Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van Leges Zaanstad 2025

De gemeenteraad van Zaanstad,

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid en7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;

 

besluit vast te stellen de ‘Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van Leges Zaanstad 2025’.

 

 

 

ARTIKEL I Wijziging verordening

De Verordening op de heffing en invordering van Leges Zaanstad 2025 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Titel

De titel van de verordening wordt gewijzigd in ‘Legesverordening Zaanstad 2026’

 

B

Artikel 11 Inwerkingtreding

Artikel 11 lid 2 wordt vervangen door: De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026

 

C

Artikel 12 Citeertitel

Artikel 12 wordt vervangen door: De verordening wordt aangehaald als Legesverordening Zaanstad 2026

 

D

Tarieventabel

De Tarieventabel 2025 - op grond van artikel 5 - behorende bij de Verordening op de heffing en invordering van leges Zaanstad 2025, wordt vervangen door de bij dit besluit in bijlage 1 opgenomen tarieventabel en de naam wordt gewijzigd in ‘Tarieventabel behorende bij de legesverordening Zaanstad 2026’.

 

E

Toelichting op de Legesverordening

 

C Toelichting op de Tarieventabel

 

De laatste zin wordt verwijderd. (De asterix voor een wettelijk maximum is komen te vervallen)

 

Bij hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

 

Bij artikel 2.59 Teruggaaf (korting) bij weigering omgevingsvergunning:

 

De laatste zin wordt verwijderd. (artikel 2.46a is komen te vervallen).

 

ARTIKEL II Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze wijzigingsverordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking, met dien verstande dat - de voor deze wijziging geldende bepalingen - van kracht blijven op belastbare feiten die zich hebben voorgedaan, voor de datum in het tweede lid van dit artikel.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zaanstad in de vergadering van 11-11-2025.

De raad van de gemeente Zaanstad,

de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de Legesverordening Zaanstad 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

 

 

Omschrijving

Verkooptarief

Paragraaf 1.1 Afschriften, uittreksels, kaarten, tekeningen, fotografische kopieën, reproducties en afdrukken en inzage

Artikel 1.1

 

 

1.

Voor een fotografische kopie, reproductie, of gedrukt stuk per bladzijde:

 

a.

Zwart-wit, enkelzijdig formaat A4

€ 0,05

b.

Zwart-wit, dubbelzijdig formaat A4

€ 0,10

c.

Zwart-wit, enkelzijdig formaat A3

€ 0,10

d.

Zwart-wit, dubbelzijdig formaat A3

€ 0,20

e.

Kleur, enkelzijdig, formaat A4

€ 0,20

f.

Kleur, dubbelzijdig, formaat A4

€ 0,40

g.

Kleur, enkelzijdig, formaat A3

€ 0,40

h.

Kleur, dubbelzijdig, formaat A3

€ 0,80

2.

Voor kaarten en tekeningen, al dan niet behorende bij de in het eerste artikel genoemde stukken, dan wel kopieën of lichtdrukken daarvan, een en ander voor zover deze stukken in de volgende artikelen of in een andere belastingverordening van deze gemeente, dan wel in andere rechtsregels afzonderlijk zijn genoemd:

 

a.

per kaart, tekening, lichtdruk of kopie:

€ 5,95

b.

Vermeerderd met € 1,18 voor elke 1.000 cm2, of gedeelte daarvan, waarmede de oppervlak van de kaart of tekening 1.000 m2 te boven gaat.

 

3.

Voor een verordening:

 

a.

per pagina

€ 0,60

b.

met een maximum van

€ 38,45

c.

Voor een verordening op een digitale gegevensdrager wordt het aantal fysieke pagina´s op papier berekend met een toeslag van 

€ 3,05

i.

Per kopie van de kadastrale kaart op A3-formaat of A4-formaat een tarief van

€ 8,90

ii.

Per kopie van de stadsraamkaart op schaal 1:1000 of 1:2000 een tarief van

€ 118,30

4.

Voor een verzoek om een plattegrond

€ 6,60

a.

voor een afschrift van een bestemmingsplan/uitwerkingsplan tot en met 100 pagina's

€ 15,30

b.

voor iedere tekening die bij het onder a van dit artikel bedoelde afschrift gevoegd wordt, een extra tarief van

€ 7,70

c.

voor een afschrift van een bestemmingsplan/uitwerkingsplan van méér dan 100 pagina's, inclusief maximaal 6 tekeningen

€ 68,50

d.

voor iedere tekening die extra bij het onder c van dit artikel bedoelde afschrift gevoegd wordt, een extra tarief van

€ 7,70

5.

Voor het afhandelen van een aanvraag om digitaal een dossier in te zien

€ 21,10

Paragraaf 1.2 Gemeentearchief

Artikel 1.2

 

 

1.

Voor het op verzoek doen van naspeuring in de in het gemeentearchief berustende stukken door de daarvoor aangewezen ambtenaar, ongeacht het resultaat:

 

a.

voor elk half uur of een deel daarvan

€ 36,95

b.

voor elk kwartier of een deel daarvan

€ 18,45

2.

Voor een reproductie van een bij het gemeentearchief berustend stuk, per bladzijde:

 

a.

vervaardigd door middel van kopiëren en scannen tot maximaal A3 formaat, ten behoeve van een studiezaalbezoeker:

 

i.

A4-formaat, zwartwit

€ 0,60

ii.

A4-formaat, kleur

€ 0,65

iii.

A3-formaat, zwartwit

€ 0,75

iv.

A3-formaat, kleur

€ 0,80

b.

vervaardigd door middel van kopiëren en scannen tot maximaal A3 formaat, tegen een gereduceerd tarief voor scholieren, studenten en historische verenigingen, fysiek op de studiezaal:

 

i.

A4-formaat

€ 0,50

ii.

A3-formaat

€ 0,60

c.

vervaardigd door middel van een readerprinter (zelfbediening):

 

i.

A4-formaat

€ 0,65

ii.

A3-formaat

€ 0,80

d.

Voor het verstrekken van een digitaal bestand uit de collectie Audio-Visueel Materiaal

€ 44,65

3.

Voor de voorbereiding, het gereedmaken de controle en de administratieve afhandeling, van door het gemeentearchief verstrekte stukken ter bruikleen aan een andere archiefbewaarplaats of instelling (exclusief materiaal, porto en verzekeringskosten die eveneens voor rekening van de bruiklener zijn),

 

a.

per half uur of een deel daarvan

€ 18,85

b.

per kwartier of een deel daarvan

€ 9,45

4.

Voor een nasporing en/of reproductie van door het Rijk in bewaring gegeven archiefstukken zijn de voor de rijksarchiefbewaarplaatsen vastgestelde tarieven van toepassing; deze tarieven zijn overeenkomstig met die, vermeld onder de artikelen 1 en 2 van deze paragraaf.

 

5.

Voor het vervaardigen van gewaarmerkte afschriften en/of uittreksels van de bij het gemeentearchief of ander archief berustende stukken, per akte of per set bijlagen:

€ 29,70

Paragraaf 1.3 Huwelijksvoltrekking en registratie van partnerschap

Artikel 1.3

 

 

1.

Het tarief voor een huwelijksvoltrekking of registratie van een partnerschap dan wel een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk op het stadhuis is:

 

a.

op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag 

€ 375,70

b.

op woensdag en donderdag om 9:00 uur en 9:30 uur, zonder toespraak in de trouwzaal

€ 228,55

c.

op woensdag en donderdag om 8:30 uur, zonder toespraak in de ondertrouwkamer en zonder genodigden

 

d.

voor stellen met een gezamenlijk inkomen op of onder de bijstandsnorm, waarbij ten minste één van de partners in Zaanstad woonachtig is, in de trouwzaal, met toespraak en genodigden 

 

2.

Het tarief voor een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, na het maken van een afspraak met de ambtenaar van de burgerlijke stand, aan de loketten van de afdeling Burgerzaken anders dan de uren die door de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn aangewezen als kosteloze uren zonder toespraak en zonder genodigden is

€ 80,50

3.

Het tarief voor een huwelijksvoltrekking of registratie van een partnerschap dan wel een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, op een vrije huwelijkslocatie zoals aangewezen door het college van B&W is

 

a.

op maandag tot en met vrijdag tussen 09:00 uur en 17:00 uur 

€ 495,85

b.

op maandag tot en met vrijdag tussen 17:05 uur en 23:55 uur 

€ 619,75

c.

op zaterdag tussen 9:00 uur en 17:00 uur 

€ 743,85

d.

op zaterdag tussen 17:00 uur en 23:00 uur 

€ 991,75

4.

Het tarief voor een huwelijksvoltrekking of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis als bedoeld in artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek (boek I) is

€ 267,85

5.

Het tarief voor een huwelijksvoltrekking of registratie van een partnerschap buiten de uren genoemd in het Reglement burgerlijke stand van de gemeente Zaanstad c.q. genoemd in deze verordening bedraagt 

€ 1.228,30

6.

Het tarief voor het beschikbaar stellen van getuigen van gemeentewege, per getuige is

€ 22,60

7.

De tarieven genoemd in leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn inclusief de kosten voor een trouwboekje of boekje registratie partnerschap en exclusief een uittreksel uit de huwelijksakte of akte van registratie van het partnerschap.

 

8.

Het tarief voor het verstrekken van een trouwboekje of boekje registratie partnerschap, dan wel een duplicaat daarvan bedraagt 

€ 21,75

 

Dit tarief is exclusief uittreksel uit de huwelijksakte of uittreksel uit de akte van de registratie van het partnerschap.

 

9.

Het tarief voor het benoemen van een bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand voor een éénmalige gebeurtenis, is

€ 248,25

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de registers van de Burgerlijke Stand

Artikel 1.4

 

 

1.

Voor het verstrekken van een afschrift of een uittreksel als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand uit de registers van de Burgerlijke Stand, geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

€ 17,10

2.

Voor het verstrekken van een verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand

€ 29,80

3.

Voor het verstrekken van een laissez-passer voor lijken

€ 23,50

4.

Voor het verstrekken van een verlof tot lijkbezorging buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn

€ 23,50

Paragraaf 1.5 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

Artikel 1.5

 

 

1.

Voor de toepassing van het tweede lid van deze paragraaf wordt, onder één verstrekking verstaan: verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

€ 14,80

b.

tot het verstrekken van gegevens op verzoeken conform artikel 2.55 van de Wet basisregistratie personen

€ 26,35

c.

tot het verstrekken van een selectie uit de basisregistratie personen bijvoorbeeld aantallen personen of panden een vast bedrag van 

€ 587,40

3.

Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen

 

4.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens per verstrekking

€ 14,80

5.

Voor de toepassing van het zesde artikel wordt onder verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent personen in het kader van een stamboom c.q. nalatenschap onderzoek die niet zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen.

 

6.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, die nasporing van de registers vereisen, voor elk daaraan te besteden kwartier of gedeelte daarvan

€ 26,70

Paragraaf 1.6 Verklaringen/uittreksels/documenten omtrent personen

Artikel 1.6

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een:

 

a.

verzoek om een verklaring omtrent het gedrag, zoals geregeld is in de laatst vastgestelde Regeling leges afdracht vergoeding verklaring omtrent het gedrag van natuurlijke personen en rechtspersonen, dat uitvoering geeft aan artikel 39 tweede lid van de Wet Justitiële gegevens.

€ 41,35

b.

verzoek om een attestatie de vitae (bewijs van in leven zijn)

€ 15,95

c.

verzoek om een bewijs van Nederlanderschap (afschrift uit de basisregistratie personen)

€ 14,80

d.

verzoek om een handtekening te legaliseren

€ 14,80

e.

verzoek om een document te waarmerken

€ 14,80

f.

verzoek tot het verstrekken van elke andere verklaring/uittreksel/document omtrent een persoon, voor zover niet afzonderlijk in deze verordening opgenomen

€ 14,80

Paragraaf 1.7 Reisdocumenten en rijbewijzen

Reisdocumenten

Artikel 1.7

 

 

1.

Voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

a.

van een nationaal paspoort, zakenpaspoort, of faciliteitenpaspoort:

 

i.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is; (artikel 6, lid 2 letter a ten eerste van het Besluit paspoortgelden) 

€ 86,85

ii.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; (artikel 6, lid 2 letter a ten tweede van het Besluit paspoortgelden) 

€ 65,70

b.

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen; (artikel 6, lid 2 letter b van het Besluit paspoortgelden) 

€ 65,70

c.

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

i.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is; (artikel 6, lid 2 letter c ten eerste van het Besluit paspoortgelden) 

€ 78,50

ii.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; (artikel 6, lid 2 letter c ten tweede van het Besluit paspoortgelden) 

€ 42,35

iii.

van een vervangende Nederlandse identiteitskaart, voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon (artikel 6, lid 2 letter d van het Besluit paspoortgelden) 

€ 38,25

d.

om een spoedlevering van bovenstaande documenten, wordt het tarief genoemd in sub a, b of c van dit lid vermeerderd met; (artikel 6, lid 2 letter e van het Besluit paspoortgelden) 

€ 59,10

e.

om het bezorgen van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart, wordt het tarief genoemd in sub a, b of c van dit lid, vermeerderd met: (artikel 6, lid 2 letter f van het Besluit paspoortgelden) 

 

Rijbewijzen

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: 

€ 52,10

3.

Het tarief zoals genoemd in lid 2 wordt:

 

a.

Voor een spoedprocedure is de toeslag per rijbewijs het bedrag dat gevormd wordt door het verschil tussen het tarief als vermeld in het tweede en eerste lid, van artikel 1 van de Regeling afdracht vergoeding afgifte rijbewijzen.

€ 39,65

b.

tot het verkrijgen van een verklaring inzake vermissing van een rijbewijs

€ 30,45

Paragraaf 1.8 Wegenverkeerswet, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer

Artikel 1.8

 

 

 

Het tarief bedraagt:

 

a.

voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing ingevolge de Wegenverkeerswet of een daarop steunende regeling voor het vervoeren van buitengewoon zware lasten dan wel voorwerpen van buitengewone afmetingen

€ 28,10

b.

voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), met of zonder medische keuring door een keuringsarts

€ 156,05

c.

voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een medische keuring op eigen huisadres

€ 72,70

d.

voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming te verkrijgen voor een tijdelijke verkeersmaatregel binnen Zaanstad

€ 72,10

e.

voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor een gehandicaptenparkeerplaats

€ 116,65

f.

voor het in behandeling nemen van een aanvraag om het

 

i.

wijzigen van het kenteken van een gehandicaptenparkeerplaats

€ 58,30

ii.

verplaatsen van een gehandicaptenparkeerplaats

€ 58,30

Paragraaf 1.9 Kabels en leidingen, en Verordening fysieke leefomgeving

Artikel 1.9

 

 

1.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot instemming of vergunning zoals bedoeld in de artikelen 5.12 lid 1 of 5.22 lid 1 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan, bedraagt

€ 621,90

2.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot instemming of vergunning zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, waarbij de lengte van de werkzaamheden kleiner is dan 25 strekkende meter, bedraagt

€ 145,75

Modaliteiten

 

 

 

3.

Indien er omtrent de aanvraag zoals bedoeld in lid 1 overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, wordt het genoemde bedrag verhoogd met 50%.

€ 310,95

4.

Indien voor de aanvraag meer werk moet worden gedaan, dan de werkzaamheden zoals in de eerste drie leden van deze paragraaf genoemd, worden de meerkosten op basis van een door of namens de heffingsambtenaar opgestelde begroting voorgelegd.

 

5.

Als de in lid 4 bedoelde begroting en het totaalbedrag aan kosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht, wordt de aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag daarna, tenzij de aanvraag voor die datum schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 1.10 Winkeltijdenwet

Art. 1.10

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een incidentele ontheffing als bedoeld in artikel 4 van de Winkeltijdenverordening Zaanstad 2022

€ 245,95

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een permanente ontheffing voor avondwinkels als bedoeld in artikel 5 van de Winkeltijdenverordening Zaanstad 2022

€ 676,30

3.

Indien een aanvraag als bedoeld in het tweede lid van dit artikel buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, vindt teruggaaf plaats zodat het volgende bedrag resteert

€ 441,50

4.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een kleine administratieve wijziging in een bestaande ontheffing

€ 123,00

Paragraaf 1.11 Gevaarlijke stoffen

Art. 1.11

 

 

 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om

 

a.

een ontheffing van de route gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in artikel 29 van de Wet vervoer van gevaarlijke stoffen

€ 259,20

b.

een verlenging van een ontheffing voor vervoer van gevaarlijke stoffen

€ 86,65

c.

een toestemming voor het laden en lossen van vuurwerk ingevolge de Wet Vervoer gevaarlijke stoffen

€ 71,00

Paragraaf 1.12 Kansspelen

Art. 1.12

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Speelautomatenhallen Zaanstad 2019:

 

a.

een nieuwe vergunning 

€ 1.909,15

b.

een aangepaste vergunning, als gevolg van een wijziging

€ 262,25

c.

een aangepaste vergunning, als gevolg van bijschrijven van een beheerder

€ 393,40

d.

een aangepaste vergunning, als gevolg van bijschrijving van iedere beheerder meer dan één, geldt voor iedere beheerder meer een toeslag van

€ 57,85

e.

een kleine administratieve wijziging in een bestaande vergunning

€ 84,00

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor onbepaalde tijd in de zin van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen:

 

a.

voor de aanwezigheid van één kansspelautomaat

€ 226,50

b.

het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt, voor de aanwezigheid van iedere volgende kansspelautomaat verhoogd met een bedrag van 

€ 136,00

c.

Indien een aanvraag als bedoeld in letter a van dit lid buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt 50% van de leges in rekening gebracht.

€ 113,25

3.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 49,65

Paragraaf 1.13 Leegstandwet en Huisvestingswet

Art. 1.13

 

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet of een verlenging van deze vergunning als bedoeld in het negende lid van dat artikel

€ 72,10

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid van de Huisvestingswet 2014

€ 67,85

Paragraaf 1.14 Vergunning ligplaats woonschip

Art. 1.14

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen van een ligplaats met een woonschip, als bedoeld in artikel 4,van de Woonschepenverordening Zaanstad 2022, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 291,55

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een wijziging tenaamstelling, of een wijziging als bedoeld in resp. artikel 8 en 9 van de Woonschepenverordening Zaanstad 2022, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 116,65

3.

Indien een aanvraag als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van deze paragraaf buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt 50% van de leges in rekening gebracht.

 

Paragraaf 1.15 Standplaats

Art. 1.15

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning die betrekking heeft op het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, voor:

 

a.

een vaste standplaats

€ 435,20

b.

wijziging van een vergunning

€ 58,30

c.

een tijdelijke standplaats

€ 99,90

Paragraaf 1.16 Havens en vaarwegen

Art. 1.16

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een:

 

a.

bijzonder transportvergunning eenmalig (1.21 Binnenvaart politiereglement BPR);

€ 84,40

b.

bijzonder transportvergunning. Jaarvergunning (1.21 BPR);

€ 178,05

c.

bijzonder transportvergunning. Complexe aanvraag (1.21 BPR); 

Begroting (zie onder)

d.

ontheffing voor: Eenvoudige werkzaamheden op en of aan het water (1.23 BPR);

€ 240,45

e.

ontheffing voor: Complexe werkzaamheden op en of aan het water (1.23 BPR);

Begroting (zie onder)

f.

vergunning voor: Snel varen waar dit niet is toegestaan (BPR 8.06) 

€ 235,75

g.

ontheffing voor: Zwemmen op plaatsen waar dit niet is toegestaan (8.08 BPR);

€ 235,75

h.

vergunning voor: Voorwerpen op, in of boven water zoals bedoeld in artikel 5.61 in de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 209,25

i.

vergunning om een ligplaats in te nemen zoals bedoeld in artikel 5.62 in de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 209,25

j.

ontheffing om een vaartuig als opslagplaats te gebruiken zoals bedoeld in artikel 5.64 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 209,65

k.

ontheffing voor het breken van ijs, zoals bedoeld in artikel 5.65 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad

€ 209,25

l.

vergunning voor het economisch opleggen van vaartuigen langer dan 2 weken, zoals bedoeld in artikel 5.66 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad;

€ 209,25

m.

vergunning voor: Baggerwerkzaamheden zoals bedoeld in artikel 5.67 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 365,35

n.

vergunning voor het: Bouwen, herstellen, droogzetten en slopen van vaartuigen zoals bedoeld in artikel 5.68 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 366,05

o.

vergunning voor: Vaste ligplaats bij aangewezen kades zoals bedoeld in artikel 5.62 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 49,70

p.

wijziging vaste ligplaats zoals bedoeld in artikel 5.62 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan

€ 24,85

 

Blijkend uit een begroting die door of namens de heffingsambtenaar is opgesteld.

 

 

Als een begroting als in het eerste lid bedoeld is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 1.17 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

Art. 1.17

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet genoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking, die niet valt onder de Europese dienstenrichtlijn, de aan de aanvrager medegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door of namens de heffingsambtenaar is opgesteld.

 

2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Hoofdstuk 2 Omgevingswet

 

Artikel

Omschrijving

Vast tarief

Variabel tarief

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

Artikel 2.1 Definities (Begripsomschrijvingen)

 

 

 

 

1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage1 bij het Omgevingsbesluit en bijlage 1 bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

 

2.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

 

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 

 

a.

binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;

 

 

b.

binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid ofuitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

 

 

4.

In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving: - onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor deuitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; - onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk; - onder c bedoelde prijs. Het totaalbedrag aan bouwkosten wordt vermeerderd met omzetbelasting.

 

 

5.

Heffingsgrondslag: dit is de grondslag op basis waarvan leges worden geheven. Er worden verschillende grondslagen gebruikt, afhankelijk van de ingediende aanvraag:

 

 

a.

tarief per vierkante meter, gebaseerd op de hoofdfunctie per bouwlaag van het gebouw of de uitbreiding daarvan. Er wordt uitgegaan van het bruto-vloeroppervlak in vierkante meters, Het bruto vloeroppervlak is het oppervlak gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de betreffende ruimten omhullen.

 

 

b.

bouwkosten of sloopkosten inclusief BTW.

 

 

c.

vast tarief per dienst, als omschreven in het van toepassing zijnde artikel.

 

 

6.

Sloopkosten: De aannemingssom inclusief omzetbelasting of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze verordening onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft (inclusief omzetbelasting);

 

 

7.

Hoofdfunctie: de aard van het gebruik dat in overwegende mate plaatsvindt per bouwlaag van het gebouw of de uitbreiding daarvan. Er is één hoofdfunctie mogelijk per bouwlaag.

 

 

a.

- Wonen: Bouwwerken (inclusief de eventuele op-, aan- en uitbouwen) die gebruikt worden voor bewoning en waardoor vierkante meters aan de functie wonen worden toegevoegd.

 

 

b.

- Maatschappelijk: Bouwwerken ten behoeve van maatschappelijke dienstverlening en uitoefening van een sport.

 

 

c.

- Economisch: Bouwwerken ten behoeve van activiteiten gericht op commerciële dienstverlening

 

 

d.

- Industrie: Bouwwerken ten behoeve van het bewerken en verwerken van grondstoffen. Tevens functies die in het algemeen te vinden zijn op een industrieterrein.

 

 

e.

- Agrarisch: Bouwwerken ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering.

 

 

f.

- Parkeergarages: Bouwwerken ten behoeve van het parkeren c.q. stallen van voertuigen.

 

 

g.

Als sprake is van een parkeergarage naast een andere hoofdfunctie, dan moet de parkeergarage apart berekend worden: voor een bouwwerk met een parkeergarage, wordt voor de legesberekening van de parkeergarage de functie ‘parkeergarages’ gekozen. Voor de legesberekening van de rest van het bouwwerk wordt de juiste bijbehorende functie gekozen.

 

 

h.

- Overige functies zoals bedoeld in de artikelen 2.5 en 2.6, derde lidvan deze tarieventabel:Gebouwen of de uitbreiding daarvan die niet in artikelen 2.5 en 2.6, eerste lid zijn genoemd.

 

 

i.

- Funderingsherstel: Het herstellen van de fundering.

 

 

8.

Totaal oppervlak: de som van de bruto-vloeroppervlakken van alle bouwlagen van het gebouw of de uitbreiding daarvan.

 

 

9.

Bouwblok: een bouwkundige eenheid die een fundering deelt.

 

 

10.

Klein vooroverleg: beperkte voorlopige planologische toets op aanvraag, voorafgaand aan formele aanvraag omgevingsvergunning, met betrekking tot eenvoudige initiatieven in de fysieke leefomgeving, te voeren tussen gemeente en deze partijen zelf. Het kleine vooroverleg bestaat uit een Omgevingsplantoets en één aanvullend advies. Uit de uitkomsten van deze eerste toetsing kan de aanvrager bepalen of hij voldoende informatie heeft óf - in overleg met de vergunningverlener - deeladviezen wil aanvragen. Het kleine vooroverleg resulteert in een beperkte en voorlopige gemeentelijk schriftelijke indruk van de wenselijkheid en de inpasbaarheid van een initiatief in de fysieke leefomgeving.

 

 

a.

Deeladvies: Een extra advies over een deelonderwerp binnen het kleine vooroverleg

 

 

11.

Intaketafel: Intaketafel Omgevingswet, oriënterend omgevingsoverleg - voorafgaand aan formele aanvraag omgevingsvergunning - voor een initiatief waarbij afwijking van het omgevingsplan nodig is, om te bepalen of een initiatief in de fysieke leefomgeving wenselijk is. Het overleg bestaat uit een aanvraag, een intern overleg zonder de initiatiefnemer en een schriftelijk reactie van het college aan de aanvrager.

 

 

12.

Omgevingstafel Omgevingswet: Overleg voor initiatieven in de fysieke leefomgeving - voorafgaand aan een formele aanvraag omgevingsvergunning - om te bepalen of een initiatief haalbaar is. De omgevingstafel bestaat uit een aanvraag, een adviesronde en een omgevingstafel-overleg met de aanvrager, waarna een schriftelijke reactie van het college aan de aanvrager volgt.

 

 

13.

Advies van ketenpartner: Advies van overheids- of private organisatie die ten behoeve van de gemeentelijke taken samenwerkt met de overheid, zoals de provincie, de veiligheidsregio etc.

 

 

14.

Monument:

 

 

a.

gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument waaraan op grond van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan, de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven;

 

 

b.

provinciaal monument: monument of archeologisch monument waaraan in het omgevingsplan of de omgevingsverordening de functie-aanduiding provinciaal monument is gegeven;

 

 

c.

voorbeschermd gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument waarvoor de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of het omgevingsplan een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven;

 

 

d.

voorbeschermd provinciaal monument: monument of archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan of de omgevings-verordening een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan of de omgevingsverordening de functie-aanduiding provinciaal monument te geven.

 

 

Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven

 

Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

 

a.

omgevingsoverleg;

 

 

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

 

 

c.

een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

 

 

d.

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

 

 

e.

een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

 

 

f.

intrekking van een omgevingsvergunning;

 

 

g.

wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;

 

 

h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

 

 

Artikel 2.3 Bepalen tarief

 

 

 

 

1.

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

 

 

2.

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

 

 

3.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

 

 

4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

 

 

5.

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

 

 

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

Paragraaf 2.2 Voorfase

Artikel 2.4 Omgevingsoverleg

 

Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:

 

 

a.

voor een intake tafel

€ 209,95

 

b.

voor een omgevingstafel 

 

 

i.

voor de eerste omgevingstafel

€ 7.619,80

 

ii.

voor de tweede omgevingstafel

€ 3.445,55

 

iii.

voor iedere omgevingstafel na de tweede omgevingstafel

€ 2.213,05

 

c.

voor een klein vooroverleg

€ 498,85

 

d.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het verkrijgen van een deeladvies t.b.v. een klein vooroverleg, bedraagt per deeladvies

€ 291,00

 

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)

 

 

 

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit, als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, wordt het tarief voor het in behandeling nemen bepaald op basis van het totale oppervlak, aan de hand van onderstaande tabel, waarbij een minimum geldt van € 585,22, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

 

Hoofdfunctie per bouwlaag. Totale oppervlak van alle bouwlagen van het gebouw of de uitbreiding daarvan

 

 

a.

Wonen

 

 

i.

Bij een oppervlak tot en met 1.000 m2, per vierkante meter

€ 17,05

 

ii.

Voor het gedeelte dat uitgaat boven 1.000 m2, voor iedere vierkante meter meer dan dat

€ 12,20

 

b.

Maatschappelijk / Economisch

 

 

i.

Bij een oppervlak tot en met 1.000 m2, per vierkante meter 

€ 29,25

 

ii.

Voor het gedeelte dat uitgaat boven 1.000 m2, voor iedere vierkante meter meer dan dat

€ 16,45

 

c.

Industrie

 

 

i.

Bij een oppervlak tot en met 1.000 m2, per vierkante meter 

€ 14,20

 

ii.

Voor het gedeelte dat uitgaat boven 1.000 m2, voor iedere vierkante meter meer dan dat

€ 10,30

 

d.

Agrarisch

 

 

i.

Per vierkante meter

€ 11,65

 

e.

Parkeergarage

 

 

i.

Per vierkante meter

€ 6,00

 

2.

Als er sprake is van een bouwwerk met een parkeergarage, wordt voor de legesberekening van de parkeergarage de functie ‘parkeergarages’ gekozen. Voor de legesberekening van de rest van het bouwwerk wordt de juiste bijbehorende functie gekozen.

 

 

3.

Overige functies

 

 

 

In afwijking van de hierboven in het eerste lid genoemde tarieven, geldt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor overige functies zoals

 

 

i.

gebouwen of de uitbreiding daarvan die niet in bovengenoemde tabel zijn genoemd;

 

 

ii.

bouwwerken geen gebouw zijnde;

 

 

iii.

tijdelijke bouwwerken met een instandhoudingtermijn van maximaal vijftien jaar;

 

 

iv.

onderhoudswerkzaamheden aan gebouwen;

 

 

v.

het veranderen of verbouwen van gebouwen zonder uitbreiding daarvan en voor gevelwijzigingen en dakkapellen;

 

 

 

een tarief dat berekend wordt over de bouwkosten.

 

 

a.

Bij bouwkosten tot € 900.000 geldt een percentage van 0,85% van deze bouwkosten, waarbij een minimum geldt van € 585,22; en

 

 

b.

indien de bouwkosten € 900.000 of meer bedragen, wordt het onder a van dit lid berekende bedrag verhoogd met van 0,70% van de bouwkosten boven € 900.000.

 

 

4.

Funderingsherstel

 

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor het in behandeling nemen van de bouwactiviteit funderingsherstel voor een bouwblok of een gedeelte daarvan, bedraagt het tarief

€ 760,95

 

Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt het tarief voor het in behandeling nemen bepaald op basis van het totale oppervlak, aan de hand van onderstaande tabel, waarbij een minimum geldt van € 585,22, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten.

 

 

 

Hoofdfunctie per bouwlaag. Totale oppervlak van alle bouwlagen van het gebouw of de uitbreiding daarvan

 

 

a.

Wonen

 

 

i.

Bij een oppervlak tot en met 1.000 m2, per vierkante meter 

€ 36,15

 

ii.

Voor het gedeelte dat uitgaat boven 1.000 m2, voor iedere vierkante meter meer dan dat

€ 25,80

 

b.

Maatschappelijk / Economisch

 

 

i.

Bij een oppervlak tot en met 1.000 m2, per vierkante meter 

€ 61,95

 

ii.

Voor het gedeelte dat uitgaat boven 1.000 m2, voor iedere vierkante meter meer dan dat

€ 34,85

 

c.

Industrie

 

 

i.

Bij een oppervlak tot en met 1.000 m2, per vierkante meter 

€ 30,00

 

ii.

Voor het gedeelte dat uitgaat boven 1.000 m2, voor iedere vierkante meter meer dan dat

€ 21,90

 

d.

Agrarisch

 

 

i.

Per vierkante meter

€ 8,20

 

e.

Parkeergarage

 

 

i.

Per vierkante meter

€ 12,90

 

2.

Als er sprake is van een bouwwerk met een parkeergarage, wordt voor de legesberekening van de parkeergarage de functie ‘parkeergarages’ gekozen. Voor de legesberekening van de rest van het bouwwerk wordt de juiste bijbehorende functie gekozen.

 

 

3.

Overige functies

 

 

 

In afwijking van de hierboven in de eerste lid van dit artikel genoemde tarieven, geldt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, voor:

 

 

i.

gebouwen of de uitbreiding daarvan die niet in bovengenoemde tabel zijn genoemd;

 

 

ii.

bouwwerken geen gebouw zijnde;

 

 

iii.

tijdelijke bouwwerken met een instandhoudingtermijn van maximaal tien jaar;

 

 

iv.

onderhoudswerkzaamheden aan gebouwen;

 

 

v.

het veranderen of verbouwen van gebouwen zonder uitbreiding daarvan en voor gevelwijzigingen en dakkapellen;

 

 

 

een tarief dat berekend wordt over de bouwkosten.

 

 

a.

Bij bouwkosten tot € 900.000 geldt een percentage van 1,72% van deze bouwkosten, waarbij een minimum geldt van € 585,22; en

 

 

b.

indien de bouwkosten € 900.000 of meer bedragen, wordt het onder a van dit lid berekende bedrag verhoogd met een tarief van 1,30% van de bouwkosten boven € 900.000.

 

 

Artikel 2.6.a

 

Voor omvangrijke projecten wordt het totale legesbedrag, genoemd onder de artikelen 2.5 en 2.6, verminderd op de volgende wijze:

 

 

a.

Bij een legesbedrag tot en met € 100.000 wordt het volledige bedrag geheven.

 

 

b.

Bij een legesbedrag tussen de € 100.000 tot en met € 200.000 wordt € 100.000 plus 90 % van het restant legesbedrag boven de € 100.000 geheven.

 

 

c.

Bij een legesbedrag tussen de € 200.000 tot en met € 300.000 wordt € 190.000 plus 80 % van het restant legesbedrag boven de € 200.000 geheven.

 

 

d.

Bij een legesbedrag tussen de € 300.000 tot en met € 400.000 wordt € 270.000 plus 70 % van het restant legesbedrag boven de € 300.000 geheven.

 

 

e.

Bij een legesbedrag tussen de € 400.000 tot en met € 500.000 wordt € 340.000 plus 60 % van het restant legesbedrag boven de € 400.000 geheven.

 

 

f.

Bij een legesbedrag boven de € 500.000 wordt € 400.000 plus 50 % van het restant legesbedrag boven de € 500.000 geheven.

 

 

Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, voor zover niet expliciet geregeld in 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten.

 

 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

 

 

 

2,6% van de sloopkosten inclusief BTW, met een minimum van € 152,42 per aanvraag.

 

 

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

 

 

 

2,6% van de sloopkosten inclusief BTW, met een minimum van € 152,42 per aanvraag.

 

 

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd of provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 5.72 Verordening Fysieke leefomgeving Zaanstad in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

€ 508,45

 

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 508,45

 

Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

€ 508,45

 

b.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 508,45

 

Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

 

 

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 5.75 Verordening Fysieke Leefomgeving Zaanstad in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

€ 1.513,85

 

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€ 1.513,85

 

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

 

 

Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed

 

 

N.v.t.

 

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in [artikel […] van het omgevingsplan of] paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 2.864,95

 

Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 4.297,40

 

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.581,15

 

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.864,95

 

Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 4.297,40

 

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.581,15

 

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.864,95

 

Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 4.297,40

 

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.581,15

 

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.864,95

 

Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor één milieubelastende activiteit: 

€ 4.297,40

 

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.581,15

 

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.864,95

 

Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 4.297,40

 

Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

 

a.

voor één milieubelastende activiteit:

€ 4.297,40

 

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.581,15

 

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.864,95

 

Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 4.297,40

 

Artikel 2.20 Samenloop van dezelfde milieubelastende activiteit

 

 

 

 

1.

Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een categorie valt en de aanvraag om een omgevingsvergunning heeft op al deze categorieën betrekking, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.

 

 

2.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.

 

 

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

 

 

N.v.t.

 

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in het artikel van het omgevingsplan waar dit is geregeld, bedraagt het tarief

€ 772,25

 

Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 5.51 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief

€ 492,30

 

Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, als bedoeld artikel 5.52 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten

€ 147,10

 

Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief

€ 492,30

 

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen van een houtopstand, als bedoeld in artikel 5.80 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten 

€ 293,95

 

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: [opslag van roerende zaken OF objecten plaatsen op de weg]

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.33 Vervallen

 

 

 

 

Artikel 2.34 Omgevingsvergunning andere activiteiten

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:

 

 

a.

betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 2.748,15

 

b.

betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 2.748,15

 

Artikel 2.34a Buitenplanse omgevingsplanactiviteit

 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, al dan niet in combinatie met een andere vergunningplichtige activiteit, gelden de volgende tarieven:

 

 

1.

Bij een combinatie (meervoudige aanvraag) met de omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden en gebruikenbouwwerk (ruimtelijk deel), zijn de in artikel 2.6 genoemde tarieven van overeenkomstige toepassing als de aanvraag (tevens) een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft, en worden deze tarieven in dat geval verhoogd met de volgende bedragen:

 

 

a.

bij een oppervlak kleiner dan of gelijk aan 50m² 

€ 2.271,40

 

b.

bij een oppervlak van meer dan 50m² en gelijk aan 1000m² 

€ 8.969,75

 

c.

bij een oppervlak groter dan 1000m²

€ 16.023,75

 

d.

waarvoor geen oppervlakmaat kan worden vastgesteld

€ 2.271,40

 

2.

Als het gaat om het in behandeling nemen van een aanvraag voor gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarin niet sprake is van een combinatie (meervoudige aanvraag) met de binnenplanse omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houdenen gebruiken bouwwerk (ruimtelijk deel), maar de buitenplanse omgevingsplanactiviteit wel ten behoeve van deze binnenplanse omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden en gebruikenbouwwerk (ruimtelijk deel)is, worden de in lid 1 genoemde tarieven niet als verhoging maar zelfstandig geheven.

 

 

3.

In overige gevallen wordt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een vast bedrag geheven van

€ 2.271,40

 

4.

In alle gevallen bedraagt de leges voor alle gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover het gaat om een categorie van gevallen waarvan in het omgevingsplan dan wel beleidsmatig is bepaald dat deze een beperkte invloed hebben op de fysieke leefomgeving, een vast bedrag van

€ 965,35

 

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouw- of sloopactiviteiten

 

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

 

 

a.

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

 

 

1.

het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

 

 

2.

bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

 

 

3.

het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of

 

 

4.

het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

 

 

 

per maatwerkvoorschrift:

€ 1.175,35

 

b.

in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:

€ 1.175,35

 

Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

 

 

 

 

1.

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

 

 

a.

één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:

€ 2.874,25

 

b.

twee of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, de som van het tarief in letter a van dit artikel (2.36) en voor iedere extra milieubelastende activiteit:

€ 1.437,10

 

2.

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 2.874,25

 

Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

 

 

 

 

1.

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 3.080,35

 

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid

Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 

 

 

 

 

 

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

 

 

a.

een bouwactiviteit, bedraagt het tarief

€ 2.199,30

 

b.

een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief

€ 3.011,70

 

c.

een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief

€ 3.011,70

 

d.

een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief

€ 3.011,70

 

Paragraaf 2.11 Overige tarieven

Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning gestelde termijn: 

€ 1.018,00

 

Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning

 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.

 

 

Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.46 Wijziging tenaamstelling en 'verklaring vergunning vrij'

 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

a.

tot wijziging van de tenaamstelling van een daarvoor in aanmerking komende omgevingsvergunning

€ 151,40

 

b.

voor een schriftelijke verklaring dat een activiteit vergunning vrij is bedraagt het tarief

€ 95,40

 

Paragraaf 2.12 Modaliteiten

Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.7 verschuldigde leges verhoogd met:

20%

 

 

met een maximum van:

€ 10.000,00

 

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

 

 

a.

als sprake is van een milieubelastende activiteit:

€ 14.280,95

 

b.

als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 11.424,75

 

c.

als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in onderdeel a van dit artikel:

€ 11.424,75

 

Artikel 2.48a Binnenplanse afwijking omgevingsplanactiviteit

 

Indien er bij een omgevingsplanactiviteit toepassing is gegeven aan de in het omgevingsplan opgenomen regels inzake afwijking, als bedoeld in artikel 22.281 van het omgevingsplan Zaanstad, wordt onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk een bedrag geheven van

€ 839,45

 

Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:

 

 

a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

 

 

i.

Voor een plan met een oppervlak tot 400m²

€ 522,05

 

ii.

Voor een plan met een oppervlak van meer dan 400m²

€ 773,30

 

b.

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

 

 

i.

Voor een plan met een oppervlak tot 400m² 

€ 523,45

 

ii.

Voor een plan met een oppervlak van meer dan 400m² 

€ 773,30

 

c.

voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:

€ 373,30

 

d.

voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:

€ 373,30

 

e.

voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:

€ 373,30

 

f.

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ 1.299,60

 

Artikel 2.50 Advies

 

 

 

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

 

 

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

€ 1.499,45

 

b.

voor elke ambtelijke toetsing aan de criteria voor redelijke eisen van welstand

€ 191,30

 

c.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie of adviescommissie zoals bedoeld in artikel 3.7 van de Verordening Fysieke leefomgeving Zaanstad dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, 7% van de leges verschuldigd voor de omgevingsactiviteit als bedoeld in artikel 2.6 met een minimum van € 150,88 en een maximum van € 2.945,58 per aanvraag.

 

 

d.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie of in de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 3.7 van de Verordening Fysieke leefomgeving Zaanstad in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel c:

€ 1.399,55

 

2.

Als er binnen de gemeentelijke adviescommissie in één beweging of advies op de aspecten welstand en monumenten wordt geadviseerd, worden de toepasselijke tarieven van dit artikel opgeteld, waarbij voor het advies onder d. een vast bedrag gerekend wordt van 

€ 986,05

 

Artikel 2.51 Instemming

 

 

 

 

1.

Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet mede betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan, bedraagt het legesbedrag voor die activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk : het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

 

 

2.

Bij gebreke van een daarvoor toepasbare legesbepaling van het instemmingsorgaan voor die activiteit, bedraagt het tarief wat op basis van de Legesverordening Zaanstad voor die activiteit verschuldigd zou zijn jegens de gemeente, als er geen instemming benodigd zou zijn.

 

 

Paragraaf 2.13 Vermindering

Artikel 2.52 t/m 2.54

 

 

N.v.t.

 

Paragraaf 2.14 Teruggaaf (korting op het legesbedrag)

Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten

 

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. 

 

 

a.

voor een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, een teruggaaf totdat een bedrag resteert van

€ 149,10

 

b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een teruggaaf totdat een bedrag resteert van

€ 724,05

 

Artikel 2.55a Teruggaaf als gevolg van buiten behandeling stellen aanvraag klein vooroverleg en omgevingstafel

 

 

 

 

a.

Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4, onder c, van de legesverordening buiten behandeling wordt gesteld voordat een klein vooroverleg heeft plaatsgevonden vindt teruggaaf plaats zodat het volgende bedrag resteert

€ 149,10

 

b.

Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4, onder b, van de legesverordening buiten behandeling wordt gesteld voordat de eerste omgevingstafel heeft plaatsgevonden, vindt teruggaaf plaats zodat het volgende bedrag resteert

€ 724,05

 

Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op vermindering of teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

 

a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, doch tot een minimaal resterend bedrag van € 119,35 en tot een maximum resterend bedrag van € 587,45.

 

 

b.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking vanaf vier tot zes weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, doch tot een minimaal resterend bedrag van € 119,35.

 

 

c.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 30% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, doch tot een minimaal resterend bedrag van € 119,35.

 

 

Artikel 2.56a Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag klein vooroverleg en omgevingstafel

 

 

 

 

a.

Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4, onder c, van de legesverordening wordt ingetrokken voordat een klein vooroverleg heeft plaatsgevonden, vindt teruggaaf plaats zodat het volgende bedrag resteert

€ 147,10

 

b.

Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4, onder b, van de legesverordening wordt ingetrokken voordat de eerste omgevingstafel heeft plaatsgevonden, vindt teruggaaf plaats zodat het volgende bedrag resteert

€ 724,05

 

Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

 

 

N.v.t.

 

Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning

 

 

 

 

a.

Voor zover het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de betreffende leges. De teruggaaf bedraag: 20% van de verschuldigde leges voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd, waarbij minimaal een bedrag van € 119,35 in rekening wordt gebracht.

 

 

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging bij rechterlijke uitspraak van de beschikking waarbij de vergunning is verleend.

 

 

c.

Als wordt geweigerd omdat de activiteit waarvoor vergunning is aangevraagd, vergunningsvrij blijkt te zijn, wordt een vast legesbedrag in rekening gebracht van

€ 95,40

 

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten

 

In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.

 

 

Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf

 

 

N.v.t.

 

 

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

 

 

Omschrijving

Verkooptarief

Paragraaf 3.1 Horeca

Artikel 3.1

 

 

1.

Het tarief is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

 

a.

een vergunning als bedoeld in artikel 3 en 4 van de Alcoholwet:

 

i.

voor commerciële horeca

€ 1.532,10

ii.

voor niet commerciële horeca

€ 1.532,10

b.

een ontheffing voor het verstrekken van zwak-alcoholhoudende dranken voor bijzondere gelegenheden, als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet

€ 223,10

c.

een Horeca-exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de APV, met uitzondering van coffeeshops en shisha lounges:

 

i.

voor commerciële horeca met terras

€ 2.090,00

ii.

voor commerciële horeca zonder terras

€ 1.793,90

iii.

voor niet commerciële horeca met terras

€ 2.090,00

iv.

voor niet commerciële horeca zonder terras

€ 1.793,90

v.

voor een aanvullende aanvraag uitsluitend voor een terras

€ 786,15

d.

een Horeca-exploitatievergunning voor een coffeeshop of shisha lounge (schaarse vergunning) als bedoeld in artikel 2:27 lid 5 en 6 en artikel 2:28 van de APV:

€ 2.361,05

e.

het wijzigen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 en 4 van de Alcoholwet of een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de APV:

 

i.

een aangepaste vergunning als gevolg van een wijziging

€ 402,05

ii.

een aangepaste vergunning:

 

1.

als gevolg van bijschrijving van een leidinggevende

€ 402,05

2.

als gevolg van bijschrijving van iedere leidinggevende meer dan één, geldt voor iedere leidinggevende meer een toeslag van:

€ 60,25

f.

een kleine administratieve wijziging in een bestaande vergunning

€ 402,05

g.

het verwijderen van een leidinggevende in een bestaande vergunning 

€ 61,50

h.

Een ontheffing van de sluitingstijden als bedoeld in artikel 2:29 lid 3 APV 

€ 180,60

i.

Een ontheffing van de schenk- en sluitingstijden als bedoeld in artikel 2:34c lid 1 van de APV

€ 180,60

2.

Indien een aanvraag als bedoeld in de letters a, en c van lid 1 buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op:

€ 1.532,10

3.

Indien een aanvraag als bedoeld lid 1, letter d van dit artikel buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op:

€ 2.164,15

4.

Indien een aanvraag voor het wijzigen van een vergunning zoals bedoeld in lid 1, letter e van dit artikel, buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op:

€ 295,10

5.

Indien een aanvraag voor een kleine wijziging op een vergunning zoals bedoeld in lid 1, letter f van dit artikel, buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op:

€ 98,30

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven

Artikel 3.2

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor

 

a.

een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 van de APV 

€ 2.742,80

b.

het wijzigen van een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 van de APV

 

i.

Een aangepaste vergunning als gevolg van een wijziging

€ 402,05

ii.

Een aangepaste vergunning als gevolg van bijschrijving van een leidinggevende

€ 402,05

iii.

Een aangepaste vergunning als gevolg van bijschrijving van iedere leidinggevende meer dan één, per leidinggevende een toeslag van

€ 60,25

c.

Een kleine administratieve wijziging in de vergunning 

€ 324,65

2.

Indien een aanvraag als bedoeld in 1id 1 letter a van dit artikel buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op:

€ 2.396,20

3.

Indien een aanvraag voor de wijziging van een vergunning als bedoeld in lid 1 letter b ten eerste en ten derde van dit artikel buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op: 

€ 262,35

4.

Indien een aanvraag voor de wijziging van een vergunning als bedoeld in lid 1, letter c van dit artikel buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op:

€ 262,35

Paragraaf 3.3 Vergunningen in de openbare ruimte

Artikel 3.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing tot het uitoefenen van het beroep van straatartiest, straatfotograaf, filmoperateur, tekenaar of gids op de openbare weg, als bedoeld in artikel 2:9 van de APV

 

Artikel 3.4

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het plaatsen van voorwerpen of stoffen op, aan of boven de openbare weg, als bedoeld in artikel 5.50 van de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad, of indien deze bepalingen zijn opgevolgd door overeenkomstige bepalingen in het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het Omgevingsplan.

€ 104,70

Artikel 3.5

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het houden van evenementen, als bedoeld in artikel 2:25 van de APV:

 

a.

een A-evenement, zoals bedoeld in 2:25 lid 6 APV 

€ 52,30

b.

een B-evenement, zoals bedoeld in 2:25 lid 6 APV

€ 240,30

c.

een C-evenement, zoals bedoeld in 2:25 lid 6 APV 

€ 3.507,05

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het houden van een herdenkingsplechtigheid als bedoeld in artikel 2:24 lid 2 letter a van de APV:

 

 

0

3.

Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid van dit artikel buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt 70% van de leges zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel in rekening gebracht.

 

Artikel 3.6

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing voor recreatief nachtverblijf, als bedoeld in artikel 4:18 van de APV

 

a.

een nieuwe aanvraag voor ontheffing

€ 283,60

b.

verlenging van een bestaande ontheffing

€ 104,70

Artikel 3.7

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning uitoefening bedrijf, als bedoeld in artikel 2:40c van de APV

€ 1.970,00

 

Voor het in behandeling nemen van een vergunning voor

 

i.

de Exploitatie rondvaarten en verhuurbedrijven (5.34 APV);

€ 940,70

ii.

de Exploitatie veren (5:35 APV);

€ 940,70

Paragraaf 3.4 Wet kinderopvang (Wko)

Artikel 3.8

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:

 

a.

het in exploitatie nemen van een kindercentrum (dagopvang en/of buitenschoolse opvang) als bedoeld in art. 1.45 eerste en tweede lid, Wko en opname in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)

€ 570,60

b.

het in exploitatie nemen van een gastouderbureau of het bieden van gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.45 eerste en tweede lid, Wko en opname in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)

€ 285,25

Paragraaf 3.5 Verhuur en splitsing

Artikel 3.9

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:

 

a.

een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 1 van de Huisvestingsverordening (omzetting in onzelfstandige woonruimte/ kamergewijze verhuur)

€ 896,25

b.

een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 2 van de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2021 (woningvorming/ bouwkundig splitsen)

€ 860,40

c.

het wijzigen van de tenaamstelling van een vergunning onder a of b, wordt een legesbedrag geheven van

€ 424,70

d.

een vergunning als bedoeld in artikel 3.8.2, eerste lid, van de Huisvestigingsverordening Zaanstad (vergunning opkoopbescherming)

€ 490,65

Paragraaf 3.6 Verkoop van vuurwerk

Art. 3.10

 

 

1.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel aanwezig te houden, als bedoeld in artikel 2:72 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (verkoop van vuurwerk)

€ 2.396,00

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een wijziging van de vergunning zoals bedoeld in lid 1 als gevolg van:

 

a.

het bijschrijven van een beheerder

€ 359,40

b.

het bijschrijven van iedere leidinggevende meer dan één

€ 59,90

c.

een kleine administratieve wijziging, anders dan hierboven bedoeld

€ 119,80

3.

Indien een aanvraag als bedoeld in lid 1 van dit artikel buiten behandeling wordt gesteld of wordt ingetrokken, wordt het tarief berekend op:

€ 1.617,00

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

Art. 3.11

 

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking, die valt onder de Europese dienstenrichtlijn: de aan de aanvrager medegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door of namens de heffingsambtenaar is opgesteld.

 

2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Naar boven