Warmteprogramma 2026-2035

Burgemeester en wethouders van Veendam maken bekend dat het Ontwerp-Warmteprogramma Veendam 2026-2035 is vastgesteld. Dit ontwerp ligt vanaf 8 december 2025 gedurende acht weken ter inzage. Dat betekent dat het ontwerp voor iedereen beschikbaar is om in te kijken en erop te reageren.

Artikel I

Het ‘Ontwerp Warmteprogramma Veendam 2026-2035’ is vastgesteld

zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

Het Ontwerp-Warmteprogramma Veendam 2026-2035 kunt u bekijken via de service ‘Regels op de kaart’ van het omgevingsloket: www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart. Het ontwerp ligt tevens van 8 december 2025 t/m 30 januari 2026 op papier bij de gemeente Veendam ter inzage. U kunt hiervoor (tijdens openingsuren) terecht bij de balie in het BWI-gebouw aan de Jan Salwaweg 1 te Veendam.

-

Bijlage A

Warmteprogramma 2026-2035

Samenvatting

Voor u ligt het Warmteprogramma gemeente Veendam 2026-2035, de opvolger van de Warmtevisie. Hierin staat welke stappen de gemeente tot 2035 onderneemt om aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord te voldoen, zodat woningen en andere gebouwen in 2050 verduurzaamd en aardgasvrij zijn. Door het opstellen van een Warmteprogramma zorgen we voor een duidelijke routekaart voor de warmtetransitie. Het laat zien wat de plannen zijn voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, en geeft inzicht in de meest kansrijke warmteoplossingen voor het gebied. Hieruit volgt een duidelijk handelingsperspectief voor zowel bestuurders, beleidsmedewerkers, inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven als netbeheerders en woningcorporaties.

Proces opstellen Warmteprogramma en uitgangspunten

Om het Warmteprogramma op te kunnen stellen hebben we de uitvoering van de Warmtevisie geëvalueerd en het technisch-economisch onderzoek naar de meest kansrijke aardgasvrije oplossingen geactualiseerd. Daarnaast zijn de gemeentelijke plannen en de koppelkansen op verschillende beleidsterreinen in kaart gebracht. Om inbreng van inwoners, bedrijven en andere relevante partijen voor het Warmteprogramma op te halen is een online vragenlijst uitgezet en zijn diverse gesprekken gevoerd binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. De uitkomsten van het participatieproces hebben een plek gekregen in de uitgangspunten voor het Warmteprogramma: we willen dat de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar is en dat iedereen mee kan doen. Daarnaast willen we met dit programma duidelijkheid geven en koppelkansen benutten.

Voortgang warmtetransitie en mogelijkheden aardgasvrij verwarmen

Om een goed beeld te krijgen van de huidige opgave is een analyse gemaakt van de voortgang van de warmtetransitie. Uit de evaluatie van de Warmtevisie blijkt dat in Veendam de tussendoelstelling voor 2030 uit het Klimaatakkoord (20% van de woningvoorraad aardgasvrij of aardgasvrij-gereed) gehaald is: in 2025 heeft minstens 27,6% van de totale woningvoorraad in Veendam energielabel B of beter (te vergelijken met aardgasvrij-gereed). Daarnaast is er een onbekend aantal woningen dat al wel verduurzaamd is, maar nog niet gelabeld. Er is nog een groot aantal woningen dat nog niet aardgasvrij-gereed is en maar een klein (bekend) aantal woningen (3%) en utiliteitsgebouwen is daadwerkelijk aardgasvrij.

Volgens de meest recente cijfers is de CO2-uitstoot voor de gehele gebouwde omgeving in Veendam tussen 1990 en 2023 met 52,1% afgenomen. Waarschijnlijk is dit een gevolg van een sterke afname van het gasverbruik. De tussendoelstelling van 55% reductie in 2030 uit de Klimaatwet (2021) was in 2023 dus nog niet helemaal gehaald, maar is wel in zicht. Uit het technisch-economisch onderzoek blijkt dat voor een aantal wijken rond het centrum een warmtenet een kansrijke aardgasvrije oplossing kan zijn, met als bron restwarmte van bedrijven en/of aquathermie. Als er geen warmtenet gerealiseerd kan worden in deze wijken is een elektrische warmtepomp de meest kansrijke optie. Ook voor de gebouwen in de andere (buiten)gebieden is een elektrische warmtepomp de meest kansrijke optie om aardgasvrij te verwarmen. Het elektriciteitsnet in Veendam moet, net als in de rest van Nederland, op verschillende niveaus verzwaard worden om netcongestie te bestrijden en de warmtetransitie mogelijk te kunnen maken.

Opgave voor Veendam: inzet op twee sporen om doelen te bereiken

De conclusie van de verschillende onderzoeken voor het Warmteprogramma is dat de komende tijd nog steeds op twee sporen ingezet moet worden om aan de doelstelling voor 2050 te voldoen. Ten eerste moeten nog veel gebouwenaardgasvrij-gereed gemaakt worden door middel van isolatie. Ten tweede moeten de nodige stappen gezet worden om de gebouwen die al voldoende geïsoleerd zijn ook daadwerkelijk aardgasvrij te maken. In de Warmtevisie lag de focus met name op woningen, maar ook voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van utiliteitsgebouwen moeten plannen gemaakt worden. Op dat gebied ligt nog een opgave.

Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) en Perspectief Aardgasvrij

Voor de uitvoering van dit Warmteprogramma is een verdeling gemaakt in een Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) en een Perspectief Aardgasvrij. De Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) richt zich op de komende periode 2026-2030 en hierin zijn onderstaande concrete doelen en uitvoeringsplannen opgenomen. In het Perspectief Aardgasvrij 2031-2050 geven we aan wat onze verwachtingen zijn van de voortgang van de warmtetransitie na 2030 en geven we een doorkijk op de opgave voor de volgende periode. Voor het volgende Warmteprogramma 2031-2040 wordt opnieuw gekeken wat nodig en wenselijk is en verschuift het Perspectief Aardgasvrij (deels) door naar een concrete nieuwe Uitvoeringskaart.

Ter voorbereiding op het overgaan naar een aardgasvrije verwarming richten we ons voor de periode 2026-2030 met name op het verder isoleren en daarmee aardgasvrij-gereed maken van gebouwen. Daarnaast gaan we door met onderzoek naar de mogelijkheid van een warmtenet en informeren de diverse doelgroepen over de mogelijkheden om naar aardgasvrij te gaan. In twee wijken gaan we - volgend op de intensieve aanpak onder de Warmtevisie - aan de slag om plannen te maken over hoe de gebouwde omgeving in dat gebied naar aardgasvrij gaat.

  • Met de Isolatieaanpak onder het programma Nij Begun worden de komende tien jaar in Veendam circa 8.000 bestaande particuliere woningen geïsoleerd naar de standaard voor isolatie en zijn daarmee aardgasvrij-gereed. Woningeigenaren kunnen onder deze regeling in principe 50% van de kosten voor isolatie en ventilerende maatregelen vergoed krijgen (tot maximaal € 20.000,-). Voor woningeigenaren met een laag inkomen is een volledige vergoeding van de kosten mogelijk (tot maximaal € 40.000,-), zodat energie-armoede aangepakt wordt.

  • Omdat het voor veel gebouweigenaren nog onduidelijk is wat ze precies kunnen doen wat betreft isoleren en aardgasvrij verwarmen zetten we in op communicatie, informatie, ondersteuning, activatie en stimulatie.

  • We ondersteunen VVE's en eigenaren van monumenten met informatie en we maken afspraken met de woningcorporaties over het verduurzamen van de woningen. Met particuliere verhuurders wordt gekeken waar er synergie te bereiken valt.

  • We gaan in de wijken Sorghvliet en Wildervank samen met inwoners, bedrijven en andere relevante partijen wijkuitvoeringsplannen maken. Hierin staat hoe de gebouwen overgaan naar de volgende stap: aardgasvrij verwarmen.

  • Voor ons gemeentelijk vastgoed wordt beleid opgesteld om te verduurzamen. We ondersteunen bedrijven bij verduurzaming met de inzet van Groningen Werkt Slim. Met de scholen maken we afspraken hoe ze aan de slag gaan met verduurzamen en aardgasvrij maken van de gebouwen. We ondersteunen buurthuizen en buitensportverenigingen bij het aanvragen van fondsen voor verduurzaming van hun gebouwen en coördinatie van de uitvoering van maatregelen.

  • Om de aanpak van netcongestie te bespoedigen stemmen we de gemeentelijke plannen goed af met Enexis en faciliteren we zoveel mogelijk de versterking van het elektriciteitsnetwerk.

  • We doen nader onderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet. Als dit kansrijk is pakken we als gemeente onze regierol om dit samen met andere partijen mogelijk te maken. Bij de aanleg van een warmtenet leggen we zoveel mogelijk een koppeling met bestaande plannen voor aanpak van de openbare ruimte. We blijven ook de mogelijkheden van andere (innovatieve) aardgasvrije mogelijkheden bekijken.

Hoofdstuk 1 Inleiding

Paragraaf 1.1 Wat is het warmteprogramma

Met het Warmteprogramma geeft de gemeente vorm aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord dat woningen en andere gebouwen in 2050 verduurzaamd en aardgasvrij zijn. Het Warmteprogramma is een programma onder de Omgevingswet en een uitwerking van de Omgevingsvisie. Het vormt de voortzetting van de Warmtevisie, die in 2022 door de raad is vastgesteld. Het Warmteprogramma geeft een actueel en zo compleet mogelijk beeld van de stand van zaken en opgave van de warmtetransitie. Het fungeert als koers- en visiedocument en bevat een uitvoeringsplan voor de korte termijn, de komende vijf jaar. Na het eerste Warmteprogramma volgt tot 2050 elke vijf jaar een nieuw Warmteprogramma, dat dan weer tien jaar vooruitkijkt. Over de voortgang wordt elk jaar gerapporteerd in een voortgangsverslag.

Paragraaf 1.2 Leeswijzer

In hoofdstuk 1 leest u een inleiding op het Warmteprogramma en een samenvatting van de relevante Europese, nationale, regionale en gemeentelijke doelstellingen en wetgeving. Hoofdstuk 2 beschrijft de uitgangspunten van dit Warmteprogramma. In hoofdstuk 3 staat een analyse van de huidige situatie in Veendam, de relevante plannen op verschillende beleidsterreinen en de aanwezige koppelkansen. In hoofdstuk 4 worden de opgave, doelen en uitvoering voor de komende periode toegelicht. Hoofdstuk 5 gaat over hoe we de doelen en uitvoering van het programma gaan monitoren en evalueren. Daarnaast bevat het Warmteprogramma vier bijlagen: de evaluatie van de Warmtevisie, het participatieverslag, de juridische notitie voor de beoordeling plan-mer en tot slot de projectkaarten voor monitoring van de operationele doelen.

Paragraaf 1.3 Afbakening

Het Warmteprogramma gaat over de warmtetransitie: het verduurzamen en aardgasvrij maken van de gehele gebouwde omgeving. Behalve over woningen gaat het programma ook over de andere gebouwen (utiliteit). Er wordt ook ingegaan op de randvoorwaarden om de warmtetransitie mogelijk te maken, zoals de aanpak van netcongestie. Het Warmteprogramma gaat niet over duurzame mobiliteit en de opwek en opslag van duurzame energie. Deze onderwerpen kunnen wel aangehaakt worden bij de uitvoeringsplannen van het Warmteprogramma: de wijkuitvoeringsplannen. In een wijkuitvoeringsplan staat wat voor activiteiten, middelen en menskracht nodig zijn om de gebouwen in een bepaalde wijk aardgasvrij te maken. Dit plan wordt samen met inwoners, bedrijven en andere betrokken partijen opgesteld en waar mogelijk wordt een koppeling gemaakt met andere gebiedsgerichte (verduurzamings)aanpakken.

Paragraaf 1.4 Rol en invloed van de gemeente

De gemeente heeft van het Rijk de regierol gekregen in de Warmtetransitie. Dat betekent dat de gemeente plannen opstelt om deze transitie vorm, richting en snelheid te geven. De gemeente kan hier direct en indirect invloed op uitoefenen. Omdat gebouweigenaren de keuzevrijheid hebben wanneer en op wat voor manier zij overstappen op aardgasvrij verwarmen en koken is de invloed van gemeenten met name indirect. De gemeente kan inzetten op communiceren en informeren over het hoe en waarom van verduurzaming en aardgasvrij worden. Daarnaast kan zij gebouweigenaren ondersteunen om hen hiertoe te stimuleren en activeren.

De directe invloed van de gemeente is beperkt tot het verduurzamen van haar eigen vastgoed, de handhaving van de energielabel C-verplichting voor kantoren, het verlenen van vergunningen en de mogelijkheid om de aanwijsbevoegdheid toe te passen om te sturen dat een bepaalde wijk voor 2050 van het aardgas af gaat. Daarnaast kan de gemeente op verschillende manieren een rol spelen in het realiseren van collectieve warmteoplossingen zoals een warmtenet (bijv. aanwijzen van warmtekavels, deelname aan regionaal warmtebedrijf). Deze mogelijkheden worden verderop in dit Warmteprogramma toegelicht.

Paragraaf 1.5 Samenhang Warmteprogramma met andere beleidsdoelen en wetgeving

Subparagraaf 1.5.1 Europese en nationale beleidsdoelen

Nationale Klimaatwet en Klimaatakkoord (2019)

In de nationale Klimaatwet en in het nationale Klimaatakkoord is in 2019 de doelstelling opgenomen dat de CO2-uitstoot (voor alle sectoren) in 2030 met 49% afgenomen is ten opzichte van 1990 en in 2050 95% minder is dan in 1990. Daarnaast is afgesproken dat alle gebouwen in Nederland in 2050 van het aardgas af zijn, dit gaat zowel over woningen als over andere gebouwen (utiliteit). De periode tot 2030 geldt als een aanloopperiode waarin voor de woningen circa 20% van de totale opgave wordt aangepakt naar aardgasvrij of aardgasvrij-gereed (energielabel B of beter). Dat betekent dat er voor de daaropvolgende twintig jaar nog een opgave van 80% ligt.

Tot 2030 dient de aanpak zich in ieder geval te richten op het aardgasvrij-gereed maken van de woningen, waarbij de stap naar een aardgasvrije verwarming eventueel naar de jaren daarna mag worden geschoven. Voor Veendam betekent deze tussendoelstelling dat in 2030 tenminste 2.634 woningen aardgasvrij of aardgasvrij-gereed zijn, dit is 20% van de 13.169 woningen - uitgaande van het aantal van begin 2025 (bron: CBS). Voor de rest van de gebouwen (utiliteit) geldt de algemene tussendoelstelling voor 2030.

Europese wetgeving ‘Fit for 55’ en aanscherping nationale Klimaatwet (2021)

In 2021 heeft de Europese Commissie in het programma ‘Fit for 55’ (Op weg naar klimaatneutraliteit) een nieuw tussendoel gesteld voor 2030 van 55% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990. Vervolgens zijn de nationale doelen in 2021 hierop aangescherpt in het Regeerprogramma en in de Klimaatwet. De tussendoelstelling 2030 voor aardgasvrij/aardgasvrij-gereed is in 2021 niet aangepast.

Bouwbesluit (2018 e.v.)/Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

In artikel 5.11 van het Bouwbesluit en artikel 3.87 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staat de verplichting dat kantoorgebouwen per 1 januari 2023 minstens een geldig energielabel C moeten hebben (uitgezonderd een rijks- of gemeentelijk monument of met minder dan 100 m2 grondoppervlak). Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het per 2023 niet meer als kantoor gebruikt worden. De gemeente (of de omgevingsdienst) handhaaft deze verplichting, die ook voor haar eigen gebouwen geldt.

In het Bbl is ook vastgelegd dat gebouwen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) per jaar verbruiken, alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar moeten uitvoeren (de energiebesparingsplicht). In 2027 wordt de terugverdientijd van de energiebesparingsplicht verhoogt naar zeven jaar. Wanneer de energiebesparingsplicht geldt voor een organisatie, dan moet er ook eens in de vier jaar gerapporteerd worden over de uitgevoerde energiebesparende maatregelen (de informatieplicht). Daarnaast is er voor grote energiegebruikers met een jaarlijks gebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m³ gas(equivalent) een onderzoeksplicht naar alle energiebesparende maatregelen die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Voor grootverbruikers is de provincie bevoegd gezag.

Subparagraaf 1.5.2 Regionale en gemeentelijke beleidsdoelen

Omgevingsvisie Veendam (2022)

In 2022 is de Omgevingsvisie ‘Veendam 2040’ vastgesteld. Het Warmteprogramma is de uitwerking van de Omgevingsvisie voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Onder het thema Wonen zijn in de Omgevingsvisie de volgende relevante doelstellingen opgenomen:

  • Bij de bestaande huurwoningen zetten we in op de verbetering, aanpassing en verduurzaming;

  • We gaan het gesprek aan met particuliere beleggers die woningen verhuren om hen aan te moedigen woningen te onderhouden, verbeteren en verduurzamen;

  • Woningeigenaren stimuleren we door voorlichting over mogelijkheden om woningen te verduurzamen en door goede voorbeelden te laten zien;

  • Voor de energietransitie is het nodig dat we ook in woningen energie besparen, bijvoorbeeld door bestaande woningen beter te isoleren.

Voor het thema Bedrijventerreinen wordt ingezet op het volgende toekomstperspectief:

  • Verduurzamen door energiebesparing of door over te schakelen naar andere energiebronnen (bijvoorbeeld waterstof);

  • Bedrijven aanmoedigen om over te schakelen naar duurzame energiebronnen.

De ambities onder het punt ‘Veendam ontwikkelt’ zijn als volgt:

  • In de toekomst verwarmen we onze woningen niet langer met aardgas. We zetten daarom in op nieuwe vormen van warmte. In de Warmtevisie (Warmteprogramma) werken we uit hoe we onze woningen van het gas kunnen halenSamen met de sociale verhuurders hebben we afspraken gemaakt zodat hun woningvoorraad in 2050 CO2 neutraal en aardgasvrij is;

  • We pakken als gemeente een stimulerende en faciliterende rol bij initiatieven vanuit inwoners om hun eigen woning te verduurzamen;

  • We informeren onze inwoners over duurzame mogelijkheden en bieden inwoners de ruimte om eigen initiatief te nemen.

Omgevingsplan Veendam (2024)

Het (tijdelijke) omgevingsplan van Veendam beschrijft welke regels er gelden voor de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld in geval van een ‘warmteplan’: ‘Een warmteplan is een besluit van de gemeenteraad over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied. Het plan, dat maximaal tien jaar geldig is, beschrijft de energiezuinigheid en milieubescherming van het distributienet’. In artikel 22.10 is aangegeven wat de regels zijn om aangesloten te worden op een warmteplan*, bijvoorbeeld: ‘Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu’. Daarnaast worden in artikel 22.2.3 ‘Bouwen en in stand houden van bouwwerken’ de regels beschreven uit het Klimaatakkoord die gericht zijn op het fossielvrij maken van de energievoorziening in de gebouwde omgeving.

Regionale Woondeal regio Oost-Groningen (2022-2030)

In het kader van de Regionale Woondeal is voor de periode 2022 tot en met 2030 een woningbouwopgave voor de gemeente Veendam afgesproken van 739 nieuwbouwwoningen en sloop van 64 woningen. De sloop vindt plaats in de wijk Barenveld.

Woonvisie Veendam (2023-2027)

Volgend en aanvullend op de Regionale Woondeal heeft Veendam een Woonvisie opgesteld waarin is afgesproken dat tot en met 2030 minimaal 800 woningen aan de voorraad toegevoegd worden. Deze toevoeging gaat vooral plaatsvinden in de wijk Buitenwoel (afronding Golflaan en nieuwe fase Somerlust), in en rondom het centrum en deels in Wildervank, Noord en Sorghvliet. Met de Woonvisie wordt aangesloten bij de ambitie om in 2050 aardgasvrij te zijn. De gemeente neemt hierbij de regie, coördineert en monitort. Voor het verduurzamen van woningen zijn in de Woonvisie meerdere doelen gesteld:

  • Inzet bewustwordingscampagne met bestaande instrumenten om duurzaam gedrag te bevorderen;

  • Gebiedsgericht werken aan verduurzaming van de bestaande woningvoorraad;

  • Het ontwikkelen van handvatten voor verduurzaming van monumentale en karakteristieke panden;

  • Ondersteuning energiebesparings- en vergroeningsinitiatieven vanuit de samenleving;

  • Jaarlijks maken van prestatieafspraken met woningcorporaties over onder andere verduurzamingIntegrale woonlasten aanpak, aanpak energiearmoede;

  • Continueren inzet regionale instrumenten RWLP (waaronder JouwBespaarCoach).

Isolatieaanpak Nij Begun (2025-2034)

In het programma Nij Begun voor Groningen en Noord-Drenthe is onder maatregel 29 voor de komende tien jaar in totaal 1,65 miljard beschikbaar gesteld om woningen te isoleren en ventileren. De doelstelling van deze maatregel is om alle woningen met een bouwjaar voor 2012 te isoleren naar de standaard voor isolatie, zodat ze voldoende geïsoleerd zijn voor toepassing van aardgasvrije verwarming (aardgasvrij-gereed). Dit is grotendeels te vergelijken met een energielabel B of beter. De Isolatieaanpak wordt op gemeentelijk niveau uitgevoerd en bestaat onder andere uit een subsidie vanuit het Rijk voor particuliere woningeigenaren en een ondersteuningsaanpak (zie ook paragraaf 3.1.1).

Sportnota Veendam 2021-2026

In de Sportnota ‘Samen brengen we Veendam in beweging’ zijn voor wat betreft de duurzaamheid van de sportaccommodaties twee ambities opgenomen:

  • De binnensportaccommodaties voldoen aan alle gestelde kwaliteits- en veiligheidseisen en voldoen tijdig aan alle wettelijke duurzaamheidseisen;

  • De geprivatiseerde clubgebouwen zijn toekomstbestendig op het gebied van duurzaamheid en multifunctioneel gebruik.

IHP (2024-2039)

Samen met de schoolbesturen heeft de gemeente in 2024 een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) opgesteld voor 19 scholen (in 20 onderwijsgebouwen). Voor wat betreft verduurzaming bevat het IHP de volgende visie:

Verduurzaming op basis van een haalbaar ambitieniveau en duidelijke prioritering;

  • Voldoen aan wettelijke kaders en klimaatakkoord;

  • Renoveren waar kan, nieuwbouw waar het moet;

  • Verduurzaming op natuurlijke momenten op basis van MJOP of warmtevisie;

  • Cofinancieringsconstructie i.v.m. de BENG-verplichting (Bijna Energieneutraal Gebouw) per 2021 voor nieuwe schoolgebouwen: in principe investeert de gemeente in geval van realisatie BENG, het schoolbestuur investeert -mits haalbaar- eventueel verder tot ENG (Energie Neutraal Gebouw).

In het IHP wordt ook genoemd dat de scholen onderdeel kunnen zijn van de wijkuitvoeringsplannen. Als de scholen in de wijk verduurzaamd worden kunnen deze als voorbeeld dienen voor andere gebouweigenaren.

*Hier wordt met ‘warmteplan’ bedoeld: het besluit over het aanwijzen van een warmtekavel voor een warmtenet.

Subparagraaf 1.5.3 Wettelijke instrumenten en verplichtingen

Wgiw en Wcw

Om de warmtetransitie goed vorm te geven heeft de Rijksoverheid twee wetten geïntroduceerd: de Wgiw (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) en de Wet collectieve warmte (Wcw). De Wgiw is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en de de Wcw is in juni 2025 behandeld in de Tweede kamer. De verwachting is dat beide wetten in 2026 in werking treden.

Opstellen Warmteprogramma's

Met het wetsvoorstel Wgiw worden gemeenten verplicht om vanaf 2026 iedere vijf jaar een Warmteprogrammaop te stellen. Elk Warmteprogramma bestrijkt een periode van tien jaar. Het eerste programma moet uiterlijk 31 december 2026 worden vastgesteld en tot 2050 na (maximaal) elke vijf jaar worden geactualiseerd.

Aanwijsbevoegdheid

Met de Wgiw krijgt de gemeente ook de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar eerder dan 2050 de levering van het aardgas stopt: de aanwijsbevoegdheid. De gemeente is niet verplicht om dit instrument in te zetten. Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente meer regie nemen op de warmtetransitie van de gebouwde omgeving.

Als de aanwijsbevoegdheid voor een bepaald gebied toegepast wordt moet het (volgende) Warmteprogramma aan bepaalde inhoudelijke eisen voldoen: aangegeven moet worden wat in het gebied de nieuwe warmtevoorziening wordt en op welke datum de levering van het aardgas stopt. Ook wordt een redelijke termijn vastgesteld voordat de levering van aardgas stopt. De richtlijn hiervoor is acht jaar. Dit is nodig zodat iedereen voldoende tijd heeft om zich voor te bereiden. Gebouweigenaren hebben ook bij toepassing van de aanwijsbevoegdheid de keuzevrijheid om zelf op een andere manier van het aardgas af te gaan. De voorwaarde is wel dat dan geen fossiele brandstof meer wordt gebruikt.

De aanwijsbevoegdheid kan om verschillende redenen toegepast worden. Bijvoorbeeld als laatste middel om inwoners te stimuleren van het aardgas af te gaan wanneer andere manieren niet meer werken. Of wanneer het in stand houden van het gasnet op een bepaalde locatie vanwege een dermate laag aantal resterende aansluitingen niet meer redelijk in relatie staat tot de maatschappelijke kosten. Toepassing van de aanwijsbevoegdheid kan er verder voor zorgen dat deelname aan een warmtenet gestimuleerd wordt. Dit kan bijdragen aan verbetering van de businesscase van het project en meer duidelijkheid geven voor de deelnemende partijen.

Aanwijzen warmtekavels en warmtebedrijven

De Wet collectieve warmte (Wcw) geeft gemeenten de bevoegdheid om voor gebieden zogenaamde warmtekavels aan te wijzen, deze worden randvoorwaardelijk om warmte te kunnen leveren. Daarnaast kan de gemeente warmtebedrijven aanwijzen die exclusief verantwoordelijk zijn voor de levering van collectieve warmte binnen een bepaalde warmtekavel. Dit helpt bij het efficiënt bouwen en exploiteren van collectieve warmtevoorzieningen en garandeert de leveringszekerheid. De Wcw stelt verder dat warmtebedrijven een meerderheid van publieke aandeelhouders moeten hebben en introduceert nieuwe tariefregulering om de kosten voor consumenten transparant en betaalbaar te maken. Op provincieniveau wordt (met de provincie Groningen als trekker) onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het oprichten van een regionaal (provinciaal) warmtebedrijf, waarbij gemeenten al dan niet kunnen aanhaken.

Kaders Omgevingswet

Het Warmteprogramma wordt onder de wet Wgiw een verplicht programma onder de Omgevingswet. De bevoegdheid voor het vaststellen van het Warmteprogramma ligt conform de Omgevingswet bij het college van burgemeester en wethouders. Uit de Omgevingswet komen bepaalde procedurele vereisten en juridische kaders voort waaraan het warmteprogramma en de bijbehorende besluitvorming moet voldoen:

  • In elk programma moet aangegeven worden hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit;

  • De voorbereiding van de besluitvorming over het Warmteprogramma moet volgens de (uniforme) uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure plaatsvinden (6 weken ter inzagelegging, mogelijkheid voor indienen zienswijzen etc.) en het Warmteprogramma moet gepubliceerd worden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO);

  • Als gebruik gemaakt wordt van de aanwijsbevoegdheid voor een bepaalde wijk moet het Omgevingsplan gewijzigd worden. De gemeenteraad moet instemmen met deze wijziging. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren in combinatie met het vaststellen van een wijkuitvoeringsplan, dat de gemeente samen met inwoners en andere belanghebbenden als uitvoering van het Warmteprogramma opstelt.

Plan-mer plichtigheid

Het Warmteprogramma moet getoetst worden op plan-mer plichtigheid (beoordeling plan-mer). Dat betekent dat beoordeeld moet worden of de keuzes die in het Warmteprogramma gemaakt worden (aanzienlijke) milieueffecten met zich meebrengen. Is dat het geval, dan moeten deze effecten en eventuele mitigerende maatregelen in kaart gebracht worden en de (ruimtelijke) keuzes vastgelegd worden in een Milieu Effect Rapportage (MER).

Dit geldt met name wanneer een Warmteprogramma (concrete) kaders stelt voor de ontwikkeling of realisatie van collectieve warmtenetten. Ook wanneer grootschalig (binnen een korte termijn) binnen een wijk overgegaan wordt op (hybride) warmtepompen kunnen er milieueffecten ontstaan.

Om gemeenten in het plan-mer proces te ontzorgen heeft het Rijk (NPLW) een handreiking gemaakt. Daarnaast heeft het Rijk onderzocht of voor alle gemeenten gezamenlijk een landelijke (plan)mer gemaakt kan worden. Dit bleek juridisch niet haalbaar. In plaats hiervan stelt het Rijk per 2026 ‘bouwstenen’ beschikbaar om gemeenten te ondersteunen bij het opstellen van hun (beoordeling)plan-mer.

De gemeente is bevoegd gezag voor de beoordeling of haar programma's plan-mer-plichtig zijn. Zij moet deze afweging goed gemotiveerd onderbouwen en vastleggen in een zogeheten mededeling plan-mer-beoordeling. Deze plan-mer-beoordeling vormt de basis voor het plan-mer-beoordelingsbesluit. Als het Warmteprogramma geen (concrete) kaders voor warmtenetten stelt en de alternatieve warmtetechnieken naar verwachting geen aanzienlijke milieueffecten veroorzaken kan het zijn dat er geen plan-mer-plicht of plan-mer-beoordelingsplicht geldt.

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten

De keuzes die we in dit warmteprogramma maken zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten. Hiermee borduren we voort op de leidende principes uit de Warmtevisie. Uit het participatieproces voor dit Warmteprogramma is gebleken dat deze uitgangspunten worden onderschreven door onze inwoners, ondernemers en relevante partners.

Haalbaar en betaalbaar: we willen dat de plannen voor aardgasvrij realistisch, financieel en technisch haalbaar zijn. De alternatieve warmteoplossingen moeten qua verwarming en comfort minstens net zo goed voldoen als verwarming met aardgas. We streven naar de toepassing van aardgasvrije oplossingen met zo laag mogelijke (extra) kosten voor de maatschappij en met name voor de eindgebruiker. We beginnen met het stimuleren van goede isolatie en ventilatie om de energielasten omlaag te brengen en gebouwen voor te bereiden op aardgasvrije oplossingen. Waar mogelijk betrekken we lokale ondernemers bij de uitvoering.

Duidelijkheid geven: we maken duidelijk welk type aardgasvrije verwarming in bepaalde gebieden het meest kansrijk is. Zo weten inwoners en bedrijven waar ze aan toe zijn en hoe ze zich daarop kunnen voorbereiden.

Koppelkansen benutten: we sluiten aan bij bestaande aanpakken, maken werk met werk en voorkomen zoveel mogelijk overlast. Zo sluiten we zoveel mogelijk aan bij de Isolatieaanpak van Nij Begun, de aanpak van netcongestie, leefomgeving, gemeentelijke gebouwen en klimaatadaptatie.

De warmtetransitie is voor iedereen: we willen dat iedereen kan meedoen met de warmtetransitie. We zorgen ervoor dat iedereen zoveel mogelijk gebruik kan maken van de beschikbare financiële middelen voor verduurzaming. Als de plannen voor de warmtetransitie op wijkniveau vorm gaan krijgen doen we dat samen met de inwoners en andere relevante partijen.

Naast deze uitgangspunten vinden we het belangrijk om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden of verbeteren door integraal rekening te houden met ruimte en milieu. De warmtetransitie vraagt om een zorgvuldige ruimtelijke planning en we willen zoveel mogelijk nadelige milieu- en gezondheidseffecten voorkomen.

Hoofdstuk 3 Huidige situatie, plannen en koppelkansen

Paragraaf 3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de huidige situatie en plannen in Veendam voor verschillende doelgroepen in de warmtetransitie. Daarna worden een aantal koppelkansen met verschillende thema's/beleidsterreinen weergegeven.

Paragraaf 3.2 Particuliere woningen

Subparagraaf 3.2.1 Isolatieaanpak Nij Begun

In het kader van maatregel 29 van programma Nij Begun gaat een omvangrijke isolatieaanpak plaatsvinden. Voor de uitvoering hebben de Groninger en Noord-Drentse gemeenten in samenwerking met Rijk en provincies een subsidieregeling voor particuliere woningeigenaren opgesteld voor de kosten van isolatie- en ventilatiemaatregelen. Volgens deze regeling is de vergoeding afhankelijk van de locatie van de woning en de hoogte van het inkomen van de eigenaar. Omdat Veendam niet in versterkingsgebied ligt kunnen woningeigenaren in principe 50% van de kosten vergoed krijgen tot maximaal € 20.000,-. Voor woningeigenaren met een inkomen van maximaal 140% van het sociaal minimum is een volledige vergoeding van de kosten mogelijk, tot een maximum van € 40.000,-. Ingeschat is dat in Veendam ongeveer 8.000 particuliere woningen onder de subsidieregeling vallen. Dit gaat om woningen die vallen onder de volgende voorwaarden: in particulier bezit, gebouwd voor 2012 en met een energielabel C of slechter (of nog niet gelabeld). Het aantal van 8.000 is waarschijnlijk ruim ingeschat, omdat een deel van de ongelabelde woningen al wel is verduurzaamd. In aanvulling op de subsidie zetten de gemeentes in op verschillende aanpakken om de opgave goed mogelijk uit te kunnen voeren. Zoals een ondersteuningsaanpak en projecten om de markt op te schalen. In Veendam wordt de subsidieregeling vanaf september 2025 gefaseerd per postcodegebied opengesteld. Na het eerste jaar (september 2026) is de regeling beschikbaar voor alle postcodegebieden.

Ondersteuningsaanpak

In het kader van de regeling worden particuliere woningeigenaren benaderd met een ondersteuningsaanpak. Dit betekent dat de bewoner vanaf het begin (het opmaken van een isolatieplan) tot het eind (de uitvoering van de isolatiemaatregelen) ondersteund wordt. Deze aanpak wordt in Veendam gemeentebreed uitgerold.

Marktopschaling

Het is de bedoeling dat onder de Isolatieaanpak projecten worden opgezet om marktopschaling bij uitvoerende bedrijven aan te jagen. Bijvoorbeeld om door middel van een collectieve aankoop een bepaalde isolatiemaatregel uit te laten voeren in een bepaald gebied. Het voordeel hiervan is dat een wijk/straat snel al een stap richting de isolatiestandaard gezet heeft en het voor de markt makkelijker wordt gemaakt om op de vraag in te kunnen spelen.

Natuurvriendelijk Isoleren (NVI)

In het Besluit kwaliteit Leefomgeving onder de Omgevingswet is opgenomen dat beschermde diersoorten niet gedood of verstoord mogen worden, bijvoorbeeld tijdens het uitvoeren van isolatiemaatregelen. Woningeigenaren hebben een zorgplicht en moeten voldoen aan de verbodsbepalingen in de Omgevingswet. Om hieraan te voldoen kan met ecologisch onderzoek vastgesteld worden of en welke beschermde dieren in de woning aanwezig zijn. Om duidelijkheid te krijgen voor inwoners en om hen te ontzorgen gaat de gemeente in de komende tijd in diverse gebieden ecologisch onderzoek uitvoeren. Daarnaast wordt gewerkt aan het opstellen van een SMP (soortenmanagementplan). Aangezien dit voor gemeenten een grote opgave is, is de provincie in 2024 begonnen aan een model-SMP om gemeenten te ondersteunen in het opstellen van een eigen SMP. Een SMP is een instrument voor gemeenten om een omgevingsvergunning aan te vragen, die nodig is om woningen natuurvriendelijk te isoleren. Inwoners hoeven dan niet zelf deze vergunning aan te vragen, maar kunnen aanhaken bij de gemeente. De isolatiemaatregelen in de woning moeten vervolgens door een NVI-getraind isolatiebedrijf worden uitgevoerd, waarbij de woning onder andere vooraf ‘natuurvrij’ moet worden gemaakt. Er geldt een maximumpercentage aan woningen dat per wijk per jaar mag worden aangepakt.

Subparagraaf 3.2.2 VVE's

In Veendam zijn 75 VVE's met in totaal 1120 woningen (bron: CBS, 2023). De gemeente heeft op dit moment geen speciaal beleid om VVE's te helpen verduurzamen. In het kader van de uitvoering van de isolatieaanpak onder maatregel 29 van Nij Begun worden de mogelijkheden bekeken om VVE's te ondersteunen.

Paragraaf 3.3 Huurwoningen

Subparagraaf 3.3.1 Sociale huurwoningen

Om onder andere de verduurzaming in de huursector aan te jagen maakt de gemeente prestatieafspraken met de woningcorporaties. Het grootste aantal huurwoningen in Veendam is in handen van Acantus, daarnaast is een klein deel van Woonzorg Nederland en Habion.

Acantus

Woningcorporatie Acantus heeft in Veendam 2.865 huurwoningen, dat is 21,7% van de totale woningvoorraad in de gemeente. Van deze woningen heeft 55% op dit moment energielabel B of beter en is daarmee voldoende geïsoleerd om aardgasvrij-gereed te zijn. Van de huurwoningen van Acantus zijn er 91 al aardgasvrij. De corporatie wil in principe alle woningen naar aardgasvrij brengen voor 2050. Bepalend voor de planning en prioritering van het verduurzamen en aardgasvrij maken van de woningen is de verwachte exploitatietermijn van de woningen. Woningen waarvan verwacht wordt dat die na 2050 nog in bezit zijn worden door goede isolatie en laagtemperatuurverwarming voorbereid op aardgasvrij maken. Woningen die tot 2040 in bezit zijn worden naar minimaal label C gebracht en in woningen die tot 2030 in bezit zijn worden geen investeringen gedaan voor verduurzaming/aardgasvrij maken. Woningen met een energielabel D, E, F of G worden uiterlijk in 2028 uitgefaseerd, door middel van verduurzaming maar ook door sloop-nieuwbouw. Voor elk type woning is een beleidsmatig onderhoudsplan opgesteld waarin aangegeven is hoeveel woningen per jaar verduurzaamd worden. Deze strategie wordt doorvertaald tot op adresniveau. Acantus voert geen huurverhoging door bij isolerende maatregelen en faciliteert huurders bij het besparen van energie, onder andere door het inzetten van energiecoaches.

Woonzorg Nederland

Woonzorg Nederland heeft twee seniorencomplexen in Veendam met in totaal 147 woningen: De Brug in Sorghvliet en Huize St. Franciscus in Veendam-Zuid. Het is de planning om deze woningen in de periode 2027-2030 te gaan verduurzamen (onder voorbehoud van bestuurlijke besluiten). Woonzorg streeft voor haar woningvoorraad naar volledige CO2-neutraliteit in 2050. Voor zonnepanelen of andere (duurzamere) installaties wordt een bijdrage aan huurders gevraagd. De woningcorporatie ziet warmtenetten als oplossing voor de energietransitie, mits de businesscase sluitend is.

Habion

Habion heeft in de wijk Buitenwoel één wooncomplex met 70 appartementen. Qua visie op verduurzaming heeft Habion de doelstelling om te voldoen aan de wettelijke eisen. Duurzaamheidsmaatregelen moeten daarnaast bijdragen aan comfort voor de huurder en woonlastenverlagend zijn. Voor bestaande bouw wordt gekeken naar 'no-regret'-maatregelen. Habion wil waar mogelijk aansluiten op bestaande warmtenetten. Het is niet bekend wat de plannen voor de woningen in Veendam zijn op gebied van verduurzaming.

Subparagraaf 3.3.2 Particuliere huurwoningen

In Veendam is ook een aantal particuliere verhuurders. Hier heeft de gemeente minder contact mee en er worden geen prestatieafspraken mee gemaakt. De twee grootste particuliere verhuurders zijn Vestal en Vastgoedcompany.

Vestal

Vestal verhuurt in Veendam ongeveer 300 woningen. Volgens de website van Vestal is hun verduurzamingsprogramma gericht op het verminderen van de vraag naar gas en warmte. De verduurzamingsplannen voor de woningen in Veendam zijn niet bekend.

Vastgoedcompany

Vastgoedcompany verhuurt in Veendam 200 woningen. Een deel (10-15) van deze woningen is al voorzien van een warmtepomp en 37 (nieuwbouw)woningen zijn nul-op-de-meter/aardgasvrij. De verhuurder richt zich erop om binnen nu en 2 jaar alle woningen aardgasvrij te maken. Men vindt het qua financiering lastig dat er voor particuliere verhuurders geen subsidies voor verduurzaming zijn.

Paragraaf 3.4 Utiliteit

Subparagraaf 3.4.1 Kantoorgebouwen

Kantoorgebouwen (uitgezonderd monumenten) met een minimumgrondoppervlak van 100 m2 zijn verplicht om minimaal een energielabel C te hebben. De gemeente heeft de bevoegdheid om dit te handhaven. In het document ‘Evaluatierapportage V&H en Programma V&H gemeente Veendam 2025’ is opgenomen dat in 2025 geïnventariseerd wordt om hoeveel gebouwen dit gaat. Daarnaast wordt onderzocht of de handhaving ondergebracht kan worden bij de ODG en wat de financiële consequenties daarvan zijn. De kantoorgebouwen van de gemeente zelf voldoen aan de energielabel C-verplichting.

Subparagraaf 3.4.2 Bedrijfsgebouwen

In Veendam zijn veel bedrijven gevestigd. Onder deze bedrijven is zeker interesse om te verduurzamen, maar verduurzaming is niet hun ‘core business’: het overgrote deel weet niet wat nuttige verduurzamingsmaatregelen voor hen zijn of wat het betekent om aardgasvrij te worden. Om deze reden geven ze aan behoefte te hebben aan advies en ondersteuning door een aanjager. Het verdienmodel bij verduurzaming is voor bedrijven anders dan voor bijvoorbeeld woningeigenaren. Daarnaast is het voor sommige bedrijven problematisch om helemaal naar aardgasvrij te gaan als ze ook voor hun bedrijfsprocessen aardgas nodig hebben. Voor wat betreft isolatie en verwarming van bedrijfsgebouwen is de situatie vergelijkbaar, maar voor het vervangen van installaties op aardgas door een elektrisch alternatief (zoals een oven of fornuis) zijn de aanschafkosten en maandelijkse lasten veelal hoger. Daarvoor zijn er op dit moment geen of weinig financiële tegemoetkomingen. Het doen van investeringen wordt als moeilijker ervaren door steeds veranderende regelgeving, zoals het afschaffen van de terugleververgoeding voor zonne-energie. Ook de problemen met het krijgen van elektrische aansluitingen en teruglevering van energie aan het netwerk zijn belemmerend voor de motivatie om te verduurzamen. Sinds 2024 kunnen bedrijven via de gemeente ondersteuning krijgen van het initiatief Groningen Werkt Slim (GWS) bij het maken van een plan om hun bedrijfsvoering en huisvesting te verduurzamen en zo energie en geld te besparen. GWS wordt voor een provinciebrede aanpak bekostigd uit de SPUK Ontzorgingsprogramma Verduurzaming MKB. Tot nu toe hebben vijf bedrijven in Veendam gebruik gemaakt van de diensten van GWS. Onder de SPUK is ruimte voor advisering van 34 bedrijven.

In de praktijk is in Veendam winkelcentrum Autorama al sinds 2018 geheel aardgasvrij. Ondernemersvereniging VOC stimuleert haar 100 leden om bezig te gaan met energiebesparing en verduurzaming door bijvoorbeeld lezingen en andere bijeenkomsten te organiseren en ze te wijzen op de ondersteuningsmogelijkheden door bijvoorbeeld GWS.

Subparagraaf 3.4.3 Gemeentelijk vastgoed

De gemeente heeft 55 gebouwen in eigendom. Dit gaat om kantoorgebouwen, sportgebouwen, gymzalen, begraafplaatsgebouwtjes, kinderboerderijen, een zwembad en een cultuurcentrum. Momenteel wordt het beleidsplan ‘Gemeentelijk vastgoed 2025-2028' opgesteld. Dit plan legt de kaders van het gemeentelijk vastgoedbeleid vast en geeft aan hoe het vastgoed wordt ingezet als sturingsmiddel voor het bereiken van maatschappelijke en publieke doelstellingen. Naast het beheer, onderhoud en afstoten van overtollig vastgoed wordt in de komende periode aandacht besteed aan het efficiënter beheren, huisvesten en verder verduurzamen van de gemeentelijke gebouwen.

De afgelopen tijd zijn voor de 43 gebouwen waarvoor dat verplicht is energielabels en maatwerkadviezen opgesteld. De kantoren hebben minimaal energielabel C en in diverse gebouwen is LED-verlichting aangebracht. De gemeente heeft zich per 2023 aangesloten bij het Ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed vanuit de Provincie. Onderdeel hiervan is het opstellen van een Routekaart Verduurzaming met een bijbehorend duurzaamheidsdashboard. Aanvullend op de energielabels en maatwerkadviezen is voor elk gebouw een adviesrapport voor renovatie en verduurzaming gemaakt en voor verschillende perioden in de tijd uitgezet. De mogelijkheden voor verduurzaming worden weergegeven in vier verschillende scenario’s: het treffen van maatregelen met een terugverdientijd van max. 5 jaar, budgetneutrale verduurzaming, verduurzaming naar energielabel A of verduurzaming naar aardgasvrij/energieneutraal. De Routekaart Duurzaamheid dient als basis om de verduurzaming mee te nemen in het gemeentelijk vastgoedbeleid. Verwacht wordt dat deze in 2026 wordt vastgesteld. Aansluitend hierop wordt gewerkt aan een DMJOP (Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan). De raad zal vervolgens op projectbasis om middelen voor de uitvoering gevraagd worden.

Bij de plannen voor de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen is op dit moment geen rekening gehouden met aansluiting op een eventueel te realiseren warmtenet. Qua levensduur van de verwarmingsinstallaties is 2040 voor een aantal gebouwen een natuurlijk moment om na te denken over vervanging van installaties en afgiftesystemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor zwembad Tropiqua en cultuurcentrum vanBeresteyn. Voor het Veenkoloniaal museum zijn wel kansen om eventueel aangesloten te worden op een warmtenet, mocht dat de komende 3 jaar gerealiseerd kunnen worden.

De problemen met netcongestie zijn ook belemmerend voor de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed. Zo is er een wachtlijst voor de verzwaring van elektriciteitsaansluitingen, deze zijn nodig voor bijvoorbeeld de realisatie van warmtepompen. Ook de teruglevering van zonne-energie stuit op problemen met het netwerk.

Subparagraaf 3.4.4 Sportgebouwen

Voor wat betreft binnensport zijn er in Veendam drie grote sporthallen, een zwembad en vijf gymzalen. De gemeente is eigenaar van het zwembad en de sporthallen. De sporthallen hebben elk een eigen beheerder. Qua buitensport zijn de sportvelden van de gemeente. De 11 buitensportgebouwen (kleedkamers en kantines) zijn omstreeks het jaar 2000 overgedragen aan de sportverenigingen. Zij zijn verantwoordelijk voor het beheer, onderhoud en de verduurzaming. Inmiddels lopen zij er (onder andere vanwege stijgende energielasten) tegenaan dat ze extra middelen nodig hebben of niet beschikken over genoeg kennis/organisatiekracht. De gemeente ondersteunt de sportverenigingen bij hun vragen over verduurzaming door met ze in gesprek te gaan en ze door te verwijzen naar bijvoorbeeld Sportstroom. Daarnaast kan de gemeente garant staan bij leningen voor investeringen in sportgebouwen, bijvoorbeeld voor verduurzaming. Verder denkt de gemeente mee over de mogelijkheid om in de toekomst multifunctionele sportaccommodaties te ontwikkelen. Zo kan (in combinatie met Maatregel 2 van de Sociale Agenda) gekeken worden of meerdere stichtingen op een aantal centrale ontmoetingsplekken functies kunnen gaan combineren.

Subparagraaf 3.4.5 Scholen

Voor wat betreft de schoolgebouwen is de gemeente economisch eigenaar. De gemeente heeft zorgplicht en verantwoordelijkheid voor de huisvesting (bijv. nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen). De gemeente ontvangt hiervoor middelen van het Rijk via het gemeentefonds. De schoolbesturen zijn juridisch eigenaar en zijn verantwoordelijk voor de instandhouding (onderhoud) en exploitatie van de gebouwen, maar ook voor verduurzaming en goede ventilatie. De scholen ontvangen hiervoor van het Rijk middelen op basis van het leerlingenaantal en de bijbehorende ruimtebehoefte. Hierbij treden een aantal knelpunten op: de bedragen die scholen ontvangen liggen beneden de feitelijk benodigde investering. Daarnaast heeft de verduurzaming van het gebouw invloed op de exploitatie. Afhankelijk van de maatregelen en situatie kan deze voordeliger of juist duurder worden. Per situatie moet worden onderzocht wat verduurzaming betekent voor de investering en exploitatiekosten en hoe deze kosten zich verhouden tot de middelen. Verschillende scholengroepen zijn bezig met het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor haar schoolgebouwen, waar ook verduurzaming (op natuurlijke momenten) in meegenomen wordt. Met een MJOP wordt in kaart gebracht wat in welk gebouw mogelijk is, welke kosten daarmee gepaard gaan en wat de beste planning voor de aanpak is. De gemeente gaat vanuit het IHP-traject met de scholen de verduurzaming van de schoolgebouwen verder uitwerken.

Subparagraaf 3.4.6 Religieus vastgoed

Op dit moment zijn religieuze gebouwen zoals kerken en moskeeën vrijgesteld van de energielabelverplichting. Het Rijk kan nog geen duidelijkheid geven of deze gebouwen ook uitgezonderd gaan worden voor de andere (huidige en toekomstige) normen voor de gebouwde omgeving, zoals aardgasvrij in 2050. Als dit het geval is kan dat complicaties opleveren als een heel gebied van het aardgas af gaat, bijvoorbeeld wanneer de aanwijsbevoegdheid toegepast wordt.

Subparagraaf 3.4.7 Buurthuizen

Van de tien buurthuizen in Veendam is er één in eigendom van de gemeente en negen zijn in eigendom (en beheer) van verschillende stichtingen. De stichtingen zijn daarmee ook verantwoordelijk voor hun eigen huisvesting. Drie buurthuizen zijn zelf al bezig (geweest) met verduurzaming: De Wending en De Eersteling zijn grondig aangepakt en één buurthuis is al aardgasvrij (De Maagdenpalm).

De gemeente organiseert samen met de Vereniging Groninger Dorpen (VGD) tweejaarlijks bijeenkomsten voor de buurthuizen, waarbij onder andere de mogelijkheden voor verduurzaming onder de aandacht worden gebracht. Zoals bijvoorbeeld het programma van de Provincie voor verduurzaming van buurt- en dorpshuizen en de ondersteuning op dit gebied via VGD. Ambtelijk is geconstateerd dat er diverse fondsen zijn voor verduurzaming, maar dat het de buurthuisverenigingen ontbreekt aan tijd en expertise om deze subsidies aan te vragen en de uitvoering te coördineren.

Paragraaf 3.5 Monumenten

Voor hulp bij verduurzaming van monumenten (woningen en andere gebouwen) worden eigenaren verwezen naar het Erfgoedloket Groningen en naar de Groene Menukaart, een website met tips en regels voor verduurzaming van monumenten. De gemeente is bij deze website aangesloten en er is specifieke informatie over de pandtypes in de gemeente Veendam opgenomen.

Paragraaf 3.6 Kansrijke aardgasvrije oplossingen

Voor dit Warmteprogramma is het technisch-economisch onderzoek geactualiseerd wat destijds voor de Warmtevisie gedaan is. Op basis van het rekenmodel van de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is een analyse gemaakt van wat per wijk de meest kansrijke aardgasvrije oplossingen zijn. Deze conclusies zijn gebaseerd op de (relatieve) nationale kosten van de oplossing, de afstand tot een (rest)warmtebron, de dichtheid en energetische toestand van de bebouwing en de geringe beschikbaarheid van klimaatneutrale gassen zoals groen gas en waterstof. Deze analyse is vervolgens aangevuld met lokale informatie over o.a. de bereikbaarheid en beschikbaarheid van warmtebronnen.

Voor een aantal wijken in en rondom het centrum (Centrum, Oude Ae, Omgeving Station, Zuid, Sorghvliet, Industriegebied en Buitenwoel) lijkt een middentemperatuur(MT)-warmtenet op restwarmte een geschikte mogelijkheid te zijn. Ook een warmtenet met aquathermie als bron in combinatie met warmte-koudeopslag (WKO) lijkt voor sommige wijken een kansrijke oplossing (bijvoorbeeld voor Langenbosch, het noordelijke dichtbebouwde deel van de wijk Verspreide huizen-Wildervank). Nader onderzoek is nodig naar de concrete haalbaarheid hiervan. Mocht een warmtenet niet haalbaar zijn voor deze wijken dan is een elektrische warmtepomp daar de (volgende) meest kansrijke oplossing. Voor de gebouwen in de andere wijken (in onder andere het buitengebied) is ook een elektrische warmtepomp de meest kansrijke optie.

Op het kaartje hieronder staan wat per wijk (op basis van techniek en kosten) de meest kansrijke oplossingen zijn. Voor een aantal gebieden is dit met zekerheid te zeggen, voor andere gebieden is meer onderzoek nodig.

Figuur 1: Meest kansrijke aardgasvrije oplossing per wijk in Veendam (bron: Technisch-economische analyse WTCG, 2025)

afbeelding binnen de regeling

Paragraaf 3.7 Randvoorwaarden en koppelkansen

Subparagraaf 3.7.1 Infrastructuur energie en netcongestie

De toestand van het netwerk is een belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van de warmtetransitie. Als overgegaan wordt op een aardgasvrije warmteoplossing heeft dit gevolgen voor het elektriciteits- en gasnetwerk, omdat er meer elektriciteit gebruikt gaat worden en minder of geen gas. Het huidige elektriciteitsnet in Veendam is net als in de rest van Nederland niet ingericht op de (toekomstige) hoeveelheid afgenomen en opgewekte energie. Zo lopen zowel de gemeente, woningcorporaties als bedrijven in Veendam ertegenaan dat er een wachtlijst is voor aansluiting op het net voor nieuwbouw of bij verzwaring van elektriciteitsaansluitingen. Ook de teruglevering van zonne-energie stuit op problemen met het netwerk. Het net moet, ongeacht de doelstellingen in dit Warmteprogramma, op zowel laag-, midden- als hoogspanningsniveau verzwaard worden. Enexis beheert het laag- en middelspanningsnet en gaat voor verzwaring sowieso uit van een verdrievoudiging van de huidige capaciteit. Dit is nodig om voor elk gebouw een all electric-warmteoplossing en een laadpaal mogelijk te maken. Goede afstemming met Enexis is belangrijk om de warmtetransitie te kunnen realiseren. Hiervoor hebben we in 2025 samen afspraken gemaakt in een intentieovereenkomst.

Qua plannen op beleidsniveau wordt in een Warmteprogramma onder andere aangegeven wat per wijk de meest kansrijke aardgasvrije oplossing is. Wanneer sprake is van (hybride) warmtepompen vindt deze transitie meestal druppelsgewijs plaats, omdat niet elke inwoner of ondernemer tegelijk zal overstappen. De verwachting is dat het elektriciteitsnet dit zonder verzwaring waarschijnlijk nog wel aan kan. In geval van aansluiting op een warmtenet gaat echter een hele wijk collectief binnen een korte periode over op een andere oplossing. Tijdige verzwaring van het net is dan essentieel om dit te kunnen realiseren (afhankelijk van de temperatuur van het warmtenet en de eventuele manier van opwaardering). Als Enexis weet welke wijken in een bepaalde periode overgaan op een warmtenet kan zij deze wijk mogelijk prioriteren in de aanpak. De gemeente kan een dergelijke wens voor prioritering bij Enexis aangeven. Dit is dus vooral van belang als er een warmtenet gerealiseerd gaat worden, een wijk om een andere reden collectief overgaat op een aardgasvrije oplossing (bijvoorbeeld omdat de huurwoningen tegelijk aangepakt worden) of - mogelijk- als op termijn een campagne in een wijk gepland wordt om collectief warmtepompen aan te schaffen. Daarnaast is het slim om bij de prioritering van een wijk voor aanpak van het netwerk aandacht te hebben voor de locaties van nieuwbouwplannen van bijvoorbeeld woningcorporaties en om een koppeling te maken met de aanpak van maatschappelijk (gemeentelijk) vastgoed.

Het energievraagstuk van bedrijven op het gebied van levering en aansluiting kan behalve een belemmering ook een koppelkans vormen voor het aardgasvrij maken van bedrijfsgebouwen. Bijvoorbeeld als bedrijven deze uitdaging gezamenlijk oppakken. Groningen Werkt Slim (GWS) kan behalve als adviseur ook ingezet worden als aanjager van de organisatiegraad van bedrijven om gezamenlijk deze problemen aan te pakken, elkaar te motiveren en kennis te delen. De gemeente kan hierbij als intermediair fungeren om bij bedrijven binnen te komen.

Deze aanpak kan ook bijdragen aan de door de gemeente gewenste ontwikkeling van een vorm van parkmanagement, waarbij bedrijven zelf hun bedrijventerreinen beheren en organiseren.

Subparagraaf 3.7.2 Aanpak openbare ruimte

De aanpak van de openbare ruimte wordt vaak genoemd als koppelkans met de warmtetransitie, bijvoorbeeld voor als er een warmtenet aangelegd wordt. Ook op uitvoeringsniveau is dan goede afstemming nodig, zowel intern binnen de gemeente als met bijvoorbeeld de netbeheerder. Hieronder staat beschreven wat de komende jaren de planning is van de aanpak van elektriciteitsnetwerk, gasnetwerk en riolering. Daarnaast vindt in sommige wijken een algemene herinrichting plaats, bijvoorbeeld in het Centrum.

Elektriciteitsnetwerk

Met de realisatie van een nieuw middenspanningstation door Enexis in het zuiden van Veendam (gepland in 2027) wordt het middenspanningsnet toekomstbestendig gemaakt. Op laagspanningsniveau moet er in de wijken nog een flink aantal transformatorunits worden bijgeplaatst. Voor de meeste wijken in Veendam heeft Enexis deze aanpak ingepland voor de periode na 2036. Een aantal wijken staat op de planning om eerder aangepakt te worden: Zuid in 2026, Wildervank in 2031 en de twee wijken ‘Verspreide huizen’ in 2032 en 2034.

Figuur 2: Planning van Enexis voor aanpak van het laagspanningsnet in Veendam (bron: Enexis, 2025)

afbeelding binnen de regeling

Gasnetwerk

Ondanks dat het beleid is om aardgas op termijn uit te faseren vinden ook nog steeds werkzaamheden aan het aardgasnet plaats. Dit gaat doorgaans om onderhoud zoals het vervangen van stations of koppeling van netten. In onderstaand kaartje wordt aangegeven wat de planning van Enexis is voor werkzaamheden aan het aardgasnet in Veendam voor de komende twee jaar. Dit overzicht betreft werkzaamheden die op dit moment in beeld zijn, los van eventuele storingen en onvoorziene omstandigheden. Des te donkerder de kleur, des te eerder het net aangepakt moet worden. In dit geval is er weinig verschil qua planning.

Figuur 3: Planning Enexis aanpak gasnet in Veendam 2025-2027 (bron: Enexis, 2025)

afbeelding binnen de regeling

De volgende punten vormen de aanpak van Enexis voor de langere termijn:

Er wordt gewerkt aan een koppelleiding tussen Veendam/Nieuwe Pekela en Winschoten. Dit vindt grotendeels plaats binnen de gemeente Oldambt maar betreft wel het koppelen van het gasnet van Veendam.De komende paar jaar wordt een aantal districtstations vervangen. Dit zijn lokale projecten met over het algemeen weinig impact op de omgeving. Het gaat dus om een vervanging, niet om een bijplaatsing zoals bij elektra vaak het geval is. Hogedruk werkzaamheden zoals afsluitervervangingen (benedengronds.) Deze werkzaamheden zijn relatief beperkt.

Riolering

De planning voor de werkzaamheden aan de riolering is (globaal) vastgelegd in het Riool- en waterzorgprogramma gemeente Veendam 2024-2028 (RWZP). Daarnaast is de planning afhankelijk van inspecties aan het bestaande areaal en wordt in de uitvoering ingespeeld op actuele ontwikkelingen.

Subparagraaf 3.7.3 Klimaatadaptatie

Hittestress

In de warmtetransitie valt soms een koppelkans te maken met maatregelen voor klimaatadaptatie omdat sommige warmteoplossingen ook geschikt zijn om de woning te koelen (bijvoorbeeld een bodemwarmtepomp). In de steeds warmer wordende zomers kan warmte blijven hangen tussen de gebouwen, wat van invloed is op het woon- en leefklimaat. Dit is met name het geval in dichtbebouwd stedelijk gebied, zoals een stadscentrum. Onderstaande kaart laat zien in welke wijken in de gemeente sprake is van zogenaamde hitte-eilanden.

Figuur 4: Stedelijke hitte eiland-effecten in Veendam (bron: Stresstest Klimaatbestendigheid Veendam, 2021)

afbeelding binnen de regeling

In de kern van Veendam zijn kwetsbare objecten aanwezig zoals scholen en verzorgingstehuizen, maar er is een matig risico op een hitte-eilandeffect. Het aanwezige groen zoals het Julianapark, het water (bijvoorbeeld de vijvers en de fontein op het Veenlustplein) en de wind (over de Kerk- en Museumplein) zorgen in het centrum voor verkoeling tijdens warme dagen. Voor de groene en waterrijke woonwijken van Veendam speelt het blijven hangen van hitte tussen de bebouwing eigenlijk niet*. De noodzaak om koppelkansen voor koeling mee te nemen in het Warmteprogramma is om deze redenen niet relevant.

Wateroverlast en droogte

Wanneer een warmtenet gerealiseerd gaat worden kan mogelijk een koppelkans gemaakt worden met klimaatadaptieve aanpassingen in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld voor het vasthouden van water om droogte te voorkomen of juist voor de afvoer van overtollig regenwater.De planning voor (een verkenning van) deze werkzaamheden is ook (globaal) vastgelegd in het Riool- en waterzorgprogramma gemeente Veendam 2024-2028 (RWZP).

*Bron: J en L Datamanagement, Stresstest Klimaatbestendigheid Veendam (2021).

Subparagraaf 3.7.4 Verduurzamingsaanpak woningcorporaties

Voor de aanpak van huurwoningen naar de isolatiestandaard krijgen ook de woningcorporaties middelen vanuit maatregel 29 van Nij Begun. Mogelijk is er een koppeling te maken tussen de verduurzamingsplanning (van gespikkeld bezit) van woningcorporaties enerzijds en anderszijds de ondersteuning van inwoners onder de Isolatieaanpak van de gemeente en de ecologische onderzoeken (NVI). Woningcorporatie Acantus wil bijvoorbeeld graag aanhaken als zich dergelijke mogelijkheden voordoen, daarvoor is tijdig een goede afstemming nodig.

Subparagraaf 3.7.5 Volkshuisvestingsfonds en Herstructureringsonderzoek

Vanuit de afdeling Wonen worden als koppelkansen voor uitvoering van het Warmteprogramma het Volkshuisvestingsfonds (VHF) en het Herstructureringsonderzoek van de Provincie genoemd. Vanuit het VHF wordt vanaf 2026 voor verbetering van de leefbaarheid ingezet op aanpak van de particuliere woningvoorraad in de wijken Sorghvliet en Noordwest (een gedeelte van de wijk Oude Ae). Dit betreft onderhoud, levensloopbestendigheid en verduurzaming. Verder is de Provincie bezig met een Herstructureringsonderzoek, wat mogelijk interessante informatie of koppelkansen kan opleveren.

Subparagraaf 3.7.6 Onderhoud op natuurlijke momenten

Wanneer onderhoud aan een gebouw plaatsvindt of verwarmingsinstallaties vervangen moeten worden is het een natuurlijk moment om verduurzaming of een aardgasvrije warmte-oplossing te realiseren. Woningcorporatie Acantus bijvoorbeeld is voornamelijk op natuurlijke momenten in het onderhoud bezig met het toepassen van deze koppelkansen. Zo beschikken de meeste woningen van Acantus momenteel nog over een cv-ketel, waarbij het vanuit financieel oogpunt aantrekkelijk is om deze zo lang mogelijk te gebruiken en niet af te schrijven. Eens in de acht jaar vindt groot onderhoud plaats in een huurwoning, dit zijn momenten dat ook bijvoorbeeld het dak geïsoleerd kan worden. Ook bij particuliere woningen zijn natuurlijke momenten bij onderhoud of vervanging van installaties geschikt om een aardgasvrije oplossing te realiseren. Dit geldt ook bij verhuizing naar een nieuwe woning.

Hoofdstuk 4 Opgave, doelen en uitvoering voor de komende periode

Paragraaf 4.1 Stand van zaken wamtetransitie

Subparagraaf 4.1.1 Evaluatie uitvoering Warmtevisie

In de periode 2022-2025 is volop ingezet op de uitvoering van de Warmtevisie (zie bijlage II voor een gedetailleerde evaluatie). De uitvoering bestond uit drie sporen. Er is gemeentebreed een aanpak ingezet om bewustwording over verduurzaming en isolatie te stimuleren (spoor A) en daarbij is een koppeling gemaakt met de gebiedsgerichte aanpak in Noordwest. Aanvullend hierop zorgde een intensieve aanpak in de wijken Sorghvliet en Wildervank (spoor B) ervoor dat een groot aantal inwoners bereikt is met informatie en ondersteuning bij het verduurzamen van hun woning. Een groot aantal inwoners heeft (vervolgens) (ISDE) subsidie aangevraagd om hun woning te verduurzamen. Met de intensieve inzet in de twee wijken is gestart met de voorbereiding van de volgende stap: het maken van een wijkuitvoeringsplan.

Door onderzoek te doen naar een warmtenet (spoor C) is een eerste inzicht gekregen in de mogelijkheden en haalbaarheid en er is een samenwerkingsverband opgezet tussen de gemeente en de betrokken partijen. Ambtelijk is goed gebruik gemaakt van de regionale en landelijke samenwerking op het gebied van de Warmtetransitie.

Niet alle geplande inspanningen uit de Warmtevisie zijn uitgevoerd. Dat is deels een gevolg van het feit dat dat er voor de uitvoering van de Warmtevisie geen (extra) capaciteit en middelen waren gereserveerd en deels omdat de bestaande formatie niet optimaal ingezet kon worden wegens uitval en vertrek van medewerkers. Daarnaast heeft het vormgeven en de voorbereiding van de uitvoering van de isolatieaanpak maatregel 29 van Nij Begun de laatste jaren veel tijd en capaciteit gevraagd.

Subparagraaf 4.1.2 (Tussen)doelstellingen Klimaatakkoord en Klimaatwet

Aardgasvrij-gereed/aardgasvrij

De tussendoelstelling voor aardgasvrij uit het Klimaatakkoord is dat in 2030 20% van de woningvoorraad aardgasvrij of aardgasvrij-gereed is. Uit de evaluatie van de Warmtevisie blijkt dat in Veendam deze doelstelling gehaald is: in 2025 heeft minstens 27,6% van de totale woningvoorraad in Veendam energielabel B of beter. Minstens 3.635* gelabelde woningen zijn al aardgasvrij-gereed en daarnaast is er een onbekend aantal woningen dat al wel verduurzaamd is, maar nog niet gelabeld. Met name veel huurwoningen hebben al goede energielabels. Er is echter nog een groot aantal woningen dat nog niet aardgasvrij-gereed is en maar een klein (bekend) aantal (3%) woningen en utiliteitsgebouwen is daadwerkelijk aardgasvrij.

Reductie CO 2 -uitstoot

De tussendoelstelling voor 2030 voor de CO2-uitstoot voor de gehele gebouwde omgeving uit de Klimaatwet (2021) is 55% reductie ten opzichte van 1990. In Veendam is deze uitstoot volgens de meest recente cijfers tussen 1990 en 2023 met 52,1% afgenomen**. Waarschijnlijk is dit een gevolg van een sterke afname van het gasverbruik. De tussendoelstelling was in 2023 dus nog niet helemaal gehaald, maar is wel in zicht voor 2030.

*Dit aantal is 45,5% van de 7.985 gelabelde woningen in 2025 (bron: Klimaatmonitor).

**Bronnen: 1) Rapport ‘Emissies in de provincie Groningen in 1990. Inschatting volgens de verbruiksbenadering’ (CE Delft, 2025). De verbruiksbenadering gaat uit van de emissies ten gevolge van fossiel energiegebruik. 2) Klimaatmonitor (2025, cijfers van 2023), uitgaande van de verbruiksbenadering en de aandeelsverhouding in de uitstoot van 69% door woningen en van 31% door diensten (utiliteit).

Paragraaf 4.2 Opgave voor de komende periode

Uit voorgaand overzicht van de stand van zaken kunnen we concluderen dat we de komende jaren nog steeds op twee sporen moeten inzetten. Ten eerste moeten nog veel gebouwenaardgasvrij-gereed gemaakt worden door middel van isolatie. Zo worden onder Nij Begun de komende tien jaar 8.000 bestaande particuliere woningen aangepakt. Ten tweede moeten de nodige stappen worden gezet om de gebouwen die al voldoende geïsoleerd zijn, ook daadwerkelijk aardgasvrij te maken.

In de Warmtevisie lag de focus met name op woningen, maar ook voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van utiliteitsgebouwen moeten plannen gemaakt worden. Op dat gebied ligt nog een opgave.

Voor veel eigenaren van woningen en andere gebouwen is het nog onduidelijk wat precies hun opgave en handelingsperspectief is om te gaan isoleren en aardgasvrij verwarmen. Om die reden dient verder ingezet te worden op communicatie, informatie, ondersteuning, activatie en stimulatie.

Om een beter beeld te krijgen van de haalbaarheid van een warmtenet moet nader onderzoek gedaan worden. Als een warmtenet kansrijk is kan de gemeente haar regierol nemen in de opzet en realisatie van een warmtenet. Daarnaast is het goed om een open blik te houden voor de mogelijkheden voor andere (innovatieve) aardgasvrije oplossingen.

Gezien het feit dat eerst nog een groot aantal gebouwen aardgasvrij-gereed gemaakt moet worden door middel van isolatie ziet de gemeente op dit moment nog geen reden om de aanwijsbevoegdheid toe te gaan passen.

Om de aanpak van netcongestie te bespoedigen dienen de plannen voor de warmtetransitie en aanpak openbare ruimte goed gecommuniceerd te worden met Enexis en de realisatie van netwerkverzwaring gefaciliteerd.

Paragraaf 4.3 Duidelijkheid met twee onderdelen

Subparagraaf 4.3.1 Inleiding

Dit Warmteprogramma beschrijft welke plannen de gemeente voor de periode 2026 tot 2035 onderneemt om te zorgen dat de gebouwde omgeving overgaat naar een aardgasvrije warmteoplossing. In 2031 volgt een nieuw Warmteprogramma, dat dan weer tien jaar vooruitkijkt. Tot 2050 wordt er om de vijf jaar een nieuw Warmteprogramma gemaakt.

Op basis van de evaluatie van de Warmtevisie, het technisch-economisch onderzoek, de analyse van de huidige situatie en de resultaten van het participatieproces is een verdeling in twee onderdelen gemaakt: een Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) en een Perspectief Aardgasvrij.

  • Met de Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) laten we zien welke doelen we hebben gesteld voor 2026-2030, hoe en in welke wijken we in deze periode aan de slag gaan met (het stimuleren van) isoleren en/of aardgasvrij maken en welke andere plannen en projecten ondernomen worden. De Uitvoeringskaart laat van de twee onderdelen van het Warmteprogramma het meest concrete beeld zien. Hiermee geven we voor de komende periode handelingsperspectief aan individuele inwoners, organisaties en ondernemers.

  • Met het Perspectief Aardgasvrij 2031-2050 geven we aan wat onze verwachtingen zijn van de voortgang van de Warmtetransitie na 2030 en geven we een doorkijk op de opgave voor de volgende periode. In het volgende Warmteprogramma wordt opnieuw gekeken wat nodig en wenselijk is en verschuift dit perspectief (deels) naar een concrete Uitvoeringskaart.

Subparagraaf 4.3.2 Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) 2026-2030

Wat gaan we de komende vijf jaar doen?

In de Uitvoeringskaart hebben we, volgend uit de beschrijving van de opgave in paragraaf 4.2 en aansluitend bij de uitgangspunten voor het Warmteprogramma in hoofdstuk 2, de volgende doelen opgenomen voor de periode 2026-2030. We onderscheiden hierbij vijf doelgroepen en vijf thema's.

Doelgroepen:

Particuliere woningen

  • Aangezien in 2030 de helft van de uitvoeringsperiode van de Isolatieaanpak onder Nij Begun is verstreken gaan we ervan uit dat dan 50% van de doelstelling is gehaald. Onder de regeling zijn in Veendam minstens 4.000 particuliere woningen geïsoleerd naar de standaard voor isolatie. In de plannen en uitvoering is zoveel mogelijk een koppeling gemaakt met het VHF en de verduurzamingsaanpak van de woningcorporaties. Voor de deelnemende woningeigenaren is een aanpak ingezet om hen bij het realiseren van de isolatie/ventilatie-maatregelen te ondersteunen. We zijn aangesloten bij de projecten die onder de Isolatieaanpak zijn opgezet voor marktopschaling bij uitvoerende bedrijven.

  • We hebben subsidieregelingen opgezet om de Rijksmiddelen uit bijvoorbeeld het Nationale Isolatie Programma (NIP) ter beschikking te stellen aan inwoners en uit te voeren.

  • In de wijken Sorghvliet en Wildervank hebben we samen met inwoners, bedrijven en relevante organisaties een wijkuitvoeringsplan gemaakt over hoe de gebouwen in deze wijken aardgasvrij kunnen worden, inclusief uitvoeringsactiviteiten.

Huurwoningen

  • Met de woningcorporaties hebben we jaarlijks prestatieafspraken gemaakt om de energielabels van de huurwoningen verder te verbeteren en aardgasvrij te maken. Hierin staat onder andere in waar en wanneer de aanpak van de huurwoningen plaatsvindt.

  • We zijn op de hoogte van de verduurzamingsplannen van de grotere particuliere verhuurders en kijken samen waar synergie te bereiken is.

VVE's

  • Voor de VVE's is het duidelijk waar ze terecht kunnen met vragen voor informatie over en hulp bij verduurzaming. We verwijzen ze naar de (regionale) mogelijkheden voor subsidie en advies.

Utiliteit

  • Voor de gemeentelijke gebouwen hebben we een Routekaart Verduurzaming vastgesteld om de gebouwen (op termijn) te verduurzamen en aardgasvrij te maken.

  • Aan bedrijven die hun gebouwen willen verduurzamen/aardgasvrij maken is de mogelijkheid aangeboden om gebruik te maken van de ondersteuning door Groningen werkt Slim. Hier hebben 25 bedrijven gebruik van gemaakt.

  • We hebben afspraken met de scholen gemaakt over hoe ze aan de slag gaan met verduurzaming en aardgasvrij maken van de gebouwen.

  • We hebben de buurthuizen door middel van tweejaarlijkse bijeenkomsten actief geïnformeerd over de subsidie- en ondersteuningsmogelijkheden van onder andere de Provincie en Groninger Dorpen. Door de inzet van een procesbegeleider ondersteunen we de zes buurthuizen die nog niet verduurzaamd zijn bij de aanvraag van fondsen en coördinatie van de uitvoering van maatregelen.

  • We hebben sportverenigingen zoveel mogelijk ondersteund bij hun vragen over verduurzaming door met ze in gesprek te gaan en ze door te verwijzen naar bijvoorbeeld Sportstroom. Door de inzet van een procesbegeleider ondersteunen we de (kleine) buitensportverenigingen waarvan de gebouwen nog niet verduurzaamd zijn bij de aanvraag van fondsen en coördinatie van de uitvoering van maatregelen. Daarnaast kan de gemeente garant staan bij leningen voor investeringen in sportgebouwen, bijvoorbeeld voor verduurzaming. We gaan op basis van participatie kijken of meerdere stichtingen functies kunnen gaan combineren op een aantal centrale ontmoetingsplekken.

  • In het kader van handhaving van de energielabel C-plicht voor kantoorgebouwen hebben we in kaart gebracht om hoeveel gebouwen dit gaat in Veendam. Daarnaast hebben we voor de komende periode doelen gesteld voor toezicht en handhaving van deze verplichting.

Monumenten

  • Voor eigenaren van monumenten is het duidelijk waar ze terecht kunnen met vragen voor informatie over en hulp bij verduurzaming. We hebben ze actief verwezen naar bijvoorbeeld het Erfgoedloket en de Groene Menukaart.

Thema’s:

Aanpak energiearmoede

  • Wijken met veel woningen met een slecht energielabel en waar veel energiearmoede voorkomt zijn geprioriteerd bij de gefaseerde openstelling van de Isolatieaanpak Nij Begun. Particuliere woningeigenaren met een inkomen van 140% of minder van het sociaal minimum kunnen voor deze aanpak een hoger bedrag aan subsidie aanvragen: hiervan heeft 50% van deze doelgroep gebruik gemaakt.

Aanpak netcongestie

  • We hebben volgens de gemaakte afspraken met netbeheerder Enexis afgestemd wat de gemeentelijke plannen zijn voor de warmtetransitie en samengewerkt om de uitvoering van de versterking van het elektriciteitsnetwerk zoveel mogelijk te faciliteren.

Aardgasvrij verwarmen

  • We hebben nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een warmtenet. Als dit kansrijk was hebben we als gemeente onze regierol gepakt om samen met andere partijen een warmtenet mogelijk te maken. Als trekker van het project, maar mogelijk ook in de vorm van een regionaal warmtebedrijf. Wanneer concrete plannen gemaakt zijn voor de locatie van een warmtenet hebben we zoveel mogelijk een koppeling gemaakt met onder andere de (bestaande) plannen voor de aanpak van de openbare ruimte. We blijven ook de mogelijkheden voor andere (innovatieve) aardgasvrije oplossingen bekijken.

Communicatie

  • We zetten actief in op communicatie, zodat eigenaren van woningen en andere gebouwen weten waar zij terechtkunnen voor advies, ondersteuning en subsidies rondom verduurzaming en aardgasvrij maken van hun gebouw. Met herkenbare ervaringsverhalen en gerichte voorlichting vergroten we betrokkenheid en vertrouwen, zodat verduurzamen als haalbaar en noodzakelijk wordt ervaren. Zo draagt communicatie bij aan bewustwording, gedragsverandering én gezamenlijke actie. We organiseren twee keer per jaar een fysieke bijeenkomst voor inwoners (bijv. inloopavond, bewonersavond, festival) en één keer per jaar een actie waarbij we inzetten op ondernemers of een andere doelgroep.

Algemeen

  • We zorgen dat we voor kennisontwikkeling, kennisdeling en eventuele deelname aan gezamenlijke projecten aangehaakt zijn bij overleggen/samenwerkingsvormen met andere gemeenten, Provincie en/of Rijk.

Subparagraaf 4.3.3 Perspectief Aardgasvrij 2031-2050

Waar staan we over vijf jaar en wat is dan de opgave?

Als resultaat van de Isolatieaanpak Nij Begun verwachten wij dat aan het eind van 2030, als de helft van de uitvoeringsperiode verstreken is, 50% van de doelstelling is gehaald. Dat betekent dat 4.000 extra particuliere woningen geïsoleerd zijn naar de standaard voor isolatie en dus aardgasvrij-gereed is. In de periode 2031-2035 wordt onder deze aanpak verder gewerkt om nog eens 4.000 woningen te isoleren, met als beoogd resultaat dat in 2035 100% van de particuliere woningen aardgasvrij-gereed is.

Door de plannen voor 800 nieuwbouwwoningen zal het aantal aardgasvrije woningen in Veendam gaan toenemen van circa 3% in 2025 naar circa 7,4% in 2030. Ook het aantal bestaande aardgasvrije gebouwen zal gestaag toenemen. De inzet van de gemeente is na 2030 met name nodig om te stimuleren dat meer bestaande gebouwen aardgasvrij gemaakt worden.

Naar verwachting is het nog steeds nodig om communicatie, informatie, activatie en stimulatie in te zetten op gebied van verduurzaming en aardgasvrij maken van gebouwen, vooral voor de doelgroepen bedrijven en (andere) utiliteit.

In Sorghvliet en Wildervank zijn tussen 2026 en 2030 wijkuitvoeringsplannen opgesteld. Naar aanleiding van de opgedane ervaringen worden ook in andere wijken plannen opgesteld. Als er een wijk is waar een warmtenet gerealiseerd gaat worden krijgt deze prioriteit om de situatie degelijk in kaart te brengen en inwoners en andere relevante partijen in de wijk goed aan te haken. Als de situatie qua warmteoplossing voor de wijk nog niet duidelijk is (bijvoorbeeld omdat meer onderzoek nodig is) kan een andere wijk eerder aangepakt worden. De prioritering voor de locatie van een wijkuitvoeringsplan kan daarnaast ondersteund worden door een koppeling te maken met gebiedsgerichte aanpakken, de plannen voor verduurzaming van huurwoningen en gemeentelijk vastgoed en de informatie uit het technisch-economisch onderzoek voor dit Warmteprogramma. Om te bereiken dat in 2050 voor alle 17 wijken (eventueel geclusterd) een wijkuitvoeringsplan is gemaakt en uitgevoerd zal gemiddeld elk jaar in een nieuwe wijk met een plan gestart moeten worden.

Qua aardgasvrije oplossingen is het in deze periode inmiddels duidelijk of er een warmtenet gerealiseerd gaat worden en wat de aanpak daarvoor is. In de daarvoor geschikte gebieden worden dan zoveel mogelijk woningen en andere gebouwen op het warmtenet aangesloten.

Uit het technisch-economisch onderzoek blijkt dat voor de gebouwen in de andere wijken (onder andere in het buitengebied) een elektrische warmtepomp de beste optie is. We schatten in dat heel veel gebouwen (na isolatie) geschikt zijn voor toepassing van een elektrische warmtepomp, maar er zal ook een aantal overblijven waar dat geen haalbare optie is. Voor deze gebouwen zal - mogelijk op basis van nieuwe inzichten- een andere aardgasvrije oplossing moeten worden gevonden.

Naar aanleiding van de verschillende ontwikkelingen in de warmtetransitie wordt in deze periode opnieuw bekeken of het nodig en doeltreffend is om in bepaalde wijken de aanwijsbevoegdheid toe te passen.

In de gemeente is na 2030 een nieuw middenspanningsstation gerealiseerd, maar om netcongestie te bestrijden moeten er nog steeds veel transformatoren in de wijken bijgeplaatst worden. We verwachten dat het elektriciteitsnetwerk voor 2050 dermate is versterkt dat er voldoende ruimte is voor warmtepompen, laadpalen en opwek van duurzame energie.

Paragraaf 4.4 Plan-mer-plichtigheid Warmteprogramma

Om een goede beslissing te kunnen nemen over de plan-mer-plichtigheid van dit Warmteprogramma is door een specialistisch adviesbureau een analyse gemaakt (zie bijlage IV). De conclusie van de analyse is dat de aanpak in het Warmteprogramma geen kaders bevat voor de goedkeuring of uitvoering van plan-mer-plichtige activiteiten zoals beschreven in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het document bevat daarnaast geen besluiten over de alternatieve verwarmingsoplossingen noch over de locatie van uitvoering in de gemeente. Op basis hiervan oordeelt de gemeente dat dit Warmteprogramma niet plan-mer plichtig is.

Hoofdstuk 5 Monitoring en evaluatie

Met het Warmteprogramma geven we invulling aan de doelen uit het Klimaatakkoord, de Klimaatwet en de Omgevingsvisie. In de Uitvoeringskaart 2026-2030 zijn de operationele doelen opgenomen voor de komende vijf jaar. Deze zijn uitgewerkt in projectkaarten (zie bijlage V). Hiermee kan op projectniveau de voortgang worden bijgehouden. Daarnaast is onderstaand overzicht van indicatoren gemaakt om te monitoren wat de voortgang is met betrekking tot de klimaatdoelstellingen. Deze sluiten aan bij de indicatoren voor de RES-Warmte.

Jaarlijks wordt een evaluatieverslag gemaakt door het aanvullen van de stand van zaken op onderstaande indicatoren en door het bijwerken van de projectkaarten.

Tabel 1: Indicatoren voortgang klimaatdoelstellingen.

Indicator

Stand van zaken Veendam

Huidige bron

Toekomstige bron

Elektriciteitsgebruik Gebouwde Omgeving

244 TJ

Klimaatmonitor (2023)

Klimaatmonitor

Aardgasgebruik Gebouwde Omgeving

600 TJ

Klimaatmonitor (2023)

Klimaatmonitor

Energiegebruik (totaal) Gebouwde Omgeving

844 TJ

Klimaatmonitor (2023)

Klimaatmonitor

CO²-uitstoot gebouwde omgeving t.o.v. 1990 voor woningen

32,4 kt = 53% reductie

CE Delft (2025)/Klimaat-monitor (2023)

CE Delft (2025)/Klimaat monitor

CO2-uitstoot gebouwde omgeving t.o.v. 1990 voor diensten (utiliteit)

14,5 kt = 51,7% reductie

CE Delft (2025)/Klimaat-monitor (2023)

CE Delft (2025)/Klimaatmonitor

CO 2-uitstoot (totaal) gebouwde omgeving t.o.v. 1990

46,9 kt = 52,1% reductie

CE Delft (2025)/Klimaat-monitor (2023)

CE Delft (2025)/Klimaatmonitor

Aantal woningen geïsoleerd naar de isolatiestandaard/aardgasvrij-gereed/energielabel B of beter

3.635 gelabelde woningen hebben energielabel B of beter = 27,6% van de woningvoorraad

Klimaatmonitor/CBS (2025)

Klimaatmonitor/CBS/Monitoring Isolatie-aanpak Nij Begun

Aantal kleinverbruikers aansluitingen elektra min het aantal gasaansluitingen kleinverbruikers

1038 kleinverbruikers

Kengetallen Energietransitie, Enexis (sept 2025)

Kengetallen Energietransitie, Enexis

Verwijderde gasaansluitingen kleinverbruikers

196 verwijderde gasaansluitingen

Kengetallen Energietransitie, Enexis (sept 2025)

Kengetallen Energietransitie, Enexis

Verzwaarde elektra-aansluitingen kleinverbruikers

856 verzwaarde aansluitingen

Kengetallen Energietransitie, Enexis (sept 2025)

Kengetallen Energietransitie, Enexis

Aantal nieuwbouwwoningen aardgasvrij

387 gerealiseerde nieuwbouwwoningen sinds 2019 = 3% van de woningvoorraad. Hiervan zijn er 91 huurwoningen.

CBS (2025), Acantus (2025)

CBS, Acantus

Bestaande woningen aardgasvrij

Onbekend

Geen informatie beschikbaar

Enexis (met ingang van Wgiw per 2026)

Gebouwen utiliteit aardgasvrij

Onbekend

Geen informatie beschikbaar



Enexis (met ingang van Wgiw per 2026)

Totaal aantal gebouwen aardgasvrij

Onbekend

Geen informatie beschikbaar

Enexis (met ingang van Wgiw per 2026)

ISDE-subsidieaanvragen voor (hybride) warmtepomp

1.404 subsidieaanvragen (2022-2025)



RVO/Klimaatmonitor (sept 2025)

RVO/Klimaatmonitor

Bronnen

Acantus, Interview, 2025.

CBS, Kerncijfers wijken en buurten, 2025.

CBS, Voorraad woningen; gemiddeld oppervlak; woningtype, bouwjaarklasse, regio, 2025.

CE Delft, Emissies in de provincie Groningen in 1990. Inschatting volgens de verbruiksbenadering, 2025.

Enexis, Buurtaanpak, 2025.

Enexis, Interview, 2025.

Enexis, Kengetallen Energietransitie, 2025.

Enexis, Opendata set, 2025.

Enpuls, Interview, 2025.

J en L Datamanagement, Stresstest Klimaatbestendigheid Veendam, 2021.

NPLW, Handreiking mer in de warmtetransitie, 2025.

NPLW, Handreiking Warmteprogramma, 2025.

Ondernemersvereniging Autorama, Interview, 2025.

Ondernemersvereniging VOC, Interview, 2025.

PBL, Verdieping op de actualisatie van de Startanalyse, 2025.

Rijkswaterstaat, Klimaatmonitor, 2025.

RVO, ISDE: Stand van zaken budget, 2025.

Scholengroep OPRON, Interview, 2025.

Vastgoedcompany, Interview, 2025.

Vestal, Informatie website, 2025.

Woonzorg Nederland, Interview, 2025.

WTCG, Technisch-economische analyse Warmteprogramma Veendam, 2025.

Bijlage II Evaluatie Warmtevisie

Evaluatie Warmtevisie

1.1 Inleiding

In de Warmtevisie, die in 2022 door de raad is vastgesteld, zijn een aantal doelen en randvoorwaarden gesteld. Om deze doelen te bereiken zijn een aantal uitvoeringsactiviteiten opgenomen. Destijds is ingezet op drie sporen:

Spoor A: Een gemeentebrede aanpak om inwoners te helpen stap voor stap energie te besparen. Bijvoorbeeld met behulp van energiecoaches, gezamenlijke inkoopacties of informatie over financieringsmogelijkheden. We ondersteunen bewonersinitiatieven, benutten natuurlijke momenten ‘achter de voordeur' en koppelkansen in de leefomgeving. We bieden ondersteuning aan inwoners met het Regionaal Energieloket en de inzet van JouwBespaarCoach (JBC) en door op een gerichte manier te communiceren. Samen met belanghebbenden gaan we in 2022 een uitvoeringsplan opstellen en uitvoeren waarin staat hoe woningen en gebouwen planmatig gesoleerd kunnen worden.

Spoor B: Een grondige isolatieaanpak van kansrijke buurten. De wijken Sorghvliet en Wildervank zijn uitgekozen om te starten met een wijkgerichte aanpak om energiebesparing en isolatie te stimuleren. Hiervoor zetten we alle bouwstenen in van spoor A, aangevuld met een intensief en persoonlijk traject voor de inwoners van de beide wijken. Voor Sorghvliet willen we in 2022 een uitvoeringsplan opstellen gericht op het isoleren van woningen, met een doorkijk naar wat er nodig is om de woning aardgasvrij te maken. Doel is dat iedere inwoner voor de woning een plan heeft van de benodigde kosten, opbrengsten en financieringsmogelijkheden. Afhankelijk van de voortgang gaan we in 2024 aan de slag met een uitvoeringsplan voor Wildervank. Het geheel aardgasvrij maken van deze wijken voorzien we in de periode na 2030.

Spoor C: We nemen deel aan een onderzoek naar de mogelijkheden voor de aanleg van een warmtenet. De beheerafdeling van de gemeente onderzoekt welke gebieden technisch en financieel kansrijk zijn voor de aanleg van een warmtenet. Daarnaast volgen we de kansen voor restwarmte en de ontwikkeling rondom het eventuele gebruik van waterstof. We onderzoeken met onder andere Essent de mogelijkheden van een proef met verwarming door waterstof in de gemeente.

1.2 Resultaten uitvoering Warmtevisie

Hieronder wordt toegelicht wat de resultaten zijn van de uitvoering van de Warmtevisie in de periode 2022-2025.

1.2.1 Spoor A: uitgevoerde activiteiten

Gemeentebrede inzet REL en JouwBespaarCoach

Om inwoners te helpen bij energiebesparing en isolatie hebben we gemeentebreed ondersteuning aangeboden door middel van het Regionaal Energieloket (REL) en de inzet van Jouwbespaarcoach (JBC) met bespaarcoaches, energiecoaches, de Klusbus en de CV-dokter. Woningeigenaren kregen hiermee informatie en ondersteuning bij het hoe en waarom van energiebesparing, de beste opties voor hun woning en hoe dit gefinancierd kon worden.

Inkoopactie Isolatie

Naast de inzet van JBC werden gemeentebreed collectieve inkoopacties voor isolerende maatregelen georganiseerd via het REL. Als gevolg hiervan zijn 171 woningen geïsoleerd en zijn in totaal 188 isolatiemaatregelen uitgevoerd.

Figuur 1 : Uitgevoerde maatregelen inkoopactie REL

afbeelding binnen de regeling

Communicatie

Vanuit de gemeente werden diverse ondersteunende communicatiemiddelen ingezet zoals berichten in het gemeentenieuws en op social media.

Koppeling verduurzaming met aanpak leefomgeving

In de wijk Noordwest (een gedeelte van de wijk Oude Ae) is bij de gebiedsgerichte aanpak (GGA) van de leefomgeving ‘Noordwest op z'n best’ een koppeling gemaakt met verduurzaming. De aanpak is gericht op vier deelgebieden: sociaal, openbare ruimte (waaronder klimaatadaptatie), sociale huurwoningen en particuliere woningen. Onder de aanpak sociale huurwoningen ging woningcorporatie Acantus aan de slag met de renovatie en verduurzaming van een groot aantal portiekwoningen. Voor particuliere woningeigenaren was een subsidie vanuit de Regiodeal beschikbaar voor verduurzaming en onderhoud. Hieraan werd de aanpak van JBC gekoppeld. Als resultaat van deze aanpak hebben 30 woningeigenaren in Noordwest voor € 105.000,- aan verduurzamingsmaatregelen genomen. De subsidie van maximaal € 8.000,- is door een deel van de eigenaren volledig aangevraagd en door een anderen gedeeltelijk. Zes van de 25 woningeigenaren hebben een aardgasvrije of hybride warmteoplossing gerealiseerd. Ruim 30 eigenaren in Noordwest hebben met een subsidie van maximaal € 6.500,- onderhoudsmaatregelen genomen voor een totaalbedrag van € 45.000,-. Vanuit het Transitiefonds dat ook beschikbaar kwam hebben 6 eigenaren grotere verbouwingen gerealiseerd. Als leerpunten vanuit de GGA kan meegenomen worden dat als gevolg van multi-probleemsituaties de urgentie om te verduurzamen vaak niet gevoeld wordt of dat er geen geld is voor het eigen deel (de subsidie is niet altijd dekkend voor de maatregelen die nodig zijn). Daarnaast is het vertrouwen onder inwoners laag dat verduurzamingsmaatregelen daadwerkelijk de beloofde resultaten opleveren. Inwoners kunnen verder geholpen worden met toegang tot goedkope, laagdrempelige leningen en (verleidende) voorbeelden die inzicht geven in de mogelijkheden. Bijvoorbeeld een modelwoning waar men verduurzamingsmaatregelen kan bekijken.

Uitvoeringsplan planmatig isoleren

Om meer inzicht te geven in de fasering van de uitvoering van de Warmtevisie heeft het Regionaal Energieloket (REL) in 2023 onderzoek gedaan naar de verduurzaming van de woningvoorraad in Veendam en de beschikbare instrumenten/financiële middelen. Op basis daarvan heeft het REL een voorstel gedaan voor een uitvoeringsprogramma voor de planmatige aanpak van isolatie. Dit onderzoek heeft onder andere inzicht gegeven in het aantal woningen dat in de wijken aangepakt moet worden om de doelstellingen voor isolatie voor de aangevraagde subsidie voor het Nationaal Isolatie Programma (NIP) te kunnen halen.

1.2.2 Spoor B: uitgevoerde activiteiten

Wijkgerichte aanpak Sorghvliet en Wildervank

In aanvulling op de gemeentebreed ingezette activiteiten in Spoor A zijn in de wijken Sorghvliet en Wildervank diverse activiteiten ontplooid om energiebesparing en isolatie te stimuleren. Met verschillende middelen is intensief ingezet om inwoners te stimuleren om gebruik te maken van het REL, de ondersteuning door JBC, de inkoopactie voor isolerende maatregelen en de beschikbare financiële middelen om de verduurzaming te bekostigen.

Naast de gemeentebrede communicatie zijn in deze wijken huis-aan-huis brieven gestuurd aan inwoners. In 2023 zijn op drie verschillende momenten aanbelacties gehouden om persoonlijk met inwoners het gesprek aan te gaan over verduurzaming. Indien men niet thuis was is een informatieve flyer achtergelaten. In Sorghvliet zijn volgend op de aanbelacties in 2023 twee bewonersavonden gehouden, in het gemeentehuis en in de Breehorn. In Wildervank is in samenwerking met woningcorporatie Acantus in 2024 in dorpshuis Bijleveld een informatieavond met energiemarkt gehouden voor zowel huurders als woningeigenaren. Zo'n 45% van de bewoners die bereikt zijn met deze aanbelacties maakte gebruik van de diensten van JBC en de helft van de aanwezigen op de bewonersavonden heeft zich daarvoor aangemeld. Met deze drie aanbelacties en twee informatieavonden zijn in totaal 963 inwoners bereikt, zij hebben hierdoor inzicht gekregen in de mogelijkheden om hun woning te verduurzamen. Dat is procentueel een goede conversie. In 2025 zijn in Sorghvliet nog twee aanbelacties gehouden, gericht op de inwoners die eerder niet werden bereikt. Deze acties werden opgevolgd door twee inloopavonden in de wijk, waar inwoners informatie konden krijgen over isolatie en de diverse subsidies voor verduurzaming zoals maatregel 29 van Nij Begun. Er is bij 1.231 mensen aangebeld, hiervan deden 479 mensen open. Ongeveer 1 op de 3 (146) meldde zich vervolgens aan voor hulp van de bespaarcoach, Klusbus, CV-dokter of energiecoach. Vervolgens kwamen bij de inloopavonden 70 tot 80 bezoekers waarna 29 vervolgafspraken werden gepland. In totaal meldde 176 inwoners zich naar aanleiding van deze acties aan voor één of meer van de gratis energiebesparende diensten van JBC.

Wijkuitvoeringsplannen

Vanwege gebrek aan uitvoeringscapaciteit en middelen is het nog niet gelukt om voor Sorghvliet en Wildervank wijkspecifieke uitvoeringsplannen te maken. Met de activiteiten die in de periode 2022-2025 in de wijken zijn uitgevoerd is echter een goede basis gelegd om dit onder het Warmteprogramma verder op te pakken. De informatie over de wijken in het geactualiseerde technisch-economisch onderzoek kan daarbij ondersteunen.

Resultaten inzet JouwBespaarCoach Veendam (2023-2025)

In de tabel hieronder staat een samenvatting van de resultaten van de totale inzet van JouwBespaarCoach in Veendam van 2023 tot en met 2025.

 

2023 & 2024

2025

Totaal benaderde huishoudens (brieven)

1695

1842

Totaal gesprekken aan de deur (aanbelacties)

700

742

Uitgereikte energiebespaarpakketten

3251

 

Totaal diensten JBC

462

281

bestaande uit:

 
 

Subsidieadvies (Bespaarcoach)

384

133

Klusbus

47

69

CV-dokter

29

78

Slimme bespaartrucs

2

1

1.2.3 Spoor C: uitgevoerde activiteiten

Onderzoek mogelijkheden aanleg warmtenet

In 2021 is gestart met een onderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet op restwarmte, samen met partijen als Nedmag, Kisuma, woningcorporatie Acantus en Enpuls. Bekeken is wat de potentie aan restwarmte is in Veendam en welke gebouwen van de gemeente en Acantus op een warmtenet aangesloten konden worden. In 2022 is een haalbaarheidsonderzoek gepresenteerd en begin 2025 is dat geüpdatet met een addendum.

Onderzoek technisch en financieel kansrijke gebieden voor aanleg warmtenet

Destijds is voor de Warmtevisie een technische en financiële analyse gemaakt om inzicht te krijgen in wat per wijk de meest kansrijke aardgasvrije oplossing is. Daarnaast is door medewerkers van gebouwenbeheer gekeken naar de mogelijkheden van aansluiting van gemeentelijke gebouwen.

Volgen kansen restwarmte en ontwikkelingen van o.a. waterstof

In de periode 2022-2025 hebben we door deelname aan onder andere de regionale bijeenkomsten rond de RES-Warmte en het Warmtehuis de kansen gevolgd voor restwarmte, de ontwikkeling rondom het eventuele gebruik van (groene) waterstof en de beschikbaarheid van groen gas.

Onderzoek mogelijkheden proef met verwarming door waterstof

Voor wat betreft de proef voor de mogelijkheden van verwarming door waterstof heeft Enexis besloten deze in een andere gemeente plaats te laten vinden (Eemsdelta).

1.3 Leerpunten

Bij de uitvoering van de Warmtevisie zijn de volgende leerpunten naar voren gekomen voor dit Warmteprogramma:

Neem naast de verduurzaming en aardgasvrij maken van woningen ook de utiliteitsgebouwen mee in de doelstellingen en uitvoering.Concretiseer zoveel mogelijk de doelen, uitvoeringsactiviteiten en de monitoring ervan.Beschrijf wat er aan middelen en capaciteit nodig is voor de uitvoering en zorg dat deze beschikbaar gesteld worden. Of stel de uitvoeringsactiviteiten af op de beschikbare capaciteit.Heb aandacht voor het feit dat veel inwoners te maken hebben met multi-probleemsituaties en/of een smalle beurs waardoor de urgentie om te verduurzamen vaak niet gevoeld wordt en/of er geen geld is voor een eigen bijdrage als een subsidie niet de gehele kosten dekt. Heb aandacht voor het feit dat het vertrouwen in de overheid onder inwoners laag is en dat men twijfelt over dat verduurzamingsmaatregelen daadwerkelijk de beloofde resultaten opleveren.

1.4 Stand van zaken warmtetransitie

Naast de resultaten van de uitvoering van de Warmtevisie geven we in deze evaluatie ook een beeld van de algemene situatie van de warmtetransitie in Veendam en de voortgang op de doelstellingen van het Klimaatakkoord/de Klimaatwet. Deze manier van monitoring sluit aan bij de methode die voor de RES-Warmte gebruikt wordt.

Om de huidige situatie in beeld te brengen worden de meest recente cijfers gebruikt uit onder andere de Klimaatmonitor. Waar relevant worden deze gerelateerd aan de situatie in 1990 of aan de cijfers die beschikbaar waren bij het opstellen van de Warmtevisie in 2021.

1.4.1 Energieverbruik

De meest recente cijfers uit de Klimaatmonitor over het totale energieverbruik in de gemeente Veendam komen uit 2023. Het totaalverbruik over alle sectoren bedroeg toen 1.469 TJ. De warmtetransitie richt zich op de sector Gebouwde omgeving. Het totale energieverbruik van de sector Gebouwde omgeving was in 2023 844 TJ. De sector Gebouwde omgeving wordt onderverdeeld in de categorieën Woningen, Commerciële dienstverlening en Publieke dienstverlening. De laatste twee categorieën betreffen utiliteitsgebouwen. In de figuren hieronder wordt het energieverbruik opgesplitst in elektriciteitsverbruik en gasverbruik.

Elektriciteitsverbruik

In onderstaand diagram is het elektriciteitsgebruik van de sector Gebouwde omgeving weergegeven in 2019 en 2023* (Bron: Klimaatmonitor).

afbeelding binnen de regeling

*Dit betreft het elektriciteitsgebruik inclusief zonnestroom achter de meter, dat betekent dat de hoeveelheid zelf opgewekte zonnestroom is meegerekend.

Het totale elektriciteitsgebruik is in deze periode met 1% afgenomen (van 247 naar 244 TJ) terwijl het elektriciteitsverbruik in de sector Wonen met 12% is toegenomen (van 123 naar 138 TJ).

Aardgasverbruik

Het totale aardgasgebruik van de sector Gebouwde omgeving in Veendam is tussen 2019 en 2023 met 29% afgenomen van 846 naar 600 TJ. In de categorie Wonen is het percentage relatief het sterkst afgenomen, met 31% van 661 naar 457 TJ*

(Bron: Klimaatmonitor).

afbeelding binnen de regeling

Conclusie

We zien voor de (totale) sector Gebouwde omgeving in Veendam een ontwikkeling naar een afnemend verbruik van gas en elektriciteit. In de categorie Wonen zien we het gasgebruik fors afnemen, maar een toenemend elektriciteitsgebruik. Deze trend sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen. Het afnemende gasgebruik is te verklaren doordat er meer isolatie en andere energiebesparing gerealiseerd wordt. Daarnaast wordt er meer elektriciteit verbruikt door onder andere een toename van het aantal apparaten in huis en meer verwarming op elektriciteit zoals warmtepompen en infrarood panelen.

*In de figuur staat voor Woningen het ‘temperatuur gecorrigeerde aardgasverbruik’: dit is een aanpassing die wordt toegepast om de invloed van temperatuurverschillen op metingen te corrigeren. De categorie dienstverlening heeft het temperatuurverschil geen invloed op het verbruik (bedrijfsprocessen), alleen het aardgasverbruik voor woningen is temperatuur gecorrigeerd (Bron: Klimaatmonitor).

1.4.2 CO 2 -uitstoot Gebouwde omgeving

De doelstelling uit de Klimaatwet (2021) is voor 2030 55% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 en voor 2050 95% minder uitstoot dan in 1990. Waar staan we nu? In 1990 was de totale CO2 (eq)-uitstoot van de gebouwde omgeving in Veendam 98 kiloton: voor woningen 68 kt en voor diensten (utiliteit) 30 kt*. Ten opzichte van dit referentiejaar is volgens de meest recente cijfers uit 2023 de totale CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving met 52,1% gedaald naar 46,9 kt. De uitstoot voor woningen is met 53% gedaald naar 32,4 kt en voor diensten (utiliteit) met 51,7% naar 14,5 kt. Waarschijnlijk is dit een gevolg van een sterke afname van het gasverbruik.

afbeelding binnen de regeling

Conclusie

We concluderen dat de tussendoelstelling van 55% CO2-reductie in 2023 voor de Gebouwde omgeving nog niet helemaal gehaald was, maar we zijn goed op weg om deze (wellicht eerder dan 2030) te gaan halen.

*Bron: Rapport ‘Emissies in de provincie Groningen in 1990. Inschatting volgens de verbruiksbenadering’ (CE Delft, 2025). De verbruiksbenadering gaat uit van de emissies ten gevolge van fossiel energiegebruik.

1.4.3 Aardgasvrij-gereed: energielabels

Een andere indicator van de voortgang van de Warmtetransitie zijn de energielabels in de gebouwde omgeving. Steeds meer woningen hebben een erkend energielabel en een aanzienlijk deel hiervan heeft het label A of B, waardoor deze woningen in principe voldoende geïsoleerd zijn om over te stappen op een aardgasvrije verwarmingsinstallatie (de standaard voor isolatie oftewel aardgasvrij-gereed). Het aantal energielabels B of beter is een indicator van de (tussen)doelstelling dat in 2030 minstens 20% woningen van de woningen aardgasvrij(gereed) is.

De situatie in 2019

Uitgaande van een dataset van de voorlopige energielabels uit 2019 werd voor de Warmtevisie ingeschat dat 33% van de 12.894 woningen in Veendam al een energielabel B of beter had, oftewel circa 4.300 woningen (bron: Klimaatmonitor). De conclusie werd getrokken dat hiermee aan de doelstelling voldaan was.

Inmiddels worden voor de inschatting van de energiezuinigheid van woningen niet meer de voorlopige energielabels gebruikt omdat die geen realistisch beeld geven. Deze zijn gebaseerd op het bouwjaar van het gebouw, en de reële verduurzaming wordt daarbij niet meegenomen. Tegenwoordig wordt uitgegaan van betrouwbaardere gegevens, zoals het aantal werkelijk geregistreerde energielabels.

In Veendam was dit aantal in 2019 5.080, daarvan had 23% = 1.170 woningen label B of beter (bron: Klimaatmonitor). Dat was toen 9% van het totaal aantal woningen. Op basis van de energielabels van de daadwerkelijk gelabelde woningen werd in 2019 nog niet aan de doelstelling voldaan.

De situatie in 2025

Hoe heeft de situatie zich sindsdien ontwikkeld?

Begin 2025 waren er in Veendam 13.169 woningen (bron: CBS). Om de tussendoelstelling 2030 uit het Klimaatakkoord van 20% aardgasvrij(gereed) te halen moeten dan 2.634 woningen aardgasvrij(gereed) zijn.

Sinds 2019 hebben de energielabels zowel landelijk als in Veendam meerdere veranderingen doorgemaakt. De eerste verandering is de hoeveelheid gelabelde woningen. In 2019 hadden 5.080 woningen een energielabel (destijds 39,4% van de totale woningvoorraad), in 2025 is deze hoeveelheid gegroeid tot 7.985 woningen (60% van de huidige woningvoorraad). De tweede verandering is de verandering in het energielabel zelf. De meest relevante ontwikkeling betreft het toegenomen aantal woningen met een label B of beter. Het percentage van het aantal gelabelde woningen in 2019 met label B of beter was 23%. In 2025 heeft 45,5% van de 7.985 gelabelde woningen een energielabel B of beter (bron Klimaatmonitor). Dat betekent dat op dit moment in ieder geval 3.635 woningen in de gemeente aardgasvrij-gereed zijn. Dat is 27,6% van het totaal aantal woningen. En dat betekent dat in 2025 de doelstelling van minstens 20% woningen die aardgasvrij-gereed zijn gehaald is.

afbeelding binnen de regeling

1.4.4 Aardgasvrije gebouwen

Op dit moment zijn helaas geen concrete cijfers beschikbaar over het totaal aantal aardgasvrije woningen/gebouwen in Veendam. Met het ingaan van de wet Wgiw (naar verwachting in 2026) kunnen gemeenten deze informatie op individueel aansluitniveau opvragen bij de wetbeheerders (bron: Enexis). Totdat deze cijfers beschikbaar komen hebben we via andere gegevens geprobeerd om de situatie in kaart te brengen.

Aardgasvrije (nieuwbouw)woningen

Van 2019 tot 2025 zijn in Veendam in totaal 387 nieuwe (dus aardgasvrije) nieuwe woningen bijgebouwd (bron: CBS). Daarmee is in ieder geval 3% van de totale woningvoorraad aardgasvrij. 91 daarvan zijn huurwoningen van woningcorporatie Acantus (bron: Acantus). Als de doelstelling van 800 extra nieuwbouwwoningen wordt gehaald groeit het aantal aardgasvrije woningen in 2030 naar 7,4%*. Het aantal bestaande woningen dat van het aardgas af is gegaan is onbekend.

afbeelding binnen de regeling

*Deze conclusie gaat uit van de volgende berekening: er zijn 215 nieuwbouwwoningen in de totale woningvoorraad van 12.894 in 2022, dit is 1,7% . In 2025 zijn er in totaal 387 nieuwbouwwoningen, dit is 3% van de totale woningvoorraad van 13.169 in 2025. (bron: CBS). Prognose voor 2030: tussen 2023 en 2030 zijn 215 plus 800 = 1.015 nieuwbouwwoningen aardgasvrij gerealiseerd, dit is 7,4% van de naar schatting 13.630 woningen in 2030. De geschatte woningvoorraad in 2030 is als volgt berekend: op basis van de plannen komen er 800 nieuwbouwwoningen bij en gaan er 64 sloopwoningen af = 736, dit aantal is opgeteld bij de 12.894 woningen in 2022).

Bijlage III Participatieverslag

Participatieverslag Warmteprogramma

1. Inleiding

Het Warmteprogramma is een belangrijke stap op weg naar een aardgasvrije gemeente. In 2022 heeft de gemeente Veendam een Warmtevisie opgesteld. Hierin staat vastgelegd in welke wijken we tot en met 2030 aan de slag gaan met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Het Warmteprogramma brengt de volgende periode, tot en met 2035, in beeld. In het programma staat hoe we de komende jaren inzetten op het zoveel mogelijk isoleren en aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen. Het Warmteprogramma geeft zo richting en planning aan de Warmtetransitie.

Het Warmteprogramma valt onder de Omgevingsvisie, wat betekent dat participatie een verplicht onderdeel is. Het betrekken van belanghebbenden biedt waardevolle input voor de totstandkoming van – en draagt bij aan draagvlak voor het Warmteprogramma.

Dit participatieverslag geeft weer hoe het participatieproces is verlopen, wat de belangrijkste resultaten zijn en op welke manier de inbreng van inwoners en andere belanghebbenden een plek heeft gekregen in het Warmteprogramma.

2. Het doel van de participatie

Het doel van dit participatietraject is om zowel van inwoners als andere relevante belanghebbenden waardevolle informatie te verzamelen. Doordat we het Warmteprogramma beter aan laten sluiten op de wensen en behoeften van belanghebbenden, draagt dit bij aan het succes en de uitvoering van het Warmteprogramma. Het gaat om het ophalen van wensen, bedenkingen, waarden en eventuele koppelkansen.

3. Een overzicht van de gevolgde participatieprocedure

Om de inbreng van de verschillende belanghebbenden op te halen, zijn verschillende instrumenten ingezet.

Online vragenlijst

Inwoners en bedrijven zijn gevraagd om een online vragenlijst in te vullen. Deze oproep deden we via de gemeentelijke website, een artikel in het gemeentenieuws, in streekkrant Veendammer, via de sociale media, het intranet, de gemeentelijke nieuwsbrief voor ondernemers en de nieuwsbrief van ondernemersvereniging VOC. Daarnaast zijn de wijkambtenaren gevraagd de vragenlijst via onder andere dorpenkrant 't Tonckeltje te verspreiden. Verder zijn de wijkbewoners van Sorghvliet tijdens twee inloopavonden over subsidies voor verduurzaming actief gevraagd om de vragenlijst in te vullen.



Gestreefd werd naar minstens 100 ingevulde vragenlijsten en uiteindelijk is de vragenlijst 139 keer ingevuld. Nadat de vragenlijst in de eerste weken was gedeeld met de inwoners van Veendam, is er extra ingezet op het vergroten van de zichtbaarheid en bereik. Hiervoor zijn kaartjes verspreid met een QR-code naar de vragenlijst. Deze kaartjes zijn op diverse plekken neergelegd, waaronder in verschillende winkels, appartementencomplexen, (afhaal)restaurants, bij VanBeresteyn (museum, theater en bibliotheek) en in het gemeentehuis. Daarnaast zijn ondernemers rechtstreeks gevraagd om de vragenlijst in te vullen.

Verdiepende gesprekken met interne collega's

Met diverse collega’s op relevante beleidsterreinen binnen de gemeente Veendam zijn verdiepende gesprekken gevoerd over het Warmteprogramma. Bijvoorbeeld met de beleids-/projectmedewerkers die zich bezighouden met wonen, ruimtelijke ordening, duurzaamheid, milieu, gemeentelijk vastgoed, gebiedsaanpak Noordwest, economische zaken en bedrijven, sport en recreatie, scholen en buurthuizen.

Verdiepende gesprekken met belangrijke partners en belanghebbenden

Ook met belangrijke partners en andere belanghebbenden zijn verdiepende gesprekken gevoerd over wat zij belangrijk vinden in de warmtetransitie en welke eventuele koppelkansen zij zien met bestaande plannen en ontwikkelingen. Er is gesproken met netbeheerder Enexis, Enpuls, woningcorporatie Acantus, Woonzorg Nederland, ondernemersverenigingen VOC en Autorama, scholengroep OPRON en particuliere verhuurder Vastgoedcompany. Andere woningcorporaties en particuliere verhuurders zijn ook benaderd maar van hen hebben we geen inbreng ontvangen.

Interne communicatie en projectgroep

De medewerkers binnen de gemeente met raakvlakken met de warmtetransitie zijn geïnformeerd met een startbijeenkomst. Een deel van hen heeft vervolgens plaatsgenomen in een projectgroep. Door middel van werksessies hebben zij meegedacht over onder andere de doelen van het Warmteprogramma en de uitvoering. Daarnaast werden betrokken collega's intern geïnformeerd via een nieuwsbrief per e-mail en via berichten op intranet.

Raadsinformatiebijeenkomst

De raad wordt geïnformeerd door middel van een informatiebijeenkomst.

4. Weergave van de reacties

Resultaten online vragenlijst

Hieronder zijn de resultaten weergegeven in aantallen gegeven antwoorden of (in geval van een open vraag) in een opsomming met de meest voorkomende antwoorden. De vragenlijst werd ingeleid met de volgende tekst:

Denk mee over de toekomst van warmte in onze gemeente

Gemeente Veendam werkt aan een Warmteprogramma. Dit is een plan om in de toekomst alle gebouwen goed te isoleren en zonder aardgas te verwarmen. Dit is onderdeel van het landelijke doel om in 2050 helemaal van het aardgas af te zijn. We vinden het van belang dat het Warmteprogramma goed past bij de wensen en mogelijkheden van bewoners en ondernemers in de gemeente Veendam. Bent u inwoner en/of ondernemer in de gemeente Veendam? Dan horen we graag uw mening!

1. Tot welke groep behoort u?

afbeelding binnen de regeling

2. Wat vindt u het meest belangrijk als de wijk waarin uw woning of bedrijf staat aardgasvrij wordt? (kies de drie meest belangrijke punten)

afbeelding binnen de regeling

Bij de optie ‘Andere’ werden genoemd: dat de kosten gelijk blijven, geen verslechtering van de leefomgeving (geluidsoverlast), dat de investering rendabel gaat zijn, geen verplichtingen achter de meter, alternatief bij uitval/storing.

3. Wat denkt u wat het voor u betekent als we van het aardgas afgaan?

(open vraag)

  • Hoge(re) kosten aanschaf installaties 24x

  • Veranderende installaties in huis: 23x

  • Twijfels over haalbaarheid: 18x

  • Mijn woning is al aardgasvrij: 12x

  • Energiekosten worden lager: 11x

  • Mijn woning is ongeschikt om aardgasvrij te worden: 8x

  • Problemen met netcongestie: 8x

  • Hoge(re) kosten energielasten: 8x

  • Hoge(re) kosten 7x

  • Minder afhankelijk zijn van derden 5x

  • Beter geïsoleerde woning 3x

  • Overig 15x

4. Maakt u zich ergens zorgen over als het gaat om het overstappen op een andere manier van verwarmen en koken?

afbeelding binnen de regeling

Bij de optie ‘Andere’ werden genoemd: leveringsgarantie, wij zijn al van het gas af, onbekend of de investering terugverdiend wordt, aanschaf huishoudelijk apparatuur, ik heb al een warmtepomp.

5. Ziet u kansen om het aardgasvrij maken van de gemeente te combineren met andere plannen of ontwikkelingen in uw buurt of bedrijf?

(Bijvoorbeeld: verbouwing, isolatie, herinrichting openbare ruimte, zonnepanelen, wijkaanpak etc.)

(open vraag)

  • Openbare ruimte/wijkaanpak 14x

  • Alternatieven voor aardgas mogelijk maken (verbeteren elektriciteitsnet) 12x

  • Isoleren van woningen 12x

  • Het is een uitdaging 11x

  • Collectieve aanpak 5x

  • Het is een uitdaging i.v.m. oude woningen 4x

  • Subsidie 4x

  • Herbestemming 2x

  • Nee 42x

  • Overig 7x

6. Hoe zou u het liefst betrokken willen worden bij de plannen voor het aardgasvrij maken van uw wijk?

(Meerdere antwoorden mogelijk)

afbeelding binnen de regeling

Onder de optie ‘Andere’ werden genoemd: leren van ervaringen van inwoners met een aardgasvrije woning, actief meedenken.

7. Heeft u verder nog suggesties, vragen of opmerkingen over de plannen om de gemeente aardgasvrij te maken?

  • Aan de slag gaan 2x

  • Alternatieven voor aardgas toepassen 2x

  • Zorgen over kosten 2x

  • Aanmoedigen verduurzamen van grote bedrijven 1x

  • Aardgasvrij maken van corporatiewoningen 1x

  • Bedenk hoe mensen gestimuleerd kunnen worden 1x

  • Twijfel over haalbaarheid 1x

  • Vereenvoudigen verduurzamingsproces (offertes) 1x

  • Voorbeeldwijk aardgasvrij in Veendam ontwikkelen 1x

  • Voorkomen geluidsoverlast van alternatieven voor aardgas 1x

  • Warmtetransitie voor iedereen 1x

  • Wijkgerichte aanpak 1x

Resultaten gesprekken met belanghebbenden

Uit de gesprekken met belanghebbenden is inzicht gekregen in wat bij belanghebbenden/relevante partners speelt op gebied van de warmtetransitie en wat zij belangrijk vinden. Ter illustratie volgen hieronder een paar citaten uit de gesprekken:

Enpuls: “Zorg voor de juiste oplossing op de juiste plek”

Enexis: “Betrek ons zo vroeg mogelijk in het traject”

Acantus: “Belangrijk dat de Warmtetransitie geen negatieve invloed heeft op de betaalbaarheid van energie voor inwoners en dat aanpassingen onderhoudsvrij zijn en begrijpelijk zijn voor huurders”

Ondernemers: "Advies en ondersteuning bij verduurzaming is welkom"

5. Verwerking van de reacties

De ontvangen reacties uit de participatieprocedure hebben inzicht gegeven in wat inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden belangrijk vinden voor het Warmteprogramma. De belangrijkste punten die genoemd worden zijn: haalbaarheid (realistisch plan, goed onderzoek doen), betaalbaarheid, koppelkansen benutten, dat er geen ongelijkheid ontstaat tussen mensen met meer of minder geld, dat men inspraak heeft in wat er gebeurt en inzicht (duidelijkheid) krijgt over wat er moet gebeuren en wat het gaat kosten. Deze punten hebben we verwerkt door ze op te nemen in de uitgangspunten voor het Warmteprogramma (hoofdstuk 2).

Bijlage IV Juridische notitie plan-mer beoordeling

Juridische notitie plan-mer beoordeling

1. Inleiding

In lijn met het Klimaatakkoord, dat de reductie van broeikasgassen nastreeft om klimaatverandering te beperken, zet de gemeente Veendam zich in om in 2050 aardgasvrij te verwarmen, zoals ook beschreven staat in de transitievisie warmte, de warmtevisie uit 2022. De gemeente Veendam stelt nu een warmteprogramma op om deze transitievisie warmte te concretiseren.

Onder de Omgevingswet kan er een verplichting zijn om een milieueffectrapport (MER) op te stellen voor een instrument of programma. Een Warmteprogramma is een voorbeeld van een programma zoals bedoeld in de Omgevingswet. De noodzaak om een MER voor het Warmteprogramma op te stellen, hangt af van de inhoud ervan. Indien de besproken opties uit de transitievisie warmte (Warmtevisie) in het Warmteprogramma worden geconcretiseerd, kan een plan-milieueffectrapportage (plan-mer) verplicht zijn.

Er bestaat echter geen eenduidig antwoord op de vraag of een mer-(beoordelings)plicht voor het Warmteprogramma geldt. Deze notitie onderbouwt in welke mate de uitspraken in het Ontwerp-Warmteprogramma* van Veendam kaderstellend zijn en derhalve zullen leiden tot een

Mer-(beoordelings)plicht.

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de juridische kaders voor wanneer een Warmteprogramma plan-mer-plichtig is. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 3 de inhoud van het Ontwerp-Warmteprogramma van Veendam. In hoofdstuk 4 wordt voor de gemeente Veendam beschreven en onderbouwd waarom het Ontwerp-Warmteprogramma wel of niet plan-mer-plichtig is. Tot slot biedt hoofdstuk 5 een beknopt overzicht van de resultaten.

2. Plan-mer-plicht onder de omgevingswet

Dit hoofdstuk beschrijft de juridische grondslag van een plan-mer en van een plan-mer-beoordeling onder de Omgevingswet.

Plan-mer

Voor plannen en programma’s, zoals een warmteprogramma, omgevingsvisie of omgevingsplan, kan het nodig of wenselijk zijn een plan-mer uit te voeren. In een plan-mer worden de milieueffecten van het plan of programma (en de alternatieven) onderzocht, zodat deze vroegtijdig kunnen worden meegenomen in het planproces.

Een milieueffectrapportage (mer) is een uitgebreide procedure die verplicht is voor plannen of projecten waarvan aanzienlijke milieueffecten worden verwacht. Daarnaast is een plan-mer verplicht wanneer voor het plan een passende beoordeling nodig is vanwege mogelijke aanzienlijke negatieve effecten op een Natura 2000-gebied.

Programma’s onder de Omgevingswet zijn mer-plichtig wanneer het programma:

  • een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven programma betreft (Omgevingswet artikel 16.34, eerste lid);

  • en het programma een kader vormt (kaderstellendheid) voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten (Omgevingswet artikel 16.36, eerste lid).

Toelichting begrip ‘kaderstellendheid’

Wet- en regelgeving geeft geen duidelijk antwoord op wanneer iets kaderstellend is. Volgens de handreiking van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) is sprake van kaderstellende uitspraken als richting wordt gegeven aan, of als een keuze wordt gemaakt voor projecten. Deze richting of keuze moet voldoende gedetailleerd zijn en de toon zetten voor een later besluit van het bevoegd gezag, bijvoorbeeld door middel van criteria voor de locatie, de omvang of de wijze van uitvoering.

Nationale en Europese jurisprudentie

Ook over het begrip ‘kaderstellendheid’ is jurisprudentie beschikbaar. Het Europees Hof van Justitie heeft in het Nevele-arrest (2020) verduidelijkt wanneer een plan of programma als kaderstellend moet worden beschouwd. Deze rechtspraak biedt de volgende handvatten:

  • in het Nevele-arrest heeft het Hof (op basis van eerdere rechtspraak) bepaald dat het voor kaderstellendheid van belang is of ‘een groot pakket criteria en modaliteiten voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben’ worden vastgesteld (punt 67 Nevele-arrest);

  • het begrip ‘groot pakket van criteria en modaliteiten’ moet op een kwalitatieve en niet op en kwantitatieve manier worden begrepen (punt 70 Nevele-arrest);

  • het kader dat wordt gesteld hoeft niet uitputtend te zijn, maar moet wel ‘voldoende belangrijk’ zijn voor de bepaling van de voorwaarden waaronder een vergunning kan worden verleend (punt 71 Nevele arrest**). Het gaat erom dat de betrokken bepalingen een voldoende groot belang en reikwijdte hebben om de op de betrokken sector toepasselijke voorwaarden te bepalen en dat de keuzen die via die normen in het bijzonder met betrekking tot milieu worden gemaakt, ertoe dienen de voorwaarden vast te stellen waaronder toekomstige concrete projecten kunnen worden vergund (punt 72 Nevele-arrest);

  • puur indicatieve plannen gelden niet als kaderstellend (punt 76 Nevele-arrest).

Passende beoordeling Natura 2000

Als een Warmteprogramma niet als kaderstellend geldt voor projecten die onder de mer-(beoordelings)plicht vallen, kan er alsnog een plan-mer-plicht van toepassing zijn wanneer een ‘passende beoordeling’ vereist is voor het programma (artikel 16.36, tweede lid Omgevingswet). Deze beoordeling, die op basis van de Habitatrichtlijn wordt uitgevoerd, kijkt naar de gevolgen van plannen voor Natura 2000-gebieden (artikel 16.53c Omgevingswet). Dit kan relevant zijn voor een Warmteprogramma, vooral bij de keuze van het tracé voor een collectief warmtenet dat zich in of nabij een Natura 2000-gebied bevindt. Artikel 16.36 is te vinden in bijlage I van deze notitie.

Bijlage V Omgevingsbesluit - mer-plichtige projecten

Alle mer-plichtige projecten omtrent warmte zijn vermeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit (zie bijlage II van deze notitie) en zijn mer-plichtig als ze boven de drempel van kolom 2 uitkomen. De volgende projecten die mogelijk terugkomen in een warmteprogramma zijn vermeld in bijlage V van het omgevingsbesluit en zijn mer-(beoordelings)plichtig:

  • B4 Geothermische boring;

  • C1 Thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit, stoom of warm water;

  • J9 Buisleiding voor warmtetransport;

  • K1 Onttrekken/aanvullen van grondwater (dit is nodig voor een warmtekoude-opslag);

  • L2 Installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen.

Kleine wijziging ten opzichte van een bestaand plan of programma

Een warmteprogramma is niet plan-mer-plichtig als het slechts een kleine wijziging op lokaal niveau betreft van een eerder vastgesteld plan of programma. In dat geval volstaat de gemeente met een plan-mer-beoordeling (hoofdstuk 2.3).

Volgens artikel 16.36, derde lid Omgevingswet (bijlage I) is er sprake van een kleine wijziging als het plan of programma het gebruik bepaalt van kleine gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen ten opzichte van een bestaand plan of programma. Wanneer de wijzigingen aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben dient het bevoegd gezag een milieueffectrapport op te stellen. Uit beschikbare jurisprudentie blijkt dat wordt gesproken van een kleine wijziging als het over een klein gebied met minder dan 1 % van het gemeentelijke grondgebied gaat ten opzichte van een eerdere plan-mer.

Plan-mer-beoordeling

Naast de plan-mer is er de mer-beoordeling, een lichtere procedure waarbij het bevoegd gezag beoordeelt of een plan of project aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken. Als uit deze beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn, moet alsnog de volledige plan-mer-procedure worden doorlopen.

Bijlage V Omgevingsbesluit - mer-beoordelings-plichtige projecten

Alle mer-beoordelings-plichtige projecten omtrent warmte zijn vermeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit (zie bijlage II van deze notitie) en zijn mer-beoordelings-plichtig als voldoen aan de drempel van kolom 3. Dit betreft dezelfde projecten die in hoofdstuk 2.2 zijn benoemd.

Overige activiteiten

Voor een programma dat het kader vormt voor te nemen besluiten voor activiteiten die niet onder bijlage V van het Omgevingsbesluit vallen, bestaat in beginsel een verplichting tot het uitvoeren van een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, vierde en vijfde lid Omgevingswet). als mogelijk sprake is van grote milieueffecten, kan van een plan-mer-beoordeling worden afgezien (bijlage I). Het bevoegd gezag (de gemeente), beoordeelt of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten.

3. Inhoud Ontwerp-Warmteprogramma Veendam

De gemeente Veendam is in het warmteprogramma voornemens om zich de komende jaren in te zetten op twee sporen. Deze sporen zijn:

  • a.

    het aansporen van het aardgasvrij-gereed maken van gebouwen door middel van isolatie. Waar naar waarschijnlijkheid, door middel van de isolatieaanpak van Nij Begun, in tien jaar 8.000 particuliere woningen worden aangepakt;

  • b.

    Stappen zetten om de gebouwen die al voldoende geïsoleerd zijn ook daadwerkelijk aardgasvrij te maken.

Deze sporen worden hieronder verder toegelicht. Eerst volgen een aantal algemene delen uit het warmteprogramma.

De gemeente wijst twee wijken, Sorghvliet en Wildervank, aan als de eerste wijken waarvoor de gemeente een wijkuitvoeringsplan zal opstellen. Na de inspanningen die onder de warmtevisie zijn uitgevoerd is het een logische stap om in deze wijken als eerste door te gaan met de volgende stap naar aardgasvrij. Verder wordt de noodzaak van het versterken van het elektriciteitsnet besproken binnen de kaders van de warmtetransitie.

De gemeente benoemt expliciet in het programma dat de rol en invloed van de gemeente voor de looptijd van dit programma (2026 - 2031) beperkt is omdat de handelingsbevoegdheid in de warmtetransitie voor het overgrote deel bij andere partijen ligt. Dit is als volgt benoemd in de inleiding van het warmteprogramma:

‘De gemeente kan inzetten op communiceren en informeren over het hoe en waarom van verduurzaming en aardgasvrij worden. Daarnaast kan zij gebouweigenaren ondersteunen om hen hiertoe te stimuleren en activeren.

De directe invloed van de gemeente is beperkt tot het verduurzamen van haar eigen vastgoed, de handhaving van de energielabel C-verplichting voor kantoren, het verlenen van vergunningen en de mogelijkheid om de aanwijsbevoegdheid toe te passen om te sturen dat een bepaalde wijk voor 2050 van het aardgas af gaat. Daarnaast kan de gemeente op verschillende manieren een rol spelen in het realiseren van collectieve warmteoplossingen zoals een warmtenet (bijvoorbeeld aanwijzen van warmtekavels, deelname aan regionaal warmtebedrijf)’. - Ontwerp-Warmteprogramma Veendam, hoofdstuk 1, Inleiding.

Verder ziet de gemeente vooralsnog geen reden om gebruik te maken van de eerdergenoemde aanwijsbevoegdheid, zoals staat aangegeven in hoofdstuk 4 van het Ontwerp-warmteprogramma:

‘Gezien het feit dat eerst nog een groot aantal gebouwen aardgasvrij-gereed gemaakt moet worden door middel van isolatie ziet de gemeente op dit moment nog geen reden om de aanwijsbevoegdheid toe te gaan passen.’ - Ontwerp-Warmteprogramma Veendam, hoofdstuk 4.’

Spoor 1: isolatie

Op basis van het programma Nij Begun schat de gemeente Veendam in dat er tussen 2026 en 2031 ongeveer 4.000 woningen aardgasvrij gereed gemaakt kunnen worden via een gebiedsgerichte aanpak. Dit is 50 % van de verwachte uitkomst van het programma Nij Begun. Particuliere woningeigenaren worden per wijk benaderd en ondersteund bij het nemen van isolatiemaatregelen, van het opstellen van een isolatieplan tot en met de uitvoering.

Onder spoor 1 is het de bedoeling om projecten op te zetten om marktopschaling te stimuleren. Hierbij wordt in een wijk of straat collectief één isolatiemaatregel uitgevoerd bij alle woningen, waardoor de wijk snel een stap kan zetten richting de isolatiestandaard en uitvoerende bedrijven efficiënter kunnen inspelen op de vraag.

In het Besluit kwaliteit leefomgeving onder de Omgevingswet is opgenomen dat beschermde diersoorten niet gedood of verstoord mogen worden, ook niet bij het uitvoeren van isolatiemaatregelen aan woningen. De gemeente Veendam moet daarom inzetten op natuurvriendelijk isoleren, waarbij door ecologisch onderzoek en het opstellen van een soortenmanagementplan (SMP) wordt vastgesteld welke dieren aanwezig zijn en hoe hiermee rekening wordt gehouden. De gemeente vraagt de benodigde omgevingsvergunning aan, zodat woningeigenaren worden ontzorgd en kunnen aansluiten bij de gemeentelijke aanpak. Zo zorgen gemeentes dat isolatiemaatregelen volgens de wettelijke eisen en natuurvriendelijke richtlijnen worden uitgevoerd en effecten op beschermde soorten worden voorkomen.

Spoor 2: alternatieven voor aardgasvrij

Uit de technische analyse voor het Ontwerp-Warmteprogramma Veendam is gebleken welke warmteoplossingen beschikbaar zijn voor Veendam, maar een verdere uitwerking is nodig om te bepalen in hoeverre de alternatieven voor aardgas haalbaar zijn. De besproken alternatieven in het warmteprogramma zijn:

  • a.

    collectief warmtenet op middentemperatuur (MT) van restwarmte;

  • b.

    collectief warmtenet op aquathermie in combinatie met Warmte & Koude opslag (WKO);

  • c.

    all-electric warmtepompen.

Verder benoemt de gemeente dat er naar verwachting een aantal gebouwen overblijft waar geen van deze alternatieven een haalbare optie is, daarvoor zal mogelijk op basis van nieuwe inzichten een andere aardgasvrije oplossing gevonden moeten worden.

Er is nog niet vastgesteld welke warmtetechnologie per buurt zal worden ingezet, maar er is wel aangegeven wat de meest kansrijke opties zijn.

Elektriciteitsnet versterking

In het Ontwerp-Warmteprogramma geeft de gemeente aan dat zij de komende vijf jaar intensief wil samenwerken en afstemmen met Enexis binnen de kaders van de warmtetransitie. Door goede communicatie en samenwerking wil de gemeente de aanpak van netcongestie versnellen en de uitvoering hiervan ondersteunen. Op een kaart wordt de huidige planning van Enexis in de gemeente weergegeven, waarbij ook wordt toegelicht waarom Enexis het elektriciteitsnet in de regio gaat verzwaren en welke invloed dit heeft op de mogelijke aardgasvrije alternatieven binnen de warmtetransitie.

4.Beoordeling mer-plicht ontwerp-Warmteprogramma Veendam

Plan-mer-plicht

Voor een plan of programma geldt een plan-mer-plicht als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • het plan of programma is wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven (Omgevingswet artikel 16.34, eerste lid);

  • het plan of programma is kaderstellend voor mer-plichtige projecten (zie artikel 16.36 Omgevingswet en bovenstaand kader in bijlage 1) óf voor het plan of programma moet er een passende beoordeling van de gevolgen voor een Natura 2000-gebied worden gemaakt.

Wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven

Met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), naar verwachting op 1 januari 2026, wordt het Warmteprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet.

Kaderstellendheid programma

In het Ontwerp-Warmteprogramma van Veendam wordt enkel vastgelegd in welke gebieden wordt gestart met het verkennen van collectieve en individuele aanpakken via wijkuitvoeringsplannen.

Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt in het programma. Ook voor mer-plichtige activiteiten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit, zoals warmtenetten, wordt op dit moment alleen aangegeven dat er onderzoek naar deze opties wordt gedaan. Er wordt dus nog geen (definitieve) keuze gemaakt voor bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet in een specifieke wijk. Deze aanpak bevat daarom geen kaders voor de goedkeuring of uitvoering van plan-mer-plichtige activiteiten zoals beschreven in bijlage V van het Omgevingsbesluit.

Natura 2000-gebieden

Ten westen van de gemeente Veendam, ligt op een afstand van 7,5 km het Natura 2000 gebied: ‘Zuidlaardermeergebied’.. Volgens de SEA-richtlijnen (Strategische Milieubeoordeling) is het verplicht om te beoordelen of maatregelen gevolgen zullen hebben voor deze beschermde gebieden. Dit betekent dat de mogelijke gevolgen voor de natuur en het milieu in kaart moeten worden gebracht.

Het Ontwerp-Warmteprogramma Veendam maakt geen specifieke activiteiten mogelijk. Een passende beoordeling voor Natura 2000 is alleen vereist als er specifieke activiteiten in het Warmteprogramma mogelijk worden gemaakt die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het gebied. Zolang er geen gekozen alternatief is, maar enkel kansrijke of meest-kansrijke alternatieven voor aardgasvrije verwarming worden beschreven, is er geen passende beoordeling vereist en dus geen plan-mer-plicht.

Kleine wijziging ten opzichte van bestaand plan of programma

Een warmteprogramma is niet plan-mer-plichtig als het slechts een kleine wijziging op lokaal niveau betreft van een eerder vastgesteld plan of programma. In dat geval volstaat de gemeente met een plan-mer-beoordeling. De meeste TVW’s, waaronder die van Veendam, beschikken echter niet over een plan-MER. Daardoor kan een warmteprogramma dat hierop voortbouwt niet als een kleine wijziging worden gezien waarvoor een plan-mer-beoordeling volstaat.

Plan-mer-beoordelings-plicht

Voor een plan of programma geldt een plan-mer-beoordelingsplicht als:

  • er activiteiten mogelijk worden gemaakt uit bijlage V van het omgevingsbesluit die voldoen aan de beschrijving van kolom 3;

  • er vooraf mogelijk aanzienlijke milieueffecten worden verwacht van de activiteiten die mogelijk worden gemaakt door het plan of programma.

Bijlage V Omgevingsbesluit

Zoals beschreven staat in hoofdstuk 4.1, bevat het Ontwerp-Warmteprogramma Veendam geen kaderstellende uitspraken, en maakt het geen activiteiten mogelijk, zo ook niet voor mer-beoordelingsplichtige projecten uit bijlage V van het omgevingsbesluit.

Overige activiteiten

Isolatie

Ook voor isolatie geldt hier dat er enkel contextueel wordt beschreven wat in de komende jaren, als autonome ontwikkeling, wordt verwacht. Hiervoor is dus ook geen mer-beoordeling vereist. Dit staat als volgt in het Ontwerp-Warmteprogramma:

‘Ten eerste moeten nog veel gebouwen aardgasvrij-gereed gemaakt worden door middel van isolatie. Zo worden onder Nij Begun de komende tien jaar 8.000 bestaande particuliere woningen aangepakt.’

‘Aangezien in 2030 de helft van de uitvoeringsperiode van de Isolatieaanpak onder Nij Begun is verstreken gaan we ervan uit dat dan 50 % van de doelstelling is gehaald.’

Verzwaring elektriciteitsnet

Het Ontwerp-Warmteprogramma vormt geen kaders voor het nemen van besluiten met betrekking tot de netverzwaring door Enexis. Eventuele uitspraken in het programma zijn niet de aanleiding of oorzaak voor versterking van het elektriciteitsnet door Enexis. De netverzwaring wordt uitsluitend contextueel en informatief beschreven binnen de reikwijdte van het Ontwerp-Warmteprogramma.

5. Conclusie

Op basis van de ontvangen informatie is het Ontwerp-Warmteprogramma van Veendam niet plan-mer-plichtig. Het document bevat geen besluiten over de verwarmingsoplossingen noch over de locatie van uitvoering in de gemeente.

Veendam is voornemens om voorafgaand het geactualiseerde warmteprogramma in 2031 wijkuitvoeringsplannen op te stellen. In deze uitvoeringsplannen kunnen mogelijk wel besluiten worden genomen over locaties en uitvoering van activiteiten die project-mer(beoordelings)-plichtig zijn. Er kan dus sprake zijn van een project-mer(beoordelingsplicht) voor deze activiteiten, maar voor de wijkuitvoeringsplannen is niet automatisch sprake van een plan-mer-plicht. Wijkuitvoeringsplannen zijn namelijk geen verplichte plannen of programma’s volgens de Omgevingswet. Het is mogelijk dat het geactualiseerde Warmteprogramma in 2031 wél plan-mer-plichtig wordt, waarvoor dan een toets van de relevante milieuthema’s nodig is. Ook voor (relevante) projecten die tijdens het eerste Warmteprogramma 2026 - 2035 uitgevoerd worden moet dit bekeken worden.

*Het getoetste ontwerp warmteprogramma dateert van 28 oktober 2025.

**HvJ EU 25 juni 2020 (ECLI:EU:C:2020:143).

Bijlage V Projectkaarten operationele doelen Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) 2026-2030

Projectkaarten operationele doelen Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) 2026-2030

1.1 Inleiding

De operationele doelen uit de Uitvoeringskaart Aardgasvrij(gereed) 2026-2030 zijn uitgewerkt in projectkaarten. Hiermee kan jaarlijks de voortgang worden bijgehouden.

1.2 Projectkaarten

1.1 Particuliere woningen: Isolatieaanpak Nij Begun

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (duurzaamheid, wonen)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

In het kader van de Isolatieaanpak onder Nij Begun is in 2030 50% van de doelstelling gehaald: minstens 4.000 particuliere woningen zijn geïsoleerd naar de standaard voor isolatie. In de plannen en uitvoering is zoveel mogelijk een koppeling gemaakt met het VHF en de verduurzamingsaanpak van de woningcorporaties. Voor de deelnemende woningeigenaren is een aanpak ingezet ter ondersteuning bij het realiseren van de isolatie/ventilatie-maatregelen. We zijn aangesloten bij de projecten die onder de Isolatieaanpak zijn opgezet voor marktopschaling.



Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten, monitoringsysteem Isolatieaanpak Nij Begun.

1.2 Particuliere woningen: Uitvoeren Rijkssubsidies

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We hebben subsidieregelingen opgezet om de Rijksmiddelen uit bijvoorbeeld het Nationale Isolatie Programma (NIP) ter beschikking te stellen aan inwoners en uit te voeren.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht vastgestelde subsidieregelingen.

1.3 PARTICULIERE WONINGEN: OPSTELLEN WIJKUITVOERINGSPLANNEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid), Facilitaire Zaken (Communicatie)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

In de wijken Sorghvliet en Wildervank hebben we samen met inwoners, bedrijven en relevante organisaties een wijkuitvoeringsplan gemaakt over hoe de gebouwen in deze wijken aardgasvrij kunnen worden, inclusief uitvoeringsactiviteiten.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten, aantal opgestelde/gestarte wijkuitvoeringsplannen.

1.4 PARTICULIERE WONINGEN: VVE'S

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Wonen, Duurzaamheid), Facilitaire Zaken (Communicatie)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

Voor de VVE's is het duidelijk waar ze terecht kunnen met vragen voor informatie over en hulp bij verduurzaming. We verwijzen ze naar de (regionale) mogelijkheden voor subsidie en advies.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten, aantal geïnformeerde VVE's.

2.1 HUURWONINGEN: PRESTATIEAFSPRAKEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Wonen, Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

Met de woningcorporaties hebben we jaarlijks prestatieafspraken gemaakt om de energielabels van de huurwoningen verder te verbeteren en aardgasvrij te maken. Hierin staat onder andere in waar en wanneer de aanpak van de huurwoningen plaatsvindt.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht gemaakte prestatieafspraken.

2.2 HUURWONINGEN: PARTICULIERE VERHUURDERS

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Wonen, Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We zijn op de hoogte van de verduurzamingsplannen van de grotere particuliere verhuurders en kijken samen waar synergie te bereiken is.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht contacten en gemaakte afspraken.

3.1 UTILITEIT: GEMEENTELIJK VASTGOED

 



Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Beheert (Gebouwen)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

Voor de gemeentelijke gebouwen hebben we een Routekaart Verduurzaming vastgesteld om de gebouwen (op termijn) te verduurzamen en aardgasvrij te maken.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Vaststellen Routekaart Verduurzaming, overzicht vervolgactiviteiten.

3.2 UTILITEIT: BEDRIJFSGEBOUWEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Bedrijven & Economie)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

Aan bedrijven die hun gebouwen willen verduurzamen/aardgasvrij maken is de mogelijkheid aangeboden om gebruik te maken van de ondersteuning door Groningen werkt Slim (GWS). Hier hebben 25 bedrijven gebruik van gemaakt.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Aantal bedrijven wat van GWS gebruik maakt/overzicht andere activiteiten.

3.3 UTILITEIT: SCHOOLGEBOUWEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Mens & Maatschappij (Sociaal Domein), Veendam Beheert (Gebouwen)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We hebben afspraken met de scholen gemaakt over hoe ze aan de slag gaan met verduurzaming en aardgasvrij maken van de gebouwen.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten/gemaakte afspraken.

3.4 UTILITEIT: BUURTHUIZEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Mens & Maatschappij (Sociaal Domein), Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We hebben de buurthuizen door middel van tweejaarlijkse bijeenkomsten actief geïnformeerd over de subsidie- en ondersteuningsmogelijkheden van onder andere de Provincie en Groninger Dorpen. Door de inzet van een procesbegeleider voor de duur van 2 jaar (0,5 fte) ondersteunen we de zes buurthuizen die nog niet verduurzaamd zijn bij de aanvraag van fondsen en coördinatie van de uitvoering van maatregelen.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten.

3.5 UTILITEIT: SPORTGEBOUWEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Beweegt (Sport & Recreatie), Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We hebben sportverenigingen zoveel mogelijk ondersteund bij hun vragen over verduurzaming door met ze in gesprek te gaan en ze door te verwijzen naar bijvoorbeeld Sportstroom. Door de inzet van een procesbegeleider voor de duur van 2 jaar (0,5 fte) ondersteunen we de buitensportverenigingen bij de aanvraag van fondsen en coördinatie van de uitvoering van maatregelen. We gaan op basis van participatie kijken of meerdere stichtingen functies kunnen gaan combineren op een aantal centrale ontmoetingsplekken.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten.

3.6 UTILITEIT: KANTOORGEBOUWEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

V & H

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

In het kader van handhaving van de energielabel C-plicht voor kantoorgebouwen hebben we in kaart gebracht om hoeveel gebouwen dit gaat. Daarnaast hebben we voor de komende periode doelen gesteld voor toezicht en handhaving van deze verplichting.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht aantal gebouwen en gestelde doelen.

3.7 MONUMENTEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Erfgoed)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

Voor eigenaren van monumenten is het duidelijk waar ze terecht kunnen met vragen voor informatie over en hulp bij verduurzaming. We hebben ze actief verwezen naar bijvoorbeeld het Erfgoedloket en de Groene Menukaart.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten, aantal geïnformeerde monumenteigenaars.

4. AANPAK ENERGIEARMOEDE

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid), Facilitaire Zaken (Communicatie), Mens & Maatschappij (Sociaal Domein)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

Wijken met veel woningen met een slecht energielabel en waar veel energiearmoede voorkomt zijn geprioriteerd in de openstelling van de Isolatieaanpak Nij Begun. Particuliere woningeigenaren met een inkomen van 140% of minder van het sociaal minimum kunnen voor deze aanpak een hoger bedrag aan subsidie aanvragen: hiervan heeft 50% van deze doelgroep gebruik gemaakt.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

O.a. monitoringsysteem Isolatieaanpak Nij Begun.

5. AANPAK NETCONGESTIE

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Beheert (Civiel, Omgevingsbeleid & Ontwikkeling), Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We hebben volgens de gemaakte afspraken met netbeheerder Enexis afgestemd wat de gemeentelijke plannen zijn voor de warmtetransitie en samengewerkt om de uitvoering van de versterking van het elektriciteitsnetwerk zoveel mogelijk te faciliteren.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten.

6. AARDGASVRIJ VERWARMEN

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We hebben nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een warmtenet. Indien dit kansrijk was hebben we als gemeente onze regierol gepakt om samen met andere partijen een warmtenet mogelijk te maken. Wanneer concrete plannen gemaakt zijn voor de locatie van een warmtenet hebben we zoveel mogelijk een koppeling gemaakt met onder andere de (bestaande) plannen voor de aanpak van de openbare ruimte. We blijven ook de mogelijkheden voor andere (innovatieve) aardgasvrije oplossingen bekijken.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten.

7. COMMUNICATIE

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Facilitaire Zaken (Communicatie), Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We zetten actief in op communicatie, zodat eigenaren van woningen en andere gebouwen weten waar zij terechtkunnen voor advies, ondersteuning en subsidies rondom verduurzaming en aardgasvrij maken van hun gebouw. Met herkenbare ervaringsverhalen en gerichte voorlichting vergroten we betrokkenheid en vertrouwen, zodat verduurzamen als haalbaar en noodzakelijk wordt ervaren. We organiseren twee keer per jaar een fysieke bijeenkomst voor inwoners (bijv. inloopavond, bewonersavond, festival) en één keer per jaar een actie waarbij we inzetten op ondernemers of een andere doelgroep.



Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten.

8. KENNISDELING EN KENNISONTWIKKELING

 

Verantwoordelijke afdeling/team

Veendam Ontwikkelt (Duurzaamheid)

Wat is het doel voor de periode 2026-2030?

We zorgen dat we voor kennisontwikkeling, kennisdeling en eventuele deelname aan gezamenlijke projecten aangehaakt zijn bij overleggen/samenwerkingsvormen met andere gemeenten, Provincie en/of Rijk.

Wat hebben we dit jaar gedaan?

 

Hoe meten we het resultaat/de vooruitgang?

Overzicht activiteiten.

Naar boven