Beleidsregels standplaatsen 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen;

gelezen het ambtelijk voorstel;

overwegende, dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor

Standplaatsvergunningen.

De uitleg van de volgende wettelijke voorschriften;

omdat de huidige beleidsregels niet aansluiten bij de wensen van de inwoners en de geldende wet- en regelgeving; gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene plaatselijke verordening 2007;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

Beleidsregels standplaatsen 2025

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    Standplaats: een vaste in de openbare en in de openlucht gelegen plaats van waar goederen dan wel diensten aan het publiek worden aangeboden, daarbij gebruikmakend van mobiele verkoopmiddelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  • b.

    Standplaatsenkaart: een kaart waarop expliciet een voorkeurslocatie staat aangegeven.

  • c.

    Voorkeurslocatie: een locatie die op basis van verschillende criteria (openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, milieu, situering) getoetst en geschikt is bevonden voor één standplaats.

Artikel 2. Locaties

  • 1.

    Een vergunning kan worden aangevraagd voor een voorkeurslocatie of een niet-voorkeurslocatie.

  • 2.

    Een standplaatsvergunning wordt voor de duur van 10 jaar, of op verzoek van de aanvrager of het college voor een deel hiervan, verleend.

  • 3.

    Een overzicht van de 18 voorkeurslocaties is te vinden in bijlage I van de Nota Standplaatsenbeleid 2025.

Artikel 3: Aanvraag

De aanvraag dient in elk geval de volgende gegevens en documenten te bevatten:

  • a.

    Naam, adres en woonplaats van de aanvrager;

  • b.

    Kopie van een geldig legitimatiebewijs van de aanvrager;

  • c.

    Telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager;

  • d.

    Een uittreksel, niet ouder dan zes maanden; van de kamer van koophandel;

  • e.

    Een omschrijving van de te ondernemen activiteiten (waaronder de aan te bieden producten en/of diensten);

  • f.

    Opgave van gebruik van stroomvoorziening en/of watervoorziening;

  • g.

    De wijze van afvoer van afvalwater;

  • h.

    Een omschrijving, de afmetingen en een foto van het mobiele verkoopmiddel;

  • i.

    De gewenste locatie van de standplaats, inclusief locatiekaart;

  • j.

    De gewenste periode, dag(en) en tijdstippen voor het innemen van de standplaats;

  • k.

    Indien het een standplaats op particulier grond betreft; een schriftelijke verklaring van de eigenaar van de betreffende grond, waarin toestemming wordt gegeven voor het gebruik van de particuliere grond t.b.v. de standplaatsactiviteiten;

  • l.

    Handtekening van de aanvrager.

 

Voorkeurslocatie

 

Artikel 4: Procedure standplaats voorkeurslocatie

  • 1.

    Een vrijgekomen standplaats op een voorkeurslocatie wordt bekendgemaakt door openbare kennisgeving in het digitale gemeenteblad van de gemeente Hoogeveen en op de gemeentelijke website. Hierin wordt in ieder geval aangegeven:

    • a.

      binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen;

    • b.

      op welke wijze een aanvraag kan worden ingediend;

    • c.

      welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt;

    • d.

      op welke wijze de selectie plaats zal vinden;

    • e.

      een omschrijving van de vrijgekomen standplaats naar locatie, dag/dagdelen en tijdstippen.

  • 2.

    Aanvragen die zijn ingediend buiten het in het eerste lid onder a genoemde tijdvak of die niet voldoen aan de gestelde eisen van artikel 3 worden buiten behandeling gelaten.

Artikel 5: Verdeling vrijgekomen standplaats voorkeurslocatie

  • 1.

    Als er meerdere aanvragen zijn ingediend voor een standplaats op dezelfde voorkeurslocatielocatie en dagdeel/dagdelen, wordt via een openbare loting de volgorde van behandeling van de aanvragen bepaald. De volgorde van rangschikking wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website. Alleen aanvragen die volledig zijn en waar geen weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 8 aanwezig is, zullen meedoen aan de loting.

  • 2.

    De aanvragers die voldoen aan de gestelde indieningsvereisten worden schriftelijk over de datum en plaats van de loting in kennis gesteld en uitgenodigd om bij de loting aanwezig te zijn. Als bijlage bij deze uitnodiging wordt de ‘wijze van loting’ toegevoegd.

  • 3.

    Het bevoegde bestuursorgaan wijst een ambtenaar aan die zorgdraagt voor de loting. De loting geschiedt in het bijzijn van twee andere medewerkers van de gemeente.

  • 4.

    Van de loting wordt een proces-verbaal opgesteld. Het proces-verbaal van loting wordt ondertekend door de ambtenaar en de twee andere medewerkers van de gemeente.

  • 5.

    Indien tot vergunningverlening wordt overgegaan, worden de overige aanvragen afgewezen.

  • 6.

    Als geen vergunning kan worden verleend aan de eerste in de rangschikking, dan wordt de procedure op basis van de rangschikking voortgezet totdat er een vergunning is verleend.

  • 7.

    Dit artikel is niet van toepassing op de seizoensgebonden verkoop van oliebollen op standplaatslocaties in eigendom van de gemeente.

Artikel 6: Beschikbare voorkeurslocatie standplaats

  • 1.

    In het geval een vrijgekomen standplaats niet middels het doorlopen van de in de artikelen 4 en 5 beschreven procedure is ingevuld, is sprake van een beschikbare standplaats.

  • 2.

    Een aanvraag voor een beschikbare standplaats kan met inachtneming van op ieder moment worden ingediend.

  • 3.

    Als er meerdere aanvragen worden ingediend voor een beschikbare standplaats, worden deze aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst.

 

Niet-voorkeurslocatie

 

Artikel 7: Procedure standplaats niet-voorkeurslocatie

  • 1.

    Bij het vrijkomen van een standplaats op een niet-voorkeurslocatie worden in beginsel aanvragen op volgorde van ontvangst behandeld.

  • 2.

    Het kan voorkomen dat er verwacht wordt dat bij het vrijkomen van een niet-voorkeurslocatie meerdere aanvragen voor een standplaats worden ingediend voor dezelfde niet-voorkeurslocatie. Indien dit het geval is, kan er voor het aflopen van de geldende standplaatsvergunning bepaald worden dat er via wordt loting bepaald voor welke van de aanvragen een vergunning wordt verleend.

  • 3.

    Indien bepaald wordt dat de lotingsprocedure bij het verlenen van een standplaatsvergunning op een niet-voorkeurslocatie van toepassing is, zijn de artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing

Artikel 8: Weigeringsgronden

  • 1.

    De algemene weigeringsgronden uit artikel 4b lid 1 APV zijn van toepassing. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

      Hier gaat het om het effect dat de standplaats heeft in de openbare ruimte. Een standplaats heeft een aantrekkende werking die bijvoorbeeld kan leiden tot vervuiling van de omgeving, aanwezigheid van publiek en overlast.

    • b.

      de openbare veiligheid;

      Een standplaats mag niet leiden tot onveilige situaties. Hierbij gaat het om brandveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid van hulpdiensten. Het is van belang dat bij een standplaats rekening wordt gehouden met voldoende parkeerruimte voor automobilisten. Een standplaats is dan ook zo veel mogelijk gesitueerd op een plek waar voldoende parkeerruimte aanwezig is. Ook is gekeken naar de bereikbaarheid van de standplaats. De ‘beweging’ die een standplaats met zich meebrengt is in een typische woonomgeving uit een oogpunt van verkeersveiligheid ongewenst.

    • c.

      de volksgezondheid;

      Er moet rekening worden gehouden met de volksgezondheid. Dit kan bijvoorbeeld in combinatie met verkeersveiligheid om te voorkomen dat er verkeersslachtoffers vallen. Daarnaast bestaat in principe ook bezwaar tegen standplaatsen langs doorgaande wegen. Niet alleen vanwege de beperkte mogelijkheden tot het stallen van motorvoertuigen maar ook vanwege het gevaar voor het ontstaan van verkeersonveilige situaties bij veel bezoek aan een standplaats. Daarnaast valt het weigeren op grond van de aanwezigheid van besmettelijke ziekten of het aanbieden van bedorven voedsel onder deze weigeringsgrond.

    • d.

      de bescherming van het milieu

      Een standplaats kan worden geweigerd als het van invloed kan zijn op milieu. Dit kan inhouden het verstoren van het broedseizoen, veroorzaken van zwerfafval of als er milieunormen (geluid of stank) worden overtreden.

  • 2.

    Op basis van artikel 21 lid 3 APV weigert het college een standplaatsvergunning indien er sprake is van een strijdigheid met het geldende omgevingsplan.

Artikel 9: Voorwaarden

Het college verleent de in artikel 2 bedoelde vergunning onder tenminste de volgende voorwaarden als bedoeld in artikel 3 en 21 Algemene plaatselijke verordening 2007:

  • a.

    Verkeersveiligheid, situering van de standplaats en hinder en overlast

    • 1.

      De standplaats wordt uitsluitend worden ingenomen op de in de vergunning aangewezen locatie;

    • 2.

      De overlast voor anderen worden zo veel mogelijk beperkt: geen geluidsoverlast, geen geuroverlast, geen overlast voor passerend verkeer door voorwerpen buiten de standplaats, enz.;

    • 3.

      De standplaats en de omgeving in een straal van 25 hiervan worden schoongehouden;

    • 4.

      Op de standplaats wordt een afvalbak geplaatst;

    • 5.

      Aanwijzingen van de politie, de brandweer en de aangewezen gemeentelijke toezichthouders worden direct opgevolgd;

    • 6.

      De gasinstallatie die op een standplaats wordt gebruikt, voldoet aan de norm NEN 3324;

    • 7.

      Gebruik van autogas voor huishoudelijk of bedrijfsmatig gebruik is niet toegestaan.

  • b.

    Aantoonbaarheid

    De vergunning of een kopie hiervan moet worden getoond als een ambtenaar, de brandweer of de Politie Drenthe daarom vraagt.

  • c.

    Rechthebbende

    • 1.

      De vergunning heeft een persoonsgebonden karakter en wordt verleend aan een natuurlijk- of rechtspersoon;

    • 2.

      Bij een rechtspersoon geldt dat diegene die de standplaats feitelijk inneemt, werkzaam moet zijn bij de rechtspersoon aan wie de vergunning is verleend.

Artikel 10: Inhoud vergunning

  • 1.

    Aan de standplaatsvergunning kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  • 2.

    In de vergunning wordt ten minste vermeld:

    • a.

      een duidelijke omschrijving van de toegewezen standplaats, met vermelding van de locatie en de afmetingen (afbakening via de situatieplattegrond);

    • b.

      de artikelen of de groep van artikelen die door de vergunninghouder op de hem toegewezen standplaats mogen worden verkocht;

    • c.

      de dag en de tijden waarop van de standplaats gebruik mag worden gemaakt

Artikel 11: Intrekken of wijzigen vergunning

  • a.

    Het college trekt de in artikel 2 bedoelde vergunning in of wijzigt deze op grond van de bepalingen als bedoeld in artikel 4 Algemene plaatselijke verordening 2007, indien:

    • 1.

      De vergunning is verleend op door de aanvrager onjuiste en/of onvolledig verstrekte gegevens;

    • 2.

      De standplaats wordt opgeheven als gevolg van een wijziging in de ruimtelijke situatie op de aangewezen locatie en/of de directe omgeving hiervan;

    • 3.

      De aan de vergunning verbonden voorwaarden en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    • 4.

      De vergunninghouder drie dagen achter elkaar of vijf dagen binnen een tijdvak van drie maanden de standplaats niet inneemt;

    • 5.

      De vergunninghouder of zijn rechtverkrijgende hier om verzoekt.

  • b.

    Het eerste lid onderdeel d geldt niet als de vergunninghouder uiterlijk twee weken na deze termijn een voor het college acceptabele schriftelijke reden geeft.

Artikel 12: Kosten

  • 1.

    Voor het aanvragen van een vergunning zijn leges verschuldigd. De hoogte hiervan wordt vastgesteld in de gemeentelijke legesverordening en bijbehorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor het innemen van een standplaats op gemeentelijke grond is een vergoeding verschuldigd. De hoogte hiervan wordt vastgesteld in de gemeentelijke verordening op de heffing en invordering van precariobelasting.

  • 3.

    Voor het gebruik van gemeentelijke (nuts)voorzieningen moet worden betaald. De kosten voor aansluiten en verbruik worden afzonderlijk in rekening gebracht en zijn bovenop de leges verschuldigd

Artikel 13: Toezicht en handhaving

Op de naleving van deze beleidsregels wordt toegezien door toezichthouders van de gemeente. Indien een standplaats wordt ingenomen zonder de benodigde vergunning of in strijd met de voorschriften uit de vergunning kunnen bestuursrechtelijke maatregelen worden opgelegd.

Artikel 14: Slotbepalingen

  • a.

    De beleidsregels voor het verlenen, wijzigen en intrekken van standplaatsvergunningen worden ingetrokken.

  • b.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

  • c.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels standplaatsen 2025.

  • d.

    De Nota standplaatsenbeleid 2025 vormt de basis van de Beleidsregels standplaatsen 2025.

 

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 8 juli 2025.

 

De secretaris, De burgemeester,

Mike Hacking Martijn Breukelman

Naar boven