Beleidsregels voor ontheffingen van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen en bromfietsen op Schiermonnikoog 2026

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schiermonnikoog,

 

Overwegende dat,

 

  • 1.

    op grond van artikel 149 WVW en van artikel 87 van het RVV 1990 ontheffing kan worden verleend van het verbod de wegen op Schiermonnikoog te berijden met motorvoertuigen en bromfietsen (besluit van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog d.d. 19 augustus 1992);

  • 2.

    op grond van het besluit ‘delegatie bestuursbevoegdheden medebewindwetgeving’ d.d. 29 april 2003 de burgemeester en wethouders de bevoegdheid hebben om ontheffingen van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen te verlenen en dat burgemeester en wethouders daarbij beleidsregels kunnen vaststellen;

  • 3.

    op grond van artikel 5.10, 5.11 en 5.33 van de Algemene Plaatselijke Verordening burgemeester en wethouders de bevoegdheid hebben ontheffingen te verlenen voor het verbod om zich met een voertuig buiten de verharde wegen te bevinden;

  • 4.

    het college alleen een ontheffing van het rijverbod verleent, wanneer het voertuig in redelijkheid onmisbaar is voor het vervoer, dat met behulp van dat voertuig uitgevoerd wordt.

Besluit

 

vast te stellen de navolgende beleidsregels voor ontheffingen van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen en bromfietsen op Schiermonnikoog 2026.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Een eilander ontheffing rijverbod is een ontheffing van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen van inwoners en bedrijven die zijn gevestigd in de gemeente Schiermonnikoog;

  • 2.

    Een tijdelijke ontheffing rijverbod is een ontheffing van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen voor personen en bedrijven die jaarlijks minder dan 30 aaneengesloten dagen een motorvoertuig op het eiland nodig hebben;

  • 3.

    Een jaarontheffing rijverbod is een ontheffing van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen van bedrijven die niet in de gemeente Schiermonnikoog zijn gevestigd en die 30 of meer aaneengesloten dagen een motorvoertuig op het eiland nodig hebben;

  • 4.

    Een bijzondere, tijdelijke ontheffing rijverbod is een ontheffing van de geslotenverklaring voor personen vanwege hun handicap afhankelijk zijn van een motorvoertuig en beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart;

  • 5.

    Een strandontheffing is een ontheffing van het verbod om zich met een voertuig op het strand te bevinden;

  • 6.

    Definitie van motorvoertuig en bromfiets volgens het Verdrag van Wenen en de Wegenverkeerswet.

Artikel 2 Algemene ontheffing geslotenverklaring

Motorvoertuigen die herkenbaar zijn als politievoertuig, defensievoertuig, marechauseevoertuig, douanevoertuig, brandweervoertuig, ambulancevoertuig, KNRM-voertuig, zeehondenopvangvoertuig, laatstewensambulancevoertuig, Commonwealth War Graves Commission-voertuig, lijkauto of voertuig ten behoeve van crisisbeheersing hebben ontheffing van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen.

Artikel 3 Het verlenen van een eilanderontheffing rijverbod

  • 1.

    Inwoners van Schiermonnikoog hebben per adres voor maximaal één motorvoertuig recht op een eilanderontheffing rijverbod;

  • 2.

    Een eilanderontheffing is 5 jaar geldig;

  • 3.

    Het voertuig dient op naam en adres te staan van de aanvrager, zoals blijkt uit een uittreksel van de RDW;

  • 4.

    in het geval van een leaseauto of huurauto die niet op naam en adres van de aanvrager is geregistreerd, kan aanvrager met leasecontract of huurcontract of werkgeversverklaring aantonen dat de aanvrager de auto gebruikt;

  • 5.

    Het adres moet door aanvrager permanent bewoond worden, blijkend uit de registratie in de gemeentelijke basisadministratie. Op het betreffende adres moet permanente bewoning zijn toegestaan;

  • 6.

    Indien aanvrager gehuwd is of geregistreerd partnerschap heeft, dient partner ook als inwoner in de gemeentelijke basisregistratie ingeschreven te staan op het adres;

  • 7.

    Aanvrager is in het bezit van een voor het voertuig geldig rijbewijs;

  • 8.

    Bedrijven, gevestigd op Schiermonnikoog, hebben voor bedrijfsvoertuigen recht op een ontheffing van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen als het voertuig aantoonbaar onmisbaar is voor het uitvoeren van de werkzaamheden van het betreffende bedrijf.

Artikel 4 het gebruik van een eilanderontheffing rijverbod

  • 1.

    Alle ingezetenen van de gemeente Schiermonnikoog mogen op het eiland elk motorvoertuig besturen waarvoor een eilandontheffing is afgegeven;

  • 2.

    Een bedrijfsvoertuig mag naast de ontheffinghouder ook bestuurd worden door werknemers;

  • 3.

    Een bedrijfsvoertuig waarvoor een eilandontheffing is afgegeven mag zowel bedrijfsmatig als privé gebruikt worden;

  • 4.

    Het motorvoertuig dient binnen de bebouwde kom op eigen terrein of op één van de aangewezen parkeerplaatsen geparkeerd te worden, tenzij een ontheffing parkeerverbod is verleend.

Artikel 5 het verlenen van een tijdelijke ontheffing rijverbod

  • 1.

    Tijdelijke ontheffing wordt verleend, indien dit strekt tot behartiging van redelijke belangen op Schiermonnikoog, waarbij het motorvoertuig onmisbaar is;

  • 2.

    Tijdelijke ontheffing wordt onder andere verleend als het gaat om de volgende genoemde zaken:

    • a.

      ingerichte servicewagens, noodzakelijk voor werkzaamheden op het eiland;

    • b.

      Ingerichte bedrijfswagens ten behoeve van vervoer gereedschap, materiaal en personeel, noodzakelijk voor bouwwerkzaamheden op het eiland;

    • c.

      vrachtauto’s voor (bouw)materialen, die moeten worden afgeleverd op het eiland;

    • d.

      motorvoertuigen ten behoeve van verhuizingen;

    • e.

      motorvoertuigen voor noodzakelijk vertegenwoordigersbezoek, mits er grote hoeveelheden goederen moeten worden vervoerd;

    • f.

      motorvoertuigen noodzakelijk voor radio-, t.v.- en filmopnamen;

    • g.

      motorvoertuigen van inwoners van de gemeente Schiermonnikoog;

    • h.

      motorvoertuigen noodzakelijk voor het vervoer van paardentrailers noodzakelijk voor het vervoer van paarden;

    • i.

      motorvoertuigen voor vervoer van apparatuur en muziekinstrumenten voor voorstellingen;

    • j.

      motorvoertuigen ten behoeve van werkzaamheden door en voor overheidsorganisaties met beheertaken op het eiland;

    • k.

      motorvoertuigen ten behoeve van onderzoek op het eiland, dat zonder motorvoertuig niet mogelijk zou zijn.

  • 3.

    Tijdelijke ontheffingen rijverbod worden niet verleend voor motorvoertuigen, alleen te gebruiken voor het vervoer van aanhangwagens.

Artikel 6 Het gebruik van een tijdelijke ontheffing rijverbod

  • 1.

    De tijdelijke ontheffing rijverbod is alleen geldig voor de route die is aangegeven op de tijdelijke ontheffing;

  • 2.

    Een tijdelijke ontheffing is alleen geldig voor de dagen die op de ontheffing zijn aangegeven;

  • 3.

    Het motorvoertuig dient binnen de bebouwde kom op eigen terrein of op één van de aangewezen parkeerplaatsen geparkeerd te worden, tenzij een ontheffing van het parkeerverbod is verleend.

Artikel 7 Het verlenen van een jaarontheffing rijverbod

  • 1.

    Een jaarontheffing rijverbod wordt afgegeven als ontheffing voor 30 of meer aaneen gesloten dagen wordt aangevraagd;

  • 2.

    Voor het afgeven van een jaarontheffing zijn de beleidsregels in artikel 5 van toepassing;

  • 3.

    Een jaarontheffing is geldig met ingang van 15 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de ontheffing betrekking heeft;

  • 4.

    Een jaarontheffing eindigt op 15 januari volgend op het kalenderjaar waarop de ontheffing betrekking heeft.

Artikel 8 Het gebruik van een jaarontheffing rijverbod

Voor het gebruik van een jaarontheffing zijn de beleidsregels in artikel 6 van toepassing.

Artikel 9 Het verlenen van een bijzondere tijdelijke ontheffing rijverbod

  • 1.

    Een bijzondere tijdelijke ontheffing rijverbod wordt verleend, als de aanvrager in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart;

  • 2.

    Een bijzondere tijdelijke ontheffing rijverbod wordt voor maximaal 29 dagen afgegeven;

  • 3.

    Als de aanvrager, naast de in lid 1 genoemde criterium, kan aantonen in het bezit te zijn van een zomerwoning op Schiermonnikoog, dan kan een bijzondere, tijdelijke ontheffing voor maximaal een kalenderjaar worden afgegeven;

  • 4.

    Aanvrager dient het nummer van de gehandicaptenparkeerkaart op het aanvraagformulier te vermelden.

Artikel 10 Het gebruik van een bijzondere, tijdelijke ontheffing rijverbod

  • 1.

    Het motorvoertuig, waarvoor een bijzondere, tijdelijke ontheffing rijverbod is afgegeven, mag alleen op Schiermonnikoog worden gebruikt wanneer de betreffende gehandicapte persoon in het voertuig aanwezig is;

  • 2.

    De bijzondere, tijdelijke ontheffing is geen parkeerontheffing.

Artikel 11 Het verlenen van een strandontheffing

Een strandontheffing wordt verleend voor een motorvoertuig met eilander(bedrijfs)ontheffing, als de ontheffinghouder een strandontheffing voor dat motorvoertuig aanvraagt.

Artikel 12 Het gebruik van een strandontheffing

  • 1.

    Een strandontheffing is geldig voor het Noordzeestrand tussen paal 1 en de oostpunt van het eiland;

  • 2.

    In de periode van 15 april tot 15 september wordt slechts op het strand gereden tussen 20.00 uur en 07.00 uur;

  • 3.

    Op het hele strand mag gereden worden over een strook vanaf de waterlijn tot 100 meter richting de duinen;

  • 4.

    Voor het bereiken van het strand wordt alleen gebruik gemaakt van de duinovergangen aan het eind van de Badweg en het eind van de Prins Bernhardweg.

  • 5.

    Er wordt niet gereden op met vegetatie begroeide gedeelten van het strand.

  • 6.

    Door het rijden worden de zich op het strand bevindende personen en dieren niet in gevaar gebracht, opgeschrikt of gehinderd. Er wordt voldaan aan de bepalingen van of krachtens de Wegenverkeerswet.

  • 7.

    Het rijden op het strand draagt in ieder geval niet het karakter van racen of crossen, waaronder in dit verband wordt verstaan het wedijveren in snelheid en/of behendigheid.

Artikel 13 Het aanvragen van ontheffingen

  • 1.

    Een aanvraag voor een ontheffing wordt minimaal 3 werkdagen voorafgaand aan de dag waarop de ontheffing ingaat ingediend;

  • 2.

    Indien een aanvraag voor een ontheffing wordt ingediend minder dan 3 werkdagen voor het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft, kunnen burgemeester en wethouders de aanvraag niet in behandeling nemen, indien zij van mening zijn dat de aard van de gevraagde ontheffing zo danig is dat voor een verantwoorde beoordeling van de aanvraag onvoldoende tijd aanwezig is.

Artikel 14 Maximale gewichten en maten voor motorvoertuigen

Ontheffing wordt alleen verleend als voertuigen voldoen aan de volgende afmetingen en gewichten.

 

  • 1.

    De asdruk van een voertuig is maximaal 10.000 kg;

  • 2.

    Bij een totaal gewicht van het voertuig groter dan 35.000 kg mag het voertuig over maximaal 1 onbestuurbare as beschikken;

  • 3.

    Binnen de bebouwde kom heeft een voertuig een maximale lengte van 12 meter;

  • 4.

    Binnen de bebouwde kom heeft een samenstel van voertuigen een maximale lengte van 16 meter;

  • 5.

    Binnen de bebouwde kom zijn geen vrachtwagentrekkers met opleggers toegestaan;

  • 6.

    Lid 4 en lid 5 zijn niet van toepassing als een ondeelbare lading moet worden vervoerd;

  • 7.

    Lid 5 is niet van toepassing voor voertuigen voor melktransport en voertuigen voor beton- of asfalt transport.

Artikel 15 Algemene bepalingen

  • 1.

    De ontheffing is voertuig gebonden;

  • 2.

    De ontheffing moet zichtbaar en ongehinderd afleesbaar voor scanapparatuur aanwezig zijn achter de voorruit van het voertuig. Indien dit niet mogelijk is, draagt de bestuurder de ontheffing bij zich.

Artikel 16 Leges

Voor het aanvragen van een ontheffing of het wijzigen van een verleende ontheffing zijn leges verschuldigd. De leges worden jaarlijks vastgesteld en opgenomen in de bij de Legesverordening behorende tarieventabel van de gemeente Schiermonnikoog.

Artikel 17 Intrekking of wijziging van de ontheffing rijverbod

De ontheffing rijverbod wordt ingetrokken of gewijzigd:

 

  • 1.

    Indien een ontheffinghouder dit verzoekt;

  • 2.

    Als ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvoldoende gegevens zijn ingediend;

  • 3.

    Wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;

  • 4.

    Wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften;

  • 5.

    Indien een ontheffinghouder handelt in strijd met de verkeersregels;

  • 6.

    Om redenen van openbaar belang.

Artikel 18 Afwijkingsbevoegdheid

Conform artikel 4:84 van de Awb handelen burgemeester en wethouders overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 19 Citeertitel

Deze regels worden aangehaald als: "Beleidsregels voor ontheffingen van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen en bromfietsen op Schiermonnikoog 2026”.

Artikel 20 Overgangsbepaling en inwerkingtreding

  • 1.

    Eerder afgegeven ontheffingen vervallen drie maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregels;

  • 2.

    Als ontheffingen geldig zijn op de dag dat deze beleidsregels in werking treden, zullen nieuwe ontheffingen voor dezelfde periode kosteloos worden verstrekt;

  • 3.

    Conform artikel 3:42 van de Awb wordt de inhoud van deze beleidsregels gepubliceerd;

  • 4.

    Deze beleidsregels treden in werking na publicatie op 1 januari 2026.

  • 5.

    De eerder vastgestelde beleidsregels ontheffing van de geslotenverklaring komen te vervallen.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders op 2 december 2025.

burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog,

de secretaris,

T. Kroeze

de burgemeester,

I. van Gent

TOELICHTING OP DE BELEIDSREGELS VOOR ONTHEFFINGEN VAN DE GESLOTENVERKLARING VOOR MOTORVOERTUIGEN EN BROMFIETSEN OP SCHIERMONNIKOOG

1. Inleiding

 

Sinds de in gebruik name van de veersteiger in 1968 is het verboden om met motorvoertuigen het eiland te berijden. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van dit verbod. Op 28 april 1983 zijn door burgemeester en wethouders voor het eerst richtlijnen auto ontheffingenbeleid vastgesteld. In de loop van de jaren zijn deze richtlijnen op onderdelen gewijzigd.

 

In 2001 is een totaaloverzicht gegeven van het vigerende ontheffingsbeleid in de notitie Beleid ontheffingen rijverbod. Deze notitie is op 15 mei 2001 door de gemeenteraad vastgesteld.

 

In de ‘Beleidsregels voor ontheffingen van het rijverbod voor motorvoertuigen op Schiermonnikoog” wordt het beleid, zoals dat is weergegeven in de notitie “Beleidsontheffingen rijverbod” vertaald in duidelijke richtlijnen.

 

Het is verplicht om de ontheffingen aan te plakken achter de voorruit van de motorvoertuigen. Hiertoe zijn vier categorieën van ontheffingen benoemd: eilanderontheffingen, tijdelijke ontheffingen, jaarontheffingen en tijdelijke bijzondere ontheffingen. Hierdoor is het eenvoudiger geworden om de beleidsregels ook daadwerkelijk te handhaven.

 

Naast de ontheffingen op grond van de Wegenverkeerswet worden in deze beleidsregels ook de zogenaamde strandontheffingen geregeld (artikel 5.10, 5.11 en 5.33 APV).

 

Omdat de beleidsregels op onderdelen verduidelijking behoeven, zijn de beleidsregels aangescherpt waar het moet (bijvoorbeeld als een inwoner meerdere motorvoertuigen op het eiland heeft of het voertuig noodzakelijk is bij crisisbeheersing) en verruimd waar het uit maatschappelijk belang wenselijk en redelijk is dat het voertuig onmisbaar is voor het vervoer, dat met behulp van dat voertuig uitgevoerd wordt ( bijvoorbeeld bij (ver)bouwprojecten of vervoer van kwetsbare apparatuur of instrumenten voor onderzoek en evenementen).

 

2. overleg met de Politie

 

De beleidsregels zijn tot stand gekomen in overleg met de politie.

 

3. Juridisch kader

 

De geslotenverklaring op Schiermonnikoog is gebaseerd op Artikel 2, lid 2b van de Wegenverkeerswet. In dit artikel is aangegeven dat krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde regels kunnen strekken tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. In artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994 is geregeld dat de gemeenteraad verkeersbesluiten kan nemen.

 

De gemeenteraad heeft het nemen van verkeersbesluitend.d. 29 april 2003 gedelegeerd aan burgemeester en wethouders.

 

Op 12 augustus 1992 hebben burgemeester en wethouders de wegen, voor zover in beheer bij de gemeente, gesloten verklaard voor alle motorvoertuigen en bromfietsen met uitzondering van invalidenvoertuigen met in werking zijnde motor. Tegen dit besluit is beroep aangetekend bij de Kroon. Dit beroep is op 12 oktober 1996 ongegrond verklaard.

 

Op grond van artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 87 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 kan de gemeenteraad ontheffing verlenen van de geslotenverklaring voor motorvoertuigen en bromfietsen. Het verlenen van ontheffingen ex artikel 149 van de Wegenverkeerswet1994 is bij besluit van de gemeenteraad d.d. 29 april 2003 gedelegeerd aan burgemeester en wethouders. Conform artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht ( Awb ) kunnen burgemeester en wethouders daarbij beleidsregels vaststellen.

 

De beleidsregels voor het afgeven van ontheffingen van het rijverbod zijn daarmee het sluitstuk van het juridische kader rond de geslotenverklaring voor motorvoertuigen en bromfietsen.

 

4. Handhaving

 

Met het toezicht en opsporing is de politie belast (artikel 159 Wegenverkeerswet 1994, artikel 141, 142 van het Wetboek Strafvordering).

 

5. Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1

 

In artikel 1 worden de vier verschillende vormen van ontheffing en de strandontheffing benoemd. Toegevoegd is welke definitie voor motorvoertuig en bromfiets aan deze beleidsregels ten grondslag liggen.

 

De duur van de ontheffing is verlengd van 10 naar 29 dagen om de administratieve last voor de aanvrager en de gemeente te beperken. Het komt veelvuldig voor dat bedrijven meerdere ontheffingen van 10 achter elkaar aanvragen, omdat de werkzaamheden langer dan 10 dagen duren.

 

Artikel 2

 

In artikel 2 wordt geregeld dat voertuigen van politievoertuig, defensievoertuig, marechauseevoertuig, douanevoertuig, brandweervoertuig, ambulancevoertuig, KNRM-voertuig, zeehondenopvangvoertuig, laatstewensambulancevoertuig, Commonwealth War Graves Commission-voertuig, lijkauto of voertuig ten behoeve van crisisbeheersing geen ontheffing nodig hebben.

 

Artikel 3

 

In artikel 3 is aangegeven dat maximaal één eilander ontheffing per adres verstrekt wordt. Het motorvoertuig dient op naam en adres van de aanvrager te staan. In geval van het motorvoertuig geleasd of gehuurd wordt, die niet op naam van de aanvrager is geregistreerd, kan aanvrager met leasecontract of huurcontract of werkgeversverklaring aantonen, dat de aanvrager de auto gebruikt.

 

Voor zover inwoners een ontheffing voor een motorvoertuig hebben, wordt deze ontheffing door burgemeester en wethouders eerst ingetrokken, alvorens een ontheffing voor een andere auto kan worden verstrekt.

 

Er is geen beperking verbonden aan het aantal ontheffingen voor bromfietsen. Ook voor invalidevoertuigen, elektrische scooters, speed pedelecs en fatbikes dient een ontheffing aangevraagd te worden, omdat ze onder de definitie van bromfiets vallen.

 

Artikel 4

 

Uitgebreide toelichting in raadsvoorstel 29 juni 2004, agendapunt 12. Bedrijfsmotorvoertuigen mogen alleen gebruikt worden door werknemers van het bedrijf. Bij het aanvragen van een bedrijfsontheffing dient te worden aangetoond dat het voertuig ook op naam van het bedrijf is geregistreerd. Tevens moet worden aangegeven voor welk doel het bedrijf de ontheffing wenst.

 

Indien er een andere vervoersmogelijkheid is, waar aanvrager gebruik van kan maken, dan is een overtuigende motivering van de aanvrager van de noodzaak voor de ontheffing noodzakelijk.

 

Artikel 5

 

Hoofdregel bij het beoordelen van de aanvraag is dat er sprake moet zijn van redelijke belangen. Bij die beoordeling wordt gekeken of geschikte alternatieven beschikbaar zijn, zoals openbaar vervoer, taxibedrijven en transportbedrijven.

 

Voor een aantal categorieën voertuigen wordt standaard ontheffing verleend, als aannemelijk is gemaakt dat het voertuig noodzakelijk is op het eiland. Deze voertuigen zijn in lid 2 genoemd.

 

Algemene regel is dat voor motorvoertuigen, die alleen gebruikt worden voor het vervoer van aanhangers geen ontheffing verleend wordt. Op het eiland is een alternatief in de aanwezige taxibedrijven, die de aanhangers kunnen vervoeren naar de plaats van bestemming. Een uitzondering zijn de paardentrailers. Reden voor deze uitzondering is dat Wagenborg Passagiersdiensten als eis stelt dat deze trailers op de veerboot aan een motorvoertuig gekoppeld moeten zijn.

 

Artikel 6

 

In artikel 6 is aangegeven welke voorschriften aan de tijdelijke ontheffing gekoppeld zijn. De ontheffinghouder dient deze voorschriften op te volgen.

 

Artikel 7

 

Een aantal bedrijven aan de ‘vaste wal’ heeft een regelmatige dienst op Schiermonnikoog. Te denken valt bijvoorbeeld aan transportbedrijven. Voor zover deze bedrijven langer dan 29 aaneen gesloten dagen op het eiland werkzaam zijn, kunnen deze bedrijven een jaarontheffing aanvragen. Een jaarontheffing is geldig voor een kalenderjaar met een marge van één maand om een nieuwe ontheffing aan te vragen.

 

Artikel 8

 

Aan een jaarontheffing kunnen evenals aan een tijdelijke ontheffing voorwaarden verbonden.

 

Artikel 10

 

Vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en veranderde inzichten bij medici worden medische verklaringen niet meer afgegeven. Daarom wordt alleen nog op grond van een gehandicaptenparkeerkaart ontheffing verleend.

 

In de bebouwde kom van Schiermonnikoog geldt een parkeerverbod. In dit artikel is geregeld dat de bijzondere tijdelijke ontheffing rijverbod niet als parkeerontheffing geldt. Hiervoor kan de gehandicapte de Gehandicaptenparkeerkaart gebruiken.

 

Artikel 11

 

Strandontheffing wordt alleen verleend aan inwoners van Schiermonnikoog voor een motorvoertuig waarvoor een eilanderontheffing is afgegeven. Aan een strandontheffing zijn voorwaarden verbonden in artikel 12 van deze regels.

 

Artikel 13

 

De aanvraag moet 3 werkdagen voordat de ontheffing ingaat zijn ingediend. Het komt regelmatig voor dat een aanvraag later wordt ingediend. Hiervoor zijn een aantal redenen:

 

  • er is sprake van een onvoorziene gebeurtenis, zoals een storing;

  • aanvrager is niet op de hoogte van de voorwaarde om een aanvraag minimaal 3 werkdagen van tevoren in te dienen;

  • aanvrager heeft er niet aan gedacht om tijdig een aanvraag in te dienen.

Bij onvoorziene gebeurtenissen werken we, voor zover mogelijk, mee aan het verlenen van de ontheffing als die later dan de standaard termijn van 3 dagen wordt aangevraagd.

 

Artikel 14

 

In dit artikel zijn beperkingen gesteld aan de gewichten en maten van vrachtwagens, zodat die zonder schade en binnen de huidige mogelijkheden gebruik te kunnen maken van de infrastructuur op Schiermonnikoog. Vooral de smalle wegen in het dorp zijn niet berekend op zwaar transport. Daarnaast zijn meerder bochten niet te nemen door lange vrachtwagens.

 

Artikel 15

 

In artikel 15 is aangegeven dat een ontheffing niet uitwisselbaar is. Voor elk motorvoertuig moet een aparte ontheffing worden afgegeven, waarvoor opnieuw leges verschuldigd zijn.

 

Bovendien is in artikel 15 geregeld dat een ontheffing zichtbaar moet worden aangebracht achter de voorruit van het motorvoertuig, zeker in verband met het kunnen scannen van de QRcode. De eilanderontheffing, de jaarontheffing, de bijzondere tijdelijke ontheffing en de strandontheffing dienen in een daartoe bestemd hoesje van de voorruit te worden geplakt (alleen in de rechterbovenhoek, de rechterbenedenhoek of middenboven). De tijdelijke ontheffing dient zichtbaar op het dashboard achter de voorruit te worden gelegd. De strandontheffing kan in het hoesje vóór de eilanderontheffing worden geschoven. In de toekomst werken we aan een systeem waarbij controle op basis van kenteken mogelijk is.

Naar boven