Gemeenteblad van Aa en Hunze
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Aa en Hunze | Gemeenteblad 2025, 531005 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Aa en Hunze | Gemeenteblad 2025, 531005 | beleidsregel |
Leidraad invordering van fiscale- en privaatrechtelijke geldschulden gemeente Aa en Hunze
Hoofdstuk 1 Inleiding en toepassingsgebied
De gemeente Aa en Hunze vindt het belangrijk om op een duidelijke en concrete manier om te gaan met het innen van vorderingen.
Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en consistente invorderingsacties, draagt in de praktijk enorm bij aan het succesvol innen van vorderingen.
Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderings-en incassoproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving, en die op een gestructureerde manier vast te leggen.
Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid- en zekerheid spelen in een toenemende mate een rol.
De vorderingen (geld dat de gemeente Aa en Hunze moet innen) kunnen op drie manieren worden ingedeeld:
Fiscale vorderingen komen uit de belastingverordening (zoals leges, belastingen en gemeentelijke heffingen). Voor het innen van deze betalingen heeft de gemeente speciale ambtenaren, de heffings- en invorderingsambtenaar, die werken op basis van de Algemene Wet Rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990. Zij zorgen ervoor dat de leges, belastingen en heffingen worden opgelegd en geïnd.
Privaatrechtelijke vorderingen ontstaan uit overeenkomsten die de gemeente aangaat met anderen voor bijvoorbeeld diensten of producten. Deze vorderingen worden geregeld door het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De gemeente heeft hierbij geen bijzondere rechten, en zal gerechtsdeurwaarders en gerechtelijke vonnissen moeten inschakelen om het geld te innen.
Omdat de hierboven genoemde vorderingen van elkaar verschillen, moet er per soort vordering een andere manier van aanpak worden gekozen als het gaat om het innen van het geld. In deze Leidraad worden de regels voor fiscale vorderingen eerst besproken, daarna volgt uitleg over de privaatrechtelijke vorderingen.
De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen 3 belangrijke wetten:
Invorderingswet 1990 (IW 1990)
De gemeente Aa en Hunze is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen.
Kostenwet invordering Rijksbelastingen
De kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslag. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd.
Algemene wet bestuursrecht ( Awb )
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een wet die regels geeft over hoe de gemeente moet omgaan met burgers en bedrijven. Het zorgt ervoor dat de gemeente eerlijk, duidelijk en volgens bepaalde procedures handelt als zij besluiten neemt die invloed hebben op mensen.
Volgens de Invorderingswet 1990 zijn niet alle regels uit de Awb zijn van toepassing, maar voor de invordering van gemeentelijke belastingen proberen wij zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen.
Dwangsom bij niet-tijdige beslissing
Eén van de regels uit de Awb die niet van toepassing is, is de dwangsom bij niet-tijdige beslissing. Als de gemeente te laat een beslissing neemt op een bezwaarschrift, kan de belastingschuldige recht hebben op een dwangsom. Deze dwangsom is een boete (geld) die de gemeente aan de belastingschuldige moet betalen.
Dit passen wij in het invorderingsproces alleen in de volgende situaties toe:
Hoofdstuk 2 Het invorderingsproces
Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, kan er een herinnering, maar wordt er altijd een aanmaning en een dwangbevel gestuurd en uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals beslag volgen.
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiezen wij voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier.
2.1 Stap 1: belastingaanslag (art. 8 IW)
Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat op welke datum het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen.
Versturen van het aanslagbiljet
De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige gestuurd. In sommige gevallen wordt de belastingaanslag niet aan de belastingschuldige maar aan zijn wettelijke vertegenwoordiger verstuurt.
De belastingaanslag kan ook digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt dan binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige. De belastingaanslag wordt dan niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient hij dat zelf aan te passen bij MijnOverheid.
2.4 Stap 4: dwangbevel (art. 12 IW)
Als de belastingschuldige na de aanmaning nog steeds niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen om het geld in te vorderen.
Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige bevel krijgt om de schuld te betalen.
2.5 Stap 5: betekenen dwangbevel (art. 13 IW)
De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening.
Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over:
Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen:
De invorderingsambtenaar maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen.
Het betekenen van een dwangbevel kost de belastingschuldige geld. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som. Zie Kostenwet.
2.6 Stap 6: vordering (art. 19 IW)
De invorderingsambtenaar kan een derde (= een andere persoon of partij) verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Deze brief noemen we 'vordering'.
2.7 Stap 7: hernieuwd bevel tot betaling (art.14 IW)
Als de belastingschuldige na een met de post gestuurd dwangbevel niet op tijd betaalt. Dan gaat de belastingdeurwaarder op bezoek met een hernieuwd bevel tot betaling.
Hij geeft dit aan de belastingschuldige of aan één van zijn huisgenoten. De belastingschuldige moet het verschuldigde bedrag direct aan hem betalen. Als er niemand thuis is, doet de belastingdeurwaarder het hernieuwd bevel in een gesloten envelop in de brievenbus. In dat geval krijgt de belastingschuldige nog twee dagen om te betalen.
Kosten hernieuwd bevel tot betaling
Voor het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling brengt de deurwaarder extra kosten in rekening.
2.8 Stap 8: beslag (artikel 14 IW)
Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel niet betaalt dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdrachtgeven om beslag te leggen.
Beslaglegging is een juridische term. Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder het recht heeft om eigendommen van een belastingschuldige in beslag te nemen.
Op welke zaken mag een deurwaarder beslag leggen?
Beslaglegging kan plaatsvinden op verschillende soorten eigendommen:
Hoofdstuk 3 Waarop kan beslag worden gelegd?
Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd of vordering worden gedaan op het inkomen of zijn eigendommen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen verder toegelicht.
3.1 Vordering op loon of uitkering (loonbeslag)
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige ontvangt. Iedere maand eist hij dan een deel van het salaris of uitkering op van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald.
De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd.
De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen.
Bezwaar tegen beslagvrije voet
De belastingschuldige kan bezwaar maken tegen de hoogte van het bedrag dat hij maandelijks krijgt (de beslagvrije voet). Hij moet dan bewijzen dat hij meer kosten heeft dan de BVV-norm. Daarvoor dient belastingschuldige te mailen naar: invordering@noordelijkbelastingkantoor.nl.
Vordering (loonbeslag) opheffen
Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de hele belastingschuld is kwijtgescholden. De invorderingsambtenaar kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht.
3.2 Vordering en notoire wanbetalers
Als de belastingschuldige vaker zijn belastingen niet op tijd betaald, kan de invorderingsambtenaar ook een aparte vordering doen, waarin hij 10% eist van het bedrag dat niet voor beslag vatbaar is. Dit betekent dat invorderingsambtenaar dan ook 10% van het inkomen kan eisen als het inkomen lager is dan de beslagvrije voet.
Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige. De betalingsvordering kan worden toegepast zowel bij particulieren als ondernemingen.
Beslagvrij bedrag en betalingsvordering
Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige blijven voorzien in zijn levensonderhoud. Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie.
Deze bedragen zijn wettelijk vastgelegd in artikel 475da, lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.).
De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen.
Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering
De belastingschuldige krijgt binnen 8 dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeldt. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald.
Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk
Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens met de beslaglegging dan kan hij een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken. Voor deze procedure (artikel 17 IW) is een advocaat verplicht.
3.4 Vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder de curator in het faillissement van belastingschuldige en onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders.
De vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen wordt in voorkomende gevallen toegepast.
De overheidsvordering is een eenvoudige manier van beslag leggen op de betaalrekening(en) van de belastingschuldige, inclusief de kredietruimte.
Het beslag heeft geen betrekking op spaarrekeningen of tegoeden op creditcards en wordt niet uitgevoerd wanneer de belastingschuldige in de schuldsanering zit of failliet is verklaard. De bank is verplicht hieraan mee te werken.
Als de invorderingsambtenaar een overheidsvordering heeft gedaan, krijgt de belastingschuldige hierover een brief. De bank meldt op het bankafschrift ook dat de overheidsvordering is gedaan. De belastingschuldige kan zijn bank geen opdracht geven het bedrag terug te storten.
Hoeveel mag er worden afgeschreven
Overheidsvorderingen mogen plaatsvinden voor aanslagen van ten hoogste € 1.500,-. Er mag voor dezelfde aanslag maximaal twee keer per maand een overheidsvordering worden gedaan en dat maximaal drie maanden lang. De overheidsvordering zelf mag per keer maximaal € 500,- bedragen.
Geldproblemen door de overheidsvordering
Als de belastingschuldige geldproblemen krijgt door de uitvoering van de overheidsvordering dan kan de belastingschuldige contact opnemen met de invorderingsambtenaar.
De invorderingsambtenaar maakt dan betaalafspraken over het nog te betalen bedrag en kan (een deel van) het met de overheidsvordering afgeschreven bedrag terugbetalen.
Bezwaar tegen beslagvrije voet overheidsvordering
De invorderingsambtenaar berekent de beslagvrije voet voordat de overheidsvordering wordt gestuurd aan de bank. Als de belastingschuldige hierdoor een lager bedrag overhoudt dan de voor hem geldende beslagvrije voet, kan hij de invorderingsambtenaar verzoeken de overheidsvordering in te trekken.
Bij het verzoek aan de invorderingsambtenaar moet de belastingschuldige:
De invorderingsambtenaar bepaalt op grond hiervan eerst de van toepassing zijnde beslagvrije voet. Als deze berekening leidt tot een correctie van de vordering, past de invorderings- ambtenaar een vermogenstoets toe.
Dit gebeurt op basis van het totaal van de bank- en spaartegoeden op het moment dat de vordering is gedaan. Hiermee wordt voorkomen dat de belastingschuldige met geen of weinig inkomen maar met spaargeld de overheidsvordering ongedaan kan laten maken.
Als door een gerechtsdeurwaarder beslag is gelegd op het loon houdt de invorderingsambtenaar bij zijn beoordeling of de overheidsvordering moet worden ingetrokken, rekening met het feit dat belastingschuldige slechts het met zijn beslagvrije voet corresponderende bedrag op zijn bankrekening overgemaakt krijgt.
Als geen spaartegoeden aanwezig zijn, is in die gevallen – afgezien van specifieke omstandigheden - aannemelijk dat belastingschuldige door het toepassen van de overheidsvordering een lager bedrag overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet.
Bij aantasting van de beslagvrije voet door de overheidsvordering geldt een beperkte terugwerkende kracht. Dit betekent dat alleen de laatste overheidsvordering vóór het verzoek om herberekening van de beslagvrije voet ongedaan gemaakt wordt.
De belastingdeurwaarder kan bij de belastingschuldige thuis of in zijn bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. Hij maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan.
Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht.
Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Hij mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven. De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen en ergens anders opslaan. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen.
Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop.
Hiervan kan worden afgeweken als de invorderingsambtenaar aannemelijk maakt dat de belastingschuldige door het beslag en de verkoop van de roerende zaken niet op een te zware manier wordt benadeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij beslag ter voorkoming van meer schulden.
De invorderingsambtenaar kan ook beslag laten leggen als de verwachtte opbrengst aanmerkelijk lager is dan de opbrengst als aannemelijk is dat de belastingschuldige zijn schuld wel kan, maar niet wil betalen.
Toestemming bij grote bedrijven
As de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers kunnen bedreigen, moet hij eerst toestemming aan het college van B&W vragen.
De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als:
De belastingdeurwaarder voert bij een beslag meerdere acties uit, zoals het opmaken van een proces-verbaal van beslag en het betekenen van het beslag aan de belastingschuldige. Deze kosten staan in de Kostenwet.
Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen
Als er beslag roerende zaken is gelegd dan dient er contact te worden opgenomen met onze deurwaarder van het:
Noordelijk Belastingkantoor (NBK)
De belastingschuldige is vooraf geïnformeerd wanneer er beslag zal worden gelegd.
In het proces-verbaal dat de deurwaarder heeft opgemaakt, staat omschreven welke roerende zaken in beslag zijn genomen en op welke datum deze in het openbaar zullen worden verkocht.
Voor het treffen van een betalingsregeling moet de belastingschuldige contact opnemen met het NBK. Het NBK houdt zich daarbij aan de beleidsregels van de gemeente Aa en Hunze.
De belastingschuldige is het niet eens met het beslag (verzet)
De belastingschuldige kan in verzet komen tegen het beslag. Hij moet dan een advocaat inschakelen om de invorderingsambtenaar te dagvaarden. De zaak wordt vervolgens behandeld bij een rechtbank.
Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden.
Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht.
Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen.
De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in één keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt.
Kosten beslag onroerende zaken
Ook bij deze manier van beslagleggen brengt de belastingdeurwaarder kosten in rekening voor het opmaken van het proces-verbaal van beslag en de diverse betekeningen. Daarnaast zijn er kosten verschuldigd om het beslag in te schrijven en door te halen bij het Kadaster.
Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen?
Ook bij beslag op een woning hoeft dit niet automatisch te betekenen dat het tot een verkoop komt. Er is meestal nog ruimte om het samen op te lossen. De belastingschuldige dient hiervoor contact op te nemen met het Team Belastingen. Telefoonnummer (088) 12 30 900.
Hoofdstuk 4 Acties door belastingschuldige
In dit hoofdstuk worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces.
De meest voor de hand liggende actie is een betaling. Bij de afboeking van een betaling op een belastingaanslag moeten als eerste de kosten, als tweede de rente en als derde het restant van de betaling worden afgeboekt op de belastingaanslag (art. 7 IW)
Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft hij zelf geen geld over te maken. De gemeente schrijft in maximaal 10 keer het bedrag van zijn rekening af. Meer informatie:
Automatische incasso Aa en Hunze - Gemeente Aa en Hunze
Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement)
Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan.
Het incassoreglement is hier te vinden: Gemeenteblad 2019, 214563 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
4.5 Betaling bij vergissing of misverstand
Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden.
In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de schuld alsnog zal betalen.
4.7 Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW)
Soms moet de gemeente een bedrag betalen aan de belastingschuldige, bijvoorbeeld als er teveel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) aan een belastingschuldige vindt plaats op het rekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is.
Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het rekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of- rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige.
In alle andere gevallen zal het rekeningnummer schriftelijk bij de belastingschuldige worden opgevraagd.
Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet hij dat op tijd aan de invorderingsambtenaar doorgeven zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige.
Directe uitbetaling gebeurt wél als de belastingschuldige aantoont dat:
Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen omdat hij daar geen recht op had.
Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de
belastingschuldige, dan is en blijft hij verantwoordelijk voor deze fout.
De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan hij informatie krijgen over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald.
4.8 Uitstel van betaling (art 25 IW)
4.8.1 Uitstel van betaling algemeen
Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend:
De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder zijn voorwaarden een belastingschuldige uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hier van afwijken als hij vreest dat de belangen van de gemeente worden geschaad of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling.
De invorderingsambtenaar verleent geen uitstel van betaling voor de volgende belastingaanslagen:
4.8.2 Aanvragen van uitstel van betaling
De belastingschuldige kan op 5 manieren uitstel van betaling aanvragen:
4.8.3 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep
Het indienen van een bezwaar of beroep geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag.
De belastingschuldige moet in zijn bezwaar vragen om uitstel van betaling.
Uitstel van betaling wordt door de ontvanger alleen verleend voor het deel van de aanslag waar het belastingschuldige bezwaar tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden.
Het uitstel van betaling eindigt automatisch als er uitspraak is gedaan op het bezwaar of het beroep.
4.8.4 Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen
Als de belastingschuldige de belastingaanslag niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan hij een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald. De invorderingsambtenaar kan ook aanvullende voorwaarden stellen.
Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn wordt er geen betalingsregeling afgesproken.
4.8.4.1 Betalingsregeling voor particulieren én ondernemers
Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit doet hij om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.
Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 12 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven.
Een betalingsregeling kan maximaal 1 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan het NBK. Dan kan het NBK eventueel nog 1 keer akkoord gaan met een nieuwe betalingsregeling.
4.9 Tweede verzoek voor uitstel van dezelfde aanslag (herhaald verzoek)
Als de invorderingsambtenaar bij een herhaald verzoek om een betalingsregeling van mening is dat hij een beslissing kan nemen die gunstiger is voor de belastingschuldige dan zijn eerdere beslissing, dan handelt hij het verzoek zelf af en verstuurt hij en nieuwe betalingsregeling. Tegen deze beslissing kan de belastingschuldige een beroepschrift indienen bij het college van B&W, als hij het met de nieuwe betalingsregeling niet eens is.
4.9.1 Verrekening van teruggaven
Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag.
4.9.2 Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance van betaling
De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling.
4.9.3 Wanneer wordt een betalingsregeling beëindigd?
De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als:
Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald voldoet hij niet aan de voorwaarde van de betalingsregeling.
Als de invorderingsambtenaar geen nieuw uitstel van betaling geeft of het uitstel stopt, of als het beroep tegen de afwijzing van het uitstel is afgewezen, wordt de invordering na 10 dagen opgestart dan wel voortgezet.
De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen:
Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W.
Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren.
Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde. De motivering wordt vermeldt in een brief.
4.10 Kwijtschelding (art. 26 IW)
In aansluiting op artikel 26 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het kwijtscheldingsbeleid.
Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel.
Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie. Zoals het inkomen, wat hij bezit (zoals een auto) en hoe hij woont. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken.
4.10.1 Beleidskeuzes kwijtschelding
In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW).
De gemeente kan binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden.
De afwijkende regels staan in de door de gemeente opgestelde kwijtscheldingsverordening. Deze verordening is gepubliceerd op overheid.nl
Gemeenteblad 2023, 117447 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
4.10.2 Noordelijk Belastingkantoor (NBK)
De beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken voor gemeentelijke belastingen van de gemeente Aa en Hunze wordt uitgevoerd door het NBK.
Beroepschriften omtrent de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen worden eveneens inhoudelijk door het NBK beoordeeld. De ondertekening geschiedt door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze.
De gemeente Aa en Hunze volgt het kwijtscheldingsbeleid van het NBK dat is vastgelegd in artikel 26 van de Leidraad invordering Noordelijk Belastingkantoor. Tevens is de door de gemeenteraad van Aa en Hunze vastgestelde kwijtscheldingsverordening van toepassing.
4.10.3 Kwijtschelding ondernemers voor privé belastingen
Voor belastingschuldigen die een bedrijf hebben of zelfstandig werken, gelden voor bepaalde gemeentelijke belastingen (die niet direct met hun werk te maken hebben) dezelfde kwijtscheldingsregels als voor andere natuurlijke personen.
De beoordeling van de aanvraag gebeurt op basis van het inkomen dat iemand heeft en het vermogen dat hij of zij bezit, bijvoorbeeld uit loon, een uitkering, enzovoort.
Bij de beoordeling van het netto-inkomen wordt gekeken naar de aangifte inkomstenbelasting en de winst- en verliesrekening van het jaar waarin de kwijtschelding wordt aangevraagd.
Bij het beoordelen van het vermogen (aan de hand van de winst- en verliesrekening) wordt het bedrijfsvermogen dat nodig is voor het bedrijf, niet meegerekend.
4.11 Kwijtschelding ondernemers voor zakelijke belastingen (saneringsakkoord)
Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers.
De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen.
Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord
De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord.
Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing?
Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(en) op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt.
Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek
In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald. De invorderingsambtenaar kan echter toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen. Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat hij de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kan betalen.
Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat hij voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord.
Hierbij gelden de volgende regels:
Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.
Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord
De gemeente doet niet mee aan een akkoord als:
Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet zijn verplicht om deel te nemen aan het saneringsakkoord. Dit zijn onder andere:
Dwangcrediteuren. Hiermee worden bedoeld de schuldeisers waarvan de ondernemer in zijn voortbestaan afhankelijk is. Zo houdt de invorderingsambtenaar bij de boordeling van het akkoord rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder, die het saneringsvoorstel heeft opgesteld.
4.12 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend.
Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding.
De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar dan kan hij wel een voorwaarde stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend moeten worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen drie jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen.
Als de invorderingsambtenaar besluit om voorlopig geen invorderingsmaatregelen te nemen, kan hij voorwaarden of daarbij een termijn stellen. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar de beslissing intrekken. Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin hij aangeeft dat hij de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan veertien dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen.
Insolventieprocedures zijn de (gerechtelijke) stappen die kunnen worden gezet wanneer een belastingschuldige zijn schulden niet meer kan betalen. Als de belastingschuldige er zelf niet uitkomt, is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk hulp zoekt bij het oplossen van zijn schulden.
De gemeente kan daarbij helpen. Zie Regelingen op een rijtje - Gemeente Aa en Hunze
4.13.1 De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten
In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 240 dagen (8 maanden) stopgezet.
Als de schuldhulpverlener meldt dat er een schuldregelingsovereenkomst is afgesloten, krijgt de belastingschuldige uitstel van betaling voor maximaal 18 maanden, onder de volgende voorwaarden:
Het uitstel van betaling begint vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na het afsluiten van de overeenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener binnen 120 dagen (maar uiterlijk 240 dagen) of een regeling met de schuldeisers kan worden bereikt.
Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing?
Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden.
Gevolgen van het MSNP- uitstel
Intrekken uitstel tijdens de MSNP
De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als:
De invorderingsambtenaar trekt het uitstel pas in nadat hij de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige veertien dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen.
Na de toepassing van de MSNP-regeling
De belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin MSNP van toepassing was zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden.
4.13.2 Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten
Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats?
Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen:
Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling.
4.14 Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)
Als de belastingschuldige aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de rechter hem toelaten tot de WSNP. De WSNP stopt na 18 maanden. Deze termijn kan worden verlengd tot 5 jaar.
Als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten.
(Nieuwe) belastingschulden die ontstaan vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden.
In deze situatie waarbij sprake is van tijdelijke liquiditeitsproblemen en waarin een faillissement niet op zijn plaats is, kan de rechter op verzoek van de belastingschuldige surseance (uitstel) van betaling verlenen aan de concurrente schuldeisers. De belastingaanslagen van de gemeente vallen daar ook onder.
Gevolgen surseance van betaling
4.16 Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)
Het doel van deze wet is om ondernemingen met gezonde bedrijfsactiviteiten, die vanwege een zware schuldenlast failliet dreigen te gaan, te helpen met reorganiseren. Dankzij de WHOA-procedure kan de rechter een akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers homologeren (goedkeuren), waardoor alle betrokken én niet betrokken schuldeisers zich aan het akkoord moeten houden.
De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is
De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen.
De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken.
De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze.
Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven.
Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord
Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, dan wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald, kwijtgescholden.
Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen.
Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan.
Als de belastingschuldige failliet wordt verklaard, dan benoemt de rechtbank een curator. De belastingschuldige mag niet meer zelf beslissen over zijn geld of bezittingen.
Toestemming voor faillissementsaanvraag
Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar toestemming van het college van B&W nodig.
Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, dat deze gebruikt kunnen worden als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser.
Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel.
Na beëindiging van het faillissement van een natuurlijk persoon (mens) wordt de invordering niet meer opgestart. Dit gebeurt alleen als belastingschuldige binnen vijf jaar na het faillissement meer verdient dan het gemiddelde inkomen in Nederland, of als hij of zij bezittingen heeft die veel waard zijn.
4.18 Buitengerechtelijk akkoord
Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel.
Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
Gevolgen buitengerechtelijk akkoord:
Hoofdstuk 5 (Vervolg)acties invorderingsambtenaar
De invorderingsambtenaar heeft verschillende mogelijkheden om de belastingschuld te innen. In dit hoofdstuk worden een aantal van die mogelijkheden toegelicht.
5.1 Versnelde dwanginvordering (artikelen 10 en 15 IW)
Als één van de situaties zoals beschreven in artikel 10 IW zich voordoet, dan kan de invorderingsambtenaar met versnelde invordering de belastingaanslag direct en voor het volledige bedrag opeisen. De betalingstermijn(en) op de aanslag is/zijn dan niet meer van toepassing.
Artikel 15 IW vormt samen met art 10 IW de versnelde dwanginvorderingsprocedure. Dit artikel maakt het mogelijk om voor de belastingschuld zonder voorafgaande aanmaning direct beslag te leggen.
De invorderingsambtenaar zal de belastingschuldige altijd informeren op grond van welke feiten en omstandigheden hij tot versnelde invordering overgaat.
Op grond dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met van deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met te betalen aanslagen waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is). De invorderingsambtenaar bepaalt of, al dan niet tot verrekening wordt overgegaan.
De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een beschikking (brief).
5.3 Invorderingsrente (art. 28 IW)
De invorderingsambtenaar vergoedt invorderingsrente als hij meer dan zes weken te laat is met het uitbetalen van een belastingteruggaaf. En in de situatie dat de belastingschuldige een bezwaarschrift heeft ingediend en na een verzoek daartoe geen uitstel van betaling heeft gekregen en vervolgens in het gelijk wordt gesteld.
De gemeente berekent niet actief invorderingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag. De gemeente verklaart hoofdstuk III van de ministeriële regeling ‘Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990’ van toepassing op het fiscale invorderingsbeleid met uitzondering van de in artikel 33 opgenomen rentedrempel.
De gemeente hanteert een rentedrempel van € 500,- per betaling.
5.4 Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW)
De belastingschuldige is zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn eigen belastingschuld.
Daarnaast kan iemand anders, een derde , aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de belastingschuldige.
Deze derde kan pas door de invorderingsambtenaar aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander nadat de belastingschuldige ‘in gebreke is’ gesteld.
De invorderingsambtenaar gaat niet direct tot aansprakelijkstelling over, maar probeert eerst om de belastingschuld bij de belastingschuldige in te vorderen.
Bij het aansprakelijk stellen kan de invorderingsambtenaar van twee soorten bepalingen gebruik maken:
De invorderingsambtenaar bepaalt wie en op grond van welke wettelijke bepaling hij aansprakelijk stelt om de belastingschuld te kunnen invorderen.
Ook aansprakelijkgestelden kunnen te maken krijgen met kosten die ontstaan door invorderingsmaatregelen. De regels die gelden voor een belastingschuldige gelden ook voor een aansprakelijkgestelde.
5.4.1 Uitstel bij aansprakelijkheid
Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde komen overeen met de regels voor uitstel aan een belastingschuldige.
5.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling
De aansprakelijkgestelde kan een bezwaarschrift indienen tegen zowel de aansprakelijkstelling zelf als tegen de belastingaanslag. Dat laatste kan alleen als de oorspronkelijke belastingschuldige niet al bezwaar heeft gemaakt. Als de invorderingsambtenaar het bezwaarschrift heeft afgewezen, kan de aansprakelijkgestelde een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat vervolgens hoger beroep open bij het gerechtshof.
Tegen de schriftelijke uitspraak van het gerechtshof kunnen zowel de aansprakelijkgestelde als het college van B&W respectievelijk het dagelijks bestuur eventueel in cassatie gaan. Cassatie vindt plaats bij de hoogste rechterlijke instantie van Nederland, de Hoge Raad. De Hoge Raad bekijkt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd in een juridisch geschil.
5.5 Informatieverplichtingen(art. 58, 60, 61, 63 en 63a IW)
Tijdens het invorderen kan het nodig zijn dat de invorderingsambtenaar bepaalde gegevens van een belastingschuldige en diens echtgeno(o)t(e) of een aansprakelijkgestelde nodig heeft. Zij zijn verplicht deze gegevens te verstrekken.
Geen of onjuiste en/of onvolledige gegevens
Als de invorderingsambtenaar gegevens heeft verkregen die niet concreet of voor meerdere uitleg vatbaar zijn, dan vraagt hij de gegevens opnieuw op.
Als de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen voldoen kan de invorderingsambtenaar overwegen om een bestuurlijke boete op te leggen of in het uiterste geval een civiele procedure op te starten.
Hoofdstuk 6 Privaatrechtelijke vorderingen
Met “factuur”, “nota” of “andere schriftuur” wordt de door de gemeente Aa en Hunze in rekening gebrachte dienst dan wel het product bedoeld.
Met “debiteur” is de persoon die moet betalen, kan ook zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger of de aansprakelijkgestelde worden bedoeld.
Verzending”: voor verzending van de invorderingsbescheiden wordt gebruik gemaakt van de diensten van een postbezorgingsbedrijf, tenzij de wet anders voorschrijft. Hiermee ligt de bewijslast, bij geen (volledige) ontvangst van het invorderingsbescheiden, altijd bij de debiteur. Facturen worden ook per mail verzonden indien de debiteur hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven.
6.3 De basis voor privaatrechtelijke vorderingen
Om een bedrag te kunnen innen, moet er een "verbintenis" zijn waarbij iemand verplicht is om dat geld aan de gemeente te betalen. Deze verplichting kan ontstaan uit de wet of een overeenkomst. Voor de gemeente betekent dit dat privaatrechtelijke vorderingen (verplichtingen) vooral ontstaan door:
Dit zijn de basisredenen voor een vordering die de gemeente heeft op een debiteur. Zonder zo'n basis is er geen recht om het geld in te vorderen. Voor vorderingen die niet worden betaald, ondanks herinneringen of aanmaningen, of die betwist worden, is het van groot belang om te weten hoe de vordering is ontstaan. Elke basis heeft namelijk andere voorwaarden voor het tot stand komen van de vordering.
Vaak zijn juridische conflicten, zoals incasso-kwesties, niet zo moeilijk door de rechtsvragen zelf, maar door verschillen van mening tussen de betrokkenen over de feiten of gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, of over de gemaakte afspraken.
Voor het innen van een vordering is het daarom heel belangrijk dat de aard van de vordering goed omschreven is, en dat de debiteur met de juiste naam en adres wordt vermeld.
6.4 Invordering van privaatrechtelijke vorderingen
Voor privaatrechtelijke vorderingen gelden het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek (BW) als wettelijk kader. Dit betekent dat de gemeente geen bijzondere rechten heeft in het invorderingsproces.
Een belangrijk gevolg hiervan is dat de gemeente geen recht van parate executie heeft, maar gebruik zal moeten maken van gerechtsdeurwaarders en gerechtelijke vonnissen.
Naast de wetgeving die specifiek gaat over het innen van vorderingen moet de gemeente ook rekening houden met de Algemene wet bestuursrecht. De invorderingsambtenaar moet de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriaal verkoop en dergelijke).
6.6 Stap 1 Bekendmaking factuur
De datum op de factuur geldt als de datum waarop de factuur is vastgesteld. De betalingstermijn wordt op de factuur vermeld. De debiteur moet de factuur uiterlijk op die datum betalen.
Facturen van een debiteur die failliet is verklaard of onder de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen valt, worden ter verificatie bij de curator respectievelijk de bewindvoerder aangemeld.
Als een debiteur is overleden, wordt de factuur naar de executeur, de bewindvoerder over de nalatenschap of de erfgenamen gestuurd.
Facturen voor een minderjarige debiteur worden naar de wettelijke vertegenwoordiger gestuurd, als bekend is dat het versturen naar de debiteur zelf al eerder problemen heeft opgeleverd.
Van een retour ontvangen factuur wordt de naam, het adres en de woonplaats gecontroleerd en wordt de factuur, indien nodig, opnieuw verzonden.
6.9 Stap 4 Laatste waarschuwing
Als de tweede herinnering niet leidt tot betaling, krijgt de debiteur een aanmaning met een betalingstermijn van 14 dagen. Hierin wordt, overeenkomstig artikel 6:96 lid 6 BW (14 dagenbrief), vermeld dat het totaal te betalen bedrag wordt verhoogd met buitengerechtelijke incassokosten op de voet van de Wet normering en buitengerechtelijke incassokosten en het bijbehorende Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten (Wet incassokosten; WIK).
Ook wordt aangegeven dat de gemeente naar de rechter kan stappen als de betaling uitblijft en dat er wettelijke rente in rekening kan worden gebracht.
6.11 Stap 6 Inschakelen van een gerechtsdeurwaarder
Als de betaling na de laatste waarschuwing nog steeds uitblijft, wordt de vordering overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder.
De gerechtsdeurwaarder is onafhankelijk en ook al wordt hij door de gemeente ingeschakeld, hij heeft oog voor de belangen van zowel debiteur als de gemeente. De gerechtsdeurwaarder probeert zelf de vordering te innen.
Hij benadert de debiteur met zachte hand, maar wel indringend. Hij doet dit op een persoonlijke manier. Door zijn vakinhoudelijke kennis kan de gerechtsdeurwaarder de debiteur inlichten over zijn verplichtingen en rechten. Door de gerichte benadering van de gerechtsdeurwaarder zijn verdere juridische stappen vaak niet nodig.
6.12 Stap 7 Gerechtelijke procedure
Als de minnelijke incasso niet werkt, kan de gemeente ervoor kiezen om een gerechtelijke procedure te starten. Dit kan bestaan uit dagvaarden, beslag leggen en executoriale verkoop, en wordt uitgevoerd door de gerechtsdeurwaarder. Het proces begint met een dagvaarding en, als de rechter een vonnis uitspreekt, wordt het vonnis aan de debiteur bezorgd. Als de debiteur niet betaalt, kan de gerechtsdeurwaarder beslag leggen op bijvoorbeeld loon of andere bezittingen.
Hoofdstuk 7 Acties door de debiteur
In dit hoofdstuk worden handelingen en/of acties door debiteur toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces.
De debiteur kan voor de factuur een betalingsregeling aanvragen. Betalingsregelingen worden altijd schriftelijk afgesproken/bevestigd.
De betalingsregeling kan maximaal 12 maandelijkse termijnen bestrijken. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken.
Een betalingsregeling kan slechts 1 keer worden afgesproken, als de afgesproken betalingsregeling niet wordt nagekomen of om een andere reden wordt beëindigd wordt er geen nieuwe betalingsregeling meer afgesproken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-531005.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.