Beleidsregels ontheffingen parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog 2026

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schiermonnikoog,

 

Overwegende dat,

 

  • 1.

    Op grond van artikel 149 WVW en van artikel 87 van het RVV 1990 ontheffing kan worden verleend van het parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog (besluit van burgemeester en wethouders d.d. 3 februari 2004).

  • 2.

    op grond van het besluit ‘delegatie bestuursbevoegdheden medebewindwetgeving’ d.d. 29 april 2003 de burgemeester en wethouders de bevoegdheid hebben om ontheffingen van het parkeerverbod te verlenen en dat burgemeester en wethouders daarbij beleidsregels kunnen vaststellen;

  • 3.

    het college alleen een ontheffing van het parkeerverbod verleent, als aangetoond wordt dat er gegronde redenen zijn om buiten de aangewezen parkeerplekken te parkeren.

Besluit:

 

Vast te stellen de navolgende beleidsregels ontheffingen parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog 2026.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Een bedrijfsontheffing parkeerverbod is een ontheffing van het parkeerverbod, voor een motorvoertuig waarvoor de ontheffing is verleend én waarvoor een ontheffing van het de geslotenverklaring is verleend;

  • 2.

    Een tijdelijke ontheffing parkeerverbodis een ontheffing van het parkeerverbod voor een motorvoertuig van personen en bedrijven, die jaarlijks minder dan 30 dagen ontheffing nodig hebben én waarvoor een ontheffing van de geslotenverklaring is verleend;

  • 3.

    Parkeren is het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschift is verboden;

  • 4.

    houder van een motorrijtuig is degene die naar omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huur, huurkoop of vruchtgebruik (lease) onder zich heeft.

Artikel 2 Algemene ontheffing parkeerverbod

Motorvoertuigen die herkenbaar zijn als politievoertuig, defensievoertuig, marechauseevoertuig, brandweervoertuig, ambulancevoertuig, KNRM-voertuig, zeehondenopvangvoertuig, laatstewensambulancevoertuig, Commonwealth War Graves Commission-voertuig, lijkauto of voertuig ten behoeve van crisisbeheersing hebben ontheffing van het parkeerverbod.

Artikel 3 het verlenen van een bedrijfsontheffing parkeerverbod

  • 1.

    Een bedrijfsontheffing parkeerverbod wordt verleend aan een eigenaar of een houder van een motorvoertuig, wanneer deze aantoont dat het in het belang van de beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is om buiten de aangewezen parkeerplekken te parkeren.

  • 2.

    Bedrijfsontheffingen worden in ieder geval verleend ten behoeve van:

    • a.

      motorvoertuigen van huisartsen en dierenartsen;

    • b.

      motorvoertuigen die zijn ingericht als servicewagen;

  • 3.

    De bedrijfsontheffing parkeerverbod wordt alleen verleend als voor het motorvoertuig een ontheffing van de geslotenverklaring verleend is;

  • 4.

    Burgemeester en Wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de ontheffing. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben op locatie, aard van de beroeps- of bedrijfsuitoefening en tijdstip.

Artikel 4 het verlenen van een tijdelijke ontheffing parkeerverbod

  • 1.

    Een tijdelijke ontheffing parkeerverbod wordt verleend aan een eigenaar of een houder van een motorvoertuig, wanneer deze aantoont dat er gegronde redenen zijn om buiten de toegestane plaatsen te parkeren.

  • 2.

    Tijdelijke ontheffingen parkeerverbod worden in ieder geval verleend ten behoeve van:

    • a.

      motorvoertuigen van huisartsen en dierenartsen;

    • b.

      motorvoertuigen die zijn ingericht als servicewagen;

    • c.

      motorvoertuigen ten behoeve van verhuizingen.

  • 3.

    Tijdelijke ontheffingen parkeerverbod worden verleend voor maximaal 29 dagen;

  • 4.

    Tijdelijke ontheffingen parkeerverbod wordt alleen verleend als voor het motorvoertuig een ontheffing van de geslotenverklaring verleend is;

  • 5.

    Burgemeester en Wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de ontheffing. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben op locatie, aard van de werkzaamheden en tijdstip.

Artikel 5 Het aanvragen van een parkeerontheffing

  • 1.

    Een parkeerontheffing dient minimaal 3 werkdagen van tevoren te worden ingediend.

  • 2.

    De aanvraag heeft betrekking op 1 voertuig.

  • 3.

    Indien een aanvraag voor een parkeerontheffing wordt ingediend minder dan 3 werkdagen voor het tijdstip waarop de aanvrager de parkeerontheffing nodig heeft, kunnen burgemeester en wethouders de aanvraag buiten behandeling laten, indien zij van mening zijn dat de aard van de gevraagde parkeerontheffing zodanig is dat voor een verantwoorde beoordeling van de aanvraag onvoldoende tijd aanwezig is.

Artikel 6 Beslissingstermijn

Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen 3 werkdagen na de dag waarop de aanvraag volledig is ontvangen.

Artikel 7 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een ingevolge deze beleidsregels verleende ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee het verbod is gediend waartoe de ontheffing wordt verleend.

  • 2.

    Degene aan wie krachtens deze verordening een ontheffing is verleend, is verplicht zich te houden aan de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen.

Artikel 8 Intrekking of wijziging van de parkeerontheffing

De ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • 1.

    Als een ontheffinghouder dit verzoekt;

  • 2.

    Als ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvoldoende gegevens zijn ingediend;

  • 3.

    Wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;

  • 4.

    Wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften;

  • 5.

    Om redenen van openbaar belang.

Artikel 9 Algemene bepalingen

  • 1.

    Parkeerontheffingen zijn voertuig gebonden;

  • 2.

    De ontheffing moet zichtbaar aanwezig zijn achter de voorruit van het voertuig. Indien dit niet mogelijk is, draagt de bestuurder de ontheffing bij zich.

Artikel 10 Afwijkingsbevoegdheid

Conform artikel 4:84 van de Awb handelen burgemeester en weghouders overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 11 Leges

  • 1.

    Voor het aanvragen en wijzigen van ontheffingen zijn leges verschuldigd.

  • 2.

    De leges worden jaarlijks vastgesteld en opgenomen in de bij de Legesverordening behorende tarieventabel van de gemeente Schiermonnikoog.

Artikel 12 Citeertitel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: "Beleidsregels voor ontheffingen parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog 2026”.

Artikel 13 Overgangsbepaling en inwerkingtreding

  • 1.

    Eerder afgegeven ontheffingen vervallen drie maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregels;

  • 2.

    Als ontheffingen geldig zijn op de dag dat deze beleidsregels in werking treden, zullen nieuwe ontheffingen voor dezelfde periode kosteloos worden verstrekt;

  • 3.

    Conform artikel 3:42 van de Awb wordt de zakelijke inhoud van deze beleidsregels gepubliceerd;

  • 4.

    De “Beleidsregels voor ontheffingen parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog 2026" treden na publicatie in werking op 1 januari 2026.

  • 5.

    De eerder vastgestelde beleidsregels ontheffingen parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog komen te vervallen.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders op 2 december 2025.

burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog voornoemd,

de secretaris,

T. Kroeze

de burgemeester,

I. van Gent

TOELICHTING OP DE BELEIDSREGELS ONTHEFFINGEN PARKEERVERBOD BEBOUWDE KOM SCHIERMONNIKOOG 2026

1. Inleiding

Op 3 februari 2004 hebben burgemeester en wethouders het verkeersbesluit parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog genomen. Tegelijkertijd zijn de beleidsregels ontheffingen parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog vastgesteld. In de beleidsregels voor ontheffingen van het parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog, is weergegeven hoe burgemeester en wethouders omgaan met het verstrekken van parkeerontheffingen.

 

Omdat de beleidsregels op onderdelen verduidelijking behoeven en een betere afstemming met de beleidsregels ontheffing van de geslotenverklaring noodzakelijk is zijn deze beleidsregels gewijzigd.

 

2. overleg met de Politie

De beleidsregels zijn tot stand gekomen in overleg met de politie.

 

3. Juridisch kader

Het parkeerverbod op Schiermonnikoog is gebaseerd op Artikel 2, lid 2b van de Wegenverkeerswet. In dit artikel is aangegeven dat krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde regels kunnen strekken tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. In artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994 is geregeld dat de gemeenteraad verkeersbesluiten kan nemen. De gemeenteraad heeft het nemen van verkeersbesluiten d.d. 29 april 2003 gedelegeerd aan burgemeester en wethouders.

Op grond van artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 87 van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 kan de gemeenteraad ontheffing verlenen van het parkeerverbod. Het verlenen van ontheffingen ex artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994 is bij besluit van de gemeenteraad d.d. 29 april 2003 gedelegeerd aan burgemeester en wethouders.

Conform artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht ( Awb ) kunnen burgemeester en wethouders daarbij beleidsregels vaststellen.

De beleidsregels voor het afgeven van ontheffingen van het parkeerverbod zijn daarmee het sluitstuk van het juridische kader rond het parkeerverbod bebouwde kom Schiermonnikoog.

 

4. Handhaving

Met het toezicht en opsporing is de politie belast (artikel 159 Wegenverkeerswet 1994, artikel 141 en142 van het Wetboek Strafvordering).

 

5. Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1

In artikel 1 worden twee verschillende parkeerontheffingen benoemd. Ook wordt het begrip parkeren toegelicht in relatie tot de begrippen in- en uitstappen i.c. laden en lossen. Van belang is dat er sprake is van parkeren, als er geen feitelijke handelingen rond laden en lossen of in- en uitstappen worden verricht.

 

Artikel 2

Voor motorvoertuigen die herkenbaar zijn als politievoertuig, defensievoertuig, marechauseevoertuig , brandweervoertuig, ambulancevoertuig, KNRM-voertuig, zeehondenopvangvoertuig , laatstewensambulancevoertuig , Commonwealth War Graves Commission -voertuig, lijkauto of voertuig ten behoeve van crisisbeheersing hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Aan deze categorieën wordt standaard ontheffing verleend.

 

Artikel 3

In artikel 3 wordt geregeld wanneer een bedrijfsontheffing parkeerverbod wordt verleend. Hoofdregel is dat het parkeren buiten de aangewezen plekken noodzakelijk moet zijn voor de beroeps- of bedrijfsuitoefening. Bedrijfsontheffingen worden daarom alleen verleend aan bedrijven. In lid 2 zijn twee categorieën aangegeven die ontheffing krijgen, namelijk servicewagens en voertuigen van huisartsen en dierenartsen.

 

  • a.

    voertuigen van huisartsen en dierenartsen

    Zowel huisartsen als dierenartsen gebruiken hun voertuig om instrumenten en medicijnen te vervoeren. Het is noodzakelijk dat deze hulpmiddelen binnen handbereik zijn bij het afleggen van visites en spoedgevallen waarbij ter plaatse medische handelingen moeten worden uitgevoerd. Bovendien maken deze beroepsgroepen meestal gebruik van onopvallende voertuigen, die het karakter van het dorp niet al te zeer aantasten.

  • b.

    ingerichte servicewagens

    Er zijn vele beroepsgroepen, die gebruik maken van ingerichte servicewagens bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Deze servicewagens zijn werkplaats en magazijn tegelijk. Bij het uitvoeren van werkzaamheden ter plaatse worden regelmatig uit de servicewagen gereedschappen en materialen gehaald. Soms moeten bepaalde werkzaamheden in of aan de servicewagen worden uitgevoerd. Daarmee is de servicewagen onlosmakelijk verbonden met het uitvoeren van werkzaamheden ter plaatse. Het zou werkzaamheden inefficiënt en kostbaar maken indien de servicewagen niet binnen handbereik zou zijn.

    Aan de andere kant doen de geparkeerde servicewagens een inbreuk op het karakter van het dorp. Servicewagens zijn vaak grotere busjes, in opvallende kleurstellingen met reclameteksten. Dit zou er juist voor pleiten om geen ontheffing te verlenen voor deze categorie.

    Duidelijk is dat hier een afweging moet plaatsvinden tussen twee belangen. Burgemeester en Wethouders hebben die afweging gemaakt en daarbij heeft de onlosmakelijke verbondenheid van servicewagens met de werkzaamheden ter plaatse de doorslag gegeven. Servicewagens worden toegestaan. In de parkeerontheffingen worden voorwaarden opgenomen, om het storende karakter van de servicewagens zoveel mogelijk te beperken.

  • c.

    categorieën die geen ontheffingen krijgen

    Voor werkzaamheden die hoofdzakelijk het karakter hebben van laden en lossen wordt geen ontheffing gegeven.

Artikel 4

De tijdelijke ontheffing is ruimer omschreven dan de bedrijfsontheffing. Een tijdelijke ontheffing is gekoppeld aan werkzaamheden en niet aan het beroep of bedrijf. Naast bedrijven kunnen ook inwoners dus in aanmerking komen voor een tijdelijke ontheffing. Zo kan een tijdelijke ontheffing worden afgegeven voor een verhuizing.

 

Artikel 11

In artikel 11 is aangegeven dat voor het aanvragen en wijzigen van een bedrijfsontheffing of een tijdelijke ontheffing zijn leges verschuldigd.

Naar boven