Preventie- en handhavingsplan Alcohol (en andere genotmiddelen)

De gemeenteraad van Zaanstad,

 

gelet op

  • Algemene wet bestuursrecht

  • Algemene plaatselijke verordening Zaanstad (APV) 2013

  • Alcoholwet 2021

  • Opiumwet

 

Besluit vast te stellen het Preventie- en handhavingsplan Alcohol (en andere genotmiddelen

Inhoud

 

1 Inleiding

2 Waar staan we nu?

2.1 Alcohol en gezondheid

2.2 Wet en regelgeving

2.3 Stand van zaken alcohol en drugs en lachgas

2.4 Cijfers alcohol

2.4.1 Alcohol in relatie tot genotsmiddelengebruik (drugs en lachgas)

3 Evaluatie Preventie en handhavingsplan

3.1 Resultaten

3.2 Uitgevoerde activiteiten toezicht en handhaving

4 Waar willen we naar toe?

4.1 Doelgroepen

4.2 Aanpak

4.3 Doelstellingen

4.3.1 Doelstellingen preventie

4.3.2 Doelstellingen toezicht en handhaving

5 Wat gaan we doen?

5.1 Preventie wat gaan we doen?

5.2 Toezicht en handhaving wat gaan we doen?

5.2.1 Activiteiten toezicht en handhaving

5.3 Handhaving

6 Bijlage 1. Belangrijkste verandering Alcoholwet

7 Bijlage 2. Evaluatie uitvoering toezicht en handhaving

8 Bijlage 3. Interventies Brijder

 

1 Inleiding

 

Vanaf juli 2021 is de nieuwe Alcoholwet in gegaan. Deze wet komt in de plaats van de Drank- en Horecawet (DHW). De gemeente heeft daarnaast in 2021 een lokaal Preventie Akkoord gesloten met lokale en regionale partners. Daarmee is het nu een goede tijd om de werkwijze Alcohol (uit 2019) om te zetten in een Preventie- en handhavingsplan alcohol 2023- 2026.

 

De gemeente is volgens die wet verplicht om een Preventie- en handhavingsplan alcohol op te stellen. Het is verplicht het plan af te stemmen met het lokale gezondheidsbeleid. Hiermee wil de wetgever stimuleren dat gemeenten bij alcoholpreventie de verbinding maken tussen de beleidsterreinen Volksgezondheid en Veiligheid & Handhaving.

 

Met dit Preventie- en handhavingsplan Alcohol richten we ons op jongeren tot 18 jaar, hun ouders/opvoeders, begeleiders binnen de sportverenigingen, jongerenwerkers en verkopers van alcohol

 

Hoewel het wettelijk niet verplicht is, zoeken we in de uitvoering van dit Preventie- en handhavingsplan de verbinding met het gebruik van middelgenotsmiddelen onder jongeren, zoals drugs en lachgas. Het gebruik van deze genotsmiddelen kan (op latere leeftijd) leiden tot verslaving. In dit plan staat alcohol preventie vanwege de wettelijke plicht centraal en wordt waar mogelijk aandacht besteed aan de andere genotsmiddelen. In dit plan staat vanwege de wettelijke plicht de alcoholpreventie centraal en wordt waar mogelijk aandacht besteed aan de andere genotsmiddelen.

 

Opvattingen over alcohol en het gebruik ervan veranderen we niet van vandaag op morgen. Een succesvolle aanpak vraagt om langdurige inzet en om een aanpak waarbij diverse maatregelen samenhangend worden ingezet op het terrein van regelgeving, handhaving en voorlichting. Met dit Preventie- en handhavingsplan bouwen we verder op de aanpak die nu al loopt.

 

Wijzingen ten opzichte van het oude Preventie- en handhavingsplan alcohol die op basis van evaluatie tot stand zijn gekomen:

  • In dit plan is de sanctiestrategie en categorie indeling van overtredingen niet meer opgenomen. Deze onderdelen zijn nu opgenomen in de Horeca Sanctiestrategie en Sluitingenbeleid Zaanstad. In deze strategie staat beschreven op welke manier de burgemeester handelt wanneer er overtredingen worden geconstateerd bij onder meer horecabedrijven. Voor de meeste voorkomende overtredingen is vastgelegd welk sanctiemiddel wordt ingezet. Op deze wijze is er een eenduidige manier van optreden en voorkomen we willekeur.

  • In dit plan is geen gebruik meer gemaakt van een risicoanalyse om inzicht te verkrijgen waar de risico’s met betrekking tot het niet naleven van de wetgeving het grootst zijn. De ervaring leert dat het lastig is om met categorieën van horecabedrijven te werken. In de praktijk maken we juist onderscheid in commerciële en para commerciële horecabedrijven. De indeling in prioriteiten is vooral taakgericht.

 

Tot slot, in juni 2023 is er een motie aangenomen om in Zaanstad te starten met de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). OKO is een op jongeren gerichte genotmiddelenpreventie aanpak. Inhoudelijke is er overlap met de inzet vanuit het Preventie- en handhavingsplan Alcohol. De implementatieperiode van OKO start in januari 2024. Uitgangspunt bij de uitvoering van de aanpak is om voort te bouwen op al bestaande inzet. Gedurende de implementatieperiode wordt inzichtelijk welke consequenties de OKO aanpak heeft op de inzet zoals meegenomen in betreffend plan. Er zijn daarom geen wijzigingen in het plan opgenomen.

 

2 Waar staan we nu?

 

De afgelopen jaren is door GGD Zaanstreek-Waterland (GGD) in opdracht van de gemeente ingezet op preventie. Thuis, in de winkels, tijdens evenementen, op de sportvereniging en in de horeca is alcohol aanwezig. Alcohol staat bij veel mensen synoniem voor gezelligheid en vrije tijd. Gelukkig zien we dat jongeren steeds later beginnen met drinken en dat het steeds normaler is om alcoholvrij te drinken. Sinds 2013 is de daling van alcohol gebruik door jongeren langzaam ingezet. Ook uit de laatste cijfers van de GGD1 blijkt dat alcoholgebruik onder jongeren in de gemeente is gedaald sinds 2010, maar na de Coronacrisisjaren weer wat is toegenomen.

 

2.1 Alcohol en gezondheid

In de afgelopen jaren is de kijk op gezondheid verschoven richting ‘Positieve gezondheid’. Met deze nieuwe definitie van gezondheid verschuift de focus van aandoeningen en wat niet meer lukt, naar wat juist nog wel gaat en wat iemands potentieel is. Door deze nieuwe definitie krijgt men regie over zijn/haar eigen gezondheid, wat er ook toe leidt dat gezondheid bevorderende activiteiten meer vraaggericht moeten worden aangeboden. Ook worden oplossingen vanuit inwoners zelf belangrijker, met een meer faciliterende rol voor de gemeente. De verantwoordelijkheid wordt meer bij de burgers gelegd. Daarom spreken we in dit plan vooral over verantwoord alcohol gebruik en niet meer alleen van schadelijk of overmatig alcoholgebruik.

 

Waarom is een Preventie- en handhavingsplan alcohol nodig?

Alcohol is het meest gebruikte en meest wijdverbreide genotsmiddel in Nederland, terwijl het naast maatschappelijke ook talrijke gezondheidsproblemen levert. Zo kan (te veel) alcohol drinken zorgen voor ontremd gedrag, slecht slapen of een verslaving, maar ook voor geheugenverlies of zelfs een verhoogde kans op dementie. Er is nog steeds een grote groep jongeren, die begint met drinken voor hun 18e. Alcoholgebruik is één van de leefstijlfactoren die een grote impact heeft op de gezonde ontwikkeling van jongeren. En hoewel het drankgebruik bij jongeren daalt, drinkt nog steeds 1 op de 5 jongeren van 14 jaar wel eens grote hoeveelheden drank. De hersenen van jongeren en jongvolwassenen zijn nog volop in ontwikkeling. Overmatig alcoholgebruik beïnvloedt de fysieke en mentale ontwikkeling negatief. Alcohol vermindert schoolprestaties en maakt jongeren kwetsbaar voor ongewenste ervaringen zoals geweld. Jongeren die op vroege leeftijd drinken, lopen op latere leeftijd een hoger risico op het ontwikkelen van een alcoholprobleem. In tegenstelling tot jongeren zijn volwassenen de afgelopen jaren even veel blijven drinken.

 

Het blijft belangrijk dat we ons ervoor inspannen dat jongeren alcoholgebruik uitstellen tot hun 18e jaar. Het wijzigen van een norm kost tijd. We zijn op de goede weg, maar zullen ons moeten blijven inzetten.

 

2.2 Wet en regelgeving

Dit preventie en handhavingsplan staat niet op zich zelf. Een aantal wetten/beleidsnota’s biedt een kader, onderbouwing of stimulans voor dit plan. Dit zijn:

 

Alcoholwet

De nieuwe wet regelt onder meer dat ouders die voor hun kinderen onder de achttien jaar in de kroeg of het restaurant alcoholische drank kopen, strafbaar zijn. Ook vrienden die al wel achttien jaar zijn en datzelfde doen, riskeren een boete. Uit onderzoek blijk dat 97 procent van de jongeren de drank krijgt via ouders of oudere vrienden. Daarnaast komt er via de wet meer controle op de leeftijdsgrens bij het online kopen van alcohol en bij de bezorging ervan aan huis. Verder mogen prijsstunten in winkels met alcohol niet meer dan 25 procent van de reguliere prijs bedragen. Binnen de Alcoholwet is het mogelijk om aanvullende regels in de APV regelen. Zie voor bijlage 2 voor een overzicht van de belangrijkste veranderingen.

 

Beleidsregels evenementenvergunning

In deze beleidsregels is de werkwijze rondom evenementen binnen de gemeente vastgelegd. Alle informatie over evenementenvergunningen is gebundeld voor zowel organisatoren en de afdelingen binnen de gemeente.

 

Opiumwet

In deze wet staat alles over drugs. De wet maakt onderscheid tussen harddrugs (lijst 1) en softdrugs (lijst 2). De wet verbiedt voor de middelen uit lijst 1 en 2 de productie, verkoop en bezit. Voor lijst 2 is er juist een gedoogbeleid (uitzondering) voor de verkoop van softdrugs in de coffeeshops en de wietpilot. In de APV is een artikel (2.74) voor drugshandel op straat opgenomen om de overlast op straat tegen te gaan. De verkoop en gebruik van lachgas in de openbare ruimte is opgenomen in de APV (2.48a).

 

Nationaal preventieakkoord

Door roken, overgewicht en (onverantwoord) alcoholgebruik aan te pakken kan de gezondheid van heel veel Nederlanders verbeteren. Daarom heeft de Rijksoverheid samen met meer dan 70 maatschappelijke organisaties het Nationaal Preventieakkoord gesloten. Daarin staan meer dan 200 afspraken om Nederland gezonder te maken. Enkele maatregelen die in het preventieakkoord staan voor alcohol zijn:

  • Scholen en universiteiten zetten zich in om het alcoholgebruik onder jongeren en studenten terug te dringen.

  • Supermarkten mogen niet meer stunten met alcoholprijzen;

  • Jongeren moeten minder in aanraking komen met alcoholreclame. Voor 2021 komen de drankfabrikanten en verstrekkers van alcohol, zoals slijterijen, hiervoor met oplossingen.

  • In 2022 heeft 70% van de verloskundigen een training gevolgd om alcoholgebruik bespreekbaar te maken bij zwangere vrouwen.

  • Medewerkers en vrijwilligers die alcohol schenken in sportkantines moeten uiterlijk in 2025 een cursus doen, zodat ze zich kunnen houden aan de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop en zodat ze weten hoe om te gaan met dronken mensen. Bij jeugdwedstrijden wordt geen alcohol geschonken in de kantine.

 

Zaanse visie op Gezondheid

De ambitie van de Zaanse visie op gezondheid is dat Zaankanters zich positief gezond(er) voelen en gezonde keuzes kunnen en willen maken, in een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. Dit betekent dat mensen zich fit voelen, lekker in hun vel zitten en mee kunnen doen. Gezond gedrag en een gezonde leefstijl zijn of worden gewoon. De gezonde keuze wordt een gemakkelijke en aantrekkelijke keuze.

We willen dat kinderen opgroeien in een gezonde omgeving, dat de (fysieke) omgeving gezond gedrag stimuleert en dat de samenwerking tussen partners in de stad sterker wordt.

 

Zaans Preventieakkoord helpt Zaankanters om gezonde keuzes te kunnen maken

Het Nationaal Preventieakkoord is in Zaanstad volgens de lijn van de Zaanse visie op gezondheid vertaald naar Zaans Preventieakkoord. Met dit akkoord slaan de gemeente, ziekenhuis ZMC, GGD, Parteon, Rochdale, huisartsen, Zilveren Kruis, het Sportbedrijf en De Zaanse Uitdaging de handen ineen om Zaankanters te helpen een gezonde keuze te maken. De partijen gaan hun netwerken en programma’s beter verbinden en kennis en kunde delen.

Wij kiezen daarbij voor een brede aanpak van de achterliggende oorzaken van ongezond leven. Daarmee is dit preventieakkoord breder dan alleen te focussen op roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Gezonde keuzes zijn namelijk niet voor iedereen vanzelfsprekend. Helaas geldt dat ook voor inwoners die al wat kwetsbaarder zijn. Bijvoorbeeld voor mensen met een laag inkomen of voor kinderen die gezonde keuzes niet vanuit huis meekrijgen. Daarom werken we met dit akkoord samen juist aan de achterliggende oorzaken van ongezond leven en werken we ernaartoe dat gezond gedrag en een gezonde omgeving voor iedereen gewoon is.

Om onze inzet de komende 20 jaar te focussen kiezen we gezamenlijk als partners van het akkoord elke periode voor één thema waar we ons op inzetten. Voor de periode 2021-2023 is dat “gezonde keuze” te beginnen bij de jeugd. We sluiten aan bij bestaande bewezen programma’s, zoals Gezonde School.

 

2.3 Stand van zaken alcohol en drugs en lachgas

In dit hoofdstuk staat de stand van zaken in cijfers. Waarbij we de cijfers van Zaanstad vergelijken met de cijfers voor Zaanstreek-Waterland en die van Nederland. Hieronder lichten we een aantal cijfers toe, voor het volledige overzicht aan cijfers zie de cijferwebsite van de GGD ZW (button leefstijl en daarna button genotsmiddelen). De meest recente cijfers komen van de Coronamonitor van 2021.

 

2.4 Cijfers alcohol

Als we naar de landelijke cijfers kijken dan heeft 45% van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs ooit alcohol gedronken. Lager opgeleide jongeren drinken vaker en meer dan jongeren met hogere opleidingsniveaus. Vwo-leerlingen zijn de afgelopen vier jaar minder gaan drinken.

Wat ook opvalt, is dat wanneer jongeren eenmaal gaan drinken, ze vaak grote hoeveelheden alcohol nuttigen. De voorspelling is dat de verschillen in alcoholgebruik wellicht groter worden in de toekomst. Bij jongeren gaat alcohol drinken vaak samen met roken, drugsgebruik en onveilig seksueel gedrag. Deze clustering van ongezond gedrag is deels te verklaren door experimenteergedrag.

 

Alcoholgebruik jongeren

 

In het najaar van 2019 heeft GGD Zaanstreek-Waterland de Gezondheidsmonitor Jeugd uitgevoerd op de reguliere scholen voor voortgezet onderwijs in de regio. Iedere vier jaar houdt de GGD een jeugdmonitor. In het kader van Corona is een extra monitor uitgevoerd.

Leerlingen vulden online een vragenlijst in met allerlei vragen over hun gezondheid, welzijn en leefstijl. De cijfers uit de jeugdmonitor zijn vergeleken met de cijfers uit het jaar 2010. Dit omdat cijfers uit de jeugdmonitor in 2015 niet vergeleken kunnen worden met die van 2019/2020. In 2010 en 2019/2020 waren de jeugdmonitors anoniem afgenomen. In 2015 was dat niet het geval.

 

De jongeren van het voortgezet onderwijs uit klas 2 en klas 4 in Zaanstad hebben deelgenomen aan de jeugdgezondheidsmonitor van de GGD ZW. Tweedeklassers zijn voornamelijk 13 en 14 jaar en vierdeklassers zijn grotendeels 15 en 16 jaar oud.

 

Figuur 1 Heeft de laatste 4 weken alcohol gedronken (klas 2 en 4 opgeteld)

 

Het gebruik van alcohol onder de 2e en 4e klassers van het VO ligt lager dan het regionaal en landelijk gemiddelde. Ook is er ten opzichte van 2010 een flinke afname te zien. De coronamonitor van 2021 laat echter een toename zien.

 

Algemene trends

Zoals we bij elke vierjaarlijkse jeugdmonitor zien, neemt het alcoholgebruik tussen klas 2 en klas 4 toe. Ten opzichte van de regio en Nederland doet Zaanstad het gemiddeld beter. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de resultaten van leerlingen met een niet-westerse achtergrond, waarbij alcoholcijfers op alle uitgevraagde onderdelen significant lager zijn.

De Coronamonitor laat wel een toename zien in het alcoholgebruik in Zaanstad. Ook in de regio en in het land is een toename te zien.

 

Binge drinken

Binge-drinken is het af en toe, in korte tijd, een grote hoeveelheid alcohol drinken. Dat wil zeggen dat ze tenminste vijf of meer drankjes hebben gedronken bij één gelegenheid. Onder jongeren wordt de term gebruikt als het gaat om drinken om dronken te worden. Zoveel alcohol drinken in weinig tijd is natuurlijk erg onverstandig. Jongeren zijn vatbaarder voor de schadelijke effecten van alcohol dan volwassenen. Met name als het zwaar en langdurig alcoholgebruik betreft. Eén enkele ‘bingedrink sessie kan al negatieve effecten op de hersenen hebben, die doorgroeien tot het 25e levensjaar.

 

Gemiddeld heeft 14% in de afgelopen maand aan bingedrinken gedaan (in 2019 was dat 11%). Dat is wel al een stuk minder dan in 2010, toen was dit nog 67%. Er zijn geen verschillen tussen jongens en meisjes. De boodschap van NIX18 (niet drinken tot je 18de) heeft waarschijnlijk bijgedragen aan de daling. Daarnaast is het niet drinken of alcoholvrij drinken voor jongeren steeds meer normaal.

 

Figuur 2 Binge drinken in afgelopen 4 weken (cijfers 2021)

 

Invloed van ouders op alcoholgebruik

Ouders blijken invloed te hebben op het alcoholgebruik van hun kinderen. Het gaat bijvoorbeeld om voorbeeldgedrag van de ouders en het stellen van regels over alcohol.

Inde Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 geeft 68% van de jongeren uit Zaanstad die ooit alcohol hebben gedronken aan dat hun ouders dit gedogen. In 2019 was dit 66%. Onder gedogen verstaan we dat ouders het goed vinden, er niets van zeggen of het niet weten. Steeds meer Nederlanders vinden het normaal dat jongeren niet-drinken voor hun 18e. Meer ouders en kinderen maken de NIX afspraak. Ook is het drinken van alcoholvrij bier en wijn in veel omgevingen algemeen geaccepteerd.

 

Figuur 3 Ouders gedogen alcohol (vinden het goed, zeggen er niets van of weten het niet, klas 2 en 4 opgeteld)

 

Figuur 4 Ouders gedogen alcohol cijfers 2021

 

Hoe komen jongeren aan alcohol?

Uit landelijk onderzoek (Trimbos instituut) blijkt dat wanneer jongeren zelf geen alcohol (kunnen) kopen, het vaak ouders en vrienden zijn die hen alcohol geven.

De meeste jongeren die drinken zeggen de alcohol meestal van vrienden te krijgen (38%). Dat is hoger dan in 2015 (33%). Van de alcoholgebruikers koopt 6% meestal zelf alcohol. Dit is een lager percentage dan in 2015 toen 10% van de jongeren aangaf alcohol meestal zelf te kopen. Bijna een kwart (24%) van de jongeren die alcohol drinken zegt de alcohol meestal van zijn of haar ouders te krijgen. Dit is vrijwel onveranderd vergeleken met 2015 (26%).

 

Bijna één op de tien (9%) scholieren van 12 t/m 16 jaar drinkt tenminste wekelijks een alcoholvrij drankje. Het alcoholvrije bier is daarbij het populairste. Jongens drinken vaker (12%) alcoholvrije dranken dan meisjes (7%). Dit verschil is voornamelijk terug te zien in het gebruik van alcoholvrij bier (jongens 10%; meisjes 4%). Er zijn weinig significante verschillen tussen de leeftijden. Uitzondering daarop zijn de 16-jarigen, op deze leeftijd ligt het percentage gebruikers van alcoholvrije wijn en cider lager dan onder de 12-, 13- en 14-jarigen.

 

Verkoop alcohol

De prijs van alcohol is in de detailhandel aanzienlijk lager dan in horecagelegenheden. Voor jongeren zijn supermarkten en snackbars daardoor aantrekkelijk om alcohol te verkrijgen. Daarbij is sprake van een duidelijke relatie met het ‘indrinken’ en het alcoholgebruik van jongeren thuis. Ook veel alcohol gerelateerde problemen (overlast, vandalisme, uitgaansgeweld e.d.) kunnen herleid worden tot het gebruik van alcohol die via de detailhandel is verkocht. Slijterijen hebben een hogere toegangsdrempel (vanaf 18 jaar) en bovendien ligt de prijs hier vaak hoger. Tegenwoordig kunnen jongeren ook eenvoudig aan drank komen via de thuisbezorgkanalen en speciale apps’s waarmee je alcohol kunt bestellen. Het is lastig om hierop te controleren.

 

2.4.1 Alcohol in relatie tot genotsmiddelengebruik (drugs en lachgas)

In Zaanstad hebben we niet alleen te maken met (onverantwoord) alcoholgebruik door jongeren. Drugsgebruik onder minderjarigen is helaas ook een probleem.

 

Combinaties van alcohol en (soft)drugs kunnen de effecten van de afzonderlijke middelen versterken of tegenwerken. Hierdoor kunnen gevaarlijke wisselwerkingen ontstaan. De precieze effecten van combinatiegebruik zijn lastig te voorspellen, omdat de effecten per persoon verschillen. We weten echter dat drugs een zware belasting zijn voor het lichaam, vooral als het nog in ontwikkeling is. 2% van de jongeren heeft ooit harddrugs gebruikt. Dit percentage is het zelfde voor alle jongeren in Zaanstreek-Waterland.

 

Drugs

Figuur 5 Ooit hasj of wiet gebruikt (Klas 2 en 4 opgeteld)

 

Ten opzichte van de landelijke cijfers (8%) scoren de Zaanse jongeren gelijk. In grote lijnen komt het gebruik hasj of wiet meer voor bij 4e − dan bij 2e klassers. Jongens gebruiken vaker dan meisjes, hasj of wiet. Corona laat geen effect zien op het gebruik van softdrugs.

Figuur 6 De laatste 4 weken hasj of wiet gebruikt (cijfers 2021)

 

Het gebruik van cannabis leidt bij langdurig en regelmatig gebruik tot geestelijke afhankelijkheid en gezondheidsrisico’s, zoals luchtwegaandoeningen. Ook vermindert cannabisgebruik het reactievermogen, concentratievermogen en het kortetermijngeheugen. Dit kan onder meer leiden tot slechte schoolprestaties.

 

Lachgas

Naast wiet is lachgas ook een populair genotmiddel, waarin gelukkig wel een afname is te zien.

Figuur 7 Heeft ooit lachgas gebruikt (Klas 2 en 4 opgeteld)

 

Lachgas is een medicinaal middel voor tijdelijke verdoving. De voedingsindustrie gebruikt lachgas ook als drijfgas, bijvoorbeeld voor slagroomspuiten. Er is daardoor makkelijk aan te komen. Jongeren gebruiken het om een tijdelijke roes te krijgen. De bewustzijnsdaling lijkt een beetje op dronkenschap. Lachgas beïnvloedt de waarneming (vervorming van beeld en geluid) en geeft een gevoel van bijna-bewustzijnsverlies. Zodra er met de inname van lachgas wordt gestopt, verdwijnt het effect binnen 5 minuten. Tijdelijk zuurstoftekort veroorzaakt vermoedelijk een deel van de ongewenste effecten (duizeligheid (46%), verwardheid (27%), hoofdpijn (25%). De kans op klachten neemt toe naarmate de jongere lachgas vaker gebruikt. In Zaanstad heeft 6% van de jongeren ooit lachgas gebruikt. Hierin is geen verschil met regionale cijfers.

 

De Coronamonitor van 2021 laat een afname zien van lachgasgebruik t.o.v. 2019, eerder werd dit nog niet uitgevraagd.

In grote lijnen komt het lachgas meer voor bij:

  • 4e − dan bij 2e klassers.

  • Jongens dan bij meisjes.

 

Snus

Onder jongeren lijkt snus aan populariteit te winnen. Snus is vochtig tabak, verpakt in een klein zakje, dat onder de bovenlip gestopt wordt en na een tijdje weer wordt uitgespuugd. Voor Zaanstad zijn er nog geen cijfers bekend, maar regio Utrecht vond in hun jeugdmonitor dat 2% van de jongeren het ooit heeft gebruikt en 0,5% wekelijks of vaker. Uit onderzoek blijkt dat snusgebruik een sterk verhoogd risico geeft op neus- en mondkanker.

 

3 Evaluatie Preventie en handhavingsplan

3.1 Resultaten

In het vorige Preventie- en handhavingsplan waren concrete resultaten opgenomen voor wat betreft alcoholgebruik onder jongeren. Een voorbeeld hiervan is het percentage jongeren onder de 16 jaar dat nooit alcohol heeft gedronken in de regio ZW. In 2015, 2016 en 2019 is opnieuw door de GGD een jongerenmonitor afgenomen. Echter, heeft er een grote verandering plaatsgevonden in het ophalen van de gezondheidsinformatie. De informatie mocht alleen anoniem worden verstrekt, daardoor kan de informatie uit eerdere en latere monitoren niet vergeleken worden met de informatie uit de jongerenmonitor uit 2015 en 2016. Deze monitoren waren niet-anoniem. Om deze reden kunnen wij niet aantonen of de doelstellingen uit het eerste plan zijn behaald. Zie bijlage 1 voor de resultaten van de doelstellingen.

 

Tussen 2010 en 2019 is het alcoholgebruik onder jongeren in Zaanstad flink gedaald (respectievelijk 46% en 17%). Echter, is er ten opzichte van 2019 een toename te zien in 2021, respectievelijk 17% en 21%. Dit is in lijn met wat zorgpartners zien, zij geven aan dat problematiek rondom alcoholgebruik niet is afgenomen en misschien zelfs toeneemt. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat zij voornamelijk jongeren zien waarbij deze problematiek speelt.

 

Een zorgelijke ontwikkeling is dat 68% van de ouders in Zaanstad het drinken van alcohol bij hun kind gedogen. Deze ontwikkeling is landelijk zichtbaar. Ouders geven bijvoorbeeld aan dat verbieden niet past bij hun opvoedstijl. Uit onderzoek blijkt echter dat als jongeren duidelijke regels krijgen van hun ouders zij later starten met het drinken van alcohol.

Uit de cijfers van de afgelopen periode blijkt, dat het alcoholgebruik onder jongeren flink is gedaald. Echter, geven de zorgpartners aan dat de problematiek rondom alcohol en drugsgebruik onder de groep die zij zien niet is afgenomen en misschien zelfs toeneemt.

 

GGD Zaanstreek-Waterland heeft een aantal preventieve interventies ingezet op het voorkomen van (onverantwoord) alcoholgebruik onder jongeren. Deze richten zich o.a. op voorlichting aan jongeren en ouders. De projecten en campagnes die zijn uitgevoerd zijn: Gezonde School (themacertificaat Roken, alcohol- en drugspreventie) ofwel ‘Fris op school’, NIX18 campagne, IkPas campagne (30 dagen niet drinken) en Zien drinken, doet drinken campagne (voorbeeldfunctie ouders). Ook de landelijke wijziging van de wetgeving in de vorm van het verhogen van de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol en de landelijke NIX18 campagne spelen waarschijnlijk een grote rol in een eventuele daling.

 

3.2 Uitgevoerde activiteiten toezicht en handhaving

Om bij te dragen aan de doelstellingen uit het vorige preventie- en handhavingsplan zijn de afgelopen jaren diverse toezicht- en handhavingsactiviteiten uitgevoerd. Hieronder staan de belangrijkste vermeld.

 

In 2014 en 2015 is veel ingezet op voorlichting. Zo is er een bijeenkomst georganiseerd voor de supermarkten en slijterijen. Tijdens deze bijeenkomst zijn de regels van de DHW uitgelegd (o.a. verplichte ID-check).

 

In 2016 en 2019 zijn de kantines van sportverenigingen bezocht met als doel om de verenigingen te informeren over de horecaregels. Als een extra stimulans hebben alle sportverenigingen een informatiemap ontvangen over de regels, om te voldoen aan alle wettelijk verplichte voorschriften. Vanwege Corona hebben we in 2020 en 2021 niet gecontroleerd bij de sportkantines.

 

Vanaf 2015 controleerden de toezichthouders en de buitengewoon opsporingsambtenaren de evenementen waar jongeren aanwezig zijn. Denk hierbij aan de kermis van Assendelft en evenementen op Koningsdag. Wat naar voren komt uit de bevindingen is dat bij evenementen de directe verstrekking aan de bar lijkt te verbeteren. De organisaties zijn meer op de hoogte van de wet- en regelgeving. Bij de indirecte verstrekking, het kopen van alcohol door een volwassenen dat bestemd is voor jongeren, is dat anders. Dit gebeurt veelvuldig tijdens evenementen en in uitgaansgelegenheden. Dit blijkt een lastig probleem te zijn. Met name in de drukke horecagelegenheden is het moeilijk om deze overtredingen te constateren door toezichthouders of door het barpersoneel.

 

Naleefgedragonderzoek

De gemeente voert sinds 2015 jaarlijks testkoperonderzoeken uit om na te gaan of supermarkten, snackbars, slijterijen en avondwinkels geen alcohol aan jongeren verkopen. In een testkopersonderzoek controleren de toezichthouders de aankooppogingen van alcohol van jongeren. De boa (minderjarige) stagiaires proberen bij de verkooppunten alcohol te kopen.

 

Bij de verkoop van alcohol moeten de verkopers om de identiteitskaart (ID) van een persoon vragen. Uit de resultaten van de afgelopen jaren blijkt dat er een stijging is te zien in de naleving van deze regels. Landelijk is deze trend ook zichtbaar. Caissières van supermarkten vragen bijna altijd aan de klant om hun ID te tonen. Opvallend was dat in 2020 bij drie supermarkten en één slijterij onterecht alcohol is verkocht. Bij het vorige testkopersonderzoek hielden zij zich wel aan de regels. Verder zijn de snackbars ten opzichte van 2015 en 2016 de regels beter gaan naleven. Dit komt overeen met de landelijke trend. Ook de avondwinkels leven de regels vaker na. Op basis van de resultaten van 2018, 2019 en 2020 is de conclusie dat er een stijging te zien is in de naleving van de regels. Meer informatie is te vinden in bijlage 1.

 

Toezicht (jeugd)boa’s

De (jeugd)boa’s hebben de afgelopen jaren veel controles uitgevoerd op het nuttigen en het in bezit hebben van alcohol in de openbare ruimte. Uit de controles is naar voren gekomen, dat jongeren zich vaker in kleine groepen bevinden op hotspotlocaties dan wanneer ze met een grote groep zijn.

 

De jeugdboa’s hebben voornamelijk bestuurlijke strafbeschikkingen (proces-verbalen) uitgedeeld in de alcoholverbodzones. Het doel van de controles is jongeren te waarschuwen voor de risico’s van alcohol (en drugs) gebruik. In plaats van het opleggen van een bestuurlijke strafbeschikking, delen de jeugdboa’s vaker waarschuwingen uit aan jongeren. Daarbij gaan zij het gesprek aan met de jongeren over de gevaren van alcohol (en drugs) gebruik. De jeugdboa’s werken in de avond en in het weekend. Door afspraken met de meldkamer van de politie zijn zij ook direct inzetbaar bij meldingen van jeugdoverlast.

 

Met alle informatie bepalen de jeugdboa’s en de ketenpartners hoe ze de overlast aanpakken. Zo bezoeken de jeugdboa’s scholen en overhandigen zij persoonlijk brieven aan ouders en voeren tegelijkertijd thuisgesprekken met de ouders en de jongeren. Meer informatie is te vinden in bijlage 2.

 

Fris op School

GGD Zaanstreek‐Waterland en Brijder Jeugd hebben financiële ondersteuning van de gemeente ontvangen om in te zetten op genotmiddelenpreventie in Zaanstad via het project ‘Fris op School’, waarbij ook aandacht is voor ouders en leerkrachten. Voor meer informatie zie hoofdstuk 5.1.

 

4 Waar willen we naar toe?

4.1 Doelgroepen

Met dit Preventie- en handhavingsplan Alcohol richten we ons op jongeren tot 18 jaar, hun ouders/opvoeders, begeleiders binnen de sportverenigingen, jongerenwerkers en verkopers van alcohol.

 

Bij de uitvoering hiervan hanteren we de volgende normen en uitgangspunten:

  • Ouders en opvoeders nemen hun verantwoordelijkheid, ze geven het goede voorbeeld en zien erop toe dat hun minderjarige kinderen geen alcohol en drugs gebruiken.

  • Via het preventieakkoord, sportakkoord en Gezondheidsvisie stellen we in Zaanstad met onze partners samen doelen voor preventie op

  • Slijterijen, sportkantines, kerken, buurthuizen, avondwinkels, horeca, nachtclubs, supermarkten en alle andere alcoholverstrekkers houden zich aan de wet: géén alcoholverkoop aan jongeren onder de 18 jaar.

 

Het accent in dit plan ligt nadrukkelijk op de groep jongeren onder de 18 jaar en het ‘ binge-drinken’. Het is bekend dat de gezondheidsschade van alcoholgebruik het grootst is onder de 18 jaar. Jongeren onder de 18 jaar zijn fysiek nog niet geheel volwassen. Vooral de hersenen zijn nog volop in ontwikkeling. Alcohol kan deze ontwikkeling schaden. Waar het om gaat is dat jongeren veilig en gezond kunnen opgroeien. Het accent van de aanpak ligt op het versterken van beschermende factoren en het verminderen van risicofactoren.

Ouders hebben een belangrijke rol bij het drinkgedrag van hun kinderen. Wanneer zij het alcoholgebruik van hun kinderen gedogen en er niks over zeggen verandert er niets. Hiervoor is de landelijke campagne NIX18 opgericht. Alcoholverstrekkers kunnen een bijdrage leveren door geen alcohol te verkopen of te schenken aan jongeren.

 

4.2 Aanpak

Voor de aanpak hanteren we het preventiemodel van Reynolds (zie figuur 1) als uitgangspunt. Het preventiemodel kent 3 beleidspijlers, te weten:

  • 1.

    Educatie ;

  • 2.

    Regelgeving (grenzen stellen) en

  • 3.

    Handhaving (grenzen bewaken).

Figuur 1. preventiemodel Reynolds

 

De pijlers staan deels op zichzelf maar overlappen elkaar ook. Juist in de overlap zien we het preventiebeleid terug. Preventie en handhaving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het model laat zien dat bij de aanpak van alcoholproblemen en/of drugsproblemen verschillende type maatregelen nodig zijn om tot een succesvolle aanpak te komen.

 

Het is vrijwel onmogelijk de pijler Regelgeving goed in te zetten zonder hulp van de pijler Educatie (bewustwording) én van de pijler Handhaving. Educatie en bewustwording zijn daarom vooral nodig om draagvlak te creëren voor de te nemen maatregelen. Een regel zonder voldoende handhaving is een loze regel. Handhaving is essentieel voor de effectiviteit van de regelgeving. Het minder beschikbaar maken van alcohol is op zichzelf vaak niet populair onder het grote publiek en onder alcoholverstrekkers.

 

Het gebruik van alcohol en genotmiddelen is vaak het resultaat van een combinatie van factoren:

  • de persoon

  • de sociale omgeving

  • het aanbod van middelen en drank

 

Deze vormen samen een systeem dat uiteindelijk de keuze van de gebruiker bepaalt. Alcohol- en drugspreventie kan daarom nooit alleen op het individu gericht zijn. Het meest succesvol zijn strategieën die vooral de omgeving van de drinker en gebruiker beïnvloeden. In die omgeving van de (jonge) drinker spelen alcoholverstrekkers, scholen, en ouders een belangrijke rol. (Trimbos).

 

We richten ons bij de aanpak daarom op de verbinding tussen de verschillende domeinen: onderwijs, privé, het uitgaanscircuit, sportverenigingen en de openbare ruimte. De kans op succes wordt groter naarmate jongeren vanuit verschillende settings worden gestimuleerd om geen genotmiddelen te nemen. Dat betekent dat acties gericht op jongeren via de scholen lopen, maar ook via hun ouders, de vereniging waar ze sporten, de supermarkt waar ze hun alcohol willen kopen en de kroeg of club waar ze uitgaan. Ook het versterken van weerbaarheid,” ‘nee’ leren zeggen” en groepsdruk weerstaan zullen aandacht moeten krijgen bij jongeren. Dit bewustzijn is belangrijk voor het vergroten van het nalevingsgedrag en gezond opgroeien.

 

4.3 Doelstellingen

 

4.3.1 Doelstellingen preventie

Hieronder staan de doelstellingen voor deze beleidsperiode. Deze doelen zijn opgesteld in nauwe samenwerking met de GGD en Brijder. Voor de uitvoering van het gezondheidsbeleid zijn zij belangrijke partners. Zij voeren ook het merendeel van de activiteiten gericht op het voorkomen van alcoholgebruik uit.

 

Preventie van genotmiddelen heeft als doel het voorkomen dat jongeren gaan roken of drugs gebruiken en het uitstellen van alcoholgebruik.

  • Vergroten bewustwording van de gevolgen van middelengebruik bij jongeren, specifiek de leeftijdsgroep van 12 tot 16 jaar.

  • Versterken van de sociale norm onder jongeren dat middelengebruik niet vanzelfsprekend is, het leren omgaan met de verwachtingen van de groep en het leren maken van eigen keuzes.

  • Versterken bewustwording van ouders van hun rol bij genotmiddelen en ondersteunen van ouders rond opvoedvragen rond genotmiddelen.

  • Verbeteren van het signaleren van riskant middelengebruik onder jongeren.

  • Bewustwording binnen sportverenigingen over hun rol bij genotmiddelen preventie. Ondersteunen van sportverenigingen bij het ontwikkelen van alcohol- (en drugs) beleid en de communicatie daarover binnen de sportvereniging.

 

4.3.2 Doelstellingen toezicht en handhaving

De doelstellingen voor toezicht en handhaving zijn gericht op

  • Blijven inzetten op de controle om de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar door supermarkten, slijterijen snackbars, avondwinkels te verminderen;

  • Risico gestuurd handhaven zetten we toezichts- en handhavingscapaciteit in op naleving van de regels van de Alcoholwet en APV

  • Steekproefsgewijze controles op supermarkten en slijterijen door de boa’s.

  • Inzetten op preventieacties zoals bijeenkomsten voor ondernemers

 

5 Wat gaan we doen?

5.1 Preventie wat gaan we doen?

 

Hieronder beschrijven we op welke wijze en met welke acties de gemeente (onverantwoord) alcoholgebruik wil voorkomen. We gaan door met maatregelen die de afgelopen jaren succesvol waren.

 

Regionale samenwerking genotmiddelenpreventie

Gemeente Zaanstad neemt deel aan de regionale samenwerking genotmiddelenpreventie. Deze samenwerking is opgezet door GGD en Brijder Jeugd om universele preventieactiviteiten op regionaal niveau te kunnen aanbieden en inzet van genotmiddelenpreventie tussen/met gemeenten te bevorderen. Er is een jaarplanning genotmiddelenpreventie ontwikkeld die leidend is voor de regionale uitvoering van activiteiten, zoals webinars en campagnes. De campagnes die hieronder vallen zijn: IkPas, Zien Drinken Doet Drinken, Stoptober, NIX18 en 30dagengezonder. Het is ook mogelijk om per gemeente op maat extra activiteiten in te zetten.

 

School

De school is een belangrijke plek voor jongeren en hun ouders. De GGD biedt ondersteuning aan scholen bij het inzetten van de Gezonde School-aanpak. Vanaf 2019 is het Fris op school project uitgerold op alle VO scholen in Zaanstad. Fris op school werkt volgens de Helder op school-methodiek van het Trimbos Instituut. Helder op school (onderdeel van de Gezonde School) is een integrale aanpak om in te zetten op genotmiddelenpreventie in het onderwijs. GGD en Brijder doen dit samen met de scholen aan de hand van erkende interventies op de pijlers educatie, signaleren, schoolomgeving en beleid. Fris op school wordt voortgezet in 2023. Een onderdeel van ‘Fris op school’ is een nieuwsbrief gericht aan ouders en leerkrachten. Iedere maand worden onderwerpen besproken waar de verzorgers en leerkrachten betrouwbare informatie en adviezen uit kunt halen.

 

Op de basisschool wordt individueel 5 minuten extra voorlichting gegeven door de GGD Jeugd Gezondheidszorg (GGD JGZ) tijdens het Periodiek Geneeskundig Onderzoek (PGO) groep 7 aan leerlingen en hun ouders die het PGO bezoeken.

 

Op de middelbare school wordt individueel extra voorlichting gegeven door de GGD JGZ tijdens het PGO in de klassen 1 en 3 van de vmbo basisberoepsgericht-, kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg. Ook wordt voorlichting gegeven aan leerlingen van vmbo theoretische leerweg, havo en vwo in klas 1 en 3 die in de vragenlijst, voorafgaand aan het PGO, aangeven te veel te drinken voor hun leeftijd. Signalen van overmatig alcoholgebruik worden besproken met de school in een jaarlijkse nabespreking van de PGO’s. Tevens wordt jaarlijks aan het begin van het schooljaar de focus voor de PGO’s met de school besproken, waarbij school kan aangeven aan welke gezondheidsrisico’s extra aandacht te willen besteden. Hier kan zowel op individueel, als op populatie worden geadviseerd door de GGD.

 

Jongeren

Naast de activiteiten binnen het Fris op school project kunnen jongeren voor individuele Moti-4 gesprekken terecht bij Brijder Jeugd. In samenwerking met het Jongerenwerk kan worden ingezet op specifieke voorlichting binnen risicogroepen.

Een andere inzet vanuit Brijder Jeugd is de inzet van Unity Peers op evenementen waar veel jongeren op af komen. Vergunning aanvragers krijgen de aanbeveling om deze preventieve interventie in te zetten tijdens hun evenement. Jongeren geven hier voorlichting aan andere jongeren door een quiz over genotsmiddelen af te nemen.

 

Ouders en opvoeders

Via de Fris op school pijler Schoolomgeving vindt oudervoorlichting plaats, zowel online als offline. Vaak in de vorm van ouderavonden op school, soms i.c.m. inzet van een theatergroep. Altijd in aanwezigheid van Brijder Jeugd. Daarnaast worden maandelijkse nieuwsbrieven geschreven voor ouders en docenten en kunnen ouders deelnemen aan regionale webinars. Via Brijder Jeugd kunnen ouders individuele adviesgesprekken aanvragen of deelnemen aan de cursus: Help, mijn kind kan niet zonder.

 

Het volledige pakket aan preventie interventies dat Brijder Jeugd uitvoert binnen de gemeente Zaanstad zijn terug te vinden in het portfolio van Brijder Jeugd (bijlage 4).

 

Alle zwangere vrouwen in de regio ZW krijgen standaard informatie over de risico’s van alcoholgebruik en roken tijdens de zwangerschap van de verloskundige. Daarnaast kijken we naar voorlichtingsmogelijkheden tijdens de 22 weken vaccinatie door de GGD.

 

Sport

Naleving van de leeftijdsgrens en het verbod op doorschenken bij sportverenigingen is een extra uitdaging, omdat verenigingen met veel verschillende vrijwilligers en ouders werken. We gaan via Sportbedrijf Zaanstad de sportverenigingen actief wijzen op de gratis ondersteuning van de landelijke organisatie TeamFit. Zij kunnen helpen bij het verbeteren van het alcoholbeleid.

Daarnaast bieden we de sportverenigingen een leeftijdschecker NIX18 aan. Hiermee kunnen barvrijwilligers makkelijk nagaan of een klant 18 jaar is. Ook promoten we de digitale e-learning ‘Verantwoord alcohol schenken’ aan het barpersoneel.

 

Nieuwe genotsmiddelen

Bij de opkomst van nieuwe genotsmiddelen spelen Brijder en GGD hier direct op in door de nieuwe informatie op te nemen in hun voorlichtingsprogramma’s aan leerlingen, docenten en ouders.

 

5.2 Toezicht en handhaving wat gaan we doen?

 

5.2.1 Activiteiten toezicht en handhaving

Hieronder beschrijven we op welke wijze en welke acties de gemeente uitvoert met toezicht en handhaving om (onverantwoord) alcoholgebruik te verminderen.

 

Toezichthouders en boa’s van de gemeente Zaanstad zijn samen met de Nationale Politie belast met het toezicht op de naleving van de regels in de APV, Alcoholwet en beleidsregels.

Het toezicht op de naleving van de Alcoholwet vindt voornamelijk informatie- en aanbod gestuurd plaats. Dat wil zeggen dat de inzet van de capaciteit voor toezicht afhankelijk is van meldingen of bestuurlijke rapportages van de politie. Het gaat om informatie over vermoedens van aanwezigheid of verkoop aan jongeren, dronken personen in horeca, slecht deurbeleid of informatie uit controles.

 

Om effectief en doelmatig te werken is het nodig om verschillende vormen van toezicht in te zetten. Deze vormen van toezicht kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

 

Activiteiten uitgevoerd

integraal controleren van de horeca inrichtingen

Controle op de aanwezigheid van de vereiste en actuele vergunningen en het naleven van de in de vergunning gestelde voorschriften, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van portiers en leidinggevende, naleving van de terrasvoorschriften

Leeftijdscontrole

Controle op het verkopen en schenken van alcohol aan jongeren onder de 18. Controle op het bezit van alcohol door jongeren onder 18 jaar in de openbare ruimte en alcoholverbod zones. Het toezicht is gericht op hotspots, plaatsen waar en tijdstippen waarop jongeren zich met alcoholhoudende drank in de openbare ruimte bevinden

Controle bij evenementen

Steekproefsgewijs controleren bij evenementen waar jongeren komen op het schenken aan jongeren onder de 18 jaar en controleren op vergunningen/ontheffingen

Huisbezoek

Dronken jongeren op straat naar huis begeleiden en in gesprek gaan met ouders door jeugdboa’s

Projectmatige controles

Projectmatige controle bij de bijvoorbeeld para commerciële horecabedrijven (kantines van sportverenigingen) via bijvoorbeeld testkopersonderzoek

Incidentele controles

controles naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken

 

We gaan de aankomende jaren de mogelijkheden onderzoeken of we meer op preventie kunnen inzetten, bijvoorbeeld het organiseren van een bijeenkomsten voor ondernemers en scholen.

Om de beschikbare capaciteit gericht in te kunnen zetten bij de verschillende type horecabedrijven moeten keuzes worden gemaakt welke type horeca en onderwerpen meer en minder aandacht krijgen. Hoe we deze keuzes hebben gemaakt en welke taken prioriteit krijgen staat beschreven in het beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. In het jaarlijks op te stellen Uitvoeringprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving staat beschreven welke activiteiten de toezichthouder en boa’s dat jaar uitvoeren op het gebied van o.a. de Alcoholwet en APV.

 

5.3 Handhaving

Bij het constateren van een overtreding is het uitgangspunt dat de toezichthouder en boa’s handhavend optreden. De volgende handhavingsinstrumenten zijn beschikbaar:

 

  • Bestuurlijke strafbeschikking (proces-verbaal) laten opleggen door een boa;

  • Dwangsom (richt zich op herstel van de legale situatie)2;

  • Intrekken/schorsen van de Alcoholwet- vergunning3;

  • Intrekken exploitatie vergunning

  • Tijdelijk stilleggen van de alcoholverkoop;

  • Toepassen van bestuursdwang (sluiting, bezoekers verwijderen)4;

 

De sanctiestrategie is een belangrijk onderdeel van de handhaving. In de sanctiestrategie is vastgelegd hoe de gemeente reageert wanneer zij constateert dat de regels uit de APV/ Alcoholwet of andere wetten en beleidsregels niet worden nageleefd. Zie voor een nadere inhoud en toepassing van het sanctiebeleid het Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving en het Horeca Sanctiestrategie en Sluitingenbeleid Zaanstad. Met die kaders is het opleggen van de verschillende sanctiemiddelen transparant en eenduidig en voorkomen we willekeur. Om deze reden nemen we in dit plan geen sanctiestrategie op specifiek voor overtredingen van de alcoholwetgeving.

 

 

 

 

Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Zaanstad, 01-02-2024

De voorzitter

De griffier

6 Bijlage 1. Belangrijkste verandering Alcoholwet

Op 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet aangepast naar de Alcoholwet. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen in de Alcoholwet opgesomd.

 

  • 1.

    Verbod prijsacties

  • Prijsacties van meer dan 25% korting op alcoholhoudende drank in de detailhandel (fysiek en online) is niet meer toegestaan. Hieronder vallen bijvoorbeeld supermarkten, slijterijen en webshops.

  • Artikel 2a Alcoholwet

 

  • 2.

    Verbod op wederverstrekking

  • Volwassen zijn strafbaar indien zij op voor publiek toegankelijke plaatsen, zoals horeca en festivals, alcoholhoudende drank verstrekken aan minderjarigen.

  • Artikel 45a Alcoholwet

 

  • 3.

    Leeftijd testkopers in het kader van toezicht

  • Bij het toezicht op de naleving van het verbod voor minderjarigen om op publieke plekken alcoholhoudende drank in hun bezit te hebben, mogen gemeenten en de NVWA 16- en 17-jarige testkopers inzetten.

  • Artikel 45 lid 2 onder b Alcoholwet

 

  • 4.

    Online verkoop alcoholhoudende drank

  • Er dient een verplichte controle van de leeftijd bij het online bestellen van alcoholhoudende drank te zijn. Er dient een werkwijze te zijn waarmee wordt gewaarborgd dat de alcoholhoudende drank slechts wordt afgeleverd op het adres van de geadresseerde waarvan de leeftijd is vastgesteld doormiddel van een identiteitscontrole.

  • Artikel 20a Alcoholwet

 

  • 5.

    Aanwijzing alcoholoverlastgebied

  • In geval van ernstige aantasting van de openbare orde, de leefomgeving of de volksgezondheid, kan bij gemeentelijke verordening een gebied worden aangewezen als alcoholoverlastgebied. In de verordening kan worden bepaald dat:

    • -

      de verstrekking van zwakalcoholhoudende drank vanuit bepaalde verkooppunten verboden of beperkt wordt;

    • -

      aanvragen voor een vergunning op grond van de Alcoholwet geweigerd kunnen worden; of

    • -

      bepaalde verboden of beperkingen worden opgelegd.

  • Artikel 25f Alcoholwet

 

  • In zo’n gebied gelden dan verboden of beperkingen ten aanzien van de verkoop van alcohol. In heel Zaanstad zijn gebieden aangewezen waar een alcoholverbod al geldt. In zo’n gebied mag je geen alcohol drinken en mag je geen aangebroken flessen of blikjes met alcoholhoudende drank bij je hebben. Ook is het verboden om buiten deze gebieden alcohol te drinken in de openbare ruimte als dit overlast veroorzaakt. Zie de link voor de gebieden https://www.zaanstad.nl/mozard/document/docnr/2087913

  • We nemen een dergelijke bepaling (vooralsnog) niet in de APV op. Tenzij er een beargumenteerde behoefte bestaat om alcoholverstrekking op bepaalde locaties aan banden te leggen.

 

  • 6.

    Sociale hygiëne

  • Een leidinggevenden van een horecabedrijf of slijterij moet ingeschreven staan in het Register sociale hygiëne. Deze inschrijving bestond al, maar kan nu enkel geschieden op basis van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de leidinggevende beschikt over voldoende kennis en inzicht in sociale hygiëne, niet op basis van een verklaring van vakbekwaamheid.

  • Artikel 8 lid 3 Alcoholwet

 

  • 7.

    Alcoholhoudende drank op vervoermiddelen

  • Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat op vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van personen en waarop bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, een medewerker aanwezig zal moeten zijn die beschikt over voldoende kennis en inzicht in sociale hygiëne.

  • Artikel 25g Alcoholwet

 

  • Om de overlast van bijvoorbeeld bierfietsen of partyboten te beperken kunnen we dit ook in de APV opnemen. Zoals dat op dergelijke vervoermiddelen iemand aanwezig moet zijn die in het bezit is van een diploma sociale hygiëne. Let wel: in dat geval gaat het toezicht op het alcoholgebruik op de betreffende vervoermiddelen over van de NVWA naar de gemeente. Er is tot nu toe geen wens om deze bepaling op te nemen en daarmee het toezicht van de NVWA op deze vervoermiddelen over te nemen. Te meer omdat bovenstaande vervoermiddelen binnen de gemeente weinig voorkomen. We nemen dit onderwerp (nog) niet op in de APV.

 

  • 8.

    Vervallen inrichtingseisen

  • Inrichtingseisen voor horeca en slijterijen die grotendeels onnodig aanvullend zijn op de algemene eisen uit het Bouwbesluit vervallen. Bijvoorbeeld: eisen over elektriciteit en ventilatie in horeca. Ook gedateerde regels die niet meer proportioneel zijn in relatie tot het waarborgen van de volksgezondheid, zoals de verplichte aanwezigheid van twee toiletgelegenheden, vervallen. Gemeenten kunnen een hoger vloeroppervlakte eisen dan in de Alcoholwet staat. De minimale oppervlakte-eisen voor een horeca- of een slijterslokaliteit, is respectievelijk minimaal 35 m2 en 15 m2. Deze afmetingen staan in de Alcoholwet. Er is binnen de gemeente niet gebleken dat er een wens is tot het verhogen van het minimum vloeroppervlak van horeca en slijterijen. De oppervlakte-eisen uit de wet volstaan nu. Een wijziging (een verhoging van de minimumeisen) zou bovendien vraagstukken kunnen opleveren bij overnames van bedrijven. Ook bestaat in een dergelijk geval de kans dat de verkopende partij zijn pand niet meer als horecapand kan aanbieden en daardoor schade lijdt. En dan een beroep doet op nadeelcompensatie. We laten de minimale vloeroppervlakte uit de Alcoholwet vooralsnog ongemoeid.

 

7 Bijlage 2. Evaluatie uitvoering toezicht en handhaving

In de gemeente Zaanstad maken wij onderscheid in verschillende type horecabedrijven.

 

Detailhandel daar vallen onder:

  • 1.

    Supermarkten;

  • 2.

    Slijterijen;

  • 3.

    Avondwinkels

  • 4.

    4, Snackbars

  • 5.

    Warenhuis (Hema)

Bij dit type horeca is de aankoop van alcohol door minderjarige een aandachtspunt.

 

Commerciële horecabedrijven daar vallen onder:

  • 5.

    Kroeg/ Café;

  • 6.

    Restaurant;

  • 7.

    Zalencentrum/zalenverhuur;

  • 8.

    Clubs (zware horeca).

Bij dit type horeca is het naleven van de leeftijdgrens en doorschenken bij dronkenschap een aandachtspunt.

 

Para commerciële horecabedrijven daar vallen onder:

  • 9.

    Sportverenigingen met kantine;

  • 10.

    Buurthuis/dorpshuis.

  • 11.

    Kerk

Bij dit type horeca is niet naleven van de leeftijdgrenzen van schenken van alcohol en organiseren van feesten een aandachtspunt.

 

Overige horeca bedrijven:

  • 12.

    O.a. cateraar en thuiscateraar, take Away (coffee to go)

Bij dit type horeca is het niet naleven van de leeftijdgrenzen en niet toegestane bijeenkomsten/activiteiten organiseren een aandachtpunt.

 

Evenementen

  • 13.

    grote evenementen die verspreid zijn over een groot gebied en specifieke middel grote evenementen en kermissen.

Bij dit type horeca zijn het drinken van alcohol op straat onder 18-jarigen, niet naleven van de leeftijdgrens, openbaar dronkenschap en daarbij gerelateerde overlast, aandachtpunten.

 

Waar liggen de horeca bedrijven?

In het horecaconcentratiegebied Zaandam Centrum bevinden zich veel restaurants, cafés, brasserieën en discotheken. Daarbij is verdeling van horeca:

  • Café bedrijf 33%;

  • Restaurantbedrijf 25%;

  • Café́-restaurant 7%;

  • Café́ met dansgelegenheid (disco) 12%;

  • Grillbar, fastfood, diner, kebab 10%;

  • Overige functies 10%.

 

Onder de categorie "overig" vallen functies als: theater, speelautomatenhal, koffiehuis, zalenverhuurbedrijf, loungebar. De horecagelegenheden trekken veel bezoekers van buiten Zaanstad.

In dit gebied is vooral in het weekend sprake van een vermenging van bezoekersstromen. Zo ontmoeten restaurantbezoekers en uitgaanspubliek elkaar in dit gebied. Veel voorkomende problemen in dit gebied zijn:

  • Niet naleven van terrasvoorschriften (uitbreiding terras/ langer openhouden van het terras);

  • Niet houden aan de sluitingstijden (langer open blijven/ bezoekers toelaten);

  • Geluidoverlast (meldingen van omwonenden);

  • Schenken van alcohol aan minderjarigen;

  • Openbare orde gerelateerde zaken zoals drugsdelicten, witwassen en vechtpartijen.

 

Het horecaconcentratiegebied Krommenie is kleiner dan het horecaconcentratiegebied in het centrum van Zaandam. De cafés liggen op ruimere afstand van elkaar en worden gescheiden door woningen. De bezoekersstroom van de cafés komt daardoor langs woningen. De samenkomst van groepen jongeren uit verschillende dorpskernen in dit gebied zorgt soms voor problemen. Verder vermengen jongeren en ouderen zich rondom de verschillende horecazaken. In dit gebied is dezelfde problematiek als in het Centrum te zien.

 

In andere delen van de stad zijn kleinere concentraties van horecabedrijven zonder dat er sprake is van een horeca concentratiegebied zoals hiervoor genoemd. In Zaanstad Noord concentreert het uitgaansleven zich rond enkele horecabedrijven in de Noorderhoofdstraat en Zuiderhoofdstraat te Krommenie. In Wormerveer zijn enkele gebieden met een hogere horecadichtheid (Marktplein en omgeving). Verder liggen er in Zaanstad verspreidt ook veel horeca.

 

Resultaten

Tabel 1. Overzicht resultaten toezicht

Activiteit

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

Aantal gecontroleerd horeca bedrijven

105

29

 

66

119

104

74

171

126

29

Aantal aankooppogingen bij commerciële inrichtingen met minder jarige testkopers

 

6

10

-

6

17

15

111

0

Aantal controles bij sportkantines

-

1

10

-

6

17

10

 

0

aantal leeftijd controles slijterijen en supermarkten

0

0

68

131

60

68

172

160

120

Aantal bestuurlijke strafbeschikkingen/HALT jongeren bezit alcohol

-

2 HALT

52

11

 

 

10

7

6

13

11

 

Aantal bestuurlijke strafbeschikkingen/HALT-jongeren bezit alcohol

In 2019 hebben de jeugdboa’s nauw samengewerkt met diverse partners om de overlast van jongeren aan te pakken. Er werd op diverse hotspot locaties toezicht gehouden en waarschuwingen uitgedeeld. Zo zijn er in totaal op deze diverse hotspots 11 bestuurlijke strafbeschikkingen uitgedeeld aan jongeren onder de 18 die in bezit waren van alcohol in openbare ruimtes. Dit cijfer was nog hoger in 2020. In 2020 zijn er 52 bestuurlijke strafbeschikking uitgeschreven aan jongeren onder de 18 die in bezit waren van alcohol op diverse hotspots in de openbare ruimte. Tijdens de surveillance van de boa’s gaan ze langs de plekken waar geen alcohol mag worden genuttigd.

 

In 2021 hebben de jeugdboa’s voornamelijk sancties opgelegd voor onder andere doelloos rondgangen, niet tonen van een identiteitsbewijs of zich ophouden in een garage of portiek. Wel gaven de jeugdboa’s eerder waarschuwingen aan de jongeren dan dat zij een sanctie opleggen.

 

Testkopers onderzoek

In de tweede helft van 2015 is er een testkopers onderzoek uitgevoerd naar het verstrekken van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar. Van de 111 kooppogingen lukte dat 73 keer.

 

In 2017 is ook een steekproef houden met jonge testkopers. Dit gebeurde bij eerder gecontroleerde snackbars en avondwinkels alcohol in 2016. In totaal zijn 2 avondwinkels, een lunchroom en dertien snackbars gecontroleerd. Twee snackbars, een avondwinkel en een lunchroom hielden zich niet aan de regels. Eén avondwinkel en een snackbar verbeurde hun opgelegde dwangsom uit 2016.

 

Bij tien verschillende bedrijven is er in het begin van 2020 een testkopers onderzoek uitgevoerd. Dit gebeurde bij drie supermarkten, twee slijterijen, twee snackbars, twee avondwinkels en een warenhuis. Tijdens het testkopers onderzoek hebben minderjarige testkopers geprobeerd om alcohol te kopen. Bij zes van de tien bedrijven verkochten zij alcohol aan de testkopers. Opvallend was dat bij de drie supermarkten en één slijterij alcohol is verkocht, die bij het vorige testkopers onderzoek wel de regels naleefden. Het warenhuis was voor de eerste keer meegenomen en verkocht ook alcohol aan de testkopers. Verder had één van de twee snackbars tijdens dit onderzoek alles op orde en leefde de regels na. Bij de zes bedrijven is er een last onder bestuursdwang opgelegd. In 2021 is verder geen testkopers onderzoek uitgevoerd, behalve bij de zes bedrijven die in 2020 een last onder bestuursdwang kregen opgelegd. In 2022/20223 controleren wel deze bedrijven nog een keer.

 

Controles bij Sportkantines

In 2015 zijn 28 kantines van sportverenigingen gecontroleerd op de voorschriften uit DHW, zoals aanwezigheid van de drank- en horecawetvergunning, registratie van personen met een cursus verantwoord alcoholschenken en juiste wijze aangegeven van leeftijdsgrenzen (niks onder de 18 jaar). Bij de eerste meting in 2014 voldeed geen van de sportkantines aan de geldende wet- en regelgeving. Bij de tweede meting in 2015 was het naleefgedrag opgelopen tot 60%. Als extra stimulans om te voldoen aan alle wettelijk verplichte voorschriften hebben alle sportverenigingen een informatiemap ontvangen over de toen nog geldende DHW.

 

De toezichthouders hebben in het eerste kwartaal van 2020 tien controles uitgevoerd bij de sportkantines. Tijdens het controlebezoek werd gekeken of de beheerders aan alle vereisten voldeden. Vanwege COVID-19 waren de sportkantines dicht gegaan en konden er geen (her)controles uit worden gevoerd. In 2021 bleven de sportkantines ook dicht, waardoor er opnieuw geen (her)controles werden uitgevoerd. In 2023 starten we met een project sportkantines en alcohol.

 

Verkoop van alcohol bij supermarkten en slijterijen aan minderjarigen

In 2017 zijn er 86 supermarkten en slijterijen gecontroleerd op verkoop voor jongeren. Dit is gehalveerd ten aanzien van 2016. Toen waren er maar liefst 172 controles uitgevoerd. Uit de resultaten van de testkopersonderzoeken blijft dat er een stijging is te zien in de naleving van de regels. Er zijn daarom in 2017 minder controles uitgevoerd.

 

In 2019 zijn er 131 leeftijd controles op de verkoop van alcohol aan jongeren bij supermarkten en slijterijen uitgevoerd. Dit aantal is verdubbeld ten opzichte van de 60 controles die zijn uitgevoerd in 2018. Tijdens de controles zijn er 7 overtredingen gezien, de boa’s hebben de bedrijfsleiders een waarschuwing hiervoor gegeven. Tijdens de surveillance van de boa’s nemen ze plekken mee waar geen alcohol genuttigd mag worden. Op deze plekken zijn alcoholverbodsborden aanwezig. De boa’s zijn in 2019 opgeleid om op de toen nog geldende Drank- Horecawet (DHW) te controleren in tegenstelling tot 2018.

 

Door de komst van Corona is er maar tot maart 2020 gecontroleerd op de verkoop van alcohol aan jongeren bij supermarkten en slijterijen. Na maart lag de focus van de boa’s op de verkoop van alcohol na 20.00 uur in verband met de Coronaregels. Door de Corona konden in 2021 weer geen controles worden uitgevoerd op de verkoop van alcohol aan jongeren bij supermarkten en slijterijen. Door de inzet van de boa’s op de Coronamaatregelen zijn er ook geen bestuurlijke strafbeschikkingen opgelegd aan jongeren. Doordat de boa’s wel nog tijdens hun surveillance plekken meenemen waar alcoholverbodsborden aanwezig zijn, hebben ze twee jongeren doorverwezen naar bureau Halt voor het in bezit hebben van alcohol in de openbare ruimte.

 

In 2021 is vanwege Corona niet gecontroleerd op de verkoop van alcohol aan jongeren bij supermarkten en slijterijen. Vanwege de inzet van de jeugdboa’s op de Coronamaatregelen zijn er geen bestuurlijke strafbeschikking aan jongeren opgelegd voor het in bezit hebben van alcohol. Twee jongeren zijn doorverwezen naar bureau Halt voor het in bezit hebben van alcohol in de openbare ruimte.

 

Toezicht en handhaving bij horecabedrijven

In Zaanstad zijn naar schatting 430 horeca bedrijven met vergunning. Het aantal gecontroleerde horecabedrijven zijn in 2015 verviervoudigd ten opzichte van 2014. In 2015 zijn er 126 controles uitgevoerd. In 2015 waren het er 29. Er was in 2015 extra aandacht besteed aan de commerciële horeca inrichtingen (cafés en bars) om ervoor te zorgen dat dat de omgeving minder overlast zou ervaren. De controles waren gericht op geur, geluid, afval, schenken van alcohol en aanwezigheid van leidinggevende(n)/portier(s). In 2016 zijn er meer (171) horecabedrijven gecontroleerd dan in 2015. Dat komt overeen met 40% van alle horeca inrichtingen. In 2016 was er ook meer aandacht aan de commerciële horeca besteed, om te de overlast te verminderen voor de omgeving. De nauwe samenwerking tussen de gemeente en politie en de stevigere aanpak van overtreders heeft effect gehad. De politie heeft namelijk minder verzoeken tot bestuurlijke maatregelen aan de gemeente gedaan. Er kan heel voorzichtig gezegd worden dat het naleefgedrag bij een aantal bedrijven in 2016 is verbeterd. Echter gaat het niet alleen om de naleving van de DHW. Het cijfer zegt iets over het aantal inrichtingen dat is gecontroleerd en niet over het aantal uitgevoerde controles. Dat ligt vele malen hoger. Verder zijn er net zoals in 2014 in 2015 een aantal horeca bedrijven voor een aantal weken gesloten.

 

Er is in 2017 extra ingezet op een veilig verloop van de evenementen. Om ervoor te zorgen dat deze minder overlast verzorgen voor de omgeving. Hierdoor zijn er in 2017 maar 74 horecabedrijven gecontroleerd, dit ligt veel lager dan in 2016. De Zaanse politie controleert elk weekeinde structureel binnen de horeca concentratiegebieden. Ze controleren op de sluitingstijden van horecabedrijven en op de terrassen. Zo kreeg de gemeente 11 bestuurlijke rapportages van de politie over de sluitingstijden en overtredingen van terrassen. In een aantal gevallen leidde dit tot het starten van handhavingstrajecten en tot sluiting van horecabedrijven voor een aantal weken. In 2018 waren er 104 horecabedrijven gecontroleerd.

 

In 2019 zijn er in totaal 119 horecabedrijven gecontroleerd. Dit komt overeen met 28% van alle horeca bedrijven. Dit aantal wat ook gepland voor 2019. Het cijfer zegt iets over het aantal inrichtingen dat is gecontroleerd niet over het aantal uitgevoerde controles. Toezichthouders hebben op eigen waarnemingen in dit jaar in totaal 131 controles uitgevoerd. Dat zijn er meer dan in 2018. Toen waren er 124 controles uitgevoerd. De controles waren gericht op geur, geluid, sluitingstijden, aanwezigheid leidinggevende en schenken van alcohol.. De gemeente kreeg hierdoor 20 bestuurlijke rapportages van de politie over de sluitingstijden en overtredingen van terrassen. Dit aantal is veel minder dan de 92 bestuurlijke rapportages in 2018. De bestuurlijke rapportage heeft in enkele gevallen geleid tot het starten van handhavingstrajecten en sluitingen van horecabedrijven voor een aantal weken. Het blijkt dat de nauwe samenwerking met de politie en een steviger aanpak van overtreders effect heeft gehad. Het leidde ertoe dat de politie minder verzoeken tot bestuurlijke maatregelen heeft gedaan aan de gemeente. De zaken die wel overgedragen werden waren complexer.

 

Binnen het horecatoezicht stond in 2020 de controle op de Coronaregels centraal. Er waren in 2020 geen evenementen waarop toezicht houden noodzakelijk was.

Vanwege dezelfde Corona regels was de horeca voor lange tijd gesloten. In 2020 konden de toezichthouders dan ook veel minder (66) horecabedrijven controleren. Van de naar schatting 430 horeca inrichting met een vergunning is 15% van de bedrijven integraal gecontroleerd. Dat komt niet overeen met doelstelling om volgens VTH-beleid 1/3 van alle inrichtingen te controleren. Het cijfer zegt iets over het aantal bedrijven dat is gecontroleerd niet over het aantal uitgevoerde controles. Op basis van eigen waarnemingen hebben toezichthouders 89 controles uitgevoerd. De controles waren gericht op geur, geluid, sluitingstijden, aanwezigheid leidinggevende en schenken van alcohol.

 

Bij alle evenementen die in 2021 hebben plaatsgevonden is toezicht gehouden (o.a. meerdaagse Kinderkermis in ’t Veldpark en diverse kleinere evenementen tijdens Koningsdag). Vanwege dezelfde Coronaregels was de horeca voor lange tijd gesloten. In 2021 konden de toezichthouders dan ook veel minder (18) horecabedrijven controleren. Van de naar schatting 430 horeca inrichting met een vergunning is 6% van de bedrijven integraal gecontroleerd. Dat komt niet overeen met doelstelling om volgens VTH-beleid 1/3 van alle inrichtingen te controleren. Dit heeft onder andere te maken met de inzet op corona. Op basis van eigen waarnemingen hebben toezichthouders 61 controles uitgevoerd. De controles waren gericht op geur, geluid, sluitingstijden, aanwezigheid leidinggevende en schenken van alcohol.

 

De toezichthouders hebben in 2022 een inhaalslag gemaakt in de controles bij de horecabedrijven. Dat komt overeen met doelstelling om volgens VTH-beleid 1/5 van alle inrichtingen te controleren. De controles gaan niet alleen om de Alcoholwet maar ook over de APV. Het cijfer zegt iets over het aantal bedrijven dat is gecontroleerd niet over het aantal uitgevoerde controles. Op basis van eigen waarnemingen hebben toezichthouders 131 controles uitgevoerd. De controles waren gericht op geur, geluid, sluitingstijden, aanwezigheid leidinggevende en schenken van alcohol. De toezichthouders hebben in 2022 geen controles uitgevoerd bij sportkantines. De controles gaan we uitvoeren in 2023 via een preventieproject. In 2022 is ook geen testkopers onderzoek uitgevoerd. Bij de 6 bedrijven die in 2020 is een last onder bestuursdwang kregen opgelegd hebben we in 2022 een (her)controle uitgevoerd.

 

8 Bijlage 3. Interventies Brijder

Onderstaande weergave biedt een overzicht van interventies die Brijder inzet ten behoeve van genotmiddelenpreventie.

 

 

 

 

 

 

Naar boven