Gemeenteblad van Veenendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 53127 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 53127 | beleidsregel |
Beleidsregels Participatiewet “Samenwonen op proef”
Beleidsregels Participatiewet “Samenwonen op proef”
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;
Gaan samenwonen een spannende en ingrijpende beslissing is. Daarnaast heeft gaan samenwonen gevolgen voor de bijstandsuitkering. Immers deze is afhankelijk van de woonsituatie, inkomen en vermogen van de partner. Dit zijn factoren die stress kunnen veroorzaken en daarmee het succes op samenwonen verkleinen.
besluit tot het vaststellen van:
Artikel 2 Gezamenlijke huishouding
1. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
2. Hoofdverblijf: bij de vaststelling waar iemand zijn hoofdverblijf heeft is niet de inschrijving in de BRP of het hebben van een (huur)woning op een ander adres dan het adres waar iemand hoofdzakelijk verblijft bepalend, maar de feitelijke situatie.
Gedurende de proefperiode als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van deze beleidsregels, gaat het college voor het vaststellen van het recht en de hoogte van de uitkering ervan uit dat de bijstandsgerechtigde en diens partner het hoofdverblijf hebben behouden zoals dit was voor de aanvang van de proefperiode.
Artikel 4 Voorwaarden voor gebruik maken van proefperiode
Beide partners vragen gezamenlijk vooraf in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde(n) de uitkering ontvang(en) aan of ze op proef mogen samenwonen, ook als de partner geen uitkering heeft. Wanneer er sprake is van twee partners die ieder een bijstandsuitkering ontvangen in een andere gemeente, dan bestaat het recht op de proefperiode alleen wanneer beide gemeenten hierin toestemmen; en
Beide aanvragers houden hun eigen woonadres aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in de BRP, en de woning beschikbaar houden voor eigen gebruik. Het is niet toegestaan de woning te (onder) verhuren.
Een eventuele verhuurder (wooncorporatie) is door de aanvrager op de hoogte gesteld van het tijdelijk niet voltijds bewonen van de woonruimte en akkoord met het tijdelijk niet voltijds bewonen van de woonruimte.
Indien één van de partners voor een periode van langer dan 28 dagen ten tijde van de proefperiode in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de Participatiewet verblijft, eindigt het recht op de proefperiode. Wanneer de partner niet langer meer in de inrichting verblijft, kan de proefperiode opnieuw worden aangevraagd. Bij toekenning herleeft het recht op de proefperiode voor de periode dat van de oorspronkelijk toegekende proefperiode resteert. Dit geldt ook wanneer één van beide partners langer dan 28 dagen in het buitenland verblijft of is gedetineerd.
Geen proefperiode wordt verleend indien:
a. aanvragers reeds voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap;
b. één van de belanghebbenden in de periode van drie jaar voorafgaand aan de aanvraag van de proefperiode al gebruik heeft gemaakt van de proefperiode;
Artikel 6 Re-integratieverplichtingen
Tijdens de proefperiode samenwonen blijven alle verplichtingen van de Participatiewet, inclusief deelname aan re-integratie activiteiten, onverkort van toepassing.
Artikel 7 Onvoorziene situaties
In gevallen, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en wethouders.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-53127.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.