ARTIKEL 1
Lid 1 onder i wordt als volgt gewijzigd:
Eigen kracht: het vermogen van mensen om zelf, dan wel met het sociale netwerk, mantelzorg, gebruikelijke hulp en/of algemene voorziening(en) oplossingen aan te dragen voor de hulpvraag en deze (deels) zelf uit te voeren;
ARTIKEL 4
Lid 3 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Het college kan zo nodig een nieuw onderzoek starten als de cliënt de aanvraag later dan vier weken, nadat het onderzoeksverslag aan de cliënt is verzonden, ondertekend retourneert.
ARTIKEL 10
Lid 2 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:
- a.
het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de zorg levert aan de budgethouder dan wel het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die geen onafhankelijke organisatorische of financiële relatie heeft met de persoon of organisatie die de zorg levert, tenzij
- i.
hiervoor door het college toestemming is verleend of
- ii.
de persoon eerste of tweedegraads bloed- of aanverwant is van de cliënt
- b.
er sprake is van onvoldoende nabijheid tot de cliënt in de vorm van (fysieke) aanwezigheid en tijd;
- c.
- d.
ernstige verslavingsproblematiek;
- e.
aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;
- f.
een aanmerkelijke verstandelijke beperking;
- g.
een ernstig psychiatrisch ziektebeeld;
- h.
een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis;
- i.
het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift;
- j.
het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag.
Lid 10 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Als de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb voor een zaak, kan het college een programma van eisen vaststellen. Het programma van eisen bevat de inhoudelijke (kwaliteits)eisen aan de voorziening. De door de cliënt te betrekken voorziening dient te voldoen aan het programma van eisen.
ARTIKEL 11
Onder a wordt als volgt gewijzigd:
Professionele organisatie:
- -
Een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d of e van de Handelsregisterwet 2007; en;
- -
Waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit artikel, en;
- -
Waarvan de medewerker die de ondersteuning biedt beschikt over de relevante diploma's voor uitvoering van desbetreffende taken.
Onder b wordt als volgt gewijzigd:
Gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er) of freelancer:
- -
Een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit artikel; en
- -
Die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel, en;
- -
Die beschikt over de relevante diploma's voor uitvoering van de desbetreffende taken.
Onder c komt te vervallen.
Onder d wordt als volgt gewijzigd:
Informele hulp:
- -
Een persoon niet zijnde een persoon als bedoeld in categorie professionele organisatie of gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er) of freelancer; of
- -
Een persoon zijnde een (ex-)partner, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad; of
- -
Een persoon zijnde een (ex-)partner, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de wettelijke vertegenwoordiger.
Onder e komt te vervallen.
ARTIKEL 12
Lid 2 onder a wordt als volgt gewijzigd:
Voor een professionele instelling, als bedoeld in artikel 11 sub a maximaal 100% van het bedoelde tarief geldt;
Lid 2 onder b wordt als volgt gewijzigd:
Voor een gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er) of freelancer als bedoeld in artikel 11 sub b maximaal 80% van het bedoelde tarief geldt;
Lid 2 onder c komt te vervallen.
Lid 2 onder d wordt als volgt gewijzigd:
Voor informele hulp als bedoeld in artikel 11 sub c de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende cao geldt, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Indien werkgeverslasten moeten worden afgedragen, wordt het bedrag daarmee verhoogd.
Lid 2 onder e komt te vervallen.
Lid 3 komt te vervallen.
Lid 5 wordt als volgt gewijzigd:
De tarieven als bedoeld in lid 1, lid 2 en lid 3 worden gepubliceerd op www.overheid.nl.
Lid 7 komt te vervallen.
ARTIKEL 14
Lid 1 onder b komt te vervallen.
Lid 4 komt te vervallen.
ARTIKEL 16
Lid 3 wordt als volgt gewijzigd:
Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van een collectieve voorziening voor vervoer, ter hoogte van € 0,94 per zone (prijspeil 2025), met een jaarlijkse indexering conform de Landelijke Tarieven Index (LTI).
Lid 4 wordt als volgt gewijzigd:
De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt bepaald met inachtneming van paragraaf 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Lid 6 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:
De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang wordt vastgesteld en geïnd conform het Besluit beschermd wonen en opvang Weert.
ARTIKEL 17
Wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 17. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen voorzieningen en misbruik of oneigenlijk gebruik
- 1.
Het college informeert de cliënt in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015.
- 2.
Naast het bepaalde in artikel 2.3.8 van de Wmo 2015 doet een cliënt aan het college op verzoek of direct uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een maatwerkvoorziening.
- 3.
Naast het bepaalde in artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 kan het college een beslissing over een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
- a.
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
- b.
de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb is aangewezen;
- c.
de maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb niet meer toereikend is te achten;
- d.
de cliënt niet voldoet aan voorwaarden die verbonden zijn aan de maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb;
- e.
de cliënt de maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb niet of voor een ander doel gebruikt, of
- f.
de cliënt die een maatwerkvoorziening heeft op grond van de Wmo 2015 langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Zorgverzekeringswet.
- 4.
Als het college een beslissing op grond van het vorige lid, aanhef en onder sub a, heeft ingetrokken en door de cliënt met opzet onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de waarde in geld vorderen van de ten onrechte ontvangen maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of het ten onrechte ontvangen pgb.
- 5.
Het college kan een terug te vorderen bedrag als bedoeld in lid 4 van dit artikel verrekenen met betalingen op grond van de Wmo 2015, die nog uitgekeerd moeten worden.
- 6.
Het college kan een beslissing tot verlening van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb intrekken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is gebruikt voor de bekostiging van de voorziening waarvoor het pgb is verstrekt.
- 7.
Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening op grond van de Wmo 2015 is ingetrokken, dan kan het college deze voorziening terugvorderen.
- 8.
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen in de vorm van zorg in natura en in de vorm van pgb’s met het oog op de kwaliteit en de recht- en doelmatigheid daarvan.
ARTIKEL 18
Komt te vervallen.
ARTIKEL 19
Lid 1 onder b wordt als volgt gewijzigd:
voorzieningen af te stemmen op andere vormen van zorg en ondersteuning, waaronder informele zorg, die de cliënt ontvangt;
Lid 2 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Indien een pgb zoals bedoeld in artikel 11 sub a of sub b wordt aangewend, moet de aanbieder aan de volgende voorwaarden voldoen:
- a.
De organisatie of ondernemer voldoet aan de eisen van de kwaliteit, zoals gesteld in lid 1 van dit artikel;
- b.
De organisatie of ondernemer voldoet aan de eisen van goed zelfstandig ondernemerschap, en:
- i.
Heeft vervangingsplannen in geval van ziekte;
- ii.
Voert de noodzakelijke administraties;
- iii.
Werkt conform arbeidstijdenbesluit en indien deze niet van toepassing is maximaal 40 uur per week.
- c.
er wordt gebruik gemaakt van een zorgplan met begeleidingsdoelen en termijnen als onderdeel van verantwoorde zorg en dit plan is afgestemd op de persoonlijke situatie van de cliënt waarbij rekening is gehouden met zijn persoonskenmerken;
- d.
cliëntbetrokkenheid en continuïteit van zorg maakt onderdeel uit van de bedrijfsvoering.
- e.
er is systematische kwaliteitsbewaking;
- f.
de beroepskrachten, vrijwilligers en ervaringswerkers beschikken over een verklaring omtrent het gedrag volgens artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan zes maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de organisatie of ondernemer ging werken;
- g.
de organisatie of ondernemer beschikt over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling;
- h.
de organisatie of ondernemer meldt alle calamiteiten en geweldsincidenten bij de door het college aangewezen toezichthoudend ambtenaar;
- i.
er zijn geen feiten of omstandigheden bekend waarbij de organisatie of de ondernemer onprofessioneel gehandeld hebben, ondeskundige zorg hebben verleend en/of gehandeld hebben in strijd met relevante regelgeving waardoor niet voldaan wordt aan artikel 2.3.6 lid 2 van de wet.
Lid 3 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden:
Indien een pgb informele hulp zoals bedoeld in artikel 11 sub c wordt aangewend, dient de ondersteuning passend en toereikend te zijn gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de cliënt. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
- a.
De budgethouder is verantwoordelijk voor (het bewaken van) de kwaliteit van de ondersteuning die betrokken wordt;
- b.
Het college beoordeelt of de in te kopen hulp veilig, doeltreffend en cliëntgericht is;
- c.
er is een zorgplan met vermelding van begeleidingsdoelen en termijnen;
- d.
De personen die de hulp gaan verlenen, hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn;
- e.
er zijn geen aanwijzingen dat de persoon die de ondersteuning moet bieden overbelast is of dreigt te geraken;
- f.
De hulpverlener moet op basis van opleiding en/of ervaring in staat zijn de in de individuele situatie vereiste dienstverlening te realiseren;
- g.
deze persoon beschikt over een verklaring omtrent het gedrag volgens artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan zes maanden voor het tijdstip waarop betrokkene start met de uitvoering van de betreffende ondersteuning;
- h.
er is een afspraak over het melden van calamiteiten en geweld.