Treasurystatuut Waadhoeke 2026

 

1 Inleiding

 

Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Bij de uitvoering van treasury is het van belang dat er volledige duidelijkheid bestaat over de te hanteren doelstellingen, richtlijnen en limieten. De wetgever heeft hiervoor wettelijke kaders vastgesteld.

Binnen deze wettelijke kaders is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van de treasury vast te stellen. Dit gebeurt in de verordening ex art 212 van de Gemeentewet. Tevens kan er voor gekozen worden dit verder in te perken in de uitvoeringsregels, lees financieringsstatuut. Hiervoor is in de Financiële verordening gemeente Waadhoeke gekozen door te bepalen dat het college de raad eens in de 4 jaar een (bijgesteld) treasurystatuut moet aanbieden. De raad stelt het treasurystatuut vast. Dit treasurystatuut dient op basis van de Financiële verordening te worden bijgesteld. Het huidige treasurystatuut 2022 is door de raad vastgesteld op 25 november 2021.

 

Het treasurystatuut geeft de doelstellingen en de grenzen aan waarbinnen het treasurybeleid en de treasuryactiviteiten moeten vallen. Het is van belang dat de geformuleerde hoofddoelstellingen van het financieringsstatuut van de gemeente in lijn zijn met het beheersmatige karakter van de treasury, die gericht is op het minimaliseren van de kosten en het beheersen van de financiële risico’s binnen de gestelde kaders.

 

De afgelopen jaren zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op de treasury van decentrale overheden. De wereldwijde financiële crisis heeft ertoe geleid dat er op Europees niveau maatregelen genomen zijn om ervoor te zorgen dat de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving, zoals de invoering van het verplicht schatkistbankieren en de Wet houdbare overheidsfinanciën. Ook is er een Rijksbreed beleidskader ontwikkeld over het gebruik van derivaten door publieke instellingen.

 

Het wettelijke kader ligt voor een deel besloten in de nationale regelgeving en voor een deel in de Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving wordt het kader met name gegeven door de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Gemeentewet. Maar ook de Algemene wet bestuursrecht (Wab) is van toepassing evenals regelgeving betreffende staatssteun en wet- en regelgeving toezicht financiële ondernemingen.

 

Door de wettelijke kaders heeft de gemeente weinig eigen beleidsruimte meer.

 

In het statuut zijn het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury:

  • financiering en uitzettingen;

  • risicobeheer;

  • kasbeheer.

De organisatorische randvoorwaarden zijn niet in het statuut opgenomen, maar voor de volledigheid wel bijgevoegd. Deze vallen onder de uitvoering van de treasury en zijn een bevoegdheid van het College van burgemeester en wethouders.

2 Treasurybeleid

2.1 Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

 

-

Administratie

Het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens en het verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de gemeentelijke organisatie en het afleggen van verantwoording hierover, ook omvattende de administratie en verantwoording aangaande de geldmiddelen.

-

Administratieve organisatie

Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en instandhouden van de goede werking van deadministratie.

-

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.

-

Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

-

Garantie

Waarborg, zekerheid;

-

Intern liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de meerjaren investerings-planning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

-

Kasbeheer

Het beheer van de geldstromen en de daaruit voorvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar;

-

Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;

-

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

-

Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

-

Liquiditeitenbeheer

Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

-

Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;

-

Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;

-

Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;

-

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

-

Rentevisie

Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling.

-

Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

-

Solvabiliteitsratio van 0%

Status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;

-

Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit drie deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer

-

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

 

2.2 Doelstellingen van de treasuryfunctie

De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn:

  • a.

    Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting te kunnen uitvoeren;

  • b.

    Het beheersbaar houden van de financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;

  • c.

    Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • d.

    Het optimaliseren van het rendement van de beschikbare liquiditeiten, binnen de gegeven wettelijke kaders, respectievelijk de richtlijnen en limieten van dit statuut.

3 Uitzettingen en financiering

3.1 Uitzettingen (U/G)

Overtollige middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeenten mogen alleen in rekening courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. Op dit uitgangspunt van het verplicht Schatkistbankieren zijn de volgende vormen van uitzettingen van liquide middelen nog toegestaan:

 

  • a.

    De gemeente mag leningen of garanties uitsluitend verstrekken uit hoofde van de “publieke taak”, waarbij vooraf advies van de afdeling Financiën wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende tegenpartij. De raad bepaalt de publieke taak;

  • b.

    De gemeente kan middelen uitzetten bij andere decentrale overheden, mits de decentrale overheid waaraan de lening wordt verstrekt niet met het financiële toezicht is belast op de decentrale overheid dat de lening verstrekt;

  • c.

    In geval van projectfinanciering kan de gemeente middelen die afkomstig zijn van aangetrokken leningen voor projectfinanciering tijdelijk uitzetten bij de financiële onderneming waar de desbetreffende leningen zijn aangegaan, mits deze financiële onderneming

    • a.

      gevestigd is in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus;

    • b.

      voor haarzelf of voor de door haar uitgegeven waardepapieren kan aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikt, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus;

    • c.

      dit niet van toepassing is op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt.

3.2 Financiering (O/G)

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • a.

    Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

  • b.

    Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren;

  • c.

    De gemeente hanteert in het algemeen integrale of totale financiering. Partiële of projectfinanciering is uitsluitend toegestaan indien de gemeenteraad daarmee instemt;

  • d.

    Bij het aantrekken van financiering maakt de gemeente gebruik van onderhandse leningen;

  • e.

    De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen alvorens gelden worden aangetrokken.

3.3 Relatiebeheer

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

  • a.

    Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in de 5 jaar beoordeeld;

  • b.

    Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan een AA-rating van een van de erkende ratingbureau’s: Moody, Standard & Poor of Fitch;

  • c.

    Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER- toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer;

  • d.

    Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

4 Risicobeheer

4.1 Renterisicobeheer

  • a.

    Nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenpositie;

  • b.

    De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening en uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;

  • c.

    Binnen de kaders gesteld onder a. en b. streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen.

4.2 Kredietrisicobeheer

  • a.

    Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden geëist;

  • b.

    Bij het uitzetten of verstrekken van middelen moet de gemeente rekening houden met de staatssteun- en mededingingsregels uit het EU-verdrag en de Mededingingswet.

4.3 Koersrisicobeheer

  • a.

    De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: schatkistbankieren, rekening courant, spaarrekening, daggeld en deposito’s;

  • b.

    Uitzettingen en beleggingen mogen alleen plaatsvinden in producten waarvan de hoofdsom aan het eind van de looptijd gegarandeerd is;

  • c.

    Beleggingen mogen alleen plaatsvinden in vastrentende waarden;

  • d.

    Een uitzondering op bovenstaande bepalingen is de deelname in het kapitaal van een rechtspersoon vanuit de publieke taak. Een belegging in aandelen is dan toegestaan.

4.4 Intern liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar) en een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal twee jaar.

 

4.5 Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.

5 Kasbeheer

5.1 Valutarisicobeheer

Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.

 

5.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer

  • a.

    De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;

  • b.

    Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet niet overschreden;

  • c.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant.

 

5.3 Schatkistbankieren

  • a.

    Overtollige middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeenten mogen alleen in rekening courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden;

  • b.

    Het drempelbedrag voor de gemeente Waadhoeke is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal.

6 Informatievoorziening

Zowel in de begroting als in de rekening informeert het college de raad in de treasuryparagraaf of zoveel vaker als nodig is uit hoofde van de actieve informatieplicht van het college aan de raad. Bij voorbeeld in de tussentijdse rapportages.

7 Uitvoeringsregels

Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde in dit statuut en legt deze vast in een uitvoeringsbesluit treasury.

8 Intrekken regeling

Het Treasurystatuut Waadhoeke 2022 wordt ingetrokken.

9 Inwerkingtreding

Dit Treasurystatuut treedt in werking op 1 januari 2026.

10 Citeertitel

Dit Treasurystatuut wordt aangehaald als Treasurystatuut Waadhoeke 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 november 2025,

, voorzitter

, griffier

Naar boven