkelen (actief en passief).
3.3.8 Bepalingen voor evenementeninstellingen (activiteitensubsidies)
Doelstelling: Evenementen en volksfeesten dragen bij de aan de versterking van de woon- en leefomgeving en bevorderen de sociale cohesie binnen de dorpen van Zuidplas.
Aldus vastgesteld op 2 december 2025 (B25.000626)
Het college van burgemeester en wethouders
M. Burgmans
Gemeentesecretaris
J.F. Weber
burgemeester
Inleiding/juridische en beleidskaders
Op 16 september 2025 heeft de raad van Zuidplas de Nota Subsidiebeleid (herijking 2025) vastgesteld. In lijn met de Nota Subsidiebeleid 2025 heeft de raad eveneens op 16 september 2025 de Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2025 (hierna te noemen ASV) vastgesteld. Deze verordening bevat procedurele voorschriften die van toepassing zijn bij de subsidieverstrekking. De ASV geeft het college van Zuidplas de mogelijkheid om ter uitwerking van de verordening uitvoeringsregelingen vast te stellen.
Om bij het verlenen van de subsidies beleidsinhoudelijk zo actueel mogelijk te zijn, is de laatste uitvoeringsregeling (versie 2023) aangepast.
In deze Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein wordt per beleidsterrein ingegaan op de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie (gelet op de vanuit landelijke wetgeving en gemeentelijk beleid beoogde maatschappelijke effecten/doelstellingen en doelgroepen), procedurebepalingen, kosten die voor subsidie in aanmerking komen, berekening van de subsidies, verdeling van de subsidiebudgetten per subsidieplafond, specifieke weigeringsgronden en eventuele aanvullende verplichtingen.
NB: een lijst van onderliggende inhoudelijke (meest actuele) beleidsstukken per paragraaf is opgenomen bij de toelichting voor de hoofdstukken 2 en 3.
Algemene deel van de beleidsregels
In het eerste algemene, inleidende hoofdstuk komen algemene zaken aan de orde die voor alle subsidievormen relevant zijn. Het zijn regels die het college hanteert ten aanzien van bijvoorbeeld bevoorschotting en indexering van budgetten.
Vaststelling budgetten en plafonds
Jaarlijks zullen, bij het vaststellen van de gemeentebegroting, de subsidiebudgetten (instellingsubsidies) en subsidieplafonds (activiteiten- en incidentele subsidies) worden vastgesteld. In de uitvoeringsregeling zijn de verdeelregels voor de subsidies opgenomen waarbij de plafonds het maximum te verstrekken subsidiebedrag per beleidsterrein en eventueel delen daarvan bepalen.
De uitvoeringsregeling is zo opgesteld dat er, indien gewenst per beleidsterrein wijzigingen of aanvullingen kunnen worden aangebracht.
Soorten subsidies in relatie tot subsidiebedragen
|
||
|
||
|
|
Artikel 2 Aanspraak op subsidie
Een subsidieaanvrager moet volledig rechtsbevoegd zijn. Ook moet de subsidieaanvrager altijd een rechtspersoon zijn. Dit laatste (rechtspersoon) staat al omschreven in de Awb, artikel 4:66 en wordt daarom niet nogmaals opgenomen in deze uitvoeringsregeling.
Met dit artikel kunnen regionaal werkende instellingen zelf kiezen of ze wel of niet gebruik willen maken van het door het college vastgestelde aanvraagformulier. Het idee hierachter is dat het voor instellingen niet handig is als ze bij iedere gemeente met een ander subsidieformulier moeten werken. Het college gaat ervan uit dat de betreffende instellingen wel alle gegevens aanleveren die nodig zijn om de aanvraag goed te kunnen beoordelen. Als dat niet het geval is dan dient de instelling deze gegevens alsnog zo spoedig mogelijk aan te leveren.
Met dit artikel is het mogelijk om op een eenvoudige manier subsidie te ontvangen voor de legeskosten die optreden in verband met het organiseren van een evenement. In de aanvraagformulieren voor de evenementenvergunning kan een instelling aangeven of men in aanmerking wil komen voor subsidie voor de legeskosten.
Artikel 5 Wijze van uitbetalen
Dit artikel gaat over de bevoorschotting. Voor de subsidies die bij verlening direct worden vastgesteld, geldt dat er geen sprake is van een bevoorschotting. Hier wordt de subsidie na verlening en vaststelling immers direct uitbetaald. Voor de subsidies waarbij de vaststelling plaatsvindt nadat de activiteiten zijn verricht, geldt dat er in de beschikking wordt opgenomen volgens welke termijnen de bevoorschotting plaatsvindt.
Voor het intern verrekenen van subsidies is een apart lid opgenomen. Zoals ook in de Awb (artikel 4:93) en in de ASV (artikel 13) is opgenomen gaat het hierbij om vorderingen die worden verrekend met een publiekrechtelijke schuld (subsidie) waarbij een nauw verband is tussen de twee bedragen.
1.1 Algemene bepalingen instellingssubsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
Artikel 2 Aanspraak op subsidie volgens BCF-methodiek
In dit artikel wordt in het kort aangegeven hoe de BCF-methodiek werkt. Er wordt verwezen naar de Nota Subsidiebeleid voor meer informatie. Belangrijk bij de BCF-methodiek is dat er, op basis van dialoog, voor een bepaald aantal jaar (een cyclus duurt in principe 4 jaar) een overeenkomst wordt aangegaan tussen instelling en gemeente. In de uitvoeringsregeling wordt de mogelijkheid open gehouden om in een volgende periode met nieuwe aanbieders in gesprek te gaan.
Over de termijn die wordt gehanteerd, kunnen we zeggen dat dit minimaal een jaar voor afloop van de overeenkomst moet zijn. Dus: als de overeenkomst afloopt op 31 december 2029, dan moet uiterlijk voor 31 december 2028 bekend zijn met wie de gemeente de nieuwe cyclus gaat voorbereiden. De gesprekken hierover moeten dan tussen september en november 2028 al worden gevoerd met zowel de huidige als de (eventuele) nieuwe partij.
Artikel 3 Aanspraak op subsidie overige instellingssubsidies (niet-BCF)
In dit artikel zijn criteria opgenomen om een keuze te maken welke instelling(en) subsidie kan/kunnen ontvangen en welke niet. Dit artikel wordt toegepast als er meerdere subsidieaanvragers zijn voor een bepaalde werksoort. De criteria zijn gerangschikt op prioriteit. Scoort de ene instelling beter op criterium a. dan de andere instelling dan hoeven de andere criteria niet meer te worden afgewogen.
Artikel 4 Subsidieovereenkomst
In dit artikel wordt aangegeven dat een subsidieovereenkomst altijd gekoppeld wordt aan een subsidiebeschikking. Het is mogelijk om ieder jaar een beschikking af te geven bij een overeenkomst die voor meerdere jaren is afgesloten. In beginsel is het ook mogelijk om een meerjaarlijkse subsidiebeschikking af te geven maar daarbij wordt altijd een begrotingsvoorbehoud gemaakt.
Voor alle instellingssubsidies geldt dat er sprake is van maatwerk en dat er in de gesprekken over de subsidie kan worden bepaald voor hoeveel jaar er een overeenkomst wordt afgegeven en wat voor soort beschikking daar het beste bij past.
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De indexering wordt ook opgenomen in de subsidieovereenkomst.
In dit artikel is opgenomen in hoeverre het vormen van reserves is toegestaan voor alle instellingen die een instellingssubsidie ontvangen.
In het eerste lid staat dat instellingen met een subsidie tussen de € 5.000 en € 50.000 wel een financieel verslag of jaarrekening bij hun aanvraag tot vaststelling dienen te voegen. Hoewel het college een inhoudelijk verslag van groter belang vindt dan een financieel verslag, vraagt zij toch om de financiële gegevens te mogen ontvangen. Het college wil graag een volledig beeld van de activiteiten, ook met het oog op de subsidieverstrekking in een volgend jaar.
In het tweede lid is opgenomen dat per instelling afspraken worden gemaakt over of de goedgekeurde accountantsverklaring moet worden overlegd bij de aanvraag tot vaststelling. Als een instelling aan kan tonen dat de financiën goed gecontroleerd worden (bijvoorbeeld aan de hand van een uitgebreid verslag van een kascontrolecommissie) dan kan zij vrijgesteld worden van de verplichting om een accountantsverklaring te overleggen.
Artikel 9 Beoordelen en afrekenen
In dit artikel gaat in op de mogelijkheid om subsidie terug te vorderen. Dit artikel sluit aan op artikel 4:57 van de Awb waarin bepaald is dat onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen worden teruggevorderd. Het subsidiebeleid gaat er vanuit dat verantwoording vooral moet gebeuren in termen van bereikte inhoudelijke resultaten, maar wanneer er duidelijk minder producten zijn geleverd dan afgesproken dan kan de subsidie (deels) worden teruggevorderd.
1.2 Algemene bepalingen activiteitensubsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
Als extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) is opgenomen dat een instelling niet voor subsidie in aanmerking kan komen als de activiteit behoort tot de reguliere activiteiten van een instelling die alleen voor leden zijn bedoeld. Het idee hierachter is dat intern gerichte activiteiten door de leden zelf bekostigd kunnen worden en dat de gemeente met subsidiëring alleen wil bijdragen aan activiteiten die in principe ook voor niet-leden toegankelijk zijn, omdat dit de sociale samenhang binnen de dorpen bevordert en de participatie van de individuele burgers stimuleert.
Als tweede extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) is opgenomen dat de activiteit nog niet mag lopen op het moment van aanvragen. Het college moet bovendien al een beslissing hebben genomen voordat de activiteit begint. Formeel staat daar 13 weken voor, daarom is de indientermijn ook op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vastgesteld.
Voor nakomende aanvragen (benoemd in artikel 5 lid 3) geldt dat er, net als bij de incidentele subsidies, rekening kan worden gehouden met indientermijn van 6 weken voor de betreffende activiteit.
Artikel 3 Bepaling van subsidiabele kosten
In dit artikel staat welke kosten wel en niet subsidiabel zijn. Iedere aanvraag wordt hierop getoetst.
Artikel 4 Berekening subsidiebedragen
In de Nota Subsidiebeleid staat in paragraaf 4.1 over het gelijkheidsbeginsel:
"Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden en ongelijke gevallen naar de mate waarin zij verschillen. We passen dit beginsel toe door een subsidieaanvraag voor activiteiten te toetsen aan normen in de uitvoeringsregels. Met de normen in de uitvoeringsregels voorkomen we dat willekeur ontstaat. Daartoe stelt het college in de uitvoeringsregels bijvoorbeeld normbedragen per deelnemer of bezoeker, normbedragen per aanvraag (in veel gevallen een organisatie) en/of normbedragen per activiteit vast. Tegelijk beseffen we dat initiatieven vanuit de samenleving - met name bij vraaggestuurde activiteiten - zelden exact hetzelfde zijn. De normen die we hanteren mogen goede maatschappelijk initiatieven niet in de weg staan. Daarom kunnen we beargumenteerd afwijken van de normen in de uitvoeringsregels. Heel concreet betekent dit dat aan vergelijkbare initiatieven toch een verschillend subsidiebedrag kan worden toegekend."
Om aan deze uitgangspunten uit de Nota Subsidiebeleid te voldoen, wordt gewerkt aan de hand van een systematiek met een puntensysteem, waarbij instellingen per aanvraag maximaal 100 punten kunnen krijgen door te 'scoren' op een vijftal onderdelen.
Artikel 5 Verdeling van het subsidieplafond
Artikel 6 Steekproefsgewijze controle
Als het college gebruik wil maken van de mogelijkheid om een steekproefsgewijze controle te doen dan zal zij dit in haar beschikkingen moeten aankondigen.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Met dit artikel wordt de verantwoordelijkheid voor het terugbetalen van subsidie die niet is aangewend voor het doel waarvoor deze was bestemd, bij de instellingen gelegd.
In de beschikkingen wordt een meldplicht opgenomen.
1.3 Algemene bepalingen incidentele subsidies
Artikel 1 Doelstelling en reikwijdte
Net als bij de activiteitensubsidies is als extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) opgenomen dat een instelling niet voor subsidie in aanmerking kan komen als de activiteit behoort tot de reguliere activiteiten van een instelling die alleen voor leden zijn bedoeld.
Ook is als tweede extra weigeringsgrond (ten opzichte van de ASV) opgenomen dat de activiteit nog niet mag lopen op het moment van aanvragen. Het college moet bovendien al een beslissing hebben genomen voordat de activiteit begint. Formeel staat daar 13 weken voor, daarom is de indientermijn ook op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vastgesteld. Voor de nakomende aanvragen geldt dat er rekening kan worden gehouden met de indientermijn van 6 weken voor de betreffende activiteit (op grond van artikel 7 lid 3 van de ASV).
Artikel 3 Bepaling van subsidiabele kosten
In dit artikel staat welke kosten wel en niet subsidiabel zijn. Iedere aanvraag wordt hierop getoetst.
Artikel 4 Berekening van subsidiebedragen
Met de incidentele subsidies wordt beoogd om binnen de subsidiesystematiek ruimte te creëren voor nieuwe initiatieven. Door middel van startsubsidies, aanjaagsubsidies en subsidies voor eenmalige activiteiten wil het college instellingen tegemoetkomen die met iets nieuws komen en daarbij een steuntje in de rug nodig hebben.
Net als bij de activiteitensubsidies (zie artikel 4 lid 3 van paragraaf 1.2) zijn de subsidies voor de incidentele subsidies gemaximeerd op € 5.000.
Bij incidentele subsidies geldt verder dat maximaal 50% van de subsidiabele kosten ook daadwerkelijk gesubsidieerd wordt. Als er een volgend jaar weer subsidie wordt gevraagd voor dezelfde activiteit dan is de maximale subsidie lager.
Uitzondering op bovenstaande betreft de notariskosten die samenhangen met de feitelijke oprichting van de instelling. Deze worden voor 100% vergoed.
Artikel 5 Verdeling van het subsidieplafond
Artikel 6 Steekproefsgewijze controle
Als het college gebruik wil maken van de mogelijkheid om een steekproefsgewijze controle te doen dan zal zij dit in haar beschikkingen moeten aankondigen.
Artikel 7 Actieve terugbetalingsactie subsidieontvangers
Met dit artikel wordt de verantwoordelijkheid voor het terugbetalen van subsidie die niet is aangewend voor het doel waarvoor deze was bestemd, bij de instellingen gelegd.
In de beschikkingen wordt een meldplicht opgenomen.
Voor alle werksoorten is een aparte paragraaf opgenomen waarin de doelstellingen, begripsomschrijvingen en activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen en de bepaling van het subsidiebedrag zijn opgenomen. Dit is gedaan om een helder kader neer te leggen waarbinnen de subsidiëring plaats kan vinden.
Hieronder worden nog de onderliggende, meest actuele, beleidskaders per paragraaf aangegeven:
NB: De Integrale Visie Sociaal Maatschappelijk Domein (A25.001938)4 is overkoepelend aan hieronder genoemde thema-/werksoort-specifieke beleidsdocumenten of uitvoeringsprogramma’s.
In dit hoofdstuk wordt een drietal slotbepalingen genoemd. Er is gebruik gemaakt van de daarvoor gebruikelijke formuleringen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-533902.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.