Gemeenteblad van Barendrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barendrecht | Gemeenteblad 2025, 532852 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barendrecht | Gemeenteblad 2025, 532852 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Barendrecht 2026
De raad van de gemeente Barendrecht
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025 ,
gelet op artikel 108, tweede lid, Gemeentewet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
besluit vast te stellen de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Barendrecht 2026.
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Algemene voorzieningen: een laagdrempelige, voorliggend aanbod van diensten of activiteiten die zonder uitgebreide toegangstoets beschikbaar is voor inwoners. Dit is bedoeld om hen te ondersteunen in het zelfstandig functioneren en participeren in de samenleving. Algemene voorzieningen zijn niet op maat gemaakt voor een individuele situatie, maar voor een bredere groep inwoners toegankelijk, vaak zonder indicatie of beschikking. Denk aan een maaltijdvoorziening, boodschappendienst en vrijwilligershulp.
Hoofdstuk 2. Melding, onderzoek en aanvraag
Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid om een persoonlijk plan op te stellen, zoals beschreven in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wet. Het college geeft de cliënt zeven dagen na de melding de tijd om het plan in te leveren. Als de cliënt een persoonlijk plan heeft ingeleverd, neemt het college dit plan mee in het onderzoek, zoals beschreven in artikel 6 van deze verordening. Het opstellen van een persoonlijk plan kan de eigen regie en de betrokkenheid van het sociale netwerk van cliënten versterken.
De volgende factoren, ook genoemd in artikel 2.3.2 lid 4 van de Wet, maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek als bedoeld in lid 1 en 2:
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening. Dit met het oog op de behoefte aan verbetering van de zelfredzaamheid of de participatie of aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
Als de cliënt al bekend is bij de gemeente, kan in overleg met de cliënt besloten worden om het onderzoek zoals genoemd in lid 3 van dit artikel niet te doen.
[Artikel 6 Onderzoek bevat een kennelijke verschrijving in de doornummering van de leden, hier wordt bedoeld: na lid 3 volgen de leden 4 en 5]
Hoofdstuk 3. Maatwerkvoorziening
Artikel 10. Maatwerkvoorzieningen
De volgende maatwerkvoorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar:
Artikel 12. Aanvullende criteria hulp bij het huishouden
Artikel 13. Aanvullende criteria voor begeleiding, OGGZ en (vervoer naar) dagbesteding
De cliënt moet zelf zorgen voor vervoer naar de dagbesteding. Bijvoorbeeld via eigen vervoer, openbaar vervoer, netwerk of vrijwilligers. Als dit echt niet lukt en de cliënt kan aantonen om op eigen gelegenheid de dagbestedingslocatie niet te kunnen bereiken, kan de cliënt in aanmerking komen voor vervoer naar de dichtstbijzijnde passende dagbestedingslocatie.
Artikel 15. Aanvullende criteria beschermd wonen (intramuraal en semi-muraal)
Het college verstrekt de maatwerkvoorziening beschermd wonen overeenkomstig het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente Rotterdam, de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning, het geldende besluit maatschappelijke ondersteuning, de regels omtrent het persoonsgebonden budget in relatie tot beschermd wonen, de regels voor bijdrage in de kosten van beschermd wonen en de nadere regels van de centrumgemeente.
Artikel 17. Aanvullende criteria intramurale ondersteuning
Onder intramurale ondersteuning wordt verstaan ondersteuning die in een intramurale accommodatie in de directe nabijheid van de cliënt wordt georganiseerd tussen zeven uur ‘s ochtends en elf uur ‘s avonds en in elk geval sociaal persoonlijk functioneren en ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid bevat.
Artikel 20. Aanvullende criteria maatschappelijke opvang
Een inwoner van Nederland komt in aanmerking voor maatschappelijke opvang wanneer deze dakloos is, dan wel de thuissituatie heeft verlaten en voor zover de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen te handhaven in de samenleving en zijn problemen te verminderen.
Artikel 23. Aanvullende criteria woonvoorzieningen en woningaanpassingen
Een cliënt kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. Wanneer de kosten voor de woonaanpassing of woonvoorziening hoger zijn dan 7500,- euro geldt het primaat van verhuizen.
Een cliënt kan alleen voor woonvoorzieningen in aanmerking komen als deze rechtmatig een woonruimte bewoont, geen tijdelijke huurovereenkomst heeft en de ondervonden beperkingen in de woonruimte niet voortvloeien uit de aard van de in de woonruimte gebruikte materialen of uit de slechte staat van onderhoud van de woonruimte.
Een woonvoorziening wordt slechts verstrekt als de cliënt zijn verblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, dan wel voor het bezoekbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft, als het hoofdverblijf van de cliënt een erkende instelling is. Indien cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-inrichting en regelmatig een bepaalde woning bezoekt, kan het college een maatwerkvoorziening verlenen voor het bezoekbaar maken van die woning.
Het college verstrekt voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft en geen doelgroepengebouw: automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting.
Artikel 24. Aanvullende criteria vervoersvoorzieningen
Bij vervoersvoorzieningen geldt het primaat1 van het collectief vervoer of het gebruik maken van een deelscootmobiel via de scootmobielpool.
Op het collectief vervoer zijn de volgende criteria van toepassing:
Als de cliënt naast de taxipas voor collectief vervoer ook gebruik kan maken van een hulpmiddel of vervoersmiddel om korte tot middellange afstanden te overbruggen ten behoeve van de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, wordt cliënt in staat gesteld om maximaal 1000 km te reizen met de taxipas.
Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd en het achteraf niet meer is na te gaan of de voorziening aantoonbaar noodzakelijk was. Tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen;
Hoofdstuk 4. Persoonsgebonden budget (Pgb)
Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en zelf de ondersteuning wil inkopen door middel van een pgb, controleert het college of de voorwaarden uit artikel 2.3.6. lid 2 van de wet worden nageleefd. Ook wordt gekeken of het kwaliteitskader uit bijlage 1 wordt toegepast. De zorgaanbieder moet voldoen aan de checklist uit bijlage 2.
De hoogte van het pgb voor vervoer is gebaseerd op de voorziening voor collectief vervoer in natura. Het uitgangspunt is dat maximaal 2000 kilometer per jaar binnen de eigen woon- en leefomgeving gereisd kan worden. Als de cliënt gebruik kan maken van een hulpmiddel of vervoersvoorziening in de directe woon- en leefomgeving geldt een maximum van 1000 km.
Als de cliënt gemotiveerd aangeeft dat het standaard aantal kilometers niet volstaat dan kan een groter aantal kilometers worden verstrekt.
Hoofdstuk 5. Bijdrage in de kosten
Artikel 33. Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budget en sommige algemene voorzieningen
Hoofdstuk 6. Kwaliteit en veiligheid
Artikel 36. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
Hoofdstuk 7. Toezicht en handhaving
Artikel 38. Misbruik en oneigenlijk gebruik van een maatwerkvoorziening in natura of persoonsgebonden budget
Het college informeert cliënten, hun vertegenwoordiger en zorgaanbieders op een begrijpelijke manier over de rechten en plichten die horen bij het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb. Ook wordt uitleg gegeven over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet dan wel hetgeen krachtens de wet is verstrekt of toegekend.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen en overgangsrecht
Het college heeft de bevoegdheid om jaarlijks per 1 januari bedragen uit deze verordening of de Nadere Regels Maatschappelijke ondersteuning te verhogen of verlagen. Dit maakt aanpassing aan bijvoorbeeld inflatie of beleidswijziging mogelijk.
In uitzonderlijke gevallen mag het college afwijken van de verordening als strikte toepassing zou leiden tot onredelijke of onbillijke situaties. Dit biedt ruimte voor maatwerk ten gunste van de cliënt.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 4 november 2025.
de griffier,
de voorzitter,
Inwoners van Barendrecht die zorg of ondersteuning nodig hebben kunnen zich melden bij de gemeente. Een klantmanager Wmo voert vervolgens een keukentafelgesprek en bespreekt met cliënt wat deze zelf kan en of er ondersteuning vanuit het netwerk of de gemeente nodig is. Dit kan leiden tot een maatwerkverstrekking op grond van de Wmo.
Voor zorg of ondersteuning die met een pgb wordt gefinancierd zegt de Wmo dat deze ‘veilig, doeltreffend en cliëntgericht’ moet zijn. Dit geldt zowel voor formele als informele zorg. Het college heeft deze begrippen uitgewerkt in dit kwaliteitskader pgb. Ook is er een checklist opgesteld voor pgb- zorgaanbieders die zich in de gemeente willen vestigen of zorg willen leveren.
1.1 Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan
De budgethouder zal voordat het pgb wordt toegekend een persoonlijk budgetplan en een ondersteuningsplan moeten overleggen inclusief een daarbij horende zorgovereenkomst. Het invullen van het persoonlijk budgetplan en zorgovereenkomst vereist bepaalde vaardigheden.
Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee die gesteld worden aan een budgethouder of beheerder:
Een budgethouder moet in staat zijn een administratie te kunnen voeren. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
In staat zijn om de doelstellingen in het ondersteuningsplan te volgen en te bewaken. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
De budgethouder moet in staat zijn de werkgeversverplichtingen voortkomend uit het pgb te kunnen vervullen. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
2.0 Beheer van het pgb en pgb-vaardigheid beheerder
Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde. Aan de beheerder stellen we de volgende eisen:
3.0 Kwaliteit in te kopen of ingekochte ondersteuning
De kwaliteit van de in te kopen ondersteuning is belangrijk om de uiteindelijke doelen en resultaten zoals opgesteld in het ondersteuningsplan te behalen. In de Wmo is als basiseis geformuleerd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht moet worden verstrekt.
Om te kunnen spreken van goede kwaliteit van ondersteuning worden de volgende eisen gesteld:
3.2 Kwaliteitseisen professionele (formele) ondersteuning
3.3 Kwaliteitseisen niet professionele (informele) ondersteuning
De pgb-vaardigheidscheck is een goed middel om vooraf te beoordelen of de budgethouder en/of budgetbeheerder pgb-vaardig zijn. Deze check vind plaats tijdens het onderzoek. Alleen als de toekomstig budgethouder en de budgetbeheerder, als er sprake is van een vertegenwoordiger of gemachtigde, aanwezig zijn kan een pgb-vaardigheidscheck plaatsvinden.
Een evaluatiegesprek is noodzakelijk om te onderzoeken hoe de budgethouder en de zorgverlener werken aan de doelstelling. Tijdens een evaluatiegesprek kunnen de doelen bijgesteld worden en zo ook het budget. Uitgaande van een indicatietermijn van één jaar zou op de helft van de termijn een evaluatiegesprek moeten plaatsvinden teneinde nog te kunnen bijsturen op de doelen die gesteld zijn.
Als na het eerste jaar blijkt dat ondersteuning nog nodig is kan het pgb gecontinueerd worden. Dit kan pas als vastgesteld is dat het pgb effectief is ingezet, de zorgverlener de juiste activiteiten levert en er geen budgetoverschrijding is. Pas dan kan een tweede indicatietermijn worden afgegeven.
6.0 Voorzieningen en onkosten waarvoor géén pgb verstrekt wordt:
De eigen bijdrage mag niet betaald worden uit het pgb.
7.0 Duur van indicaties voor een pgb
De ondersteuning die wordt verstrekt in diensten (verblijf, begeleiding, dagbesteding, respijtzorg en huishoudelijke ondersteuning) is gehouden aan een termijn waarin de ondersteuning wordt geleverd. Materiele Wmo-voorzieningen (zoals hulpmiddelen en woonvoorzieningen) worden afgegeven voor een periode die rekening houdt met het reële afschrijvingstermijn.
De indicatie voor ondersteuning in de vorm van een pgb stopt als de ondersteuning wordt verkregen vanuit een algemene voorziening.
De pgb-bedragen voor Wmo diensten als fysieke voorzieningen worden jaarlijks vastgesteld in de Nadere regels.
Inwoners van Barendrecht die zorg of ondersteuning nodig hebben kunnen zich melden bij de gemeente. Een klantmanager Wmo voert vervolgens een keukentafelgesprek en bespreekt met cliënt wat deze zelf kan en of er ondersteuning vanuit het netwerk of de gemeente nodig is. Dit kan leiden tot een maatwerkverstrekking op grond van de Wmo.
De maatwerkverstrekking kan bestaan uit zorg in natura (ZIN) of zorg in de vorm van een bedrag: een persoonsgebonden budget (pgb) of financiële vergoeding. Voor zorg in natura heeft de gemeente een contract met de zorgaanbieder afgesloten. Bij zorg vanuit de Wmo ziet de gemeente toe op de kwaliteit van de zorg.
Voor zorg of ondersteuning die met een pgb wordt gefinancierd zegt de Wmo dat deze ‘veilig, doeltreffend en cliëntgericht’ moet zijn. Dit geldt zowel voor formele als informele zorg. De gemeente heeft deze begrippen uitgewerkt in een kwaliteitskader pgb. Dit kader is gebaseerd op alle relevante bronnen: zorg overeenkomsten ZIN, aanvullende wetgeving van het Rijk (zoals WMCZ en WKKGZ) en privacywetgeving (AVG). Ook de lokale regelgeving met betrekking tot ruimtelijke ordening en verkeer, milieu, inrichting en veiligheid zijn meegenomen. Dit kwaliteitskader is de basis voor deze checklist voor (nieuwe) zorgaanbieders die met pgb gefinancierd (willen) worden.
Nieuw zorgaanbod of uitbreiding bestaand zorgaanbod
Organisatie van het zorgaanbod
Vertrouwenspersoon, klachten, incidenten, cliëntenraad en privacy
De zorgaanbieder wijst de cliënt op de procedure van melding tot beschikking. Het aangaan van een zorgtraject vóórdat de indicatie of beschikking is afgegeven is niet mogelijk en vindt plaats op risico van de zorgaanbieder. Een indicatie of beschikking kan niet met terugwerkende kracht worden afgegeven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-532852.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.