Afvalstoffenverordening Heemstede 2025

De raad van de gemeente Heemstede;

 

gelezen het voorstel van het college van 7 oktober 2025;

gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer, artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen;

 

gezien het advies van de commissie Ruimte van 13 november 2025;

 

besluit de volgende verordening vast te stellen:

 

Afvalstoffenverordening Heemstede 2025

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;

  • inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;

  • inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;

  • perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Artikel 2 Doelstelling

De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Hoofdstuk 2 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3 Aanwijzing van de inzameldienst

  • 1.

    Het college wijst de inzameldienst aan die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Artikel 4 Regulering van andere inzamelaars

  • 1.

    Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

    • a.

      daartoe is aangewezen door het college;

    • b.

      bij nadere regels van het college van het verbod is vrijgesteld; of

    • c.

      verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onder b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Aanwijzing van inzamelplaats

Het college draagt zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente dan wel binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.

Artikel 6 Algemene verboden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:

  • a.

    ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst als bedoeld in artikel 3, eerste lid of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

  • b.

    over te dragen aan een ander dan de inzameldienst als bedoeld in artikel 3, eerste lid of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of

  • c.

    achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 7 Gescheiden afvalinzameling

  • 1.

    Het college stelt regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

  • 2.

    In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:

    • -

      asbest en asbesthoudende stoffen;

    • -

      autobanden;

    • -

      blik;

    • -

      bouw- en sloopafval;

    • -

      drankenkartons;

    • -

      glas;

    • -

      metaal;

    • -

      bioafval;

    • -

      grof tuinafval;

    • -

      grof huishoudelijk afval;

    • -

      (verduurzaamd) hout;

    • -

      huishoudelijk restafval;

    • -

      kunststof verpakkingen (ook wel vermeld als kunststof);

    • -

      oud ijzer (ook wel vermeld als metaal);

    • -

      oud papier en karton (ook wel vermeld als papier);

    • -

      textiel.

  • 3.

    Bioafval wordt alleen gezamenlijk ingezameld met restafval, als het gebruik van gele huisvuilzakken is voorgeschreven, als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8 Gescheiden aanbieding

  • 1.

    Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, anders dan afzonderlijk:

    • a.

      ter inzameling aan te bieden;

    • b.

      achter te laten op een inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is het verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 7 anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7 derde lid.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9 Tijdstip van aanbieding

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door het college daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10 Wijze en plaats van aanbieding

  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen nadere regels over het gebruik van:

    • a.

      inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; en

    • b.

      inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.

  • 2.

    Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, als bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

  • 4.

    De inzameldienst of inzamelaar die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, als bedoeld in artikel 3. eerste lid en artikel 4. eerste lid, mag controleren of het inzamelmiddel is aangeboden zoals voorgeschreven door het college en mag het inzamelmiddel openen en de inhoud controleren om te constateren of is voldaan aan het juist gescheiden aanbieden van het afval als bedoeld in artikel 8.

Artikel 10a Inzamelmiddelen en -voorzieningen

  • 1.

    De inzameling kan plaatsvinden via:

    • a.

      een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;

    • b.

      een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen;

    • c.

      een inzamelvoorziening op wijkniveau;

    • d.

      een gemeentelijk brengdepot op lokaal of regionaal niveau.

  • 2.

    Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening of via welk gemeentelijk brengdepot de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

  • 3.

    Het college kan plaatsen aanwijzen voor inzamelvoorzieningen ten behoeve van groepen percelen en kan regels stellen ten aanzien van de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen moeten worden aangeboden.

  • 4.

    In het belang van een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen kan het college besluiten dat inzameling nabij elk perceel plaatsvindt.

  • 5.

    In het belang van een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen kan het college besluiten dat huishoudelijke afvalstoffen minder vaak dan 1 keer per week worden ingezameld.

Hoofdstuk 3 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Artikel 11 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst

Het college kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen, die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor de inzameling krachtens de geldende Verordening afvalstoffenheffing Heemstede verschuldigde heffing is voldaan.

Artikel 12 Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13 Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen

  • 1.

    Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze nadere regels kunnen ook worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze nadere regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

Hoofdstuk 4 Zwerfafval en overige

Artikel 14 Dumpingsverbod

  • 1.

    Het is verboden zonder ontheffing van het college, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;

    • b.

      het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;

    • c.

      het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

    • d.

      handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Omgevingswet of het Besluit bodemkwaliteit.

  • 3.

    Als de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 15 Zwerfafval in de openbare ruimte

  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht, die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

  • 2.

    Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte worden weggegooid of achtergelaten, worden meteen opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.

  • 3.

    Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 15a ongeadresseerd drukwerk

  • 1.

    In dit artikel wordt verstaan onder:

    • -

      huis- aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 20% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame;

    • -

      ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde:

      • a.

        een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten;

      • b.

        drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties.

  • 2.

    Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.

  • 3.

    Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.

Artikel 16 Zwerfafval rondom inrichtingen

Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

Artikel 17 Afval en verontreiniging op de weg

  • 1.

    Het is verboden een weg, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

  • 2.

    Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt meteen na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18 Geen opslag van afval in de open lucht

  • 1.

    Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met hoofdstuk 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet als voor opslag van afval een omgevingsvergunning is verleend.

Artikel 19 Ontdoen van autowrakken

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen (artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken).

Hoofdstuk 4a Kadavers van gezelschapsdieren

Artikel 19a Kadavers van gezelschapsdieren

  • 1.

    In dit artikel wordt verstaan onder:

    • -

      gezelschapsdier; een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier;

    • -

      houder: eigenaar of houder van een dood gezelschapsdier.

  • 2.

    Het college wijst een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.

  • 3.

    Van ingezamelde kadavers wordt door de verzamelplaats aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.

  • 4.

    Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats, als bedoeld in het tweede lid.

  • 5.

    Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.

  • 6.

    Het vierde lid en vijfde lid zijn niet van toepassing als de eigenaar of houder van een dood gezelschapsdier gebruik maakt van één van de volgende alternatieve afvoermogelijkheden:

    • a.

      het laten ophalen door de dierenambulance;

    • b.

      het laten begraven of cremeren op een erkende dierenbegraafplaats/ - crematorium;

    • c.

      het laten afvoeren door de dierenarts;

    • d.

      het begraven in eigen tuin of op eigen grond.

  • 7.

    Het college kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze alternatieve afvoermogelijkheden van dode gezelschapsdieren, als bedoeld in het zesde lid.

  • 8.

    Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.

Hoofdstuk 5 Handhaving en toezicht

Artikel 20 Strafbare feiten

Overtreding van het bij of krachtens artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot met 19a bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet door het college aangewezen ambtenaren.

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22 Overgangsrecht

  • 1.

    Vergunningen verleend krachtens de Afvalstoffenverordening, als bedoeld in artikel 24, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken na de inwerkingtreding van deze verordening - van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    Ontheffingen verleend krachtens de Afvalstoffenverordening, als bedoeld als in artikel 24, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken na de inwerkingtreding van deze verordening - van kracht en worden beschouwd als een ontheffing, als bedoeld in deze verordening.

  • 3.

    Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Afvalstoffenverordening, als bedoeld in artikel 24, blijven, indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.

  • 4.

    Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de Afvalstoffenverordening, als bedoeld in artikel 24, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 3 van deze verordening.

  • 5.

    Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de Afvalstoffenverordening, als bedoeld in artikel 24, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening.

  • 6.

    Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, of voorschrift of beperking, als bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 26, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordeningen bedoeld in artikel 24.

Artikel 23 Hardheidsclausule

Het college kan artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 24 Intrekken oude regelingen

De Afvalstoffenverordening Heemstede 2021 en de Verordening dode gezelschapsdieren Heemstede 2016 worden ingetrokken.

Artikel 25 Omhangen uitvoeringsregelingen

  • 1.

    De Nadere regels alternatieve afvoermogelijkheden van dode gezelschapsdieren Heemstede 2016 berusten op artikel 19a, zevende lid.

  • 2.

    Het Aanwijzingsbesluit verzamelplaats dode gezelschapsdieren Heemstede 2016 berust op artikel 19a, tweede lid.

Artikel 26 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking, voor zover nodig met terugwerkende kracht, op 15 december 2025.

Artikel 27 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Heemstede 2025.

Vastgesteld door de raad op 27 november 2025.

Naar boven