Verordening leges Publiekszaken Rotterdam 2026

De Raad van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025

(raadsvoorstel nr. 25bb006556/25bo007415); 25bb006573;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 7 van de Paspoortwet;

 

overwegende dat:

de heffing en invordering van de leges Publiekszaken bij verordening wordt geregeld;

 

besluit:

Artikel 1 Definities

In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • dag: periode van 00.00 uur tot en met 23.59 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • jaar: tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • kalenderjaar: periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

Voor de diensten, besluiten en handelingen genoemd in de tarieventabel behorende bij deze verordening worden onder de naam leges Publiekszaken rechten geheven voor het:

  • a.

    in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst;

  • b.

    verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • c.

    verrichten van een handeling ten behoeve van een aanvraag van een document.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager dan wel degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4 Uitzonderingen

De leges Publiekszaken worden niet geheven voor het in behandeling nemen van aanvragen van een attestatie de vita als bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot het ontvangen van inkomen verbonden aan Nederlandse ridderorden.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

  • 1.

    De leges Publiekszaken worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges Publiekszaken wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges Publiekszaken worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de leges betaald indien de kennisgeving, bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving;

    • c.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden, binnen acht dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

    • d.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een dienst, besluit of handeling als bedoeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Intrekking en overgangsrecht

De Verordening leges Publiekszaken Rotterdam 2025 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2026 hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leges Publiekszaken Rotterdam 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 en 13 november 2025.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Bijlage Tarieventabel als bedoeld in de artikelen 2, 5 en 9 van de Verordening leges Publiekszaken Rotterdam 2026

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke Stand

 

 

Tarieven in €

1.1

Huwelijksvoltrekking / geregistreerd partnerschap

 

1.1.1

Het tarief bedraagt voor een huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als bedoeld in artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand, in de felicitatiekamer van het Stadhuis

0,00

 

 

 

1.1.2

Het tarief bedraagt voor een huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een partnerschap in een huwelijk in een locatie van de gemeente anders dan in een trouwzaal of in de Burgerzaal van het Stadhuis met een vereenvoudigde voltrekking van maximaal 15 minuten

216,60

1.1.3

Het tarief bedraagt voor een huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk op een andere tijd of op een andere wijze dan waarop deze ingevolge 1.1.1 kosteloos plaatsheeft:

 

1.1.3.1

in een van de trouwzalen van het Stadhuis

van maandag tot en met vrijdag:

vanaf 09.00 uur tot 17.00 uur

624,40

1.1.3.2

in de Burgerzaal van het Stadhuis

 

 

 

van maandag tot en met vrijdag:

vanaf 09.00 uur tot 16.00 uur

981,50

 

op zaterdag:

vanaf 11.00 uur tot 15.00 uur

1.429,10

1.1.3.3

op elke andere locatie die als huis der gemeente kan dienen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van maandag tot en met vrijdag:

vanaf 00.00 uur tot 09.00 uur

2.168,60

 

vanaf 09.00 uur tot 17.00 uur

770,90

 

vanaf 17.00 uur tot 21.00 uur

1.084,30

 

vanaf 21.00 uur tot 23.59 uur

2.168,60

 

op zaterdag:

vanaf 00.00 uur tot 09.00 uur

2.168,60

 

vanaf 09.00 uur tot 21.00 uur

1.084,30

 

vanaf 21.00 uur tot 23.59 uur

2.168,60

 

op zondag en erkende feestdagen:

vanaf 00.00 uur tot 23.59 uur

2.168,60

1.1.4

Het tarief bedraagt voor een huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap als bedoeld in artikel 64 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek buiten het huis der gemeente:

343,30

1.1.5

 

 

 

Indien de huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als bedoeld in 1.1.2, 1.1.3.1, 1.1.3.2 en 1.1.3.3, ongeacht de oorzaak, geen doorgang vindt wordt ontheffing of teruggave verleend voor het genoemde percentage van het tarief dat verschuldigd dan wel voldaan is als de afmelding aan de ambtenaar van de burgerlijke stand is medegedeeld:

 

 

uiterlijk 28 dagen voorafgaand aan de geplande datum

80%

 

uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan de geplande datum

50%

 

minder dan 14 dagen voorafgaand aan de geplande datum

0%

1.1.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot annulering van een gereserveerde datum voor een kosteloze voltrekking als bedoeld in 1.1.1, welke niet uiterlijk 28 dagen voorafgaand aan de geplande datum aan de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt medegedeeld

68,30

1.1.7

Het tarief bedraagt voor het niet verschijnen op een gereserveerde datum voor de kosteloze huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk, bedoeld in 1.1.1,

136,70

1.1.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap, omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk of de naam van getuige(n) te wijzigen en de melding niet uiterlijk 28 dagen voorafgaand aan de geplande datum aan de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt medegedeeld

59,00

1.1.8.1

Indien de huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een partnerschap in een huwelijk wordt geannuleerd binnen 14 tot 28 dagen na de aanvraag als bedoeld in 1.1.8 wordt er geen ontheffing of teruggave verleend van het bedrag dat verschuldigd dan wel voldaan is genoemd in 1.1.2, 1.1.3.1, 1.1.3.2 en 1.1.3.3

 

1.1.9

Het tarief bedraagt voor het eenmalig benoemen van een onbezoldigd buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand

252,40

1.1.10

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van de inhoud van een trouwboekje, het tarief genoemd in artikel 1 van het Legesbesluit akten burgerlijke stand

volgt rijkstarief

1.1.10.1

Het tarief bedraagt voor de omslag van een trouwboekje:

 

 

 

 

in imitatieleer in de kleur wit of donkerblauw

9,90

 

in leer in de kleur zwart of groen

24,40

 

in luxe leer in de kleur bordeaux

35,20

1.2

Akten

 

1.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand, het tarief genoemd in artikel 1 van het Legesbesluit akten burgerlijke stand

volgt rijkstarief

1.3

Overigen

 

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een lijkenpas

25,40

1.3.2

Het tarief bedraagt voor het stellen van een andere termijn voor de begraving of verbranding overeenkomstig de Wet op de lijkbezorging

23,80

1.3.3

Het tarief bedraagt voor uittreksels of akten van de burgerlijke stand die worden verstrekt op grond van artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand, indien door een toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand het minimumbedrag van eigen bijdrage blijkt en de procedure waarvoor de gevraagde uittreksels of akten is opgenomen

0,00

 

Hoofdstuk 2 Basisregistratie personen (BRP)

 

 

Tarieven in €

 

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van punt 2.7, wordt onder een verstrekking verstaan: verstrekking van één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen wordt geraadpleegd. Indien raadpleging van gegevens van een persoon ertoe leidt dat geen gegevens kunnen worden verstrekt of de verstrekte gegevens niet tot het beoogde gevolg leiden, wordt het in deze paragraaf bedoelde recht eveneens geheven.

 

 

2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verstrekken van gegevens waarbij de aanvraag geschiedt:

 

2.1.1

via internet, per verstrekking, exclusief verzendkosten

22,30

2.1.2

via post of e-mail, per verstrekking, exclusief verzendkosten

27,70

2.1.3

aan de balie, per verstrekking

27,70

2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor verstrekking van een uittreksel uit de Registratie Niet-Ingezetenen, exclusief verzendkosten

27,70

2.3

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag verstrekken van een persoonslijst als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen per lijst of gedeelte van een persoonslijst, exclusief verzendkosten

28,30

2.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012, exclusief verzendkosten

volgt rijkstarief

2.5

Het tarief bedraagt voor de verzendkosten voor het per post toesturen van op aanvraag verstrekte gegevens bedoeld in 2.1.1, 2.1.2, 2.2, 2.3 en 2.4:

 

 

 

 

 

voor poststukken binnen Nederland

2,10

 

voor poststukken buiten Nederland

4,10

 

voor aangetekende poststukken binnen Nederland

14,50

 

voor aangetekende poststukken buiten Nederland

20,70

2.6

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag verstrekken van inlichtingen uit de basisregistratie personen via selectie of steekproef, exclusief de inlichtingen zelf, per 15 minuten (afgerond naar boven)

30,70

2.7

Het tarief bedraagt voor aanvragen gedaan door een notaris, per subgroep, waarbij de volgende subgroepen gehanteerd worden:

  • 1.

    erflater + partners

  • 2.

    vooroverleden kinderen + partners

  • 3.

    ouders

  • 4.

    vooroverleden kinderen van ouders

53,60

2.8.

Het tarief bedraagt voor uittreksels uit de basisregistratie personen, indien door een toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand het minimumbedrag van eigen bijdrage blijkt en de procedure waarvoor de gevraagde uittreksels dienen is opgenomen

0,00

 

 

Hoofdstuk 3 Diversen

 

 

Tarieven in €

3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het legaliseren van een handtekening, per handtekening

24,30

3.2

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag verstrekken van elke andere verklaring die in het belang van de daarin genoemde personen of de aanvrager wordt opgemaakt

27,70

3.3

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag verstrekken van een kopie van een persoonskaart uit het persoonskaartenarchief

27,70

3.4

Het tarief bedraagt voor de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) het tarief, genoemd in artikel 1, onderdeel a, subonderdeel 3, van de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden

volgt rijkstarief

 

Hoofdstuk 4 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

 

 

Tarieven in €

4.1

Het tarief voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag tot het afgeven van de documenten, inclusief de spoedaanvragen, genoemd in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, bedraagt het bij de handeling behorende in dat artikel genoemde tarief dat naar beneden wordt afgerond op tien hele centen

volgt rijkstarief

4.2

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een gewaarmerkte kopie van een door een Nederlandse autoriteit afgegeven reisdocument

9,20

4.3

Het tarief bedraagt voor bezorging van reisdocumenten, per bezorgmoment

6,70

 

Hoofdstuk 5 Rijbewijzen

Tarieven in €

5.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een rijbewijs bedraagt het tarief, genoemd in artikel 104b van het Reglement rijbewijzen, vermeerderd met de rijkskostencomponent, naar beneden afgerond op tien hele centen

volgt rijkstarief

5.2

Indien bij het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld bij punt 5.1 de spoedprocedure toepassing vindt, wordt een toeslag in rekening gebracht conform de door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat goedgekeurde RDW-rijbewijstarieven, naar beneden afgerond op tien hele centen

volgt rijkstarief

5.3

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een gewaarmerkte kopie van een Nederlands rijbewijs ten behoeve van het aanvragen van een chauffeurspas

9,20

 

Toelichting op de Verordening leges Publiekszaken Rotterdam 2026

Algemeen

De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet. Voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument, is de grondslag artikel 7 van de Paspoortwet. Vanaf 1 januari 1995 komt het begrip ‘leges’ niet meer voor in de Gemeentewet. De reden hiervan is dat er geen wezenlijke verschillen bestaan tussen leges en andere rechten. Het begrip ‘rechten’ in artikel 229 van de Gemeentewet omvat mede de leges.

 

In de verordening is ervoor gekozen de rechten ‘leges’ te blijven noemen, omdat het hier gaat om een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Bovendien gaat het in vrijwel alle gevallen om het in behandeling nemen van aanvragen e.d. en om het verstrekken van documenten.

 

De Verordening leges Publiekszaken bestaat uit twee onderdelen, namelijk de verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving van de belastbare feiten, de heffingsmaatstaven en de tarieven.

 

Het begrip ‘dienst’

Artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten onder andere rechten kunnen heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.

 

Het bepaalde in artikel 7, tweede lid, van de Paspoortwet stelt dat voor het verrichten van handelingen door de burgemeester van een gemeente ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument rechten kunnen worden geheven. Voor die handelingen kunnen geen andere dan deze rechten worden geheven. Het tarief van de rechten kan verschillen al naar gelang de leeftijd van de aanvrager, het feit of deze in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven, de soort en de geldigheidsduur van het reisdocument en de snelheid van de uitreiking.

 

Leges kunnen dus uitsluitend geheven worden voor, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Dit blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 9 december 1987 (nr. 24.892, BNB 1988/117, Belastingblad 1988, blz. 65).

 

Het begrip ‘dienst’ is niet nader gedefinieerd in de wet. Wel is in jurisprudentie, zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 13 april 1994, nr. 28 887, Belastingblad 1994, blz. 431, invulling gegeven aan het begrip ‘dienst’. Op grond van deze jurisprudentie wordt het standpunt ingenomen dat voor de vraag of er sprake is van een dienst doorslaggevend is of degene te wiens behoeve die dienst wordt verleend een individueel belang heeft bij die dienst. Dit individuele belang is in beginsel altijd aanwezig indien de dienstverlening wordt gevraagd. Is het algemene belang groter dan het individuele belang van de aanvrager, dan wel degene te wiens behoeve de dienst wordt verleend, dan is er geen sprake van een dienst die legesheffing rechtvaardigt.

 

Indien de dienst ambtshalve wordt verleend, is er naar het oordeel van de wetgever geen sprake van een dienst (Tweede Kamer, vergaderjaar 1989-1990, 21 591, nr. 3, blz. 78).

 

Ten slotte wordt opgemerkt dat het ‘verlenen’ van een dienst, zoals geformuleerd in de verordening, uitsluitend betrekking heeft op het in gang zetten van de dienstverlening. Er is dus sprake van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Bij het belastbaar feit voor de legesheffing gaat het altijd om een aanvraag. Er zijn bij de leges drie categorieën belastbare feiten te onderkennen, die in dit artikel zijn opgenomen en verder zijn uitgewerkt in de tarieventabel, namelijk:

  • a.

    Het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst. Voorbeelden: het in behandeling nemen van een aanvraag om eenmalig een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand te benoemen of een aanvraag om een rijbewijs.

  • b.

    Het verlenen van een dienst op aanvraag. Voorbeeld: een huwelijksvoltrekking.

  • c.

    Het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document. Voorbeelden: reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart.

De verordening kent zeer uiteenlopende diensten waarvoor leges worden geheven. Daarom is naast de in artikel 2 opgenomen algemene omschrijving van het belastbare feit voor iedere dienst afzonderlijk een verdere omschrijving van het belastbare feit in de tarieventabel opgenomen. Omdat artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt dat het voorwerp van de belasting en het tarief moeten zijn vermeld in de belastingverordening, mag er geen twijfel over bestaan dat de tarieventabel deel uitmaakt van de verordening. Vandaar dat de woorden ‘daarbij behorende’ zijn gebruikt. In de tarieventabel wordt dit eveneens uitdrukkelijk aangegeven.

De omschrijving van het belastbare feit is van belang voor de vraag of er een materiële belastingschuld ontstaat en het tijdstip waarop die belastingschuld ontstaat.

In de verordening is gekozen voor de laatste formulering. Dit heeft als voordeel dat leges al verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag.

 

Artikel 3 Belastingplicht

De belastingverordening moet vermelden wie de belastingplichtige is (artikel 217 van de Gemeentewet). Vanwege het uiteenlopende karakter van de verschillende diensten is gekozen voor een ruime omschrijving van de belastingplicht, om te voorkomen dat in bepaalde situaties geen belastingplichtige aangewezen zou kunnen worden. Vanuit de systematiek van de verordening ligt het voor de hand in eerste instantie de aanvrager in de heffing te betrekken. Als het niet mogelijk is een aanvrager als belastingplichtige aan te wijzen, bijvoorbeeld als de aanvrager duidelijk niet de belanghebbende is, dan kan degene voor wie de aanvraag is gedaan als belastingplichtige aangemerkt worden. Dit laatste zal zich niet snel voordoen omdat, zoals al eerder is geconstateerd, de aanvrager per definitie een belang heeft bij de dienstverlening of de handelingen.

 

Artikel 6 Wijze van heffing

Op grond van artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze. In de verordening is gekozen voor de heffing op andere wijze, omdat deze wijze van heffing wordt gekenmerkt door een grote mate van vormvrijheid, wat goed aansluit bij het karakter van de heffing van leges.

 

Artikel 7 Termijnen van betaling

Eerste lid

De dagtekening van de kennisgeving (bijvoorbeeld een stempelafdruk) is onder andere van belang voor de belastingplichtige in verband met de termijn waarbinnen hij bezwaar kan maken tegen het van hem gevorderde bedrag. Het tijdstip waarop uiterlijk betaald moet worden is van belang voor het eventueel in gang zetten van de dwanginvordering.

 

Tweede lid

Deze bepaling is van belang voor het einde van betaaltermijnen. Als de laatste dag voor de betaling een algemeen erkende feestdag, zondag of zaterdag is, schuift deze laatste betaaldag door het bepaalde in het tweede lid niet op naar de eerstvolgende werkdag.

 

Artikel 8 Kwijtschelding

Er wordt in het geheel geen kwijtschelding van leges verleend. De reden hiervan is dat het heffen van leges als een betaling voor een bepaalde prestatie van de gemeente is aan te merken.

Naar boven