Toelichting
Steeds vaker is sprake van lange(re) periodes van droogte. Lange(re) periodes van droogte in combinatie met hoge temperaturen maken de natuur kwetsbaar voor een natuurbrand. De meeste natuurbranden ontstaan door menselijk handelen, waarbij vuur van roken een belangrijke bron is.
Een brand in een bos en natuurgebied kan zich, als bomen en vegetatie droog zijn, snel uitbreiden en zelfs bij vroegtijdige ontdekking en opschaling door de brandweer groot of zelfs onbeheersbaar worden, helemaal als ook sprake is van ongunstige windomstandigheden.
Niet alleen de bossen zelf zijn daarmee kwetsbaar, maar ook de in of nabij de natuur gelegen woningen en voorzieningen. Dat geldt natuurlijk ook voor mens en dier die in of nabij de natuur wonen, werken, recreëren e.d.
De periode waarin sprake is van droogte valt vrijwel altijd in de periode tussen 1 maart en 1 oktober.
In de provincie Utrecht zijn 9 gemeenten die betitteld zijn al natuurbrandgemeenten. De natuurbrandgemeenten zijn de gemeentes waarin het nationaalpark de Utrechtse Heuvelrug is gelegen. Alle 9 gemeenten is of zal voor dezelfde periode in het jaar een rookverbod worden ingesteld.
Op grond van artikel 2:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Leusden kan het college een periode aanwijzen waarin het verboden is te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan.
De volledige tekst van artikel 2:18 van de APV luidt:
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
- 1.
Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan, gedurende een door het college aangewezen periode.
- 2.
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
- 3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.
- 4.
Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.