Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Openbare Orde en Veiligheid

De directeur Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Amsterdam;

 

gelet op artikel 5, artikel 6, eerste lid en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en het Mandaat aan de directeur van de directie openbare orde en veiligheid inzake het geven van verwijderingsbevelen;

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Openbare Orde en Veiligheid

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • -

    afdelingsmanager / afdelingshoofd: de afdelingsmanagers werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie te weten:

    • Afdelingshoofd Bestuurlijke Maatregelen en Gebieden;

    • Afdelingshoofd Actiecentrum Veiligheid en Zorg;

    • Afdelingshoofd Crisis- en Incidentenbeheersing;

    • Afdelingshoofd Amsterdamse Aanpak Ondermijning;

  • -

    burgemeester: de burgemeester van de gemeente;

  • -

    cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • -

    directeur: de directeur Openbare Orde en Veiligheid;

  • -

    directie: de directie Openbare Orde en Veiligheid;

  • -

    gemeente: de gemeente Amsterdam;

  • -

    machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • -

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    stedelijk directeur: de directeur van een cluster;

  • -

    teammanager / teamleider: teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;

  • -
  • -

    volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

Artikel 2 Machtiging en volmacht

Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    Volmacht en ondervolmacht om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en in dat kader stukken te tekenen;

  • b.

    Machtiging en ondermachtiging om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

  • 1.

    Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 1 bij dit besluit.

  • 2.

    Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 1 genoemde bepalingen en beperkingen.

  • 3.

    Aan de afdelingsmanagers en teammanagers van de directie wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.

Artikel 4 Vervangingsregeling

Binnen de directie worden de afdelingsmanagers zoals genoemd in artikel 1 aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheden genoemd in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en het Mandaat aan de directeur van de directie openbare orde en veiligheid inzake het geven van verwijderingsbevelen indien de directeur meer dan vijf werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.

Artikel 5 Wijze van ondertekening

  • 1.

    Ondermandaat op grond van dit besluit geldt ook voor de ondertekening van stukken.

  • 2.

    In geval van het uitoefenen van een gemandateerde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

    [handtekening]

    [voor- en achternaam gemandateerde]

    [functieaanduiding]

  • 3.

    Een beslissing die niet in mandaat wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, wordt als volgt ondertekend:

    De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

    ondertekend namens deze,

    [handtekening]

    [voor- en achternaam gemandateerde]

    [functieaanduiding]

  • 4.

    In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 4, dan wordt de ondertekeninstructie in het tweede en derde lid vanaf de handtekening vervangen door:

    [handtekening]

    bij afwezigheid,

    [voor- en achternaam vervanger]

    [functieaanduiding vervanger]

Artikel 6 Intrekken eerder mandaatbesluit

Het Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Directie Openbare Orde en Veiligheid, Bestuur en Organisatie wordt ingetrokken.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 8 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Openbare Orde en Veiligheid.

Vastgesteld op 27 november 2025.

De directeur Openbare Orde en Veiligheid

Pierre van Rossum

Bijlage 1, bij artikel 3: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

 

Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:

  • 1.

    Over vergunningverlening:

    • a.

      Onder het nemen van besluiten op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere beschikking wordt ook het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan;

    • b.

      Onder het stellen van voorschriften, voorwaarden of beperkingen wordt ook het aanvullen, toevoegen, intrekken of opheffen hiervan verstaan;

    • c.

      Het nemen van besluiten als bedoeld onder a omvat tevens de bevoegdheid tot het heffen en innen van leges.

  • 2.

    Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies, met uitzondering van:

    • a.

      De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels;

    • b.

      Het vaststellen van subsidieplafonds;

    • c.

      Het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie;

    • d.

      De handelingen die, voor wat betreft de afdeling van subsidieaanvragen, behoren tot het werkterrein van de directie Subsidie, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal.

  • 3.

    De taken op het gebied van handhaving omvatten:

Andere algemene bepaling

Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd.

 

Ondermandatenregister

 

Nr.

Grondslag in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam

Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Ondermandaat verleend aan

1.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2

e besluiten of in voorkomende gevallen toestemming kan worden gegeven voor incidentele respectievelijk structurele verstrekking van politiegegevens aan derden in de zin van artikel 19 en 20 van de Wet politiegegevens.

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

1.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 art. 3, lid 1, onderdeel a

Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit

Art. 160, lid 3, Gemeentewet

Behalve beslaglegging

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

2.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel b

Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld

Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

3.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel c

Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen

Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

4.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel d

Het kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag

Art. 4:14 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

5.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel e

In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen

Art. 4:18 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

6.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel f

Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld)

Art. 4:86 Algemene wet bestuurs- recht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

7.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel g

Het nemen van beslissingen inzake verrekening

Art. 4:93 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

8.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel h

Het verlenen van uitstel van betaling

Art. 4:94 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

9.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel i

Het verlenen van voorschotten

Art. 4:95 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

10.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel j

Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot

Art. 4:96 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

11.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel k

Het bij beschikking vaststellen van het bedrag van de verschuldigde wettelijke rente

Art. 4:99 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

12.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel l

Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

13.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel m

Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is

Art. 4:112 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

14.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel n

Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen

Artt. 4:114 en 4:115 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

15.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR699830%22%20/l%20%22hoofdstuk_2_artikel_5 Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel o

Het beslissen tot het nemen van executie-maatregelen ter uitvoering van dwangbevelen

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

16.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel p

Het aanwijzen van toezichthouders en het afgeven van legitimatiebewijzen

Artt. 5:11 en 5:12 Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

17.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel q

Het behandelen en afdoen van klachten

Titel 9.1, Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

18.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel r

Het beslissen op verzoeken om publieke informatie

Art. 4.1, eerste lid, Wet open overheid

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

19.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel s

Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie

Art. 3.3 Wet open overheid

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

20.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2

Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen

Art. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wet

Met uitzondering van:

 

a. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die:

 

- lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor;

 

- geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor;

 

- korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of

 

- aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd,

waarbij toestemming van het college niet vereist is:

 

i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;

 

ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of

 

iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.

 

b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;

 

c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;

 

d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

21.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2 met bijlage 2 en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3

Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen

Art. 160, lid 1, onder d, Gemeentewet

Mits:

 

a. zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;

 

b. zij geen betrekking hebben op:

 

i. de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;

 

ii. het lenen of uitlenen van geld;

 

iii. borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of

 

iv. andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en

 

c. de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid.

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

22.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2 met bijlage 2, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4

Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat

Art. 171, eerste lid, Gemeente-wet

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

23.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5

De ondertekening van stukken die van het college uitgaan

Art. 59a, eerste lid, Gemeente-wet

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

24.

Art. 5, lid 2 , samen met met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder a en hoofdstuk 1, paragraaf 2

De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene

Art. 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

25.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR699830%22%20/l%20%22hoofdstuk_2_artikel_5 Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene

Art. 34 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

26.

Art. 5, lid 2 , samen met met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder c en hoofdstuk 1, paragraaf 2

De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens

Art. 36 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

25.

Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2 , hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

Het beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatie

Art. 4:126 Algemene wet bestuursrecht

Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.

26.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 4 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten

Art. 4:126, lid 2, onderdeel b, Algemene wet bestuursrecht

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

28.

Art. 5, lid 2 , met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 6 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en het Besluit informatiebeheer 2010:

 

a. Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen;

 

b. Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties;

 

c. Het vervreemden van archiefbescheiden;

 

d. Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden;

 

e. Het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats;

 

f. Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);

 

g. Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);

 

h. Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam);

 

i. Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden;

 

j. Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden;

 

k. Het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatie-onderdeel aan een ander organisatie-onderdeel;

 

l. Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken.

a. Art. 7 Archiefwet 1995 en art. 6 Archiefbesluit 1995.

 

b. Art. 8 Archiefbesluit 1995.

 

c. Art. 8, leden 1 en 2, Archiefwet 1995 en artt. 7 en 8 Archief-besluit 1995.

 

d. Art. 8 Archiefbesluit 1995.

 

e. Art. 12, lid 1, Archiefwet 1995 en art. 9 Archiefbesluit 1995.

 

f. Art. 13, lid 1, Archiefwet 1995.

 

g. Art. 13, leden 3 en 4, Archiefwet 1995.

 

h. Art. 8 Archiefbesluit 1995.

 

i. Art. 8 Archiefbesluit 1995.

 

j. Art. 15, leden 1 en 2, art. 16, lid 2, Archiefwet 1995 en art. 19Archiefbesluit 1995.

 

k. Art. 4, onderdeel d, Besluit informatie-beheer 2010.

 

l. Art. 2 Databanken-verordening Amsterdam.

Na overleg met en instemming van de conform art. 32, lid 3, Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris)

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

29.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van Koophandel

Artt. 18 en 19 Handels-registerwet 2007

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

30.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 1 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

Het verstrekken van subsidie aan een instelling

Voor ten hoogste het bedrag dat op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

31.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 2 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

Het verstrekken van subsidie op grond van de subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld

Die behoren tot het werkterrein van de directie en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

33.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 4 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterrein

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

34.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5 en hoofdstuk 1, paragraaf 2

Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluit

a. Tenzij het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van art. 1:3 Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020; of

 

b. Tenzij die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd; en

 

c. Met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester)

De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.

 

Toelichting

Algemene toelichting

Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.

 

Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de artikelen 10:6, 10:7 en 10:8 de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.

 

In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Enkel de directeur kan dat doen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 4 Vervangingsregeling

De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde of vierde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde lid, weer aanwezig is.

 

Zoals bepaald in artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingsmanagers en teammanagers in het geval van afwezigheid een andere afdelingsmanager respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als vervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.

 

Bijlage 1, bij artikel 3: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

De inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ is overgenomen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is.

 

Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn.

Naar boven