Lijst verplichte participatie Omgevingswet Midden-Delfland 2025

De raad van de gemeente Midden-Delfland;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2025

 

Gelet op artikel 16.55, lid 7, van de Omgevingswet en artikel 12, lid 1, van de Participatieverordening Midden-Delfland 2025;

 

 

BESLUIT:

 

 

Vast te stellen de lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht bij een particulier initiatief volgens de Omgevingswet, aangeduid als: Lijst verplichte participatie OmgevingswetMidden-Delfland 2025

Artikel 1. Situaties waar participatie verplicht is

Aan te wijzen als gevallen van activiteiten waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend:

 

Activiteit

Minimale begrenzing

Wonen

  • 1.

    Het bouwen van meer dan 2 woningen binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de beschermde dorpsgezichten;

  • 2.

    Het bouwen van één of meer woningen buiten de bebouwde kom of in een beschermd dorpsgezicht;

  • 3.

    Het opsplitsen van een bestaande woning in meer dan 3 wooneenheden buiten de bebouwde kom.

Agrarisch

  • 1.

    Het uitbreiden van een agrarisch bouwperceel met een oppervlakte van meer dan 1,5 ha;

  • 2.

    Het nieuw vestigen van een agrarisch bedrijf buiten een bestaand voor agrarische doeleinden bestemd bouwvlak.

Economie

  • 1.

    Met uitzondering van een veehouderij uitbreiden van een bestaande bedrijfsfunctie of voorziening buiten de bebouwde kom met meer dan 10%;

  • 2.

    Bouwprojecten voor werkfuncties niet gelegen op een bedrijventerrein en behorende tot milieucategorie 3 of hoger;

  • 3.

    Het huisvesten van arbeidsmigranten buiten de bebouwde kom.

Infrastructuur

  • 1.

    De aanleg of grootschalige wijziging en/of reconstructie van weginfrastructuur en/of waterhuishoudkundige voorzieningen;

  • 2.

    De aanleg of grootschalige wijziging en/of reconstructie van infrastructuur voor elektriciteitsvoorziening, telecommunicatie en/of warmte-, olie- of gaswinning;

  • 3.

    Het realiseren en/of uitbreiden van een zonneveld;

  • 4.

    Het realiseren of uitbreiden met één of meerdere windturbines met een tiphoogte van meer dan 20 meter;

  • 5.

    Overige projecten, anders dan voor eigen gebruik, ten behoeve van duurzame energie.

Overig

  • 1.

    Het buiten de bebouwde kom nieuw vestigen van een agrarisch bedrijf, niet-agrarisch bedrijf of voorzieningen ten behoeve van sport, cultuur, welzijn, sociale en/of levensbeschouwelijke doeleinden;

  • 2.

    Het door andere overheden en/of zelfstandige bestuursorganen realiseren van een grootschalige en/of maatschappelijk gevoelige voorziening;

  • 3.

    Grootschalige projecten binnen en buiten de bebouwde kom, anders dan in deze lijst genoemd, waar naar de mening van het college sprake kan zijn van een grote ruimtelijke en/of maatschappelijke impact.

Artikel 2. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in bijzondere situaties gemotiveerd afwijken van de verplichting om voorafgaand aan de vergunningaanvraag tot het volgen van een participatieproces.

  • 2.

    Bijzondere situatie als bedoeld in het eerste lid kunnen zich voordoen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 3, van de Participatieverordening Midden-Delfland 2025 waarin de situaties zijn beschreven wanneer geen participatie plaatsvindt.

Artikel 3. Intrekken oude lijst en overgangsrecht

  • 1.

    In te trekken de ‘Lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht is’, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 25 januari 2022.

  • 2.

    De lijst van 25 januari 2022 blijft van toepassing op participatieprocedures die zijn gestart voor de inwerkingtreding van de lijst 2025.

Artikel 4. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze lijst treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze lijst wordt aangehaald als: Lijst verplichte participatie Omgevingswet Midden-Delfland 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 november 2025

De voorzitter,

F.I. Noordermeer-van Slageren

De griffier,

A. de Vos

Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven (particulier initiatief)

 

De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. De gemeente Midden-Delfland werkt daarbij volgens het eigen Beleidskader Participatie Midden-Delfland 2025 en de Participatieverordening Midden-Delfland 2025. Voor particulieren, bedrijven, organisaties en ontwikkelaars (hierna initiatiefnemer) is het passend om zo vroeg mogelijk de omgeving te betrekken bij hun plannen. Ieder plan heeft op een bepaalde mate ruimtelijke en/of maatschappelijke consequenties. Voor het verbeteren van de kwaliteit van uw plannen en de gemeentelijke besluitvorming is het wenselijk om belanghebbenden zo vroeg mogelijk te betrekken.

Participatie is in veel situaties vrijblijvend. De gemeente Midden-Delfland adviseert u om toch zo veel mogelijk de omgeving bij uw plannen te betrekken. Betrokkenheid in de voorfase van uw activiteit, kan later tijdsvoordeel opleveren. De manier waarop u de participatie regelt, mag u zelf bepalen. Omdat participatie voor initiatiefnemers vaak nieuw en eenmalig is, kunt u gebruik maken van de gemeentelijke handleidingen. Deze geven u een handvat met mogelijke opties.

In sommige situaties is participatie verplicht voorgeschreven. Dit is het geval bij buitenplanse omgevingsactiviteiten. In de Lijst verplichte participatie Omgevingswet Midden-Delfland 2025 zijn de activiteiten genoemd waar die verplichting bij geldt. Heeft u in die situaties geen participatie toegepast, dan mag een gemeente uw omgevingsvergunning niet in behandeling nemen.

Wel bent u ook vrij hoe u deze verplichte participatie invult. De gemeente beoordeelt alleen of u deze op een goede wijze heeft ingevuld. In onderstaande tabel staan de randvoorwaarden hoe de participatie in te vullen. Daaronder staan de scores die de gemeente Midden-Delfland hanteert als onderdeel bij de besluitvorming op uw aanvraag.

 

Beoordeling kwaliteit participatie Omgevingswet

particulier initiatief

 

Voor een initiatief dat niet past binnen het Omgevingsplan, kan dat plan worden aangepast maar kan ook een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) worden verleend. Hierbij kan besloten worden dat een ruimtelijk kader vastgesteld dient te worden. Een ruimtelijk kader is een document waarin op hoofdlijnen de voorwaarden en/of uitgangspunten beschreven staan waaraan een ontwikkeling op een locatie moet voldoen. Wanneer het uitgewerkte plan hieraan voldoet kan de planologische procedure (wijziging omgevingsplan of bopa) worden opgestart. Uitgangspunt van dit artikel is dat bij het opstellen van een ruimtelijk kader participatie wordt toegepast.

De Omgevingswet legt de verplichting tot het toepassen van participatie bij de initiatiefnemer. Doelstelling is dat andere inwoners de ruimte krijgen om in een vroegtijdig stadium hun opvattingen en ideeën kenbaar te maken. De gemeente mag niet dwingend vooraf voorschrijven hoe de participatie wordt georganiseerd. Dat is wettelijk bepaald. Achteraf kan beoordeeld worden of participatie heeft plaatsgevonden en hoe die is uitgevoerd. Dat doet de gemeente in de motivering van het besluit met o.a. de wettelijke verplichting te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).Daarbij maakt Midden-Delfland gebruik van onderstaande tabel met puntenwaardering.

 

beoordelingscriteria participatie Omgevingswet, initiatief derde

 

Impact initiatief (maatschappelijk en ruimtelijk (inclusief milieu, energie, water en landschap)

Keuze trede participatieladder

Betrokkenheid omgeving

Slecht

(1 punt)

Geen onderzoek gedaan gevolgen initiatief op ruimte en maatschappij.

Geen keuze gemaakt.

Omgeving is niet betrokken en ook niet opgenomen in participatieverslag.

Onvoldoende

(2 punten)

Initiatiefnemer heeft ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen niet beschreven en/of onderzocht.

Wel keuze gemaakt, maar niet consequent op de juiste manier toegepast.

Betrokkenheid omgeving is beperkt en onvoldoende of niet in verslag opgenomen.

Minimaal

(3 punten)

In grove lijnen is voor omgeving beschreven wat ruimtelijke en maatschappelijke invloed is van het initiatief.

Keuze voor trede participatieladder is gemaakt en toegepast.

Een verslag is aanwezig waarin de inbreng van de omgeving en betrokkenen is beschreven.

Voldoende

(4 punten)

De belangrijkste gevolgen voor de betrokkenen, omgeving en maatschappelijke impact zijn beschreven.

Keuze voor trede participatieladder is beschreven en toegepast. Niveau van participatie past bij impact initiatief.

Er is een volledig participatieverslag aanwezig. Hierin is de inbreng van betrokkenen correct beschreven.

Goed

(5 punten)

Initiatiefnemer heeft aan de betrokkenen een compleet gegeven van de ruimtelijke en maatschappelijke invloed.

Keuze voor trede participatieladder is uitgebreid omschreven en goed toepast. Keuze sluit aan bij impact plan.

Er is een volledig participatieverslag aanwezig. Inbreng is compleet in beeld gebracht. Hierbij is aangegeven wat met de inbreng is gedaan en waar dit eventueel tot aanpassing van het initiatief leidt.

 

Op basis van de tabel kunnen tussen de 3 en 15 punten worden gehaald. De eindscore wordt berekend door de scores van de drie onderdelen bij elkaar op te tellen:

  • -

    Slecht

3 punten

  • -

    Onvoldoende

3 – 6 punten

  • -

    Minimaal

6 – 9 punten

  • -

    Voldoende

9 – 12 punten

  • -

    Goed

12 – 15 punten

Bij de gemeentelijke besluitvorming wordt als één van de toetsingscriteria een waardeoordeel toegekend aan de kwaliteit van de particuliere participatie. In onderstaande tabel is uitgewerkt hoe de waardering wordt gewogen. De uitkomst en de ingediende documenten door de initiatiefnemer zijn onderdeel van besluitvormingsproces. Bij omvangrijke en complexe projecten zal dit deel van het proces worden meegenomen bij het gesprek aan de Omgevingstafel.

 

Participatieladder: uitleg voor uw project

De participatieladder helpt om te bepalen hoe u anderen betrekt bij uw ruimtelijke plan. De ladder kent vijf treden: van weinig, tot veel invloed voor anderen. Aan het begin van het proces geeft u informatie over welke onderdelen van uw plan inspraak mogelijk is en in welke mate (zie treden participatieladder).

  • 1.

    Informeren

    U deelt uw plan en de gevolgen met omwonenden of andere betrokkenen. Zij wor-den op de hoogte gebracht, maar hebben geen invloed op het plan. Dit kan bijvoor-beeld via een brief of een informatiebijeenkomst waar u de plannen toont.

  • 2.

    Raadplegen

    U vraagt meningen en ideeën van omwonenden of betrokkenen over uw plan. Zij kunnen hun zorgen of suggesties aangeven, maar u beslist zelf of en hoe u deze gebruikt. U kunt uw keuzes toelichten.

  • 3.

    Adviseren

    Omwonenden of betrokkenen kunnen u een advies geven over uw plannen, bijvoor-beeld over de inrichting, materialen of maatregelen om overlast tijdens en na de re-alisatie te beperken. U legt daarna aan hen uit hoe u het advies verwerkt en waar-om u bepaalde keuzes maakt.

  • 4.

    Samenwerken

    U werkt samen met omwonenden en betrokkenen aan het plan. U maakt bijvoor-beeld samen afspraken over ontwerp, de materialen en/of uitvoering. Zij hebben ac-tief invloed op de keuzes die worden gemaakt.

  • 5.

    Meebeslissen

    Omwonenden en betrokkenen beslissen mee over uw plan. Samen wordt bepaald hoe het project eruit komt te zien en welke stappen worden gezet. U legt vooraf duidelijk uit over welke onderdelen wel meebeslist kan worden en welke niet.

Naar boven