Gemeenteblad van Heemstede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heemstede | Gemeenteblad 2025, 527496 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heemstede | Gemeenteblad 2025, 527496 | beleidsregel |
Regeling horecasancties Heemstede 2025
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede, ieder voor zover bevoegd;
gelet op titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht, de Alcoholwet, de toepasselijke bepalingen van de Gemeentewet en de artikelen 2:10 en 2:34b, hoofdstuk 2, afdelingen 3 en 4, en hoofdstuk 4, afdeling 1, van de geldende Algemene Plaatselijke Verordening Heemstede,
In deze regeling leggen de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) vast op welke wijze de gemeente reageert op geconstateerde overtredingen in de horeca. Daaronder wordt in deze regeling begrepen het uitoefenen van een horecabedrijf in de zin van artikel 1 van de Alcoholwet. De burgemeester respectievelijk het college hebben in deze regeling per overtreding vastgelegd welke sanctie wordt opgelegd en welke stappen worden gezet in het handhavingstraject. Hiermee zorgen de burgemeester respectievelijk het college ervoor dat op eenzelfde wijze wordt opgetreden en willekeur wordt voorkomen.
De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is van toepassing op besluiten van de burgemeester en het college. Dit betekent dat voordat wordt besloten tot het opleggen van een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang, bestuurlijke boete, bestuurlijke maatregel of het schorsen of intrekken van een vergunning in beginsel eerst een voornemen wordt bekendgemaakt. De vergunninghouder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze (reactie) naar voren te brengen. Pas daarna wordt een definitief besluit genomen. Tegen het definitieve besluit staat vervolgens bezwaar open.
De sancties genoemd in deze regeling worden opgelegd aan de vergunninghouder en niet aan de inrichting zelf. Als de inrichting tussentijds wordt overgedragen aan een ander, begint deze met een schone lei. Dit is anders als slechts de ondernemingsvorm wijzigt en (één van) de oorspronkelijke ondernemer(s) betrokken blijft bij de inrichting en/of het horecabedrijf.
Deze regeling is zo opgebouwd dat de zwaarte van de sanctie niet alleen afhangt van de zwaarte van de overtreding maar ook van de tijd die is verstreken sinds een voorgaande overtreding heeft plaatsgevonden. De burgemeester of het college kan afhankelijk van de feiten en omstandigheden, besluiten om een handhavingsstap over te slaan of een ander stappenplan te hanteren. In spoedeisende gevallen kan direct worden opgetreden en kan de waarschuwing of het voornemen achterwege blijven. Ook wanneer de individuele situatie daar om vraagt, kan de burgemeester of het college gemotiveerd afwijken van het stappenplan en maatwerk leveren. Bijvoorbeeld wanneer sprake is van cumulatie van verschillende overtredingen of overtredingen die elkaar in korte tijd hebben opgevolgd. Tot slot kan ook de ernst van de overtreding en/of de mate waarin overlast wordt veroorzaakt, aanleiding geven om een zwaardere sanctie op te leggen.
Deze regeling laat onverlet dat de burgemeester respectievelijk het college kan besluiten om andere of extra maatregelen te treffen, zoals bijvoorbeeld het stellen van voorschriften, het eisen van een veiligheidsplan of het toepassen van bestuursdwang. Uitgangspunt is dat het optreden tegen overtredingen conform deze regeling verloopt. Alleen in uiterste en spoedeisende gevallen wordt gekozen voor het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang.
In deze regeling wordt verstaan onder:
inrichting: de lokaliteiten waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf;
Er is sprake van schijnbeheer als blijkt dat niet de vergunninghouder en/of leidinggevende feitelijk zeggenschap heeft over (en leiding geeft aan) het horecabedrijf, maar een persoon die niet als zodanig op (het aanhangsel bij) de Alcoholwetvergunning staat vermeld. Een reden daarvoor kan bijvoorbeeld zijn dat een persoon vanwege zijn/haar strafrechtelijke verleden geen Alcoholwetvergunning kan krijgen en daarom een ander de Alcoholwetvergunning laat aanvragen.
De burgemeester zal beoordelen of voldoende aannemelijk is dat sprake is van schijnbeheer.
Van een leidinggevende wordt verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, zoals in artikel 8 van de wet is bepaald. Hij/zij dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in hoofdstuk 3 van het Alcoholbesluit. Van de vergunninghouder mag worden verwacht, dat hij/zij gekwalificeerd personeel aanneemt en de leiding over zijn/haar horecabedrijf in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd. Wanneer wordt geconstateerd dat de leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn, bijvoorbeeld op basis van betrokkenheid bij georganiseerde en ondermijnende criminaliteit, is dit reden om de Alcoholwetvergunning in te trekken (artikel 31 van de wet) of te wijzigen door de leidinggevende van het aanhangsel bij de Alcoholwetvergunning te verwijderen.
Artikel 4 Leidinggevende verkeert onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen
Een leidinggevende van een horecabedrijf moet van goed levensgedrag zijn en beschikken over kennis en inzicht over sociale hygiëne. Een leidinggevende heeft een bijzondere verantwoordelijkheid. Hij/zij zorgt ervoor dat de alcoholverstrekking op verantwoorde wijze plaatsvindt en spreekt bezoekers als dat nodig is aan op hun gedrag. Het is om die reden niet acceptabel als een leidinggevende onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert (artikel 20, vijfde lid van de wet).
Wanneer de betreffende leidinggevende niet tevens vergunninghouder is, kan de vergunninghouder bij een 1e en 2e constatering de burgemeester verzoeken om de betreffende leidinggevende van het aanhangsel bij de Alcoholwetvergunning te verwijderen. Wanneer de vergunninghouder bij een 2e constatering vraagt om de leidinggevende van het aanhangsel te verwijderen, kan de burgemeester overwegen af te zien van het schorsen van de Alcoholwetvergunning.
Bij een 3e constatering besluit de burgemeester tot het intrekken van de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd ((artikel 31, tweede lid, van de wet). Op grond van artikel 25, eerste lid, van de wet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Artikel 5 Ernstige geweldsincidenten
Als ernstige geweldsincidenten in of vanuit de inrichting worden in ieder geval beschouwd:
Bij ernstige geweldsincidenten worden de openbare orde en veiligheid in en rondom de betreffende inrichting in ernstige mate verstoord. Daarbij wordt in deze regeling ook nadrukkelijk gekeken naar de oorzaken en gevolgen die door het geweld of de ernstige verstoring is veroorzaakt. Om de openbare orde en veiligheid onmiddellijk te herstellen, wordt de inrichting voor een korte periode (maximaal twee weken) gesloten. De vergunninghouder en/of leidinggevende wordt in dat geval telefonisch geïnformeerd.
Als uit onderzoek en een zienswijze van (eventueel in de vorm van een gesprek met) de vergunninghouder blijkt dat er kans is op herhaling van ernstige geweldsincidenten en/of wanneer de openbare orde zo ernstig is geschokt dat heropening van de inrichting niet verantwoord is, besluit de burgemeester de inrichting gesloten te houden. De sluiting van de inrichting is bedoeld voor herstel van de openbare orde.
De burgemeester kan ook besluiten dat een langere sluiting niet noodzakelijk is. De feiten en omstandigheden moeten hiertoe wel aanleiding geven (bijvoorbeeld dat de vergunninghouder overtuigend kan aantonen dat hij/zij maatregelen treft die herhaling voorkomen én de openbare orde en veiligheid niet verder is aangetast of inmiddels is hersteld).
Indien zich echter in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat door openstelling van de inrichting gevaar blijft bestaan voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid dan wordt mede de Alcoholwetvergunning ingetrokken door de burgemeester op grond van artikel 31, eerste en/of derde lid van de wet.
Onder geweldsincidenten wordt verstaan de situatie waarin een vechtpartij/openlijke geweldpleging of ongewenste intimiteit plaatsvindt, in of vanuit de inrichting, voor zover geen sprake is van ernstige geweldsincidenten of ernstige openbare orde verstoringen en voor zover het personeel/ portiers/beveiligers niet op negatieve wijze bij het geweldsincident betrokken is/zijn geweest dan wel een laakbare rol heeft/hebben gespeeld.
Is het personeel (voor, tijdens of na het geweldsincident) wel op negatieve wijze betrokken of kan de vergunninghouder en/of leidinggevende nalatigheid worden verweten, dan kan een stap in onderstaand stappenplan worden overgeslagen.
Artikel 7 Strafbare feiten in of vanuit inrichtingen
De burgemeester tolereert niet dat inrichtingen het toneel zijn van strafbare handelingen en/of een uitvalsbasis vormen voor criminelen. Daarom wordt streng opgetreden tegen inrichtingen waar dergelijke praktijken plaatsvinden. Van vergunninghouders en leidinggevenden wordt verwacht dat zij ervoor zorgdragen dat in hun inrichting en bij de uitoefening van het horecabedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.
Onder strafbare feiten worden in elk geval (niet uitsluitend) de volgende feiten verstaan:
Mede vanwege het ernstige en/of georganiseerde en/of ondermijnende karakter van dergelijke strafbare feiten en de impact die dit heeft op de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat, wordt in beginsel uitgegaan van een sluiting van drie (3) maanden. Indien de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, kan de burgemeester besluiten hiervan af te wijken en te volstaan met een waarschuwing of juist een stap over te slaan in onderstaand stappenplan.
Feiten en omstandigheden die relevant zijn bij een dergelijke afweging op dit punt zijn onder andere (niet limitatief):
Wanneer een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen in een inrichting is de openbare orde per definitie in het geding. Dit is zeker het geval wanneer aannemelijk is dat drugs worden verhandeld in of vanuit de inrichting, ook indien dit gebeurt buiten medeweten van de vergunninghouder, leidinggevende of zijn/haar personeel om (artikel 13b van de Opiumwet).
Bij het bepalen van de op te leggen sanctie kijkt de burgemeester naar alle omstandigheden van het geval. Uitgangspunt is dat bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs en/of een vuurwapen en bij drugshandel een sanctie volgt. In sommige gevallen kan de burgemeester echter besluiten dat hij voorlopig volstaat met een waarschuwing.
Een waarschuwing kán bijvoorbeeld volstaan, wanneer een kleine hoeveelheid drugs wordt aangetroffen, gelet op de feiten en omstandigheden kan worden uitgesloten dat de vergunninghouder en/of leidinggevende had kunnen weten dat zich in zijn inrichting drugs bevonden en er geen andere signalen zijn dat de inrichting een uitvalsbasis is voor drugshandel.
Indien zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat door openstelling van de inrichting gevaar blijft bestaan voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid dan wordt mede de Alcoholwetvergunning ingetrokken door de burgemeester op grond van artikel 31, eerste en/of derde lid van de wet.
Artikel 8 Open zonder Alcoholwetvergunning
Een inrichting mag alleen alcohol schenken met een Alcoholwetvergunning. Zolang geen Alcoholwetvergunning is verleend, moet de inrichting gesloten blijven, tenzij er geen alcohol wordt geschonken én er ook geen alcohol zichtbaar in voorraad is.
Wordt er wel alcohol geschonken of is alcohol zichtbaar in voorraad, dan maakt de burgemeester (nadat een waarschuwing is gegeven) gebruik van zijn bevoegdheid om de inrichting te sluiten.
Artikel 9 Overtreden sluitingstijden
Inrichtingen zijn gebonden aan de in artikel 2:29 van de APV opgenomen sluitingstijden, dan wel aan de op grond van artikel 2:30 van de APV (afwijkende) vastgestelde sluitingstijden. Is een inrichting buiten de aan hem/haar vergunde sluitingstijden (zonder gebruikmaking van een ontheffing sluitingstijden) open dan gelden de hieronder vermelde sancties:
De burgemeester kan besluiten om bij het overtreden van de sluitingstijden, geen (incidentele) ontheffingen van de sluitingstijd te verlenen gedurende één (1) jaar.
Artikel 10 Uitbreiden inrichtingsgrenzen
Inrichtingen zijn gebonden aan de vierkante meters zoals opgenomen in de Alcoholwetvergunning. Bij het schenken van alcohol buiten deze vierkante meters (oppervlakte en ruimten) gelden de hieronder vermelde sancties:
Artikel 11 Niet gecertificeerde portier/beveiliger
Schakelt de vergunninghouder en/of leidinggevende een portier/beveiliger in voor het bewaken van de orde aan de deur van de inrichting, of laat de vergunninghouder en/of leidinggevende iemand optreden als portier/beveiliger dan moet deze portier beschikken over de juiste papieren. Het gaat om een gecertificeerde portier die voldoet aan de eisen die gesteld zijn in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Van deze portier/beveiliger mag worden verwacht dat hij/zij weet hoe te handelen in situaties waarin de openbare orde en veiligheid onder druk staat.
Voor het hebben van een terras bij een inrichting is geen vergunning van het college nodig indien aan de voorschriften van artikel 2:10, tweede lid, van de APV en de geldende Nadere regels terrassen Heemstede wordt voldaan. Heeft men een terras dat niet aan artikel 2:10, tweede lid, van de APV en de geldende Nadere regels terrassen Heemstede voldoet dan kan deze overtreding gevolgen hebben voor de openingstijden van de inrichting.
Artikel 13 Afwezigheid vergunninghouder of leidinggevende
De wet stelt als voorwaarde dat een vergunninghouder of leidinggevende aanwezig moet zijn wanneer de inrichting geopend is voor publiek.
Artikel 8 van de wet stelt eisen aan de leidinggevenden die op (het aanhangsel van) de Alcoholwetvergunning worden vermeld. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. Bovendien wordt hij/zij geacht de openbare orde in en rondom de inrichting te kunnen bewaken (gekwalificeerd toezicht). Een inrichting is open voor publiek, wanneer de deur is geopend en iedereen feitelijk de inrichting kan binnengaan of wanneer bezoekers in de inrichting aanwezig zijn (ook als de deur dicht is).
Artikel 14 Schenken aan minderjarigen
De leidinggevenden en de barvrijwilligers moeten de leeftijdsgrenzen van bezoekers in de gaten houden en indien nodig controleren. Aan minderjarigen, oftewel personen jonger dan 18 jaar, mag geen alcohol worden verkocht. Het is ook niet toegestaan alcohol te schenken aan een volwassene die het drankje doorgeeft aan een minderjarige (artikel 20, eerste lid, van de wet).
Artikel 15 Niet vergunde evenementen en/of niet gemelde incidentele festiviteiten
Er mag geen evenement plaatsvinden zonder vergunning van de burgermeester (artikel 2:25 van de APV). Er moet een evenementenvergunning worden aangevraagd voor activiteiten die in een inrichting in de zin van de wet niet gebruikelijk zijn (artikel 2:24 van de APV). Is er voor zo een evenement geen vergunning verstrekt, dan is sprake van een ‘illegaal’ evenement.
Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 of 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (gelet op artikel 4:3 van de APV) niet van toepassing zijn. Hiervoor is wel vereist dat de ondernemer ten minste twee weken voor de aanvang van de incidentele festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college via het daarvoor bestemde formulier (artikel 4:3, eerste, vierde en vijfde lid, van de APV). Is geen melding voorafgaand aan de incidentele festiviteit gedaan, dan wordt de festiviteit aangemerkt als “gemelde” festiviteit en telt mee in de maximaal 8 of 12 incidentele festiviteiten die per kalenderjaar mogen worden gehouden. Daarnaast geldt het volgende:
Artikel 16 Kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel
Artikel 14 van de wet bepaalt dat het verboden is een horecalokaliteit tevens in gebruik te hebben voor het uitoefenen van kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel of het uitoefenen van een van de in artikel 14, derde lid, van de wet genoemde activiteiten, dan wel toe te laten dat daarin zodanige handel wordt of zodanige activiteiten worden uitgeoefend, tenzij het betreft de verkoop van etenswaren die voor consumptie gereed zijn.
Artikel 17 Verwijtbare handelingen
In situaties die hiervoor niet zijn benoemd dan wel sprake is van een combinatie van situaties als hiervoor benoemd, geldt het volgende: wanneer de bedrijfsvoering van een vergunninghouder en/of leidinggevende leidt tot ernstige overtredingen of wanneer de vergunninghouder, de leidinggevende of zijn/haar personeel bij deze overtredingen op een ontoelaatbare wijze betrokken is/zijn geweest, op enigerlei wijze verwijtbaar hebben gehandeld of de openbare orde op ernstig wijze heeft/hebben verstoord en waarbij voornoemde maatregelen naar het oordeel van de burgemeester niet afdoende effectief zijn, kan de burgemeester besluiten tot sluiting van een inrichting voor een nader te bepalen en gemotiveerde periode.
De burgemeester meent dan dat de vergunninghouder en/of de leidinggevende met zijn/haar bedrijfsvoering een gevaar vormt voor de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat en treft maatregelen om een verstoring daarvan in de toekomst tegen te gaan. Dit geldt eveneens wanneer een vergunninghouder en/of leidinggevende bepalingen van de APV overtreedt en zich door de sancties niet genoodzaakt voelt zijn/haar bedrijfsvoering dusdanig aan te passen dat hij/zij overtredingen in de toekomst voorkomt. De burgemeester kan in dat geval oordelen dat hij zijn vertrouwen in de desbetreffende vergunninghouder is kwijtgeraakt en besluiten tot sluiting van de inrichting voor een nader te bepalen en gemotiveerde periode.
Artikel 18 Paracommerciële rechtspersonen
Het is een paracommerciële rechtspersoon niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de periode van een (1) uur voor aanvang tot twee (2) uur na afloop van de activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon (artikel 2:34b van de APV).
Bijeenkomsten van persoonlijke aard
Een paracommerciële rechtspersoon moet bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die zijn gericht op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn vooraf melden aan de burgemeester.
Er mogen maximaal twaalf (12) van deze bijeenkomsten per jaar plaatsvinden en alcohol mag dan uitsluitend worden verstrekt op: zondag tot en met vrijdag van 15.00 uur tot uiterlijk 24.00 uur en zaterdag van 15.00 uur tot uiterlijk 01.00 uur.
Geen (geldige) Alcoholwetvergunning
Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing indien de paracommerciële rechtspersoon geen (geldige) Alcoholwetvergunning heeft.
Geen leidinggevende of barvrijwilliger aanwezig
De wet stelt als voorwaarde dat een op de Alcoholwetvergunning genoemde leidinggevende of barvrijwilliger aanwezig moet zijn gedurende de tijd dat daar alcohol wordt verstrekt wanneer de paracommerciële rechtspersoon geopend is voor publiek (artikelen 24, tweede lid, en 9, derde lid, van de wet).
Artikel 19 Bevoegdheden op grond van de Gemeentewet
De in deze regeling genoemde bepalingen laten onverlet dat de burgemeester in het belang van de openbare orde en veiligheid op grond van de artikelen 125, 172 en 174 van de Gemeentewet kan afwijken van de stappenplannen zoals opgenomen in deze regeling en andere (geschiktere) maatregelen kan treffen.
Artikel 20 Intrekken oude regelingen
Het Horeca Sanctiebeleid Heemstede, vastgesteld bij collegebesluit van 23 april 2013, en de Vergunningen in de Horeca - Procedure bij aanvragen, vastgesteld bij collegebesluit van 6 augustus 2003 en gewijzigd bij collegebesluit van 15 december 2009, worden ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-527496.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.