Verordening op de rekenkamer Achtkarspelen 2025

De raad van de gemeente Achtkarspelen;

 

gelezen het voorstel van de controlecommissie van 25 september 2025;

 

gelet op artikel 81a van de Gemeentewet;

 

 

Beslút:

 

 

vast te stellen de volgende

 

 

Verordening op de rekenkamer Achtkarspelen 2025

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Rekenkamer: de rekenkamer Achtkarspelen.

  • 2.

    Raad: de raad van de gemeente Achtkarspelen.

  • 3.

    Controlecommissie: de controlecommissie van de raad van de gemeente Achtkarspelen.

  • 4.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen.

Artikel 2 Instelling en taak rekenkamer

  • 1.

    Er is een rekenkamer.

  • 2.

    De rekenkamer heeft als taak het geven van uitvoering aan het bepaalde in de artikelen 182, 184a en 185 van de Gemeentewet.

Artikel 3 Samenstelling en benoeming

  • 1.

    De rekenkamer bestaat uit vier leden, waaronder een voorzitter.

  • 2.

    Met het lidmaatschap van de rekenkamer zijn niet verenigbaar de functies zoals genoemd in artikel 81f van de Gemeentewet.

  • 3.

    De controlecommissie doet een voordracht aan de raad voor de benoeming van de leden van de rekenkamer, in overeenstemming met het presidium van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel.

  • 4.

    De raad benoemt de leden voor de duur van zes jaar. De leden kunnen maximaal eenmaal worden herbenoemd voor een periode van zes jaar. Bij het door de rekenkamer vastgestelde Reglement van Orde wordt als bijlage een rooster van aftreden van de leden gevoegd.

Artikel 4 Einde van het lidmaatschap

  • 1.

    Een lid van de rekenkamer kan worden ontslagen:

    • a.

      indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;

    • b.

      indien hij handelt in strijd met artikel 15, eerste lid van de Gemeentewet;

    • c.

      op eigen verzoek.

  • 2.

    Bij ontslag op eigen verzoek blijven de leden hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.

Artikel 5 Voorzitter en secretaris

  • 1.

    De raad benoemt een van de leden van de rekenkamer tot voorzitter, op voordracht van de controlecommissie en gehoord de andere leden van de rekenkamer, in overeenstemming met het presidium van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel.

  • 2.

    De raadsgriffier of een door deze aangewezen griffiemedewerker is secretaris van de rekenkamer.

  • 3.

    De secretaris is bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen van de rekenkamer en heeft daarbij een adviserende stem.

Artikel 6 Budget en vergoedingen leden

  • 1.

    De rekenkamer is bevoegd binnen een haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2.

    Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de volgende kosten gebracht:

    • a.

      de vergoedingen van de leden;

    • b.

      externe deskundigen die door de rekenkamer zijn ingeschakeld;

    • c.

      eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  • 3.

    De leden van de rekenkamer ontvangen een door de controlecommissie vast te stellen maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden, in overeenstemming met het presidium van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel, alsmede een vergoeding van hun reiskosten overeenkomstig de voor de ambtenaren van de gemeente Achtkarspelen geldende reiskostenregeling.

  • 4.

    De in het derde lid bedoelde vergoeding wordt periodiek aangepast overeenkomstig de indexering van de vergoedingen voor rekenkamerleden als bedoeld in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

Artikel 7 Rapportage onderzoeken

  • 1.

    Indien het verloop van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de rekenkamer besluiten de raad door middel van een tussenrapportage te informeren betreffende de vorderingen van het onderzoek.

  • 2.

    De rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om hun reacties op het voorlopige onderzoeksrapport aan de rekenkamer kenbaar te maken. De rekenkamer bepaalt wie als betrokkenen worden aangemerkt. Hierbij maakt de Rekenkamer onderscheid tussen feitelijk wederhoor en bestuurlijk wederhoor.

  • 3.

    De rekenkamer verwerkt de uitgebrachte reacties in haar eindrapportage en deelt die rapportage, vergezeld van de uitgebrachte reacties en aanbevelingen, mee aan de raad. Het college en eventuele andere betrokkenen ontvangen een afschrift van de rapportage. De eindrapportage van de rekenkamer is openbaar, met dien verstande dat niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.

  • 4.

    Elke rapportage van de rekenkamer bevat een verantwoording over de wijze waarop de rekenkamer het onderzoek heeft verricht en waarop zij van haar bevoegdheden gebruik heeft gemaakt.

  • 5.

    De raad bespreekt de eindrapportage en de reacties, besluit over de eindrapportage en aanbevelingen en bepaalt wat de voortgang daarbij zal zijn.

  • 6.

    De van de rekenkamer uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 8 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening op de rekenkamer Achtkarspelen 2025.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 december 2025.

  • 3.

    Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening op de Rekenkamer Achtkarspelen 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Achtkarspelen van 27 november 2025.

De griffier,

Dhr. G.J. Andringa

De voorzitter,

dhr. J.D. de Vries MSc

Toelichting

Algemeen

 

Deze verordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Zie de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer).

 

Artikelsgewijs

 

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

 

Artikel 2 Instelling en taak rekenkamer

 

In het eerste lid stelt de raad de rekenkamer in. Dit is een wettelijke verplichting (artikel 81a van de Gemeentewet).

 

Artikel 3 Samenstelling en benoeming

 

De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld. Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag ‘word ik wel herbenoemd’ dan al te snel weer wordt gevoeld. Voordeel van deze termijn is ook dat over benoeming en herbenoeming in het gewone geval steeds door twee verschillend samengestelde raden wordt beslist. Voorts draagt het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid). In de praktijk zal na verloop van tijd door tussentijds aftreden vanzelf de situatie ontstaan dat niet steeds de gehele rekenkamer opnieuw moet worden benoemd. Dit komt de continuïteit en de onafhankelijkheid van de rekenkamer ten goede. Zie Kamerstukken 27 751, nr. 3, p. 68.

 

Artikel 5 Voorzitter en secretaris

 

In de Gemeentewet is geregeld dat burgemeester en wethouders op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j, tweede lid). De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 81j, derde lid). Dit betekent dat griffiemedewerkers deels voor de griffie en deels voor de rekenkamer kunnen werken. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer zijn de ambtenaren, inclusief dus de griffiemedewerkers, voor werkzaamheden voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer (artikel 81j, vierde lid).

Dit artikel voorziet in het benoemen van een secretaris en plaatsvervangend secretaris(sen) voor de rekenkamer.

 

Artikel 6 Budget en vergoeding leden

 

De raad moet de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking stellen voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j van de Gemeentewet). Dit omvat de totale kosten van de rekenkamer en alle overige kosten voor de uitvoering van de taken.

 

De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten (artikel 81k van de Gemeentewet).

Naar boven