Verordening rechten markten 2026

De Raad van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025

(raadsvoorstel nr. 25bb006556/25bo007415); 25bb006569;

 

gelet op de artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

 

overwegende dat:

de heffing en invordering van rechten markten bij verordening wordt geregeld;

 

besluit:

Artikel 1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;

  • dag: periode van 24 aaneengesloten uren, aanvangende te 00.00 uur;

  • dagplaats: staanplaats die op een dag beschikbaar wordt gesteld;

  • flexwerker: ondernemer die incidenteel op de markt wil staan;

  • kwartaal: periode van drie aaneengesloten kalendermaanden;

  • markt: warenmarkt die op de daartoe door het college aangewezen dag en plaats wordt gehouden;

  • staanplaats: voor de duur van de markt door het college aan de vergunninghouder toegewezen deel van het marktterrein, bestemd voor het uitoefenen van de markthandel;

  • vaste plaats: staanplaats op de markt die per kalenderjaar of seizoen beschikbaar wordt gesteld;

  • vervangvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 24 van het Marktreglement Rotterdam 2025.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam rechten markten worden rechten geheven voor:

  • a.

    het ter beschikking stellen van een staanplaats;

  • b.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning of het verrichten van een inschrijving als bedoeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel;

het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een organisatievergunning als bedoeld in artikel 11 van de Marktverordening Rotterdam 2025.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten markten worden geheven van:

  • a.

    degene aan wie een staanplaats ter beschikking is gesteld;

  • b.

    degene die een aanvraag of inschrijvingsverzoek heeft gedaan als bedoeld in artikel 2, onderdeel b;

  • c.

    de aanvrager van een organisatievergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel c.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

  • 1.

    De rechten worden berekend volgens de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel.

  • 2.

    De maatstaf van heffing is de oppervlakte die een staanplaats heeft.

  • 3.

    De oppervlakte wordt gesteld op het aantal volle vierkante meters van de grootste lengte en de grootste breedte van de staanplaats, met dien verstande dat met betrekking tot dagplaatsen op markten waar het standaardfront van een staanplaats vier meter dan wel vijf meter telt de rechten naar een oppervlakte van ten minste 24 m² dan wel 30 m² worden berekend.

  • 4.

    De standwerkplaatsen kennen een oppervlakte van 10 m2. Het tarief per m2 is gelijk aan het tarief per m2 voor een dagplaats.

  • 5.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend.

Artikel 5 Wijze van heffing

De rechten markten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een factuur, nota of een ander document.

Artikel 6 Heffingstijdvak

Voor de rechten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is het heffingstijdvak bij een vaste plaats voor onbepaalde tijd gelijk aan een kwartaal. In de overige gevallen is het heffingstijdvak gelijk aan een dag, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De rechten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, zijn verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak.

  • 2.

    De rechten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b en c, zijn verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvraag dan wel inschrijvingsverzoek in behandeling genomen wordt.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    De rechten worden betaald:

    • a.

      na verzending: binnen twee weken na de dagtekening van de kennisgeving;

    • b.

      bij uitreiking: op het moment waarop de kennisgeving wordt uitgereikt.

  • 2.

    Zolang de rechten door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, worden de rechten betaald in zoveel gelijke termijnen als er in maanden in het heffingstijdvak zitten. De eerste termijn vervalt één week na de dagtekening van de kennisgeving en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 9 Heffen naar tijdsgelang

  • 1.

    Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, na het begin van het kwartaal aanvangt, wordt de te betalen belasting berekend aan de hand van de formule

    B= (K x D)/A waarbij wordt verstaan onder:

    B: het te betalen bedrag;

    K: het over een kwartaal verschuldigde bedrag;

    D: het aantal marktdagen waarop de staanplaats is ingenomen door de belastingplichtige of door een ander op grond van een vervangvergunning;

    A: het aantal marktdagen in een kwartaal.

  • 2.

    Er kan een aanvraag tot teruggaaf worden ingediend, indien na het verzenden van de kennisgeving, bedoeld in artikel 5, aannemelijk wordt gemaakt dat het belastbare feit zich slechts gedurende een gedeelte van het voor de berekening van de rechten markten in aanmerking genomen heffingstijdvak van een kalenderkwartaal voordoet, heeft voorgedaan of zal voordoen, doordat:

    • a.

      de belastingplichtige in de loop van het heffingstijdvak is overleden;

    • b.

      de terbeschikkingstelling van de staanplaats in de loop van het heffingstijdvak door schriftelijke opzegging door de belastingplichtige dan wel door het college is beëindigd; of

    • c.

      de belastingplichtige aansluitend aan een aaneengesloten periode van ziekte van ten minste 10 weken de rechten van de ter beschikking gestelde staanplaats heeft opgezegd dan wel dat deze door het college is beëindigd naar aanleiding van deze ziekteperiode en de belastingplichtige de staanplaats evenmin door een derde op grond van een vervangvergunning of bedrijfsleidervergunning heeft laten innemen.

  • 3.

    Het terug te geven bedrag wordt berekend aan de hand van de formule

    T= (K x D)/A waarbij wordt verstaan onder:

    T: het terug te geven bedrag;

    K: het over een kwartaal verschuldigde bedrag;

    D: het aantal marktdagen waarop de staanplaats niet is ingenomen door de belastingplichtige of door een ander op grond van een vervangvergunning;

    A: het aantal marktdagen in een kwartaal.

  • 4.

    Geen teruggaaf wordt verleend indien het terug te geven bedrag minder bedraagt dan € 50.

Artikel 10 Intrekking en overgangsrecht

De Verordening rechten markten 2025 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2026 hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechten markten 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 en 13 november 2025.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Tarieventabel als bedoeld in de artikelen 2 en 4 van de Verordening rechten markten 2026

 

Hoofdstuk 1 Staanplaatsen markten

 

 

 

2026

2026

  

Omschrijving 

eenheid

dagtarief

in €

kwartaaltarief in €

1.4

Dagplaats en vaste plaats die ter beschikking wordt gesteld, op alle markten, op dinsdag tot en met zaterdag:

m² 

1,20

 

1.5

Vaste plaats die per kwartaal ter beschikking wordt gesteld, op alle markten, op dinsdag tot en met zaterdag:

m² 

 

14,20

1.6

Dag- en vaste plaats op de markt op zondag

m² 

1,30

 

1.7

Dagplaatsen voor flexwerkers, op alle markten, op dinsdag tot en met zaterdag

m² 

1,60

 

1.8

Dagplaatsen voor flexwerkers, op de markt op zondag

1,70

 

 

Hoofdstuk 2 Vergunningen markten

  

Omschrijving 

Tarief 2026

in €

2.1.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Marktverordening Rotterdam 2025 (marktvergunning):

82,00

2.1.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Marktverordening Rotterdam 2025 (standwerkersvergunning):

82,00

2.1.3

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het Marktreglement Rotterdam 2025 (vervangvergunning):

82,00

2.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het inschrijven van een meeloper op een wachtlijst van een markt, per inschrijving, per markt:

21,20

 

Hoofdstuk 3 Verzelfstandigde markten

Omschrijving

Tarief 2026

in €

3.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Marktverordening Rotterdam 2025:

254,60

 

Toelichting op de Verordening rechten markten 2026

Algemeen

De rechten markten zijn gebaseerd op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet. Deze rechten worden wel aangeduid als respectievelijk 'gebruiksretributies' en 'genotsretributies'. Bij de rechten is sprake van een individueel aanwijsbare prestatie van de gemeente.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2

De gemeente heft onder de naam "rechten markten" een vergoeding voor drie soorten handelingen:

  • Het ter beschikking stellen van een staanplaats: voor een toegewezen plek wordt betaald, bijvoorbeeld als marktkoopman. Dit kan een dagplaats zijn of een vaste plaats;

  • Het behandelen van een aanvraag of inschrijving: bij een aanvraag voor een marktvergunning of inschrijving op een wachtlijst (bijvoorbeeld als meeloper) dient er te worden betaald;

  • Het behandelen van een aanvraag voor het organiseren van een markt: voor de aanvraag van een vergunning voor het zelf organiseren van een markt dient te worden betaald.

Artikel 3

In dit artikel worden de personen of partijen aangewezen die de rechten markten moeten betalen:

  • Degene aan wie een staanplaats ter beschikking is gesteld: dit is de marktkoopman of -vrouw die daadwerkelijk een plek krijgt op de markt — of het nu voor een dag is of voor een hele periode (zoals een kwartaal);

  • Degene die een aanvraag of inschrijvingsverzoek heeft gedaan: dit zijn mensen die een aanvraag doen voor een vergunning of zich inschrijven op een wachtlijst, zoals een meeloper;

  • De aanvrager van een vergunning voor het organiseren van een markt: wanneer een aanvraag wordt ingediend om zelf een markt te organiseren, dan is diegene die de kosten voor die aanvraag betaalt.

Artikel 4

Dit artikel legt uit hoeveel moet worden betaald en hoe het verschuldigde bedrag wordt berekend aan de hand van de grootte van de plek op de markt en de tarieven uit de tarieventabel.

  • De exacte bedragen die betaald dienen te worden zijn terug te vinden in de tarieventabel die bij de verordening hoort;

  • Er wordt betaald op basis van het aantal vierkante meters (m²) van de staanplaats;

  • Er wordt gekeken naar de grootste lengte en breedte van de kraam (zelfs als die ruimte niet helemaal wordt gebruikt) en er wordt in hele vierkante meters afgerekend;

  • Voor standwerkers (die zonder kraam of met alleen een tafel producten aanprijzen) geldt een vaste oppervlakte van 10 m². Ze betalen het dagtarief per m², net als dagplaatsgebruikers;

  • Elk gedeelte van een eenheid (bijvoorbeeld 3,4 m²) wordt naar boven afgerond. Dus 3,1 m² wordt 4 m² voor de berekening.

Artikel 5

Dit artikel bepaalt hoe de heffingsambtenaar laat weten dat er betaald moet worden. Het beschrijft dus de vorm waarin de heffing plaatsvindt. De rechten worden geheven via een schriftelijke kennisgeving. Hierin staat in ieder geval waarvoor er betaald moet worden, hoeveel er betaald moet worden en wanneer er betaald moet worden.

 

Artikel 6

Dit artikel legt uit over welke periode (het heffingstijdvak) er marktgeld betaald moet worden. Als er een vaste plaats op de markt is, dan is het heffingstijdvak één kwartaal. Als er géén vaste plaats is of een andere vorm van gebruik is, dan geldt dat het heffingstijdvak één dag is (bijvoorbeeld bij een dagplaats op de markt). Er mag ook door de heffingsambtenaar gekozen worden om per belastbaar feit afzonderlijk te heffen.

 

Artikel 7

Dit artikel legt uit vanaf welk moment het officieel verplicht is om het marktgeld te betalen. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het heffingstijdvak. Bijvoorbeeld wanneer een vaste plaats voor het tweede kwartaal (april t/m juni) toegewezen is en er wordt begonnen met staan op 10 april, dan ben is de belastingplicht officieel vanaf 1 april.

Bij aanvragen en inschrijvingen geldt dat het ontstaan van de belastingschuld aanvangt op het moment dat de aanvraag of het inschrijvingsverzoek in behandeling wordt genomen.

 

Artikel 8

Dit artikel beschrijft binnen welke termijn moet worden betaald nadat er een kennisgeving is ontvangen van de heffingsambtenaar. Ook staat in dit artikel hoe de betaling via automatische incasso werkt. Er zijn twee situaties, namelijk verzending per post of digitaal, dan dient er binnen 14 dagen na de datum op de kennisgeving betaald te worden. De tweede situatie is wanneer er een uitreiking in persoon wordt gedaan, er dient dan direct betaald te worden op het moment dat de kennisgeving wordt overhandigd.

 

Artikel 9

Dit artikel zorgt ervoor dat alleen betaald wordt voor de periode waarin een staanplaats daadwerkelijk gebruikt wordt. Indien er later wordt begonnen of eerder wordt gestopt, wordt het bedrag evenredig aangepast. Dit geldt ook voor teruggaven.

 

Als er pas later in het kwartaal met de vaste plaats wordt begonnen, dan hoeft er alleen te worden betaald voor het aantal dagen dat op de markt is gestaan. De berekening gebeurt met deze formule:

B = (K × D) / A

  • B = bedrag dat je moet betalen

  • K = het normale kwartaalbedrag

  • D = het aantal marktdagen dat je hebt gebruikt

  • A = totaal aantal marktdagen in dat kwartaal

Een voorbeeld:

Normaal kwartaalbedrag = € 600

9 van de 12 marktdagen gebruikt: B = (600 × 9) / 12 = € 450

 

Indien er vóór het einde van het kwartaal wordt gestopt met de plaats, dan kan er een teruggave van de rechten plaatsvinden. Dit kan alleen als er schriftelijk wordt opgezegd.

 

De formule voor teruggaaf is:

T = (K × D) / A

  • T = terug te geven bedrag

  • K = kwartaalbedrag

  • D = dagen dat je je plek niet gebruikte

  • A = totaal aantal marktdagen in dat kwartaal

Een voorbeeld:

Kwartaalbedrag = € 600

6 van de 12 marktdagen gebruikt: T = (600 × 6) / 12 = € 300 terug

Naar boven