Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 532910 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 532910 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De raad van de gemeente Amsterdam,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van DATUM WORDT TOEGEVOEGD BIJ DEFINITIEF BESLUIT,
gelet op:
artikel 2.4 van de Omgevingswet, dat bepaalt dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen;
artikel 16.30 en artikel 16.23, eerste lid, Omgevingswet, die bepalen dat:
op de voorbereiding van een omgevingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, met dien verstande dat een ieder een zienswijze bij de gemeenteraad mag indienen omtrent het ontwerp wijzigingsbesluit;
de artikelen 3:43 tot en met 3:45 en afdeling 3.7 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op een omgevingsplan;
artikel 16.78, eerste lid, Omgevingswet, dat bepaalt dat een wijziging van een omgevingsplan in werking treedt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekend gemaakt;
WORDT EVENTUEEL TOEGEVOEGD BIJ DEFINITIEF BESLUIT
WORDT EVENTUEEL TOEGEVOEGD BIJ DEFINITIEF BESLUIT.
Besluit;
Het Omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt gewijzigd conform de wijzigingen zoals opgenomen in Bijlage A.
Dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Slaapplaatsen hotels.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam, DATUM WORDT TOEGEVOEGD BIJ DEFINITIEF BESLUIT
Niet getekend ontwerp-exemplaar
BEROEPSCLAUSULE WORDT TOEGEVOEGD BIJ DEFINITIEF BESLUIT
A
Artikel 2.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Woonruimte is uitsluitend toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte, tenzij:
de woonruimte is gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover die vergunning voorziet in het realiseren van onzelfstandige woonruimten;
de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde omzettingsvergunning is verleend; of
het een omzetting naar een onzelfstandige woning betreft die in de Huisvestingsverordening is vrijgesteld van vergunningplicht als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder c van de Huisvestingwet.
In aanvulling op het eerste lid, onder a en b, is onzelfstandige woonruimte ook toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte toegestaan'.
In afwijking van het eerste lid, onder c, is omzetting naar onzelfstandige woonruimte niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte niet toegestaan'.
Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal onzelfstandige woonruimten' het minimum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.
Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal onzelfstandige woonruimten' het maximum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.
B
Artikel 3.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw is in elk geval sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.28:
Artikel 5.78t, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 3.28 gelezen voor «Lden»: »Lde».
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 3.28 gelezen voor «Lden»: «Lday».
C
Artikel 3.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 3.28 bedoelde standaardwaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als:
geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen;
de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en
het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.29:
Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen, gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting als elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.28, is berekend.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.26, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn en niet elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.28, is berekend, kan sprake zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als:
elke afzonderlijke woning beschikt over een bijna-geluidluwe gevel; en
zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.
Artikel 5.78u, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 3.29 gelezen voor «Lden»: »Lde».
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 3.29 gelezen voor «Lden»: «Lday».
D
Na paragraaf 3.2.14 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
Deze paragraaf is van toepassing op het realiseren van nieuwe slaapplaatsen in een hotel en op locaties waar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning een hotel is toegestaan.
Deze paragraaf is niet van toepassing op het verplaatsen van bestaande slaapplaatsen in een hotel waarbij het aantal slaapplaatsen niet toeneemt.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning nieuwe slaapplaatsen in een hotel te realiseren.
Het verbod, bedoeld in artikel 3.54, is niet van toepassing op het realiseren van nieuwe slaapplaatsen op de volgende locaties, voor zover het daarbij aangegeven aantal slaapplaatsen niet wordt overschreden:
Papaverweg 9: 64 slaapplaatsen;
Jan Pieter Heijestraat 66: 220 slaapplaatsen;
Klaprozenweg 57-59: 388 slaapplaatsen;
Akersluis 8a: 106 slaapplaatsen;
Meer en Vaart 300 (project Stadscentrum Osdorpplein): 175 slaapplaatsen;
Centrale Groothandelsmarkt 186 (project Foodcenter Amsterdam): 90 slaapplaatsen;
Nina Simoneplein (project Eleven Square): 760 slaapplaatsen;
Science Park 904 (project Amsterdam Science Park, kavel 15): 400 slaapplaatsen;
Grasweg 46: 236 slaapplaatsen;
Apollolaan 138: 44 slaapplaatsen;
Johan Huizingalaan 704 t/m 708 (even) en 801 t/m 1413 (oneven) (project B@Home, Schinkelkwartier): 60 slaapplaatsen;
Asterdwarsweg 1: 386 slaapplaatsen.
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.54, wordt alleen verleend als:
de exploitatie van een of meer hotels geheel en blijvend wordt beëindigd, waarbij het aantal nieuwe slaapplaatsen in het hotel waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd niet groter is dan het aantal bestaande slaapplaatsen in het hotel of de hotels waarvan de exploitatie wordt beëindigd; en
de toeristische druk niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.54, wordt in elk geval het voorschrift verbonden:
dat het maximum aantal nieuwe slaapplaatsen gelijk is aan het aantal nieuwe slaapplaatsen waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend; en
dat het gebruik van de nieuwe slaapplaatsen alleen is toegestaan, indien de exploitatie van het hotel met de bestaande slaapplaatsen geheel en blijvend wordt beëindigd.
Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.54, worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.54, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het aantal nieuwe slaapplaatsen in het hotel waarvan de exploitatie wordt beëindigd;
een plattegrondtekening op schaal met de kamers en bestaande slaapplaatsen van het hotel waarvan de exploitatie wordt beëindigd;
een verzoek van de aanvrager om een wijziging van het omgevingsplan waarmee toepassing wordt gegeven aan artikel 3.58, of een verzoek van de aanvrager om de omgevingsvergunning die het gebruik van een hotel mogelijk maakt, in te trekken;
bewijs dat de aanvrager het vanuit een eigendomspositie in zijn macht heeft de exploitatie te beëindigen en bevoegd is om het verzoek bedoeld onder c te doen;
het aantal nieuwe slaapplaatsen in het hotel waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd;
een plattegrondtekening op schaal met de kamers en nieuwe slaapplaatsen in het hotel waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd;
een beschrijving van het hotelconcept waarvan de nieuwe slaapplaatsen onderdeel zijn.
Ter plaatse van de aanduiding 'hotel niet toegestaan' is, in afwijking van het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan, geen hotel toegestaan.
E
Artikel 4.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw is aanvaardbaar als het geluid op het geluidgevoelig gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 4.48:
Artikel 5.78t, tweede tot en met vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing.
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 4.48 gelezen voor «Lden»: »Lde».
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 4.48 gelezen voor «Lden»: «Lday».
F
Artikel 4.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Wanneer het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 4.48 bedoelde standaardwaarde, kan het geluid aanvaardbaar zijn als:
geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen;
de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en
het geluid op het geluidgevoelige gebouw niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 4.49.
Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Als de aanvraag betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 4.48, is berekend.
Als de aanvraag betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, en niet elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 4.48, is berekend, kan sprake zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als:
Artikel 5.78u, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 4.49 gelezen voor «Lden»: »Lde».
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten:
gelden de waarden in Lnight niet; en
wordt in tabel 4.49 gelezen voor «Lden»: «Lday».
G
Artikel 7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen is aanvaardbaar als het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 7.6.
Artikel 5.78m, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van overeenkomstige toepassing.
H
Artikel 7.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Wanneer het geluid op een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in artikel 7.6 of de heersende waarde, bedoeld in artikel 7.7, kan het geluid aanvaardbaar zijn als:
geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de hoogste van de in artikel 7.6 en 7.7 bedoelde waarden te voldoen;
de overschrijding van de hoogste van de in artikel 7.6 en 7.7 bedoelde waarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en
het geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 7.8, zoals opgenomen in het tweede lid.
Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Artikel 5.78n, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van overeenkomstige toepassing.
I
Artikel 9.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.
Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 9.28, of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
beschrijving van de aard en omvang van de activiteit;
gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:
een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en
gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
J
Artikel 9.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In ieder geval in de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht:
als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken aan motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen;
als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt;
bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden;
bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken;
bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren;
bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; en
als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:
Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.
Er wordt ook een geluidonderzoek verricht als de volgende activiteiten worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld:
het gelijktijdig in gebruik hebben van een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren met een gezamenlijk geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer, waarbij bij het bepalen van het gezamenlijk vermogen buiten beschouwing blijven:
elektromotoren en verbrandingsmotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder;
elektromotoren en verbrandingsmotoren die tijdelijk aanwezig zijn;
elektromotoren die in een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een woonfunctie voor dat gebouw worden gebruikt; en
elektromotoren van bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen; en
het gebruiken van niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer.
Uit het rapport van het geluidonderzoek blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen wat de geluidbelasting is en of daarmee aan de waarden, bedoeld in dit Omgevingsplan of de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift wordt voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen en/of maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden worden overschreden en wanneer deze worden getroffen.
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit als bedoeld in lid 1 en 3 wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in dit artikel, verstrekt aan het bevoegd gezag.
Dit artikel is niet van toepassing als artikel 9.8 van toepassing is.
K
Artikel 9.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw is niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 9.42.a.
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
65 dB(A) |
65 dB(A) |
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
65 dB(A) |
65 dB(A) |
Het geluid door een activiteit in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, is niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 9.42.b.
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
35 dB(A) |
30 dB(A) |
25 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
55 dB(A) |
55 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
45 dB(A) |
45 dB(A) |
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
35 dB(A) |
30 dB(A) |
25 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
55 dB(A) |
55 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
45 dB(A) |
45 dB(A) |
L
Artikel 9.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van het bepaalde in artikel 9.42, eerste lid, geldt dat het geluid door een activiteit die wordt verricht ter plaatse van de aanduiding 'bedrijventerrein – afwijkende geluidwaarde' op een geluidgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijventerrein – afwijkende geluidwaarde', niet hoger is dan de waarde, bedoeld in tabel 9.46.
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
55 dB(A) |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
75 dB(A) |
75 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
55 dB(A) |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
75 dB(A) |
75 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
In aanvulling op het eerste lid geldt dat het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger is dan de waarde, bedoeld in tabel 9.46.
M
Artikel 9.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied – afwijkende geluidnorm' geldt in afwijking van het bepaalde in artikel 9.42, eerste lid dat het geluid door een activiteit die ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied – afwijkende geluidnorm' wordt verricht, op een geluidgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied – afwijkende geluidnorm' niet hoger is dan de waarde, bedoeld in tabel 9.47.
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
35 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
65 dB(A) |
65 dB(A) |
|
|
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 23.00 uur |
23.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
35 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
- |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
- |
65 dB(A) |
65 dB(A) |
In aanvulling op het eerste lid geldt op een locatie anders dan ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied – afwijkende geluidnorm' dat het geluid door een activiteit, waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, op een geluidgevoelig gebouw niet hoger is dan de waarde, bedoeld in tabel 9.47.
Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:
N
Artikel 9.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 9.47, eerste lid, in samenhang met tabel 9.47, eerste rij, en het tweede lid van dat artikel, is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, en die rechtmatig plaatsvond op het moment dat deze bepaling in werking trad, op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarde bedoeld in tabel 9.48.a, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van deze bepaling.
In afwijking van artikel 9.47, eerste lid, in samenhang met tabel 9.47, derde rij, is het maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden dan aandrijfgeluid van transportmiddelen bij een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, en die rechtmatig plaatsvond op het moment dat deze bepaling in werking trad, op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan 70 dB(A) tussen 6.00 en 7.00, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van deze bepaling.
In afwijking van artikel 9.42, tweede lid, in samenhang met tabel 9.42.b, eerste rij, is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, en die rechtmatig plaatsvond op het moment dat deze bepaling in werking trad in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarde bedoeld in tabel 9.48.b, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van deze bepaling.
|
|
06.00 - 19.00 uur |
19.00 - 22.00 uur |
22.00 - 06.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
35 dB(A) |
30 dB(A) |
25 dB(A) |
|
|
06.00 - 19.00 uur |
19.00 - 22.00 uur |
22.00 - 06.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
35 dB(A) |
30 dB(A) |
25 dB(A) |
In afwijking van artikel 9.42, tweede lid, in samenhang met tabel 9.42.b, derde rij, en in afwijking van artikel 9.43, is het maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden dan aandrijfgeluid van transportmiddelen bij een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, en die rechtmatig plaatsvond op het moment dat deze bepaling in werking trad, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarde bedoeld in tabel 9.48.c, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van deze bepaling.
|
|
06.00 - 07.00 |
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 22.00 uur |
22.00 - 06.00 uur |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
55 dB(A) |
- |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
|
|
06.00 - 07.00 |
07.00 - 19.00 uur |
19.00 - 22.00 uur |
22.00 - 06.00 uur |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
55 dB(A) |
- |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het tweede en vierde lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:
O
Artikel 9.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 9.42 is het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken aan motorvoertuigen van derden dat rechtmatig plaatsvond op het moment dat deze bepaling in werking trad, op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 9.49, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van deze bepaling.
|
|
07.00 -21.00 uur |
21.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
50 dB(A) |
40 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
70 dB(A) |
65 dB(A) |
|
|
07.00 -21.00 uur |
21.00 - 07.00 uur |
|
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten |
50 dB(A) |
40 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen |
70 dB(A) |
70 dB(A) |
|
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden |
70 dB(A) |
65 dB(A) |
De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.
P
Artikel 9.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 9.78.
Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 9.78.
Q
Artikel 9.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de herhaald voorkomende trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 9.79.
Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 9.79.
R
Artikel 9.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De geur op een geurgevoelig gebouw ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' en daarbuiten door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, is niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 9.105.
|
Geurgevoelig gebouw |
Waarde |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
2,0 ouE/m3 |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
8,0 ouE/m3 |
|
Geurgevoelig gebouw |
Waarde |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
2,0 ouE/m3 |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
8,0 ouE/m3 |
Op het berekenen van de geur, bedoeld in het eerste lid, is afdeling 6.2 van de Omgevingsregeling van toepassing.
In aanvulling op het eerste lid, geldt het daar bepaalde ook ter plaatse van de bebouwde kom.
S
Artikel 9.107 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 9.105, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 9.107, tot de volgende geurgevoelige gebouwen:
een geurgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;
een geurgevoelig gebouw dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;
een geurgevoelig gebouw met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:
op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf;
in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en
in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten;
een geurgevoelig gebouw dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig gebouw met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.
|
Geurgevoelig gebouw met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000 |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Geurgevoelig gebouw met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000 |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
T
Artikel 9.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De afstand bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.108.
|
Geurgevoelig gebouw |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Geurgevoelig gebouw |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
U
Artikel 9.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 9.108 is niet van toepassing als op een locatie waarop onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in dat artikel.
In een geval als bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan aan de afstanden bedoeld in tabel 9.109.
|
Geurgevoelig gebouw |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
25 m |
|
Geurgevoelig gebouw |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
25 m |
V
Artikel 9.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Onverminderd de artikelen 9.105 tot en met 9.109 is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor of zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.110.
|
Geurgevoelig gebouw |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
25 m |
|
Geurgevoelig gebouw |
Afstand |
|
Gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
25 m |
In afwijking van artikel 9.104 geldt de afstand, bedoeld in het eerste lid, vanaf de gevel van een dierenverblijf.
W
Artikel 9.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op het opslaan van:
Dit artikel is niet van toepassing op:
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand bij het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.115.
|
Opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
X
Artikel 9.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand bij het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.116.
|
Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding ‘bebouwingscontour geur’ |
50 m |
|
Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding ‘bebouwingscontour geur’ |
50 m |
Y
Artikel 9.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen:
Dit artikel is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.117.
Z
Artikel 9.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m2 of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder mestbassin tevens een mestkelder verstaan die niet onder een dierenverblijf ligt.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.118.
|
Opslaan van drijfmest, digestaat en dunne fractie in een mestbassin |
Afstand |
|
|
|
Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving |
Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving |
|
Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2 |
50 m |
25 m |
|
Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2 |
100 m |
50 m |
|
Opslaan van drijfmest, digestaat en dunne fractie in een mestbassin |
Afstand |
|
|
|
Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving |
Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving |
|
Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2 |
50 m |
25 m |
|
Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2 |
100 m |
50 m |
AA
Artikel 9.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op het exploiteren van een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 4.864 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Dit artikel is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.119.
|
Voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur’ |
50 m |
|
Voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur’ |
50 m |
BB
Artikel 9.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3.
Dit artikel is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de composteringshoop of de opslagplaats voor groenafval tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 9.120.
|
Composteren of opslaan van groenafval |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
|
Composteren of opslaan van groenafval |
Afstand |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
100 m |
|
Geurgevoelig gebouw gelegen buiten de aanduiding 'bebouwingscontour geur' |
50 m |
CC
Artikel 9.252 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 9.249 kan huishoudelijk afvalwater worden geloosd op of in de bodem als de lozing rechtmatig plaatsvond op het moment dat dit artikel in werking trad, mits de lozing naar aard en omvang niet verschilt van de lozing zoals deze op dat moment plaatsvond.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.
Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 9.252.
Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het derde lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank:
DD
Artikel 9.262 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.
Voor het lozen van dat grondwater op of in de bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, gemeten in een steekmonster.
Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 9.262, gemeten in een steekmonster.
|
Stof |
in μg/l of mg/l |
|
Naftaleen |
0,2 μg/l |
|
PAK’s |
1 μg/l |
|
BTEX |
50 μg/l |
|
Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor |
20 μg/l |
|
Aromatische organohalogeen-verbindingen |
20 μg/l |
|
Minerale olie |
500 μg/l |
|
Cadmium |
4 μg/l |
|
Kwik |
1 μg/l |
|
Koper |
11 μg/l |
|
Nikkel |
41 μg/l |
|
Lood |
53 μg/l |
|
Zink |
120 μg/l |
|
Chroom |
24 μg/l |
|
Onopgeloste stoffen |
50 mg/l |
|
Stof |
in μg/l of mg/l |
|
Naftaleen |
0,2 μg/l |
|
PAK’s |
1 μg/l |
|
BTEX |
50 μg/l |
|
Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor |
20 μg/l |
|
Aromatische organohalogeen-verbindingen |
20 μg/l |
|
Minerale olie |
500 μg/l |
|
Cadmium |
4 μg/l |
|
Kwik |
1 μg/l |
|
Koper |
11 μg/l |
|
Nikkel |
41 μg/l |
|
Lood |
53 μg/l |
|
Zink |
120 μg/l |
|
Chroom |
24 μg/l |
|
Onopgeloste stoffen |
50 mg/l |
Het lozen op een riool vindt plaats via een doelmatige en op het te lozen debiet gedimensioneerde bezinkinstallatie.
Dat grondwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.
EE
Artikel 9.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 4.140, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, ook worden geloosd in een riool.
Voor het lozen van dat afvalwater in een schoonwaterriool, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 9.288, gemeten in een steekmonster.
Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.
FF
Artikel 9.336 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt na het tijdelijk uitnemen van grond, die grond teruggebracht in de bodem in hetzelfde ontgravingsprofiel.
In afwijking van het eerste lid wordt grond na het tijdelijk uitnemen niet teruggebracht in de bodem als de grond een bewerking heeft ondergaan anders dan het uitzeven van bodemvreemd materiaal.
In afwijking van het eerste lid, wordt grond na het tijdelijk uitnemen niet teruggebracht in de bodem als:
een of meer van de interventiewaarden bodemkwaliteit worden overschreden voor de in tabel 9.336 opgenomen mobiele stoffen; of
bij de aanwezigheid van PFAS een of meer van de volgende waarden worden overschreden waarbij het gaat om de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie:
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
|
3 |
Overige stoffen: |
|
3.1 |
Minerale olie |
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
|
3 |
Overige stoffen: |
|
3.1 |
Minerale olie |
Het derde lid, aanhef en onder a geldt niet, als uit een grondwateronderzoek dat is uitgevoerd volgens NEN 5740 of NTA 5755 blijkt dat de signaleringsparameters, bedoeld in bijlage Vd bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, niet worden overschreden voor deze stoffen.
GG
Artikel 9.356 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt in afwijking van artikel 4.1230a, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving, grond na het tijdelijk uitnemen niet teruggebracht in de bodem als:
een of meer van de interventiewaarden bodemkwaliteit als bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving worden overschreden voor de in tabel 9.356 opgenomen mobiele stoffen; of
bij de aanwezigheid van PFAS een of meer van de volgende waarden worden overschreden waarbij het gaat om de gemeten waarden zonder bodemtypecorrectie:
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
|
3 |
Overige stoffen: |
|
3.1 |
Minerale olie |
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
|
3 |
Overige stoffen: |
|
3.1 |
Minerale olie |
Het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet, als uit een grondwateronderzoek dat is uitgevoerd volgens NEN 5740 of NTA 5755 blijkt dat de signaleringsparameters, bedoeld in bijlage Vd bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de mobiele stoffen niet worden overschreden.
HH
Artikel 9.364 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem vindt in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw het saneren van de bodem alleen plaats volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging, bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het gaat om de aanwezigheid van een verontreiniging met vluchtige stoffen boven de waarde toelaatbare kwaliteit op de locatie van het gebouw.
Onder vluchtige stoffen wordt verstaan de in tabel 9.364 opgenomen vluchtige stoffen.
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
De bevoegdheid om een maatwerkvoorschrift te stellen als bedoeld in artikel 9.5 houdt in ieder geval in dat het bevoegd gezag kan toestaan dat de verontreiniging met vluchtige stoffen, bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt verwijderd, als volledige verwijdering van de verontreiniging redelijkerwijs niet kan worden gevraagd door:
II
Artikel 9.365 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt in afwijking van artikel 4.1241, vijfde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, grond niet herschikt onder een afdeklaag als:
een of meer van de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt overschreden voor de in tabel 9.365 opgenomen mobiele stoffen; of
bij de aanwezigheid van PFAS een of meer van de volgende waarden worden worden overschreden waarbij het gaat om de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie:
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
|
3 |
Overige stoffen: |
|
3.1 |
Minerale olie |
|
1 |
Aromatische verbindingen: |
|
1.1 |
Benzeen |
|
1.2 |
Ethylbenzeen |
|
1.3 |
Tolueen |
|
1.4 |
Xylenen (som) |
|
2 |
Gechloreerde koolwaterstoffen, subgroep vluchtige chloorkoolwaterstoffen: |
|
2.1 |
monochlooretheen (vinylchloride) |
|
2.2 |
dichloormethaan |
|
2.3 |
1,1-dichloorethaan |
|
2.4 |
1,2-dichloorethaan |
|
2.5 |
1,1-dichlooretheen |
|
2.6 |
1,2-dichlooretheen (som) |
|
2.7 |
dichloorpropanen (som) |
|
2.8 |
trichloormethaan (chloroform) |
|
2.9 |
1,1,1-trichloorethaan |
|
2.10 |
1,1,2-trichloorethaan |
|
2.11 |
trichlooretheen (tri) |
|
2.12 |
tetrachloormethaan (tetra) |
|
2.13 |
tetrachlooretheen (per) |
|
3 |
Overige stoffen: |
|
3.1 |
Minerale olie |
Het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet, als uit een grondwateronderzoek dat is verricht volgens NEN 5740 of NTA 5755, blijkt dat de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage Vd bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, niet worden overschreden voor deze mobiele stoffen.
JJ
Het opschrift van artikel 9.367 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KK
Het opschrift van artikel 9.368 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LL
Het opschrift van artikel 9.369 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Het opschrift van artikel 9.370 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarnaar in de regels wordt verwezen, en waarmee in samenhang met die regeltekst regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ongeacht of die werkzaamheden plaatsvinden in het kader van het realiseren van een bouwwerk.
aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van dit omgevingsplan.
aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.22, eerste lid, van dit omgevingsplan.
aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.29, eerste lid, van dit omgevingsplan.
aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, van dit omgevingsplan.
aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, van dit omgevingsplan.
een cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, als bedrijventerrein bestemd gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein
een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij, houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen.
bedrijf dat goederen geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigt, bewerkt of herstelt naar ander gebruik.
straathandel, uitgeoefend op een markt of op een staan- of ligplaats ambulante handel buiten de markt, niet zijnde venten.
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018.
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.
het tegen betaling in gebruik geven van:
een woning die gezien ligging en functie bedoeld is voor de huisvesting van personen wier aanwezigheid gelet op het gebruiksdoel van een gebouw of terrein noodzakelijk is.
Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam zoals die is vastgesteld en bekendgemaakt door het college van burgemeester en wethouders, en geldt op het moment waarop een vergunningaanvraag wordt gedaan.
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.
de bestaande bouwhoogte van elk afzonderlijk punt van het legaal gebouwd bestaand gebouw.
slaapplaatsen die op de datum van inwerkingtreding van paragraaf 3.2.15 feitelijk en legaal aanwezig waren in een hotel, dan wel met een omgevingsvergunning zijn toegestaan.
het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen.
een op het bij een hoofdgebouw behorend erf gerealiseerd gebouw dat niet zoals een aanbouw of uitbouw in directe verbinding staat met het hoofdgebouw door bijvoorbeeld een opening of deur.
een gevel waarop het berekende geluid niet hoger is dan de standaardwaarde plus daarbij opgeteld 3dB.
kelder, souterrain, kap of dakopbouw.
gebouw als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
gebouw als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond, en met uitsluiting van bijzondere bouwlagen.
gebouw of gedeelte van een gebouw, gelegen boven maaiveld.
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013.
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015
buisleiding als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving.
voor publiek toegankelijk gebouw waar sociaal-culturele activiteiten worden gefaciliteerd en georganiseerd voor met name buurtbewoners.
speelcasino als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen.
het bedrijfsmatig verlenen van diensten met rechtstreeks contact aan consumenten, zoals bankfilialen met hoofdzakelijk een baliefunctie, reisbureaus, kappers, nagelstudio’s en naar de aard daarmee te vergelijken vormen van dienstverlening.
markt die ten minste vier dagen per week wordt gehouden.
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak of een toevoeging aan een plat dak.
voor publiek toegankelijke instelling die in hoofdzaak is gericht op het organiseren van debatten.
het bedrijfsmatig ter plekke te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van goederen aan consumenten. Onder detailhandel wordt niet verstaan een onderneming die in hoofdzaak is gericht op het ter plekke te koop aanbieden van ter plaatse bereide, voor directe consumptie bedoelde fastfoodproducten.
Erfgoedverordening van Amsterdam, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2015, gemeenteblad 2015, nr. 301/1388.
bowlingbaan, minigolf, speelparadijs, gamehal, arcadehal, gelegenheid voor laser-gamen, escaperoom, biljart- en snookerzaal, speel- en spelvoorziening, activiteit gericht op belevingen, en naar de aard daarmee te vergelijken faciliteiten en voorzieningen, niet zijnde een elders in deze paragraaf of elders in deze afdeling specifiek genoemde voorziening of faciliteit.
faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak, uitsluitend zijnde een:
kartbaan;
dierentuin;
casino; of
gebouw, in hoofdzaak bedoeld voor het stallen van vervoersmiddelen.
gemiddeld hoogste grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.61, eerste lid.
gemiddeld hoogste grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.61, tweede lid.
een gebouw als bedoeld in artikel 9.84 van dit omgevingsplan.
een detailhandelsvestiging met een winkelvloeroppervlak van minimaal 1.500 m2 per bedrijfsvestiging in één branche.
onderneming gericht op het bedrijfsmatig aanbieden van faciliteiten ten behoeve van overnachten voor recreatief of zakelijk verblijf in een gebouw, voor de duur van 1 dag tot en met 12 maanden, anders dan op een kampeerterrein of vakantiepark, met inbegrip van bijbehorende faciliteiten voor hotelgasten en congresfaciliteiten. Onder een hotel wordt niet verstaan het gebruik van woonruimte of de daarbij behorende opstallen voor bed & breakfast, short stay of vakantieverhuur.
Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.
een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat slacht-, fok-, leg-, pels- of melkdieren houdt, zonder of nagenoeg zonder weidegang of vrije uitloop, met uitzondering van veehouderij waarin producten worden vervaardigd die gecertificeerd zijn volgens in Nederland geldende regelgeving van de Europese Unie voor biologische producten en met uitzondering van viskwekerij.
ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997
een ruimte, die hoofdzakelijk is ingericht voor bureauwerkzaamheden
bouwlaag waarvan de dakconstructie bestaat uit ten minste één hellend dakvlak.
bouwwerk van hoofdzakelijk glas of ander lichtdoorlatend materiaal, bedoeld voor de teelt van assimilerende organismen.
bouwlaag, waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,50 meter boven het gemiddeld aangrenzende straatpeil is gelegen.
het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, zoals dat plaatsvindt in een kindercentrum, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, en naar de aard daarmee vergelijkbare activiteiten, niet zijnde opvang aan huis.
een al dan niet overdekte voorziening voor het beoefenen van sport op kunstijs.
De kwaliteitsnorm zoals opgenomen in de landelijke richtlijn voor archeologisch onderzoek, bedoeld in artikel 5.5, onder b, van de Erfgoedwet.
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren
spoorweg die krachtens artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor als zodanig is aangewezen.
het verkopen van goederen of eetwaren vanuit de gevel van een gebouw gelegen aan de openbare weg.
Besluit van 26 november 2002 tot vaststelling van een luchthavenindelingbesluit voor de luchthaven Schiphol.
Het verlenen van publieksgerichte diensten of het bieden van voorzieningen op het gebied van educatie, onderwijs, welzijn, gezondheidszorg, en levensbeschouwing. Onder maatschappelijke dienstverlening vallen in elk geval:
instellingen gericht op het geven van basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger beroeps en universitair onderwijs, en instellingen gericht op het geven van avondonderwijs;
ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare medische centra;
overige voorzieningen voor medische zorgverlening zoals huisartsenposten, GGZ-instellingen, revalidatiecentra, tandartsen- of fysiotherapiepraktijken, dierenartspraktijken;
overige dienstverlening op het gebied van zorg en welzijn zoals een verpleeghuis, een verzorgingshuisconsultatiebureaus, apotheken, afkickklinieken, jeugdzorginstelling, dak- en thuislozenopvang, drugsopvang, asielzoekerscentra;
overige voorzieningen op het gebied van maatschappelijke dienstverlening zoals een buurtcentrum, bibliotheek, kinderopvang, muziek- en dansschool, oefenstudio, religieuze instelling en school(werk)tuin.
bedrijf gericht op het lesgeven in paardrijden aan derden en daarvoor paarden houdt.
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
markt, zoals bedoeld in de Marktverordening.
marktplaats, zoals bedoeld in de Marktverordening.
een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht, met een maximum winkelvloeroppervlak van 300 m2.
voor het publiek toegankelijke instelling waar materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving op het gebied van kunst, cultuur, historie en techniek worden verzameld, bewaard, onderzocht en/of tentoongesteld, en waarbij informatie wordt verstrekt voor studie, educatie en/of recreatie.
instelling gericht op het bieden van onderwijs, niet zijnde onderwijs als bedoeld in subparagraaf 2.3.2.1, in hoofdzaak gericht op muziek, dans en kleinkunst, en daarmee vergelijkbare instellingen.
NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.
NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.
NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019
NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005.
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006.
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016.
NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015.
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012.
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003.
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.
NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik(ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.
slaapplaatsen die op de datum van inwerkingtreding van paragraaf 3.2.15 niet feitelijk en legaal aanwezig waren in een hotel.
NTA 9065:2012: Luchtkwaliteit - Geurmetingen - Meten en rekenen geur, versie 2012
(hoofdzakelijk) moestuin zonder tuinhuis van een lid van de vereniging van het volkstuinpark.
activiteit, bedoeld in artikel 7.4, onder a tot en met e, van dit omgevingsplan.
omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
een niet zelfstandige horeca-activiteit die plaatsvindt binnen een culturele instelling en daarvan onderdeel is.
omgevingsplanactiviteit bestaande uit het verrichten van activiteiten in, aan, op of bij een gemeentelijk monument of een voorbeschermd gemeentelijk monument.
omgevingsplanactiviteit bestaande uit het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk.
omgevingsplanactiviteit slopen binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
regeling van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.
omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 4.7 van dit omgevingsplan.
onder het maaiveld gelegen gebouw of een gedeelte van een gebouw, zoals een kelder, souterrain of parkeerkelder, voor zover de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil, uitgezonderd funderingsconstructies.
woonruimte welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen.
instellingen met een gezondheidszorgfunctie, bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor zover die niet vallen onder artikel 2.27 en artikel 2.28 van dit omgevingsplan.
een agrarisch bedrijf gericht op het houden van paarden, waarbij uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden.
in dit omgevingsplan wordt onder peil verstaan:
voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of een tuin grenst: de hoogte van die weg of tuin ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw;
voor bouwwerken op gronden met bestemming 'verkeer - railverkeer', met uitzondering van viaducten en duikers: de hoogte van de spoorstaaf;
voor bouwwerken op het perron: de hoogte van het perron;
als in het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil;
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
een detailhandelsvestiging die vooral volumineuze artikelen (goederen) verkoopt, uitsluitend voor zover het betreft detailhandel in auto's, boten, caravans en tenten, op het gebied van woninginrichting, waaronder de verkoop van keukens, badkamers en meubelen, en detailhandel in de vorm van doe-het-zelf bouwmarkten en tuincentra.
markt die gedurende maximaal 26 weken per kalenderjaar wordt gehouden.
het zich beschikbaar stellen om tegen vergoeding seksuele handelingen met een ander te verrichten.
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig is, gelegenheid wordt gegeven tot prostitutie.
een prostitutiebedrijf, waar het werven van klanten gebeurt door prostituees die zichtbaar zijn vanaf de weg.
voor publiek toegankelijke instelling die het ter plaatse bijeenkomen faciliteert om een godsdienst of levensovertuiging te belijden of uit te oefenen.
elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden.
door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken.
ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen.
gewassen, zoals gras, maïs, voederbieten en luzerne, die in de volle grond worden geteeld en waarvan de opbrengst is bestemd als voer voor landbouwhuisdieren.
het gebruik van tuinen, kassen en kwekerijen ten behoeve van educatie.
inrichting zijnde een:
seksautomatenhal: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar door middel van één of meer automaten voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden gegeven;
seksbioscoop: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar uitsluitend of hoofdzakelijk voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden gegeven door middel van audiovisuele apparatuur; of
sekstheater: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar ook anders dan door middel van audiovisuele apparatuur of automaten voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden gegeven.
een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar uitsluitend of hoofdzakelijk zaken van erotisch-pornografische aard aan particulieren worden verkocht of verhuurd.
het structureel aanbieden van een woning voor tijdelijke bewoning aan een huishouden voor een aaneensluitende periode van tenminste een week en maximaal zes maanden. Voor het overige wordt de woning als woonruimte gebruikt.
bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,50 meter boven het gemiddeld aangrenzende straatpeil is gelegen.
speelautomatenhal als bedoeld in de Verordening kansspelautomaten en speelautomatenhallen Amsterdam.
terrein bedoeld voor de uitoefening van sport, zoals sportvelden en/of sportbanen, en de bijbehorende bouwwerken, zoals tribunes, dug-outs, lichtmasten en met verenigingsgebouwen, kantines, kleedkamers en andere naar de aard daarmee te vergelijken accommodaties;
gebouw of gedeelte van een gebouw bedoeld voor de uitoefening van sport; en
bouwwerk of andere faciliteit ten behoeve van de uitoefening van watersport in de openbare buitenruimte.
plaats op of aan de openbare weg of het openbaar water buiten een markt, waarop de ambulante handel wordt uitgeoefend.
woonruimte die door burgemeester en wethouders is erkend als studentenwoning en die wordt verhuurd met een huurovereenkomst waarin is bepaald dat de woonruimte na beëindiging van de huurovereenkomst opnieuw aan een student zal worden verhuurd (campuscontract als bedoeld in artikel 274d, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek).
een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht en waarbij het winkelvloeroppervlak meer dan 300 m2 bedraagt.
wijzigingsbesluit van dit omgevingsplan, dat is gepubliceerd met toepassing van de IMRO-standaarden, bedoeld in artikel 11.1 lid 2 van het Besluit elektronische publicaties.
voorzieningen die toegepast worden om de teelt van groente, fruit, bomen of potplanten te bevorderen en te beschermen, zoals hagelnetten, stellingen en regenkappen en teeltondersteunende kassen.
het effect op de openbare ruimte veroorzaakt door dagbezoeken en/of toeristenovernachtingen op basis van objectieve waarnemingen van het aanbod en gebruik van voorzieningen gericht op toeristen.
instelling gericht op het aanbieden van voorstellingen en op- en uitvoeringen van toneel, kleinkunst, circus, muziek, muziektheater, opera, en daarmee vergelijkbare activiteiten.
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee hij in functioneel opzicht verbonden is, en dat door de vorm als een afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling op dat hoofdgebouw onderscheiden kan worden en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
venten, bedoeld in de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
voorziening voor veelal oudere maar ook jongere patiënten, die als gevolg van een of meer functiestoornissen (tijdelijk) niet meer zelfstandig kunnen functioneren en voortdurende verpleegkundige zorg behoeven in aansluiting op een medische behandeling.
voorziening voor het bieden van uitgebreide zorg, ondersteuning en een beschutte woonomgeving, voor mensen die door ouderdom of ziekte niet meer zelfstandig kunnen wonen, ook niet met hulp van naasten, mantelzorg of thuiszorg. Hieronder wordt mede begrepen een hospice.
tuin van een lid van een volkstuinpark op een volkstuinpark.
een complex van volkstuinen, nutstuinen, verenigingsgebouwen en gemeenschappelijke bouwwerken voor de leden van de vereniging of gebruikers van het volkstuinpark en gemeenschappelijke gronden.
voorziening die specifiek is bedoeld voor het beoefenen van sport op het water, met bijbehorende bouwwerken zoals steigers, opslag- of botenloods, clubhuis en kantine.
markt die ten hoogste drie dagen per week wordt gehouden.
alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.
een voorziening die is gericht op het aanbieden van faciliteiten voor ontspanning voor lichaam en geest in de vorm van combinaties van met name sauna, zwembaden, massageruimten, relaxruimten, zonnestudio's, of kapsalons.
het gebruik van woonruimte ten behoeve van bewoning, en het daaraan ondergeschikt zijnde gebruik van de bij de woonruimte behorende gronden en opstallen.
een zelfstandige woonruimte, of een geheel aan onzelfstandige woonruimten die onderdeel uitmaken van hetzelfde adres.
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bedoeld of geschikt is voor bewoning door een huishouden.
het op structurele basis tegen betaling of anders dan om niet beschikbaar stellen van ruimte binnen een horecazaak ten behoeve van feesten voor grotere groepen, al dan niet besloten of tegen entreegeld.
een activiteit in de vorm van een onderneming of instelling die is gericht op dienstverlening op bestuurlijk, financieel, zakelijk, juridisch of administratief gebied, al dan niet met een daaraan ondergeschikt zijnde baliefunctie.
woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.
woning of wooneenheid, bestemd voor verzorgd wonen, die niet via de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan de bewoner(s) vanwege hun beperktere zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem zijn geïndiceerd voor zorg, die beschikbaar is in de directe nabijheid van die woning of wooneenheid en welke zorg door die bewoner(s) ook daadwerkelijk wordt afgenomen.
OO
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0363/2024/5fea7f74c2e04297b605d0dce41e8b63/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/eb8df99e55ec4491aa8cc05e0aed6ab0/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/fea0475ecb494f24876d60c4ae5f2a76/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2024/5108c049ffd74d6587bbf88d4cbd0e8f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/d1908c0408d74d90b09e553be591298a/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/df07330dfb764bec88cf33882fa0bab6/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/a959592b38274bf7862bc16f44fa120f/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/ae973dc677c0470f9618c4d97be88e88/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/ae973dc677c0470f9618c4d97be88e88/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/8df3cedbbedc4ba0b775af4cb8d0114b/nld@2025‑06‑05;13104281
/join/id/regdata/gm0363/2024/5317f3eb83224e22a1406b980eb206a1/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/6f92811ae00144db903cf4efc6f7fb06/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/a98944eee6de4ac19c60a691033ba09e/nld@2025‑06‑11;12401052
/join/id/regdata/gm0363/2024/985bc422683b4804b4a8a14f46f32140/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/a4573c5d8d2f405bafa85b8c9aede7b0/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/4dbcadcf692042eb82380dde83aca903/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/99a0c15b66da456aa483fb9ad09befd9/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/aabbffee1a86480e831e62cc3eefdf0f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/b0890401c1a240e7bbe59be6bb63327e/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2024/fd62ec8149774013b33c2530127b7f4f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/99e3c20d43ac48fcb95e74966981e0bf/nld@2025‑02‑06;12524108
/join/id/regdata/gm0363/2024/bad3145415414ba1a9bdad9a6ecc5d9e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/f1180bfa9ddd443e83263f537f1a0f84/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/0461bf430af44db8bdd79798a191fd50/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/4f5821e968ec403b95d4382934acdf56/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/24e285d708454795a562dac3ebc6b494/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/519f23fa3df7444e97c171399d775dcf/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/8da6914ca983417298f3687103e0a5b8/nld@2025‑06‑11;12401052
/join/id/regdata/gm0363/2024/7bd6678e277f44edb689bd1038a76df9/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/6cd921036f794bc3904accb40cd3871d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/e9e1c7b8510d406484b861e100cee2e0/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/e9e1c7b8510d406484b861e100cee2e0/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/687db5fddc3646bab29ac37ac341fa1a/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/687db5fddc3646bab29ac37ac341fa1a/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/d65fd4d058e240bd98b92a7cd45af3bd/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/d65fd4d058e240bd98b92a7cd45af3bd/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/3034a32a6b8b4316a70d6959821240da/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/3034a32a6b8b4316a70d6959821240da/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/119360d6f8034d50a3938eea1362b2e3/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/119360d6f8034d50a3938eea1362b2e3/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/8472bf6738414b8faa8fde6b2c64ee82/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/8472bf6738414b8faa8fde6b2c64ee82/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/0ab682ac0e5343179123592f94d99e9c/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/0ab682ac0e5343179123592f94d99e9c/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/c60f7cb030a34ea2b8f360f2b8b30a55/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/c60f7cb030a34ea2b8f360f2b8b30a55/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/fe6acb27c4424e8cb08b631ca7f76864/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/fe6acb27c4424e8cb08b631ca7f76864/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/c930d93746e54597acda4bbd7330145c/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/c930d93746e54597acda4bbd7330145c/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/7211c6b96d434d6383721a3352fcfa73/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/7211c6b96d434d6383721a3352fcfa73/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/c8cbec53306147558dbb832c50429335/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/c8cbec53306147558dbb832c50429335/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/a74e602d201d4fed9d01a95fe5f08157/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/a74e602d201d4fed9d01a95fe5f08157/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/e2cb0b62c27b4df485ec836d1e8999ae/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/e2cb0b62c27b4df485ec836d1e8999ae/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/fcd011f4b5d246afbd4f99d61e221180/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/fcd011f4b5d246afbd4f99d61e221180/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/441e7667ebb34c63a26ac39bfda0550f/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/441e7667ebb34c63a26ac39bfda0550f/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2024/a8f1b7d6c3384263b34dfe54e20ee27d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/74c2db1a5f6c4b7fb30f6afacb04da3d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/35fb0537184049b6aa74d1f6a166c7d2/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9408e050e6924b8f91e725e5b5d1c56f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/55647253b2b849b0957d679efbbf7d82/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/37d7cf1ffa374b9b91510ce45a394888/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/0cbbebf84dce47a1bd7d741db42fe504/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/8f1f077ba3e84d7a93b280fe119578b0/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/5b4b57f1ee624ddf81c94f357adcd037/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/69281c26d9444c4fb66dea61c412101e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/7882dd20b27b4ce7a94441d54379f430/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/db120551af2c46d5ac7e591bc67299a0/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/67a10c207e194dc6a9fbbe352a0dbb23/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/4b120d7052334e69b5380f8d7cf11243/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/6d8bc03ec05842eba2a5a7c0b6ff6148/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/97865e0f318e4b98a4110b5365e8e695/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/79032264debd4a3087bace914e1c9835/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/28e00c1666504daeb7e5fb21c4c8d84d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/f8df353de1794ad2a79b4ea7f1e5ea54/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9a36a44292fd4c5bbf2a80b70f1cbdbe/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/2db6ef505e694a75ab904bb0e9745080/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/52e8a21190e54e0ebe7ea6648610bc14/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/2822da2c52f140afad6ad3c57682aea0/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/35dbde0065824d7185e2cb24e7cf8c3f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/5cfea604101a42d28ddd9e8564aa9737/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/7869253fe8ba4717b186a864abbd4176/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e13002ea79b842e5b1d75bfd379fd91f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b890110cb2a9443a952914d16c66a065/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9bc2aa4e9ed2473391a7911326b59afd/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e472372918664f0283d124dbd07fd597/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/87ddca9690b042e488bc13313ef23644/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/a7fcde6c7ba946c4afb76859148c06bf/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/ca0a2897bbd446259e8f6f6895f31d65/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/91f437d1fc484b6c8b9d0f31316c375e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/1bbfc7594d08428f9c1937379e53f9d5/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/da90b5262a504fdbab2641942de55322/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/77affb56444a4126a8c1633039bcb3cf/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/774133cd121848fd92b4facecd5d7dfb/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/8f5785e41f934b88bcc80d9e46b3d87b/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9ccf70e492004693ade99b1da2c44458/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/bd9e3dc2b7b445d38b76232c332bc147/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/a0336b6745d64f4f8e7f8a9db5818075/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/6bb4a6093c664589ad5e50e086acb146/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/3fb253c7fffd48dcb23383a381bb95d0/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/3c904166ec944b9e8d4c8fe3c4cd94c8/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/622239f5fd674b06951579b2d2ef3099/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/70f87ae18ab74aae99d3fcbcf340501d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9a9e3f5e4d3948d7a99ec157bd2db863/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/faeb4929514d46dc88ea2a7ff898bc28/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/a7e980776f1d4513b9add497ed862df5/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/fcd1adbe22394d0ca7bdc096b4544be4/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/1fa142e7c67f4059a0012e6b35f2d074/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/d1c25fe04f8e4434a2b5ea91c6b70dc4/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2024/8f62c1ff058a4b1bad2c4c32d53698c3/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/047f49c3631e4026b0b4dc258314fe96/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/3ee4777d7c7944cf90784a31e1965b79/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/867a53ee2f0f456fabbf5268dae1fea2/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e36ac73c81124cf796142c9772923e21/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/c8e79339254044ccbcfad3beba997cb0/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/1ed487e3976f454397f4532a9d437ce4/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/6e8f0309694a46db9501542641f05146/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/708484c1afe64c239ff04f9999477851/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9637481718e94f6c89449417c1c4b0da/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b6a1372efcf54973ad5f6ad15db8445a/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/16de19428852490ebb8fbc5196b7c868/nld@2025‑06‑05;13104281
/join/id/regdata/gm0363/2025/41016c9086a44b5a8ecc5181332c26d1/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/a1b58d18f14a4e41ad82cee37471978c/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/7b33741cd740401085235892cc5a2942/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/018f181c4547456a889f67510ac088f3/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/40a9695e6d7f4d2c9a2cf30725c3eaa7/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/cb7b20b59b0c46a5b4d3981ed351311e/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/4f88a6cdc1a14b96ad2b4a69826e8dd3/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/8fab5c06322b49038af52264595762cb/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/288aaf663b7d4fc584d8f9b4aa8bd37e/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/24df4e6058ea41efbc929b4e29fe2b49/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/6311666523504a8483c611963ee55a59/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/6f7dcd7e82a847cd9c2f1da3f779a7cf/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/fdd7cecad1474e1c82a05ac634bcc74b/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/a335fd8877bb48d4ae01c3cfae98d6bd/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/8a3183c16bc745a5a6b2eec57816a2b3/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/3a989b7edf0a4424a2416649fa826927/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/c748cc6a4ed347eca61890bcfbda8d43/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/620e9afa1a6646d5a8d2b853f1e08b97/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/d3ce92b0131d48ffb0e8519225061648/nld@2025‑06‑05;13104281
/join/id/regdata/gm0363/2025/74070727311043699d8c7aa2a34cd0b4/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/86f6af05793a4f658118bb892f7a691e/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/7d47d49a0f12433dacc6fe42dcb6f0a7/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/7d47d49a0f12433dacc6fe42dcb6f0a7/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/f8543019a3874e93a65424f1d6f1ec9f/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/5494bddd21bb48b8ad1d91935c8d8bd5/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/37c3bbe88ee040ff92442140181b799b/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/542c8e9150a549a1aa0caae9ea7a513c/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/09b12a71aab44aefad974581c95a8e31/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/155199d9f303424ab3c7ddc7a076784c/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/a88e04e1d6aa42ef81028df1cf784bc2/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/e9b3cec7e52248398d669ee213d342d3/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/a303b33b4a1d48dea50dc6464c7dd33e/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/139dc29fa78545e991c0ac3b2e4a475d/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/09fb702478214caf9a27e18f24f74f56/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/6cb3394b7e094d43b3fa7f04c941c1b6/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/6cb3394b7e094d43b3fa7f04c941c1b6/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/5b4337ce018444ac94052538a79da0c7/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/47443883deb2411881ee7e6240ac73d1/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/f61d2793a9a1451fb2817f6b9ef688f5/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/474db66bb48c4d129f5d1bc122bdd52e/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/4d04e811651348f887cca5a7e1a5cba2/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/982708dd488c4251833fc2b38e5e5753/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/b9b3425462a7487ab05e4c4c460f9f32/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/04b0408bacdc4e7ab5d6b58a3310c255/nld@2025‑06‑05;13104281
/join/id/regdata/gm0363/2025/020db429a11b4ca196a1608388c4fdc6/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/5f2323aa898e4933ab3bbb08e73d20c5/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/8ddd52e0f678405286c0f3defd4474ec/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/c899ebae7f504ef3bb0696dc35696f61/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/a59f21973a0143fead23ae84b8fcfc38/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/5506b5c826a54498a94fa832478e18b4/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/7feea144b8e449b396c43c5496fdefaa/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2024/f604b17c2699401fa7eac8289b9e87c8/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/7b043a7086ad49de8c43ecaa5ceabe53/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/2eb53f7243a44c2ba3d854f2fbfd752d/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/cb3cdf90f8c54855abe3915e8aa71c70/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/effc7a91a21a41eca80099025926aa26/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/2d3e243b707b42ac84c8751b7f19edda/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/8def934c95a64f20a82e0156068f96e6/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/760b65addb4445fe87ed8042d28e60fb/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/79ee20f96389418e854fd728bb513d94/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/18d8dfcd0a154515a5f8c9651ee509fa/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/99b9e4919468486895eca18bd907be86/nld@2025‑12‑04;09082542
/join/id/regdata/gm0363/2025/cb4c5231a4c34ef89f9837d2946ed1cf/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/fe9b1d732cbc42df80fcf4a99ab20e1d/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2025/e01f0be46c2c45b883245f3f94b46376/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2024/88ce1bb8352e43ad8d198e87ba0b6a4e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/c00747192f604350b0510d3cadec1786/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b9e014586e654d7f8bea75954c1f46a3/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/3622c719a30b41cebd4867c27c9af865/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/578f5a40f019495ebd05aab38054bc2e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/bb7dc71b98d44253983a0c4d35947c1f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/457575204bf04534834fa5a68981b030/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/80a080db65124fb7aec7bad70db67be6/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/544d019ba061485391f1fa5332218e47/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9a590a5228c144dcadec2e218bd34b00/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/19faaa7e49124c21a1fe9e62e416770c/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/c0b73950f1ba4d8bb95506c84c53d1dc/nld@2025‑06‑11;12401052
/join/id/regdata/gm0363/2024/7aeabeb1967145f4b6a9bbce828ba0d3/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/af54831bdf8f46a8bf04dc966e5bc652/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/53102a7a78104c40b50794135b9bb664/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/c3983764c9c24856b6112b24d301b6d5/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/764ca63afc0e484bab58fb14d296f319/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/cf5dfbd2e61b4d51b546d8865d54f9c8/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/a8cd50c7a51b4f6e982b110ebc17a539/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b9c2a4aae40645c98c1b30d379dfa9c7/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/323a0f5e63a94c1fa1cf61a6e361cd1c/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/f4d79b26430f49dbb0c1bc640b62e6e1/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/918301c481e44f3bac789bcfce857668/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/1f3183e822fb496b89a82c9b7c2a796e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/22cb42048910493bb9f98e60e5202f05/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/390e86f6e2cc4c6d965bb7338503b58b/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/64467e79b00f4fc69b492a464575ff9d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/2722953cf8694fc3879c61a96edabb9d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/3a753034d4f44c84b3c29167515d5b56/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/4eaef29b32d040fd86796769708f2060/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/dd5e76f613644f8d875aacddd7acea0c/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/14452d9dad2e46f49942fbec0cb5652b/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/46b13a6470aa4e178431220b193c5bdf/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b98b443889514292aa60e2daaf454e30/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/f64b64c459c5424ebaa5c65bf002e371/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/33fe177d5ef94e058a3b869c54c373d6/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/784f848e1a0c4b07a7feeae300945da8/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/bd86d41bd48b468897c69fc085521b64/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/860d9a4161924f69a1431a55a670a934/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/5a2bf94296e744b4a87e4ea7c5457184/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e309c810ed0e4d50b52fcd9ea8c583c9/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/ade8295a055946a0aa4a3d69ccfdf6e5/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/41ae2e0e271c4d8281a002598514754e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/620dc0efea534ca4b1a101dcd8c771e6/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/368d4379830f43a8a86ded83fcfb545c/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/89fb04b1b6824b7b97118dcd109706b7/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/6edeb6ee709a4aac9988ea51f849279d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/150dcfc596c44283932c23ce0c174474/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/3cf91f0e7be34d119246731bb3181a18/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b0bfe3415c9b4a7fb7b4337928d212f2/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/111f8f0f1c074896ba8cc49464aac525/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/8feabfb850e843ae810e9dd43e80f5b8/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e732338e5f7a44e1befc8019909a5b82/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/cd86aa0be8414a8895d5ca831d845575/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/5d2513a1524c4d4e82f566aead54e5e7/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/339bd4047eea4532ab6077fa6f968382/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b857c651efcc4da6b7b480c368ad21f3/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/b8b77e3957154c0f86a7027860a33a25/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/1d08d8c2969c4b95b4565b0251d57c4c/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/627876bdc82946cdaec22e8623934b1e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e18d5aa07c5e4b79833240521c731751/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/7f5e5fea1be947618b4db77996ea0f53/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/ded22bfe093943b28f5df79bcf998044/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e911344e54d1409699d9463dd6546457/nld@2025‑02‑06;12524108
/join/id/regdata/gm0363/2024/83bcb5d91dbe4af7a5bd5ed5ce4df723/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/e26123bf32b047cab10350ad1f0df622/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/47ae2f6ed5bf4234aab0f2d530e96d85/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/7648125de737466d939bb7db3df4cc4c/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/468d2ab053b54f2390fe81942195add2/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/a09bdda99a0e456cb192c1b7f75ea292/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/4b063da5b41f4ebe9fb36a6054bd4b8d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/f3a9dd2ae2e64dc5bc4dabc1686ac067/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2025/fd46f6576f784af8910a49fac8a13506/nld@2025‑04‑07;12420999
/join/id/regdata/gm0363/2024/70c8d916e0c84c65878470cebc66c9d2/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/4dbdd9316e0141f88e59d1c9a6c45981/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/8afebd6676bb426080110b4c335c72c4/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/435fab2ebccf4e46a46e24cba90459bc/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/aec256ab8616447aaeb70b8e331ddabb/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/34a605e93bd14ee3bc5fb6f00f070896/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/3ae2f90379dd4e20b8c1a2ceba71edca/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/840839c5e31540b0875533dc60362d72/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/298881acc2e94d319246aa697cd8298e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/4c70d1af1a8745bca7dae3f2d5becfa1/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/97473188793b4681b22b7a5ce522733b/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/94e4656a04ea436a9ac76c4eae95be89/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/270127bbec214155898fb9816e8aba7e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/1e820b3b041f4bbb847946c0bccd131e/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/2e0c95a3f93742f2a89228136788021b/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/1d1307cc877c47d2a769d28a8c7794d8/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/74f0152fdb75470f988c022c66c95e8d/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/99867d9738bc49519f4e70e23c86462f/nld@2024‑09‑25;12591980
/join/id/regdata/gm0363/2024/9ecc40b6c6cb4621b8c6185bf0f7c07f/nld@2024‑09‑25;12591980
PP
Bijlage VI wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
|
OMSCHRIJVING |
CATEGORIE |
|
LANDBOUW EN DAARMEE SAMENHANGENDE ACTVITITEITEN |
|
|
Loonbedrijven, plantsoenendiensten, hoveniersbedrijven e.d. |
|
|
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² |
3.1 |
|
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² |
2 |
|
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² |
3.1 |
|
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² |
2 |
|
|
|
|
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN |
|
|
Zeevisserijbedrijven |
3.2 |
|
Binnenvisserijbedrijven |
3.1 |
|
Vis- en schaaldierkwekerijen |
|
|
- oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven |
3.2 |
|
- visteeltbedrijven |
3.1 |
|
|
|
|
AARDOLIE- EN AARDGASWINNING |
|
|
Aardolie- en aardgaswinning: |
|
|
- aardoliewinputten |
4.1 |
|
- aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 10.000.000 N m3/d |
5.1 |
|
- aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 10.000.000 N m3/d |
5.2 |
|
|
|
|
WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. |
|
|
Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): |
|
|
- algemeen |
4.1 |
|
- steenbrekerijen |
5.2 |
|
Zoutwinningbedrijven |
3.2 |
|
Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven |
5.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN |
|
|
Slachterijen en overige vleesverwerking: |
|
|
- slachterijen en pluimveeslachterijen |
3.2 |
|
- vetsmelterijen |
5.2 |
|
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval |
4.2 |
|
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² |
3.1 |
|
- loonslachterijen |
3.1 |
|
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar maaltijden met p.o. < 2.000 m² |
3.1 |
|
Visverwerkingsbedrijven: |
|
|
- drogen |
5.2 |
|
- conserveren |
4.1 |
|
- roken |
4.2 |
|
- verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² |
4.2 |
|
- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² |
3.2 |
|
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² |
3.1 |
|
Aardappelproducten fabrieken: |
|
|
- vervaardiging van aardappelproducten |
4.2 |
|
- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² |
3.1 |
|
Groente- en fruitconservenfabrieken: |
|
|
- jam |
3.2 |
|
- groente algemeen |
3.2 |
|
- met koolsoorten |
3.2 |
|
- met drogerijen |
4.2 |
|
- met uienconservering (zoutinleggerij) |
4.2 |
|
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: |
|
|
- p.c. < 250.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 250.000 t/j |
4.2 |
|
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: |
|
|
- p.c. < 250.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 250.000 t/j |
4.2 |
|
Margarinefabrieken: |
|
|
- p.c. < 250.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 250.000 t/j |
4.2 |
|
Zuivelproducten fabrieken: |
|
|
- gedroogde producten, p.c. >= 1,5 t/u |
5.1 |
|
- geconcentreerde producten, verdamp. cap. >=20 t/u |
5.1 |
|
- melkproducten fabrieken v.c. < 55.000 t/j |
3.2 |
|
- melkproducten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j |
4.2 |
|
- overige zuivelproducten fabrieken |
4.2 |
|
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² |
3.2 |
|
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² |
2 |
|
Meelfabrieken: |
|
|
- p.c. >= 500 t/u |
4.2 |
|
- p.c. < 500 t/u |
4.1 |
|
Grutterswarenfabrieken |
4.1 |
|
Zetmeelfabrieken: |
|
|
- p.c. < 10 t/u |
4.1 |
|
- p.c. >= 10 t/u |
4.2 |
|
Veevoerfabrieken: |
|
|
- destructiebedrijven |
5.2 |
|
- beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek |
5.2 |
|
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water |
4.2 |
|
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water |
5.2 |
|
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u |
4.1 |
|
- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u |
4.2 |
|
Vervaardiging van voer voor huisdieren |
4.1 |
|
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: |
|
|
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens |
2 |
|
- v.c. >= 7500 kg meel/week |
3.2 |
|
Banket, biscuit- en koekfabrieken |
3.2 |
|
Suikerfabrieken: |
|
|
- v.c. < 2.500 t/j |
5.1 |
|
- v.c. >= 2.500 t/j |
5.3 |
|
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: |
|
|
- Cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m² |
5.1 |
|
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² |
3.2 |
|
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² |
2 |
|
- Suikerwerkfabrieken met suiker branden |
4.2 |
|
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² |
3.2 |
|
- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² |
2 |
|
Deegwarenfabrieken |
3.1 |
|
Koffiebranderijen en theepakkerijen: |
|
|
- koffiebranderijen |
5.1 |
|
- theepakkerijen |
3.2 |
|
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden |
4.1 |
|
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen |
4.1 |
|
Bakkerijgrondstoffenfabrieken |
4.1 |
|
Soep- en soeparomafabrieken: |
|
|
- zonder poederdrogen |
3.2 |
|
- met poederdrogen |
4.2 |
|
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken |
4.1 |
|
Destilleerderijen en likeurstokerijen |
4.2 |
|
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: |
|
|
- p.c. < 5.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 5.000 t/j |
4.2 |
|
Vervaardiging van wijn, cider e.d. |
2 |
|
Bierbrouwerijen |
4.2 |
|
Mouterijen |
4.2 |
|
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken |
3.2 |
|
|
|
|
VERWERKING VAN TABAK |
|
|
Tabakverwerkende industrie |
4.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL |
|
|
Bewerken en spinnen van textielvezels |
3.2 |
|
Weven van textiel: |
|
|
- aantal weefgetouwen < 50 |
3.2 |
|
- aantal weefgetouwen >= 50 |
4.2 |
|
Textielveredelingsbedrijven |
3.1 |
|
Vervaardiging van textielwaren |
3.1 |
|
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken |
4.1 |
|
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT |
|
|
Vervaardiging kleding van leer |
3.1 |
|
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) |
2 |
|
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) |
|
|
Lederfabrieken |
4.2 |
|
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) |
3.1 |
|
Schoenenfabrieken |
3.1 |
|
|
|
|
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. |
|
|
Houtzagerijen |
3.2 |
|
Houtconserveringsbedrijven: |
|
|
- met creosootolie |
4.1 |
|
- met zoutoplossingen |
3.1 |
|
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken |
3.2 |
|
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout |
3.2 |
|
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 |
3.1 |
|
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken |
2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN |
|
|
Vervaardiging van pulp |
4.1 |
|
Papier- en kartonfabrieken: |
|
|
- p.c. < 3 t/u |
3.1 |
|
- p.c. 3 - 15 t/u |
4.1 |
|
- p.c. >= 15 t/u |
4.2 |
|
Papier- en kartonwarenfabrieken |
3.2 |
|
Golfkartonfabrieken: |
|
|
- p.c. < 3 t/u |
3.2 |
|
- p.c. >= 3 t/u |
4.1 |
|
|
|
|
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA |
|
|
Drukkerijen van dagbladen |
3.2 |
|
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) |
3.2 |
|
Kleine drukkerijen |
2 |
|
Grafische afwerking |
1 |
|
Binderijen |
2 |
|
Grafische reproductie en zetten |
2 |
|
Overige grafische aktiviteiten |
2 |
|
Reproductiebedrijven opgenomen media |
1 |
|
|
|
|
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN |
|
|
Cokesfabrieken |
5.3 |
|
Aardolieraffinaderijen |
6 |
|
Smeeroliën- en vettenfabrieken |
3.2 |
|
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie |
4.2 |
|
Aardolieproductenfabrieken n.e.g. |
4.2 |
|
Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven |
6 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN |
|
|
Vervaardiging van industriële gassen: |
|
|
- luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht |
5.2 |
|
- overige gassenfabrieken, niet explosief |
5.1 |
|
- overige gassenfabrieken, explosief |
5.1 |
|
Kleur- en verfstoffenfabrieken |
4.1 |
|
Anorg. chemische grondstoffenfabrieken: |
|
|
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
4.2 |
|
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
5.2 |
|
Organ. chemische grondstoffenfabrieken: |
|
|
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
4.2 |
|
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
5.3 |
|
Methanolfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
4.2 |
|
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): |
|
|
- p.c. < 50.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 50.000 t/j |
5.1 |
|
Kunstmeststoffenfabrieken |
5.1 |
|
Kunstharsenfabrieken e.d. |
5.2 |
|
Landbouwchemicaliënfabrieken: |
|
|
- fabricage |
5.3 |
|
- formulering en afvullen |
5.1 |
|
Verf, lak en vernisfabrieken |
4.2 |
|
Farmaceutische grondstoffenfabrieken: |
|
|
- p.c. < 1.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 1.000 t/j |
5.1 |
|
Farmaceutische productenfabrieken: |
|
|
- formulering en afvullen geneesmiddelen |
3.1 |
|
- verbandmiddelenfabrieken |
2 |
|
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken |
4.2 |
|
Parfumerie- en cosmeticafabrieken |
4.2 |
|
Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken |
5.3 |
|
Lijm- en plakmiddelenfabrieken: |
|
|
- zonder dierlijke grondstoffen |
3.2 |
|
- met dierlijke grondstoffen |
5.1 |
|
Fotochemische productenfabrieken |
3.2 |
|
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken |
3.1 |
|
Overige chemische productenfabrieken n.e.g. |
4.1 |
|
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken |
4.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF |
|
|
Rubberbandenfabrieken |
4.2 |
|
Loopvlakvernieuwingsbedrijven: |
|
|
- vloeropp. < 100 m2 |
3.1 |
|
- vloeropp. >= 100 m2 |
4.1 |
|
Rubber-artikelenfabrieken |
3.2 |
|
Kunststofverwerkende bedrijven: |
|
|
- zonder fenolharsen |
4.1 |
|
- met fenolharsen |
4.2 |
|
- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN |
|
|
Glasfabrieken: |
|
|
- glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j |
3.2 |
|
- glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 t/j |
4.2 |
|
- glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j |
4.2 |
|
- glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j |
5.1 |
|
Glasbewerkingsbedrijven |
3.1 |
|
Aardewerkfabrieken: |
|
|
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW |
2 |
|
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW |
3.2 |
|
Baksteen en baksteenelementenfabrieken |
4.1 |
|
Dakpannenfabrieken |
4.1 |
|
Cementfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
5.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
5.3 |
|
Kalkfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
5.1 |
|
Gipsfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
5.1 |
|
Betonwarenfabrieken: |
|
|
- zonder persen, triltafels en bekistingtrille |
4.1 |
|
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d |
4.2 |
|
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >= 100 t/d |
5.2 |
|
Kalkzandsteenfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
3.2 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
4.2 |
|
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken |
3.2 |
|
Betonmortelcentrales: |
|
|
- p.c. < 100 t/u |
3.2 |
|
- p.c. >= 100 t/u |
4.2 |
|
Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips: |
|
|
- p.c. < 100 t/d |
3.2 |
|
- p.c. >= 100 t/d |
4.2 |
|
Natuursteenbewerkingsbedrijven: |
|
|
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² |
3.2 |
|
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² |
3.1 |
|
- met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j |
4.2 |
|
- met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j |
5.2 |
|
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken |
3.1 |
|
Bitumineuze materialenfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100 t/u |
4.2 |
|
- p.c. >= 100 t/u |
5.1 |
|
Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): |
|
|
- steenwol, p.c. >= 5.000 t/j |
4.2 |
|
- overige isolatiematerialen |
4.1 |
|
Minerale productenfabrieken n.e.g. |
3.2 |
|
Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur |
4.1 |
|
- asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur |
4.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN METALEN |
|
|
Ruwijzer- en staalfabrieken: |
|
|
- p.c. < 1.000 t/j |
5.2 |
|
- p.c. >= 1.000 t/j |
6 |
|
IJzeren- en stalenbuizenfabrieken: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
5.1 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.3 |
|
Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.2 |
|
Non-ferro-metaalfabrieken: |
|
|
- p.c. < 1.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 1.000 t/j |
5.2 |
|
Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
5.1 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.3 |
|
IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen: |
|
|
- p.c. < 4.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 4.000 t/j |
5.1 |
|
Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen: |
|
|
- p.c. < 4.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 4.000 t/j |
5.1 |
|
|
|
|
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) |
|
|
Constructiewerkplaatsen |
|
|
- gesloten gebouw |
3.2 |
|
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 |
3.1 |
|
- in open lucht, p.o. < 2.000 m2 |
4.1 |
|
- in open lucht, p.o. >= 2.000 m2 |
4.2 |
|
Tank- en reservoirbouwbedrijven: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels |
4.1 |
|
Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven |
4.1 |
|
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. |
3.2 |
|
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 |
3.1 |
|
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: |
|
|
- algemeen |
3.2 |
|
- stralen |
4.1 |
|
- metaalharden |
3.2 |
|
- lakspuiten en moffelen |
3.2 |
|
- scoperen (opspuiten van zink) |
3.2 |
|
- thermisch verzinken |
3.2 |
|
- thermisch vertinnen |
3.2 |
|
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) |
3.2 |
|
- anodiseren, eloxeren |
3.2 |
|
- chemische oppervlaktebehandeling |
3.2 |
|
- emailleren |
3.2 |
|
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) |
3.2 |
|
Overige metaalbewerkende industrie |
3.2 |
|
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200 m2 |
3.1 |
|
Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
4.1 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. |
3.2 |
|
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN |
|
|
Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
3.2 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
4.1 |
|
- met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW |
4.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS |
|
|
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie |
2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. |
|
|
Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. reparatie |
4.1 |
|
Schakel- en installatiemateriaalfabrieken |
4.1 |
|
Elektrische draad- en kabelfabrieken |
4.1 |
|
Accumulatoren- en batterijenfabrieken |
3.2 |
|
Lampenfabrieken |
4.2 |
|
Elektrotechnische industrie n.e.g. |
2 |
|
Koolelektrodenfabrieken |
6 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. |
|
|
Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie |
3.1 |
|
Fabrieken voor gedrukte bedrading |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN |
|
|
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie |
2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS |
|
|
Autofabrieken en assemblagebedrijven |
|
|
- p.o. < 10.000 m2 |
4.1 |
|
- p.o. >= 10.000 m2 |
4.2 |
|
Carrosseriefabrieken |
4.1 |
|
Aanhangwagen- en opleggerfabrieken |
4.1 |
|
Auto-onderdelenfabrieken |
3.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) |
|
|
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: |
|
|
- houten schepen |
3.1 |
|
- kunststof schepen |
3.2 |
|
- metalen schepen < 25 m |
4.1 |
|
- metalen schepen >= 25m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW |
5.1 |
|
Scheepssloperijen |
5.2 |
|
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: |
|
|
- algemeen |
3.2 |
|
- met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW |
4.2 |
|
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: |
|
|
- zonder proefdraaien motoren |
4.1 |
|
- met proefdraaien motoren |
5.3 |
|
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken |
3.2 |
|
Transportmiddelenindustrie n.e.g. |
3.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. |
|
|
Meubelfabrieken |
3.2 |
|
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 |
1 |
|
Fabricage van munten, sieraden e.d. |
2 |
|
Muziekinstrumentenfabrieken |
2 |
|
Sportartikelenfabrieken |
3.1 |
|
Speelgoedartikelenfabrieken |
3.1 |
|
Sociale werkvoorziening |
2 |
|
Vervaardiging van overige goederen n.e.g. |
3.1 |
|
|
|
|
VOORBEREIDING TOT RECYCLING |
|
|
Metaal- en autoschredders |
5.1 |
|
Puinbrekerijen en -malerijen: |
|
|
- v.c. < 100.000 t/j |
4.2 |
|
- v.c. >= 100.000 t/j |
5.2 |
|
Rubberregeneratiebedrijven |
4.2 |
|
Afvalscheidingsinstallaties |
4.2 |
|
|
|
|
PRODUCTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER |
|
|
Elektriciteitsproductiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) |
|
|
- kolengestookt (incl. meestook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth |
5.2 |
|
- oliegestookt, thermisch vermogen > 75 MWth |
5.1 |
|
- gasgestookt (incl. bijstook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth,in |
5.1 |
|
- kerncentrales met koeltorens |
6 |
|
- warmte-kracht-installaties (gas), thermisch vermogen > 75 MWth |
5.1 |
|
bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: |
|
|
- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie |
3.2 |
|
- vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa |
3.2 |
|
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: |
|
|
- < 10 MVA |
2 |
|
- 10 - 100 MVA |
3.1 |
|
- 100 - 200 MVA |
3.2 |
|
- 200 - 1000 MVA |
4.2 |
|
- >= 1000 MVA |
5.1 |
|
Gasdistributiebedrijven: |
|
|
- gascompressorstations vermogen < 100 MW |
4.2 |
|
- gascompressorstations vermogen >= 100 MW |
5.1 |
|
- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A |
1 |
|
- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C |
2 |
|
- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D |
3.1 |
|
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: |
|
|
- stadsverwarming |
3.2 |
|
- blokverwarming |
2 |
|
windmolens: |
|
|
- wiekdiameter 20 m |
3.2 |
|
- wiekdiameter 30 m |
4.1 |
|
- wiekdiameter 50 m |
4.2 |
|
|
|
|
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER |
|
|
Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: |
|
|
- met chloorgas |
5.3 |
|
- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling |
3.1 |
|
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: |
|
|
- < 1 MW |
2 |
|
- 1 - 15 MW |
3.2 |
|
- >= 15 MW |
4.2 |
|
|
|
|
BOUWNIJVERHEID |
|
|
Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² |
3.2 |
|
- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² |
3.1 |
|
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² |
3.1 |
|
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² |
2 |
|
|
|
|
GROOTHANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN |
|
|
Groothandel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven |
2 |
|
Groothandel in vrachtauto's (incl. import en reparatie) |
3.2 |
|
Autoplaatwerkerijen |
3.2 |
|
Autobeklederijen |
1 |
|
Autospuitinrichtingen |
3.1 |
|
Autowasserijen |
2 |
|
Groothandel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires |
2 |
|
|
|
|
OVERIG GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING |
|
|
Grth in akkerbouwproducten en veevoeders |
3.1 |
|
Grth in akkerbouwproducten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit van 500 ton/uur of meer |
4.2 |
|
Grth in bloemen en planten |
2 |
|
Grth in levende dieren |
3.2 |
|
Grth in huiden, vellen en leder |
3.1 |
|
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen |
3.1 |
|
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën |
3.1 |
|
Grth in dranken |
2 |
|
Grth in tabaksproducten |
2 |
|
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk |
2 |
|
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen |
2 |
|
Grth in overige voedings- en genotmiddelen |
2 |
|
Grth in overige consumentenartikelen |
2 |
|
Grth in vuurwerk en munitie: |
|
|
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton |
2 |
|
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton |
3.1 |
|
- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per bewaarplaats < 750 kg (en > 25 kg theatervuurwerk) |
5.1 |
|
- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per bewaarplaats 750 kg tot 6 ton |
5.3 |
|
- munitie |
2 |
|
Grth in vaste brandstoffen: |
|
|
- klein, lokaal verzorgingsgebied |
3.1 |
|
- kolenterminal, opslag opp. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: |
|
|
- vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3 |
4.1 |
|
- vloeistoffen, o.c. >= 100.000 m3 |
5.1 |
|
- tot vloeistof verdichte gassen |
4.2 |
|
Grth minerale olieproducten (excl. brandstoffen) |
3.2 |
|
Grth in metaalertsen: |
|
|
- opslag opp. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- opslag opp. >= 2.000 m2 |
5.2 |
|
Grth in metalen en halffabrikaten |
3.2 |
|
Grth in hout en bouwmaterialen: |
|
|
- algemeen: b.o. > 2000 m² |
3.1 |
|
- algemeen: b.o. <= 2000 m² |
2 |
|
zand en grind: |
|
|
- algemeen: b.o. > 200 m² |
3.2 |
|
- algemeen: b.o. <= 200 m² |
2 |
|
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: |
|
|
- algemeen: b.o. > 2.000 m² |
3.1 |
|
- algemeen: b.o. < = 2.000 m² |
2 |
|
Grth in chemische producten |
3.2 |
|
Grth in kunstmeststoffen |
2 |
|
Grth in overige intermediaire goederen |
2 |
|
Autosloperijen: b.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- autosloperijen: b.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
Grth in machines en apparaten: |
|
|
- machines voor de bouwnijverheid |
3.2 |
|
- overige |
3.1 |
|
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. |
2 |
|
|
|
|
VERVOER OVER LAND |
|
|
Bus-, tram- en metroremises |
3.2 |
|
Taxibedrijven (anders dan kantoor) |
2 |
|
Touringcarbedrijven (anders dan kantoor) |
3.2 |
|
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen |
2 |
|
|
|
|
BEDRIJVEN T.B.V. HET VERVOER |
|
|
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen: |
|
|
- containers |
5.1 |
|
- stukgoederen |
4.2 |
|
- ertsen, mineralen e.d., opslagopp. >= 2.000 m2 |
5.3 |
|
- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u |
5.1 |
|
- steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2 |
5.2 |
|
- olie, LPG, e.d. |
5.3 |
|
- tankercleaning |
4.2 |
|
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: |
|
|
- containers |
4.2 |
|
- tankercleaning |
4.2 |
|
- stukgoederen |
3.2 |
|
- ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < 2.000 m² |
4.2 |
|
- ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. >= 2.000 m² |
5.2 |
|
- granen of meelsoorten , v.c. < 500 t/u |
4.2 |
|
- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u |
5.1 |
|
- steenkool, opslagopp. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
- olie, LPG, e.d. |
5.2 |
|
Distributiecentra, pak- en koelhuizen |
3.1 |
|
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) |
2 |
|
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) |
3.2 |
|
|
|
|
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN, ANDERS DAN AAN CONSUMENTEN |
|
|
Personenautoverhuurbedrijven |
2 |
|
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) |
3.1 |
|
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen |
3.1 |
|
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. |
2 |
|
|
|
|
MILIEU |
|
|
Rioolwaterzuiveringsinrichtingen en gierverwerkingsinrichtingen., met afdekking voorbezinktanks: |
|
|
- < 100.000 i.e. |
4.1 |
|
- 100.000 - 300.000 i.e. |
4.2 |
|
- >= 300.000 i.e. |
5.1 |
|
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. |
3.1 |
|
Gemeentewerven (afval-inzameldepots) |
3.1 |
|
Vuiloverslagstations |
4.2 |
|
Afvalverwerkingsbedrijven: |
|
|
- mestverwerking/korrelfabrieken |
5.1 |
|
- kabelbranderijen |
3.2 |
|
- verwerking radioactief afval |
6 |
|
- pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) |
3.1 |
|
- oplosmiddelterugwinning |
3.2 |
|
- afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW |
4.2 |
|
- verwerking fotochemisch en galvano-afval |
2 |
|
Vuilstortplaatsen |
4.2 |
|
Composteerbedrijven: |
|
|
- niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr |
4.2 |
|
- niet-belucht v.c. 5.000 tot 20.000 ton/jr |
5.2 |
|
- belucht v.c. < 20.000 ton/jr |
3.2 |
|
- belucht v.c. > 20.000 ton/jr |
4.1 |
|
- GFT in gesloten gebouw |
4.1 |
|
|
|
|
OVERIG |
|
|
Wasserijen en strijkinrichtingen |
3.1 |
|
Tapijtreinigingsbedrijven |
3.1 |
|
Chemische wasserijen en ververijen |
2 |
|
Wasverzendinrichtingen |
2 |
|
Reinigingsbedrijven voor gebouwen |
3.1 |
|
Foto- en filmontwikkelcentrales |
2 |
|
Veilingen voor landbouw- en visserijproducten |
4.1 |
|
Veilingen voor huisraad, kunst e.d. |
1 |
|
Studio's (film, TV, radio, geluid) |
2 |
|
Datacentra |
2 |
|
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk |
2 |
|
Post- en koeriersdiensten |
2 |
|
Telecommunicatiebedrijven |
1 |
|
Cateringbedrijven |
2 |
|
OMSCHRIJVING |
CATEGORIE |
|
LANDBOUW EN DAARMEE SAMENHANGENDE ACTVITITEITEN |
|
|
Loonbedrijven, plantsoenendiensten, hoveniersbedrijven e.d. |
|
|
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² |
3.1 |
|
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² |
2 |
|
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² |
3.1 |
|
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² |
2 |
|
|
|
|
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN |
|
|
Zeevisserijbedrijven |
3.2 |
|
Binnenvisserijbedrijven |
3.1 |
|
Vis- en schaaldierkwekerijen |
|
|
- oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven |
3.2 |
|
- visteeltbedrijven |
3.1 |
|
|
|
|
AARDOLIE- EN AARDGASWINNING |
|
|
Aardolie- en aardgaswinning: |
|
|
- aardoliewinputten |
4.1 |
|
- aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 10.000.000 N m3/d |
5.1 |
|
- aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 10.000.000 N m3/d |
5.2 |
|
|
|
|
WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. |
|
|
Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): |
|
|
- algemeen |
4.1 |
|
- steenbrekerijen |
5.2 |
|
Zoutwinningbedrijven |
3.2 |
|
Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven |
5.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN |
|
|
Slachterijen en overige vleesverwerking: |
|
|
- slachterijen en pluimveeslachterijen |
3.2 |
|
- vetsmelterijen |
5.2 |
|
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval |
4.2 |
|
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² |
3.1 |
|
- loonslachterijen |
3.1 |
|
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar maaltijden met p.o. < 2.000 m² |
3.1 |
|
Visverwerkingsbedrijven: |
|
|
- drogen |
5.2 |
|
- conserveren |
4.1 |
|
- roken |
4.2 |
|
- verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² |
4.2 |
|
- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² |
3.2 |
|
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² |
3.1 |
|
Aardappelproducten fabrieken: |
|
|
- vervaardiging van aardappelproducten |
4.2 |
|
- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² |
3.1 |
|
Groente- en fruitconservenfabrieken: |
|
|
- jam |
3.2 |
|
- groente algemeen |
3.2 |
|
- met koolsoorten |
3.2 |
|
- met drogerijen |
4.2 |
|
- met uienconservering (zoutinleggerij) |
4.2 |
|
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: |
|
|
- p.c. < 250.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 250.000 t/j |
4.2 |
|
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: |
|
|
- p.c. < 250.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 250.000 t/j |
4.2 |
|
Margarinefabrieken: |
|
|
- p.c. < 250.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 250.000 t/j |
4.2 |
|
Zuivelproducten fabrieken: |
|
|
- gedroogde producten, p.c. >= 1,5 t/u |
5.1 |
|
- geconcentreerde producten, verdamp. cap. >=20 t/u |
5.1 |
|
- melkproducten fabrieken v.c. < 55.000 t/j |
3.2 |
|
- melkproducten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j |
4.2 |
|
- overige zuivelproducten fabrieken |
4.2 |
|
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² |
3.2 |
|
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² |
2 |
|
Meelfabrieken: |
|
|
- p.c. >= 500 t/u |
4.2 |
|
- p.c. < 500 t/u |
4.1 |
|
Grutterswarenfabrieken |
4.1 |
|
Zetmeelfabrieken: |
|
|
- p.c. < 10 t/u |
4.1 |
|
- p.c. >= 10 t/u |
4.2 |
|
Veevoerfabrieken: |
|
|
- destructiebedrijven |
5.2 |
|
- beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek |
5.2 |
|
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water |
4.2 |
|
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water |
5.2 |
|
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u |
4.1 |
|
- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u |
4.2 |
|
Vervaardiging van voer voor huisdieren |
4.1 |
|
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: |
|
|
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens |
2 |
|
- v.c. >= 7500 kg meel/week |
3.2 |
|
Banket, biscuit- en koekfabrieken |
3.2 |
|
Suikerfabrieken: |
|
|
- v.c. < 2.500 t/j |
5.1 |
|
- v.c. >= 2.500 t/j |
5.3 |
|
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: |
|
|
- Cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m² |
5.1 |
|
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² |
3.2 |
|
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² |
2 |
|
- Suikerwerkfabrieken met suiker branden |
4.2 |
|
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² |
3.2 |
|
- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² |
2 |
|
Deegwarenfabrieken |
3.1 |
|
Koffiebranderijen en theepakkerijen: |
|
|
- koffiebranderijen |
5.1 |
|
- theepakkerijen |
3.2 |
|
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden |
4.1 |
|
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen |
4.1 |
|
Bakkerijgrondstoffenfabrieken |
4.1 |
|
Soep- en soeparomafabrieken: |
|
|
- zonder poederdrogen |
3.2 |
|
- met poederdrogen |
4.2 |
|
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken |
4.1 |
|
Destilleerderijen en likeurstokerijen |
4.2 |
|
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: |
|
|
- p.c. < 5.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 5.000 t/j |
4.2 |
|
Vervaardiging van wijn, cider e.d. |
2 |
|
Bierbrouwerijen |
4.2 |
|
Mouterijen |
4.2 |
|
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken |
3.2 |
|
|
|
|
VERWERKING VAN TABAK |
|
|
Tabakverwerkende industrie |
4.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL |
|
|
Bewerken en spinnen van textielvezels |
3.2 |
|
Weven van textiel: |
|
|
- aantal weefgetouwen < 50 |
3.2 |
|
- aantal weefgetouwen >= 50 |
4.2 |
|
Textielveredelingsbedrijven |
3.1 |
|
Vervaardiging van textielwaren |
3.1 |
|
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken |
4.1 |
|
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT |
|
|
Vervaardiging kleding van leer |
3.1 |
|
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) |
2 |
|
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) |
|
|
Lederfabrieken |
4.2 |
|
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) |
3.1 |
|
Schoenenfabrieken |
3.1 |
|
|
|
|
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. |
|
|
Houtzagerijen |
3.2 |
|
Houtconserveringsbedrijven: |
|
|
- met creosootolie |
4.1 |
|
- met zoutoplossingen |
3.1 |
|
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken |
3.2 |
|
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout |
3.2 |
|
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 |
3.1 |
|
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken |
2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN |
|
|
Vervaardiging van pulp |
4.1 |
|
Papier- en kartonfabrieken: |
|
|
- p.c. < 3 t/u |
3.1 |
|
- p.c. 3 - 15 t/u |
4.1 |
|
- p.c. >= 15 t/u |
4.2 |
|
Papier- en kartonwarenfabrieken |
3.2 |
|
Golfkartonfabrieken: |
|
|
- p.c. < 3 t/u |
3.2 |
|
- p.c. >= 3 t/u |
4.1 |
|
|
|
|
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA |
|
|
Drukkerijen van dagbladen |
3.2 |
|
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) |
3.2 |
|
Kleine drukkerijen |
2 |
|
Grafische afwerking |
1 |
|
Binderijen |
2 |
|
Grafische reproductie en zetten |
2 |
|
Overige grafische aktiviteiten |
2 |
|
Reproductiebedrijven opgenomen media |
1 |
|
|
|
|
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN |
|
|
Cokesfabrieken |
5.3 |
|
Aardolieraffinaderijen |
6 |
|
Smeeroliën- en vettenfabrieken |
3.2 |
|
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie |
4.2 |
|
Aardolieproductenfabrieken n.e.g. |
4.2 |
|
Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven |
6 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN |
|
|
Vervaardiging van industriële gassen: |
|
|
- luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht |
5.2 |
|
- overige gassenfabrieken, niet explosief |
5.1 |
|
- overige gassenfabrieken, explosief |
5.1 |
|
Kleur- en verfstoffenfabrieken |
4.1 |
|
Anorg. chemische grondstoffenfabrieken: |
|
|
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
4.2 |
|
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
5.2 |
|
Organ. chemische grondstoffenfabrieken: |
|
|
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
4.2 |
|
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn" |
5.3 |
|
Methanolfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
4.2 |
|
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): |
|
|
- p.c. < 50.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 50.000 t/j |
5.1 |
|
Kunstmeststoffenfabrieken |
5.1 |
|
Kunstharsenfabrieken e.d. |
5.2 |
|
Landbouwchemicaliënfabrieken: |
|
|
- fabricage |
5.3 |
|
- formulering en afvullen |
5.1 |
|
Verf, lak en vernisfabrieken |
4.2 |
|
Farmaceutische grondstoffenfabrieken: |
|
|
- p.c. < 1.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 1.000 t/j |
5.1 |
|
Farmaceutische productenfabrieken: |
|
|
- formulering en afvullen geneesmiddelen |
3.1 |
|
- verbandmiddelenfabrieken |
2 |
|
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken |
4.2 |
|
Parfumerie- en cosmeticafabrieken |
4.2 |
|
Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken |
5.3 |
|
Lijm- en plakmiddelenfabrieken: |
|
|
- zonder dierlijke grondstoffen |
3.2 |
|
- met dierlijke grondstoffen |
5.1 |
|
Fotochemische productenfabrieken |
3.2 |
|
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken |
3.1 |
|
Overige chemische productenfabrieken n.e.g. |
4.1 |
|
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken |
4.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF |
|
|
Rubberbandenfabrieken |
4.2 |
|
Loopvlakvernieuwingsbedrijven: |
|
|
- vloeropp. < 100 m2 |
3.1 |
|
- vloeropp. >= 100 m2 |
4.1 |
|
Rubber-artikelenfabrieken |
3.2 |
|
Kunststofverwerkende bedrijven: |
|
|
- zonder fenolharsen |
4.1 |
|
- met fenolharsen |
4.2 |
|
- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN |
|
|
Glasfabrieken: |
|
|
- glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j |
3.2 |
|
- glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 t/j |
4.2 |
|
- glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j |
4.2 |
|
- glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j |
5.1 |
|
Glasbewerkingsbedrijven |
3.1 |
|
Aardewerkfabrieken: |
|
|
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW |
2 |
|
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW |
3.2 |
|
Baksteen en baksteenelementenfabrieken |
4.1 |
|
Dakpannenfabrieken |
4.1 |
|
Cementfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
5.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
5.3 |
|
Kalkfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
5.1 |
|
Gipsfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
4.1 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
5.1 |
|
Betonwarenfabrieken: |
|
|
- zonder persen, triltafels en bekistingtrille |
4.1 |
|
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d |
4.2 |
|
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >= 100 t/d |
5.2 |
|
Kalkzandsteenfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100.000 t/j |
3.2 |
|
- p.c. >= 100.000 t/j |
4.2 |
|
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken |
3.2 |
|
Betonmortelcentrales: |
|
|
- p.c. < 100 t/u |
3.2 |
|
- p.c. >= 100 t/u |
4.2 |
|
Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips: |
|
|
- p.c. < 100 t/d |
3.2 |
|
- p.c. >= 100 t/d |
4.2 |
|
Natuursteenbewerkingsbedrijven: |
|
|
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² |
3.2 |
|
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² |
3.1 |
|
- met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j |
4.2 |
|
- met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j |
5.2 |
|
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken |
3.1 |
|
Bitumineuze materialenfabrieken: |
|
|
- p.c. < 100 t/u |
4.2 |
|
- p.c. >= 100 t/u |
5.1 |
|
Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): |
|
|
- steenwol, p.c. >= 5.000 t/j |
4.2 |
|
- overige isolatiematerialen |
4.1 |
|
Minerale productenfabrieken n.e.g. |
3.2 |
|
Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur |
4.1 |
|
- asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur |
4.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN METALEN |
|
|
Ruwijzer- en staalfabrieken: |
|
|
- p.c. < 1.000 t/j |
5.2 |
|
- p.c. >= 1.000 t/j |
6 |
|
IJzeren- en stalenbuizenfabrieken: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
5.1 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.3 |
|
Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.2 |
|
Non-ferro-metaalfabrieken: |
|
|
- p.c. < 1.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 1.000 t/j |
5.2 |
|
Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
5.1 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.3 |
|
IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen: |
|
|
- p.c. < 4.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 4.000 t/j |
5.1 |
|
Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen: |
|
|
- p.c. < 4.000 t/j |
4.2 |
|
- p.c. >= 4.000 t/j |
5.1 |
|
|
|
|
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) |
|
|
Constructiewerkplaatsen |
|
|
- gesloten gebouw |
3.2 |
|
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 |
3.1 |
|
- in open lucht, p.o. < 2.000 m2 |
4.1 |
|
- in open lucht, p.o. >= 2.000 m2 |
4.2 |
|
Tank- en reservoirbouwbedrijven: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels |
4.1 |
|
Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven |
4.1 |
|
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. |
3.2 |
|
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 |
3.1 |
|
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: |
|
|
- algemeen |
3.2 |
|
- stralen |
4.1 |
|
- metaalharden |
3.2 |
|
- lakspuiten en moffelen |
3.2 |
|
- scoperen (opspuiten van zink) |
3.2 |
|
- thermisch verzinken |
3.2 |
|
- thermisch vertinnen |
3.2 |
|
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) |
3.2 |
|
- anodiseren, eloxeren |
3.2 |
|
- chemische oppervlaktebehandeling |
3.2 |
|
- emailleren |
3.2 |
|
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) |
3.2 |
|
Overige metaalbewerkende industrie |
3.2 |
|
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200 m2 |
3.1 |
|
Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
4.1 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. |
3.2 |
|
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN |
|
|
Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: |
|
|
- p.o. < 2.000 m2 |
3.2 |
|
- p.o. >= 2.000 m2 |
4.1 |
|
- met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW |
4.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS |
|
|
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie |
2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. |
|
|
Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. reparatie |
4.1 |
|
Schakel- en installatiemateriaalfabrieken |
4.1 |
|
Elektrische draad- en kabelfabrieken |
4.1 |
|
Accumulatoren- en batterijenfabrieken |
3.2 |
|
Lampenfabrieken |
4.2 |
|
Elektrotechnische industrie n.e.g. |
2 |
|
Koolelektrodenfabrieken |
6 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. |
|
|
Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie |
3.1 |
|
Fabrieken voor gedrukte bedrading |
3.1 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN |
|
|
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie |
2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS |
|
|
Autofabrieken en assemblagebedrijven |
|
|
- p.o. < 10.000 m2 |
4.1 |
|
- p.o. >= 10.000 m2 |
4.2 |
|
Carrosseriefabrieken |
4.1 |
|
Aanhangwagen- en opleggerfabrieken |
4.1 |
|
Auto-onderdelenfabrieken |
3.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) |
|
|
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: |
|
|
- houten schepen |
3.1 |
|
- kunststof schepen |
3.2 |
|
- metalen schepen < 25 m |
4.1 |
|
- metalen schepen >= 25m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW |
5.1 |
|
Scheepssloperijen |
5.2 |
|
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: |
|
|
- algemeen |
3.2 |
|
- met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW |
4.2 |
|
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: |
|
|
- zonder proefdraaien motoren |
4.1 |
|
- met proefdraaien motoren |
5.3 |
|
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken |
3.2 |
|
Transportmiddelenindustrie n.e.g. |
3.2 |
|
|
|
|
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. |
|
|
Meubelfabrieken |
3.2 |
|
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 |
1 |
|
Fabricage van munten, sieraden e.d. |
2 |
|
Muziekinstrumentenfabrieken |
2 |
|
Sportartikelenfabrieken |
3.1 |
|
Speelgoedartikelenfabrieken |
3.1 |
|
Sociale werkvoorziening |
2 |
|
Vervaardiging van overige goederen n.e.g. |
3.1 |
|
|
|
|
VOORBEREIDING TOT RECYCLING |
|
|
Metaal- en autoschredders |
5.1 |
|
Puinbrekerijen en -malerijen: |
|
|
- v.c. < 100.000 t/j |
4.2 |
|
- v.c. >= 100.000 t/j |
5.2 |
|
Rubberregeneratiebedrijven |
4.2 |
|
Afvalscheidingsinstallaties |
4.2 |
|
|
|
|
PRODUCTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER |
|
|
Elektriciteitsproductiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) |
|
|
- kolengestookt (incl. meestook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth |
5.2 |
|
- oliegestookt, thermisch vermogen > 75 MWth |
5.1 |
|
- gasgestookt (incl. bijstook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth,in |
5.1 |
|
- kerncentrales met koeltorens |
6 |
|
- warmte-kracht-installaties (gas), thermisch vermogen > 75 MWth |
5.1 |
|
bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: |
|
|
- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie |
3.2 |
|
- vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa |
3.2 |
|
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: |
|
|
- < 10 MVA |
2 |
|
- 10 - 100 MVA |
3.1 |
|
- 100 - 200 MVA |
3.2 |
|
- 200 - 1000 MVA |
4.2 |
|
- >= 1000 MVA |
5.1 |
|
Gasdistributiebedrijven: |
|
|
- gascompressorstations vermogen < 100 MW |
4.2 |
|
- gascompressorstations vermogen >= 100 MW |
5.1 |
|
- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A |
1 |
|
- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C |
2 |
|
- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D |
3.1 |
|
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: |
|
|
- stadsverwarming |
3.2 |
|
- blokverwarming |
2 |
|
windmolens: |
|
|
- wiekdiameter 20 m |
3.2 |
|
- wiekdiameter 30 m |
4.1 |
|
- wiekdiameter 50 m |
4.2 |
|
|
|
|
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER |
|
|
Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: |
|
|
- met chloorgas |
5.3 |
|
- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling |
3.1 |
|
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: |
|
|
- < 1 MW |
2 |
|
- 1 - 15 MW |
3.2 |
|
- >= 15 MW |
4.2 |
|
|
|
|
BOUWNIJVERHEID |
|
|
Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² |
3.2 |
|
- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² |
3.1 |
|
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² |
3.1 |
|
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² |
2 |
|
|
|
|
GROOTHANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN |
|
|
Groothandel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven |
2 |
|
Groothandel in vrachtauto's (incl. import en reparatie) |
3.2 |
|
Autoplaatwerkerijen |
3.2 |
|
Autobeklederijen |
1 |
|
Autospuitinrichtingen |
3.1 |
|
Autowasserijen |
2 |
|
Groothandel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires |
2 |
|
|
|
|
OVERIG GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING |
|
|
Grth in akkerbouwproducten en veevoeders |
3.1 |
|
Grth in akkerbouwproducten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit van 500 ton/uur of meer |
4.2 |
|
Grth in bloemen en planten |
2 |
|
Grth in levende dieren |
3.2 |
|
Grth in huiden, vellen en leder |
3.1 |
|
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen |
3.1 |
|
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën |
3.1 |
|
Grth in dranken |
2 |
|
Grth in tabaksproducten |
2 |
|
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk |
2 |
|
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen |
2 |
|
Grth in overige voedings- en genotmiddelen |
2 |
|
Grth in overige consumentenartikelen |
2 |
|
Grth in vuurwerk en munitie: |
|
|
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton |
2 |
|
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton |
3.1 |
|
- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per bewaarplaats < 750 kg (en > 25 kg theatervuurwerk) |
5.1 |
|
- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per bewaarplaats 750 kg tot 6 ton |
5.3 |
|
- munitie |
2 |
|
Grth in vaste brandstoffen: |
|
|
- klein, lokaal verzorgingsgebied |
3.1 |
|
- kolenterminal, opslag opp. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: |
|
|
- vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3 |
4.1 |
|
- vloeistoffen, o.c. >= 100.000 m3 |
5.1 |
|
- tot vloeistof verdichte gassen |
4.2 |
|
Grth minerale olieproducten (excl. brandstoffen) |
3.2 |
|
Grth in metaalertsen: |
|
|
- opslag opp. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- opslag opp. >= 2.000 m2 |
5.2 |
|
Grth in metalen en halffabrikaten |
3.2 |
|
Grth in hout en bouwmaterialen: |
|
|
- algemeen: b.o. > 2000 m² |
3.1 |
|
- algemeen: b.o. <= 2000 m² |
2 |
|
zand en grind: |
|
|
- algemeen: b.o. > 200 m² |
3.2 |
|
- algemeen: b.o. <= 200 m² |
2 |
|
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: |
|
|
- algemeen: b.o. > 2.000 m² |
3.1 |
|
- algemeen: b.o. < = 2.000 m² |
2 |
|
Grth in chemische producten |
3.2 |
|
Grth in kunstmeststoffen |
2 |
|
Grth in overige intermediaire goederen |
2 |
|
Autosloperijen: b.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- autosloperijen: b.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
Grth in machines en apparaten: |
|
|
- machines voor de bouwnijverheid |
3.2 |
|
- overige |
3.1 |
|
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. |
2 |
|
|
|
|
VERVOER OVER LAND |
|
|
Bus-, tram- en metroremises |
3.2 |
|
Taxibedrijven (anders dan kantoor) |
2 |
|
Touringcarbedrijven (anders dan kantoor) |
3.2 |
|
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m² |
3.2 |
|
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² |
3.1 |
|
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen |
2 |
|
|
|
|
BEDRIJVEN T.B.V. HET VERVOER |
|
|
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen: |
|
|
- containers |
5.1 |
|
- stukgoederen |
4.2 |
|
- ertsen, mineralen e.d., opslagopp. >= 2.000 m2 |
5.3 |
|
- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u |
5.1 |
|
- steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2 |
5.2 |
|
- olie, LPG, e.d. |
5.3 |
|
- tankercleaning |
4.2 |
|
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: |
|
|
- containers |
4.2 |
|
- tankercleaning |
4.2 |
|
- stukgoederen |
3.2 |
|
- ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < 2.000 m² |
4.2 |
|
- ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. >= 2.000 m² |
5.2 |
|
- granen of meelsoorten , v.c. < 500 t/u |
4.2 |
|
- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u |
5.1 |
|
- steenkool, opslagopp. < 2.000 m2 |
4.2 |
|
- steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2 |
5.1 |
|
- olie, LPG, e.d. |
5.2 |
|
Distributiecentra, pak- en koelhuizen |
3.1 |
|
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) |
2 |
|
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) |
3.2 |
|
|
|
|
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN, ANDERS DAN AAN CONSUMENTEN |
|
|
Personenautoverhuurbedrijven |
2 |
|
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) |
3.1 |
|
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen |
3.1 |
|
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. |
2 |
|
|
|
|
MILIEU |
|
|
Rioolwaterzuiveringsinrichtingen en gierverwerkingsinrichtingen., met afdekking voorbezinktanks: |
|
|
- < 100.000 i.e. |
4.1 |
|
- 100.000 - 300.000 i.e. |
4.2 |
|
- >= 300.000 i.e. |
5.1 |
|
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. |
3.1 |
|
Gemeentewerven (afval-inzameldepots) |
3.1 |
|
Vuiloverslagstations |
4.2 |
|
Afvalverwerkingsbedrijven: |
|
|
- mestverwerking/korrelfabrieken |
5.1 |
|
- kabelbranderijen |
3.2 |
|
- verwerking radioactief afval |
6 |
|
- pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) |
3.1 |
|
- oplosmiddelterugwinning |
3.2 |
|
- afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW |
4.2 |
|
- verwerking fotochemisch en galvano-afval |
2 |
|
Vuilstortplaatsen |
4.2 |
|
Composteerbedrijven: |
|
|
- niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr |
4.2 |
|
- niet-belucht v.c. 5.000 tot 20.000 ton/jr |
5.2 |
|
- belucht v.c. < 20.000 ton/jr |
3.2 |
|
- belucht v.c. > 20.000 ton/jr |
4.1 |
|
- GFT in gesloten gebouw |
4.1 |
|
|
|
|
OVERIG |
|
|
Wasserijen en strijkinrichtingen |
3.1 |
|
Tapijtreinigingsbedrijven |
3.1 |
|
Chemische wasserijen en ververijen |
2 |
|
Wasverzendinrichtingen |
2 |
|
Reinigingsbedrijven voor gebouwen |
3.1 |
|
Foto- en filmontwikkelcentrales |
2 |
|
Veilingen voor landbouw- en visserijproducten |
4.1 |
|
Veilingen voor huisraad, kunst e.d. |
1 |
|
Studio's (film, TV, radio, geluid) |
2 |
|
Datacentra |
2 |
|
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk |
2 |
|
Post- en koeriersdiensten |
2 |
|
Telecommunicatiebedrijven |
1 |
|
Cateringbedrijven |
2 |
|
Bedrijfsactiviteit: |
Adres waarop de bedrijfsactiviteit plaatsvindt: |
|
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² |
3.1 |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
|
gereserveerd |
gereserveerd |
RR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 2.3.6 regelt het gebruiksdoel 'bedrijf'. Geregeld wordt dat daar waar een gebruiksdoel bedrijf geldt, het uitoefenen van een bedrijf als activiteit is toegestaan. Het begrip bedrijf heeft in algemeen spraakgebruik een bredere betekenis dan in deze paragraaf. In het algemeen spraakgebruik (en dus ook in andere afdelingen of hoofdstukken in dit omgevingsplan) wordt onder bedrijf een onderneming of zaak verstaan. Deze afdeling gaat echter alleen over bedrijf in engere zin, namelijk een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, verwerken, herstellen, opslaan, distributie en groothandel van goederen. Met deze afbakening van wat onder een bedrijf bedoeld in deze paragraaf (bedrijf in enge zin) wordt verstaan, wordt aangesloten bij de begripsbepaling die doorgaans in Amsterdamse bestemmingsplannen werd gebruikt.
In de paragraaf zijn aanvullende regels opgenomen waarmee het uitoefenen van een bedrijf nader kan worden gereguleerd. Voor de meeste van die regels geldt dat ze alleen van toepassing zijn ter plaatse van specifiek aangegeven aanduidingen. In de artikelgewijze toelichting wordt de strekking van de inhoudelijke regels nader toegelicht.
Bedrijvenregeling
Behalve dat in de paragraaf wordt bepaald waar de uitoefening van een bedrijf is toegestaan, bevat de paragraaf ook een zogenaamde bedrijvenregeling, opgenomen in subparagraaf 2.3.6.2. Dit onderdeel regelt de vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven in verband met het aspect milieuhinder. De regels in deze subparagraaf gelden naast de milieuregels die op verschillende niveaus (Europees, landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau) zijn gesteld. Die regels hebben de bescherming van het milieu als oogmerk. Op basis van de milieuregels moeten bedrijven (en andere milieubelastende activiteiten) alle redelijke maatregelen treffen om gevolgen voor het milieu te voorkomen. Ook als een bedrijf volledig voldoet aan de milieuregels, kan het enige hinder naar de omgeving veroorzaken. Teneinde een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen moet een aanvullende afweging plaatsvinden tussen de toe te laten bedrijfsactiviteiten in relatie tot de gevoelige functies. Met betrekking tot het aspect milieuhinder worden de vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven in dit omgevingsplan geregeld via de systematiek van milieuhindercategorieën, zoals die voorheen was vastgelegd in de brochure Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hoewel de VNG deze brochure inmiddels heeft ingetrokken, blijft Amsterdam deze de systematiek als uitgangspunt gebruiken. De Brochure blijkt in de praktijk een goed werkend instrument dat in de afgelopen decennia zijn nut heeft bewezen. Indien nodig, zal de gemeente de Lijst van bedrijfsactiviteiten (opgenomen in Bijlage IV) actualiseren of bijwerken.
Onderdeel van de regeling is de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage IV. Hierin zijn bedrijfsactiviteiten opgesomd en is de potentiële milieubelasting met betrekking tot de milieuhinderaspecten geluid, geur, gevaar en stof bepaald. De potentiële milieubelasting wordt uitgedrukt in een milieuhindercategorie. De milieuhindercategorieën worden ingedeeld in hoofdcategorieën en in een aantal subcategorieën en lopen op naarmate de milieuhinder toeneemt. Per gebied wordt een maximum milieuhindercategorie bepaald. Van bedrijven die in die aangewezen (of in een lagere) milieuhindercategorie vallen wordt verondersteld dat ze qua milieugevolgen passen in dat gebied. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat bedrijven voldoen aan de milieuregelgeving. De meeste milieuregels zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en in hoofdstuk 10 van dit omgevingsplan te vinden. Voor gemengde gebieden is er een afwijkende systematiek. Hiervoor is een korte opsomming van bedrijfsactiviteiten opgesteld die daar inpasbaar zijn.
Uitwerking bedrijvenregeling in dit omgevingsplan
Bedrijven die vallen in de voor een gebied aangewezen of een lagere milieuhindercategorie zijn toegelaten in dat gebied (zie artikel 2.83). Ter plaatse van de aanduiding 'functiemenging' zijn bedrijven toegestaan die zijn opgesomd in artikel 2.84. Met een maatwerkvoorschrift kunnen ook andere bedrijven toegestaan worden die weliswaar in een hogere milieuhindercategorie vallen, maar die vergelijkbare milieu-emissie hebben als de rechtstreeks toegestane bedrijven (zie artikel 2.85). Hetzelfde geldt voor bedrijven die niet in de Lijst van bedrijfsactiviteiten voorkomen of die niet in de opsomming bij functiemening zijn benoemd.
Bedrijven die voor het wijzigen van het omgevingsplan waarmee paragraaf 2.3.6 op hun locatie ging gelden reeds legaal aanwezig waren, maar die niet passen in de nieuwe maximale milieuhindercategorie dan wel niet bij functiemenging zijn opgesomd, kunnen expliciet toegestaan worden. Hiervoor is een afzonderlijk regeling opgenomen in artikel 2.86 (eerbiedigende werking).
Nadere toelichting op de Lijst van bedrijfsactiviteiten
De Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage VI bij dit Omgevingsplan is gebaseerd op de Richtafstandenlijsten van milieubelastende activiteiten die als bijlage 1 bij Bedrijven en milieuzonering, editie 2009. Ten aanzien van die lijst is een aantal aanpassingen doorgevoerd.
Ten eerste bevat de lijst in bijlage IV alleen die activiteiten die als 'bedrijf' kunnen worden aangemerkt als bedoeld in deze paragraaf. Activiteiten die onder een ander gebruiksdoel vallen (bv. horeca, onderwijs, zakelijke dienstverlening etc.) komen niet meer terug in de lijst. Voor die activiteiten die niet onder het begrip bedrijf vallen, geldt de bedrijvenregeling niet en wordt de systematiek van milieuhindercategorieën niet gebruikt om te sturen op de vestigingsmogelijkheden. Dat kan anders opgelost worden; of met een aparte vergunningplicht (horeca) of met een toets bij het toelaten van de activiteit op een locatie. Het feit dat een activiteit op de Lijst in bijlage IV voorkomt vormt weliswaar een indicatie dat die activiteit een bedrijf in de zin van deze paragraaf is, maar dat hoeft niet in alle gevallen zo te zijn. Of een activiteit op een locatie als een bedrijf valt te kwalificeren wordt bepaald aan de hand van de begripsbepaling zoals opgenomen in artikel 2.80. Bij sommige activiteiten is het mogelijk dat zowel productie- als kantoorwerkzaamheden plaats vinden. De kantoorwerkzaamheden vallen in principe onder het gebruiksdoel Zakelijk en administratieve dienstverlening (dat is gereguleerd door paragraaf 2.3.3). Onder voorwaarden is het gebruikt van ondergeschikt kantoorruimte bij bedrijven toegestaan (zoals geregeld in artikel 3.19). Het hoofdkantoor van een groot productiebedrijf dat niet ondergeschikt is aan dat productiebedrijf of op een andere locatie is gevestigd is aldus geen bedrijf als bedoeld in deze paragraaf.
Ten tweede is informatie uit de Richtafstandenlijst van de VNG die voor de toepassing van de bedrijvenregeling in dit omgevingsplan niet relevant is, niet overgenomen. Zo zijn de zogenaamde SBI-codes voor de omschrijving van bedrijfsactiviteiten geschrapt. De Standaard Bedrijfsindeling (SBI) is een indeling van economische activiteiten die het Centraal Bureau voor Statistiek heeft ontwikkeld om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI-indeling was de basis voor de Richtafstandenlijst van de VNG. Sinds de laatste actualisatie van de Richtafstandenlijst in 2009 is de SBI-indeling meerdere keren gewijzigd. Omdat de SBI-codes uit de Richtafstandenlijst niet meer corresponderen met de codes die het CBS en de Kamer van Koophandel gebruiken, hebben de verouderde codes geen toegevoegde waarde meer en zijn dus niet overgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten. De indeling van activiteiten volgt grotendeels wel de indeling van de SBI-2008.
Ook de indices voor verkeer, visueel, bodem en lucht komen op de lijst van de bedrijfsactiviteiten niet terug. Deze indices werden in het verleden (in Amsterdam noch landelijk) niet toegepast. Tot slot is overige informatie uit de Richtafstandenlijst (zoals welke activiteiten geluidzoneringplichtig zijn, op welke activiteiten het Besluit externe veiligheid inrichting van toepassing was, welke activiteiten in het algemeen continue worden uitgevoerd, etc.) niet overgenomen.
Met betrekking tot de richtafstanden ten aanzien van de verschillende milieuaspecten wordt het volgende opgemerkt. De hoogste afstand bepaalt de milieuhindercategorie die aan een activiteit wordt toegekend. Voor de toelating van bedrijfsactiviteiten is de milieuhindercategorie bepalend. Het zou daarom mogelijk zijn om alleen de milieuhindercategorie te vermelden op de lijst.
De richtafstanden per milieuaspect geven echter waardevolle informatie voor het geval dat een activiteit in een hogere categorie valt dan ter plaatse toegelaten. In die situatie wordt duidelijk welk milieuaspect(en) maatgevend is (zijn) en waar het treffen van eventuele maatregelen nodig kan zijn. Daarom is die informatie behouden.
De richtafstanden zijn bovendien bruikbaar als hulpmiddel in de volgende situaties. Ten eerste kunnen ze gebruikt worden om te bepalen bedrijven uit welke milieuhindercategorie op een bepaalde locatie aanvaardbaar zijn (gelet op de afstand tot bestaande woningen). Ten tweede kunnen ze ook gebruikt worden om te bepalen op welke afstand van bestaande bedrijven (of bedrijventerreinen) nieuwe woningen aanvaardbaar zijn. De afstanden in de lijst zijn indicatief van karakter; de concrete bedrijfsvoering van bedrijven kan aanleiding geven om een kleinere of grotere afstand aan te houden.
De richtafstanden op de lijst zijn geschikt om het woon- en leefklimaat passend bij een rustige woonwijk te behalen. Indien er sprake is van een gemengd gebied met meer 'stedelijk karakter' is het ook aanvaardbaar om de afstanden te 'halveren'. Daarbij wordt de afstand behorend bij één milieuhindercategorie lager aangehouden.
Onderstaande tabel geeft de relatie tussen milieuhindercategorieën en richtafstanden tot gebiedstypen rustige woonwijk en gemengd gebied weer.
SS
Na sectie 11.3.3.15 wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Deze paragraaf bevat regels over het realiseren van nieuwe slaapplaatsen in hotels. Hiermee wordt beoogd de groei van de overnachtingscapaciteit en het aantal toeristenovernachtingen in hotels af te remmen. Dit moet ervoor zorgen dat de druk op het woon- en leefklimaat als gevolg van toeristenovernachtingen niet verder toeneemt. Op die manier draagt de regulering van het aantal slaapplaatsen in hotels bij aan de balans tussen leefbaarheid en toerisme in Amsterdam.
De leefbaarheid en daarmee ook het stedelijk milieu staat onder zeer grote druk als gevolg van toeristenovernachtingen in hotels. De afgelopen jaren heeft het stadsbestuur een reeks maatregelen genomen om tot minder toeristenovernachtingen te komen. Dankzij het hotelbeleid is het vestigen van nieuwe hotels sterk aan banden gelegd. De uitvoeringsprogramma’s Aanpak binnenstad en Bezoekerseconomie voorzien ook in verschillende maatregelen ter verbetering van de toeristische draagkracht. Daarnaast bevat de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 regels voor toeristische verhuur van woonruimtes. Het overgrote deel van de verblijfsbezoekers overnacht echter in hotels. Het verbieden van nieuwe slaapplaatsen in hotels is daarom nodig en voegt zich toe aan de reeks maatregelen die al is genomen.
De aanleiding om op de toename van het aantal slaapplaatsen in hotels te sturen volgt uit de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Deze verordening heeft de gemeenteraad op 8 juli 2021 vastgesteld, naar aanleiding van het volksinitiatief ‘Amsterdam heeft een keuze’ van 2020. De gedachte is dat vanaf een bepaald aantal bezoekers de stad uit balans raakt en de nadelen van toerisme groter worden dan de voordelen. De verordening schrijft daarom een bandbreedte voor het aantal toeristenovernachtingen voor. Ook wordt met de verordening gestuurd op de toeristische draagkracht in Amsterdamse wijken. Gezien het verwachte aantal toeristenovernachtingen de komende jaren en de lage toeristische draagkracht in bepaalde wijken, is ingrijpen nodig.
Bepaalde wijken van Amsterdam zijn onvoldoende toegerust op een grote hoeveelheid toeristische bezoekers. De toeristische draagkracht van deze wijken staat ook onder druk door de overnachtingscapaciteit daarbuiten. De toeristische wijken zullen immers bezoekers blijven aantrekken die elders in Amsterdam overnachten. Daarnaast lopen wijken die op dit moment voldoende toeristische draagkracht hebben, ook het risico op een afname van de leefbaarheid. Het sturen op het aantal slaapplaatsen in hotels binnen de hele gemeente is daarom noodzakelijk.
Deze regeling zet de beddenstop uit het voorbereidingsbesluit slaapplaatsen hotels voor onbepaalde tijd voort. Dit voorbereidingsbesluit is op 26 november 2024 vastgesteld door het college van B en W en op 28 november 2024 in werking getreden. Er is ook sprake van een aanscherping van de regeling. In het voorbereidingsbesluit was nog een aparte regeling opgenomen voor nieuwe hotels in verband met bestaande en nog niet benutte rechten. Er is nu één lijn getrokken voor bestaande en nieuwe hotels. Daarnaast zijn de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor nieuwe slaapplaatsen aangevuld en geconcretiseerd.
TT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 22.1, zoals dat is gaan gelden op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, betreft een algemeen deel, dat bestond uit een voorrangsbepaling (artikel 22.1) en twee overgangsrechtelijke bepalingen met betrekking tot cultureel erfgoed (artikel 22.2 en 22.3). Deze artikelen hebben betrekking op de toepassing van regels in hoofdstuk 22. Omdat die regels niet allemaal komen te vervallen, houden de betreffende regels deels betekenis. Artikel 22.1en artikel 22.2 worden wordt in aangepaste vorm gehandhaafd. Artikel 22.3 komt22.2 en 22.3 komen onder vervanging van regels elders in het omgevingsplan te vervallen.
UU
Na sectie ' Hospitaverhuur en inwoning' worden zes secties ingevoegd, luidende:
Eerste lid
Dit lid bepaalt het toepassingsbereik van paragraaf 3.2.15 over slaapplaatsen in hotels. De regels zijn alleen van toepassing op locaties waar krachtens het omgevingsplan of een omgevingsvergunning een hotel als onderneming al mag worden geëxploiteerd. Daar vallen ook gronden onder waar op grond van bestemmingsplannen hotels zijn toegestaan. De regels in deze paragraaf gelden aanvullend daarop. Deze paragraaf is niet bedoeld als beoordelingskader voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor hotels. In die gevallen blijft het Hotelbeleid 2024 het geldende toetsingskader.
Tweede lid
Dit lid bakent het toepassingsbereik van paragraaf 3.2.15 verder af. Het realiseren van nieuwe slaapplaatsen valt onder het toepassingsbereik, maar dit is niet altijd nodig. Te denken valt aan een de uitwisseling van een ruimte met een logiesfunctie enerzijds en een ruimte met een andere functie anderzijds. Feitelijk gezien worden nieuwe slaapplaatsen gerealiseerd, maar neemt het aantal slaapplaatsen niet toe. Het is niet nodig dergelijke activiteiten te reguleren.
Dit artikel voorziet in een vergunningplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het realiseren van nieuwe slaapplaatsen in hotels. Deze vergunningplicht geldt voor iedere nieuwe slaapplaats, of het nu gaat om een bestaand hotel of een nog te realiseren hotel.
Voor de toepassing van de vergunningplicht zijn de definities voor ‘bestaande slaapplaatsen’ en ‘nieuwe slaapplaatsen’ relevant. Hieruit volgt dat de peildatum voor het bepalen van het aantal bestaande slaapplaatsen de inwerkingtredingsdatum van paragraaf 3.2.15 is. De bestaande slaapplaatsen moeten in principe feitelijk en legaal aanwezig zijn geweest op de peildatum. Op locaties waar een hotel is toegestaan maar niet is gerealiseerd, is het aantal bestaande slaapplaatsen nul. Een uitzondering hierop is als de slaapplaatsen niet feitelijk aanwezig zijn, maar op grond van een omgevingsvergunning zijn toegestaan.
Dit artikel bevat locatiespecifiek overgangsrecht voor lopende hotelontwikkelingen die op het moment van inwerkingtreding concreet en bij de gemeente bekend zijn. Op deze hotelontwikkelingen is de vergunningplicht voor nieuwe slaapplaatsen niet van toepassing. Er is immers sprake van bestaande rechten, afspraken en/of onomkeerbare investeringen. Per locatie is een maximum aantal slaapplaatsen opgenomen. Dit moet voorkomen dat deze hotels in de toekomst het aantal slaapplaatsen verder kunnen uitbreiden.
Eerste lid
Het uitgangspunt van de regeling is dat de totale overnachtingscapaciteit in Amsterdam niet mag toenemen. Daarom wordt er voorzien in een nieuw-voor-bestaand-regeling (ook wel ‘nieuw-voor-oud’ genoemd) voor nieuwe slaapplaatsen in een hotel. Dit betekent dat nieuwe slaapplaatsen alleen zijn toegestaan ter vervanging van ‘bestaande slaapplaatsen op een andere locatie. Daarbij wordt als aanvullende eis gesteld dat de exploitatie van het te vervangen hotel volledig en blijvend moet zijn beëindigd. Een beëindiging van de exploitatie van het te vervangen hotel komt de leefbaarheid ten goede.
De nieuw-voor-bestaand-regeling maakt verschuivingen in de totale overnachtingscapaciteit mogelijk. Dit mag niet onbedoeld ertoe leiden dat de verschuiving in slaapplaatsen plaatsvindt naar wijken waar de toeristische draagkracht al onder druk staat. Voor de beoordeling hiervan wordt aangesloten op de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Toeristische draagkracht wordt in de verordening gedefinieerd als de toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het (significant) ten koste gaat van de leefbaarheid. In voorliggende regeling wordt daarom voor iedere nieuwe slaapplaats beoordeeld of de toeristische druk niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
Voor iedere wijk worden de toeristische druk en de toerisme gerelateerde leefbaarheid periodiek door O&S onderzocht. Op basis van de verordening vindt dit onderzoek tweejaarlijks plaats en wordt over de uitkomst hiervan gerapporteerd. Wat de toeristische druk betreft zijn in ieder geval de volgende indicatoren relevant: de concentratie van toeristische verhuur, de concentratie van coffeeshops, de doorloopruimte op stoepen, het aantal attracties, de hotelcapaciteit en de grootte van het overige toeristische aanbod. De ervaren leefbaarheid wordt onderzocht aan de hand van in ieder geval de volgende indicatoren: de onveiligheidsbelevingindex, de overlast door vervuiling, de overlast door toeristische verhuur van woningen in de directe woonomgeving, de overlast door mensen onder invloed van alcohol en/of andere verdovende middelen op straat, het aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen en de sociale cohesie. In bijlage 3 van het rapport Toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam 2023 uit 2024 zijn de indicatoren verder ingevuld. Bij de beoordeling van de toeristische druk en het woon- en leefklimaat wordt de meest actuele versie van het rapport over toeristische draagkracht geraadpleegd.
Tweede lid
Dit lid voorziet in de juridische borging van de nieuw-voor-bestaand-regeling bij verlening van een omgevingsvergunning voor nieuwe slaapplaatsen. Het aantal nieuwe slaapplaatsen wordt met een vergunningsvoorschrift gemaximeerd. Dit aantal is gelijk aan het aantal slaapplaatsen waarvoor de vergunning wordt verleend. Tevens wordt de beëindiging van de exploitatie van het te vervangen hotel met een vergunningsvoorschrift geborgd.
Derde lid
Dit lid voorziet in de juridische borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de nieuwe slaapplaatsen. Te denken valt aan maatregelen die genomen moeten worden om te voorkomen dat de toeristische druk te hoog wordt.
Dit artikel voorziet in specifieke aanvraagvereisten, waar aanvragen om nieuwe slaapplaatsen bij indiening aan moeten voldoen. Een aanvraag wordt in behandeling genomen als hieraan wordt voldaan. De aan te leveren gegevens en bescheiden zijn nodig voor de toepassing van de nieuw-voor-bestaand-regeling en de beoordeling van de gevolgen voor de toeristische draagkracht.
Met dit artikel wordt nader uitvoering gegeven aan de juridische borging van de nieuw-voor-bestaand-regeling voor het realiseren van nieuwe slaapplaatsen. Een omgevingsvergunning voor het realiseren van nieuwe slaapplaatsen tast het bestemmingsplan en daarmee het planologische recht van het vervangen hotel niet aan. Er moet echter worden voorkomen dat een hotel zich weer op die locatie kan vestigen na het vergunnen van de nieuwe slaapplaatsen elders. Door op de locatie van het vervangen hotel de aanduiding ‘hotel niet toegestaan’ op te nemen, wordt dit geborgd.
VV
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn specifieke beoordelingsregels opgenomen die gelden als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken gaat over het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.
Artikel 4.29 komt in de plaats van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 22.30, zoals die bij wijze van Bruidsschat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel waren geworden van dit omgevingsplan.
Eerste lid:
In dit lid is het beoordelingskader opgenomen waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie wordt getoetst.
Onderdeel a
In dit onderdeel is een beoordelingsregel opgenomen ten aanzien van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem. De waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem is in het tweede tot en met vierde lid opgenomen. Een omgevingsvergunning kan worden verleend als de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden of bij overschrijding van die waarde als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt genomen. De sanerende of andere beschermende maatregel wordt genomen voorafgaand aan of tijdens de bouw en in ieder geval voor het in gebruik nemen van het bodemgevoelige gebouw. Het gaat om een sanerende of andere beschermende maatregel waarmee schade voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw wordt voorkomen. Voor beide situaties geldt dat er ook voldaan moet worden aan onderdeel b.
Onderdeel b
In aanvulling op de artikelen 22.29 en 22.30 zoals die bij wijze van Bruidsschat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel waren geworden van dit omgevingsplan stelt de gemeente Amsterdam aanvullende beoordelingsregels voor het bouwen op verontreinigde bodem. In de voormalige Bouwverordening Amsterdam was opgenomen dat aan de omgevingsvergunning voor bouwen (van een bodemgevoelig gebouw) voorschriften konden worden verbonden om de bodem alsnog geschikt te maken. Om een grondslag voor een dergelijk voorschrift in het omgevingsplan te creëren is onderdeel b toegevoegd aan het eerste lid. Volgens onderdeel b kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden verleend als het bevoegd gezag van oordeel is dat er geen verontreiniging van de bodem is die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw (en ook wordt voldaan aan onderdeel a, onder 1 of 2 ). Als er wel verontreiniging in de bodem aanwezig is (anders dan bedoeld in onderdeel a, onder 2) die schadelijk zou kunnen zijn voor de gezondheid van de gebruikers van het gebouw maar aannemelijk is dat met een of meer maatregelen de bodem of het gebouw toch geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde gebruiksdoel kan de omgevingsvergunning ook worden verleend onder het voorschrijven van die maatregelen (zolang ook wordt voldaan aan onderdeel a, onder 1 of 2). De maatregelen staan in artikel 4.31 genoemd. Onderdeel b werkt als een vangnet voor niet-genormeerde stoffen of situaties waarin weliswaar de interventiewaarde niet wordt overschreden, maar er toch onacceptabele gezondheidsrisico’s zijn, bijvoorbeeld wanneer sprake is van voortschrijdende inzichten over de schadelijkheid van een stof. Genormeerde stoffen waarvoor een interventiewaarde bodemkwaliteit is vastgesteld vallen al onder onderdeel a.
Tweede lid:
Onderdeel a:
Net als onder de voormalige Wet bodembescherming, is in dit lid bepaald dat sprake is van een overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit bodem als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie is overschreden in meer dan 25 m3 bodemvolume. Voor de waarde toelaatbare kwaliteit bodem houdt de gemeente Amsterdam voor de meeste gevallen de interventiewaarden bodemkwaliteit aan. Deze interventiewaarden staan in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Anders dan bij een saneringsgeval onder de Wet bodembescherming is het voor de beoordeling van de aanvraag niet nodig om de exacte hoeveelheid verontreiniging of de contour voor een bepaalde concentratie stoffen in beeld te brengen. De regel is niet gericht op het opsporen en aanpakken van heel kleine verontreinigingen. Er zijn alleen maatregelen nodig als het gaat om een verontreiniging in meer dan 25 m3 bodemvolume boven de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem.
Onderdeel b:
Voor PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) zijn geen interventiewaarden bodemkwaliteit vastgesteld en zijn dus ook geen interventiewaarden voor PFAS opgenomen in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor de bescherming van de gezondheid van de gebruikers van het gebouw is het nodig om voor PFAS waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast te stellen. Ook bij een verontreiniging met PFAS geldt de ondergrens van 25m3 bodemvolume.
Voor de waarden van PFAS in de vaste bodem is aangesloten bij de INEV’s (Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging). De INEV’s zijn afgeleid door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en gelden als de meest actuele wetenschappelijke inzichten. Het is ongewenst dat grond met een PFAS-verontreiniging boven de opgenomen waarden wordt herschikt onder de afdeklaag door de verwachte effecten op het milieu en de gezondheid.
Derde lid:
De ondergrens van 25 m3 bodemvolume, zoals die in het tweede lid wordt aangehouden, geldt niet voor asbest, omdat asbest ook in kleine hoeveelheden gevaar voor de gezondheid kan opleveren. Bij het aantreffen van asbest in de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, ongeacht het volume, moeten sanerende maatregelen worden genomen. De uitzondering op het volumecriterium van 25m3 voor asbest is een voortzetting van het beleid in de Circulaire bodemsanering onder de voormalige Wet bodembescherming.
Vierde lid:
In het vierde lid worden waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood vastgesteld. De gemeente Amsterdam wil haar inwoners aanvullend beschermen tegen schadelijke gevolgen van bodemlood. De gemeente Amsterdam heeft daarom specifiek beleid voor bodemverontreiniging met lood, waaronder een subsidieregeling en het faciliteren van afvoer van grond. Gebleken is dat blootstelling aan lood nog schadelijker is voor de gezondheid dan eerst werd gedacht, met name voor de hersenontwikkeling van jonge kinderen. Naar aanleiding van een EFSA-advies (European Food and Safety Authority) heeft het RIVM een rapport opgesteld. De GGD heeft op basis hiervan gezondheidskundige advieswaarden afgeleid. Het Amsterdamse loodbeleid is hierop gebaseerd en er zijn waarden in de inmiddels ingetrokken nota Bodembeheer vastgelegd. Dit is beleidsneutraal vertaald naar een waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood in dit omgevingsplan voor locaties waar verwacht wordt dat kinderen vaak in aanraking kunnen komen met de bodem (zoals een tuin of buitenruimte bij een woning, kinderdagverblijf of school). In afwijking van het uitgangspunt in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt hierbij uitgegaan van de gemeten waarde, zonder dat een bodemtypecorrectie wordt toegepast. Voor het toetsen of sprake is van gezondheidsrisico’s kan het beste van de gemeten waarde wordt uitgegaan. Dit is in lijn met het advies van de GGD over lood.
Bij een bodemgevoelige gebruiksfunctie waar geen contact met de bodem door jonge kinderen voor de hand ligt, zoals winkels of kantoren met eventuele buitenruimte of tuin, wordt de interventiewaarde aangehouden conform de bijlage IIA Bal (met bodemtypecorrectie).
In de onderstaande tabel zijn voor een beter begrip voor verschillende bodemgevoelige gebouwen de waarden voor de stoffen lood en PFAS weergegeven.
|
Bodemgevoelige gebruiksfunctie |
Waarden lood (in mg/kg ds) |
Waarden PFOA (in µg /kg ds) |
Waarden PFOS en overige PFAS (in µg /kg ds) |
|
Woning met tuin Kinderdagverblijf met buitenruimte School met buitenruimte |
370 |
60 |
59 |
|
Winkel, kantoor, overige bodemgevoelige gebouwen |
Interventiewaarde conform bijlage IIA Bal |
60 |
59 |
|
Bodemgevoelige gebruiksfunctie |
Waarden lood (in mg/kg ds) |
Waarden PFOA (in µg /kg ds) |
Waarden PFOS en overige PFAS (in µg /kg ds) |
|
Woning met tuin Kinderdagverblijf met buitenruimte School met buitenruimte |
370 |
60 |
59 |
|
Winkel, kantoor, overige bodemgevoelige gebouwen |
Interventiewaarde conform bijlage IIA Bal |
60 |
59 |
WW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Wat in artikel 22.334.17 van dit omgevingsplan is geregeld voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, is in artikel 22.278 op vergelijkbare wijze geregeld voor de omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid (ook wel de aanlegvergunning of aanlegactiviteit genoemd). Net als voor bouwactiviteiten regelde de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in artikel 3.3 een voorbeschermingsregime in de vorm van een aanhoudingsplicht voor de beslissing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor de hier bedoelde aanlegactiviteiten. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit dergelijke aanlegactiviteiten komt artikel 22.278 voor de regeling uit artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in de plaats. Voor zijn verdere werking is artikel 22.278 identiek aan de werking van artikel 4.17. Voor de toelichting op die werking wordt dan ook verwezen naar de toelichting op artikel 4.17.
Derde lid:
In het derde lid is artikel 2.5 van de Vangnetregeling Omgevingswet geintegreerd in de bruidsschat. Met artikel 2.2 Vangnetregeling Omgevingswet is artikel 22.278 van de bruidsschat aangevuld. De in artikel 22.278 opgenomen grondslagen om een onder nieuw recht ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid, werden daarmee uitgebreid. De aanvullende bepalingen regelen dat zo’n vergunning ook moet worden geweigerd als sprake is van een nog onder oud recht lopende procedure van een bestemmingsplan of inpassingsplan op grond van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. De vergunning kan worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Hiermee wordt het regime van voorbereidingsbescherming, zoals dat bestond onder artikel 3.3 van de voormalige Wabo, voortgezet met de mogelijkheid de vergunning te weigeren. Hiermee wordt voorkomen dat voorbereidingsbescherming verloren zou gaan en onbedoeld vergunning zou moeten worden verleend voor ontwikkelingen die met het oog op de in voorbereiding zijnde nieuwe regeling ongewenst zijn. Hier is sprake van een ontbrekend overgangsrecht, wat in specifieke situaties onredelijk is. Duidelijkheidshalve is de inhoud van artikel 2.2 Vangnetregeling Omgevingswet geïntegreerd in het omgevingsplan. Daarmee staan de weigeringsgronden bij elkaar.
BBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren de indieningsvereisten voor omgevingsvergunningen op rijksniveau geregeld, ook als de vergunningplicht was ingesteld in een bestemmingsplan of gemeentelijke verordening. Deze indieningsvereisten waren opgenomen in de voormalige Regeling omgevingsrecht en komen, voor zover het gaat om die laatste vergunningen, niet meer terug op rijksniveau. Daarom worden deze opgenomen in deze paragraaf. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in een bestemmingsplan, maken die vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in gemeentelijke verordeningen (artikel 2.2 van die wet) houden de aanvraagvereisten verband met artikel 22.8 van de Omgevingswet. Artikel 22.8 van de Omgevingswet brengt met zich dat zolang deze vergunningenstelsels nog niet zijn overgeheveld naar het omgevingsplan, de regeling van artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht feitelijk wordt gecontinueerd. Een in een autonome verordening opgenomen vergunningplicht, die krachtens artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werd aangemerkt als een Wabo-omgevingsvergunningplicht, wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet aangemerkt als een omgevingsvergunningplicht op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.
In deze afdeling zijn daarnaast nog de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor twee andere activiteiten opgenomen. In de eerste plaats de activiteit die strekt tot het afwijken van regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, waarvoor in dat tijdelijke deel is bepaald dat daarvan bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken. De hiermee samenhangende vergunningplicht die onder de gelding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht volgde uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, is opgenomen in artikel 22.280 van dit omgevingsplan. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de hiervoor gegeven toelichting op dat artikel.
De tweede activiteit waarvoor deze afdeling nog aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning bevat, is het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Ook dat artikel is een overgangsrechtelijke bepaling.
In artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was een vergunningplicht opgenomen voor het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Onder de Omgevingswet is dit geen afzonderlijke, in artikel 5.1 van die wet geregelde vergunningplicht meer, maar wordt het sloopvergunningenregime voor rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten onderdeel van het omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een adequaat sloopvergunningenregime in het omgevingsplan voorzien, omdat bestemmingsplannen nog uitgingen van het bestaan van de wettelijke vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Om te voorkomen dat door het wegvallen van die rechtstreeks uit de wet voortvloeiende vergunningplicht een hiaat in de bescherming van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht ontstaat, is in artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat totdat het omgevingsplan voorziet in een adequaat beschermingsregime dat voldoet aan de in dat artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35, tweede lid, van die wet verklaart op deze vergunningplicht de op de vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betrekking hebbende weigeringsgrond uit artikel 2.16 van die wet van overeenkomstige toepassing. Vanwege dit beschermingsregime zijn ook de indieningsvereisten voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zoals die waren opgenomen in artikel 6.2 van de voormalige Regeling omgevingsrecht naar deze afdeling overgeheveld.
De vier categorieën activiteiten waarop de aanvraagvereisten in deze afdeling betrekking hebben, komen terug in de nadere onderverdeling van paragraaf 22.5.2 van deze afdeling in een viertal subparagrafen.
De indieningsvereisten uit de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht komen niet allemaal in identieke bewoordingen als aanvraagvereisten terug. Dat kan alleen al niet vanwege de begrippen uit het oude recht die in die regels voorkomen. In de artikelen 22.2 en 22.14 van de Omgevingswet is bepaald dat de bruidsschat bestaat uit rijksregels of daaraan gelijkwaardige regels. Door aan te sluiten op de terminologie van het nieuwe stelsel wordt invulling gegeven aan het opstellen van gelijkwaardige regels. Dat betekent bijvoorbeeld dat het begrip locatie wordt gehanteerd en niet het begrip grond. Wat betreft de aanvraagvereisten voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een gemeentelijk monument is aangesloten bij de formulering van de aanvraagvereisten voor een rijksmonumentenactiviteit die in de Omgevingsregeling zijn opgenomen.
De artikelen 22.28710.11 tot en met 22.29510.16 voorzien in specifieke aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument. Bij een gemeentelijk monument gaat het op grond van bijlage I bij het Bbl om een monument of archeologisch monument als bedoeld in de Erfgoedwet waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven. Op grond van artikel 22.29510.1 zijn deze aanvraagvereisten van overeenkomstige toepassing op eventuele voorbeschermde gemeentelijke monumenten in dit omgevingsplan. Bijlage I bij het Bbl definieert een voorbeschermd gemeentelijk monument voor zover in het kader van het omgevingsplan van belang als een monument of archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding van gemeentelijk monument te geven. De artikelen 22.28710.11 tot en met 22.29510.16 zijn ook van toepassing op monumenten en archeologische momenten die een (voor)beschermde status hebben op grond van een gemeentelijke verordening en nog niet via een voorbeschermingsregel of functie-aanduiding in het omgevingsplan zijn overgezet. Dit volgt uit artikel 22.210.1 van dit omgevingsplan.
Voor de leesbaarheid wordt hierna alleen van gemeentelijk monument gesproken, maar kan steeds ook voorbeschermd gemeentelijk monument worden gelezen.
Omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument komen overeen met de activiteiten die op grond van de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet onder de «rijksmonumentenactiviteit» vallen: het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of een archeologisch monument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Waar in deze begripsomschrijving gesproken wordt van «monument» wordt alleen op gebouwde en aangelegde (groene) monumenten gedoeld. Waar gesproken wordt van «archeologisch monument» wordt gedoeld op een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen (zie de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en artikel 1.1 van de Erfgoedwet).
Voor deze aanvraagvereisten hebben, zoals hierboven al aangegeven, de indieningsvereisten in de voormalige Regeling omgevingsrecht onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als basis gediend, aangevuld met indieningsvereisten voor archeologische rijksmonumenten op grond van de Monumentenwet 1988. De redactie is daarbij wel aangepast aan voortschrijdend inzicht en aan de stelselkeuzes van de Omgevingswet.
In 22.276 zijn de algemene aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument opgenomen, die bij iedere aanvraag van toepassing zijn. Voor het overige zijn de aanvraagvereisten in verschillende artikelen gespecificeerd voor de volgende activiteiten:
activiteiten die betrekking hebben op archeologische monumenten;
het slopen (= geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen) van monumenten;
het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van monumenten;
het wijzigen van een monument (restauratie, verbouw, reconstructie of op een andere manier wijzigen) of het door herstel ontsieren of in gevaar brengen van een monument;
het gebruiken van een monument waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
Ook zijn er twee artikelen opgenomen met eisen aan tekeningen, een voor monumenten en een voor archeologische monumenten.
Met deze uitsplitsing in activiteiten wordt voorkomen dat initiatiefnemers (vergunningaanvragers) worden geconfronteerd met aanvraagvereisten die niet relevant voor hen zijn. Deze insteek bestond al in de voormalige Regeling omgevingsrecht, maar is nu verder vereenvoudigd. Bij een aantal artikelen is ook een splitsing aangebracht in aanvraagvereisten die in beginsel altijd noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit in relatie tot het monument of archeologisch monument en zijn monumentale waarde (eerste lid), en aanvraagvereisten die niet in alle gevallen nodig zijn of die alleen voor bepaalde soorten gemeentelijke monumenten van toepassing zijn (tweede lid).
De aard en de omvang van de activiteit en het soort gemeentelijk monument bepalen welke aanvraagvereisten in een concreet geval van toepassing zijn. Zo zijn voor de beoordeling van een vergunningaanvraag voor uitvoering van een restauratie- of (ver)bouwplan meer gegevens en bescheiden noodzakelijk dan voor het beoordelen van een vergunningaanvraag voor het aanbrengen van gevelreclame. Voorafgaand aan ingrijpende restauraties is het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek vaak wenselijk, terwijl dit voor kleinere herstelwerkzaamheden meestal niet aan de orde zal zijn. Ook de locatie van de activiteiten is voor de aanvraagvereisten van belang. Als er werkzaamheden in het interieur worden uitgevoerd, zijn interieurfoto’s nodig, maar deze zijn doorgaans niet relevant als de ingrepen alleen de buitenkant van het monument betreffen.
Door de grote verscheidenheid aan activiteiten die van invloed kunnen zijn op de monumentale waarde van een monument of archeologisch monument is geen volledig dekkend beeld te geven van alle mogelijke aanvraagvereisten. Het bevoegd gezag kan in specifieke gevallen, naast de genoemde aanvraagvereisten, op grond van artikel 4:2, tweede lid, in samenhang met artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht ook nog andere aanvraagvereisten formuleren. De gevraagde informatie moet uiteraard wel noodzakelijk zijn voor, en in directe relatie te staan tot, de beoordeling van de aanvraag. Het is dan ook in het algemeen bij voorgenomen omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument raadzaam voor een aanvrager om eerst in vooroverleg te treden met het bevoegd gezag en daarna pas over te gaan tot het maken van definitieve plannen. Zo krijgt hij vroegtijdig inzicht in welke aanvullende aanvraagvereisten in het concrete geval nodig worden geacht en kan rekening worden gehouden met eventuele toepasselijke kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten.
Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag zal het belang van de (archeologische) monumentenzorg bij het behoud van het monument of archeologisch monument in redelijkheid moeten worden afgewogen tegen de belangen van de aanvrager (eigenaar/gebruiker) en die van derde belanghebbenden. Bij die belangenafweging staat het voorkomen van nadelige gevolgen van de aangevraagde activiteiten voor het monument of archeologisch monument en de monumentale waarden ervan voorop. Ook zal er bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning rekening moeten worden gehouden met de volgende beginselen uit het verdrag van Granada (de op 3 oktober 1985 te Granada tot stand gekomen Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa; Trb. 1985, 163) en het verdrag van Valletta (het op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen herziene Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed; Trb. 1992, 32):
het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten,
het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van die monumenten,
het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden, en
het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
Een aanvraag moet dus voldoende inzicht geven in de reden, aard en omvang van de activiteit, de impact op het monument of archeologisch monument en de monumentale waarde ervan, en het (voorgenomen) gebruik van het monument of archeologisch monument.
CCC
|
Artikel zoals dat bij wijze van bruidsschat in hoofdstuk 22 was geplaatst: |
Wordt voor milieubelastende activiteiten waarvoor geen milieuvergunningplicht op grond van het Bal geldt vervangen door artikel: |
|
22.41 |
9.10, 9.241 |
|
22.42 |
9.3, 9.234, 9.242 |
|
22.43 |
1.4 |
|
22.44 |
9.4, 9.12, 9.243 |
|
22.45 |
9.5 |
|
22.46 |
1.5 |
|
22.47 |
vervallen |
|
22.48 |
9.6 |
|
22.49 |
9.7 |
|
22.50 |
9.7 |
|
22.51 |
9.17 |
|
22.52 |
van rechtswege vervallen |
|
22.52a |
van rechtswege vervallen |
|
22.53 |
9.23 |
|
22.54 |
9.25, 9.37, 9.166 |
|
22.55 |
9.38, 9.167 |
|
22.56 |
9.26 |
|
22.57 |
9.39 |
|
22.58 |
9.40 |
|
22.59 |
9.41 |
|
22.60 |
9.28, 9.171 |
|
22.61 |
9.28, 9.30, 9.171 |
|
22.61a |
9.27 |
|
22.62 |
9.37 |
|
22.62a |
vervallen |
|
22.63 |
9.42, 9.46 |
|
22.64 |
9.49 |
|
22.65 |
9.47 |
|
22.66 |
vervallen |
|
22.67 |
vervallen |
|
22.68 |
9.51 |
|
22.69 |
vervallen |
|
22.70 |
9.31 |
|
22.71 |
9.50 |
|
22.72 |
9.32 |
|
22.73 |
9.53, 9.54, 9.55 |
|
22.74 |
9.33 |
|
22.75 |
9.166 |
|
22.76 |
9.169 |
|
22.77 |
9.170 |
|
22.78 |
9.33 |
|
22.79 t/m 22.82 |
9.226 |
|
22.83 |
9.73 |
|
22.84 |
9.74 |
|
22.85 |
9.75 |
|
22.86 |
9.76 |
|
22.87 |
9.77 |
|
22.88 |
9.78 |
|
22.89 |
9.80 |
|
22.90 |
9.83, 9.95 |
|
22.91 |
9.96 |
|
22.92 |
9.97 |
|
22.93 |
9.98 |
|
22.94 |
9.99 |
|
22.95 |
9.100 |
|
22.96 |
9.103 |
|
22.97 |
9.104 |
|
22.98 |
9.105 |
|
22.99 |
9.106 |
|
22.100 |
9.107 |
|
22.101 |
9.108 |
|
22.102 |
9.109 |
|
22.103 |
9.110 |
|
22.104 |
9.111 |
|
22.105 |
9.112 |
|
22.106 t/m 22.113 |
Vervallen bij wet |
|
22.114 |
9.115 |
|
22.115 |
9.116 |
|
22.116 |
9.117 |
|
22.117 |
9.118 |
|
22.118 |
9.119 |
|
22.119 |
9.120 |
|
22.120 |
9.121 |
|
22.121 t/m 22.124 |
Niet overgenomen; het betreft een vergunningplichtige milieubelastende activiteit waarop afdeling 9.2 niet van toepassing is. |
|
22.125 |
9.367 |
|
22.126 |
9.368 |
|
22.127 |
9.330 |
|
22.128 |
9.331 |
|
22.129 |
9.337 |
|
22.130 |
9.339 |
|
22.131 |
9.369 |
|
22.132 |
9.370 |
|
22.133 t/m 22.136 |
n.v.t. in Amsterdam |
|
22.137 |
9.256, 9.260 |
|
22.138 |
9.257, 9.261 |
|
22.139 |
9.262 |
|
22.140 |
9.258 |
|
22.141 |
9.259, 9.263 |
|
22.142 |
9.264 |
|
22.143 |
9.265 |
|
22.144 |
9.266 |
|
22.145 |
9.233, 9.248 |
|
22.146 |
geschrapt i.v.m. gewijzigde opzet |
|
22.147 |
9.236, 9.251 |
|
22.148 |
9.235, 9.249 |
|
22.149 |
9.237, 9.250 en 9.252 |
|
22.150 |
9.253 |
|
22.151 |
9.280 |
|
22.152 |
9.281 |
|
22.153 |
9.282 |
|
22.154 |
9.267 |
|
22.155 |
9.268 |
|
22.156 |
9.269 |
|
22.157 |
9.270 |
|
22.158 |
9.271 |
|
22.159 |
9.272 |
|
22.160 |
9.273 |
|
22.161 |
9.274 |
|
22.162 |
9.283 |
|
22.163 |
9.284 |
|
22.164 |
9.285 |
|
22.165 |
9.275 |
|
22.166 |
9.276 |
|
22.167 |
9.277 |
|
22.168 |
9.278 |
|
22.169 |
9.279 |
|
22.170 |
9.298 |
|
22.171 |
9.299 |
|
22.172 |
9.302 |
|
22.173 |
9.300 |
|
22.174 |
9.301 |
|
22.175 |
9.303 |
|
22.176 |
9.304 |
|
22.177 |
9.286 |
|
22.178 |
9.287 |
|
22.179 |
9.288 |
|
22.180 |
9.289 |
|
22.181 |
9.290 |
|
22.182 |
9.291 |
|
22.183 |
9.292 |
|
22.184 |
9.293 |
|
22.185 t/m 187 |
9.230 |
|
22.188 |
9.294 |
|
22.189 |
9.295 |
|
22.190 |
9.296 |
|
22.191 |
9.297 |
|
22.192 |
9.323 |
|
22.193 |
9.325 |
|
22.194 |
9.326 |
|
22.195 |
9.327 |
|
22.196 |
9.141, 9.316 |
|
22.197 |
9.142, 9.317 |
|
22.198 |
9.318, 9.319 |
|
22.199 |
9.143 |
|
22.200 |
9.149 |
|
22.201 |
9.150 |
|
22.202 |
9.153, 9.320 |
|
22.203 |
9.154, 9.321 |
|
22.204 |
9.322 |
|
22.205 |
9.155 |
|
22.206 |
9.157 |
|
22.207 |
9.158 |
|
22.208 |
9.159 |
|
22.209 |
9.160 |
|
22.210 |
9.161 |
|
22.211 |
9.162 |
|
22.212 |
9.163 |
|
22.213 |
9.164 |
|
22.214 |
9.176 |
|
22.215 |
9.177 |
|
22.216 |
9.178 |
|
22.217 |
9.179 |
|
22.218 |
9.180 |
|
22.219 |
9.181 |
|
22.220 |
9.182 |
|
22.221 |
9.207 |
|
22.222 |
9.208 |
|
22.223 |
9.209 |
|
22.224 |
9.214 |
|
22.225 |
9.215 |
|
22.226 |
9.216 |
|
22.227 t/m 22.236 |
9.231 |
|
22.237 |
9.210 |
|
22.238 |
9.211 |
|
22.239 |
9.212 |
|
22.240 |
9.122, eerste en tweede lid, 9.126, 9.305 |
|
22.241 |
9.127, 9.306 |
|
22.242 |
9.128 |
|
22.243 |
9.129 |
|
22.244 |
9.307 |
|
22.245 |
9.122, derde lid |
|
22.246 |
9.131, 9.308 |
|
22.247 |
9.132, 9.309 |
|
22.248 |
9.133 |
|
22.249 |
9.134 |
|
22.250 |
9.310 |
|
22.251 |
9.311 |
|
22.252 |
9.136, 9.312 |
|
22.253 |
9.137, 9.313 |
|
22.254 |
9.138 |
|
22.255 |
9.139 |
|
22.256 |
9.314 |
|
22.257 |
9.315 |
|
22.258 |
9.203, 9.204 |
|
22.259 |
9.219 |
|
22.260 |
9.220 |
|
22.261 |
9.221 |
|
22.262 |
9.203 |
|
22.263 |
9.204 |
|
22.264 |
9.222 |
|
22.265 |
9.223 |
|
22.266 |
9.224 |
|
22.267 |
9.225 |
|
22.268 |
9.246 |
|
22.269 |
9.247 |
|
22.270 |
9.203, 9.204, 9.227, 9.246, 9.247 |
[Gereserveerd]
Met het voorbereidingsbesluit slaapplaatsen hotels van 26 november 2024 heeft het college beperkingen geïntroduceerd ten aanzien van nieuwe slaapplaatsen in hotels in Amsterdam. Hiermee is beoogd de groei van de overnachtingscapaciteit en het aantal toeristenovernachtingen in hotels af te remmen. Dit zorgt ervoor dat de druk op de leefbaarheid als gevolg van toeristenovernachtingen niet verder toeneemt. Op die manier draagt de regulering van het aantal slaapplaatsen in hotels bij aan de balans tussen leefbaarheid en toerisme in Amsterdam.
De regulering van de overnachtingscapaciteit in hotels is met het voorbereidingsbesluit nog niet gereed. Het voorbereidingsbesluit vormt een tussenstap naar een definitieve regeling in het omgevingsplan. Daarmee was het mogelijk om meteen in te grijpen, maar een voorbereidingsbesluit heeft een tijdelijke werkingsduur. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in de definitieve voortzetting van de beddenstop. Alleen met toepassing van de nieuw-voor-oud-regeling is het nog mogelijk dat er slaapplaatsen bij kunnen komen.
Amsterdam voert vanwege drukte en disbalans tussen wonen, werken en recreëren al jarenlang intensief beleid via diverse sporen om die balans en de beleving van drukte te verbeteren. De Amsterdammer vraagt hier ook om. Met name in de binnenstad en de ring rond het centrum wordt een nog steeds toenemende toeristische druk en overlast ervaren. Het is de wens van het stadsbestuur om tot op zekere hoogte bezoekers te verwelkomen, maar gelijktijdig de leefbaarheid voor de bewoners van Amsterdam te verbeteren.
De leefbaarheid en daarmee ook het stedelijk milieu staat onder druk als gevolg van toeristenovernachtingen in hotels. De afgelopen jaren heeft het stadsbestuur een reeks maatregelen genomen om tot minder toeristenovernachtingen te komen. Dankzij het hotelbeleid is het vestigen van nieuwe hotels sterk aan banden gelegd. De uitvoeringsprogramma’s Aanpak binnenstad en Bezoekerseconomie voorzien ook in verschillende maatregelen ter verbetering van de toeristische draagkracht. Daarnaast bevat de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 regels voor toeristisch verhuur van woonruimtes. Het overgrote deel van de verblijfsbezoekers overnacht echter in hotels. Het verbieden van nieuwe slaapplaatsen in hotels is daarom nodig en is een toevoeging aan de reeks maatregelen die al is genomen.
Toerisme in balans
De aanleiding om op de overnachtingscapaciteit van hotels te sturen volgt ook uit de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Deze verordening heeft de gemeenteraad op 8 juli 2021 vastgesteld, naar aanleiding van het volksinitiatief ‘Amsterdam heeft een keuze’ van 2020. De gedachte is dat vanaf een bepaald aantal bezoekers Amsterdam uit balans raakt en de nadelen van toerisme groter worden dan de voordelen. De verordening schrijft daarom een bandbreedte voor het aantal toeristenovernachtingen voor. Het gaat om een onder- en bovengrens van het totaal aantal toeristenovernachtingen per jaar. Binnen deze bandbreedte wordt er balans geacht te zijn tussen de belangen van bewoners, ondernemers en bezoekers binnen Amsterdam.
De bandbreedte is vastgesteld op 10 en 20 miljoen toeristenovernachtingen per jaar, waarbij respectievelijk 12 en 18 miljoen toeristenovernachtingen per jaar als signaalwaarden gelden. Ingrijpen is nodig indien het verwachte aantal toeristenovernachtingen van het laatste geprognosticeerde kalenderjaar buiten de signaalwaarden valt. Volgens de laatste bezoekersprognose van O&S uit 2024 wordt tussen 22 en 25 miljoen toeristenovernachtingen verwacht in 2026. Hierdoor zullen de signaalwaarde maar ook de bovengrens uit de verordening worden overschreden. Het overgrote deel van de toeristische verblijfsbezoekers overnachten ook in hotels.
Toeristische draagkracht
Door de overnachtingscapaciteit van hotels te reguleren kan de toeristische draagkracht in Amsterdam beter worden gewaarborgd. De Verordening op toerisme in balans Amsterdam stuurt hier ook op. Met toeristische draagkracht wordt bedoeld de toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het ten koste gaat van de leefbaarheid. De overnachtingscapaciteit is een belangrijke indicator voor de toeristische druk. Met meer hotelbedden kunnen meer toeristen overnachten, ten nadele van het gebruik van voorzieningen en schaarse ruimte. Ook kan het toeristisch bezoek of verblijf gepaard gaan met drukte, overlast en een afname van de sociale cohesie.
Feit is dat bepaalde wijken van Amsterdam onvoldoende zijn toegerust op een grote hoeveelheid toeristische bezoekers. Uit het onderzoek Toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam 2023 van O&S blijkt dat de leefbaarheid voornamelijk onder druk staat in de binnenstad en in de ring rondom het centrum, waar de toeristische druk en overlast hoog is. Uit het onderzoek blijkt dat wijken, zoals Burgwallen-Oude Zijde, Burgwallen-Nieuwe Zijde, Grachtengordel-Zuid, Nieuwmarkt/Lastage en Oosterparkbuurt, een zeer hoge toeristische druk ervaren en laag scoren op bezoekers gerelateerde leefbaarheid. Daarbij is relevant dat in het onderzoeksjaar 2023 de bovengrens uit de verordening werd overschreden: het aantal toeristenovernachtingen bedroeg 22,1 miljoen, waarvan 20,4 miljoen in hotels.
De toeristische draagkracht van deze wijken kan ook onder druk komen te staan door de overnachtingscapaciteit daarbuiten. De toeristische wijken zullen immers bezoekers blijven aantrekken die elders in Amsterdam overnachten. Daarnaast lopen wijken die op dit moment voldoende toeristische draagkracht hebben, ook het risico op een afname van de leefbaarheid. Het sturen op het aantal slaapplaatsen in hotels binnen de hele gemeente is daarom noodzakelijk.
Toename in overnachtingscapaciteit en aantal hotelovernachtingen
De afgelopen jaren is gesignaleerd dat hoteliers gebruikmaken van mogelijkheden om meer of zoveel mogelijke slaapplaatsen te realiseren. Te denken valt aan het plaatsen van extra (stapel)bedden, kleinere kamers, het omzetten van nevenruimten naar kamers en het benutten van uitbouw-, opbouw- of onderkelderingsmogelijkheden. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de overnachtingscapaciteit en voor de kwaliteit van de accommodaties.
Vast staat dat de totale overnachtingscapaciteit in de stad de afgelopen jaren sterk is toegenomen. In 2024 telde Amsterdam significant meer bedden in hotels en hostels dan in het precorona-jaar 2019, namelijk 13 procent meer (van 81.097 naar 91.977 bedden). Het aantal hotels en hostels daarentegen is minder sterk toegenomen, met ongeveer 7 procent (van 496 naar 532 hotels). Het aantal hotelbedden stijgt dus harder dan het aantal hotels: voor ieder nieuw hotel of hostel zijn er 302 bedden bij gekomen. Het gemiddelde aantal bedden per hotel lag in 2019 echter op 163 bedden per hotel. Er is dus vooral sprake geweest van schaalvergroting en intensivering van het ruimtegebruik in hotels.
|
|
2019 |
2024 |
Mutatie t.o.v. 2019 |
|
Aantal bedden in hotels en hostels |
81.097 |
91.977 |
13% |
|
Aantal hotels en hostels |
496 |
532 |
7% |
De groei in de overnachtingscapaciteit is ook terug te zien in de toename van het aantal hotelovernachtingen in de stad. In 2024 waren er 22,2 miljoen hotelovernachtingen, 21 procent meer dan de 18,4 miljoen hotelovernachtingen in het pre-coronajaar 2019. Uit de laatste bezoekersprognose 2024-2026 van O&S blijkt dat dit deels te verklaren is door een hogere bezettingsgraad buiten de zomermaanden en economische ontwikkelingen. De verwachting is echter dat de bezettingsgraad nooit het maximum zal bereiken of ver boven de 75 procent zal uitkomen. Bovendien is de verwachting dat het toerisme in Amsterdam zal blijven groeien. Zonder in te grijpen blijft het mogelijk om deze extra toeristen te accommoderen.
Gebleken is dat de overnachtingscapaciteit van hotels in combinatie met veel toeristenovernachtingen gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving, met name de leefbaarheid in toeristische gebieden en daarbuiten. Het omgevingsplan is daarom het geëigende ruimtelijke instrument om het aantal slaapplaatsen in hotels te reguleren. Dit kan worden bereikt door met het omgevingsplan geen nieuwe slaapplaatsen meer toe te staan.
Met de beddenstop wordt een onbeperkte groei van het aantal hotelovernachtingen voorkomen. De verwachting is namelijk dat deze stijging in overnachtingscapaciteit en hotelovernachtingen zich zal voortzetten als niet wordt ingegrepen. De regeling moet dus ervoor zorgen dat de druk op de leefbaarheid niet verder kan escaleren. De beddenstop bewerkstelligt dat er alleen verschuivingen mogelijk zijn in de totale overnachtingscapaciteit. Er worden met name verschuivingen naar wijken met voldoende toeristische draagkracht gefaciliteerd en dus verwacht.
De regeling sluit niet uit dat Amsterdam toeristische bezoekers blijft aantrekken die in buurgemeenten overnachten of een alternatieve overnachtingsmogelijkheid hebben. Blijkens het rapport Toerisme MRA 2024-2025 van O&S overnacht echter een groot deel van de toeristische bezoekers van Amsterdam in hotels binnen Amsterdam zelf. Daarnaast overnacht slechts een beperkt deel van de verblijfsbezoekers in woningen/kamers via platforms, of op kampeer- en huisjesterreinen. Een klein deel van de dagbezoekers zijn buitenlandse toeristen die buiten Amsterdam verblijven. Het is daarom noodzakelijk dat Amsterdam binnen de eigen grenzen en bevoegdheden toeristenovernachtingen niet verder faciliteert.
Het reguleren van het aantal slaapplaatsen in hotels gaat niet verder dan nodig is. Het moet mogelijk blijven om toeristen te verwelkomen, maar zonder dat de leefbaarheid verder onder druk komt te staan. Voor bestaande hotels blijft het mogelijk om de huidige bedrijfsvoering voort te zetten. Aangenomen kan worden dat de overnachtingscapaciteit en daarmee de exploitatie van een bestaand hotel tot op zekere hoogte al is geoptimaliseerd. Bovendien zijn voor een optimale exploitatie van een hotel ook andere factoren relevant, zoals het hotelsegment, de locatie van het hotel en de aanwezigheid van hotelfaciliteiten.
Bovendien zijn er geen minder ingrijpende maatregelen die hetzelfde effect kunnen hebben op de overnachtingscapaciteit en daarmee de leefbaarheid. Hoe meer slaapplaatsen in hotels, hoe meer hotelovernachtingen en toeristisch bezoek gefaciliteerd kunnen worden. Gebleken is ook dat alleen het sturen op nieuwe hotels in plaats van nieuwe hotelbedden niet voldoende is. Verder van belang is dat deze regeling onderdeel is van een reeks maatregelen die als doel heeft de toeristische draagkracht in de stad te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn: het reguleren van toeristisch verhuur, het verhogen van de toeristenbelasting, het inperken van reisbewegingen zoals met zee- en riviercruise en touringcars, verschillende gedragscampagnes, en het spreiden van attracties en vrijetijdsvoorzieningen. Ondanks deze maatregelen staat de toeristische draagkracht nog steeds onder druk.
Er is geen sprake van een kaal verbod op nieuwe slaapplaatsen, maar van een omgevingsvergunningplicht. Deze omgevingsvergunning wordt echter alleen verleend als de toeristische draagkracht van de wijk zich niet daartegen verzet en een oud hotel sluit. Daarmee kan in specifieke gevallen toch nieuwe slaapplaatsen worden gerealiseerd, maar zonder dat de totale overnachtingscapaciteit toeneemt. Daarnaast voorziet de regeling in overgangsrecht voor lopende hotelontwikkelingen die concreet en bij de gemeente bekend zijn. Bij deze hotelontwikkelingen is er sprake van bestaande rechten, afspraken en/of onomkeerbare investeringen.
Verder worden rechthebbenden niet ten opzichte van elkaar benadeeld. Voor iedere nieuwe slaapplaats worden dezelfde regels gehanteerd, of het nu gaat om een bestaand hotel of een nog te realiseren hotel. De regels gelden voorts voor alle hotels binnen het grondgebied van Amsterdam, ongeacht de nationaliteit of statutaire zetel van de hotelier.
Toepassingsbereik van de regels
De voorliggende omgevingsplanregels over slaapplaatsen in hotels gelden voor het hele grondgebied van Amsterdam. Daarmee kan de totale overnachtingscapaciteit in Amsterdam worden beheerst. Het uitzonderen van bepaalde gebieden, zoals buiten de binnenstad, zou ertoe leiden dat extra capaciteit voor hotelovernachtingen alsnog gefaciliteerd kunnen worden.
Het toepassingsbereik van de regels is verder op twee punten afgebakend. Ten eerste hebben de regels alleen betrekking op locaties waar krachtens het omgevingsplan of een omgevingsvergunning een hotel is toegestaan. De regels zijn dus niet van toepassing op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor hotels. Aan deze hotelinitiatieven wordt op basis van het hotelbeleid in principe niet meegewerkt. Ten tweede zijn de regels niet van toepassing op het gebruik van woonruimte of de daarbij behorende opstallen voor bed & breakfast, short stay of vakantieverhuur. Deze vormen van overnachting zijn niet met hotels te vergelijken. Ze zijn in voldoende mate gereguleerd, door onder andere de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024.
Beddenstop als omgevingsvergunningplicht
De kern van voorliggende omgevingsplanregeling is de beddenstop. Hiermee is het verboden om zonder omgevingsvergunning nieuwe slaapplaatsen in een hotel te realiseren. Deze omgevingsvergunningplicht geldt voor alle hotels die rechtmatig zijn toegestaan op basis van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning.
Zolang geen omgevingsvergunning is verleend, is het maximum aantal slaapplaatsen op een locatie gelijk aan het aantal bestaande slaapplaatsen. Bij bestaande hotels zijn dit de slaapplaatsen die feitelijk en legaal aanwezig zijn, en bij nog niet gerealiseerde hotels zijn dit nul slaapplaatsen. In beide gevallen is een omgevingsvergunning nodig voor de nieuwe slaapplaatsen. De peildatum voor het bepalen van het aantal slaapplaatsen is de inwerkingtredingsdatum van de regeling. Er wordt tevens rekening gehouden met slaapplaatsen die na inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit rechtmatig zijn toegevoegd.
Voor lopende, concrete hotelontwikkelingen is locatiespecifiek overgangsrecht opgenomen. Per locatie is een maximum aantal slaapplaatsen opgenomen. Dit moet voorkomen dat deze hotels in de toekomst nog verder kunnen uitbreiden.
Nieuw-voor-oud als beoordelingsregel
Het uitgangspunt van de regeling is dat de totale overnachtingscapaciteit in Amsterdam niet mag toenemen. In lijn met het hotelbeleid wordt er daarom voorzien in een nieuw-voor-oud-regeling voor nieuwe slaapplaatsen in een hotel. Dit betekent dat nieuwe slaapplaatsen alleen zijn toegestaan ter vervanging van bestaande (‘oude’) slaapplaatsen op een andere locatie. Daarbij wordt als eis gesteld dat de exploitatie van het te vervangen hotel volledig en blijvend moet zijn beëindigd. Een beëindiging van de exploitatie van het te vervangen hotel komt de leefbaarheid ten goede.
Het is ook nodig om per geval de nieuw-voor-oud-regeling juridisch te borgen. Het aantal nieuwe slaapplaatsen wordt daarom met een vergunningsvoorschrift gemaximeerd. Dit aantal is gelijk aan het aantal slaapplaatsen dat wordt vervangen. Tevens wordt de beëindiging van de exploitatie van het vervangen hotel met een vergunningsvoorschrift geborgd.
Toeristische draagkracht als beoordelingsregel
De nieuw-voor-oud-regeling maakt verschuivingen in de totale overnachtingscapaciteit mogelijk. Dit mag niet onbedoeld ertoe leiden dat de verschuiving in slaapplaatsen plaatsvindt naar wijken waar de toeristische draagkracht al onder druk staat. Voor de beoordeling hiervan is aansluiting gezocht bij de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Toeristische draagkracht wordt in de verordening gedefinieerd als de toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het (significant) ten koste gaat van de leefbaarheid. In voorliggende regeling wordt daarom voor iedere nieuwe slaapplaats beoordeeld of de toeristische druk tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat leidt.
Als bijlage is het rapport Toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam 2023 uit 2024 opgenomen (zie bijlage 1). Voor iedere wijk heeft O&S de toeristische druk en de toerisme gerelateerde leefbaarheid onderzocht. Wat de toeristische druk betreft zijn in ieder geval de volgende indicatoren relevant: de concentratie van toeristisch verhuur, de concentratie van coffeeshops, de doorloopruimte op stoepen, het aantal attracties, de hotelcapaciteit en de grootte van het overige toeristische aanbod. De ervaren leefbaarheid wordt onderzocht aan de hand van in ieder geval de volgende indicatoren: de onveiligheidsbelevingsindex, de overlast door vervuiling, de overlast door toeristische verhuur van woningen in directe woonomgeving, de overlast door mensen onder invloed van alcohol en/of andere verdovende middelen op straat, het aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen en de sociale cohesie. In bijlage 3 van het rapport worden de indicatoren verder ingevuld. Op basis van de verordening wordt dit rapport tweejaarlijks uitgebracht. Bij de beoordeling van de toeristische druk en het woon- en leefklimaat voor het toestaan van nieuwe slaapplaatsen wordt de meest actuele versie geraadpleegd.
Wijzigingen ten opzichte van het voorbereidingsbesluit
Voorliggende omgevingsplanregeling wijkt op bepaalde punten inhoudelijk af van het voorbereidingsbesluit. Het voorbereidingsbesluit was nodig om op relatief korte termijn te kunnen ingrijpen. Op basis van nieuwe inzichten, mede naar aanleiding van gedane ervaringen met het voorbereidingsbesluit, is de regeling bijgesteld.
Ten eerste geldt de beddenstop nu voor bestaande en nieuwe hotels, mits deze rechtmatig zijn toegestaan op basis van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. In het voorbereidingsbesluit was een aparte regeling opgenomen voor nieuwe hotels in verband met bestaande en nog niet benutte rechten. Er wordt nu één lijn getrokken voor beide situaties. Dit komt ook de eenvoud en de bruikbaarheid van de regeling ten goede. Als gevolg hiervan is de terminologie ook deels aangepast.
Ten tweede zijn de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor nieuwe slaapplaatsen aangevuld en geconcretiseerd. In lijn met het hotelbeleid is de nieuw-voor-oud-regeling toegevoegd als beoordelingsregel. Daarnaast is het leefbaarheidscriterium uitgebreid naar een beoordeling op basis van de toeristische druk op het woon- en leefklimaat, ofwel de toeristische draagkracht. De noodzaak om te sturen op toeristische draagkracht volgt uit de Verordening op toerisme in balans.
Met het voorbereidingsbesluit heeft het college van B en W om zwaarwegende redenen afgezien van een participatieplan voor dit beleidsvoornemen (artikel 3, derde lid van de Participatieverordening Amsterdam). De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan geeft uitvoering aan dit beleidsvoornemen.
Voor de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan wordt voor participatie de wettelijke zienswijzeprocedure gevolgd. Vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp wijzigingsbesluit kan eenieder hierop reageren door middel van een zienswijze.
Wijzigbijlage A geeft met een was/wordt-weergave de wijzigingen aan die in de geldende hoofdregeling van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam worden aangebracht. Deze wijzigingen worden voor zover relevant onderdeelsgewijs aangegeven.
In dit deel van de motivering zullen per onderdeel van de Wijzigbijlage A de aangegeven wijzigingen kort worden toegelicht.
Dit onderdeel voegt paragraaf 3.2.15 en de bijbehorende artikelen toe aan de hoofdregeling. De nieuwe omgevingsplanregels hebben betrekking op slaapplaatsen in hotels.
Dit onderdeel voegt drie nieuwe begripsbepalingen toe aan bijlage I van de hoofdregeling. De nieuwe begrippen 'bestaande slaapplaatsen', 'nieuwe slaapplaatsen' en 'de toeristische druk' zijn nodig voor de werking van paragraaf 3.2.15.
Met dit onderdeel wordt een informatieobject toegevoegd voor de aanduiding 'hotel niet toegestaan'. Deze aanduiding wordt met voorliggende wijziging van het omgevingsplan niet toegepast op een locatie. Hiervoor is een aparte wijziging van het omgevingsplan nodig.
Dit onderdeel voegt een nieuwe sectie toe aan de algemene toelichting van de hoofdregeling. Deze sectie bevat een algemene toelichting op de nieuwe omgevingsplanregels over slaapplaatsen in hotels, zoals neergelegd in paragraaf 3.2.15.
Dit onderdeel voegt een artikelsgewijze toelichting toe voor de nieuwe omgevingsplanregels in paragraaf 3.2.15.
De wijzigingen in de overige onderdelen zijn technisch van aard en beogen geen rechtsgevolgen.
/join/id/pubdata/gm0363/2025/60aaafe7d5a44e408654c9d6b6dc0f88/nld@2025‑12‑04;09082542
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-532910.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.