Wegsleepverordening gemeente Buren 2025

De raad van de gemeente Buren;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2025;

gelet op artikel 149 Gemeentewet, artikel 173, tweede lid Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen;

Besluit:

vast te stellen de:

Wegsleepverordening gemeente Buren 2025

Artikel 1 Begrippenlijst

In deze wegsleepverordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bevoegde functionaris: toezichthouder van de gemeente Buren, gemandateerde buitengewoon opsporingsambtenaar en/of de gemandateerde executieve politieambtenaar;

  • b.

    buitengewoon opsporingsambtenaar: ambtenaar in dienst van de gemeente Buren bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang met betrekking tot de wegsleepregeling;

  • c.

    executieve politieambtenaar: politieambtenaar bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang met betrekking tot wegsleepregeling;

  • d.

    berger: het wegsleepbedrijf dat gemandateerd is tot uitvoering van de Wegsleepverordening gemeente Buren; de berger is belast met zowel het wegslepen, bewaren als teruggave van voertuigen;

  • e.

    rechthebbende: de eigenaar of houder van een voertuig;

  • f.

    bewaarder: het bedrijf dat gemandateerd is om het weggesleepte voertuig te bewaren.

Aantreffen foutief geparkeerd voertuig

Artikel 2 Wegsleepwaardige voertuigen

Een voertuig is wegsleepwaardig:

  • a.

    indien er sprake is van overtreding van Hoofdstuk 5 afdeling 1 parkeerexcessen van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Buren;

  • b.

    bij een overschrijding van een verkeersregel én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:

    • i.

      de veiligheid op de weg en/of;

    • ii.

      de vrijheid van het verkeer en/of;

    • iii.

      het vrijhouden van de wegen of weggedeelten, zoals aangewezen in het ‘Besluit wegslepen van voertuigen’ (Staatsblad 2001, nr.353) en waarop de gemeentelijke wegsleepregeling van toepassing is;

  • c.

    indien een voertuig geparkeerd staat op een plek wat geen officiële parkeerplaats is;

  • d.

    indien een voertuig onjuist geparkeerd staat;

  • e.

    indien een voertuig lang op 1 plek juist geparkeerd staat, er een kentekencheck gedaan kan worden, het voertuig verzekerd is, het voertuig APK gekeurd (geldig) is, er contact mogelijk is met de eigenaar en er geen directe noodzaak is, dan kan het voertuig pas weggesleept worden indien deze aantoonbaar langer dan 6 maanden geparkeerd staat;

  • f.

    indien een voertuig langer dan 6 weken op 1 plek geparkeerd staat, het een buitenlands kenteken betreft en/of er geen geldig APK op zit, het niet verzekerd is of er geen kentekencheck gedaan kan worden, dan kan het voertuig weggesleept worden ook al is er geen directe noodzaak. Wel dient duidelijk te zijn dat het voertuig langer dan 6 weken op dezelfde plek staat.

Artikel 3 Reikwijdte wegsleepregeling

  • 1.

    Ingevolge artikel 170 eerste lid sub c. van de wet, juncto artikel 2 van het Staatsbesluit (Staatsblad 2001, nr. 353), juncto artikel 2 van de wegsleepregeling gemeente Buren, kan in de gemeente Buren van alle wegen en weggedeelten een voertuig worden weggesleept.

  • 2.

    In de meeste gevallen gaat het om wegen of weggedeelten met onderstaande verkeersregels:

    • a.

      wegen en weggedeelten waar parkeren en stilstaan geregeld is door middel van de E-serie van bijlage 1 van het RVV 1990;

    • b.

      wegen en weggedeelten die gesloten zijn door middel van de C-serie van bijlage 1 van het RVV 1990;

    • c.

      voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of G11 van bijlage 1 bij het RVV 1990.

Artikel 4 Noodzaak

Het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, is in beginsel voldoende om de wegsleepregeling toe te passen. De veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeft dan niet tevens in het geding te zijn.

Artikel 5 Bevoegdheid

Alleen een bevoegde functionaris is bevoegd actie te ondernemen na het constateren van de overtreding. Indien er sprake is van een wegsleepwaardige situatie, wordt de wegsleep- en bewaarprocedure in gang gezet.

Artikel 6 Waarnemingstijd

  • 1.

    Om te kunnen beoordelen of een voertuig wegsleepwaardig is, is allereerst een waarnemingstijd nodig.

  • 2.

    Voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig.

  • 3.

    Bij parkeerverboden is een waarnemingstijd van tien minuten reëel voordat er kan worden geconstateerd dat er sprake is van parkeren.

  • 4.

    Bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd van tien minuten aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren.

Toepassing procedure

Artikel 7 Procedure bestuursdwang

  • 1.

    De bevoegde functionaris schakelt bij een wegsleepwaardige situatie de berger in.

  • 2.

    De bevoegde functionaris wacht in de nabijheid van het voertuig tot de komst van de berger.

  • 3.

    Na de komst van de takelwagen maakt de berger een (digitale) foto van de situatie. Op de foto moet de overtreding zo veel mogelijk zichtbaar zijn. Hiervoor kan het nodig zijn enkele foto’s te maken. De foto c.q. foto’s worden in het bewaringsregister opgenomen.

  • 4.

    De bevoegde functionaris vult een blanco exemplaar van het Besluit tot toepassing van bestuursdwang in en overhandigt dat aan de berger.

  • 5.

    De berger maakt zo snel mogelijk twee kopieën en stuurt één exemplaar naar de gemeente en neemt één exemplaar op in het bewaringsregister. Het origineel is bestemd voor de eigenaar/houder van het voertuig.

  • 6.

    De berger vult alvorens de werkzaamheden voorafgaande aan het meevoeren te starten, ter plaatse het ‘Proces-verbaal van meevoeren en opslaan’ in. Op dit formulier wordt eventuele schade aan het voertuig genoteerd. Dit document wordt ondertekend door zowel een medewerker van het wegsleepbedrijf (namens de directeur van dit bedrijf) als de bevoegde functionaris.

  • 7.

    Na aankomst op de bewaarplaats controleert de berger het voertuig nogmaals op beschadigingen en maakt indien nodig een (digitale) foto. De bevindingen worden eveneens ingevuld op het ‘Proces-verbaal van meevoeren en opslaan’.

  • 8.

    Het ‘Proces-verbaal van meevoeren en opslaan’ wordt opgenomen in het bewaringsregister.

Artikel 8 De wegsleepfasen en bijbehorende kosten

Het wegslepen van voertuigen is te verdelen in drie fasen:

  • -

    FASE I:

Een wegsleepvoertuig is besteld. Er is sprake van een onvolledige berging indien de eigenaar/houder/bestuurder van het voertuig ter plaatse komt, voordat het wegsleepvoertuig ter plaatse is en de eigenaar/houder/bestuurder het voertuig wil verplaatsen.

De kosten overeenkomstig het tarief (zoals vastgesteld in de wegsleepregeling) dat verbonden is aan de voorbereiding van de overbrenging van het voertuig, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de onvolledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed aan de berger. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig alsnog weggesleept.

  • -

    FASE II:

Het wegsleepvoertuig is ter plaatse en het voertuig bevindt zich op de lepel van het wegsleepvoertuig en is vastgesjord. Vanaf dat moment is er sprake van een volledige berging. De eigenaar/houder/bestuurder komt ter plaatse en wil het voertuig verplaatsen.

De kosten overeenkomstig het tarief (zoals vastgesteld in de wegsleepregeling) dat verbonden is aan het overbrengen van het voertuig naar de bewaarplaats, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de volledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed aan de berger. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig weggesleept en dienen de wegsleepkosten op de bewaarplaats te worden betaald.

  • -

    FASE III:

Het voertuig is/wordt weggesleept en in bewaring gesteld.

Teruggave kan slechts plaatsvinden aan de eigenaar of houder of gemachtigde van het voertuig, na betaling van de volledige kosten (zoals vastgesteld in de wegsleepregeling): de wegsleepkosten en de kosten van bewaring.

Bewaren van voertuigen

Artikel 9 Aanvang van het bewaren

Het tijdstip van bewaren van een weggesleept voertuig gaat in op het moment dat het voertuig van het wegsleepvoertuig is losgekoppeld op de plaats van bewaring.

Artikel 10 Plaats van het bewaren

Het bewaren geschiedt op de daarvoor bestemde plaatsen. Het college stelt in de wegsleepregeling vast waar het voertuig bewaard wordt.

Artikel 11 Procedure

  • 1.

    Het voertuig wordt geplaatst op de daarvoor aangewezen plaats. Ingeval er van een motorvoertuig contactsleutels aanwezig zijn, worden deze overgedragen aan de bewaarder.

  • 2.

    De bewaarder draagt er zorg voor dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewaringsregister. Daarbij dienen de omstandigheden die verwijdering noodzakelijk maakten te worden vermeld. Tevens dient in het bewaringsregister te worden vermeld onder welke voorwaarde(n) het betreffende voertuig mag worden terug gegeven.

  • 3.

    De bewaarder is verantwoordelijk voor het registeren van het weggesleepte voertuig (inclusief kenteken) in het bewaringsregister.

  • 4.

    Van het in bewaring stellen (en wegslepen) maakt de berger een ‘Proces-verbaal van meevoeren en opslaan’ op.

  • 5.

    Een weggesleept voertuig dat met onjuiste of onvolledige informatie in het bewaringsregister is ingeschreven, blijft onder verantwoordelijkheid van de bewaarder.

Teruggave van voertuigen

Artikel 12 Voorwaarden teruggave

  • 1.

    Voordat een voertuig kan worden teruggegeven dienen alle kosten, genoemd in artikel 8 betaald te zijn.

  • 2.

    Buiten het betalen van de kosten, zoals hiervoor genoemd, kunnen er andere voorwaarden zijn waaraan voldaan moet zijn, voordat een voertuig kan worden teruggegeven.

Artikel 13 Teruggave weggesleept voertuig

  • 1.

    Een weggesleept en in bewaring gesteld voertuig wordt teruggegeven aan de rechthebbende. De eigenaar of houder moet aantonen dat hij rechthebbende is op het weggesleepte en in bewaring gestelde voertuig. De wijze van legitimatie c.q. machtiging dient in het bewaringsregister vermeld te worden (art. 170 lid 5 Staatsblad Staatbesluit nr. 353).

  • 2.

    Het voertuig mag slechts worden afgegeven indien alle kosten zijn betaald. De betaling van de kosten kan niet geschorst worden, omdat iemand het niet eens is met de reden van wegslepen.

Artikel 14 Procedure teruggave

  • 1.

    De eigenaar/houder of gemachtigde gaat naar de bewaarplaats en toont daar aan dat hij/zij de eigenaar/houder/gemachtigde is. Dat kan onder meer door middel van kentekenpapieren in combinatie met een geldig rijbewijs, foto’s, facturen, verzekeringspapieren etc. (Denk daarbij aan het gegeven dat de eigenaar/houder of gemachtigde niet de bestuurder hoeft te zijn. Indien de ‘wet Mulder’ gelijktijdig van toepassing is of er sprake is van een inbeslagname kan het belangrijk zijn dat bekend wordt wie de bestuurder was.)

  • 2.

    Door overhandiging van het origineel van het besluit tot toepassing van bestuursdwang wordt dit besluit aan de rechthebbende bekend gemaakt. Van de overhandiging wordt een aantekening gemaakt in het bewaringsregister.

  • 3.

    De eigenaar/houder of gemachtigde moet eerst de totale kosten aan de bewaarder voldoen alvorens het voertuig wordt teruggegeven. Hiervoor ontvangt de eigenaar/houder of gemachtigde van de bewaarder een kwitantie (origineel van de rekening).

  • 4.

    Een kopie van de rekening wordt in het bewaringsregister opgenomen, waarna van de betaling tevens aantekening wordt gemaakt in het bewaringsregister.

  • 5.

    In het bijzijn van de eigenaar/houder of gemachtigde wordt het voertuig op eventuele schade gecontroleerd welke tijdens het wegslepen of bewaren veroorzaakt zou kunnen zijn.

  • 6.

    Afgifte van een voertuig, geplaatst op een andere bewaarplaats, geschiedt na overleg met de bewaarder.

Artikel 15 Niet afgehaalde voertuigen

  • 1.

    Wordt een voertuig niet binnen 48 uur afgehaald, dan laat de bewaarder een onderzoek instellen naar de eigenaar/ houder van het voertuig.

  • 2.

    Zodra de eigenaar/houder bekend is, stuurt de gemeente namens het college, aan deze eigenaar/houder van het voertuig binnen 7 dagen, per aangetekend schrijven een kennisgeving van het besluit tot toepassen van bestuursdwang. In deze kennisgeving dient te worden vermeld:

    • a.

      de geconstateerde overtreding;

    • b.

      dat het voertuig is weggesleept en in bewaring is genomen;

    • c.

      de bewaarplaats waar het voertuig afgehaald kan worden en de openingstijden van de bewaarplaats;

    • d.

      de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om het voertuig terug te krijgen.

  • 3.

    Indien blijkt dat ter zake van het voertuig aangifte van vermissing is gedaan, wordt de bekendmaking verzonden aan degene die deze aangifte heeft gedaan.

  • 4.

    Het wegsleepbedrijf is bevoegd, ingeval:

    • a.

      een voertuig niet binnen 13 weken is opgehaald, of

    • b.

      de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig, vermeerderd met de geraamde kosten voor verkoop, overdracht om niet of vernietiging, waaronder ook de kosten van taxatie van het voertuig onevenredig hoog worden in verhouding met de waarde van het voertuig (artikel 5:30 van de Awb),het voertuig te verkopen, om niet in eigendom over te dragen of te vernietigen. Dit kan alleen plaatsvinden vanaf 14 dagen na het uitgaan van de bekendmaking (artikel 172, tweede lid van de WVW 1994).

  • 5.

    Het wegsleepbedrijf heeft hiervoor formeel instemming nodig van het college.

  • 6.

    Het wegsleepbedrijf draagt namens het college zorg voor de bewaring en eventuele verkoop van het voertuig en is bevoegd daarvoor alle handelingen, inclusief het inschakelen van een taxateur, te verrichten.

  • 7.

    Een in bewaring gesteld voertuig mag pas worden verkocht, overgedragen om niet of vernietigd nadat een beëdigd taxateur ingevolge artikel 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen een rapport betreffende de waarde heeft opgemaakt.

  • 8.

    De gemeente krijgt de opbrengst van de verkoop minus de gemaakte kosten.

Artikel 16 Procedure van verkoop

  • 1.

    Zodra de 14-dagen termijn is verstreken zonder dat een weggesleept voertuig is afgehaald, zal dat voertuig namens het college ter verkoop worden aangeboden. Ter uitvoering hiervan worden tenminste 3 handelaren in tweedehands voertuigen uitgenodigd om op het te verkopen voertuig bij inschrijving een bod uit te brengen, waarna de verkoop plaats heeft aan de meest biedende.

  • 2.

    Bij gebrek aan belangstelling bij de handelaren om het voertuig te kopen, wordt het voertuig ter vernietiging aangeboden aan een officieel erkende autosloper, aan wie het voertuig in eigendom wordt overgedragen tegen betaling van het bedrag dat overeenkomt met de door de taxateur geschatte sloopwaarde van het voertuig.

  • 3.

    Bij gebrek aan belangstelling bij de autosloper om het voertuig te kopen, wordt het voertuig om niet aangeboden aan een andere officieel erkende autosloper.

  • 4.

    Van deze procedure wordt een verslag opgemaakt door het wegsleepbedrijf. Het verslag wordt opgenomen in het bewaringsregister.

Bewaringsregister

Artikel 17 Bewaren gegevens

De gegevens blijven in het bewaringsregister opgenomen gedurende vijf jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de bewaarder het voertuig heeft terug gegeven, verkocht, om niet aan een derde in eigendom overgedragen dan wel vernietigd.

Artikel 18 Verstrekken gegevens

Het college verstrekt aan belanghebbenden desgevraagd gegevens uit het bewaringsregister.

Overige bepalingen

Artikel 19 Afwijken

Het college is te allen tijde bevoegd tot het afwijken van de Wegsleepverordening.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 21 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: “Wegsleepverordening gemeente Buren 2025”.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 november 2025.

 

de griffier, D.J. Westrate

de voorzitter, H.M. Ostendorp

Naar boven