Verordening van de raad van gemeente Haarlem houdende wijziging van de Verordening controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Haarlem 2024

De raad van de gemeente Haarlem

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025 met nummer 2025/668910

 

gelet op artikel 213 van de Gemeentewet;

 

 

B E S L U I T:

vast te stellen de Verordening houdende wijziging van de Verordening controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Haarlem 2024

Artikel I

De Verordening controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Haarlem 2024 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 2, tweede lid komt te luiden als volgt:

  • 2.

    De commissie is tijdens het aanbestedingstraject de beoordelingscommissie die belast is met de selectie van de accountant. Zij laat zich hierbij ondersteunen en adviseren door de commissiegriffier, de concerncontroller en desgewenst andere functionarissen.

    Het college bereidt in overleg met de Auditcommissie de aanbesteding van de accountantscontrole voor.

B.

Artikel 7, vierde lid komt te luiden als volgt:

  • 4.

    De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met de Auditcommissie en de commissie Bestuur.

Artikel II

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

Artikel III

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening houdende wijziging van de Verordening controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Haarlem 2024.

Aldus vastgesteld te Haarlem op 27 november 2025

de griffier,

de voorzitter,

TOELICHTING Wijzigingsbesluit Verordening houdende wijziging van de Verordening op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Haarlem 2024: wijzigingen in de (artikelsgewijze) toelichting

Artikel 3. Informatieverstrekking door burgemeester en wethouders

Eerste lid

Het college is niet alleen verantwoordelijk voor de jaarrekening en de rechtmatigheidsverantwoording, waar een verklaring op wordt afgegeven, ten opzichte van de raad is het college ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de raad geëiste deelverantwoordingen.

 

Tweede lid

Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de achterliggende bescheiden, bijvoorbeeld verordeningen, nota’s, collegebesluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten en berekeningen. Het college zorgt ervoor dat deze bescheiden voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn.

 

Derde lid

Het derde lid verplicht het college een verklaring af te geven aan de accountant, waarin het college verklaart geen informatie die van belang is voor de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden.

 

Vierde lid

In het vierde lid is een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de raad.

 

Overigens verzendt de accountant de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen ook rechtstreeks aan de raad. Artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt dat het college bij de overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag aan de raad, de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen daarbij moeten toevoegen.

 

Vijfde lid

Het vijfde lid gebiedt het college alle informatie die van invloed is op het beeld van de jaarrekening – en pas na de afgifte van de accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de raad aan het college bekend is geworden – terstond te melden aan de raad en de accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.

 

Zesde en zevende lid

De zesde en zevende leden beogen te waarborgen dat de accountant bij de uitvoering van zijn werkzaamheden zoveel als mogelijk zal steunen op de interne auditfunctie binnen de gemeente. Als de werkzaamheden van voldoende kwaliteit zijn en voldoen aan de daarvoor geldende standaarden, dan dient de accountant daar zoveel als mogelijk op te steunen bij de totstandkoming van zijn oordeel. Hiermee wordt beoogd dat door een zo veel mogelijke organisatiegerichte accountantscontrole de verdere kwaliteitsverbetering en professionalisering wordt gestimuleerd.

Naar boven