RAADSBESLUIT TOT NEGENDE WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VEENENDAAL

 

 

De raad van de gemeente Veenendaal;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024, nummer 2205076

 

Overwegende dat

  • vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en het daarbij horende Omgevingsplan, deel I, een aantal bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal (verder APV) naar het Omgevingsplan zijn verplaatst;

  • uit praktijkervaring en adviezen van de VNG blijkt dat voor een aantal van deze verplaatste artikelen geldt dat zij contextueel en juridisch gezien toch beter in de APV passen;

  • het daarom wenselijk is dat een aantal bepalingen beleidsneutraal uit het Omgevingsplan, deel I, in de APV worden teruggeplaatst;

  • daarnaast vanwege de aanpak van (brom)fietswrakken om de druk op de verkeersruimte te verlichten en het onderhoud van de openbare ruimte te bevorderen, het wenselijk is daartoe regels op te nemen in de APV.

 

Gelet op

artikel 121, 147, en 149 van de Gemeentewet.

 

Besluit

vast te stellen de Verordening tot negende wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal (negende wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal).

 

Artikel I Wijziging verordening

De Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal wordt als volgt gewijzigd.

 

  • A.

    Het vervallen artikel 2:14 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

  • 1.

    Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze

    • a.

      te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en

    • b.

      terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

  • 2.

    Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

  • 3.

    De winkelier kan verplicht worden voorzieningen te treffen om te voorkomen dat winkelwagentjes buiten een door het college aangewezen gebied kunnen komen.

  • 4.

    Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet.

 

  • B.

    Het vervallen artikel 2:16 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

 

 

  • C.

    Het vervallen artikel 2:21 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

  • 1.

    De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, de Omgevingswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

 

  • D.

    De tekst van artikel 2:51 wordt vervangen door:

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen

Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:

a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of,

b. dit schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik ervan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; of

c. in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente.

 

  • E.

    Het vervallen artikel 2:52B wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 2:52B Overlast van buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen geplaatste fiets, snorfiets of bromfiets

  • 1.

    Het is verboden om:

    • a.

      in door het college aangewezen gebieden een fiets, snorfiets of bromfiets buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan;

    • b.

      fietsen, snorfietsen of bromfietsen, die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan;

    • c.

      in door het college aangewezen gebieden een fiets, snorfiets of bromfiets langer dan vier weken onbeheerd in een fietsenstalling achter te laten.

  • 2.

    Bij overtreding van het verbod zoals genoemd in het eerste lid kan de fiets, snorfiets of bromfiets weggehaald worden.

  • 3.

    Het verbod zoals genoemd in het eerste lid en de mogelijke gevolgen zoals bepaald in het tweede lid moeten duidelijk kenbaar zijn voor bezoekers van het aangewezen gebied.

 

  • F.

    Het vervallen artikel 2:57 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 2:57 Loslopende honden

  • 1.

    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    • a.

      op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelruimteplek of op een andere door het college aangewezen plaats;

    • b.

      binnen de bebouwde kom en een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd;

    • c.

      indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  • 3.

    De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

    • a.

      die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden; of

    • b.

      die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

 

  • G.

    Het vervallen artikel 2:58 wordt vervangen door een nieuw artikel :

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

  • 1.

    Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht:

    • a.

      middelen bij zich te dragen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren;

    • b.

      ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

    • a.

      die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden en niet in staat is de middelen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren zoals genoemd is het eerste lid, onderdeel a, te hanteren; of

    • b.

      die vanwege een blessure niet in staat is de middelen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren zoals genoemd is het eerste lid, onderdeel a, te hanteren.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op plaatsen die door het college zijn aangewezen op grond van artikel 2:57 tweede lid.

  • 4.

    Het is verboden om zich met een hond te begeven in een door het college aangewezen gebied.

  • 5.

    Het college kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid bedoelde verbod.

 

  • H.

    Het vervallen artikel 2:60 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 2:60 Voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren te voeren.

 

  • I.

    Het vervallen artikel 4:8 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

 

  • J.

    Het vervallen artikel 4:10 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 4:10 Gevaar door houtopstand

Het is verboden om een houtopstand, als bedoeld in de Omgevingswet, in een zodanige staat te hebben dat daardoor direct gevaar voor goederen of personen ontstaat.

 

  • K.

    artikel 5:3 komt te vervallen.

 

  • L.

    artikel 5:11 komt te vervallen.

 

  • M.

    artikel 5:25 komt te vervallen.

 

  • N.

    Het vervallen artikel 5:32 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 5:32 Crossterreinen

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of bromfiets te crossen dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

 

  • O.

    Het vervallen artikel 5:33 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

  • 1.

    Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard.

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, snorfietsen, fietsen en paarden:

    • a.

      ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

    • b.

      die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de gebieden of terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    • c.

      die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

    • d.

      van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de gebieden of terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    • e.

      voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d. bedoelde personen.

  • 3.

    Het verbod is voorts niet van toepassing:

    • a.

      op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

    • b.

      binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening provincie Utrecht aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

  • 4.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

 

  • P.

    Het vervallen artikel 5:34 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  • 1.

    Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  • 2.

    Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    • a.

      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.

      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

    • c.

      vuur voor koken, bakken en braden.

  • 3.

    Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  • 5.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening provincie Utrecht.

 

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt tegelijk met de 2e wijziging van het Omgevingsplan in werking.

 

Artikel III Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: negende wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal.

 

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 12 december 2024

de heer P. van Vugt

griffier

de heer K.J.G. Kats

voorzitter

Naar boven