Participatieverordening Midden-Delfland 2025

De raad van de gemeente Midden-Delfland;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2025

 

Gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet en de artikelen 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;

 

 

BESLUIT:

 

 

vast te stellen de Participatieverordening Midden-Delfland 2025

 

Hoofdstuk 1 ― Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een maatschappelijk doel te realiseren;

  • bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is; afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland;

  • inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;

  • maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, inwonersplatforms en andere organisaties die mede tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving, de eigen leefomgeving in de gemeente en/of het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland;

  • ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of hier in hoofdzaak hun activiteiten verrichten;

  • overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners, maatschappelijke organisaties en/of ondernemers betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het inwonersinitiatief begrepen;

  • participatie: het actief mee kunnen doen, mee kunnen denken dan wel mee kunnen beslissen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, in welke vorm ook, daaronder ook inwoners- en overheidsparticipatie begrepen;

  • inwonersinitiatief: de mogelijkheid voor inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke partijen om voorstellen te doen de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwoners- en overheidsparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of bevoegdheden of om toepassing van het inwonersinitiatief kan worden verzocht.

  • 2.

    Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht. Tenzij de gemeenteraad in incidentele situaties anders besluit vindt geen participatie of toepassing van het inwonersinitiatief plaats als:

    • a.

      het beleid in de uitvoerings- of evaluatiefase is of een ondergeschikte herziening van het beleid gaat;

    • b.

      participatie of toepassing van het inwonersinitiatief bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;

    • c.

      de uitkomst van de participatie of de toepassing van het inwonersinitiatief vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;

    • d.

      de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving of het Bijzonder Provinciaal Landschap zwaarder moet wegen;

    • e.

      sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • f.

      het om organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat;

    • g.

      het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

Artikel 3. Zorgplicht bestuursorgaan

Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:

  • a.

    inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers tijdig worden betrokken als inwonersparticipatie wordt toegepast;

  • b.

    inzichtelijk is hoe het participatieproces eruitziet en welk vormen van participatie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder c, tijdens dat proces mogelijk zijn;

  • c.

    de voor het participatieproces benodigde stukken openbaar zijn;

  • d.

    tijdens het participatieproces inzichtelijk is wat de stand van zaken is;

  • e.

    het participatieproces zorgvuldig verloopt;

  • f.

    duidelijk is waar deelnemers aan het participatieproces terecht kunnen met vragen of klachten over dat proces;

  • g.

    na afloop verslag wordt gedaan over hoe het participatieproces is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten al dan niet een uitkomst hebben gekregen in de besluitvorming.

Hoofdstuk 2 ― Inwonersparticipatie

Artikel 4. Plan voor inwonersparticipatie

  • 1.

    Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid met in acht neming van het Beleidskader participatie Midden-Delfland 2025 een participatieplan met het proces en de planning op en maakt dit openbaar.

  • 2.

    Het plan bevat in elk geval:

    • a.

      een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;

    • b.

      informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie;

    • c.

      de vorm van participatie waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:

      • i.

        inspraak: inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen hun mening geven;

      • ii.

        adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;

      • iii.

        coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers een plan en besluit hierover;

      • iv.

        meebeslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers een plan en zij besluiten daar gezamenlijk over;

      • v.

        of een combinatie van deze vormen;

    • d.

      informatie over de procedure en planning waarbij in elk geval aandacht is voor:

      • i.

        de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden;

      • ii.

        de informatievoorziening aan die doelgroepen en deelnemers gedurende en na afloop van het proces; en

      • iii.

        informatie over de besluitvorming over het beleid.

  • 3.

    Als voorbereiding op de besluitvorming van beleid waar de gemeenteraad voor bevoegd is, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad daarna over de inhoud van het participatieplan; dit uiterlijk tegelijkertijd met de bekendmaking als bedoeld in het eerste lid. De gemeenteraad blijft ten alle tijden bevoegd het vaststellen en/of uitvoeren van een participatieplan bij specifieke beleidsonderwerpen aan zich voor te behouden.

  • 4.

    Bij omvangrijk en complex beleid of onderwerpen die vanuit maatschappelijke en/of bestuurlijke context risico’s met zich meebrengen, kan het college in afwijking van het derde lid besluiten het participatieplan vooraf af te stemmen met de raadscommissie of voor besluitvorming aan te bieden aan de gemeenteraad.

Artikel 5. Inspraak

Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.

Artikel 6. Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1.

    Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan hiervan een eindverslag op en maakt dit na vaststelling van het eindverslag binnen twee weken openbaar.

  • 2.

    Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een beschrijving op hoofdlijnen van het proces dat is gevolgd;

    • b.

      de uitkomsten van het proces en de adviezen en argumenten die naar voren zijn gebracht;

    • c.

      een onderbouwde reactie op die uitkomsten, adviezen en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast of toegelicht waarom deze niet in de besluitvorming zijn overgenomen; en

    • d.

      een beknopte evaluatie van het proces dat is gevolgd.

  • 3.

    Als het college op grond van artikel 3, derde lid het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad uiterlijk tegelijkertijd met het raadsvoorstel hierover.

Hoofdstuk 3 ― Inwonersinitiatief en overheidsparticipatie

Artikel 7. Verzoek toepassing inwonersinitiatief

  • 1.

    Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het inwonersinitiatief of overheidsparticipatie indienen.

  • 2.

    Het verzoek bevat een omschrijving van het beleid, het project of de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat men wil bereiken.

  • 3.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • a.

      wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is en welke andere partijen en deskundigheden de indiener bij het plan wil betrekken;

    • b.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

    • c.

      hoe de indiener de kwaliteit, de continuïteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; en

    • d.

      welke verwachtingen de indiener heeft ten aanzien van de rol en betrokkenheid van de gemeente bij de overname en uitvoering.

  • 4.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 8. Ondersteuning indiener verzoek toepassing inwonersinitiatief

  • 1.

    Het college zorgt binnen de geldende uitgangspunten van de gemeentelijke dienstverlening voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het inwonersinitiatief of overheidsparticipatie wil indienen of een verzoek om toepassing van het inwonersinitiatief of overheidsparticipatie heeft ingediend.

  • 2.

    Het college zorgt dat op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

  • 3.

    De artikelen 4 en 6 van deze verordening voor inwonersparticipatie zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het proces voor overheidsparticipatie.

Artikel 9. Beoordeling verzoek toepassing inwonersinitiatief

  • 1.

    Het college zendt indien noodzakelijk een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2.

    Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het inwonersinitiatief moet reageren, bereidt het college door middel van een raadsvoorstel de reactie op het verzoek voor.

  • 3.

    Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het inwonersinitiatief verzet;

    • b.

      het verzoek niet voldoet aan de in artikel 7, derde lid gestelde eisen, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad overeenkomstig artikel $:5 Algemene wet bestuursrecht het verzoek binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; of

    • c.

      het verzoek ziet op een taak die al door een ander inwonersinitiatief wordt uitgevoerd.

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:

    • a.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het inwonersinitiatief minder goed wordt uitgevoerd of de structurele kosten hoger zijn;

    • b.

      als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;

    • c.

      het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht aanhangig is of waarover de burgerlijke rechter gevraagd is een oordeel uit te spreken;

    • d.

      een onderwerp is dat overwegend het privébelang van de initiatiefnemer dient; of

    • e.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid.

  • 5.

    Het bestuursorgaan reageert binnen een redelijke termijn op het verzoek. Bij verdaging van deze termijn is het bepaalde in artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10. Uitvoering taak

Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het inwonersinitiatief of overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

  • a.

    het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van het participatieproces, project of de taak;

  • b.

    het budget en de financieringswijze van de uitvoering van het project of de taak;

  • c.

    het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van het project of de taak;

  • d.

    de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie en de uitvoering van het project of de taak; en

  • e.

    de evaluatie van de overheidsparticipatie en de uitvoering van het project of de taak.

Hoofdstuk 4 ― Omgevingswet

Artikel 11. Participatie Omgevingsvisie, -plan en -programma

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing als het bestuursorgaan heeft gekozen om overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van deze verordening participatie toe te passen.

  • 2.

    Bij de kennisgeving van het voornemen om (delen van) een omgevingsvisie, omgevingsplan of omgevingsprogramma vast te stellen geeft het college aan hoe inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers bij de voorbereiding worden betrokken.

Artikel 12. Participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

  • 1.

    Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan de gemeenteraad een lijst vaststellen met categorieën van gevallen waarvoor participatie verplicht is.

  • 2.

    Bij verplichte participatie voortvloeiende uit het bepaalde in het eerste lid en op vrijwillige basis bij de initiatiefnemer, streeft het college ernaar om zo vroeg mogelijk in het proces, bij voorkeur in een intentieovereenkomst, met de initiatiefnemer afspraken te maken over participatie. De indiener van de aanvraag om een omgevingsvergunning moet de participatie organiseren en is daarvoor verantwoordelijk.

  • 3.

    Het college stelt een participatieleidraad vast waarin wordt aangegeven hoe een initiatiefnemer minimaal de participatie kan vormgeven.

  • 4.

    Het verslag van het participatieproces en de inhoudelijke resultaten daarvan maken onderdeel uit van de aanvraag om een omgevingsvergunning of wijziging van het Omgevingsplan. Het bepaalde in artikel 6 is op dit participatieverslag zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Belanghebbenden hebben, onverminderd het recht op inspreken tijdens de commissie- of raadsvergadering, de mogelijkheid om schriftelijk op het participatieverslag te reageren en hun reactie kenbaar te maken aan het bestuursorgaan.

Hoofdstuk 5 ― Slotbepalingen

Artikel 13. Nadere regels college

Het college kan over participatie en het inwonersinitiatief nadere regels vaststellen.

Artikel 14. Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

Artikel 15. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Inspraakverordening Midden-Delfland, vastgesteld op 26 oktober 2004, wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Inspraakverordening Midden-Delfland blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al een participatieproces of inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als Participatieverordening Midden-Delfland 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 november 2025

De voorzitter,

F.I. Noordermeer-van Slageren

De griffier,

A. de Vos

Naar boven