Omgevingsprogramma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Eindhoven heeft op 9 september 2025 besloten: 

1. Het Programma Maatschappelijke en Stedelijke Voorzieningen vast te stellen, dat de volgende conclusies bevat:

a. We hebben inzicht gekregen in de huidige voorzieningenstructuur en de opgave die hieruit volgt;

b. We hebben inzicht gekregen in de toekomstige opgave, rekening houdend met de schaalsprong, en de opgave die hieruit volgt;

c. De prioriteiten voor de korte termijn zijn:

- Verbetering van toegankelijkheid in eerstelijns medische zorg in verschillende stadsdelen;

- Uitbreiding van commerciële sportvoorzieningen;

- Uitbreiding laagdrempelige en toegankelijke sport[1]en speelvoorzieningen;

- Uitbreiding koffiezaken, lunchrooms en restaurants buiten de ring;

- Uitbreiding van kinderopvang en buitenschoolse opvang (deze behoefte wordt momenteel nader verkend);

- Uitbreiding met twee lokale parken, meer groene ruimte in de Kanaalzone en het Centrum;

- Zoeken naar oplossingen voor extra locaties voor zwemlessen.

d. Als we de huidige situatie beschouwen en de schaalsprong in ogenschouw nemen, dan is inzet op de volgende thema’s wenselijk:

- Multifunctionele accommodaties waar buurtontmoeting en cultureel en design aanbod samenkomen, met name in gebieden waar veel extra woningen worden toegevoegd;

- Zoeken naar oplossingen voor extra sportlocaties, zoals sporthallen en zwembaden;

- Uitbreiding en betere spreiding van het tweedelijns GGZ-aanbod.

e. Na vaststelling door het College vormt het programma de basis voor de aanpak op versterking van de structuur basisvoorzieningen. Het is een adaptief programma dat richting geeft, geen absolute

waarheid/ voorspelling is, en geactualiseerd en verfijnd naar aanleiding van nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve inzichten.

Artikel I

"Omgevingsprogramma Stedelijke en maatschappelijke voorzieningen" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking per 05‑12‑2025

Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders, op 9 september 2025

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Omgevingsprogramma Stedelijke en maatschappelijke voorzieningen

1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het programma Stedelijke en Maatschappelijke voorzieningen is een uitwerking van de omgevingsvisie en de Koers Sociaal (2)040.

Zoals afgesproken werken we aan een levendige stad met goede basis-en topvoorzieningen [1]. In lijn met de visie op de sociale basis ‘Eindhoven Goed voor Elkaar’ willen we bereiken dat steeds meer Eindhovenaren het gevoel hebben ergens bij te horen, niet alleen te staan, maar zich gesteund te voelen als dat nodig is. Met de uitvoering van de Koers Sociaal (2)040 zetten we stevig in op het versterken van de sociale basis samen met inwoners, zodat de Eindhovenaren zo goed als mogelijk, zo dichtbij als mogelijk en bij voorkeur in hun eigen leefomgeving ondersteuning kunnen vinden. De inrichting van de fysieke leefomgeving zien we als onderdeel van de institutionele sociale basis.

De sociale basis kan niet zonder voorzieningen en plekken waar en waardoor inwoners elkaar ontmoeten, initiatieven kunnen ontstaan en activiteiten en ondersteuning worden geboden. Ontmoeting is dan ook een cruciaal onderdeel en voorwaarde van de sociale basis. Fysieke ontmoetingsplekken in de stad helpen bij het stimuleren van ontmoeting en het leggen van verbindingen tussen groepen. Een goede spreiding en bereikbaarheid van deze voorzieningen is een van de aanpakken om de sociale cohesie te versterken.  

We streven naar een structuur waarmee onze inwoners binnen 15 minuten afstand (1,5 kilometer lopen of 3 kilometer fietsen) van hun woning toegang hebben tot onderwijs, zorg, welzijnsinstellingen, cultuur, detailhandel, horeca en sportfaciliteiten. Idealiter zijn voorzieningen als dagelijkse boodschappen, basisonderwijs, toegang tot de huisarts en plekken waar buurtontmoeting plaatsvindt op 15 minuten loopafstand bereikbaar, terwijl het acceptabel is dat stedelijk cultuur- en horeca aanbod, grotere sportfaciliteiten en grotere zorgclusters wat verder weg mogen liggen. Daarnaast willen we graag dat onze inwoners binnen vijf minuten fietsen in een park zijn en binnen vijf minuten lopen op een koele, groene plek kunnen zijn. Dat betekent dat we nu al moeten inzetten op uitbreiding van een aantal voorzieningen en ons moeten voorbereiden op verdere aanpassingen op basis van veranderende omstandigheden.

Tussen 2022 en 2040 bouwen we in de regio 100.000 woningen, waarvan ruim 40.000 in Eindhoven, verdeeld over verschillende stadsdelen. We verwachten een toename van circa 60.000 inwoners en de samenstelling van onze bevolking zal voortdurend veranderen. Het niveau en de spreiding van deze voorzieningen per stadsdeel moet hierop aangesloten blijven. De realisatie van deze voorzieningen in onze zich snel ontwikkelende regio is uitdagend. 

[1] Dit programma gaat over de aanpak op basisvoorzieningen, de strategie op topvoorzieningen wordt in samenwerking met de Metropoolregio Eindhoven uitgevoerd. 

1.2 Relatie met de Omgevingswet

Het Programma Voorzieningen is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. In een programma kan het college van burgemeester en wethouders beleid uit de omgevingsvisie concreter invullen voor specifieke 

gebieden, sectoren of onderwerpen. Het programma benoemt een aanpak vanuit de gemeente Eindhoven om de spreiding en toegankelijkheid van voorzieningen te optimaliseren. De realisatie van ‘de juiste voorziening op de juiste plek’ is afhankelijk van de bereidwilligheid van de betrokken partners en de inzet van gemeentelijke planologische, juridische en financiële instrumenten. (Verdere uitwerking hoofdstuk 5). De mate waarin deze instrumenten worden ingezet zijn politieke afwegingen.

afbeelding binnen de regeling

 

 

1.3 Doel, afbakening en reikwijdte

Doel

Het programma is een adaptief instrument dat ondersteunt bij de structurele en langjarige aanpak op de optimale spreiding en toegankelijkheid van basisvoorzieningen. Het is een hulpmiddel bij maatwerk per specifieke situatie en per verschillend gebied. 

Uitgangspunt geschetste scenario’s

In voorliggend programma wordt ingegaan op de huidige situatie per thema en per stadsdeel, de opgave die op korte termijn zichtbaar is en de opgave voor de toekomst. Deze scenario’s zijn gebaseerd op een nulmeting van het voorzieningenaanbod en de toepassing van normen en richtlijnen. Dit geeft een beeld van de opgave en de richting waar de stad zich idealiter naar toe moet bewegen. Het voorzieningenaanbod is echter niet statisch en aan verandering onderhevig. Bij elke (gebieds)ontwikkeling en bij elke vraag naar ontwikkelpotentie zal gekeken moeten worden naar de actuele situatie en de behoefte die per gebied hieruit ontstaat. Dit betekent dat we in de planning en realisatie van de benodigde voorzieningen rekening houden met groeiscenario’s en gewijzigde omstandigheden voor de stad als geheel en per specifiek gebied. We voorzien in de tijd veranderende behoeftes en inzichten waar we bij de toekomstige planning van voorzieningen rekening mee moeten houden. 

Daarnaast kunnen normen veranderen, ontwikkelingen in specifieke sectoren van invloed zijn en kunnen richtlijnen naar aanleiding van de input van betrokken partners om aanpassing vragen.

Reikwijdte en Afbakening

Binnen het programma spreken we over voorzieningen wanneer er sprake is van locaties waar inwoners en bezoekers (consumenten) naar toe gaan om in hun behoefte te kunnen voorzien, binnen de thema’s zorg en welzijn, onderwijs, detailhandel en horeca, sport en spel, cultuur, en delen van groen. Het programma gaat over de optimalisatie van de lokale basisvoorzieningen binnen het landschap van de gemeente Eindhoven. Met de aanpak beperken we ons niet tot maatschappelijke voorzieningen, maar ontwikkelen een aanpak voor de optimale inbedding van voorzieningen met een maatschappelijke impact. De aanpak op regionale voorzieningen en topvoorzieningen wordt in MRE verband opgepakt. 

In dit kader maken we als volgt onderscheid:

  • Lokale (basis)voorzieningen:

    Voorzieningen met een kleine reikwijdte die op korte afstand (binnen 15 minuten lopen of fietsen) aanwezig moeten zijn: zoals onder andere huisartsen, tandartsen, basisscholen, sport- en speelplekken, detailhandel voor de dagelijkse levensbehoefte en horeca.

  • Regionale voorzieningen: (maakt onderdeel uit van de aanpak MRE).

    Voorzieningen die zowel de inwoners uit de eigen gemeente als meerdere regiogemeenten kunnen bedienen.

  • Bovenregionale/landelijke voorzieningen (Topvoorzieningen): (maakt onderdeel uit van de aanpak MRE, zit niet in de scope van deze aanpak). 

    Unieke, profielversterkende voorzieningen die naast lokale en regionale ook (inter)nationale gebruikers trekken en daarmee bijdragen aan aantrekkingskracht van Metropoolregio Eindhoven. 

 

Het programma gaat niet over locaties waar gewoond wordt of waar de component ‘werken’ centraal staat, zoals kantoren, ateliers of werklocaties.

Binnen de thema’s zijn op zorgvuldige wijze keuzes gemaakt op typen voorzieningen die binnen de definitie van basisvoorzieningen vallen. Tijdens de uitvoering van het programma kan blijken dat er activiteiten zijn die tot de definitie gerekend kunnen worden. In dat geval kunnen deze na toetsing op de definitie toegevoegd worden aan de aanpak binnen het programma. 

1.4 Betrokken partijen en samenwerking (intern en extern)

Dit programma is opgesteld in samenwerking met ruim 65 externe partners, vakinhoudelijke ambtenaren uit de G4 steden, Groningen en Almere, inzet vanuit de MRE, inzet vanuit het Rijk en input van de beleidsmedewerkers uit de relevante domeinen uit onze eigen organisatie. In het participatieverslag 1 mei 2025 (Bijlage 1) is opgenomen met welke partijen we gesproken hebben, wat de bevindingen zijn, met welke input we aan de slag gaan en de onderwerpen waar we als gemeente geen rol in kunnen pakken.  

De aanpak in de stad is onderdeel van de aanpak in de regio

Het ‘Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen’ (hierna: programma) van de gemeente Eindhoven is een lokale doorvertaling van de regionale strategie van de MRE en geeft daarmee lokaal inhoud aan de regionale aanpak rondom basisvoorzieningen. De opdracht van de MRE richt zich op de regionale strategie basisvoorzieningen en op de strategie voor regionale- en topvoorzieningen. Het programma van de gemeente Eindhoven geeft zowel voor onze eigen stad als geheel als ook op stadsdeelniveau inzicht in de benodigde aanpak op de optimalisatie van de basisvoorzieningenstructuur. (Een nadere uitwerking van de opgave staat in Hoofdstuk 4.)

1.5 Beleidskaders en relevante wetgeving

In het onderstaande overzicht is per thema de aanvullende relevante wetgeving en de gemeentelijke beleidskaders opgenomen waartoe de aanpak op basisvoorzieningen zich verhoudt. 

afbeelding binnen de regeling

 

 

2 Trends en ontwikkelingen

2.1 Trends en ontwikkelingen per thema

In deze paragraaf worden lokale en landelijke trends en ontwikkelingen per thema beschreven. 

Algemeen

Een sterke sociale cohesie is het fundament voor een inclusieve en leefbare stad. Met de groei van het aantal inwoners in onze stad, die voornamelijk komt door een positief buitenlandsmigratiesaldo, neemt de culturele diversiteit richting 2040 in een hoog tempo toe. Diversiteit gaat echter verder, in onze stad wonen mensen met onder andere verschillende geloofsovertuigingen, seksuele voorkeuren, opleidingsniveaus en fysieke mogelijkheden. Dit vertaalt zich in verschillende levensstijlen en leefwerelden. Onderzoek wijst uit dat een toename van verschillen tussen inwoners leidt tot een grotere druk op sociale cohesie. Daarom is het van belang om bij het inrichten van de stad bewust aandacht te hebben voor ontmoeting tussen inwoners.

Dit uit zich in verschillende behoeftes in de manier waarop inwoners elkaar ontmoeten. Bij het inrichten van de stad en het vormgeven van ontmoeting is er daarom specifiek aandacht nodig de toenemende diversiteit in stad door de komst van nieuwe – internationale – groepen en culturen.

Buurtontmoeting is essentieel voor het creëren van een thuisgevoel, het bevorderen van saamhorigheid en het verminderen van eenzaamheid onder inwoners. Ontmoeting in de buurt is het proces waarbij inwoners elkaar ontmoeten, communiceren en samenwerken, vaak op informele wijze, bijvoorbeeld door middel van sport, spel, creativiteit en andere gezamenlijke activiteiten. Het gevolg hiervan is het versterken van sociale netwerken en het bevorderen van de gemeenschapszin. Buurtontmoetingen kunnen plaatsvinden in openbare ruimtes, tijdens gezamenlijke activiteiten, online of in andere sociale settings, en dragen bij aan een hechtere en meer verbonden gemeenschap. Fysieke locaties voor buurtontmoeting – zoals voorzieningen in de vorm van buurthuizen, wijkcentra, horecagelegenheden, speelplekken, sportlocaties, ontmoetingsplekken in parken of multifunctionele gebouwen – dragen op concrete en veelzijdige manieren bij aan sociale cohesie in een stad. Ze maken spontane én georganiseerde ontmoeting mogelijk, versterken netwerken, verminderen afstand tussen mensen én instellingen, en zorgen ervoor dat een stad aanvoelt als een gemeenschap – niet alleen als een verzameling gebouwen.

Multifunctioneel ruimtegebruik bij voorzieningen wint aan populariteit om ruimte efficiënter te benutten. Het combineert verschillende functies, zoals sport, cultuur en educatie, binnen één locatie. Deze trend bevordert kostenbesparing en versterkt sociale interactie in de gemeenschap.

Flexibele inrichting en modulair design maken aanpassing aan wisselende behoeften mogelijk. Het draagt bij aan duurzaamheid door minder ruimte en energie te verbruiken.

Zorg en welzijn

Er is sprake van een veranderende zorgvraag, veroorzaakt door o.a. vergrijzing, multi-culturaliteit, meer mensen (vooral jongeren en ouderen) met mentale gezondheidsproblemen, technologische ontwikkelingen, leefstijlontwikkelingen, verschillen in ziektebeleving en gezondheidsgedrag, meer tienerzwangerschappen en een toename in het aantal mensen met een chronisch, meervoudige zorgvraag. Een groeiend aantal mensen wordt minder mobiel en heeft dus zorg dichterbij nodig. Daarbij worden zorgvragen complexer. Ook groeit de behoefte aan sociaal werkers en jeugdzorgmedewerkers om kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen. Een stijgende zorgvraag kan tevens samenhangen met gestegen inkomens. Een hoger inkomen leidt doorgaans tot een grotere vraag naar medische zorg. Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt, eenzaamheid ligt op de loer wat onder andere kan leiden tot een grotere druk op zorgprofessionals.

Naast deze langjarige ontwikkelingen heeft ook de coronapandemie bijgedragen aan een toenemende zorgvraag in de jaren 2020 en daarna. Er is een grote behoefte aan medisch specialisten, en vooral aan verpleegkundigen en verzorgenden, bij mensen thuis, in het ziekenhuis en in het verpleeghuis.

Daarnaast is er sprake van extramuralisering van de zorg, waarbij de zorg en ondersteuning steeds meer verleend zal gaan worden bij inwoners thuis en op andere locaties dan in de zorginstelling. 

De medische zorgsector maakt een geleidelijke maar fundamentele verschuiving van een curatief model, waarin de nadruk ligt op het behandelen van ziekten en aandoeningen, naar een preventief model, waarin de focus ligt op het bevorderen van gezondheid, het vroegtijdig signaleren van risico’s en het voorkomen van ziekte. Deze trend wordt ingegeven door de toenemende druk op zorgsystemen, de vergrijzing, stijgende zorgkosten en het besef dat leefstijl en sociale determinanten een grote rol spelen in gezondheid. Er wordt steeds meer ingezet op preventie om een grotere zorgvraag achteraf te voorkomen. Het versterken van de sociale basis heeft hierin een belangrijke rol. Door de transitie van curatieve zorg naar preventieve zorg zal de behoefte naar ruimte toenemen.

Er is een tekort aan zorgprofessionals; veel praktijken hebben geen ruimte voor nieuwe patiënten; er is ook vaak sprake van parttime dienstverbanden. Door deze parttime-coëfficiënt nemen zorgverleners minder patiënten aan. Hoe hoger het aandeel parttimers, hoe meer zorgverleners er nodig zijn.

 Landelijk wordt voorspeld dat de zorguitgaven per persoon zullen toenemen van ruim € 5.100,- in 2015 naar bijna € 15.800,- in 2060. (bron: RIVM, Toekomstverkenning Zorguitgaven 2015-2060). Tegelijkertijd kampt de sector met een tekort aan zorgprofessionals, omdat veel medewerkers binnen enkele jaren met pensioen gaan en de instroom van nieuwe krachten onvoldoende is om dit op te vangen.

Om zorg efficiënter te organiseren, wordt steeds vaker gewerkt in zorgketens, waarbij professionals samenwerken en hun diensten op elkaar afstemmen. Dit leidt tot clustering van gezondheidszorg, waarbij gezondheidscentra een breder aanbod krijgen. Naast eerstelijns medische zorg zijn hier steeds vaker specialismen zoals orthodontie, logopedie en psychologie te vinden. Sommige zorgpraktijken zoeken daarnaast naar alternatieve verdienmodellen, bijvoorbeeld door fitness- en revalidatiemogelijkheden aan te bieden. Vanuit de tweedelijns ondersteuning sociaal domein is er een beweging zichtbaar naar kleinschaligere zorgvormen. Daarnaast hebben we te maken met een toenemende dakloosheid.

Ondertussen ervaren zorgprofessionals uitdagingen bij het vinden van betaalbare bedrijfshuisvesting door stijgende vastgoed-, huur- en energiekosten. 

Tegelijkertijd biedt technologie nieuwe mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld online spreekuren, waardoor patiënten vanuit huis zorgadvies kunnen krijgen. Dit vergroot de flexibiliteit en efficiëntie in de zorg, al vormt het voor sommige mensen met beperkte digitale vaardigheden een uitdaging.

Ook in Eindhoven is het zichtbaar dat zorgvoorzieningen zich bij elkaar vestigen in gezondheidscentra. Er is geen inzicht in de vraag of praktijken alternatieve verdienmodellen gebruiken, maar gezien de omvang van het zorgaanbod is het aannemelijk dat er praktijken zijn die naast hun reguliere medische zorg ook andere voorzieningen en /of dienstverlening aanbieden.

We zien dat de complexiteit van de informatiesamenleving het voor een deel van de bevolking lastiger maakt om volwaardig mee te doen. Bibliotheken spelen hierop in door hun aanbod uit te breiden: naast taal- en digitale vaardigheden bieden ze nu ook ondersteuning op het gebied van financiën en leven lang ontwikkelen. 

Onderwijs en kinderopvang

De schaalsprong in Eindhoven zorgt voor een toename van het aantal kinderen in de gemeente, wat de vraag naar onderwijs en kinderopvang vergroot. Tegelijkertijd kampt het onderwijs met een tekort aan leraren en schoolleiders. Daarnaast groeit de behoefte aan internationaal onderwijs, en neemt het gebruik van kinderopvang toe, zowel in aantal kinderen als in het aantal uren per week. Dit leidt tot een groeiende vraag. 

Om hierop in te spelen, wordt bij nieuwbouw van onderwijs- en opvanglocaties steeds vaker gekozen voor een Integraal Kindcentrum (in Eindhoven: SPIL centrum), waar opvang en onderwijs worden gecombineerd.

In lijn met de Wet passend onderwijs, landelijke ambities en het uitgangspunt (V)SO om niet verder te groeien, is de wens een stap verder te gaan, namelijk richting inclusief onderwijs. Bij inclusief onderwijs kunnen kinderen nabij thuis onderwijs volgen, ongeacht hun achtergrond of beperking. Echter zal dit niet voor alle kinderen een optie zijn. Voor kinderen met een specifiek zorgprofiel zal het speciaal onderwijs blijven bestaan. De groei van het aantal vluchtelingen en statushouders en verschillende werelddelen, leidt tot instroom van een bijzondere groep leerlingen met eigen uitdagingen. 

Als grote stad heeft Eindhoven een uitgebreid aanbod aan onderwijs en kinderopvang. De bereikbaarheid en spreiding van het onderwijs is goed. 

Detailhandel en horeca

Eindhoven heeft een fijnmazige detailhandelsstructuur waarin diverse typen winkelgebieden een eigen functie vervullen. Dat willen we graag behouden. In de stadswijken zijn buurt- en wijkcentra van groot belang voor de dagelijkse behoeften van bewoners. De grotere stadsdeelcentra zijn multifunctionele gebieden waarin detailhandel, horeca en andere voorzieningen bij elkaar zitten. Het centrum is een plek waar alles samenkomt, waar winkelen, horeca, cultuur en recreatie steeds meer in elkaar overvloeien.

Detailhandel en horeca, ook in Eindhoven, bevinden zich in een fase van voortdurende verandering, beïnvloed door maatschappelijke trends, technologische ontwikkelingen, veranderend consumentengedrag en een veranderende demografie. Het winkelaanbod voor dagelijkse boodschappen blijft stabiel en is in sommige gebieden zelfs oververtegenwoordigd. Het aanbod van niet-dagelijkse winkels krimpt gestaag. De opkomst van online winkelen en de groeiende aandacht voor hergebruik zet druk op de traditionele fysieke locaties.

De horecasector beweegt mee met deze veranderingen. Terwijl het aantal fastservice-concepten toeneemt, neemt het aantal traditionele cafés en bars juist af. Een bruisend nachtleven is van groot belang. De binnenstad en Strijp-S spelen hier nadrukkelijk op in door ruimte te bieden aan een divers aanbod van horeca, creatieve industrie en evenementen. De scheidslijn tussen horeca, retail en dienstverlening wordt steeds vager. Winkels bieden vaker horeca-elementen aan en horecagelegenheden spelen in op retail- en leisure concepten, waardoor er nieuwe hybride ondernemingsvormen ontstaan.

De internationale groei van Eindhoven wordt zichtbaar in het winkelaanbod en de horecasector, van internationale supermarkten tot horecazaken met een werelds karakter. 

De integratie van online en offline retail, ook wel omnichannel-retail genoemd, wordt steeds belangrijker. Veel fysieke winkels fungeren tegenwoordig als afhaalpunt of showroom. 

Cultuur en recreatie

In vergelijking met andere Europese steden scoort Eindhoven redelijk hoog op het gebied van cultuur en creativiteit. De positie wordt bepaald door het optellen van scores op het gebied van Cultural Vibrancy (culturele levendigheid), Creative Economy (creatieve economie) en Enabling Environment (stimulerende omgeving). Wat betreft het aantal culturele voorzieningen scoort Eindhoven lager dan het gemiddelde voor steden van vergelijkbare grootte. Alleen het aantal bioscopen is hoger dan gemiddeld. Wat opvalt aan de positie van Eindhoven op de Cultural and Creative Cities Monitor, is dat vooral de scores voor Creatieve Economie en Stimulerende Omgeving hoog zijn, waar Culturele Levendigheid een gemiddelde score behaalt. 

Leidende culturele en creatieve steden blijken economisch sterker en laten een positief verband zien met het bruto binnenlands product en het aantal banen per stad. De cijfers over Eindhoven laten echter zien dat het culturele aanbod nog geen gelijke tred kan houden met de sterke economische positie en ontwikkeling van de stad (bron: Cultuurbrief Eindhoven). Demografische veranderingen en internationalisering hebben invloed op behoefte cultureel aanbod. Internationalisering vraagt om een diverser aanbod en andere vormen actieve participatie. 

Het huidige cultuuraanbod is vooral te vinden in het centrum van de stad en binnen de ring. Het gaat dan met name om de traditionele cultuurgebouwen (schouwburg, muziek, museum), welke specifiek ontwikkeld, ontworpen en ingericht zijn om cultuuraanbod te tonen. Eindhoven heeft voor het grotere cultuuraanbod, maar ook voor de niches een centrumfunctie in de regio. Voor de toekomst ontstaan er kansen in gebiedsontwikkelingen.

Marktpartijen in Eindhoven vragen uitdrukkelijk om ruimte, zowel in vierkante meters als in wet- en regelgeving, daarbij geven cultuurinstellingen aan dat zij moeite hebben mee te groeien in aanbod, onder andere vanwege allerlei prijs en kostenstijgingen. 

Groen 

Er is een groeiende focus op groenvoorzieningen die bijdragen aan welzijn, biodiversiteit en een klimaat adaptieve stad. Kwalitatief en goed openbaar groen is essentieel in een dichtbevolkte stad, vooral voor inwoners zonder eigen buitenruimte, die groen gebruiken om te bewegen en te ontspannen. Daarnaast krijgt openbaar groen steeds meer functies, zoals facilitering van sport, onderwijs en ontmoetingen. Hierdoor draagt groen niet alleen bij aan sociale saamhorigheid, maar ook aan het verbeteren van de (mentale) gezondheid en het algehele welzijn van de inwoners. Soms spelen lokale initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld pluktuinen of stadslandbouw. Een trend is dat het bestaande groen ook na de coronajaren steeds intensiever wordt gebruikt en er vanuit de buurten een toenemende vraag naar groen is.

In Nederland wordt de teruggang van groen beleidsmatig erkend als een urgent en breed gedragen probleem, vooral in het licht van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en verstedelijking. De groene ruimte in en rond steden neemt af door woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling. Deze afname leidt tot verlies van biodiversiteit, hittestress in steden, wateroverlast en slechtere leefkwaliteit.

Vooral in dichtbevolkte gebieden is de druk op groen hoog. Landelijk gezien is in de afgelopen decennia is het groen in stedelijk gebied afgenomen, vooral door woningbouw en verdichting. Tegelijkertijd groeit het besef dat groen essentieel is voor de leefbaarheid en de overheid nu meer inzet op natuurinclusieve ontwikkeling.

Er is een duidelijke verschuiving van groen als "decoratie" naar groen als essentiële infrastructuur. Er zijn landelijke beleidsmatige uitgangspunten zoals de Nationale Omgevingsvisie, het Rijksprogramma Natuur en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie waarin onder andere gericht wordt op een evenwichtige verdeling tussen groen en verstedelijking, natuurinclusieve steden en klimaatbestendigheid. 

Natuurherstelwet

De Natuurherstelwet (officieel: Herstelverordening natuur, in het Engels: Nature Restoration Law) is een Europese wet die als doel heeft om de verslechtering van natuur in de EU te stoppen en omgekeerd natuur te herstellen. 

De wet schrijft voor dat alle lidstaten concrete herstelmaatregelen moeten nemen voor ten minste 20% van hun land- en zeegebieden tegen 2030. Tegen 2050 moeten alle ecosystemen die herstel nodig hebben, hersteld zijn. De Europese Verordening inzake natuurherstel (EU NHV), gericht op het herstellen van de natuur en de biodiversiteit, stelt wettelijk eisen aan vergroening in steden.

Lidstaten zijn verplicht ervoor te zorgen dat tegen 2030 in alle steden en voorsteden geen nettoverlies is van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking ten opzichte van het jaar waarin de verordening in werking trad (2024). Voor de stedelijke gebieden geldt dat er minimaal 10% boomkroonbedekking moet zijn en dat er na 2030 sprake moet zijn van een toename van oppervlakte groen. 

Ecosystemen die al in goede staat zijn, mogen niet verslechteren. Dat betekent bijvoorbeeld: geen nieuwe schade door infrastructuur, landbouw of industrie. De natuurhersteldoelen moeten worden geïntegreerd in de ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling van Eindhoven. Dit betekent onder andere dat bij nieuwe bouwprojecten en infrastructuurontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de impact op de stedelijke biodiversiteit en dat er maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen. Het Rijk is aan het uitwerken wat bovenstaand precies voor grotere steden, waaronder Eindhoven, gaat betekenen.

Recreatief water

Recreatief water draagt bij aan verkoeling en klimaatadaptatie, sociale ontmoetingsplekken en gezondheidsbevordering door bewegen en ontspanning. Daarom wordt het breed beschouwd als een "essentieel onderdeel van een gezonde leefomgeving", wat het een feitelijke basisvoorziening maakt. Gemeente Eindhoven en de waterschappen wegen het recreatief gebruik van wateren af in relatie tot andere functies, zoals ecologie. In beleidsmatige en maatschappelijke zin wordt recreatief water steeds vaker gezien als een belangrijke publieke voorziening voor leefkwaliteit en gezondheid, vooral in stedelijke omgevingen.

Hoewel er geen formele wettelijke plicht bestaat voor gemeenten om recreatief water aan te bieden, zijn er wel beleidsmatige uitgangspunten; de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) legt nadruk op een aantrekkelijke leefomgeving, waarin water en groen een belangrijke rol spelen voor welzijn en gezondheid. Recreatief gebruik van water draagt bij aan leefbaarheid in steden en wordt gestimuleerd.

In Waterbeheer 21e Eeuw (WB21) / Delta-aanpak wordt water gezien als een meervoudige ruimtegebruiker: naast veiligheid en ecologie is ook recreatie een belangrijke functie.                                                                                                                 

Sport en Spel

De populariteit van buitensport groeit, met een toenemende vraag naar openbare sportplekken en fitnessmogelijkheden in de buitenruimte. Vooral in stedelijke gebieden neemt de interesse in Urban Sports toe.

Sportvoorzieningen leggen een grote claim op de beschikbare ruimte, terwijl ze vaak slechts op piekmomenten intensief worden gebruikt. Doordeweeks staan veel van deze locaties grotendeels leeg, wat leidt tot een vorm van ‘verkapte’ leegstand. Dit vraagt om efficiënter gebruik en multifunctionele inzet van sportfaciliteiten.

Spelen

Speelplekken spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen, zowel fysiek als sociaal. Het is essentieel dat speeltuinen inclusief zijn, toegankelijk voor diverse leeftijden en kinderen met een beperking, zodat alle kinderen er gebruik van kunnen maken. 

Er zijn momenteel verschillende belangrijke trends en ontwikkelingen op het gebied van spelen en speelplekken, die inspelen op maatschappelijke veranderingen, gezondheid, duurzaamheid en participatie. Kinderen, ouders en buurtbewoners worden steeds vaker actief betrokken bij het ontwerpen van speelplekken. 

Er is een duidelijke verschuiving van kunststoffen en metalen toestellen naar natuurlijke materialen zoals hout, zand, water, boomstammen en heuvels. Kinderen krijgen weer ruimte om ‘wild’ of ‘vrij’ te spelen.

Kansen - Innovaties

Innovaties kunnen de dienstverlening in sectoren versnellen door bijvoorbeeld repetitieve administratieve taken te automatiseren. Digitale platforms en telezorg-oplossingen verbeteren communicatie tussen zorgverleners, patiënten en andere betrokkenen. 

Daarnaast kunnen innovaties zoals AI-gestuurde diagnostiek en wearables gezondheidsproblemen sneller opsporen en behandelen. Digitale gezondheidsapps en eHealth-platforms stellen patiënten in staat om zelf hun gezondheid te monitoren en beheren. 

Slimme roostersystemen en AI-gestuurde planningstools kunnen instellingen en bedrijven personeel efficiënter in te zetten. Online consultaties maken het mogelijk om zorg of andere dienstverlening op afstand te verlenen. Door gebruik van Big Data en AI-analyse kunnen instellingen en bedrijven trends en patronen sneller herkennen. Dit draagt bij aan snellere en efficiënte besluitvorming en meer gepersonaliseerde zorg en dienstverlening. Soms gaat het hierbij om fysieke innovatieoplossingen, zoals een medicijnautomaat.

Het tempo waarmee dergelijke innovaties in ons zorgsysteem geïmplementeerd worden varieert. Kosten en acceptatie zijn belangrijke obstakels. Dat betekent dus dat er weliswaar veelbelovende innovatieve ontwikkelingen zijn die bijdragen aan de wijze waarop we onze zorg aanbieden en organiseren, maar dat de mate waarin dit gebeurt verschillend zal zijn. 

3 Onderzoeksmethoden

3.1 Inleiding analyse en uitkomsten

In dit hoofdstuk geven we aan op welke manier we onderzoeken hebben verricht en wat uit de analyses van deze onderzoeken is gekomen. Allereerst hebben we de huidige situatie in kaart gebracht door de uitvoering van een nulmeting (paragraaf 3.2). Vervolgens hebben we een behoefteonderzoek laten uitvoeren en met interne en externe stakeholders gesproken (paragraaf 3.3). Daarnaast hebben we verschillende andere grote gemeenten gesproken die werken met soortgelijke instrumenten. Dit benchmarkonderzoek is beschreven in paragraaf 3.4. Naast het in kaart brengen van het aantal voorzieningen en de locaties van de voorzieningen, hebben we ook de druk op de voorzieningen in kaart gebracht (paragraaf 3.5). Vervolgens hebben we de eerste resultaten van onze pilotgebieden in paragraaf 3.6 beschreven en geven we aan wat de verandering van de stad betekent (paragraaf 3.7). Tenslotte geven we een kort samenvattend overzicht van onze conclusies in paragraaf 3.8.

3.2 Inventarisatie bestaande voorzieningen

We hebben BRO, een ruimtelijk adviesbureau dat bekend is met onze gemeente en regio, opdracht gegeven om een nulmeting uit te voeren. De nulmeting is bedoeld om de huidige voorzieningenstructuur in kaart te brengen. Daarmee hebben we zowel de locaties, als het aanbod per 1.000 inwoners inzichtelijk. Dit is vergeleken met het landelijk gemiddelde. Niet om een oordeel te kunnen geven over of we teveel of te weinig hebben, maar als referentie. Het landelijk gemiddelde is immers niet hetzelfde als het wenselijk aanbod. Daarbij komt dat afhankelijk van de kenmerken van een stadsdeel, een afwijking van het landelijk gemiddelde gewenst kan zijn. Die afweging is in deze nulmeting niet gemaakt, maar komt aan bod bij het opstellen van richtlijnen voor ruimtelijke impact (hoofdstuk 4).

De gebieden en voorzieningen in deze gebieden moeten altijd in samenhang met elkaar worden gezien. Daarom zijn in de uitwerking van de nulmeting kaarten gemaakt van de stadsdelen, waarbij de voorzieningen in naastgelegen stadsdelen ook zijn afgebeeld. Het kan dus zijn dat een tandarts in het centrum de inwoners in naastgelegen stadsdelen bedient, binnen het bereikbaarheidsprincipe van de 15 minuten stad.

3.3 Participatie, methode en resultaten 

We hebben externe en interne deskundigen bevraagd over hun visie over de ruimtelijke impact van voorzieningen, afwegingskaders die zij gebruiken bij hun ruimtelijke planning en spreiding, relevante wet- en regelgeving en belangrijke trends en ontwikkelingen. Het doel hiervan was om de perspectieven van verschillende experts in beeld te krijgen en te begrijpen welke factoren voor hen van belang zijn bij het maken van ruimtelijke keuzes.

De specifieke visie van de stakeholders stelde ons niet alleen in staat om algemene trends te identificeren en nuances en details binnen specifieke vakgebieden te ontdekken, maar het gaf ons ook inzicht in de vastgestelde aanpakken van een aantal grote steden. Door in gesprek te gaan, werd het mogelijk om vragen direct te verduidelijken en aanvullende context te verkrijgen, wat de waarde van de verkregen informatie vergrootte.

De selectie van stakeholders is tot stand gekomen in overleg met de inhoudelijk deskundigen van de Gemeente Eindhoven bij de afdelingen Economische Zaken, Cultuur, Groen, Sport, Onderwijs en het Sociaal Domein. Op basis van de selectie zijn stakeholders uitgenodigd voor een interview, waarop veel positieve reacties zijn gekomen. Tijdens de gesprekken is aan de betrokkenen gevraagd of er voor ons andere relevante partijen waren om te consulteren. Dit heeft geleid tot aanvulling van de oorspronkelijke lijst. 

In totaal hebben we ruim 65 externe partijen gesproken voor het stakeholdersonderzoek ‘ruimtelijke programmering voorzieningen’, zowel in één-op-één gesprekken als in groepsverband. Voor het benchmarkonderzoek hebben we gesproken met 11 beleidsmedewerkers, projectleiders en planologen uit de steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Groningen en Almere. De gesprekken zijn vastgelegd in verslagen, die als onderbouwing zijn gebruikt bij de ontwikkeling van de methode om voorzieningen onderbouwd ruimtelijk te kunnen programmeren. Gedurende de ontwikkeling van het programma is afgestemd met onze eigen beleidsmedewerkers en strategisch adviseurs van de afdelingen Economische Zaken, Cultuur, Groen, Sport, Onderwijs, Sociaal Domein en Strategie & Opgaven. Er is regelmatig contact geweest met de programmaleider Voorzieningen van de MRE regio en vanuit het ontwikkelteam is input gegeven aan de regionale strategie. Daarnaast zijn we onderdeel geweest van het projectoverleg tussen MRE en Rijk.

De inzichten uit het stakeholdersonderzoek ‘ruimtelijke programmering voorzieningen’, hebben onder andere geleid tot de ontwikkeling van de Eindhovense richtlijnen (zie hoofdstuk 4) voor de voorzieningenstructuur en hebben inhoud gegeven aan de manier waarop we het proces van programmeren inzetten. 

Naast de waardevolle inzichten uit het stakeholdersonderzoek, hebben de interviews gezorgd voor het opbouwen van een netwerk van professionals. Met enkele partijen is een goede samenwerking ontstaan waarbij de intentie is uitgesproken om een aantal ruimtelijke opgaven gezamenlijk aan te pakken. Deze voorgenomen samenwerking is niet alleen dienend aan de uitvoering van het programma voorzieningen, maar zal voor meerdere gemeentelijke domeinen opbrengst opleveren.

In aanvulling op de in hoofdstuk 2 beschreven trends en ontwikkelingen, geven de stakeholders in alle sectoren aan dat personeelstekort en een tekort aan betaalbare ruimtes een punt van aandacht zijn. In de zorg wordt benadrukt dat de inzet op preventie en een sterke sociale basis belangrijk zijn om de zorgdruk te verlagen. Het is echter moeilijk in te schatten wat de directe consequentie hiervan is op de ruimtevraag. Wel wordt aangegeven dat multifunctioneel ruimtegebruik en het combineren van activiteiten mogelijk is. Hierbij kan worden gedacht aan Bibliotopen, ruimtes voor buurtontmoeting, gemeenschappelijke ruimtes en mobiele, verplaatsbare ruimtes. De veranderende samenstelling van de bevolking vraagt ook een verandering in het aanbod. Er is een sterk groeiende vraag naar geestelijke verrijking (lezingen, clubs), met name onder jongeren en internationals. De cultuursector heeft behoefte aan meer ruimte en regel-luwe zones om te kunnen experimenteren.

Door de hogere bevolkingsdichtheid, groeit ook de druk op activiteiten in de buitenruimte. Ruimte voor groen, maar ook buitensport en sport in het openbaar gebied vraagt substantiële ruimte. Zoals in alle grote steden heeft ook Eindhoven behoefte aan ruimte voor sport en is er vraag naar velden in binnen- en buitensport.

Tenslotte wordt vanuit de detailhandel en horeca geadviseerd de fijnmazige supermarktstructuur te behouden en ruimte te geven aan horeca in wijken die bijdragen aan sfeer en ontmoeting zonder dat er veel overlast ontstaat. Hierbij valt te denken aan laagdrempelige plekken om koffie of lunch te nuttigen en restauratieve ontwikkelingen. De horecasector vraagt om bij het samenvoegen van verschillende functies in één gebouw om goede handhaving om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen.

Er wordt uitdrukkelijk gevraagd om één loket bij de gemeente, waar instellingen, initiatiefnemers, ondernemers en ontwikkelaars met hun vragen terecht kunnen en eventueel aan elkaar verbonden worden.

3.4 Benchmarkonderzoek, methode en resultaten 

Voor ons onderzoek hebben we niet alleen gekeken naar landelijke gemiddelden en onze eigen stad of regio. We hebben ook een aantal grote steden die bezig zijn met het onderwerp voorzieningen gesproken. Zo hebben we gesprekken gehad met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen en Almere over hun aanpak, welke methode ze hebben gebruikt, hoe zij tot richtlijnen zijn gekomen en op welke manier het thema voorzieningen in de organisatie is ingebed. Deze informatie hebben we gebruikt om onze aanpak te verfijnen, valkuilen te vermijden en onze richtlijnen op te kunnen afstemmen. 

Een consistente les uit de gesprekken is het belang van vroegtijdige integratie van voorzieningen in het stedelijk ontwikkelingsproces. Gemeenten die voorzieningen pas laat in het proces meenemen, ervaren problemen met het later inpassen ervan in al volgebouwde gebieden. Gemeenten moeten er daardoor voor zorgen dat voorzieningen vanaf het begin onderdeel zijn van stadsontwikkelingsplannen, waarbij ruimte voor deze voorzieningen wordt gereserveerd voordat de woningbouw begint. 

Daarnaast is de samenwerking tussen het sociale en ruimtelijke domein cruciaal. Het opzetten van een integraal voorzieningenteam dat de vertaalslag kan maken tussen het sociale en ruimtelijke domein, is volgens alle gemeenten essentieel om effectief te kunnen plannen en implementeren. Tevens is het eigenaarschap en het integrale karakter van het voorzieningenbeleid geborgd wanneer het een vaste plek in de organisatie heeft.

Het gebruik van kengetallen, referentienormen en rekentools is belangrijk voor het kwantificeren van de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen. Deze hulpmiddelen dienen als basis voor gesprekken en besluitvorming, maar moeten met voorzichtigheid en context specifieke kennis worden gebruikt. Gemeenten moeten investeren in het ontwikkelen en updaten van rekentools en normen die rekening houden met lokale omstandigheden. Deze tools moeten flexibel genoeg zijn om aan te passen aan de realiteit van de stedelijke ontwikkeling. Het is echter belangrijk om niet alleen richtlijnen vast te stellen, maar ook een continu proces van monitoring en evaluatie te hebben om te zorgen dat voorzieningen ook daadwerkelijk aan de behoeften voldoen. Digitale kaarten en barcodes zijn handige instrumenten om tijdig bij te sturen en aanpassingen te maken waar nodig. 

Gemeenten moeten rekening houden met demografische veranderingen en de noodzaak voor flexibiliteit in de planning van maatschappelijke voorzieningen. In gemeente Almere is bijvoorbeeld uit uitgebreid onderzoek gebleken dat vergrijzing vraagt om voorzieningen die in de toekomst eenvoudig kunnen worden aangepast. Het is daarom van belang om flexibele en toekomstbestendige ontwerpen voor voorzieningen te ontwerpen, zodat deze kunnen worden aangepast aan de veranderende behoeften van de bevolking.

De samenwerking met externe partners, zoals projectontwikkelaars en inhoudelijke stakeholders, en regionale samenwerking is essentieel om maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Echter, het motiveren van ontwikkelaars om minder winstgevende voorzieningen op te nemen blijft een uitdaging. Het is raadzaam te onderzoeken welke innovatieve financiële prikkels en samenwerkingsmodellen er zijn om projectontwikkelaars aan te moedigen voorzieningen in hun plannen op te nemen. De bevraagde gemeenten adviseren ons om bijvoorbeeld vereveningsfondsen, beloningssystemen, en het opnemen van sociale eisen in aanbestedingen te overwegen. In de Kadernota 2026 is daartoe al een aanzet gemaakt met garantstelling om maatschappelijke voorzieningen van derden in bouwprojecten te kunnen faciliteren.

3.5 Stoplichtmodel: druk op de huidige voorzieningen

De inventarisatie van de huidige situatie, behoefteonderzoek met stakeholders en benchmarkonderzoek biedt ons inzicht in de huidige structuur en spreiding van de voorzieningen. Het maakt duidelijk hoe we ervoor staan en wat de uitdagingen naar de toekomst zijn. Dit geeft ons veel informatie, maar tijdens de toepassing in de pilotgebieden KnoopXL en WoensXL is gebleken dat we ook inzicht moeten hebben in de ‘druk’ op bepaalde voorzieningen. Dit gaan we in de uitwerking van het programma doen door naast de plaatsing en bereikbaarheid van voorzieningen ook de capaciteit van de voorzieningen in kaart te brengen. Op die manier meten we in welke mate er nog ruimte is in de capaciteit van bepaalde voorzieningen, zodat we het beeld zo compleet mogelijk krijgen. In een ontwikkeling van een buurt waar al drie huisartsen zitten, kunnen we het idee hebben dat een nieuwe huisarts overbodig is. Als we zien dat de bestaande huisartsen allemaal aan de maximale capaciteit zitten en geen nieuwe patiënten kunnen aannemen, zegt dat iets over de lokale specifieke situatie. Daarom maakt deze processtap een belangrijk onderdeel uit van ons advies om al dan niet ruimte te reserveren voor een huisarts. We hebben dit voor het voorbeeld van de huisartsen verder uitgewerkt, zoals in onderstaande kaart te zien is. Bij de implementatie van het programma willen we dit voor meerdere voorzieningen gaan doen, zodat we dit kunnen meenemen in onze afwegingen en advies. 

afbeelding binnen de regeling

In bovenstaande figuur hebben we als voorbeeld de huisartsen geplot op de hele stad, zodat de spreiding en de capaciteit van de huisartsen te zien is. Daarin valt op dat er clusters zijn van huisartsen die nieuwe patiënten opnemen (groen) en clusters die geen nieuwe patiënten meer kunnen opnemen (rood). Als we vervolgens de principes van de omgevingsvisie op het gebied van bereikbaarheid (voorzieningen op 15 minuten loopafstand) langs deze voorzieningen leggen, zien we in onderstaande kaart wat dit betekent.

afbeelding binnen de regeling

Hierin is op een groter detailniveau inzichtelijk gemaakt in welke gebieden er al dan niet een beschikbare huisarts bereikbaar is binnen 15 minuten lopen voor inwoners. Dit inzicht maakt ons beeld van de voorzieningen in onze stad nog completer en geeft ons alle informatie om onderbouwd en weloverwogen keuzes te maken op het gebied van voorzieningen. Uiteraard zijn dit momentopnamen en verandert de situatie in de stad met grote regelmaat. Maar dit geeft ons het best mogelijke inzicht in wat die situatie is. Om dit te kunnen blijven doen, is in contact blijven met onze stakeholders en structurele monitoring van groot belang.

3.6 Ervaring pilotgebieden KnoopXL en WoenselXL 

Tijdens de ontwikkeling van het programma zijn we aangesloten bij de ontwikkeling van de gebieden Knoop XL en WoensXL. Hiermee hebben we inzicht gekregen in de opgave die in ontwikkelgebieden met een complex proces ontstaat, zowel in de concrete vraag naar voorzieningen als de vraag naar expertise op dit gebied. 

De belangrijkste ervaringen zijn:

  • Dit soort complexe gebiedsontwikkelingen kennen een lange looptijd en er wordt in fases opgeleverd. Tijdens de looptijd verandert de omgeving en krijgen we te maken met de gevolgen van voortdurende veranderende trends en ontwikkelingen. Flexibiliteit is daarom essentieel. Een éénmalige afweging en advies is niet voldoende, het is belangrijk continu aangesloten te blijven in projectteams en in te spelen op veranderingen.

  • Inzicht in de (toekomstige) demografie is belangrijk, verschillende doelgroepen vragen om verschillende soorten van voorzieningen.

  • Inzicht op de (toekomstige) druk op de voorzieningen in de omgeving is belangrijk, hiermee wordt voorkomen dat er te veel of te weinig capaciteit bij gepland wordt.

  • Met een goed gebruik van tijdelijke ruimtes kan vast invulling gegeven worden aan bepaalde voorzieningen, wat direct ook richting geeft voor de toekomst.

We hebben nog geen ervaring opgedaan met de realisatiefase. 

3.7 Demografische en ruimtelijke ontwikkelingen 

De behoefte aan voorzieningen hangt samen met de demografische opbouw. Studenten hebben behoefte aan andere voorzieningen dan senioren. Voor gebieden met veel gezinnen zijn andere voorzieningen nodig dan voor een gebied met eenpersoonshuishoudens.

Demografie 

Gemeente Eindhoven heeft 246.417 inwoners en 128.667 huishoudens (peildatum 2024). Dit betekent dat de gemiddelde huishoudensgrote 1,92 personen betreft. Dit is lager dan het landelijk gemiddelde (2,11). We verwachten een verdere toename van het aantal éénpersoonshuishoudens. 

De huidige bevolking is als volgt opgebouwd: 

  • 13,6% van de bevolking is jonger dan 14 jaar. 

  • 14,2% van de bevolking is tussen de 15 en 24 jaar. 

  • 32,6% van de bevolking is tussen de 25 en 44 jaar. 

  • 23,2% van de bevolking is tussen de 45 en 64 jaar. 

  • 16,4% van de bevolking is 65 jaar en ouder. 

De verdeling van leeftijdsgroepen in Eindhoven komt overeen met de verdeling in de vier andere grote gemeenten. Wel hebben deze gemeenten relatief gezien meer 0 tot 14-jarigen en minder ouderen (65+). In vergelijking met het landelijk gemiddelde wonen er veel mensen van 25 tot 44 jaar in gemeente Eindhoven.

De bevolking van Eindhoven zal naar verwachting toenemen tot 304.835 inwoners in 2040. Dit is een toename van ruim 60.000 inwoners, oftewel een stijging van 25%. Naar verwachting zal het aantal inwoners tussen de 30 en 54 jaar oud het meeste groeien. 

Daarbij verandert ook de samenstelling van de inwoners, dit komt door de: 

-    groei van het aandeel eenpersoonshuishoudens; 

-    groei van het aantal internationals; 

-    groei van de culturele diversiteit; 

-    toename vergrijzing. 

afbeelding binnen de regeling

 

Prognose demografie 

De bevolking zal er in 2040, volgens de prognose van provincie Noord-Brabant (2023), als volgt uit zien: 

  • 14,4% van de bevolking is 14 jaar of jonger (13,6% in 2023) 

  • 20,2% van de bevolking is tussen de 15 en 29 jaar (23,9% in 2023) 

  • 36,8% van de bevolking is tussen de 30 en 54 jaar (34,8% in 2023) 

  • 9,9% van de bevolking is tussen de 55 en 64 jaar (11,3% in 2023) 

  • 9,3% van de bevolking is tussen de 65 en 74 jaar (8,6% in 2023) 

  • 9,4% van de bevolking is ouder dan 75 jaar of ouder (7,9% in 2023) 

Het aandeel kinderen (0-14 jaar) en het aandeel 55+-ers zullen naar verwachting toenemen.

Verschillende woonmilieus 

Gemeente Eindhoven kent verschillende woonmilieus. De woonmilieus onderscheiden zich in allerlei aspecten zoals stedelijkheid en karakter, functiemenging, woningtypen, woning- en bevolkingsdichtheid, huishoudensgrootte en bereikbaarheid met het OV. De woonmilieus hebben invloed op de ruimtelijke programmering. In bepaalde woonmilieus kan extra vraag zijn naar een specifieke voorziening wegens demografische aspecten. Daarom is er bij het gebiedsgericht inbedden van voorzieningen altijd sprake van maatwerk.

De combinatie van een aantal grote ontwikkelingen – beleidsmatig, demografisch en maatschappelijk – maakt dat Eindhoven in 2040 meer inwoners telt met een andere, meer diverse samenstelling van (groepen) mensen. 

De groei van het aantal inwoners zorgt voor een verdichting van de stad. De grootste ontwikkelingen vinden plaats in het toekomstige centrum, de stadsdeelcentra, Woensel Zuid en aan de HOV-assen. Binnen Eindhoven zijn meerdere locaties waar grotere en kleinere ontwikkelingen plaatsvinden, onder andere WoensXL, Kastelenplein, Kanaalzone-Zuid, Groots Gestel, Strijp-S fase 4, De Caai, het Stadhuisplein en het Emmasingelkwadrant. Voor deze en ook andere hoog dynamische ontwikkelgebieden groeit de vraag naar inzicht in de te realiseren voorzieningen in het gebied. 

In de wijken vindt verdichting vooral plaats in de buurt van wijkcentra. Hierbij streven we ernaar dat elk gebied een eigen identiteit en programmering heeft. Eindhoven houdt hierdoor één (vergroot) stadscentrum en meerdere grote en kleine sub centra.

 

3.8 Samenvattende resultaten en conclusies

  • We hebben inzicht in de huidige situatie nodig, om richtlijnen te kunnen opstellen voor toekomstig advies;

  • Stakeholders hebben behoefte aan één centraal aanspreekpunt en een structurele samenwerking;

  • Multifunctioneel ruimtegebruik is een kans;

  • Innovatieve oplossingen kunnen de druk op personeel verlagen;

  • Aanpak voorzieningen vraagt om een structurele inzet;

  • Het in kaart brengen van de druk op voorzieningen is een belangrijke processtap;

  • Het benchmarkonderzoek laat zien dat richtlijnen niet zomaar over te nemen en alleszeggend zijn, maar toepassing is afhankelijk van de context en lokale situatie; 

  • Alle ontwikkelgebieden kennen hun eigen dynamiek, ook in dit verband is een maatwerkaanpak nodig.

4 Aanpak ruimtelijke programmering 

4.1 Inleiding Eindhovense richtlijnen 

Om een oordeel te kunnen vormen over het huidige aanbod en om voldoende ruimte te waarborgen voor voorzieningen binnen gebiedsontwikkelingen, zijn de Eindhovense richtlijnen voor voorzieningen opgesteld. De toepassing van deze richtlijnen bieden, op basis van de meest actuele woningbouwprogrammering en bevolkingsprognoses, een eerste inzicht in welke voorzieningen nodig zijn en welk ruimtebeslag daarbij in acht moet worden genomen. Zo vormen ze een belangrijke schakel voor een integrale aanpak van gebiedsontwikkeling.

 

4.2 Eindhovense richtlijnen en argumentatie 

De set van richtlijnen bestaat voor een deel uit verwijzingen naar Integrale Huisvestingsplannen waar ruimtelijke opgaves al in uitgewerkt zijn en voor een deel uit afspraken in beleidskaders. Wanneer er bij onderwerpen geen ruimtelijke beleidskaders voorhanden zijn, dan gaan we uit van ‘aantallen voorzieningen per 10.000 inwoners’. Deze informatie is samengesteld op basis van verschillende invalshoeken zoals: 

  • Landelijke trends en ontwikkelingen.

  • Input van experts, door in gesprek te gaan met vele (lokale) experts over de voorzieningenstructuur, hebben we een duidelijker beeld gekregen van opgaven die spelen en waar rekening mee gehouden moet worden bij het plannen van ruimtelijke voorzieningen. 

  • Landelijk gemiddelde: het landelijk gemiddelde geeft iets van richting, maar is maar ten dele toepasbaar. Het landelijk gemiddelde is niet hetzelfde als de wenselijke situatie. Op basis van beleid, trends, ontwikkelingen en expertgesprekken is afwijking soms wenselijk. 

  • Benchmarkonderzoek van de richtlijnen van grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere): dit benchmarkonderzoek is onderdeel geweest om Eindhovense richtlijnen te ontwikkelen. In sommige gevallen bieden de richtlijnen van andere steden houvast, maar in andere gevallen is de Eindhovense situatie niet vergelijkbaar.

  • Demografische ontwikkelingen.

  • Vertaling van beleidsdoelstellingen naar ruimtelijke neerslag.

    Supermarkten zijn hier een voorbeeld van. In de detailhandelsnota hebben we afgesproken dat het aantal supermarkten nagenoeg voldoende is om de schaalsprong op te vangen. Dit beleidsuitgangspunt uit zich in de richtlijn.

  • Opgedane kennis uit de pilotgebieden Knoop XL en Stadshart Woensel.

De richtlijnen zijn geen harde, kaderstellende normen maar geven richting aan de strategie om het voorzieningenniveau te optimaliseren. Bij de toepassing zal steeds gekeken moeten worden naar de specifieke kenmerken en uitdagingen van het te ontwikkelen gebied en de inzichten van de verschillende partners die betrokken zijn bij de realisatie. We blijven in gesprek met onze partners over de totstandkoming, aanpassing en optimalisatie van richtlijnen en afwegingskaders. Het gewenste voorzieningenaanbod hangt namelijk met diverse factoren samen, zoals de bevolkingssamenstelling en demografie in buurten en wijken, de leefstijl van inwoners en trends en ontwikkelingen. Maatwerk is altijd van toepassing bij de uiteindelijke voorzieningenplanning. De richtlijnen moeten dan ook gezien worden als een hulpmiddel waarmee inzicht komt in de eerste opgave van een gebied.

De richtlijnen

In de onderstaande tabel staan de richtlijnen per thema. 

Voor de ene voorziening zijn de richtlijnen wat duidelijker te bepalen dan voor de andere. Dat hangt ook af van de sturings- en exploitatieverantwoordelijkheid van het aanbod. Bij sommige voorzieningen is het aanbod geclusterd in bijvoorbeeld zorgpraktijken, met specialisaties onder één dak. Of verschillende voorzieningen zijn geclusterd in bijvoorbeeld gezondheidscentra. Dit heeft invloed op het verzorgingsbereik. 

De richtlijnen zijn indicatief en geven slechts een eerste richting aan de strategie om inzicht te krijgen in de aanpak op optimalisatie van de voorzieningenstructuur.

Bij ruimtelijke planning zal gekeken moeten worden naar de specifieke kenmerken van het (ontwikkel)gebied. De ontwikkelingen, bijvoorbeeld op basis van veranderende inzichten of beleid hebben ook een grote invloed. Dit maakt dat bij de uitwerking en uiteindelijke aanpak er altijd sprake is van maatwerk.

Ruimteclaim sociale basis

De gemeente heeft een beperkte rol in de maakbaarheid van de sociale basis en daarmee ook de ontmoetingen van inwoners. De sociale basis is immers niet van de gemeente, maar van de Eindhovenaren. Dit vraagt om een ondersteunde en faciliterende houding van de gemeente richting inwoners en gemeenschappen. 

Op het institutionele deel van de sociale basis is de gemeente wel sturend. Door hierin te investeren kan de rest van de sociale basis floreren. Dit betekent concreet voor de aanpak op basisvoorzieningen en het werken met richtlijnen dat we inzetten op een aantal fysieke plekken die helpend zijn bij de versterking van de sociale basis en het faciliteren van ontmoeting. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld Huizen van de Wijk, bibliotheken en bibliotopen, jongerencentra, horeca en parken.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

4.3 De ruimtelijke opgave

Toekomstige opgave

Door de Eindhovense Richtlijnen en berekende ruimteclaims voor onderwijs- en sporthuisvesting te vergelijken met de nulmeting, krijgen we een eerste beeld van de ruimtelijke behoefte aan voorzieningen. Dit inzicht, uiteengezet in de opgave per thema, is gebaseerd op het wegwerken van het huidige overschot of tekort en de verwachte groei van circa 60.000 inwoners. Zo ontstaat een eerste stads-breed overzicht van de toenemende vraag naar voorzieningen rekening houdend met de schaalsprong.

Uit een eerste globale berekening blijkt dat we vanaf nu tot en met 2040 stads-breed ongeveer rekening zouden moeten houden met ongeveer 200.000 m2 aan uitbreiding van ruimte voor basisvoorzieningen. 

Deze uitbreiding is exclusief de toevoeging van de Wielewaal, deze is immers al toegevoegd aan onze landschapsparken. In deze opgave zijn ruimteclaims voor topvoorzieningen niet meegenomen. Deze moeten nog berekend worden. De opgave van 200.000 m2 is gebaseerd op monofunctioneel gebruik.

In onderstaande tabel is te lezen wat er ongeveer per voorziening nodig is aan vierkante meters BVO. De werkelijkheid zal anders zijn; de toepassing van de voorgenomen aanpak voorziet in maatwerk per gebied.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

 

Hieronder volgt een opsomming per thema. De opgave per stadsdeel wordt in paragraaf 4.4 geadresseerd. Dit geeft een eerste gevoel bij de ruimtelijke opgave.

Uitwerking per thema:

Zorg en Welzijn

In totaliteit verwachten we minimaal 55.100 m2 ruimte te gaan inpassen voor aanbieders in het zorg- en welzijnscluster.

Verdeeld in sectoren verwachten we het volgende:

Buurtontmoeting – meerdere activiteiten op één plek en ontmoeting op meerdere plekken

Door de demografische ontwikkeling van Eindhoven nemen de sociale en culturele verschillen toe en hierdoor komen kansengelijkheid en sociale cohesie onder druk te staan. Ontmoetingen vinden plaats in leefwerelden van gelijkgestemden, steeds meer online en hierdoor ontstaan ontmoeting en sociale verbinding minder vanzelfsprekend. Zorgwekkend in deze ontwikkeling is het groeiend aantal eenpersoonshuishoudens en het gegeven dat inwoners met een beperking en of afstand tot de arbeidsmarkt moeite hebben om mee te doen in de samenleving. Dit betekent dat niet elke inwoner zijn weg in de stad, wijk of buurt vindt en een steunend persoonlijk netwerk heeft. 

De gemeente kan bijdragen aan gemeenschapsvorming door (buurt)ontmoetingen te faciliteren en stimuleren. Dit kan door inwonersinitiatieven te faciliteren, de buitenruimte (daarvoor) optimaal te benutten, bestaande ontmoetingsplekken her in te richten en nieuwe ontmoetingsplekken te ontwikkelen In het beleid op Buurtontmoeting wordt gesproken over het optimaal gebruik van de aanwezige ruimten in de buurt. 

Buurtontmoeting kan namelijk op veel verschillende plekken plaatsvinden en gefaciliteerd worden. We werken toe naar een passend landschap waar iedereen een plek kan vinden om te ontmoeten en maken daarbij onderscheid in de volgende ontmoetingsplekken: 

 

  • a.

    Het huis van de wijk, minimaal 1 per stadsdeel;

    Dit is een multifunctionele ontmoetingsruimte die een breed scala aan activiteiten en diensten aanbiedt, zoals cultuur, sport, werk- en studieplekken, en horeca, met als doel verbinding tussen diverse groepen in de buurt te bevorderen. Vanuit het centrale uitgangspunt ‘maximaal benutten van wat er is’ zullen bestaande buurthuizen doorontwikkeld worden tot huis van de wijk. 

  • b.

    Het huis van de buurt;

    Een kleinere ontmoetingsruimte die gericht is op het bevorderen van verbinding tussen verschillende buurtgroepen, met een beperkt scala aan en focus op kleinschalige activiteiten. Het huis van de buurt heeft een beperktere capaciteit dan het huis van de wijk.

  • c.

    Andere ontmoetingsplekken (kerken, sportverenigingen, huiskamers enzovoorts.) 

    Verschillende (buiten)ruimtes in de buurt die bewoners in staat stellen elkaar te leren kennen, vaak gericht op groepen met een gemeenschappelijke interesse of identiteit. Denk hierbij aan verenigingshuizen als scouting, voetbal, (buurt)huiskamers, stichtingen voor een bepaalde doelgroep of religieuze organisaties maar ook scholen. Sommige van deze plekken staan ook open voor bredere gemeenschappen en het bevorderen van verbinding tussen verschillende groepen. 

  • d.

    Ontmoetingsplekken in de openbare ruimte

    Zijn fysieke gebieden in de stad of wijk die toegankelijk zijn voor iedereen. Het omvat plekken zoals straten, pleinen, parken, speeltuinen, fietspaden en andere gemeenschappelijke ruimtes die voor publieke doeleinden zijn ingericht en gebruikt kunnen worden door alle inwoners.

  • e.

    Pop-up plekken in de openbare ruimte  

    Flexibele, tijdelijke ontmoetingslocaties op openbare plekken zoals parken, die laagdrempelige mogelijkheden bieden voor spontane sociale interactie en geen vaste locatie vereisen.

In het kader van ruimtelijke planning voor voorzieningen die buurtontmoeting faciliteren beperken we ons in de ruimteclaim tot het Huis van de Wijk en het Huis van de Buurt. Daar is nu genoeg ruimtelijke capaciteit voor en voor de toekomst kunnen we een deel van de vraag opvangen door optimalisatie van ruimtes in de wijk.

De vorm, grootte en spreiding is afhankelijk van de lokale situatie.  

Uitgangspunt is in ieder geval 1 huis van de Wijk per stadsdeel. Per stadsdeel gaan we het 'landschap van buurtontmoeting' in beeld brengen. Dit biedt inzicht in de aanwezigheid/ aanvullende behoefte aan ontmoetingsplekken (huizen van de buurt, openbare ruimte, pop up). Op basis daarvan zal een maatwerkplan gemaakt worden. Uitgangspunt bij ontmoetingsplekken is multifunctioneel ruimtegebruik - dit raakt dus/ wordt gefaciliteerd middels verschillende voorzieningen. Indicatief nemen we voor deze vorm van buurtontmoeting minimaal 8500 m2 mee.

Kernfuncties institutionele basis

Door als gemeente met partners kernfuncties voor de institutionele basis te definiëren geven we invulling aan nabije en laagdrempelige ondersteuning. Volgens het principe van de 15-minutenstad maken we onderscheid naar functies die op wijk en stadsniveau georganiseerd worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hulp en doorgeleiding (1 loket), buurt & opbouwwerk, welzijnswerk, leven lang leren (met specifieke aandacht voor taaleducatie en basisvaardigheden), voor-en naschool, coördinatie & werving vrijwilligers en mantelzorgers en faciliteren van bewonersinitiatieven. Maar ook aan de gemeentelijke toegang (WIJ-Eindhoven en team Werk & geld) en aan allerlei vormen van collectieve zorg en ondersteuning die nu nog individueel georganiseerd zijn. Op dit moment wordt verkend hoe de kernfuncties op wijk-, stadsdeel- en stadsniveau georganiseerd kunnen worden, wanneer dat duidelijk is kunnen we ook voor deze functies een aanpak op ruimtelijke planning maken. 

Huisartsen, huisartspraktijken en apotheken:

Ondanks dat het lijkt dat we ruim voldoen aan de norm, blijkt op basis van informatie van de huisartsen dat we in Eindhoven nu al in een aantal stadsdelen een tekort hebben aan capaciteit. Dit is te verklaren door het feit dat huisartsen vaak parttime werken terwijl de norm is uitgedrukt in fulltime-equivalent. Daarnaast blijkt het tekort aan capaciteit op specifieke plekken te zitten, sommige wijken staan onder druk en anderen helemaal niet. 

Huisartsenpraktijken lijken goed verdeeld over de stad. Maar op basis van de gemeten druk op de huisartsen zijn er problemen met toegang tot huisartsenzorg in Centrum, Strijp en Woensel. De urgentie in Woensel is groot. Uit contacten met de huisartsen blijkt dat inwoners uit Meerhoven nu al naar huisartsen in Veldhoven gaan. In Gestel is er geen druk op de capaciteit, dat geldt ook voor het grootste gedeelte van Stratum. Uitgaande van de voorspellingen van de beroepsgroep lopen tekorten op, waarschijnlijk zal er druk ontstaan in alle stadsdelen.

Als we ons baseren op de minimumnorm van 4,0 huisartsen per 10.000 inwoners, dan hebben we in de huidige structuur genoeg ruimte om de schaalsprong op te vangen. Om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen zoals een stijgende zorgvraag, houden we toch rekening met het faciliteren van extra ruimte voor deze beroepsgroep. We gaan indicatief uit van circa 5.500 m2 voor extra huisartspraktijken. Het aantal apotheken is nu voldoende, dit kan evenredig meegroeien met de groei van de stad. Dat is een kleine ruimteclaim van ongeveer 500 m2, exclusief oplossingen zoals afhaalautomaten.

Fysiotherapeuten en fysiotherapiepraktijken:

Op dit moment ervaren inwoners met name in Woensel Noord, Strijp en Centrum wachttijden bij toegang tot fysiotherapie (inclusief vormen als bijvoorbeeld manuele therapie en bekkenfysiotherapie), het aanbod is wel goed gespreid. Met de groei van het aandeel ouderen verwachten we wel dat er een groeiende behoefte ontstaat, naast de behoefte wegens de schaalsprong. Daarmee rekening houdend reserveren we minimaal circa 5.000 m2 voor extra fysiotherapiepraktijken om de bevolkingsgroei te faciliteren. 

Tandartsen en tandartspraktijken:

Vooral in Strijp en Woensel Noord is de toegang tot tandartsen uitdagend. We zien ook een licht tekort in Tongelre, Woensel Zuid en Gestel. Om ruimtelijk invulling te geven en evenredig mee te kunnen groeien met de bevolkingsgroei houden we rekening met circa 4.500 m2 aan extra tandartspraktijken.

Verloskundige praktijken en kraamzorg:

Het aantal verloskundigen dat nodig is in een stad hangt af van meerdere factoren, zoals:

  • Het geboortecijfer in de regio;

  • De werkbelasting per verloskundige (o.a. aantal bevallingen per jaar);

  • De rol van ziekenhuizen versus eerstelijnsverloskundigen;

  • Of de verloskundigen ook prenatale en postnatale zorg bieden;

  • De werkuren (voltijd of deeltijd).

Eindhoven heeft relatief veel vrouwen in de vruchtbare leeftijd. De bevolkingsgroei zal een grotere vraag opleveren, zowel voor thuis-, poliklinische- als medische bevallingen. Over het algemeen ziet de beroepsgroep een trend richting poliklinisch bevallen. We streven richting 2040 naar een uitbreiding van verloskundigen, wat waarschijnlijk neer komt op een ruimteclaim van circa 1.500 m2. Aandachtsgebieden zijn het Centrum, Gestel en Woensel-Noord.  

Sinds een aantal jaren staat de geboortezorg in de regio Eindhoven onder druk door tekorten aan gespecialiseerde verpleegkundigen en kraamverzorgenden (bron: STBN). De verwachting is dat de tekorten voor de korte termijn niet opgelost worden in verband met personeelsgebrek. In Nederland zijn er geen specifieke richtlijnen die het aantal kraamzorguren per aantal inwoners bepalen. De organisatie en toewijzing van kraamzorguren zijn gebaseerd op individuele behoeften en worden vastgesteld met behulp van het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP), de indicatie van het aantal uren is gebaseerd op individuele behoeften en wordt niet aangepast op basis van bevolkingsdichtheid.​

Consultatiebureaus:

Het aantal consultatiebureaus zal evenredig moeten meegroeien met de bevolkingsgroei. De huidige spreiding is op orde. De exacte maatvoering van deze aanbieders is niet bekend. Indicatief houden we rekening met circa 2.000 extra m2.

Jongerencentra:

We verwachten dat het aantal jongerencentra minimaal evenredig zal moeten meegroeien met de bevolkingsgroei. Ze zijn goed verdeeld over de stad. Gemiddeld genomen is er binnen een straal van 3 km een jongerencentrum beschikbaar. Op Oud Tongelre en Kortonjo na hebben inwoners in elke wijk buiten de Ring wel toegang tot een of meerdere jongerencentra. Binnen de Ring heeft alleen Oud Strijp en het centrum een jongerencentrum. Dynamo in het centrum heeft dan een stedelijke functie, met minimaal een reikwijdte naar jongeren binnen de ring. Bij groei van de bevolking mag het aantal locaties lineair meegroeien.

Het is voorstelbaar dat een hogere bevolkingsdichtheid, zeker in sommige wijken, kan leiden tot een grotere vraag naar dit soort aanbod. We houden daarom rekening met een uitbreiding van minimaal circa 2.500 m2. De inpassing is afhankelijk van de dynamiek in de wijken.

GGZ instellingen

Op dit moment hebben we in aantal minder GGZ instellingen dan het landelijk gemiddelde, terwijl juist in stedelijke gebieden behoefte is aan meer dan gemiddelde capaciteit. Dat is ook in Eindhoven het uitgangspunt met de voorgestelde norm van 1,5 per 10.000 inwoners. Hoe dit in de praktijk uitvalt is afhankelijk van de mogelijke capaciteit per locatie en de sociale problematiek. De GGZ instellingen liggen onregelmatig verspreid over de stad. Er zijn 20 locaties, waarvan de helft in het centrum binnen de Ring en een groot deel in Woensel-Zuid. Richting 2040 is een betere spreiding en uitbreiding over de andere stadsdelen gewenst.

Opvanglocaties

Maatschappelijke opvang verwijst naar voorzieningen en hulpverlening voor mensen die tijdelijk geen dak boven hun hoofd hebben en ondersteuning nodig hebben om weer zelfstandig te kunnen functioneren. Dit kan onder andere gaan om dak- en thuislozen, slachtoffers van huiselijk geweld en mensen in een crisissituatie. Dit betreft vooral een (regionaal) woonvraagstuk en is geen voorziening binnen de definitie die wij daarvoor in ons programma hanteren. Dat wil niet zeggen dat dit onderwerp niet in gebiedsontwikkeling wordt meegenomen, zoals ook andere onderwerpen buiten de scope van de in dit programma genoemde voorzieningen.

Een gespecialiseerde vorm van opvang binnen deze definitie zijn de Blijf-van-mijn-lijfhuizen. Deze vorm van opvang valt specifiek onder de vrouwenopvang. Deze opvanglocaties bieden onderdak en begeleiding aan (voornamelijk) vrouwen en hun kinderen die vluchten voor huiselijk geweld of eer gerelateerd geweld. De opvang is vaak geheim en beveiligd om de veiligheid van de slachtoffers te waarborgen. Het is daarom niet mogelijk een norm op te nemen, we gaan uit van een maatwerktoepassing.

Kinderdagopvang

In het spilbeleid in Eindhoven gaan we uit van 120 m2 per kinderdagopvanggroep. De omvang van de kinderdagopvang is locatie specifiek. Op basis van ervaringsgetallen kan met een algemene formule een eerste inschatting gemaakt worden van de ruimtebehoefte voor de kinderdagopvang. Per dagopvanggroep wordt er rekening gehouden met een ruimtebeslag van 120 m² bvo. Per 92 leerlingen wordt er met één kinderdagopvanggroep (16 kinderen) gerekend. We berekenen de ruimtebehoefte met de formule: aantal basisschoolleerlingen gedeeld door 92 maal 120 m2. 

Binnen deze m2 wordt ook de ruimtebehoefte van de BSO opgelost. In totaliteit reserveren we voorlopig circa 4.500 m2 voor kinderopvang om mee te bewegen met de bevolkingsgroei. 

Er blijkt nu al een grote vraag naar kinderopvang, er is sprake van wachtlijsten. In overleg met de kinderdagopvangpartners in Eindhoven wordt een behoefteonderzoek Kinderopvang opgestart. Hierin wordt per wijk aangeven wat de behoefte zal zijn aan kinderdagopvang, na- en voorschoolse opvang. Daarbij wordt rekening gehouden met al bestaande capaciteit en welke capaciteit (stand-alone) behouden dient te blijven. 

Bibliotheek en Bibliotopen

Centrale Bibliotheek

Gemeenten en provincies moeten vanaf 2026 zorgen voor voldoende en volwaardige bibliotheken. Een volwaardige bibliotheek biedt 5 maatschappelijke functies:

  • Kennis en informatie beschikbaar stellen; 

  • Mogelijkheden bieden voor ontwikkeling en educatie; 

  • Stimuleren om te lezen; 

  • Ontmoetingen en debatten organiseren; 

  • Mensen laten kennismaken met kunst en cultuur. 

De gewijzigde Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) zal voor alle gemeenten gelden. In Eindhoven was er lang alleen één centrale bibliotheek zonder wijkvestigingen door de eerder gemaakte beleidskeuze om te investeren in de bibliotheek op SPIL, zodat alle kinderen toegang hebben tot boeken. Hierdoor was de nabijheid voor een deel van de stad minder goed. De centrale bibliotheek heeft echter een groot aanbod aan diensten en voorzieningen, zoals een uitgebreid activiteitenprogramma voor jong en oud, hulp bij de digitale overheid, bijeenkomsten en webinars. Inmiddels wordt, naast de centrale bibliotheek, in ieder stadsdeel een Bibliotoop ontwikkeld. Dit zijn plekken in de stad waar de bibliotheek, maatschappelijke organisaties en inwoners samenwerken aan het versterken van basisvaardigheden, verbondenheid en ontmoeting. Inwoners nemen ook zelf initiatieven tot het vormen van plekken voor uitwisseling van boeken en dergelijke.

Rekening houdend met de benchmark uit Amsterdam, Rotterdam, Tilburg, Enschede en Groningen heeft Eindhoven een kleine centrale bibliotheek. Het gemiddelde ruimtebeslag van voorgenoemde steden komt uit op 0,03 m2 per inwoner. Daarop gebaseerd, zou de huidige locatie ongeveer 7.400 m2 moeten zijn, het dubbele van de huidige locatie. Wanneer we doorrekenen naar het toekomstige inwoneraantal, dan zou de locatie minimaal 9.000 m2 moeten zijn. 

De bezoekersaantallen nemen sinds 2019 fors toe (+51%) en de centrale bibliotheek in Eindhoven vervult een functie voor de regio. Gezien de toegevoegde waarde van een bibliotheek op het gebied van sociale cohesie, inclusie, digitale vaardigheid, educatie en ontwikkeling zou het vergroten van de Eindhovense bibliotheek wenselijk zijn. Uitgaande van de benchmark en de groei van het aantal inwoners zou een uitbreiding van ruim 5.600 m2 nodig zijn.

Bibliotopen

Normenkader voor bibliotheken:

Als we de norm van 1 bibliotheek per 28.000 inwoners doorvertalen naar de Eindhovense situatie, dan zouden we bij het huidige inwoneraantal nog 6 vestigingen nodig hebben. 

Zoals ook in het bestuursakkoord gedeeld, worden er stappen gezet om in ieder stadsdeel te komen tot een bibliotheekvoorziening in de nieuwe stijl stadsdeelbibliotheken (Bibliotopen). 

De volgende locaties zijn daarvoor aangewezen:

1.    Eckart/Vaartbroek (Woensel-Noord)

Deze bestaande locatie wordt op termijn herontwikkeld. Dit betekent dat het ontmoetingscentrum Dommelbeemd, tijdelijk, naar een vervangende ruimte moet. Hiervoor is minimaal 150 m2 nodig. De Bibliotoop Woensel-Noord zou goed passen binnen het in ontwikkeling zijnde Stadshart Woensel. Een Bibliotoop van 800-1100 m2 zou hier op zijn plaats zijn.

2.    Bennekel/Blaarthem (Gestel)

Op de langere termijn is het passend deze Bibliotoop van 800-1100 m2 te laten landen in Kastelenplein. Voor de korte termijn gaat de vestiging landen in het gemeenschapshuis Genderdal.

3.    Mensfort (Woensel-Zuid)

Deze locatie zal landen in wijkcentrum de Werf. Er is geen aanvullende ruimteclaim nodig.

4.    Doornakkers (Tongelre)

Deze bestaande Bibliotoop bevindt zich aan de Bloemfonteinstraat 62. Het gaat hier om een permanente locatie, er is geen aanvullende ruimteclaim nodig.

5.    Stratum

Deze locatie zal landen op de Kardinaal de Jongweg 73, er is geen aanvullende ruimteclaim nodig. 

6.    Strijp

De behoefte wordt in 2025 in beeld gebracht. 



Als we de richtlijn van de VNG toepassen op de huidige situatie, dan zouden we op dit moment, buiten de centrale bibliotheek, acht locaties moeten hebben. Op dit moment hebben we er twee, voor de vestiging van vier extra bibliotopen wordt nu actie ondernomen. Rekening houdend met de groei van circa 60.000 inwoners, zouden er nog twee extra locaties bij moeten. Uitgaande van deze groei, en de bovenstaande ruimteclaims voor de L-varianten bibliotopen in Gestel en Woensel Noord, dan zouden we rekening moeten houden met een extra ruimteclaim van minimaal circa 2.000 m2 voor bibliotopen en 5.600m2 voor de centrale bibliotheek.

Bibliotopen worden vaak geïntegreerd in een Huis van de Wijk. We streven naar optimaal multifunctioneel ruimtegebruik. 

Onderwijs

Voor primair en secundair onderwijs hebben we op basis van het groeiend leerlingaantal ongeveer 19.500 m2 nodig. Uit de verkenning voor het Integraal Huisvestingsplan blijkt dat een groot deel van dit tekort opgevangen kan worden door bestaande scholen uit te breiden.

Primair onderwijs: 

De groei van het primair onderwijs bedraagt circa 3.600 leerlingen (25%). 

Op dit moment is er binnen het PO op gemeentelijk niveau nog capaciteit beschikbaar om de groei op te vangen. Echter is deze capaciteit niet beschikbaar in de sterk groeiende stadsdelen en wijken. Daarnaast wordt de onderwijscapaciteit nu deels gebruikt voor SPIL partners. De gecombineerde overcapaciteit is daarmee beperkt. Daar waar de groei groter is dan de beschikbare capaciteit, zal conform het IHP gekeken worden wat de invulling van dit capaciteitsvraagstuk wordt, bijvoorbeeld uitbreiding of (vervangende) nieuwbouw incl. bijbehorende SPIL behoeften. In totaal zal voor 16.700 m2 aan uitbreiding of (vervangende) nieuwbouw worden gerealiseerd. Daarnaast wordt gekeken op welke manier de bestaande (over)capaciteit in andere stadsdelen en wijken zo goed mogelijk en flexibel kan worden ingezet om leegstaande vierkante meters te beperken (bron: IHP Onderwijs). 

Per stadsdeel en per wijk ziet dit het er voor het Primair Onderwijs als volgt uit:

afbeelding binnen de regeling

 

Voortgezet onderwijs:

De groei van het voortgezet onderwijs bedraagt circa 900 leerlingen. Op dit moment is er binnen het de huidige scholen nog voldoende capaciteit beschikbaar om de groei op te vangen. Op termijn is de verwachting dat er nog behoefte is aan één school [4]. 

Speciaal onderwijs:

Het (V)SO zal niet verder in leerlingenaantal gaan groeien. Voor deze doelgroep is er daarom dus ook geen losse prognose. Binnen de huidige (V)SO-gebouwen is capaciteit beschikbaar om een eventuele geringe groei op te vangen. 

Hoger onderwijs

De ruimteclaim voor hoger onderwijs is maatwerk, afhankelijk van de ontwikkeling van studenten en de ruimtevraag van de betrokken instellingen. 

Internationaal onderwijs

De ruimteclaim voor hoger onderwijs is maatwerk, afhankelijk van de ontwikkeling van studenten en de ruimtevraag van de betrokken instellingen. 

[4]  De toegekende beschikking (door het Rijk) voor het Medina College, een Islamitische Mavo/Havo betekent dat de gemeente per direct de zorgplicht heeft deze school te huisvesten. Dit kan nu in bestaande verouderde huisvesting Dit was niet opgenomen in het IHP en kan gevolgen hebben voor de investeringen in de 2e termijn (2029-2033).

Sport en spel

Sporthallen en gymzalen

Richting 2040 dreigt er een tekort van drie tot vijf sporthallen (IHP sport). Indicatief nemen we 4500m2 tot 7500m2 mee. In het IHP Onderwijs staat dat richting 2038 een toename van zes gymzalen wordt verwacht voor het primair onderwijs. Indicatief nemen we daar 3000 m2 voor mee. Daarnaast wordt voor het voortgezet onderwijs een toename verwacht van twee gymzalen, indicatief is dat 1000 m2. Hierbij is met name gekeken naar de behoefte vanuit sport voor sporthallen en onderwijs voor de gymzalen. De overlap in behoefte en gebruik tussen sport en onderwijs is hierin niet meegenomen. De daadwerkelijke behoefte en invulling van deze binnensportvoorzieningen moet in sterke samenhang van elkaar worden bekeken, zowel voor de locatie als voor de invulling van de voorziening.

Vanwege de omvang zijn sporthallen vooral aan de randen van de stad gelokaliseerd, daar waar gymzalen zich verder de stad in concentreren. De spreiding en bereikbaarheid van de sporthallen is goed, zodat ze voor alle sporters en verenigingen goed bereikbaar zijn. De gymzalen zijn vaak verbonden aan het onderwijs, waardoor ook deze voorzieningen goed gespreid zijn en zijn afgestemd op de (hoofd)gebruikers. 

Buitensport

Ook in buitensport ontstaat behoefte, we voorzien dat er zestien kunstgrasvelden en vier cricketvelden nodig zijn. Voor de korte termijn kunnen we kansen hiervoor pakken met de toepassing van multifunctioneel ruimtegebruik. Voor de langere termijn is dit mogelijk (afhankelijk van de mogelijkheden van multifunctioneel gebruik) anders. De spreiding over de stad is goed.

Commerciële sport

Op basis van de richtlijn is er zowel in de huidige als in de toekomstige situatie ruimte voor groei. Op dit moment hebben we ongeveer maar 2 commerciële sportvoorzieningen per 10.000 inwoners. In het segment fitness zien we met name kansen in Gestel, Woensel Zuid en Woensel Noord. We zien mogelijkheden voor uitbreiding met ruim 25 locaties voor commerciële sportaanbieders om het huidige tekort en de schaalsprong op te vangen. 

Stedelijk Sportpark

Op de huidige sportparken is maar beperkt ruimte om de groei van de stad op te kunnen vangen. We zien sporten die in ledenaantallen sterk groeien en sportverenigingen op zoek naar passende ruimte. Deze groeiende vraag naar zowel sporthallen/gymzalen, buitensport en commerciële sport kan deels gebundeld worden in een nieuw te ontwikkelen stedelijk sportpark. Een stedelijk sportpark zou 15.000 tot max 30.000 m2 kunnen zijn. In het IHP Sport is de mogelijkheid voor de ontwikkeling van een dergelijk sportpark gericht op commerciële functies in Meerhoven reeds verkend. Dit is de voorkeurslocatie gezien de spreiding van sportvoorzieningen door de stad

Sporten met grote ruimtevraag

De inpassing van sportaccommodaties met een grote ruimtevraag (zoals urban sports, sportstadions, golfbanen et cetera) is altijd maatwerk.

Zwembaden

Er wordt in diverse zwembaden in Eindhoven zwemles gegeven. Er zijn drie 25-meterzwembaden. Deze liggen verspreid over de stad, twee in Woensel Noord, twee in Stratum en één in het Centrum. (Noord, Centrum en Zuid). In Zuid liggen er, naast het 25-meterbad, ook drie 50-meterbaden. Dit biedt meer zwembadruimte voor zwemles en andere activiteiten. Deze ruimte is er in Eindhoven Noord, bij het Ir. Ottenbad, niet. Daarnaast zijn er ook een aantal kleinere zwembaden waarin zwemles gegeven wordt, zoals in het noorden bij het revalidatiecentrum/ mytylschool en zwemschool Ezzy’s, en in het zuiden van de stad bij Hotel Van der Valk en sportschool Essink. 

Op dit moment is er bij vier van de zwembaden sprake van een wachtlijst voor zwemles. We zien voor de toekomst een verder tekort ontstaan voor zwembaden waar zwemles gegeven wordt en zwembaden passend bij de behoeften van o.a. zwemsport en banenzwemmen. We adviseren hiermee rekening te houden bij de renovatie van het Ir. Ottenbad, een buitenbad bij de Tongelreep en eventueel één extra zwembad.

Openbare speelplekken (klein)

Op dit moment hebben we ongeveer 21 speelplekken per 10.000 inwoners, inclusief de zogenaamde ‘groen/blauwe speelplekken’ die bij scholen liggen en openbaar zijn. Wanneer we dat lineair toepassen op de groei van de stad dan zouden we ruimte voor ongeveer 125 extra plekken moeten claimen met een totaaloppervlak van circa 25.000 m2. Inpassing is echter afhankelijk van de kwaliteit van de omgeving. 

De speelplaatsen liggen goed verspreid over de stad, met uitzondering van het Centrum. Daarbuiten heeft elke wijk meerdere speelplekken met een goede dekkingsgraad. Gemiddeld genomen binnen een straal van 0,5 km zijn er wel één of meerdere speelplekken bereikbaar. Bij verdichting moet het aantal uitbreiden op basis van dezelfde spreiding.

Plek voor spelen kan ook ingezet worden in combinatie met groen. De zogenaamde ‘Jantje Beton norm’ is een breed geaccepteerde benchmark; 3% van de ontwikkelruimte zou naar openbare speelplekken moeten gaan.

Speeltuinen

Hiermee wordt een grote speeltuin bedoeld, bij voorkeur in een park, mogelijk te combineren met sportvoorziening zodat ouders kunnen sporten terwijl kinderen spelen.

De huidige capaciteit voor speeltuinen is aan de krappe kant. We adviseren rekening te houden met één extra speeltuin. 

Cultuur en Leisure

Cultuur en Design

De stad en regio Eindhoven heeft een unieke positie in de wereld. Er zijn maar weinig plekken in de wereld waar de combinatie van internationaal onderscheidende toptechnologie en internationale top design/creativiteit voorkomt. Dat maakt ons uniek en onderscheidend. In relatie tot voorzieningen, zien we in de praktijk dat er geen harde scheidslijn is tussen culturele- en design voorzieningen. Het kan bij beide gaan om locaties/plekken voor publiek, bijvoorbeeld om een expositie te tonen of om daarvan onderdeel te zijn.

In Eindhoven staan cultuur, design en erfgoed prominent op de politieke agenda: culturele voorzieningen worden gezien als een belangrijke bijdrage aan aantrekkingskracht en leefbaarheid van de stad. Het aantal culturele- en design locaties en voorzieningen is echter onder het gemiddelde. Dat is een duidelijk verbeterpunt voor Eindhoven. 

Bij groei van de stad moet er oog zijn voor verdere ontwikkeling van cultureel- en design aanbod. Deze voorzieningen hebben vaak een functie voor de gehele gemeente en zijn vaak een wijk-overstijgende voorziening. Kleine initiatieven kunnen wijk-verzorgend zijn. Buiten de plekken waar cultuur en design getoond wordt, is er ook ruimte nodig voor repetitie, ontwikkeling en opslag. Dit zijn vaak ruimtes die gedeeld worden met verschillende soorten initiatiefnemers.

Omdat cultuur- en designaanbod vele vormen kent (denk aan musea, theaters, tentoonstellingen etc.) die sterk kunnen verschillen van omvang, wordt er één gezamenlijke norm gebruikt voor de basisvoorzieningen cultuur- en design.

Het huidige totaalaanbod cultuur- en design komt nu uit op 0,62 m2 per woning, inclusief culturele voorzieningen die zowel de eigen inwoners als de regio bedienen. Juist deze locaties met een regionaal bereik, zoals bijvoorbeeld het Evoluon, het Parktheater, de Effenaar en het Muziekgebouw zijn volumineus met veel vierkante meters. Dit geeft een vertekend beeld, het aanbod basisvoorzieningen design- en cultuur, primair gericht op de eigen inwoner hoeft voor de toekomst daarom niet lineair op basis van 0,62m2 door te groeien met de bevolkingsgroei. We streven daarom naar 0,35 m2 BVO per nieuwe woning  [5] voor basisvoorzieningen in het cultuur- en designaanbod. Binnen deze claim is geen ruimte voor cultuur en design met een regionaal of landelijk bereik meegenomen. Ruimte voor deze cultuur- en design initiatieven is aanvullend.

Leisure

Deze categorie bevat alle voorzieningen op het gebied van cultuur en leisure die commercieel geëxploiteerd worden en primair inwoners vanuit de gemeente Eindhoven en deels de regio aanspreekt (voorbeelden: bioscopen, commerciële tentoonstellingen, et cetera). Daarvoor reserveren we 0,1 m2 [6] per nieuwe woning

De schaalsprong zal ervoor zorgen dat het huidige aanbod een robuuster economisch draagvlak krijgt. In gebieden waar geen toename van het aantal woningen wordt voorzien zijn we dus terughoudend met het toevoegen van extra meters. 

Bij gebiedsontwikkelingen waar een forse toename van het aantal woningen gaat plaatsvinden, zoals o.a. KnoopXL, WoensXL, Kastelenplein, Kanaaldijk Zuid en Sectie C claimen we wel ruimte voor cultureel en design aanbod en leisure omdat dit soort aanbod de wijken aantrekkelijker maken en de sociale interactie bevorderen. 

We reserveren daar 0,45m2 per nieuwe woning voor, met de volgende verdeling;

  • Commerciële leisure met een stedelijk/ klein regionaal bereik: 0,1 meter per nieuwe woning

    Extra ruimte tot 2040: circa 4.000 m2.

  • Cultuur- en designaanbod met een stedelijk bereik: 0,1 m2 per nieuwe woning.

    Deze categorie bevat bijvoorbeeld poppodia, musea, expositieruimten, theaters. 

    Extra ruimte tot 2040: circa 4.000m2

  • Cultuur- en designaanbod met een kleinstedelijk bereik: 0,25 m2 per nieuwe woning

    Deze categorie bevat alle initiatieven die een klein verzorgingsgebied hebben. Extra ruimte tot 2040: circa 10.000 m2

Het cultuuraanbod is niet gelijkmatig over de stad verspreid. De culturele voorzieningen bevinden zich grotendeels binnen de Ring in de wijken Centrum, Oud-Strijp en Oud-Stratum. De wijken Meerhoven, Gestelse Ontginning (Kastelenplein), Putten, Doornakkers, Begijnenbroek, Ontginning (WoensXL), Aanschot en Achtse Molen hebben geen culturele voorzieningen. Als er zich initiatieven aandienen dan bekijken we de inpasbaarheid. De toevoegingen in Knoop XL, Gestel, Kanaaldijk Zuid en Stadshart Woensel zullen bijdragen aan de bereikbaarheid en toegankelijkheid in een groot deel van de stad.

  • Theater en podium voorzieningen bevinden zich voornamelijk in Centrum, Oud-Stratum en Oud-Tongelre. 

  • Filmhuizen en muziekcentra zijn alleen in Centrum en Oud-Strijp.

  • Binnen de Ring zijn de kleinschalige expo’s goed gespreid, buiten de Ring is er alleen aanbod in Halve Maan, Kortonjo en Erp.

  • Musea zijn gespreid over het Centrum, Strijp, Gestel en Tongelre. 

Leisure/recreatie is niet gelijkmatig over de stad verspreid. De recreatieve voorzieningen, vooral de commerciële recreatie, bevinden zich grotendeels binnen de Ring (met uitzondering van de wijk De Laak) en in de wijk Ontginning Oud-Gestel. 

  • Dommelbeemd heeft een themapark (Falconcrest) evenals Oud-Gestel (Prehistorisch Dorp).

  • Naast het Centrum hebben Kortonjo en Oud-Woensel een casino. 

  • Bioscopen zijn te vinden in Oud-Strijp en het Centrum. 

De wijken Meerhoven, Halve Maan, Gestelse Ontginning (Kastelenplein), Putten, De Laak, Doornakkers, Begijnenbroek, Erp, Aanschot en Achtse Molen hebben geen recreatieve voorzieningen. Als er initiatieven ontstaan, dan vraagt inpassing om maatwerk. 



[5]  Verschillende gemeenten, zoals o.a. de G4, hebben een gelijke referentienorm voor culturele voorzieningen. 

[6]  Verschillende gemeenten, zoals de o.a. G4, hebben een gelijke referentienorm voor leisure

Creatieve bedrijvigheid

Ruimtevraag voor creatieve bedrijvigheid / ateliers valt niet onder de scope van dit programma en ook niet onder de richtlijn van 0,45 m2 per nieuwe woning, omdat het bij ateliers primair gaat om plekken waar de creatieve industrie samenkomt om te werken, talent te ontwikkelen en samen te werken. Het gaat niet primair om plekken die onze inwoners nodig hebben om in hun behoefte te kunnen voldoen. 

Het belang voor de stad is groot en er is sprake van een bestaande vraag naar ruimte. Daarom is er een onderzoek uitgevoerd, daaruit blijkt dat er een uitbreidingsvraag is van circa 9000m2, voor de toekomst wordt een vraag verwacht van tussen de 10.400m2 en 17.500m2 (bron: rapportage Sweco, marktonderzoek creatieve sector). Deze ruimtevraag wordt meegenomen in gebiedskaders en projecten.

Evenementen

Ruimtevraag voor evenementen valt niet onder de scope van dit programma. Evenementen hebben een tijdelijk karakter en worden ruimtelijk gefaciliteerd binnen de aangewezen plekken. De verwachting is wel dat er een aanvullende vraag gaat ontstaan, zeker voor het organiseren van grote evenementen. Het aantal beschikbare evenementenlocaties is afnemend vanwege de groei van de stad. We zien aan het aantal aanvragen dat er een toenemende vraag is naar evenementen die niet gefaciliteerd kunnen worden. Hiervoor moet wel aandacht blijven bij de invulling van een gebied. De mogelijke inpassing daarvan is maatwerk en zal ook in overleg met de regio plaatsvinden.

Detailhandel

In totaliteit hebben we in Eindhoven meer dan genoeg plancapaciteit om de behoefte vanuit de groei op te vangen. Een kleine toename van kleinschalig aanbod in het dagelijkse segment ten koste van het recreatieve segment is voorstelbaar. We breiden de huidige structuur van winkelgebieden niet uit, met uitzondering van beperkt aanbod in de KnoopXL. De opgave voor de bestaande winkelstructuur richt zich meer op optimalisatie dan op uitbreiding.

Supermarkten

Eindhoven kenmerkt zich door een fijnmazige supermarktstructuur. Het huidige aantal supermarkten (4,0 supermarkten per 10.000 inwoners) is voldoende om de schaalsprong op te vangen omdat de druk op de individuele supermarkten beperkt is. Er is binnen de huidige structuur ruimte genoeg om groei te faciliteren. Daarbij zijn er nu al voldoende supermarkten in de ontwikkelgebieden aanwezig. De enige uitbereiding die voorstelbaar is, is in de KnoopXL en een kleine unit in Acht. 

De totale uitbreiding maximeren we op 1.600 m2.

Dagelijks aanbod

Het aanbod overig dagelijkse winkels in Eindhoven ligt een stuk lager per 10.000 inwoners dan het aanbod in de G4. Dit kan te verklaren zijn door de grote verschillen in algemene stedelijke ontwikkeling. De G4 zijn meer geleidelijk en organisch ontwikkeld, waar in de oude wijken altijd veel meer kleinschalig aanbod was. Een groot volume supermarktmeters, zoals in Eindhoven, zet het kleinschalig aanbod onder druk. Wanneer we het huidige aanbod lineair toepassen op de groei van de stad dan zouden we voorzien in een kleine uitbreiding van 2.500 m2.

Overig aanbod

Het aanbod recreatieve winkels en drogisterijen concentreert zich in de bestaande winkelgebieden. Binnen deze gebieden is continu sprake van transformatie, ingegeven door trends en ontwikkelingen. Het aanbod lijkt nu in overeenstemming met vraag en aanbod, rekening houdend met het feit dat het aanbod in de binnenstad en WoensXL een regiofunctie heeft. We gaan geen extra ruimte reserveren voor recreatief aanbod buiten de huidige winkelstructuur, deze is ruim genoeg om de groeiende behoefte te faciliteren.

Doelgericht aanbod, lokale periferie

Uitbreiding van dit aanbod is niet gewenst. Er is voldoende aanbod in het segment bouwmarkten en overige volumineuze detailhandel, zeker in combinatie met het aanbod op Ekkersrijt.

Bezorgdiensten

We streven naar een evenwichtige integratie van bezorgdiensten binnen de stedelijke omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met ruimtelijke impact en efficiëntie. We voorzien geen grote toename in dit segment, zeker niet in m2. Bezorging is vaak onderdeel van de bestaande bedrijfsvoering.

Nachtwinkels

In het recent vastgestelde detailhandelsbeleid is opgenomen dat er per stadsdeel maximaal ruimte is voor één nachtwinkel. Nachtwinkels worden gevestigd in goed bereikbare centrumlocaties die al een mix van functies kennen, zoals winkels, horeca en recreatie. 

Het vermijden van vestigingen in overwegend woongebieden voorkomt overlast en waarborgt de leefbaarheid van de omliggende wijken. (bron: Beleidsregels nachtwinkels Eindhoven )

Horeca

Er is ruimte voor groei van horeca, in bepaalde segmenten.

Café en cafetaria

Cafés zijn ongelijk verdeeld over de stad. De concentratie zit binnen de Ring en in Oud Gestel en Erp. Er zijn voldoende cafetaria’s, de spreiding is ook goed.

Voor dit aanbod voorzien we dat het aanbod niet evenredig hoeft mee te groeien met de groei van de stad. We stellen voor het huidige aantal te stabiliseren. Uitgaande van bevolkingsgroei zetten we per 10.000 inwoners in op krimp van het aanbod.

Koffiezaken, lunchrooms en restaurants

Koffiezaken zijn onevenredig verspreid. In KnoopXL, Woensel Noord, Strijp, Gestel en Tongelre is nog ruimte.

Lunchrooms zijn in elk stadsdeel beschikbaar, maar de wijken Gestelse Ontginning (Kastelenplein), Doornakkers, Oud-Tongelre, Achtse Molen, Aanschot en Dommelbeemd zitten nog zonder. 

Restaurants liggen verspreid over de stad, maar met een grote dichtheid in het Centrum, Oud-Woensel en Oud-Strijp. De wijken Gestelse Ontginning (Kastelenplein) en Oud-Tongelre hebben maar één restaurant. 

In deze segmenten is dus nog groei mogelijk, ook voor wat betreft het gemiddelde per 10.000 inwoners. Zowel in de wijken als in de bestaande voorzieningencentra is ruimte voor uitbreiding. Het niveau van het aanbod is sterk afhankelijk van de demografie in gebieden. 

We reserveren circa 30.500 m2 voor de uitbreiding van dit type horeca, waarbij de restaurants de grootste ruimtevraag hebben.

Nachtclubs, nachtcultuur

In onze stad wordt de nachtcultuur erkend als een essentieel onderdeel van het stedelijke leven. We streven naar een balans tussen het stimuleren van nachtelijke activiteiten en het waarborgen van de leefbaarheid voor bewoners. Dit omvat het ondersteunen van diverse nachtelijke evenementen en het faciliteren van creatieve initiatieven, terwijl tegelijkertijd aandacht wordt besteed aan veiligheid en geluidsbeheer. Door deze aanpak wil Eindhoven een inclusieve en bruisende nachtcultuur bevorderen die bijdraagt aan het welzijn van zowel inwoners als bezoekers. Het laten meegroeien van het aantal nachtclubs kan hier onderdeel van zijn. We reserveren geen extra ruimte voor nachtclubs maar willen ze faciliteren binnen de huidige uitgaansgebieden. Uitzondering hierop kan een toevoeging in de KnoopXL zijn, afhankelijk van de behoefte en inpasbaarheid.

Groen 

In Eindhoven erkennen we dat het stedelijk groen onder druk staat door verstedelijking, verdichting en klimaatverandering. Op basis van “HUGSI green cities” blijkt wel dat de gemeente Eindhoven 30% boomkroonbedekking en 40% groen bevat en dat het stedelijk groen is verbeterd in de laatste meting (2023) ten opzichte van de eerdere metingen (2021 en 2022). Dit wordt geconcludeerd vanuit luchtbeelden, voor heel gemeente Eindhoven en zonder onderscheid tussen privaat en openbaar groen. Ook uit de Buurtdashboard - Klimaateffectatlas blijkt dat Eindhoven voor 33,95% door groen bedekt is – hoger dan andere steden in Nederland. Hoewel Eindhoven de groenste is van de vijf grote Nederlandse steden, is dit groen ongelijk verdeeld. Binnen de Ring is slechts 18% van het oppervlak groen, en in het vergrote centrumgebied zelfs maar 9%. Daarom werken we aan het versterken van de groenstructuur waarmee we streven naar een gezonde, groene en leefbare stad, waarin groen en verstedelijking met elkaar in balans zijn. 

De schaalsprong van Eindhoven moet hand in hand gaan met kwalitatief goede openbare ruimtes waar de intensivering van groen een noodzakelijk onderdeel is. Belangrijke normen voor verdere ontwikkeling en verdichting van de stad is dat iedere inwoner binnen vijf minuten lopen toegang heeft tot een groene verblijfsplek en binnen vijf minuten fietsen bij een groot park kan zijn. Daarvoor moeten nog ingrepen gepleegd worden.

Witte vlekken

Om dit inzichtelijk te maken zijn de zogenaamde ‘witte vlekken’ in beeld gebracht. Deze geven aan op welke plekken onze inwoners nog geen toegang hebben tot groen binnen het bovenstaande kader. De volgende gebieden springen in het oog: Achtse Barrier, De Tempel, Woenselse Heide / Jagershoef, omgeving Winkelcentrum Woensel, Eckart, Woensel-Zuid, Boschdijk, Woensel-West, Philipsdorp, het Centrum, Villapark, Lakerlopen, Doornakkers (West), Grasrijk, het stadsdeel Gestel en het stadsdeel Stratum. Het gaat hierbij vaak om delen van gebieden.

Versterking groene wiggen

We verbeteren de kwaliteit van groen in de groene wiggen en beschermen ze door geen woningen in de groene wiggen te bouwen. In Eindhoven Noordwest wordt Landgoed De Wielewaal, als onderdeel van het Lichtbos Eindhoven, opengesteld voor het publiek. Dit voegt 145 hectare (deels) publiek toegankelijk groen toe. Waar mogelijk verwerven we ontbrekende schakels en er liggen kansen tot het omvormen van landbouwgronden tot natuur. Voor de versterking van de Genneper Parken zijn we al bezig met een uitvoeringsprogramma, voor Lichtbos en Dommelpark ligt er een ontwikkelvisie en gaan we aan de slag met de verdere uitwerking. Er zijn ook nog investeringen nodig om infrastructurele barrières te overbruggen om de landschapsparken voldoende bereikbaar te houden en te krijgen. 

De groene wiggen liggen verdeeld over verschillende stadsdelen, terwijl ze eigenlijk één structuur vormen. 

Centrum

In het centrum zijn de Dommel, het Stadswandelpark en de TU/e-campus de enige grote groene plekken. Met meer inwoners worden deze gebieden steeds drukker. We leggen nieuwe groene plekken en parken aan om voldoende groene en koele ruimte te bieden aan alle inwoners. Daarvoor ondernemen we de volgende vergroeningsacties:

  • We zetten in op het versterken van de Genderwig door het bovengronds brengen van de Gender en het verbeteren van onder andere Genderpark, Frederika van Pruisenweg, Lodewijk Napoleonplein, Victoriapark en Stationsweg. De aansluiting Victoriapark op Stationsweg via het 18 Septemberplein is daarbij nog een aandachtspunt.

  • We verbinden de 3 wiggen. Er is middels de Dommel al een verbinding tussen de Genneper Parken en Dommelpark. Een verbinding via de Fellenoord met Noord-West wig (o.a. Lichtbos) kan via Fellenoord en Limbeekpark. Een belangrijke ontbrekende schakel hierin is Aletta Jacobsplein. Ander aandachtspunt is gebied rondom Station Strijp S.

  • De Dommelzone is op sommige plekken erg smal en soms nauwelijks aangesloten op het stedelijk weefsel. Dit vraagt om inzet op het versterken van de Dommelzone. 

  • In de Kanaalzone is een duidelijk tekort aan groen, hier ligt een grote kans om langs het kanaal te vergroenen en een groenblauwe verbinding te maken tussen het centrum en het buitengebied. Daarnaast kan dit 'kanaalpark' dienen als ruggengraat voor nieuwe ontwikkelingen zoals de Kanaaldijk Zuid en de Caai.

 

Omdat het lastig is om ruimte te vinden op maaiveld zetten we voor het Centrum ook sterk in op het vergroenen én toegankelijk maken van daken. Er ligt nu een groeistrategie (Upside Park) waarin we op het dak ook naar mogelijkheden zoeken voor een tweede maaiveld met ruimte voor groen, ontmoeten, sport/spel,

De verdichting in het centrum vraagt om een stadspark binnen de ring. We onderzoeken welke plek hiervoor het meest geschikt is.

afbeelding binnen de regeling

Groenarme buurten

In Eindhoven hebben we 45 groenarme buurten. Dit zijn buurten met een groenareaal onder de landelijke norm van 75m² per woning. Niet voor niets zijn deze buurten dan ook onder de aandacht gebracht in het collegeprogramma, het Groenbeleidsplan 2017, het in 2016 aangenomen amendement Groenarme buurten en is onderdeel van de begroting 2021 en 2022. Met het project Groenarme Buurten zetten we in op de thema’s biodiversiteit, klimaatadaptie, gezondheid en identiteit. In dit project zijn 9 buurten geselecteerd om actief te vergroenen (Limbeek-Noord, Limbeek-Zuid, Hemelrijken, Gildebuurt, Lakerlopen, Tivoli, Bloemenplein, Rochusbuurt en Joriskwartier). Daarnaast zijn er bijdrages gegeven aan groeninitiatieven in andere groenarme buurten. Het is gewenst om de middelen voort te zetten, zodat alle groenarme buurten actief vergroend kunnen worden.  

Het gaat om het toevoegen van groen in de openbare ruimte, het vervangen van verharding ten gunste van vergroening. Door de wijkopbouw is het niet mogelijk om overal groen toe te voegen, daarom is er ook ingezet op kwaliteitsverbetering van bestaand groen. Met de vergroeningsinitiatieven vanuit groenarme buurten is de landelijke norm van minstens 75m² groen per woning nog niet behaald. Extra inspanningen zijn nog nodig om de groenarme buurten te vergroenen en daarmee een aangenamere omgeving te creëren voor mens en dier. 

Pleintjesplan

Ook het (nog op te stellen) pleintjesplan draagt bij aan extra vergroening van de stad. Het pleintjesplan biedt een overzicht van potentiële locaties in de stad, met name buiten het centrumgebied, die we kunnen vergroenen. Aan de hand van het pleintjesplan worden samen met inwoners en ondernemers in de wijk ontmoetingsplekken vergroend. We houden daarbij rekening met de bestaande functie. We geven aandacht aan de zogenaamde ‘witte vlekken’. Waar mogelijk maken we werk met werk door aan te sluiten bij bewonersinitiatieven of gemeentelijke projecten. 

Voor iedere nieuwe woning voegen we 8 m² groen toe, voornamelijk op privaat terrein, met variëteit op basis van kwaliteit. Omdat het hier in beginsel gaat om groen dat niet voor publiek toegankelijk is, valt het buiten de scope van dit programma.

afbeelding binnen de regeling

Na 2030 wordt vanuit de Europese Natuurherstel Verordening gevraagd om positieve groenontwikkeling, waarvoor het Rijk eind 2030 de normen en termijnen zal vaststellen. Het is nog niet duidelijk of het Rijk dan wel gemeentes de monitoring hiervoor gaan uitvoeren. Indien de monitoring bij gemeentes komt te liggen, richten we onze monitoring hierop in. De komende tijd gebruiken we om onze eigen groenmonitor verder te ontwikkelen. Hierna zijn we beter in staat het groen in de stad te monitoren en de conclusies uit het landelijk onderzoek te staven of juist te ontkrachten. Waar we als stad op inzetten, uitgedrukt vanuit onze eigen ambities, nemen we op in het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie.

Recreatief water

Binnen de gemeentegrenzen is het aantal officiële zwemwaterlocaties beperkt. In Eindhoven hebben we maar één locatie, namelijk ‘De Ijzeren Man’. In de directe omgeving van Eindhoven zijn echter diverse recreatieplassen en open water zwemplekken beschikbaar, zoals Aquabest en andere locaties binnen een half uur rijden. Gemeente Eindhoven verhuurt een groot aantal stadswateren voor het gebruik voor de hengelsport. Er wordt geroeid op het Eindhovens Kanaal, waar twee roeiverenigingen gevestigd zijn, en Waterschap de Dommel maakt kanoën op een deel van de Dommel mogelijk. De IJzeren Man is een officieel door de Provincie aangewezen zwemwater waarbij de inrichting en waterkwaliteit wordt gecontroleerd om er veilig te kunnen zwemmen. Op de Landardse plas mag worden gevaren met jetski's. Het Beatrixkanaal is minder geschikt voor recreatie op het water door risico’s vanwege beroepsvaart en recreatieve vaart. Het versterken van de recreatieve vaart in combinatie met de jachthaven is wel kansrijk. 

De ruimteclaim voor recreatief water is maatwerk. Er liggen kansen bij het Eindhovens Kanaal en de Karpendonkse Plas voor beter en ander recreatief gebruik, rekening houdend met kaders voor ecologie en omgeving. Binnen de ring is er ruimte binnen de herinrichting van de Kanaalzone Zuid, dit wordt meegenomen in het gebiedskader.

Monitoring en overzicht

Om inzicht te hebben waar, welke voorzieningen zich bevinden, gaan we gebruik maken van ‘klik-bare’ overzichtskaarten. Deze kaarten zijn opgebouwd met lagen die ‘aan’ en ‘uit’ kunnen worden gezet. 

Op deze manier hebben we helder inzicht in de spreiding van het huidige voorzieningenniveau.

 

Voorbeeld van de kaart: weergave grote supermarkten (>500 m2)
afbeelding binnen de regeling
Voorbeeld van de kaart: GGZ instellingen
afbeelding binnen de regeling

Visualisatie van ruimte voor voorzieningen per afgebakend gebied

De visualisaties kunnen gebruikt worden om een weergave van het ruimtebeslag van de voorzieningen in bepaalde gebieden te tonen. 

Indicatief voorbeeld, Eindhoven, stadsbreed, zonder groen:

De bovenste visualisatie toont indicatief de huidige situatie: een schatting van het aantal vierkante meters per voorziening in de huidige situatie. De onderste barcode laat indicatief zien hoeveel vierkante meter er in de toekomst in totaal nodig zal zijn. Deze manier van visualisatie kan gemaakt worden als duidelijk is wat het huidige en toekomstige ruimtebeslag van een gebied is. Hiermee kan in één oogopslag duidelijk gemaakt worden welke transformatie op het gebied van voorzieningen een gebied door gaat maken.

afbeelding binnen de regeling

Eindhoven, stadsbreed, met toevoeging van Landgoed Wielewaal en twee lokale stadsparken:

In de onderstaande visualisatie is te zien hoe de indicatieve ruimteverdeling van voorzieningen is met de toevoeging van landschap de Wielewaal (142 hectare) en twee lokale landschapsparken. (2 hectare) aan de huidige parkenstructuur. Dit is slechts een indicatief voorbeeld.

afbeelding binnen de regeling

*Vergelijk vierkante meters groen huidige en toekomstige situatie, op basis van 

0-meting peildatum januari 2024: aanname is toevoeging Wielewaal (142 Ha) en toevoeging 2 stadsparken van elk 10.000 m2. 

4.4 Opgave per stadsdeel, korte en lange termijn

De groei naar ruim 300.000 inwoners richting 2040 zal voor een groot deel gefaciliteerd worden in de stadsdelen waar grote gebiedsontwikkelingen plaatsvinden: in het centrum met de verdichting en de ontwikkeling van KnoopXL, in Woensel Zuid, in Woensel Noord met de transformatie van WoensXL, in Tongelre/Centrum met de transformatie van de Kanaalzone Zuid en in Gestel met de gebiedsontwikkelingen die vallen binnen de visie Groots Gestel. In deze gebieden worden in grote volumes woningen toegevoegd, waarbij het merendeel van de extra benodigde voorzieningen geprogrammeerd zullen worden. 

Na analyse van de huidige situatie en het toepassen van de richtlijnen, kunnen we per voorziening de huidige en toekomstige situatie op hoofdlijnen duiden. Zoals eerder aangegeven, dragen bijna alle fysieke locaties voor voorzieningen op concrete en veelzijdige manieren bij aan sociale cohesie en buurtontmoeting in een stad. Het thema buurtontmoeting is dan ook onlosmakelijk verbonden met alle voorzieningen. In onderstaande weergave wordt buurtontmoeting daarom niet als apart aandachtspunt benoemd.

Woensel Noord

Huidige situatie:

In dit stadsdeel is er een duidelijke behoefte aan uitbreiding van zorgvoorzieningen. Met name de beschikbaarheid van huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en GGZ is een punt van aandacht. Op het gebied van onderwijs is er geen behoefte aan extra capaciteit binnen het primair onderwijs.

Het horeca-aanbod in Woensel is eenzijdig. Buiten het winkelgebied WoenselXL zijn er weinig mogelijkheden naast fastfoodzaken. Dit biedt ruimte voor de ontwikkeling van lunchrooms, koffiezaken en restaurants met een meer divers aanbod. Cafés en cafetaria’s daarentegen zijn reeds voldoende aanwezig en goed verspreid over het stadsdeel.

De detailhandel in Woensel Noord is ruimschoots vertegenwoordigd in de bestaande winkelgebieden. Belangrijke centra zijn WoenselXL (toekomstig Stadshart Woensel), Ardechelaan, Biaritzplein, Blixembosch, Gerritsonplein, Nederlandplein, Vaartbroek, De Tempel en Bisschop Bekkerslaan. Hier is een gevarieerd winkelaanbod aanwezig dat in de meeste behoeften voorziet.

Op het gebied van cultuur is het aanbod in Woensel zeer beperkt. Er zijn weinig culturele (wijk)voorzieningen aanwezig. Wat betreft recreatie zijn de meeste voorzieningen geconcentreerd rondom de Vijfkamplaan.

Qua speelplekken heeft Woensel-Noord relatief gezien de meeste speelplekken in vergelijking tot de overige stadsdelen. Ook is de grootschalige speeltuin de Splinter in dit stadsdeel gevestigd. Wat betreft commercieel aanbod in sport is er momenteel weinig aanbod, bijvoorbeeld voor fitness hebben we maar 7 locaties, terwijl het dubbele denkbaar is. Voor wat betreft groen is biodiversiteit een aandachtspunt, net als beter gebruik door inwoners van het bestaande groen. In dit stadsdeel zijn nog een aantal plekken waar inwoners nog onvoldoende toegang hebben tot groene verblijfsplekken, zoals Achtse Barrier, de omgeving rondom winkelcentrum Woensel, Woenselse Heide/ Jagershoef en Eckart.

Toekomstige situatie:

De groei van het aantal inwoners zal zorgen voor een grotere vraag naar voorzieningen. Met de transformatie van WoensXL naar Stadshart Woensel wordt verwacht dat het aanbod in zorg en welzijn, horeca, commercieel sportaanbod, primair onderwijs, cultuur en recreatie zal worden uitgebreid. Daarnaast zal in Stadshart Woensel een grotere Bibliotoop worden gevestigd, dit kan in combinatie met de functie ‘Huis van de Wijk.’  Op cultureel vlak ligt de nadruk op kleinschalige cultuurinitiatieven binnen de wijken, daar kan ook uitbreiding van kleinschalige horeca plaatsvinden. De ontwikkeling bij winkelcentrum Vaartbroek biedt kansen voor een meer divers aanbod naast detailhandel en creëert ruimte voor cultuur, design en maatschappelijke functies. De uitbreiding van groene verblijfsplekken is een aandachtspunt.

Woensel-Zuid

Huidige situatie:

In stadsdeel Woensel-Zuid is er een duidelijke behoefte aan uitbreiding van medische zorgvoorzieningen. Vooral de beschikbaarheid van huisartsen en (in mindere mate) tandartsen is momenteel onvoldoende om aan de vraag te voldoen. Er zijn twee jongerencentra aanwezig en Dynamo is op korte afstand bereikbaar. De helft van alle GGZ-instellingen in Eindhoven is gevestigd in Woensel-Zuid. Dit zou bij uitbreiding beter verspreid kunnen worden. 

Hoewel de capaciteit van het primair onderwijs momenteel nog net toereikend is, wordt in de nabije toekomst vraag verwacht.

Het horeca-aanbod in Woensel-Zuid vertoont een duidelijke clustering. Restaurants en koffiezaken bevinden zich vooral rondom de Kruisstraat/Woenselse Markt en de Edisonstraat en is daarmee voor de omliggende buurten voldoende. In de rest van het stadsdeel is het aanbod zeer beperkt, en ook lunchrooms komen nauwelijks voor. Cafés en cafetaria’s zijn daarentegen ruim aanwezig en goed verspreid over het stadsdeel.

Op het gebied van detailhandel is Woensel-Zuid goed voorzien. De belangrijkste winkelgebieden bevinden zich op het Cassandraplein, Kruisstraat/Woenselse Markt, Mensfort, Dr. Cuyperslaan, de Boschdijk, Generaal Coenderslaan, Celciusplein en de Edisonstraat. Deze locaties bieden een divers winkelaanbod en voorzien in de meeste behoeften van de inwoners, voor nu en in de toekomst.

Op aanbod vanuit het CKE en rondom de Edisonstraat na, zijn er verder nauwelijks culturele (wijk)voorzieningen aanwezig. Daarnaast ontbreken recreatieve voorzieningen volledig in het stadsdeel. Echter zijn dit type voorzieningen in het Centrum binnen 15 minuten bereikbaar. 

Betreffende commercieel sportaanbod blijkt er momenteel ruimte voor uitbreiding te zijn. In het fitness segment hebben we nu vier locaties, terwijl we zouden kunnen groeien naar negen. Het aantal speelplekken is vergelijkbaar met Stratum en Tongelre, die relatief aan de lage kant zitten. Echter zijn er wel twee grootschalige speeltuinen aanwezig. Kronehoef en Hemelrijken zijn groenarme gebieden. In veel delen van dit stadsdeel hebben inwoners onvoldoende toegang tot groene verblijfsplekken.

Toekomstige situatie:

Door ruimtelijke ontwikkelingen in Woensel-Zuid groeit het aantal inwoners en daarmee de behoefte aan extra voorzieningen. 

Verwachte groei zit met name in zorg en welzijn, primair onderwijs (in combinatie met KnoopXL), faciliteiten voor sport en spel en groen. Horeca en detailhandel zijn al goed vertegenwoordigd, mede door de nabijheid van het Centrum en de Kruisstraat/Woenselse Markt. Wel is er ruimte voor uitbreiding van kleinschalige culturele initiatieven in de wijk. In wijkcentrum de Werf komt een Bibliotoop, die wellicht een rol kan spelen in het ondersteunen van deze initiatieven. Daarnaast zijn er op de Kruisstraat, Woenselse Markt en in het Centrum mogelijkheden voor multifunctioneel aanbod, ook binnen de maatschappelijke sector. De toegang tot groene verblijfsplekken is een belangrijk uitgangspunt.

Tongelre

Huidige situatie:

In stadsdeel Tongelre is er kleine behoefte aan uitbreiding van tandartsen. In delen van Tongelre staat de toegang tot huisartsen en fysiotherapie onder druk. Er een Bibliotoop aanwezig, die een permanente locatie gaat krijgen. 

Hoewel de huidige capaciteit van het primair onderwijs nog voldoende is, wordt op termijn aanvullende vraag verwacht.

Het horeca-aanbod in Tongelre is niet optimaal gespreid. Cafés en cafetaria’s zijn ruim vertegenwoordigd en goed verdeeld  over het stadsdeel. Restaurants, koffiehuizen en lunchrooms daarentegen bevinden zich voornamelijk binnen de Ring. Buiten de Ring is het aanbod zeer beperkt, wat ruimte biedt voor uitbreiding van diverse horecagelegenheden.

Op het gebied van detailhandel is Tongelre goed voorzien. De belangrijkste winkelgebieden bevinden zich in de centra van Haagdijk, Pagelaan, ’t Karregat en Tongelrese Akkers. Deze locaties bieden een divers en toereikend winkelaanbod voor de bewoners van het stadsdeel.

Wat betreft cultuur en design is er aanbod aanwezig rondom Sectie-C en het NRE-terrein. Buiten “De IJzeren Man’’ zijn er geen recreatieve voorzieningen in Tongelre, al zijn er in het nabijgelegen Centrum binnen 15 minuten wel mogelijkheden beschikbaar. 

Er is een licht tekort aan commercieel sportaanbod in Tongelre. De speelplekken zijn relatief gezien aan de lage kant, maar er is wel een grootschalige speeltuin (Sint Joseph) aanwezig. De buurt Lakerlopen en de wijk Doornakkers zijn groenarme gebieden. Bovendien vertonen de gebieden Villapark, Lakerlopen en Doornakkers nog witte vlekken, inwoners hebben daar nog niet voldoende toegang tot groene verblijfsplekken. 

Toekomstige situatie:

In Tongelre zullen enkele basisscholen worden uitgebreid en vernieuwd.

Door onder andere de herontwikkeling van Sectie C ontstaat er een aanvullende behoefte aan zorg en welzijn, sport en spel, cultuur en recreatiedie in het gebiedskader verder wordt uitgewerkt. De horeca in het stadsdeel is momenteel niet gelijkmatig verspreid, dus dat is nog een aandachtspunt. In Sectie-C zal ruimte zijn voor onder andere creatieve initiatieven. De ontwikkeling van het Kanaalpark heeft een positief effect op Tongelre, maar het effect zal verder buiten de Ring afnemen. Toegang tot groene verblijfsplekken en de aanpak van groenarme gebieden is een aandachtspunt.

Stratum

Huidige situatie:

In stadsdeel Stratum zijn de zorgvoorzieningen over het algemeen voldoende, maar er kan op termijn een klein tekort aan verloskundigen ontstaan. Daarnaast zijn er weinig GGZ-locaties; momenteel is er slechts één voorziening beschikbaar voor geestelijke gezondheidszorg.

Op het gebied van onderwijs is er op korte termijn al behoefte aan uitbreiding van het primair onderwijs, aangezien de huidige capaciteit onvoldoende zal zijn om aan de groeiende vraag te voldoen.

De detailhandel in Stratum is goed vertegenwoordigd, met winkelgebieden in Boulevard Zuid, Roostenlaan, St. Petrus Canisiuslaan, Stratumsedijk, Leenderweg, Heezerweg en Aalsterweg. Dit zorgt voor een breed aanbod aan winkels verspreid over het stadsdeel.

Het horeca-aanbod is redelijk evenwichtig verdeeld, met een goede spreiding van cafés, cafetaria’s en restaurants. Er is echter nog ruimte voor uitbreiding buiten de ring van koffiezaken, lunchrooms en restaurants met een meer divers aanbod.

Culturele en recreatieve voorzieningen bevinden zich vrijwel uitsluitend binnen de ring, terwijl er buiten de ring sprake is van heel weinig aanbod. 

Op het gebied van speelvoorzieningen heeft Stratum nog een uitdaging. Grootschalige speeltuinen ontbreken volledig, en hoewel er een grote speeltuin in het aangrenzende stadsdeel Tongelre ligt, kan deze voor een deel van Stratum te ver weg zijn. Gestel, een ander aangrenzend stadsdeel, heeft eveneens geen grootschalige speeltuin. Daarnaast is het aantal kleinere speelplekken in Stratum relatief beperkt. Qua sportfaciliteiten is er momenteel voldoende aanbod, ook aan meer commerciële sportvoorzieningen, die redelijk verspreid aanwezig zijn. 

Er is behoefte aan een stadspark in de Kanaalzone en aan meer groen in de Kruidenbuurt. Verdeeld over het stadsdeel zijn er witte vlekken, de toegang tot groene verblijfsplekken is voor een aantal inwoners nog onvoldoende.

Toekomstige situatie:

Er zijn op dit moment buiten de Kanaalzone zuid geen grootschalige woningontwikkelingen in Stratum gepland. De ontwikkeling van de Kanaalzone biedt ruimte voor extra groen, unieke horecaconcepten en culturele en design initiatieven, die het karakter van het gebied versterken.

De focus ligt daarnaast op het versterken van het huidige aanbod, Stratum kan een geschikte locatie zijn voor extraGGZ-locaties om een evenwichtigere spreiding in de stad te realiseren.

Op het gebied van speelvoorzieningen is er ruimte voor uitbreiding. 

Het onderwijs zal worden uitgebreid, waarbij verdere uitwerking plaatsvindt binnen het Integrale Huisvestingsplan (IHP). 

Uitbereiding van groen in de Kruidenbuurt is een punt van verbetering, met speciale aandacht voor de omgeving van ontmoetingsplekken zoals scholen, buurthuizen en sportvoorzieningen. Door het hele stadsdeel verdient het aanpakken van de witte vlekken aandacht, zeker rondom de historische radialen.

Gestel 

Huidige situatie:

In stadsdeel Gestel zijn de medischezorgvoorzieningen over het algemeen voldoende, al is er een klein tekort aan tandartsen en verloskundigen. Op het gebied van geestelijke gezondheidszorg is er echter een duidelijk tekort, aangezien er slechts één GGZ-locatie in het stadsdeel aanwezig is. Binnen de Ring ontbreekt een jongerencentrum, maar Dynamo in het Centrum is op relatief korte afstand bereikbaar. 

Wat betreft het primair onderwijs zal er in de nabije toekomst behoefte zijn aan uitbreiding, omdat de huidige capaciteit niet toereikend zal zijn.

Het horeca-aanbod in Gestel is grotendeels geconcentreerd rondom de Hoogstraat. In de rest van het stadsdeel is er een beperkt aanbod aan koffiezaken en lunchrooms. Met name in de wijk Gestelse Ontginning ontbreekt dit type horeca vrijwel volledig, en er is daar slechts één restaurant. 

Voor detailhandel zijn er voorzieningen in het Franz Leharplein, Kastelenplein, de Hoogstraat en de Boutenslaan. Deze winkelgebieden bieden een breed scala aan winkels, verspreid over het stadsdeel.

Culturele voorzieningen in Gestel zijn schaars. De meeste bevinden zich binnen de Ring, met als belangrijkste uitzondering het Prehistorisch Dorp. Buiten de Ring is het aanbod cultuur en design beperkt. Verder zijn er enkele recreatieve voorzieningen. 

Wat sportfaciliteiten betreft, is het aanbod aan commerciële sportvoorzieningen binnen de Ring beperkt en bijvoorbeeld fitness ontbreekt volledig buiten de Ring. Dit is een aandachtspunt voor toekomstige ontwikkelingen. Er is geen zwembad binnen het stadsdeel, maar zwembad De Tongelreep ligt direct aan de stadsdeelgrens. Daarnaast is er geen grootschalige speeltuin, ook niet aan de zuidwestkant van de stad. Wel zijn er relatief voldoende kleinere speelplekken verspreid over het stadsdeel. We zien nu al vanuit groenmonitoring dat het (met de groeiende stad) te druk begint te worden in Genneper Parken. Over het hele stadsdeel zijn er nog plekken waar inwoners nog onvoldoende toegang hebben tot groene verblijfsplekken, zeker rondom de historische radialen.

Toekomstige situatie:

Met de ontwikkeling van Gestel groeit de behoefte aan alle voorzieningen, met uitzondering van detailhandel. Extra basisscholen zullen nodig zijn omde groei in leerlingenaantallen op te vangen. Er is een tekort aanculturele en recreatieve voorzieningen, waarvoor de transformatie vanKastelenplein mogelijk al op korte termijn een oplossing kan bieden. Dezuidwestkant van Eindhoven heeft geen grootschalige speeltuin; de wijken Gestelse Ontginning of Oud-Gestel zouden hiervoor in aanmerking kunnen komen. Daarnaast is er ruimte voor uitbreiding van horeca, met uitzondering van cafés en cafetaria’s. De bestaande groenstructuur moet versterkt worden.

Strijp

Huidige situatie:

Voor wat betreft zorg is er in stadsdeel Strijp in vrijwel alle wijken een uitdaging met de toegang tot huisartsen, met uitzondering van Strijp-S. Daarnaast is er gebrek aan capaciteit tandartsen, fysiotherapie en GGZ-locaties; momenteel is er slechts één GGZ-voorziening in het stadsdeel. In Meerhoven ontbreekt een buurthuis, al wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om een Bibliotoop in Strijp te vestigen, waarin buurtontmoeting een plek zou kunnen krijgen.

Wat betreft onderwijs is de huidige capaciteit voor primair onderwijs nog voldoende, maar op termijn wordt een tekort verwacht. In Meerhoven is er echter sprake van overcapaciteit in het basisonderwijs, en deze zal naar verwachting verder oplopen.

Strijp beschikt over een goed aanbod aan detailhandel, met winkelcentra op het St. Trudoplein, Terminal M, Limburglaan, Lievendaal, Bredalaan, Strijp-S, Koopcentrum de Hurk en Langdonkenstraat.

In het horeca segment binnen de Ring bevinden restaurants en lunchrooms zich vooral rond Strijp-S en het Trudoplein. Buiten de Ring is het aanbod echter zeer beperkt. Het aantal koffiezaken in Strijp is eveneens laag; er zijn slechts twee locaties, namelijk op Eindhoven Airport en in Strijp-S.

Op cultureel vlak zijn er verschillende voorzieningen in Strijp, waarvan een groot deel geconcentreerd is in Strijp-S. In Meerhoven ontbreken culturele en recreatieve voorzieningen volledig. Ook zijn er geen recreatieve voorzieningen in Halve Maan. 

Wat speelvoorzieningen betreft, zijn er genoeg speelplekken verspreid over het stadsdeel en er is bovendien een grootschalige speeltuin aanwezig. Er is geen zwembad. Dit geldt ook voor de aangrenzende stadsdelen Gestel en Woensel-Zuid. In het Centrum is wel een zwemschool, maar deze kampt met een wachtlijst tot juni 2026. Het aanbod aan commerciële sport in Strijp is momenteel voldoende. Schouwbroek, Drents Dorp en Philipsdorp zijn buurten met weinig groen en inwoners hebben onvoldoende toegang tot groene verblijfsplekken.

Toekomstige situatie:

Buiten de ontwikkelingen van Strijp-S zijn er momenteel geen grootschalige woningprojecten gepland. De focus ligt op het versterken van het bestaande voorzieningenaanbod. In enkele wijken worden basisscholen uitgebreid om het groeiende aantal leerlingen op te vangen. Voor Strijp-S zijn er kansen om het voorzieningenaanbod verder uit te breiden, afhankelijk van de toekomstige demografische ontwikkeling. Het behoud van een gezonde balans tussen ketens en lokale ondernemers is hierbij essentieel. Het Sint Trudoplein kampt met een verschuiving naar eenzijdig aanbod, waar multifunctionele invulling een kans biedt. In Meerhoven ontbreken culturele en recreatieve voorzieningen volledig. Mocht hier initiatief voor ontstaan, dan is er ruimte om dit te realiseren, net als in Halve Maan. Strijp zou een mogelijke locatie zijn voor een extra zwembad. Verder wordt gezocht naar een geschikte locatie voor een Bibliotoop in het Stadsdeel. De omgeving rondom het PSV Stadion is kansrijk voor herinrichting en vergroening. Verder verdient de aanpak van de witte vlekken aandacht.

Centrum

Huidige situatie:

Het stadsdeel Centrum heeft een breed aanbod aan stedelijke voorzieningen. Op het gebied van medischezorg  is de toegang tot huisartsen en fysiotherapeuten niet optimaal. Daarnaast ontbreekt een apotheek en is er geen verloskundigenpraktijk aanwezig. Buurt- of wijkhuizen zijn er niet, maar er zijn voldoende alternatieve ontmoetingsplekken beschikbaar. Het aanbod aan GGZ-locaties is op dit moment wel toereikend.

Er is één basisschool gevestigd in het Centrum, maar er wordt in de toekomst een sterke groei van het aantal leerlingen verwacht. Dit kan op termijn zorgen voor een toenemende vraag naar onderwijscapaciteit.

Wat betreft horeca en detailhandel heeft het Centrum vanzelfsprekend een zeer ruim aanbod, dat sterk recreatief van aard is en geconcentreerd ligt in de binnenstad.

Op cultureel vlak is het aanbod relatief groot, wat goed aansluit bij het profiel van het stadsdeel. Toch is er ruimte voor verdere uitbreiding en zichtbaarheid van culturele voorzieningen. Op het gebied van recreatie is het aanbod nog beperkt, wat opvallend is voor een centrumstad met een grote regionale aantrekkingskracht.

Speelvoorzieningen zijn schaars in het Centrum. Zowel grootschalige als kleinschalige speelplekken ontbreken vrijwel volledig; het aantal speelplekken in het stadsdeel bedraagt slechts 1% van het totaal in Eindhoven. Op het gebied van sport zijn er voldoende commerciële sportvoorzieningen aanwezig en er is een breed aanbod aan sportmogelijkheden bij het Sportcentrum TU/e. Op het gebied van groen is er nog behoefte aan een lokaal park (KnoopXL). Voor het hele stadsdeel geldt dat er te weinig groene verblijfsplekken zijn.

Toekomstige situatie:

Door de verdichting van de binnenstad en de ontwikkeling van KnoopXL ontstaat een bredere behoefte aan voorzieningen. Dit wordt verder uitgewerkt in de gebieds- en projectkaders. Het is duidelijk dat zorg en welzijn en onderwijs moeten worden uitgebreid om de verwachte groei op te vangen. Daarnaast kunnen horeca (restaurants, koffiezaken en lunchrooms), culturele en recreatieve voorzieningen verder worden versterkt, passend bij het profiel van het Centrum. Detailhandel kan licht worden uitgebreid, met name vanwege KnoopXL, waar ruimte is voor een supermarkt, dagelijkse detailhandel en drogisterijen. Ook de behoefte aan een extra stadspark met de groene verbindingen en uitbreiding van speelvoorzieningen in het Centrum kunnen uitgewerkt worden.

Inpassing in de ruimte

Door de verdichting in de stad ontstaat extra ruimte. Als we de opgave stads-breed beschouwen, verwachten we dat er ruimte genoeg zal zijn voor de inpassing van de ruimtevraag voor voorzieningen. Het kan echter wel zo zijn dat er grote verschillen per gebied ontstaan. Niet alle voorzieningen hoeven een plek te krijgen op de begane grond. Voor bijna alle thema’s geldt dat er bij ruimtegebrek oplossingen op verdieping gevonden kunnen worden. 

Er zullen situaties ontstaan waar we te maken krijgen met veel ontstane ruimte. De inbedding van voorzieningen mag dan géén sluitpost worden: er moet altijd voldoende economisch en/ of sociaal draagvlak zijn om de voorziening structureel te kunnen exploiteren. Er mag dus geen over-programmering ontstaan. Daarom is het van groot belang dat in alle gebieds-en projectkaders en intakeadviezen het onderwerp ‘voorzieningen’ specifiek gemaakt wordt.

Verschillende soorten plekken, de juiste voorziening op de juiste soort plek.

Een stad is idealiter opgebouwd uit een mozaïek van verschillende soorten plekken, elk met een eigen sfeer, functie en dynamiek. Formele stedelijke ruimtes, zoals winkelstraten, woonwijken en kantorenparken, zijn ontworpen en ingericht volgens duidelijke regels en plannen. Ze bieden structuur, veiligheid en voorspelbaarheid – essentieel voor het dagelijkse functioneren van de stad. 

Tegenover geordende staan de zogeheten rauwe rafelranden – ongedefinieerde zones waar ruimte is voor experiment, creativiteit en tijdelijk gebruik. Ze hebben een onaf, informeel karakter en worden gebruikt voor uiteenlopende activiteiten zoals evenementen, stadslandbouw, tijdelijke woonvormen, innovatieve horeca of broedplaatsen voor verschillende sectoren. Juist door hun flexibiliteit en lage instapdrempel zijn rauwe plekken een belangrijke voedingsbodem voor vernieuwing en sociale initiatieven. 

Er zijn ook transformatiegebieden: plekken die zich in de overgang bevinden van oud naar nieuw. Hier ontstaan nieuwe combinaties van wonen, werken en recreëren, waarbij vaak elementen van de oude functie nog zichtbaar zijn. Deze zones vormen vaak de brug tussen het ruwe en het formele.

Samen zorgen deze verschillende soorten plekken voor de diversiteit en veerkracht van de stad. Ze bieden ruimte aan uiteenlopende mensen, ideeën en ontwikkelingen – en juist die mix maakt de stad levendig en toekomstbestendig.

Voorzieningen kunnen in alle soorten plekken ‘landen’, het kan zelfs zo zijn dat de verschijningsvorm van een bepaalde voorziening bijdraagt aan de identiteit van een gebied. Het is bijvoorbeeld voorstelbaar dat een lunchroom in het middensegment het best tot recht komt in een traditionele winkelstraat, terwijl een experimenteel horecaconcept goed past in een rauwe plek. Onderdelen van rauwe plekken en/of broedplaatsen kunnen dus onder de definitie voorzieningen vallen. Het gaat hier onder andere om exposities, concerten en clubbijeenkomsten.

Groei en verdichting van de stad betekent dat er gevaar dreigt om rauwe rafelranden te verliezen. Het is belangrijk deze toch te faciliteren, door bijvoorbeeld tijdelijke vergunningen af te geven voor plekken die braak liggen en experimenteerruimte in ruimtelijk beleid toe te staan, om rauwe plekken te laten ontstaan binnen bestaande structuren. Ook binnen dit kader is multifunctioneel ruimtegebruik een kans, bijvoorbeeld parkeergarages, pleinen of schoolterreinen kunnen buiten piekuren gebruikt worden voor andere initiatieven. Ook in een schaarse ruimte draait het bij rauwe plekken niet alleen om “extra” ruimte, en meer om anders denken over ruimtegebruik: tijdelijk, meervoudig, informeel en experimenteel. 

4.5 De plint – bij uitstek een plek voor voorzieningen

Door de verdichting van de stad ontstaat extra plintruimte, meer meters aan de begane grond. De uitstraling van de begane grond vormt misschien maar 10% van het gebouw, maar bepaalt wel 90% van de beleving op straat. 

De plint is bij uitstek een plek waarin ruimte gegeven kan worden aan functies die bijdragen aan de realisatie van onze stedelijke doelstellingen. Vooral horeca, detailhandel, cultuur en leisure kunnen goed landen in de plint en dragen hiermee bij aan de eigenheid van een gebied. Aanbod zorg en welzijn kan in de plint, maar dat hoeft niet. Voor de huisvesting van onderwijs en sport zijn er voorbeelden waarbij er goed gebruik wordt gemaakt van plintruimte, maar de ruimte voor deze activiteiten vraagt vaak om andere ruimtelijke vormgeving. In gebieden waar plintruimte ontstaat, is het verstandig een plintenstrategie te maken. De plintenstrategie biedt heldere kaders en handvatten bij het proactief bepalen van een optimaal plintprogramma per type of gebied of het reactief toetsen daarvan. Ook geeft het inzicht in welke instrumenten kunnen worden ingezet. De plintenstrategie geeft inzicht in:

  • Welke functie in welk deelgebied wenselijk is;

  • Welke ruimtelijke en ruimtelijk-functionele voorwaarden er gelden voor goed ontworpen en goed functionerende plinten;

  • Welke instrumenten een gemeente kan inzetten om te borgen dat de juiste functies ook op de juiste plaats landen.

Als onderdeel van het programma zijn een aantal kaders en richtlijnen samengesteld die dienen als uitgangspunten bij gebiedsgerichte plinten strategieën. De belangrijkste zijn:

  • De plint is de begane grond van een gebouw dat rechtstreeks in contact staat het met publiek. Het is de stad op ooghoogte.

  • Er is een wezenlijke publieksfunctie. In veel gevallen is sprake van functiemenging. 

  • De schaal van de plint varieert. Soms is het de plint van één gebouw, soms is het een strip en soms een hele straat. 

  • Plinten en hun functies hebben wisselwerking met de omgeving. Sommige functies passen goed in een gebied met bepaalde gebruiksdoelen, terwijl andere functies daar juist totaal niet passen. Daarbij mengen sommige functies niet goed met elkaar. In algemene zin geldt mengen wat kan, scheiden wat moet. 

  • De plint maakt het aantrekkelijker om in het gebouw te wonen, werken of verblijven. Er zou sprake moeten zijn van een indirecte waarde van de plint voor de eigenaar/belegger. Er is daarom maatwerk nodig om te komen tot de juiste aard, type, omvang, branchering en optimale locatie van het programma.

  • De plint moet gevuld zijn met een divers programma waar (maatschappelijke) dienstverlening, zorgfuncties, ateliers, werkplaatsen (aandacht voor laden en lossen), ‘makerspaces’, consument verzorgend ambacht, horeca, retail en wonen op straatniveau een plek kan krijgen.

  • Het ontwerp en de uitstraling van de begane grond moet aantrekkelijk zijn voor de voetganger en de bewoner. Gesloten, afgeplakte gevels zijn niet wenselijk.

  • Zowel de functies als architectuur dienen aantrekkelijk en afwisselend te zijn en zo bij te dragen aan de voetgangers-ervaring. 

  • De gevel dient een mate van openheid te hebben, maar niet alleen door het gebruik van glas. Het creëren van kleinere vensters draagt bij aan de privacy van de bewoners/gebruikers én geeft ruimte voor meer textuur van de gevel. 

  • Geluid bepaalt voor een groot deel hoe een gebruiker zijn omgeving ervaart. Gevels met te veel glas weerkaatsen bijvoorbeeld veel stadsgeluid. Dat is slecht voor de beleving. Bij gevels met veel glas raken mensen gehaast en voelen ze zich onprettig.

 

Met een goed samenspel tussen de hardware (het ontwerp en de kwaliteit van de straten, de gebouwen en de plint zelf), de ‘software’ (de functies en het gebruik van het gebied, de straat en de units) en de ‘orgware’ (het management en de coalities van eigenaren, ondernemers en bewoners) kunnen binnenstedelijke gebieden op ooghoogte interessant worden voor bewoners en bezoekers, en daarmee bijdragen aan een levendige en aantrekkelijke stad. 

afbeelding binnen de regeling

 

4.6 Stappenplan ruimtelijk advies 

In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe we tot een ruimtelijk advies voor gebiedskaders, projectkaders en Intakegesprekken komen. Belangrijke ingrediënten daarvoor zijn de toepassing van de richtlijnen en de toepassing van maatwerk rekening houdend met demografie, woonmilieus, mobiliteit en de druk op de huidige voorzieningen.

Zowel voor initiatieven die vanuit de gemeente worden geïnitieerd als voor initiatieven van derden geldt dat het proces begint met behoefteraming, ruimtelijke impact en mogelijke ruimtelijke inpassing. We verwachten dat een voorzieningenonderzoek een standaard vereiste wordt bij gebiedsontwikkelingen.

Het advies over de inpassing van voorzieningen in het fysieke landschap komt als volgt tot stand:

Stap 1

Inventarisatie van het aantal (nieuwe) woningen, het aantal (nieuwe) inwoners, de samenstelling van de bevolking, de sociaal economische situatie en de bestaande voorzieningen in de buurt. 

Stap 2

Toepassing van de Eindhovense Richtlijnen om inzichtelijk te krijgen welke ruimte gefaciliteerd moet worden. 

Stap 3

Kwantitatieve inventarisatie van de hiaten: hoe verhoudt zich de huidige situatie tot de gewenste situatie. 

Stap 4

Uitvoeren van een kwalitatieve analyse in samenwerking met de relevante interne afdelingen zoals onder andere Economie, Sociaal Domein, Ruimtelijk Domein, de sector Gebieden en Wijken en externe partners:

  • Wat is de beoogde richting van het gebied, in welke mate is er sprake van onderscheidend vermogen en een relevant profiel dat de keuze voor bepaalde voorzieningen beïnvloedt;

  • Welke invloed heeft de verkeersinfrastructuur op de haalbaarheid van het principe 15-minuten stad;

  • Met welke druk hebben de huidige voorzieningen te maken en wat is de verwachting voor de toekomst;

  • Welke trends en ontwikkelingen hebben invloed op de gewenste structuur;

  • Op welke manier kan er slim ingezet worden op multifunctioneel ruimtegebruik;

  • Op welke manier kan plintruimte worden ingezet.

 

Stap 5

In kaart brengen welke ruimtelijke ingrepen er gepleegd moeten worden en dit specifiek maken in gebiedskaders en intake-adviezen.

afbeelding binnen de regeling

Het uiteindelijke advies over de gewenste fysieke inbedding landt in gebiedskaders, projectkaders en intakeadviezen. De inhoud van de gebiedskaders en projectkaders wordt door de gemeente aangeboden aan belanghebbenden middels participatietrajecten. Wanneer het gaat om inpassing van voorzieningen door externe partners dan is de externe partner aan zet om te zorgen dat het participatietraject goed doorlopen wordt. Na vaststelling van de ruimtelijke impact en inpassing, wordt deze door vertaald naar uitvoering met inpassing in het omgevingsplan, concrete budgetten en verantwoordelijken. Vaststelling van het gebiedskader impliceert inspanning tot realisatie. Wanneer financiële dekking ter discussie staat, kan het voorkomen dat de financiële opgave separaat wordt uitgewerkt en voorgelegd wordt aan het bevoegd gezag.

Het overzicht van de voorzieningenstructuur kan gevisualiseerd worden per ontwikkelgebied. Dit kan helpen bij het monitoren van de ontwikkeling van het inpassen van voorzieningen in de fysieke ruimte. Het is een instrument om de aanpassing van de ruimte voor voorzieningen in relatie tot de groeiende en veranderende stad te monitoren en blijven begeleiden. Hierdoor kan worden beoordeeld of de verdeling van functies in lijn is met de gestelde doelen voor een gezonde en evenwichtige stadsontwikkeling. Indien nodig kunnen plannen worden aangepast om een betere balans te bereiken. 

Hieronder is een indicatief voorbeeld van de ontwikkeling in WoensXL te zien: van eenzijdig consumeren naar multifunctioneel verblijven. Bij dit voorbeeld is er uitgegaan van de toepassing van de Eindhovense Richtlijnen, de ambities in de visie en de voorlopige aanname op woningbouw.

afbeelding binnen de regeling

 

Intake

Initiatieven van externe initiatiefnemers die niet direct in het omgevingsplan passen, zoals de transformatie van een bedrijfspand of horecagelegenheid naar woonruimte, komen terecht bij de afdeling Intake. Elk ingediend plan wordt eerst beoordeeld door de Strategische Intaketafel, een integraal adviesorgaan binnen de gemeente dat de wenselijkheid en kansrijkheid van het initiatief beoordeelt. Vervolgens wordt bepaald onder welke voorwaarden een initiatief (al dan niet) goedkeuring krijgt om verder te worden uitgewerkt in een concreet project of vergunningaanvraag. Ook worden kansen ter inspiratie meegegeven aan de initiatiefnemers. 

De mogelijkheden om bij aan een initiatief ook voorzieningen toe te voegen worden besproken aan de Intaketafel. In dat geval nodigt de Intaketafel de expertise van het Team Voorzieningen uit om mee te denken en advies uit te brengen over draagvlak, omgevingsfactoren, kansen en bedreigingen.

Andere initiatieven

Vragen over de mogelijke kansen voor voorzieningen komen op veel manieren binnen bij de organisatie. Het kunnen vragen van ondernemers zijn die binnenkomen bij het ondernemersloket, er komen verzoeken vanuit de interne organisatie om mee te denken over de kansrijkheid van voorzieningen bij kleine projecten of er leven bestuurlijke wensen. 

Alle initiatieven, vragen of afwegingen worden getoetst bij het Team Voorzieningen. Op deze manier borgen we één aanspreekpunt, overzicht en een plek waar afwegingen plaats vinden en adviezen gegeven worden. Zo voorkomen we mogelijke overlap en/of hiaten en kunnen we efficiënt werken.

5 Realisatie van de voorziening

5.1 Rollen en verantwoordelijkheden 

De uitvoering zet in op een integrale en samenwerkingsgerichte aanpak. Dit vraagt om heldere communicatie en afstemming tussen de verschillende partijen en disciplines die betrokken zijn bij de realisatie van de voorziening. In geen van de gevallen ligt realisatie van een bepaalde voorziening geheel bij de gemeente. De rol die de gemeente neemt is van veel factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld van wetgeving en eigendomspositie. Hieronder volgt een opsomming van rollen en verantwoordelijkheden per thema:

Zorg en Welzijn

Eerstelijns medische zorg:

Eerstelijns medische zorgverleners bepalen deels zelf waar ze zich vestigen, binnen de mogelijkheden die gemeenten en verzekeraars bieden.

Beroepsorganisaties, zoals de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), adviseren over spreiding en vestigingsbeleid. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar eerstelijns medische zorgvoorzieningen, zoals gezondheidscentra en huisartsenpraktijken, zich kunnen vestigen, rekening houdend met bevolkingsgroei, vergrijzing en stedelijke ontwikkeling. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun verzekerden toegang hebben tot voldoende en kwalitatieve eerstelijns zorg in hun regio.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelt landelijke kaders en beleid op om een evenwichtige spreiding van zorgvoorzieningen te waarborgen. Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houden toezicht op de toegankelijkheid van zorg.

De gemeente speelt een beperkte rol bij de financiering en organisatie van eerstelijns zorg in Nederland. We zijn verantwoordelijk voor de financiering van zorg en ondersteuning vanuit de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Jeugdwet richt zich o.a. op opvoedondersteuning, opvang en begeleiding, jeugd-GGZ, de Wmo op huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding. Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen vallen ook onder de Wmo. Daarnaast hebben we als gemeente te maken met de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet). Daarmee hebben we een wettelijke taak in het mogelijk maken van opvanglocaties voor asielzoekers. 

Daarnaast investeert de gemeente op basis van de Wet Publieke Gezondheid (WPG) in preventieve maatregelen en welzijnsactiviteiten om de gezondheid van hun inwoners te bevorderen.

Tweedelijns medische zorg:

Deze specialistische zorg is alleen toegankelijk via een verwijzing en wordt vaak verleend in ziekenhuizen, GGZ instellingen of zorginstellingen (verzorging en verpleging). De ruimtelijke spreiding van tweedelijnszorgaanbieders in Nederland wordt beïnvloed door verschillende partijen, elk met een eigen rol en verantwoordelijkheid. Ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra en GGZ-instellingen bepalen grotendeels zelf waar ze zich willen vestigen. De spreiding van tweedelijnszorg wordt niet door één partij bepaald, maar is een samenspel tussen de overheid (VWS, NZa, gemeenten en provincies), zorgverzekeraars, zorgaanbieders en regionale samenwerkingsverbanden.

De gemeente speelt geen directe rol in de financiering van tweedelijnszorg in Nederland. Dit wordt voornamelijk gefinancierd via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Zorgverzekeraars sluiten contracten af met zorgaanbieders en vergoeden de kosten van deze zorg.

Consultatiebureaus:

Gemeenten zijn wettelijk verplicht om jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan te bieden, waaronder consultatiebureaus vallen. Hun taken zijn:

  • Zorgen voor een goede spreiding van consultatiebureaus in samenwerking met de GGD of andere JGZ-aanbieders.

  • Ruimtelijke ordening en bepalen waar consultatiebureaus zich kunnen vestigen.

  • Faciliteren van toegang tot jeugdgezondheidszorg voor alle inwoners.

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de financiering van consultatiebureaus in Nederland. Ze zijn verantwoordelijk voor de financiering van de jeugdgezondheidszorg. Dit wordt gefinancierd vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg).

Verloskundigenpraktijken:

Voor verloskundigenpraktijken hebben gemeenten géén directe verplichting, maar zij kunnen wel helpen bij vestigingslocaties via omgevingsplannen. Verloskundigen werken zelfstandig en bepalen grotendeels zelf waar ze een praktijk vestigen.

De Nederlandse Vereniging van Verloskundigen (KNOV) adviseert over spreiding en capaciteit.

Kinderopvang:

De ruimtelijke spreiding van kinderopvang is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, kinderopvangorganisaties, de GGD en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft invloed op de spreiding via beleid rondom voorscholen en kindcentra.

Gemeenten zijn de belangrijkste partij voor de ruimtelijke spreiding van kinderopvang. Kinderopvangorganisaties bepalen zelf waar zij een locatie willen vestigen, maar zijn hierbij naast planologische regels afhankelijk van beschikbaarheid van geschikte panden en vraag en aanbod in een verzorgingsgebied. Veel kinderopvanglocaties worden geïntegreerd met basisscholen en brede scholen. Schoolbesturen spelen daarom een rol in de vestiging en samenwerking met kinderopvangorganisaties.

Versteviging Sociale basis

Dit gaat het over de plekken (gebouwen) en organisaties waarin mensen samenkomen. Denk aan de bibliotheek of een buurthuis. Maar het gaat ook om de formele voorzieningen zoals een vrijwilligerssteunpunt of een welzijnsorganisatie. De rol voor de lokale overheid is om te zorgen dat deze instituties bereikbaar en beschikbaar zijn van mensen, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidies.

Door te investeren in de institutionele sociale basis kan de rest van de sociale basis floreren.

Jongerencentra:

Gemeenten zijn de belangrijkste partij bij de spreiding van jongerencentra, omdat zij beleid en financiering bepalen voor jeugdvoorzieningen en omgevingsplannen vaststellen, waarmee ze bepalen waar jongerencentra mogen worden gevestigd. Gemeenten werken vaak samen met vastgoedontwikkelaars en woningcorporaties om geschikte locaties voor jongerencentra te vinden, vooral in nieuwe woonwijken.

Buurtontmoeting - Buurthuizen

In Nederland bestaan er geen landelijke wettelijke verplichtingen voor buurthuizen, maar de Rijksoverheid stimuleert hun ontwikkeling via sociale beleidsprogramma's. Buurthuizen vallen vaak onder bredere beleidskaders zoals participatiewetgeving, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en integratiebeleid. Gemeenten spelen de belangrijkste rol bij de spreiding van buurthuizen; ze bepalen waar en hoeveel buurthuizen nodig zijn op basis van demografische gegevens, zoals leeftijdsopbouw, inkomensniveau en bevolkingsdichtheid. Gemeenten zijn de belangrijkste financiers van buurthuizen. Ze verstrekken subsidies voor huisvesting, onderhoud, huur of renovatie van gebouwen, exploitatiekosten en budgetten voor activiteiten. 

Bibliotheken

Overheden spelen een cruciale rol bij de spreiding en financiering van bibliotheken, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de toegang tot kennis, educatie, en culturele voorzieningen. 

In Nederland stelt het Rijk de wettelijke kaders vast via de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). Gemeenten beslissen over de exacte locaties van vestigingen op basis van demografie, stedelijke ontwikkeling, en behoeften van de gemeenschap. Ze zorgen ervoor dat bibliotheken goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en gevestigd zijn op centrale plekken en zijn de belangrijkste financiers van lokale openbare bibliotheken. 

Onderwijshuisvesting

De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke spreiding van onderwijsinstellingen in Nederland ligt voornamelijk bij de gemeenten. 

Binnen het thema onderwijs zijn er ook particuliere commerciële aanbieders actief. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar commerciële spelers zich kunnen vestigen, rekening houdend met demografie en stedelijke ontwikkeling.

Sporthuisvesting

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de planning, aanleg en het onderhoud van sportaccommodaties zoals sporthallen, buitensportvelden en zwembaden

Ze werken vaak samen met lokale sportverenigingen en maatschappelijke organisaties om sport- en beweegbeleid te ontwikkelen en uit te voeren. Daarnaast speelt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een ondersteunende rol. 

Binnen het thema sport en bewegen zijn er ook particuliere commerciële aanbieders actief. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar commerciële spelers zoals bijvoorbeeld sportscholen, zich kunnen vestigen, rekening houdend met demografie en stedelijke ontwikkeling.

Speeltuinen, speelplekken

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de planning, aanleg en het onderhoud van speelvoorzieningen in de openbare ruimte.

Daarnaast werken gemeenten vaak samen met lokale organisaties, zoals buurtverenigingen en scholen, om de behoeften van de gemeenschap in kaart te brengen en speelplekken te realiseren die aansluiten bij de wensen van de bewoners.

Binnen het thema spelen zijn er ook particuliere commerciële aanbieders actief. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar commerciële spelers zoals bijvoorbeeld speelparadijzen, zich kunnen vestigen, rekening houdend met demografie en stedelijke ontwikkeling.

Horeca en detailhandel

Gemeenten bepalen waar horecazaken en detailhandelszaken zich kunnen vestigen en aan welke regels zij moeten voldoen. Dit gebeurt binnen de kaders van de Omgevingswet, die gemeenten de ruimte biedt om eigen keuzes te maken in hun beleid.

Gemeenten beslissen bijvoorbeeld hoeveel horeca en detailhandel zij willen toestaan in bepaalde gebieden, of zij deze willen spreiden of concentreren, en hoe zij de bereikbaarheid willen regelen. 

Cultuur

De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke spreiding van het cultuuraanbod in Nederland wordt gedeeld door het Rijk, provincie en de gemeente. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale cultuuraanbod, zoals podia, bibliotheken, muziekscholen en gemeentelijke musea. Ze zorgen voor de accommodaties van culturele instellingen en de financiering van het beheer van gemeentelijke collecties. 

Gemeenten verstrekken subsidies aan lokale culturele instellingen zoals musea, podia- en presentatieplekken, producerende instellingen, festivals, voorzieningen voor cultuureducatie en cultuurparticipatie

Deze subsidies helpen bij de exploitatie, programmering en onderhoud van deze instellingen. 

In Eindhoven is op het gebied van cultuur de rol van fonds, expert en verbinder neergelegd bij de Stichting Cultuur Eindhoven. Als fonds verdeelt de Stichting Cultuur Eindhoven subsidies voor kunst en cultuur in Eindhoven en legt verantwoording af over de verdeling en impact van de middelen. In de rol van expert adviseert de Stichting Cultuur Eindhoven diverse stakeholders en ontwikkelt het beleid met betrokken partijen. Tot slot versterkt en creëert Cultuur Eindhoven netwerken en zorgt het voor een grotere zichtbaarheid van en draagvlak voor kunst en cultuur in de stad.

Parken

In Eindhoven is het Trefpunt Groen een contractpartner. De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke spreiding van parken in Nederland ligt voornamelijk bij de gemeenten en provincies:

 

  • a.

    Gemeenten: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de planning, aanleg en het onderhoud van parken en groene ruimtes binnen hun grenzen. Ze ontwikkelen omgevingsplannen, programma’s en lokale beleidsplannen om ervoor te zorgen dat er voldoende groene ruimte is voor recreatie en natuur. Dit wordt gefinancierd vanuit gemeentelijke budgetten. In voorkomende gevallen wordt bij gemeente overschrijdende (landschaps)projecten de samenwerking gezocht met omliggende gemeenten.

  • b.

    Provincies: Provincies voeren samen met betrokken gemeenten het provinciale landschapsbeleid uit. Het doel is om daarmee te zorgen voor voldoende groene ruimte in en rondom stedelijke gebieden. Dit vraagt om een grotere provinciale inspanning. Ze coördineren in een aantal gevallen ook regionale projecten en initiatieven die bijdragen aan de vergroening van de leefomgeving.

Voor wat betreft recreatief water spelen waterschappen een rol. Eindhoven werkt samen met Waterschap De Dommel aan een integrale wateraanpak. In het Waterbeheerprogramma 2022–2027 van het waterschap wordt het belang van waterbeleving en recreatie benadrukt. Watersporters hebben te maken met Natura 2000 maatregelen of de ‘kaderrichtlijn water’ (KRW). 

Samenvattend:

Een gemeente speelt een cruciale rol bij de realisatie zoals bij scholen, sport en spelaccommodaties, bepaalde zorg- en welzijnscentra en sommige culturele instellingen. Voorzieningen worden echter ook door andere partijen dan de gemeente gerealiseerd. Dit gebeurt vaak wanneer private of maatschappelijke organisaties een rol spelen in het ontwikkelen, beheren of financieren van voorzieningen. 

Wettelijke taken

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor omgevingsplannen en bestemmingsplannen. We moeten ervoor zorgen dat het voor initiatiefnemers binnen het thema voorzieningen planologisch mogelijk gemaakt wordt om zich te vestigen in gebieden waar behoefte ontstaat. Voor onderwijshuisvesting hebben we te maken met een wettelijke taak. Deze uitbreidingsbehoefte is opgenomen in het IHP Onderwijs en is volledig gedekt in meerjarenbegrotingen. 

Rol van de Gemeente Eindhoven

De aanpak voorzieningen is een combinatie van planologische, juridische en financiële maatregelen die de gemeente en private partners inzetten om de ontwikkeling op het gebied van voorzieningen in de stad in balans te houden. De realisatie van alle andere voorzieningen is niet onze wettelijke taak. Desalniettemin voelen we wel de verantwoordelijkheid om samen met onze partners te streven naar de optimalisatie van onze structuur. Dit vraagt om de inzet van verschillende vormen van instrumentaria.

De gemeente heeft altijd een rol wanneer het gaat om de ruimtelijke inpassing, (planologie en ruimtelijke ordening) maar kan ook aanvullende acties ondernemen om ervoor te zorgen dat gewenst aanbod op de gewenste plek gaat landen:

Regisseren en beleid maken:

We stellen visies en richtinggevend beleid op en vertalen dat naar ruimtelijke impact. Deze vertaling landt in gebiedskaders, projectkaders en intakeadviezen. Na vaststelling van de kaders nemen we de ruimtelijke impact mee in omgevingsplannen en eventueel verordeningen en faciliteren initiatiefnemers bij vestiging, eventueel met vergunningverlening en het versnellen van procedures. Dit instrument is van toepassing op alle soorten van voorzieningen.

Netwerkvorming & bemiddeling: 

We kunnen partijen bij elkaar brengen en samenwerking bevorderen. Het ondersteunen van innovatieve proefprojecten en nieuwe concepten past hier ook bij. 

afbeelding binnen de regeling

Financieren & Subsidieverlening:

Hierbij kan sprake zijn van directe financiering, subsidiering of het inzetten van stimuleringsfondsen. Afhankelijk van politieke besluitvorming, kan dit een instrument zijn voor alle typen voorzieningen. Samenwerking tussen publieke en private partijen (PPS) kan opgezet worden om gezamenlijke financiering te organiseren. Hulp aan organisaties bij het verkrijgen van financiering door borgstellingen of gemeentelijke leningen zijn ook vormen van financiële steun. 

Grondeigendom & Ontwikkeling:

Om maximaal grip te krijgen op een ontwikkeling kunnen we ervoor kiezen om zelf vastgoed te verwerven, ontwikkelen en te verkopen en de exploitatie en beheer voor eigen rekening te nemen. In sommige gevallen is ook het gebruik van de openbare ruimte dienstbaar aan het faciliteren van voorzieningen.

Een gemeente kan bepaalde voorzieningen willen stimuleren om diverse maatschappelijke, economische en ruimtelijke doelen te bereiken. Versterking van de sociale samenhang, het voorkomen gezondheidsproblemen en preventie van maatschappelijke problemen zijn belangrijke beweegredenen. Ook vanuit economische motieven kan er behoefte aan stimulering ontstaan. De ontwikkeling van voorzieningen, zoals winkelcentra en horecaclusters, trekt ondernemers aan en creëert banen. Culturele voorzieningen kunnen de lokale economie versterken door toeristen en bezoekers aan te trekken. Daarnaast kunnen goed ontwikkelde voorzieningen de waarde van woningen en bedrijfspanden verhogen. Er zijn verschillende redenen denkbaar waarom een gemeente extra zou willen inzetten op de realisatie van voorzieningen. Dit proces gaat echter gepaard met politieke afwegingen waarin verschillende belangen, financiële mogelijkheden en beleidsdoelen tegen elkaar worden afgewogen.

5.2 Knelpunten en uitdagingen 

We streven ernaar om een leefbare omgeving te creëren waarin voorzieningen met een maatschappelijke impact toegankelijk zijn voor inwoners. Echter, de maakbaarheid van voorzieningen is niet alleen afhankelijk van gemeentelijke besluitvorming, maar ook van de besluitvorming van andere overheden en private partijen. 

De realisatie van voorzieningen is complex, zeker als er meerdere belanghebbenden bij betrokken zijn. 

Financierbaarheid

De opgave die voor ons ligt is deels financieel voorzien. Er ligt dus nog een aanvullende vraag die verder uitgewerkt moet worden. De exacte kosten kunnen pas in beeld worden gebracht zodra er duidelijkheid is over zowel de soort voorziening als de wijze van exploitatie. Deze twee elementen zijn bepalend voor zowel de eenmalige investeringskosten als de structurele lasten. De soort voorziening bepaalt in grote mate de aard en omvang van de benodigde investeringen. Een sporthal brengt andere eisen en kosten met zich mee dan bijvoorbeeld een buurthuis of speeltuin. Zaken als onder andere bouwvolume, technische voorzieningen, inrichting en locatie spelen hierbij een cruciale rol. Daarnaast is de exploitatie van de voorziening van directe invloed op de structurele kosten. Denk hierbij aan personeelsinzet, energieverbruik, onderhoud, schoonmaak en eventuele inkomsten uit verhuur of gebruik. Ook de keuze voor gemeentelijke exploitatie of uitbesteding aan een externe partij of vrijwilligersorganisatie maakt een wezenlijk verschil in de exploitatiekosten.

Pas wanneer de aard van een voorgenomen voorziening en de invulling van het beheer helder zijn, kan een realistische en onderbouwde kostenraming worden opgesteld.

Financiële aspecten, zoals strakke financiële kaders en de concurrentie met andere prioriteiten hebben grote invloed. Sommige voorzieningen zijn maatschappelijk wenselijk maar economisch niet rendabel. Klimaatdoelen vragen om energiezuinige en circulaire bouw, wat aanvankelijk duurder is en voorzieningen moeten bestand zijn tegen hitte, wateroverlast en droogte, wat extra eisen stelt aan de inrichting. Daarnaast moeten voorzieningen geschikt zijn voor diverse doelgroepen, wat soms om extra investeringen vraagt. Beheer, onderhoud, reiniging en overige kosten om voorzieningen in stand te houden vragen om structurele financiering.

Bezwaarprocedures

Als de ruimtelijke neerslag van een voorziening vraagt om aanpassing van een omgevingsplan en vergunningsprocedures kan dit leiden tot een tijdrovend proces en stuiten op bezwaarprocedures. Het is mede daarom verstandig om omwonenden en belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken, wat soms leidt tot vertraging door bezwaren of extra eisen. Sommige voorzieningen kunnen weerstand oproepen bij belangenorganisaties of bewoners. Verder vraagt de nieuwe Omgevingswet om integrale afwegingen, wat besluitvorming complexer maakt.

Krappe arbeidsmarkt

Een krappe arbeidsmarkt is een knelpunt bij de realisatie van voorzieningen omdat het leidt tot personeelstekorten en hogere kosten, wat de planning, bouw en exploitatie van voorzieningen bemoeilijkt. Er is een groot tekort aan bouwvakkers, installateurs, en technici die nodig zijn voor de bouw en installatie van nieuwe voorzieningen zoals scholen, sportaccommodaties en zorgcentra. Door een tekort aan personeel lopen bouwprojecten vertraging op, waardoor de oplevering van voorzieningen langer duurt dan gepland.

Niet alleen de bouw, maar ook de exploitatie van voorzieningen zoals scholen, kinderopvang, zorginstellingen en buurthuizen kampt met personeelstekorten. Door een tekort aan leraren, zorgpersoneel of welzijnswerkers kunnen voorzieningen minder mensen bedienen en kan de kwaliteit van dienstverlening onder druk komen te staan.

Energievoorziening

Problemen met energievoorziening kunnen een groot obstakel vormen bij het vestigen van nieuwe voorzieningen. Bedrijven en instellingen kunnen vestiging uitstellen of verplaatsen als energievoorziening onzeker is. Maatschappelijke voorzieningen zoals ziekenhuizen of scholen kunnen beperkt worden in hun diensten als betrouwbare energievoorziening niet gegarandeerd is.

Samenwerking met de regio

Inwoners maken vaak gebruik van voorzieningen in aangrenzende gemeentes, bijvoorbeeld voortgezet onderwijs of sportfaciliteiten. Dit kan voor druk op de infrastructuur en financiering zorgen. Er kunnen situaties ontstaan waarbij discussies ontstaan over profijt versus facilitering wat kan leiden tot discussies over kostenverdeling. 

Met de integrale regionale aanpak kunnen we beter met elkaar samenwerken als het gaat over spreiding, maar het vraagt om blijvende intensieve coördinatie.

6 Prioritering en kansen, monitoring en evaluatie

6.1 Prioritering en kansen

Inleiding

Door de toepassing van de richtlijnen en deze te vergelijken met de bestaande situatie, hebben we een eerste beeld over waar de uitdagingen zich nu bevinden en waar de opgave gaat ontstaan rekening houdend met schaalsprong, zowel per thema als per stadsdeel. Zoals eerder aangegeven, is de inschatting dat er ongeveer 200.000m2 nodig is om alle voorzieningen in te kunnen passen. Deze opgave is gebaseerd op monofunctioneel gebruik en eventuele ruimteclaims voor topvoorzieningen zijn niet meegenomen. De inzet op multifunctionele accommodaties is een kans, hiermee wordt ruimte efficiënter gebruikt en hiermee wordt interactie tussen verschillende gebruikers bevorderd.

Prioritering en kansen

De prioriteit op korte termijn gaat over voorzieningen waar een groot verschil is tussen de huidige situatie en de richtlijn, en/ of waar nu al sprake is van onevenredige druk. Als we de opgave beschouwen dan zien we voor de korte termijn de volgende prioriteiten en kansen ontstaan, in willekeurige volgorde:

Verbetering in toegang tot eerstelijns medische zorg, met name in Woensel Noord, Woensel Zuid, Gestel, Strijp en Centrum

Problematiek

In bovengenoemde stadsdelen hebben we in algemene zin te maken met problemen in de toegankelijkheid van eerstelijns medische zorg. (Zie uitwerking: Hoofdstuk 4, voorzieningen per stadsdeel.)

Dit vormt op meerdere vlakken een probleem; de eerste lijn voorkomt zwaardere en duurdere zorg in ziekenhuizen of instellingen, wachtlijsten bij huisartsen kunnen leiden tot verergering van klachten, waardoor er kans is op meer beroep op crisisopvang, spoedeisende hulp of dure zorgvormen. Preventie en vroeg-signalering door bijvoorbeeld huisartsen of wijkverpleegkundigen kan voorkomen dat er een beroep gedaan moet worden op dure jeugdhulp of langdurige ondersteuning via Wmo.

Belang goede spreiding

Een goede spreiding en beschikbaarheid van eerstelijns medische zorg is essentieel voor wijkontwikkeling, inclusie en leefbaarheid. Gebrek aan eerstelijns medische zorgvoorzieningen maakt wijken minder aantrekkelijk. 

Rol gemeente

Verbetering van de toegankelijkheid tot eerstelijns medische zorg draagt direct bij aan de gezondheid en zelfstandigheid van inwoners en de leefbaarheid in wijken. Hoewel eerstelijnszorg geen gemeentelijke kerntaak is, hebben we degelijk een belangrijke rol. 

Wat stellen we voor:

We kunnen faciliteren in ruimtevragen van de zorgpartners, een rol spelen in betere integrale samenwerking, innovatieve initiatieven ondersteunen en bijdragen aan het tijdig signaleren van knelpunten. 

  • We richten één centraal aanspreekpunt in voor partners in de zorg, we maken dit een apart onderdeel van het ondernemersloket. 

  • We betrekken de huisvestingsvraag van de zorgpartners bij onze matchmakingactiviteiten, zowel voor huisvesting als toegang tot innovatieve concepten.

  • Het onderwerp huisvesting maken we een structureel agendapunten tijdens de overleggen met de zorgpartners.

  • We borgen huisvesting in gebiedskaders en omgevingsplannen.

 

Uitbreiding commerciële sportvoorzieningen;

Problematiek

Commerciële sportaanbieders (zoals fitnessketens, padelclubs, klimhallen, dansscholen, etc.) zijn een relevante aanvulling op het sportaanbod. Juist door hun laagdrempelige en toegankelijke karakter vervullen zij een belangrijke functie binnen het bredere voorzieningenaanbod. Toegang tot commerciële sportvoorzieningen helpt bij het motiveren van doelgroepen tot meer bewegen.

Belang goede spreiding

Zonder regie kan vestiging leiden tot ruimtelijke scheefgroei, toegankelijkheidsproblemen of onevenredige belasting van bepaalde wijken. Het ontbreekt nu aan richting, we hebben geen kaders voor de spreiding en vestigingsvoorwaarden van commerciële sportvoorzieningen. Dat is onwenselijk omdat dit raakt aan belangrijke thema’s zoals leefbaarheid, gezondheid, bereikbaarheid, ruimtelijke ordening en sociale gelijkheid. Regie op vestiging en spreiding maakt het mogelijk om sportvoorzieningen strategisch te spreiden, af te stemmen op wijkbehoeften en maatschappelijk rendement te verhogen.

Rol gemeente

Hoewel commerciële sportvoorzieningen vanuit de markt opereren, heeft de gemeente een belangrijke rol in het ruimtelijk mogelijk maken van een evenwichtige spreiding en toegankelijkheid. Door commerciële sportaanbieders strategisch te positioneren binnen het voorzieningenbeleid, wordt het sportlandschap versterkt. 

Wat stellen we voor:

Via gebiedskaders en het omgevingsplan bepalen we waar commerciële sportvoorzieningen gewenst zijn. Door actief ruimte te bieden op goed bereikbare locaties kunnen we de spreiding en toegankelijkheid bevorderen. We bewaken hierbij de balans tussen commerciële en maatschappelijke sportvoorzieningen. Door het sportlandschap integraal te benaderen kan gestuurd worden op complementariteit in plaats van concurrentie. 

We kunnen faciliteren in ruimtevragen van de initiatiefnemers, zolang deze passen in het bovengenoemde ruimtelijk kader. 

  • We beantwoorden vragen over huisvesting en regelgeving via het ondernemersloket. 

  • We betrekken de huisvestingsvraag bij onze matchmakingactiviteiten.

  • We verlenen subsidie bij vestiging in wijkcentrumgebieden en radialen, mits de aanvraag valt binnen de subsidievoorwaarden.

  • We borgen huisvesting in gebiedskaders en omgevingsplannen.

 

Uitbreiding laagdrempelige en toegankelijke sport- en speelvoorzieningen

Spelen en bewegen voor kinderen in de openbare ruimte is belangrijk voor het welzijn van onze jonge inwoners. De speelplaatsen liggen goed verspreid over de stad, met uitzondering van het Centrum. Het aantal speelplekken in de gemeente moet lineair meegroeien met de stad. Rekening houdend met de verwachte groei tot 2040 betekent dit een toevoeging van ongeveer 125 kleine speelplekken en één grote speeltuin

Belang goede spreiding

Een goede spreiding van sport- en speelvoorzieningen zorgt voor betere toegankelijkheid voor alle inwoners, ongeacht waar ze wonen. Hierdoor kunnen meer mensen makkelijk deelnemen aan sport en spel, wat bijdraagt aan een gezondere levensstijl en het bevorderen van welzijn. Daarnaast bevorderen goed geplaatste voorzieningen sociale cohesie doordat ze ontmoetingsplekken bieden waar bewoners uit verschillende wijken samenkomen. Ook draagt het bij aan de veiligheid, vooral voor kinderen, omdat zij niet ver hoeven te reizen naar speelplaatsen. Bovendien voorkomt een evenwichtige spreiding dat bepaalde locaties overbelast raken, waardoor de kwaliteit van gebruik behouden blijft. Dit stimuleert vooral jeugd om actief buiten te spelen en bevordert zo hun fysieke en mentale gezondheid.

Rol gemeente

De realisatie van speelplekken is een verantwoordelijkheid van de gemeente, al is dit geen wettelijke taak. Hierbij is van belang dat bij de financiering niet alleen de aanleg, maar ook het beheer en onderhoud structureel financieel worden geborgd om deze in stand te kunnen houden. 

Wat stellen we voor:

Met het vaststellen van de begroting voor 2025 zijn extra middelen (€1,5 miljoen) vrijgemaakt om op korte termijn (2025 en 2026) te investeren in beweegvoorzieningen (sport en spelen) in de openbare ruimte in het kader van het Integraal Huisvestingsplan Sport. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de huidige stand van zaken van de speelplekken en openbare sportvoorzieningen. De uitkomsten van dit onderzoek worden vertaald naar een uitvoeringsagenda. Bij uitbreiding van het aantal speelvoorzieningen, streven we ernaar om dit te doen op de plekken waar de schaarste het grootst is. De daadwerkelijke locatiekeuzes en invulling wordt bepaald door de herziene kaders en thema’s waarop sporten en spelen in de openbare ruimte wordt vormgegeven. 

Uitbreiding koffiezaken, lunchrooms en restaurants buiten de ring

Problematiek

De aanwezigheid van dit type horeca is zeer beperkt buiten de ring, in alle stadsdelen. Het uitbreiden van koffiezaken, lunchrooms en restaurants buiten de ring, heeft een aantoonbare positieve  invloed op de leefbaarheid in wijken. Dergelijke voorzieningen dragen in belangrijke mate bij aan de sociale structuur en dynamiek van de buurt. In wijken waar deze ontmoetingsplekken floreren, is meer ruimte voor informele sociale interactie, wat kan leiden tot een vergroot  gevoel van gemeenschapszin. Daarnaast dragen horecavoorzieningen bij aan een levendige openbare ruimte, wat de verblijfskwaliteit en het veiligheidsgevoel in de wijk positief beïnvloedt. 

Belang goede spreiding

Een ongelijke spreiding van horecavoorzieningen leidt tot een scheve verdeling van leefkwaliteit tussen wijken. Waar sommige gebieden profiteren van een aantrekkelijk voorzieningenaanbod, blijven andere achter. Dit vergroot sociaaleconomische verschillen en ondermijnt het streven naar een evenwichtige en inclusieve stadsontwikkeling. Het verbeteren van de spreiding en bereikbaarheid van kleinschalige horecavoorzieningen is dan ook een relevante opgave binnen het bredere voorzieningenbeleid.

Rol gemeente

De gemeente vervult een belangrijke rol in het bevorderen van de spreiding en beschikbaarheid van horecavoorzieningen als onderdeel van een leefbare en inclusieve stad. Hoewel de ontwikkeling van horeca in principe markt-gedreven is, vraagt het realiseren van een evenwichtig, toegankelijk en passend aanbod om actieve betrokkenheid van de gemeente als regisseur, facilitator en verbinder.

Wat stellen we voor:

  • We maken op wijkniveau inzichtelijk waar sprake is van een tekort aan kleinschalige horecavoorzieningen. Dit vormt input voor ruimtelijke keuzes, met het doel om ongelijkheid in toegang tot voorzieningen te verminderen. Met ruimtelijke plannen en het vergunningenstelsel, gaan we actief sturen op de inpassing van kleinschalige horeca in wijken buiten de ring, met oog voor de omgeving, leefkwaliteit en draagvlak.

  • We ondersteunen maatschappelijke en kleinschalige ondernemersinitiatieven actief, onder meer via matchmaking tussen relevante partijen, hulp bij vragen over vergunningen en regelgeving, placemaking en toegang tot lokale samenwerkingsverbanden. 

  • We verlenen subsidie bij vestiging in wijkcentrumgebieden en radialen, mits de aanvraag valt binnen de subsidievoorwaarden.

Toegang tot groene verblijfsplekken.

Problematiek

Toegankelijke en aantrekkelijke groene verblijfsplekken zijn van cruciaal belang voor het welzijn van inwoners, het functioneren van buurten en het behalen van bredere maatschappelijke doelen op het gebied van gezondheid, klimaat en inclusiviteit. Op dit moment hebben een groot aantal inwoners niet binnen vijf minuten toegang tot een groene verblijfsplek.

Belang goede spreiding

Toegang tot dergelijke plekken is geen luxe, maar een fundamenteel onderdeel van een toekomstbestendige en sociaal rechtvaardige leefomgeving.

Rol gemeente

De gemeente heeft een centrale verantwoordelijkheid in het waarborgen van de toegankelijkheid van groene verblijfsplekken voor alle inwoners. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit haar taak op het gebied van ruimtelijke ordening, openbare ruimte, volksgezondheid en inclusiviteit. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke bereikbaarheid, maar ook om sociale toegankelijkheid, veiligheid en gebruikskwaliteit.

Wat stellen we voor:

De groene wiggen liggen voor het grootste gedeelte buiten de ring. In de Omgevingsvisie is te lezen dat dat het toevoegen van nieuw groen binnen de ring een belangrijke opgave is. De verdichting van het centrum en de Kanaalzone zorgt nu al voor een toename van het aantal inwoners, waardoor de behoefte aan groene verblijfsplekken in deze gebieden verder groeit. We stellen daarom voor de aanleg van extra groene verblijfsplekken met een oppervlakte van 5.000m2 tot 10.000m2 in de Kanaalzone en het Centrum te prioriteren.

Dit kan concrete uitwerking krijgen in de gebieds- en projectkaders die nu gemaakt worden.

Uitbreiding van kinderopvang en buitenschoolse opvang

Problematiek

Door ruimtegebrek en personeelstekort is uitbreiding van kinderopvang vaak niet haalbaar, terwijl de vraag blijft stijgen. In het centrum is er een tekort aan ruimte en dit zal in de toekomst alleen maar toenemen vanwege de inwonersgroei. In Strijp en Gestel speelt ook een ruimtevraag. Op Strijp-S is er bijvoorbeeld bijna geen locatie te vinden met buitenruimte, terwijl dit wel een goede plek zou zijn.  

Aanpak

Om meer inzicht te krijgen in de vraag, wordt een aanvullend onderzoek uitgevoerd, in samenwerking met de kinderopvangorganisaties. Hierin wordt per wijk aangeven wat de behoefte zal zijn aan kinderdagopvang, na- en voorschoolse opvang. Daarbij wordt rekening gehouden met al bestaande capaciteit en welke capaciteit (stand-alone) behouden dient te blijven. Op basis van de resultaten en conclusies van het behoefteonderzoek, zal een vervolgaanpak worden opgesteld. 

Zoeken naar oplossingen voor extra locaties voor zwemlessen

Problematiek

Wachtlijsten voor het zwemmen, ruimte voor uitbreiding van één zwemlocatie

Rol Gemeente

De realisatie van sportvoorzieningen is een verantwoordelijkheid van de gemeente, al is dit geen wettelijke taak. Hierbij is van belang dat bij de financiering niet alleen de aanleg, maar ook het beheer en onderhoud structureel financieel worden geborgd om deze in stand te kunnen houden. 

Wat stellen we voor

We zoeken naar oplossingen in versteviging en/of uitbreiding van het reguliere aanbod om de wachtlijsten voor zwemlessen zoveel als mogelijk te verkorten. We zoeken naar oplossingen binnen onze gemeentelijke zwembaden en in/met de private sector. We organiseren de zwemlessen door de huidige capaciteit te optimaliseren en intensiveren. Hiervoor is een onderzoek gestart om de behoefte aan zwembadwater in kaart te brengen. Daarmee hebben we op korte termijn preciezer beeld bij de knelpunten. Ook formuleren we uitgangspunten voor initiatieven met de private sector. We geven advies over publiek private samenwerkingsconstructies en/of andere stimuleringsmogelijkheden en we bieden hulp bij complexe vergunningentrajecten. 

Aanvullende opgaven

Als we naar de stad kijken en daarbij ook nog de schaalsprong in ogenschouw nemen, dan zien we de volgende aandachtsgebieden: 

Inzet op multifunctionele accommodaties waar buurtontmoeting en cultureel aanbod samenkomen, met name in gebieden waar veel extra woningen worden toegevoegd.

Het cultuur- en design aanbod concentreert zich met name binnen de ring. Gezien de toename van inwoners stads-breed, is optimalisatie van ruimte voor cultuur noodzakelijk. We stellen voor om voor nieuwe initiatieven met name ruimte te creëren in het centrum met speciale aandacht voor KnoopXL, Stadshart Woensel, Kastelenplein, Sectie C en Kanaaldijk Zuid; als logische knooppunten voor culturele activiteiten. Deze concentratie van cultuurvoorzieningen in gebieden waar ook andere voorzieningen geconcentreerd zijn draagt bij aan een toegankelijk en zichtbaar cultureel klimaat. Door cultuurvoorzieningen te concentreren op plekken waar veel mensen al komen, wordt het aanbod toegankelijker voor een brede doelgroep. Als er initiatieven in wijken ontstaan adviseren we een positieve grondhouding aan te nemen en gewenste activiteiten in ruimtelijke zin te faciliteren. Hulp bij complexe regelgeving kan hierbij gewenst zijn.

Het combineren van cultuur en faciliteiten om buurtontmoeting te stimuleren in een multifunctionele accommodatie (zoals bijvoorbeeld bibliotheken, Huis van de Wijk en Huis van de buurt) bevordert samenwerking, gedeeld gebruik van voorzieningen en versterkt het culturele ecosysteem. Dit leidt tot efficiënter ruimtegebruik en integrale programmering. We adviseren vooral in te zetten op multifunctionele accommodaties op de plekken waar stevig ingezet wordt op het toevoegen van woningen.

Zoeken naar oplossingen voor extra sportlocaties, zoals sporthallen en locaties voor zwemlessen.

Sportlocaties hebben een grote ruimtelijke impact door het formaat dat zij hebben. Daarom moet goed worden gekeken welke oplossingen er zijn om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. Multifunctioneel ruimtegebruik is hierbij een belangrijk uitgangspunten, bijvoorbeeld bij de binnensport. Bij de realisatie van sporthallen, kan in de locatiekeuze de combinatie met onderwijs worden meegenomen. Op die manier kan een sporthal overdag door onderwijs worden gebruikt en in de namiddag en avonduren door verengingen. Dit heeft een positief effect op de exploitatie van de sporthal en vermindert de ruimtelijke impact, doordat twee voorzieningen (sport en bewegingsonderwijs) worden gecombineerd. 

Eindhoven heeft een breed aanbod aan buitensporten op de verschillende sportparken in de stad. Richting de toekomst zal het moeilijk zijn om extra ruimte te creëren voor nieuwe sportvelden. Op de huidige sportparken is maar beperkt ruimte om de groei van de stad op te kunnen vangen. De groeiende vraag naar zowel sporthallen/gymzalen, buitensport en commerciële sport kan gebundeld worden in een nieuw te ontwikkelen stedelijk sportpark. In het IHP Sport is de mogelijkheid voor de ontwikkeling van een dergelijk sportpark gericht op commerciële functies in Meerhoven reeds verkend. Dit is de voorkeurslocatie gezien de spreiding van sportvoorzieningen door de stad.

De realisatie van sportvoorzieningen is een verantwoordelijkheid van de gemeente, al is dit geen wettelijke taak. Hierbij is van belang dat bij de financiering niet alleen de aanleg, maar ook het beheer en onderhoud structureel financieel worden geborgd om deze in stand te kunnen houden. 

Uitbreiding en betere spreiding van het tweedelijns GGZ aanbod.

Wanneer het aanbod van GGZ-instellingen en -voorzieningen geconcentreerd is in slechts enkele gebieden, ontstaan er drempels voor kwetsbare doelgroepen die minder mobiel zijn of in sociaal-ruimtelijk achtergestelde wijken wonen. Dit vergroot ongelijkheid in zorgtoegang en kan leiden tot verergering van psychische problematiek. Na het inzichtelijk maken van de wenselijke situatie is kan ruimtelijke inpassing in gebiedskaders wezenlijk bijdragen aan een toereikend, gespreid en toegankelijk GGZ-aanbod. De gemeente kan actief sturen op een evenwichtige spreiding van GGZ-voorzieningen door via haar grond- en vastgoedbeleid locaties beschikbaar te stellen voor wijkgerichte GGZ-zorg. Dit zou kunnen door kleinschalige zorgfuncties toe te staan in woonwijken of multifunctionele centra, zodat zorg dichtbij en laagdrempelig wordt aangeboden.

6.2 Verdere uitwerking

Na vaststelling van dit programma door het college werken we aan een uitvoeringsprogramma waarin we de bovenstaande acties verder uitwerken. We blijven samenwerken met buurgemeenten in MRE verband, de provincie en het Rijk. Daarnaast zoeken we actief de verbinding met landelijke platforms en netwerken voor kennisdeling en blijven we in contact met de G5 gemeenten, Almere en Groningen, om kennis te delen en samen te werken. Zelfstandig, maar ook in MRE verband, blijven we in contact met onze partners waarmee we opgaven en uitgangspunten blijven aanpassen aan de actualiteit.

6.3 Formele Periodieke monitoring en evaluatiemomenten

We richten een monitoring- en evaluatiesysteem in om de effectiviteit van de aanpak te bewaken en bij te sturen waar nodig. Dit stimuleert innovatie en helpt bij het ontwikkelen van toekomstbestendig beleid.

Volgens de Omgevingswet moet een omgevingsprogramma periodiek worden geëvalueerd om de effectiviteit en doelmatigheid te toetsen. We stellen het volgende voor:

 

  • a.

    Eerste evaluatie na twee jaar;

  • b.

    Daarna minimaal elke 4 jaar – Dit sluit aan bij de beleids- en planningscycli van overheden.

  • c.

    Bij significante ontwikkelingen – Bijvoorbeeld bij grote wijzigingen in wetgeving, beleid of fysieke omgeving.

  • d.

    Op basis van monitoring – Als tussentijdse meetmomenten aantonen dat bijsturing nodig is.

De evaluatie moet inzicht geven in de voortgang van de aanpak, de effecten op de leefomgeving en eventuele noodzakelijke aanpassingen in het programma.

6.4 Permanente bijsturing en flexibiliteit

De aanpak op de optimalisatie van de voorzieningenstructuur is flexibel en moet aansluiten op de actualiteit. Dat vraagt om voortdurend contact met interne en externe partners, zodat de effecten van relevante trends en ontwikkelingen en stedenbouwkundige aanpassingen verwerkt kunnen worden in de aanpak. 

 

II Overzicht Documentenbijlagen

Participatieverslag Programma voorzieningen 2025

/join/id/regdata/gm0772/2025/762904482d36455a8da2004002385b78/nld@2025‑12‑03;14552217

Bijlage III Bijlage

1 Naslagwerken

Naslagwerken

  • Bestuursakkoord Samen Morgen Mooier Maken (SMMM) 

  • Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (2024)  

  • Integraal Huisvestingsplan Sport (2024), Kragten B.V. 

  • Integraal Huisvestingsplan stadsdeel Gestel 

  • Sport en beweegvisie 2021-2025 

  • Uitvoeringsplan Sport 2024 

  • Horecabeleid Sharing the vibes (2024)  

  • Beleidsregels Nachtwinkels Eindhoven 2025

  • Nadere regels ondersteunende horeca in winkels Eindhoven

  • Detailhandelsnota ‘Wie kiest, wordt gekozen’ (2015) 

  • Detailhandelsvisie Eindhoven 2030 ‘Van bezoek naar belevenis’

  • Ontwikkelperspectief Eindhoven 2040, Posad Maxwan 

  • Koers Sociaal (2)040 – De trendverkenning sociaal domein 2023-2024 

  • Integraal Zorgakkoord ‘Samenwerken aan gezonde zorg’ (2022) 

  • Regiobeeld Zuidoost Brabant (2023) 

  • Regioplan Eindhoven - Kempen  

  • Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) 2024-2026 

  • 'Gezondheid telt voor iedereen' Gezondheidsnota Eindhoven 2022-2025 

  • Beleid op (buurt)ontmoeting Verbinding maak je samen 2025Cultuurscan, Stichting Cultuur Eindhoven 

  • Cultuurbrief 2025-2028, Stichting Cultuur Eindhoven  

  • Designvisie 2023-2030  

  • Groenbeleidsplan 2017  

  • Regelgeving ‘groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen' 2024 

  • Verordening Bomen 2024  

  • Nadere regels compensatieplicht Verordening bomen 2024 

  • Omgevingsvisie  

  • Verdichtingsvisie  

  • Woonvisie (m.b.t. opvanglocaties) 

  • Visiedocument Internationalisering Onderwijs voor iedereen in Brainport Eindhoven 

Overige bronnen:

  • Eindrapportage topvoorzieningen MRE 2024, Strategy Unit 

  • Brainport voor elkaar strategische visie 2025 

  • Cultuurvisie Deze Stad Maakt

  • Handreiking huisvesting huisartsen en gezondheidscentra 

  • Transvorm Arbeidsmarkt in Beeld 2024 

  • Ledenbijeenkomst Convenant, wetswijziging en landelijke ontwikkelingen, Vereniging Openbare Bibliotheken 2024

  • Bibliotheek in Eindhoven ontwikkelingen, De Bibliotheek Eindhoven

  • Procesverslag stadsdeel bibliotheken Eindhoven 2024 

  • Factsheet huisvesting Onderwijs en Kinderopvang 2024, Kenniscentrum Ruimte OK en Waarborgfonds & Kenniscentrum Kinderopvang 

  • Innovatieprogramma onderwijshuisvesting (2024), Kenniscentrum Ruimte OK en InvestNL 

  • Een goed klimaat voor alle kinderen, het kan! (2024), Kenniscentrum Ruimte OK en Waarborgfonds & Kenniscentrum Kinderopvang 

  • Beleidsnotitie De mondzorgpraktijk in de toekomst 2023, KNMT 

  • Plan van aanpak project Arbeidsmarkt 2024, Huisartsen Brainport 

  • Resultaten regio analyse huisartsenzorg 2024, Huisartsen Brainport 

  • Praktische verkenning naar een Nederlandse Groennorm 2024, Sweco 

  • Meerjarenbeleidsplan 2019-2022, GGzE 

  • Leidraad wijziging aanbod acute zorg (2024), Landelijk Netwerk Acute Zorg 

  • Basisvereisten voor een opvanglocatie, COA 

  • Handreiking kengetallen benchmark zorgvastgoed bouwkostennota 2023, Adviescentrum voor Zorghuisvesting 

  • KNVB 'Van idee naar werkelijkheid' (realisatie sportcomplex)  

  • INretail, Rapport De maatschappelijke waarde van retail 2022 

  • WWR-rapport Grip, het maatschappelijk belang van persoonlijke controle 2023 

  • Kabinetsreactie op het WRR-rapport Grip, het maatschappelijk belang van persoonlijke controle 2024 

  • Brief ‘Aandacht voor het spelende kind 2022’, Jantje Beton 

  • Onderzoek buitenspelen 2024, Jantje Beton 

  • TNO ‘ruimtelijk ontwerp voor sociale cohesie’ 

  • RIVM rapport 2020-0059 Toekomstverkenning zorguitgaven 2015-20

 

Bronnen m.b.t. andere steden: 

  • Handreiking ‘Meer ruimte voor cultuur Provincie Noord-Holland en MRA’ 

  • Amsterdamse Referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen 2018 

  • Programmaplan maatschappelijke voorzieningen Haven Stad Amsterdam 2021 

  • Ruimte voor Kunst en Cultuur, Gemeente Amsterdam 

  • Strategische huisvestingsplannen Kunst en Cultuur, Gemeente Amsterdam 

  • Haagse Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen 2021, Gemeente Den Haag 

  • Nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024, Gemeente Den Haag 

  • Europees en G4 vergelijkend onderzoek referentienormen 2023, Gemeente Den Haag  

  • Referentiewaarden maatschappelijke voorzieningen 2021, Gemeente Rotterdam 

  • Vuistregels bouwen in de binnenstad 2021, Gemeente Rotterdam 

  • Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen 2020, Gemeente Utrecht 

  • Utrechtse Barcode 

  • Deurnese Barcode 

  • Het belang van Kunst en Cultuur voor Amersfoort 2019, Atlas voor gemeenten 

  • Integraal Huisvestingsplan Cultuur Delft, Gemeente Delft 

  • Referentienormen maatschappelijke voorzieningen Delft, Gemeente Delft 

  • Buitenspel in de binnenstad, visie op speelroute door de binnenstad van Arnhem 2022, Gemeente Arnhem 

  • De rechtvaardige stad, Community of Practice 2023-2024 

  • Adviesrapport Openbare Bibliotheek Amsterdam een moderne bibliotheek, Anderson Elffers Felix 2021

  • Atlas van afgehaakt Nederland 2021 

  • Presentatie 'ruimte voor eerstelijnszorg: wat kunnen gemeenten doen?', Platform31

Kennisbanken en websites: 

  • Nivel (2022), Cijfers uit de Nivel-registratie van huisartsen en huisartsenpraktijken  

  • Staat van de mondzorg (2024), Vraag naar mondzorg  

  • Staat van de mondzorg (2024), Organisatie van tandartspraktijken  

  • Arbeidsmarktprofiel van zorg en welzijn in 2022 

  • CPB (2022) Zorguitgaven, ons een zorg

  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2024), Registratiecijfers  

  • CIBG, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2024), Apotheker  

  • Stichting Farmaceutische Kengetallen (2017), Aantal apothekersassistenten gedaald tot niveau van 2006  

  • Stichting Farmaceutische Kengetallen (2019), Verdere toename aantal apotheekmedewerkers  

  • NZA (2022), Kerncijfers fysiotherapie  

  • LRK (2021), Aantal buitenschoolse opvang  

  • LRK (2021), Aantal kinderdagverblijven  

  • NYSA (2024), Daling gastouders en gastouderbureaus zet door in 2024  

  • Stipo (2012), Kennisbank voorzieningen  

  • Zorgkaart Nederland  

  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2024), Registratiecijfers verloskundigen  

  • VZ Info (2021), Aanbod verloskundigen  

  • Mulier Instituut (2023) Rapport naar sportaccommodaties  

  • DUO (2024), Alle schoolvestigingen basisonderwijs Open onderwijs-data  

  • DUO (2024), Alle vestigingen voortgezet onderwijs Open onderwijs-data  

  • CBS (2022), Factsheet private internationale scholen in Nederland  

  • CBS (2021) Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, wijk- en buurtcijfers  

  • Boekmanstichting (2018), Langs alle theaters en concertzalen van Nederland  

  • Locatus (2024), Verkooppunten  

  • Cultuurmonitor 

  • Platform De Nieuwe Winkelstraat  

  • Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) 

  • Popcentrum Jacobiberg, inspiratie multifunctioneel ruimtegebruik 

  • Rekentool Eindhoven duurzaam 

  • Kennisbank waterrecreatie Nederland  

  • Sociaal en Cultureel Planbureau 

  • Buurtkijker (leefbaarheid en sociale veerkracht in wijken Eindhoven) 

Krantenartikelen:

  • Eindhovens Dagblad 01‑09‑2024 ‘In Brainportregio heeft niet elk ziekenhuis een IC of spoedeisende hulp nodig’ 

  • Eindhovens Dagblad 10‑12‑2024 ‘Groei Eindhoven, nog veel vierkante meter nodig’ 

Expertgesprekken:

Algemeen 

  • Eindhoven365 / Eindhoven247 

Zorg en Welzijn  

  • 040verloskunde

  • B-fysic groep  

  • BENU Apotheken  

  • COA  

  • CZ  

  • Droomwereld  

  • GGD Brabant Zuidoost  

  • GGzE  

  • Huisartsen Brainport  

  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) 

  • Korein  

  • Lumens

  • NEOS  

  • Nederlandse Zorgautoriteit  

  • Paramedisch Platform Brainport  

  • Pitstop  

  • Regioraad Zorg  

  • St. Anna Zorggroep  

  • STBN

  • Stroomz  

  • Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO)  

  • VGZ  

  • Vitalis Zorggroep  

  • Zorggroep CaZo  

Onderwijs  

  • Christiaan Huygens College  

  • Fontys  

  • International School Eindhoven  

  • Kenniscentrum Ruimte OK  

  • Korein  

  • KSS  

  • SALTO  

  • SKPO  

  • Stichting Speciaal Onderwijs en Expertisecentra  

  • Vitus Zuid  

  • Yuverta  

Detailhandel en horeca  

  • INretail  

  • Koninklijke Horeca Nederland 

  • Locatus  

  • Matchmaker Binnenstad Eindhoven  

Cultuur en recreatie  

  • Bibliotheek Eindhoven  

  • CKE  

  • Dutch Design Foundation  

  • Emoves  

  • Fonds voor Cultuurparticipatie  

  • Foundation We Are  

  • Muziekgebouw Eindhoven (MGE) 

  • Museumvereniging  

  • Ontdekfabriek  

  • Oortwolk  

  • Parktheater  

  • Stichting Cultuur Eindhoven (SCE)  

  • Vereniging Openbare bibliotheken (VOB)  

Groen  

  • Kragtgroep  

  • Trefpunt Groen Eindhoven  

Sport en spel  

  • Accountmanagers Sport  

  • Area51  

  • Boulder Neoliet  

  • Eindhovense Kanovereniging Beatrix  

  • Eindhovense Sportraad  

  • Emoves  

  • Klimcentrum Neoliet  

  •  KNVB  

  •  NOC*NSF  

  • Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS)  

  • Sportacquisiteur EHV247/ BrabantSport  

  • Urban Sport Performance Center Eindhoven  

  • Watersportverbond  

  • Vereniging LOS (Jantje Beton)  

Naar boven