Gemeenteblad van Breda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2025, 523495 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2025, 523495 | ander besluit van algemene strekking |
Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat de gemeenteraad in zijn openbare vergadering van 11 september 2025 de nota Dieren in Breda heeft vastgesteld.
Het beleid wordt van kracht met ingang van de eerste dag na deze bekendmaking.
Tegen het besluit tot vaststelling van het beleid is geen bezwaar of beroep mogelijk.
In onze gemeente hebben we oog voor dieren, of het nu gaat om dieren in het wild, of in huis. Ze spelen een belangrijke rol in onze levens en we komen ze overal tegen. Ongeveer de helft van de huishoudens in Breda heeft een of meer huisdieren. Daarnaast leven er ook nog heel veel dieren vrij buiten, zoals boomkikkers, reeën, konijnen, kieviten of vele vlinders en andere insecten, om er maar een paar te noemen. Veel mensen beleven plezier aan het contact met deze (stads)dieren, thuis of op een openbare plek. Ze voelen zich verantwoordelijk voor en betrokken bij het welzijn van dieren en willen goed voor hun eigen dieren zorgen. Maar soms is er ook overlast, bijvoorbeeld door ganzen of eikenprocessierupsen.
Met de nota ‘Dieren in Breda’ schrijven we op wat we in Breda doen op het gebied van dieren en dierenwelzijn. We laten zien hoe we versterken wat we al doen en hoe we de verbinding leggen met andere werkvelden zoals natuur, veiligheid en sociaal beleid die een hele duidelijke link hebben met dierenwelzijn. We doen al veel, maar zetten nog een stap vooruit met een top 10 aan punten waar we extra op gaan inzetten.
Mensen kijken verschillend naar dieren. Sommige stellen dieren gelijk aan mensen, andere niet. Er zijn uiteenlopende standpunten op dierenwelzijn. We hebben respect voor de verschillende perspectieven. Op sommige onderwerpen krijgen we de perspectieven op dierenwelzijn niet bij elkaar. Dat betekent dat we een keuze maken en daarbij kijken naar wat nu uitvoerbaar, haalbaar en verantwoord is en waar we bevoegd op zijn.
Het actualiseren van het dierenwelzijnsbeleid heeft geleid tot een aantal nieuwe ambities. Zoals het extra handhaven op loslopende honden in het broedseizoen, en dierenwelzijn nadrukkelijker opnemen in onze communicatie en educatieprogramma’s zodat mensen goed nadenken voordat ze een dier nemen, en er goed voor zorgen. We blijven ons inzetten voor een biodiverse leefomgeving, waarin dieren en mensen zoveel mogelijk in harmonie leven.
Als wethouder vind ik het belangrijk dat mensen en dieren gezond, veilig en prettig samenleven in Breda. Wij hebben als mens de dieren nodig, en de dieren onze zorg. Samenwerken is dus nodig om onze doelen te bereiken.
Met de nota ‘Dieren in Breda’ leggen we een beleid met actielijst neer om dieren de komende jaren blijvend aandacht te geven. De aandacht die zij verdienen!
In deze nota ‘Dieren in Breda’ leest u hoe wij dat in Breda doen.
Wethouder Klimaat, energie en duurzaamheid
In Breda werken we samen aan een stad die klaar is voor de toekomst. Waar het prettig wonen is voor zowel mensen als dieren. De ambitie om een Stad in een Park te worden is onlosmakelijk verbonden met biodiversiteit en ecosystemen in de stad. We willen een gezonde leefbare stad, ook voor dieren waarmee we in de stad leven. Naast de wettelijke en morele verplichting die de eigenaar heeft, doen steeds meer inwoners een beroep op de gemeente Breda omtrent dierenaangelegenheden. Dieren verrijken het leven, ze brengen afleiding, helpen tegen eenzaamheid, en zijn goed voor ons en de natuur. Maar dieren kunnen ook overlast veroorzaken.
Het bestuursakkoord ‘Dichtbij doen, samen sterk vooruit’ vraagt aandacht voor dierenwelzijn
In 2016 is in de ‘Duurzaamheidvisie 2030’ in de Actsheet ‘Dierenwelzijn’ de eerste aanzet gegeven voor een dierenwelzijnsbeleid in Breda. In 2020 is dit geactualiseerd. Dit beleid is aan uitbreiding en herziening toe. Nieuwe wetgeving en maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een herziening en versterking van dit beleid. Maar ook omdat dierenwelzijn meer aandacht verdient. We maken helder dat mishandeling en verwaarlozing van dieren onacceptabel zijn. In het bestuursakkoord ‘Dichtbij doen, samen sterk vooruit (2022-2026)’ staat dat we een dierenwelzijnsnota opstellen. We hebben daarom een nota ‘Dieren in Breda’ geformuleerd die meer samenhang aanbrengt in het totale dierenwelzijnsbeleid in Breda. Met als belangrijkste doel dierenwelzijn te bevorderen. Op het gebied van dierenwelzijn is al veel landelijk bepaald. Hoewel de ruimte voor lokaal beleid beperkt is, pakt Breda de mogelijkheden die we hebben aan om dierenwelzijn te bevorderen.
Komende jaren zetten we op 10 punten een stap vooruit
Breda doet al veel: van natuurinclusief bouwen en het aanleggen van faunapassages tot goede opvang voor zwerfdieren en samenwerking met inspectiediensten. Ook ondersteunen we vrijwilligers op kinderboerderijen en dierenweides. Toch zien we ruimte voor verbetering. Daarom zetten we de komende jaren op 10 punten nog een stap vooruit:
Naast deze top 10 gaan we ook nog een aantal andere acties opstarten. Het zijn met name acties die te maken hebben met communicatie en bewustwording. Een onderwerp dat in de participatie nadrukkelijk naar voren kwam als belangrijk punt om extra op in te zetten.
Kiezen tussen uiteenlopende perspectieven
De nota ‘Dieren in Breda’ geeft kaders, beleidsafspraken en een top 10 voor de toekomst om onderwerpen samen met belanghebbenden uit te werken. Er zijn uiteenlopende standpunten op dierenwelzijn. We hebben respect voor de verschillende perspectieven. Op sommige onderwerpen krijgen we de perspectieven op dierenwelzijn niet bij elkaar. Dat betekent dat we voor nu een keuze maken en daarbij kijken naar wat uitvoerbaar, haalbaar en verantwoord is en waar we bevoegd op zijn. Maar is het wel goed om daarover (onderling) ‘het goede gesprek’ te voeren met participanten bij de uitwerking van deze nota. We kiezen voor een aanpak in Breda om het dierenwelzijn via een top 10 lijst de komende jaren met betrokken partijen gezamenlijk uit te werken. Hierbij houden we rekening met de beperkte bevoegdheid die we als gemeente hebben. In de top 10 staan acties die verschil gaan maken. Zo zetten we samen een belangrijke stap vooruit.
Breda is een diervriendelijke gemeente. Dierenwelzijn wordt een steeds nadrukkelijker punt van aandacht in onze maatschappij. We werken al jaren aan een natuurinclusieve stad met een gezonde natuurlijke leefomgeving en we richten de bebouwde kom zo in dat planten en dieren meer ruimte krijgen. Dit sluit aan bij onze ambitie Breda, Stad in een Park. Ook gehouden dieren behoeven aandacht en zorg. Aanvullend wat aan inwoners en bedrijven al zelf doen, wil de gemeente zich hiervoor inzetten. De ruimte op rolneming door de gemeente is beperkt. Tóch zet Breda zich in voor dierenwelzijn. Breda doet al veel én komende jaren zetten we op 10 punten nog een stap vooruit.
Gemeente vertaalt ontwikkelingen in wetgeving en maatschappij door in nota ‘ Dieren in Breda’
In 2016 is in de duurzaamheidsvisie het eerste dierenwelzijnsbeleid vastgelegd in de Actsheet ‘Dierenwelzijn’. In 2021 is dit herzien, en bevat het een beknopt dierenwelzijnsbeleid. De laatste jaren is de wet- en regelgeving gewijzigd en ook de wijze waarop de samenleving met dieren omgaat veranderd. In het bestuursakkoord ‘Dichtbij doen, samen sterk vooruit (2022-2026)’ is opgenomen dat we een dierenwelzijnsnota opstellen. In deze nota ‘Dieren in Breda’ zijn uitgangspunten opgesteld, hoe gemeente Breda invulling geeft aan haar ambities voor dierenwelzijn.
Gemeente Breda geeft richting als er sprake is van tegenstrijdige belangen
Waar dieren en mensen samen komen in de gemeente, hoort iedereen ervoor te zorgen dat het welzijn van beide geborgd blijft. In een stad waar mens en dier samenleven, ontstaan soms ook uitdagingen. Denk aan situaties waarin dieren overlast veroorzaken of wanneer bouwplannen invloed hebben op hun leefomgeving. Dieren verrijken het leven, ze brengen afleiding, plezier en helpen tegen eenzaamheid. Diereneigenaren hebben een wettelijke en morele verplichting om voor hun dier te zorgen en om goed om te gaan met de natuur. Toch doen zij ook een beroep op de gemeente. Van de gemeente mag verwacht worden dat zij helder aangeeft hoe zij omgaat met deze, soms tegenstrijdige, belangen. Er is Europese, landelijke en provinciale wetgeving over dieren. Daar heeft de gemeente zich aan te houden, er is nauwelijks ruimte om hierop zelf beleid te maken. Echter wij hebben als gemeente wel een zorgplicht voor dieren. Voor iedereen moet duidelijk zijn dat in Breda geen ruimte is voor dierenmishandeling. De nota geeft een overzicht van wat we al doen, welke nieuwe onderwerpen we meer aandacht gaan geven én op welke top 10 punten we extra gaan inzetten.
De gemeente kan en wil niet alles zelf bepalen; zorgen voor dieren doen we samen, en samenwerking met andere partijen is daarom erg belangrijk.
Er zijn uiteenlopende standpunten. We hebben respect voor de verschillende perspectieven. Op sommige onderwerpen krijgen we de perspectieven op dierenwelzijn niet bij elkaar. Dat betekent dat we een keuze maken en daarbij kijken naar wat nu uitvoerbaar, haalbaar en verantwoord is en waar we bevoegd op zijn. Het is wel goed om daarover (onderling) ‘het goede gesprek’ te voeren met participanten bij de uitwerking van de nota.
De top 10 stappen vooruit in dierenwelzijn, werken we de komende jaren met betrokken partijen verder uit. En we kijken of gemeente en/of andere partijen hier nog meer stappen aan toe kunnen voegen. Ook na vaststelling van de nota ‘Dieren in Breda’ spelen de betrokken partijen een belangrijke rol, omdat we dan samen de acties gaan uitvoeren. De meeste stappen willen we in 2025 en 2026 maken.
De wet maakt onderscheid tussen gemeentelijke taken voor vrij levende dieren en voor gezelschaps- en landbouwhuisdieren. Deze indeling is ook in deze nota aangehouden. Hoofdstuk 2 beschrijft de landelijke en lokale wet- en regelgeving. In hoofdstuk 3 gaan we in op de gemeentelijke taken rond vrij levende dieren. Hoofdstuk 4 behandelt het beleid voor gezelschaps- en landbouwhuisdieren. In hoofdstuk 5 wordt aandacht gegeven aan dieren bij evenementen. Hoofdstuk 6 richt zich op voorlichting en educatie. Tot slot presenteert hoofdstuk 7 de top 10 punten waar we echt een stap vooruit doen en aanvullende acties waarmee we dierenwelzijn in Breda verder versterken.
2. Actueel beleid en regelgeving
De directe verantwoordelijkheden en bevoegdheden die de gemeente Breda heeft voor dierenwelzijn, zijn zeer beperkt. Veelal biedt landelijke en provinciale regelgeving een dekkend juridisch kader en is regelgeving en handhaving een zaak van de rijksoverheid en de provincie. Maar we vinden dierenwelzijn belangrijk en willen dit zoveel mogelijk bevorderen. Breda heeft een zorgplicht, bijvoorbeeld bij de opvang van zwerfdieren en hulp aan dieren in nood. In dit hoofdstuk lichten we de relevante wet- en regelgeving toe die voor Breda van toepassing is.
2.1. Landelijke en Provinciale wet- en regelgeving
Dierenwelzijn is wettelijk vastgelegd in de Wet dieren, waarbij de landelijke overheid verantwoordelijk is voor de regelgeving. Artikel 1.3 erkent dieren als wezens met gevoel en een eigen waarde. In de Wet dieren is bepaald dat ieder dier een intrinsieke waarde heeft. Recht heeft op een natuurlijk leven en bescherming tegen negatieve invloeden, vooral door menselijk handelen. Ook beschrijft de wet welke dieren gehouden mogen worden onder welke omstandigheden. De landelijke wet- en regelgeving wordt gestuurd door de Vogel- en Habitatrichtlijn, maar ook door Verordening 1143/2014 (Invasieve Exoten). De verantwoordelijkheid voor het welzijn van gezelschaps- en landbouwhuisdieren ligt bij de eigenaar. Toezicht en handhaving zijn taken van de politie, de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De gemeentelijke overheid heeft hier geen bemoeienis mee.
Volgens het Burgerlijk Wetboek (5:8 lid 3) is de gemeente verantwoordelijk voor het opvangen van gevonden gehouden dieren. Dit geldt niet alleen voor katten en honden, maar voor alle gehouden dieren. De gemeente is verplicht om gevonden dieren tenminste twee weken op te vangen en te verzorgen, zodat de eigenaar de kans krijgt ze op te halen. Meldt de eigenaar zich niet binnen die termijn, dan mag de gemeente het dier verkopen of weggeven. De gemeente Breda heeft deze taken voor gezelschapsdieren uitbesteed aan het Dierenopvangcentrum Breda e.o., die het vervoer, de opvang en verzorging van de Bredase zwerfdieren verzorgt. Er vindt regelmatig overleg plaats tussen de gemeente en het Dierenopvangcentrum.
Wet Natuurbescherming opgenomen in Omgevingswet
In 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in werking getreden. De Wnb stelt regels ter bescherming van Nederlandse planten, dieren en natuurgebieden. Wnb biedt het belangrijkste wettelijke kader voor de bescherming van de in het wild levende dieren en natuurgebieden. De bescherming richt zich vooral op dieren die vanuit diverse internationale afspraken beschermd moeten worden. Vrij levende beschermde diersoorten mogen niet worden gevangen, vervoerd of in bezit worden gehouden. Voor de overige soorten is er een basisbeschermingsregime en een zorgplicht. Per 1 januari 2024 is de Wnb en opgenomen in de bredere Omgevingswet. Deze nieuwe wet bundelt 26 wetten, waaronder de Wnb, en vormt nu het centrale kader voor natuurbescherming in Nederland.
Voor de Omgevingswet (onderdeel natuur) is de provincie het bevoegd gezag. De provincie heeft de vrijheid om bepaalde soorten dieren aan de internationale beschermlijst toe te voegen. Verder heeft de provincie de plicht om een eigen natuurbeleid vast te stellen en bepaalde soorten al dan niet een strengere bescherming te geven. Provincies werken samen met grondeigenaren, natuurorganisaties en jagers aan een faunabeheerplan, waarin beheer, schadebestrijding en jacht gecoördineerd worden. Het huidige faunabeheerplan Noord-Brabant loopt van 2023 tot en met 2026. De Omgevingswet bepaalt ook op welke diersoorten gejaagd mag worden. Vrij levende inheemse dieren mogen alleen worden opgevangen in opvangcentra met een provinciale ontheffing op basis van de Omgevingswet. Deze centra moeten voldoen aan de beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten.
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Hierin is de wettelijke taak voor de gemeente vastgelegd die bestaat uit het toepassen van bestuursdwang in het geval van huisontruimingen, arrestaties en gedwongen opname. Als er dieren bij betrokken zijn, kan de gemeente met bestuursdwang het vervoer en de opvang van dieren regelen. Hierbij geldt een opvangtermijn van maximaal 13 weken (Artikelen 5:21, 5:29 en 5:30 Awb).
Wet veiligheidsrisico’s (2010)
Ook op het gebied van veiligheid van dieren heeft de gemeente een rol. Volgens artikel 2 van de Wet veiligheidsrisico’s (Wvr) is het college van burgemeester en wethouders belast met het organiseren van brandweerzorg en rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. In artikel 3, lid 1, onderdeel c van de Wvr staat dat de brandweer in haar taken moet zorgen voor de veiligheid van mens én dier.
Huisdierenlijst en Besluit houders van dieren
Op 1 februari 2015 kwam de huisdierenlijst van de rijksoverheid uit. Hierin staan de zoogdieren die je volgens de Nederlandse wet als huisdier mag houden. Het Besluit houders van dieren regelt veel zaken die niet in de Wet dieren staan. Zoals een verbod op dierenmishandeling. Daarnaast bevat het Besluit een verbodsbepaling voor het gebruik van bepaalde dieren in circussen.
Natuur Netwerk Brabant (Beleid provincie)
Het Natuur Netwerk Brabant is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit bevorderd. Het Natuur Netwerk Brabant is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland.
2.2. Lokaal beleid en regelgeving.
Ook in bestaand gemeentelijk beleid doen wel al veel om het welzijn van wild levende en gezelschapsdieren te verbeteren. De gemeente Breda heeft hiervoor een aantal visies en programma’s vastgesteld die de afgelopen tijd in werking zijn getreden of zijn voorbereid. Hieronder vindt u een toelichting.
Actsheet ‘ Dierenwelzijn’ , onderdeel van de ‘Duurzaamheidsvisie’ 2030.
Hierin is beknopt het dierenwelzijnsbeleid opgenomen met doelen tot 2030. Het geeft kaders aan waarbinnen de gemeente kan handelen. Er is in opgenomen dat de gemeente beleid opstelt voor schuilstallen en dat de pacht van gronden ten behoeve van vissen wordt herzien. En er zijn kaders opgenomen hoe te handelen bij evenementen. De meeste acties uit de actsheet zijn inmiddels uitgevoerd of in gang gezet. Na publicatie van de nota ‘Dieren in Breda’ komt de actsheet te vervallen.
Omgevingsvisie ‘ Breda, Sterk en Veerkrachtig’
De Omgevingsvisie biedt een stip op de horizon voor Breda in 2040. Vanuit de Omgevingsvisie zijn integrale opgaven in beeld gebracht en zijn strategische keuzes gemaakt hoe het hoofd te bieden aan deze integrale opgaven. Zo wordt onder andere ingezet op het versterken van de biodiversiteit.
In Breda hebben we een ambitieus groenbeleid, vastgelegd in het Groenkompas. Dit is een uitwerking van de omgevingsvisie. In het Groenkompas is opgenomen dat gemeente Breda ecologische verbindingen versterkt en/of aanlegt. Daarnaast zet de gemeente in op natuurinclusieve en/of biologische landbouw en agrarisch natuurbeheer. Ook bevat het Groenkompas de Bredase Groen- en parknorm die invulling geeft aan natuurinclusief bouwen binnen Breda. Gemeentelijke, provinciale en nationale natuurnetwerken vormen samen de ecologische groenstructuur, die is vastgelegd in het Groenkompas. Deze netwerken zijn gericht op het verbinden van natuurgebieden, het bevorderen van vrije uitwisseling van dieren en het wegnemen van barrières. Dit geldt zowel voor kwetsbare natuur aan de stadsranden als voor de vele diersoorten in stedelijk gebied. De ecologische inrichting van de stad wordt de komende jaren afgestemd op stedelijke ontwikkel- en herinrichtingsprojecten
Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 (APV)
In de APV zijn diverse regels opgenomen over onder andere honden, vuurwerkvrije zones en het oplaten van ballonnen. De APV wordt periodiek herzien.
Dierenwelzijn richt zich vaak op dieren die door mensen gehouden worden als gezelschapsdier. Maar wat is er nog mooier dan vrij levende dieren in een evenwichtige natuurlijke omgeving, die het resultaat is van zijn eigen natuurwetten? Daarom staan we hier toch eerst even stil bij de vrij levende dieren.
Wilde dieren zijn onderdeel van het leven in de stad. Insecten bestuiven onze bloemen en vogels verspreiden de zaden door de stad. Breda staat voor een natuurinclusieve stad met een gezonde en natuurlijke leefomgeving. We werken hier hard aan en zijn een voorbeeld voor andere gemeenten. We willen dat er meer dieren goed kunnen leven in de stad. Wilde dieren moeten veilig zijn in onze stad en mogen niet door menselijk gedrag in de knel komen. In dit hoofdstuk gaan we in op de onderwerpen biodiversiteit, faunabeheer en sportvisserij.
3.1. Werken aan het versterken van de biodiversiteit
Het versterken van de biodiversiteit sluit aan bij de ambitie ‘Breda, Stad in een Park’. In het stedelijk gebied richten we ons op ecologische routes die aansluiten bij natuurgebieden en op leefgebieden voor dieren in de stad. De afgelopen jaren hebben we flink geïnvesteerd in het verbeteren van deze verbindingen. Denk aan faunapassages, nestgelegenheden en het wegnemen van barrières, zodat dieren voedsel kunnen vinden en zich kunnen voortplanten. Door Breda stroomt de Nieuwe Mark, een lange ecologische verbindingszone die we diervriendelijker gaan inrichten. Voor sommige soorten, zoals de egel, zijn nog extra maatregelen nodig.
De bebouwde stad is een leefgebied van vele soorten planten en dieren. Dieren die van nature in rotsachtige omgevingen voorkomen, zoals de gierzwaluw en ook de slechtvalk, gedijen goed in het stenige milieu. Variatie in hoogte, vocht en lichttoetreding komen in de stad over korte afstanden voor en dit microklimaat zorgt voor een variatie aan soorten, mits er voldoende ander leefgebied, met name groen, in de nabijheid is. Ook vleermuizen voelen zich thuis in de stad waar ze verblijven in onder meer de spouwmuren.
Door de energiecrisis is woningisolatie sterk toegenomen, maar dit kan verblijfplaatsen van dieren zoals vleermuizen in gevaar brengen. Hoewel eigenaren rekening moeten houden met beschermde soorten, ontbreekt vaak voldoende garantie dat dit goed gebeurt. Daarom heeft Breda een soortenmanagementplan (SMP) opgesteld, om leefgebieden van gebouwbewonende soorten zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen te beschermen. Het SMP maakt aanvullend onderzoek vaak overbodig en helpt bij het monitoren van deze populaties. De energietransitie biedt bovendien kansen om biodiversiteit in woonwijken te versterken. Bij ecologisch onderzoek wordt ook gekeken naar rode lijstsoorten, waarvoor we aanvragers stimuleren extra maatregelen te nemen. Bij ingrepen in de openbare ruimte is een ecologische quickscan verplicht (zoals voorgeschreven in de Omgevingswet), om de impact op flora en fauna in kaart te brengen.
Breda heeft een monitoringsplan biodiversiteit (november 2024). Vanuit de ambitie dat we de biodiversiteit in Breda willen versterken en vanuit dierenwelzijn willen we graag weten hoe het gaat met specifieke soorten in Breda. Het plan beschrijft hoe we biodiversiteit monitoren en wat de effecten zijn van gemeentelijke maatregelen, zoals de aanleg van ecologische groenstructuren, ecologisch beheer, soortgerichte acties, natuurinclusief bouwen en landschappelijke stimulering. Omdat biodiversiteit sterk samenhangt met het oppervlak aan natuur, is de ontwikkeling van de ecologische groenstructuur een belangrijk onderdeel van dit plan. Een groot deel van de soortentellingen wordt uitgevoerd door betrokken vrijwilligers, die daarmee een waardevolle bijdrage leveren aan het monitoren van de natuur in Breda.
Aan de rand van de stad ligt de nadruk op het verbeteren van natuurlijke leefgebieden voor kwetsbare soorten en het creëren van rustgebieden. Via de Stimuleringsregeling Landschap (van provincie, gemeenten en waterschappen in Noord-Brabant) plaatsen we kleine landschapselementen in het buitengebied die het leefgebied van dieren verbeteren. Agrariërs en andere particuliere grondeigenaren kunnen vergoedingen krijgen om het agrarische landschap te verbeteren, de biodiversiteit een impuls te geven en de toegankelijkheid van het landschap te vergroten. De regeling ErvenPlus stimuleert biodiversiteit op erven. Daarnaast voert de gemeenten ecologisch berm beheer uit en doet mee aan Maai Mei Niet, zodat flora en fauna meer ruimte krijgen. Gifgebruik tegen de eikenprocessierups, wordt al jaren vermeden.
Breda heeft een ambitieus Groenkompas. Dit bevat onder andere de Bredase Groen- en parknorm die invulling geeft aan natuurinclusief bouwen binnen Breda. De gemeente Breda verplicht om bij herontwikkelingen in de openbare ruimte en op privaat eigendom natuurinclusief te bouwen. Bovenop nationaal geldende wettelijke kaders ten aanzien van het beschermen, mitigeren en compenseren van beschermde plant- en diersoorten worden aanvullende eisen gesteld.
Impact van loslopende katten op de natuur
Loslopende katten hebben impact op de natuur. Ze jagen op vogels, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën. Dit kan positief zijn, als plaagdierbestrijder, maar het kan ook schadelijk zijn voor kwetsbare soorten. Hoewel het aantal verwilderde katten lijkt af te nemen, vangt het dierenopvangcentrum steeds meer zwerfkatten op die wel ooit een baasje hadden. Dit zorgt voor hoge opvangkosten. Daarom gaan we samen met het opvangcentrum communiceren over het belang van chippen, castratie en sterilisatie, en over het registreren en up-to-date houden van chips.
De gemeente Breda verhuurt het visrecht. Dit is geregeld via de Visserijwet 1963, Artikel 25. De pachtovereenkomsten worden voor zes jaar uitgegeven en worden conform deze Visserijwet automatisch zes jaar verlengd. Breda verhuurt het visrecht aan de Baroniesche Hengelaars (de enige visvereniging in de gemeente). De huidige pachtovereenkomst loopt tot eind 2028. De Baroniesche Hengelaars heeft ca. 5.500 leden. Iedereen die wil sportvissen moet in het bezit zijn van een geldige vispas. Een sportvisser hoort zorgvuldig om te gaan met de dieren en dient de gedragscode van Sportvisserij Nederland te volgen. In Breda erkennen we dat de hengelsport een hobby is voor veel mensen. Via deze hobby staan ze in verbinding met de natuur en zien ze ook het belang er goed voor te zorgen. We zijn regelmatig met de Baroniesche Hengelaars in gesprek over het aanpassen van het pachtcontract waarin diverse verplichtingen zijn opgenomen om stappen vooruit te zetten in voorlichting over diervriendelijk vissen, loodvrij vissen en populatiebeheer. Ook het aantal wateren waar de visrechten verpacht worden is onderwerp van gesprek. De Baroniesche Hengelaars zijn zelf al volop bezig met meer diervriendelijke maatregelen. Zo organiseren ze informatieavonden over natuurvriendelijk vissen, stoppen ze met lood te vissen en stellen ze een visplan op.
Het wettelijk kader voor jacht en faunabeheer is neergelegd in de Omgevingswet (hoofdstuk 8). Gemeente Breda staat jacht op eigen gronden niet toe. Het faunabeheer wordt uitgevoerd door de wildbeheereenheden. In Breda zijn er 5 wildbeheereenheden. Ze beheren allemaal een deel van de gemeente Breda. Ze zijn verantwoordelijk voor het faunabeheer in een bepaald gebied. Overkoepelend is de faunabeheereenheid Noord-Brabant. Een faunabeheereenheid bestaat uit onder andere agrariërs, natuurorganisaties en maatschappelijke organisaties die een duurzaam beheer van populaties van dieren in het wild nastreven. Zij stellen een faunabeheerplan op. Het faunabeheerplan bepaalt de uitvoering van het faunabeheer. In het plan staat informatie over de bestaande en de gewenste diersoorten. Ook staat er informatie over schade die er in het verleden was en schade die er in de toekomst wordt verwacht. De provincie stelt het faunabeheerplan vast. De faunabeheereenheid moet ieder jaar bij de provincie een verslag inleveren over de uitvoering van het plan, en dat verslag openbaar maken. Het huidige faunabeheerplan loopt van 2023 tot en met 2029.
De gemeente heeft als grondeigenaar de wettelijke bevoegdheid om jachtrechten uit te geven. Er is geen sprake van recreatieve jacht op gronden in eigendom van de gemeente Breda. De plaagdierbestrijding vraagt soms ook om afschot. Dat noemen we faunabeheer. Als eigenaar van de gronden zijn we verplicht om in actie te komen wanneer er een schadelijk exotisch dier wordt aangetroffen welke voorkomt op de Unielijst Invasieve Exoten (Verordening (EU) 1143/2014). Dit is de reden waarom de gemeente Breda haar natuurgronden in passieve jachtverpachting uitgeeft aan wildbeheereenheden. Hiermee kan de gemeente ten alle tijden de hulp van de wildbeheer eenheden inschakelen als de gemeente Breda opdracht krijgt vanuit de provincie of het rijk om op te treden tegen een schadelijke soort.
De komende jaren gaan we kijken of we het faunabeheer van schadelijke dieren anders kunnen organiseren. In Breda vinden we afschot het uiterste middel voor natuurbeheer, dat alleen wordt ingezet als andere maatregelen onvoldoende effect hebben. Dit mag alleen worden ingezet volgens geldende afspraken en we blijven samen met onze partners, zoeken naar andere mogelijkheden. We houden voor afschot vast aan ‘nee, tenzij` als andere middelen die worden ingezet bij faunabeheer niet werken. Dit zijn bijvoorbeeld het verhinderen van nestmogelijkheden door openingen onder tunnels dicht te maken en eieren te schudden of te oliën. De gemeente gaat niet over jacht op particuliere gronden.
Zoönose zijn ziektes die kunnen overspringen van dieren op mensen. COVID-19 en Q-koorts zijn voorbeelden van zulke ziektes. En op dit moment is er de vogelgriep die vogels ziek maakt. Het rijk is verantwoordelijk voor de coördinatie van maatregelen rondom zoönose. Als gemeente zijn we op de hoogte van actuele ontwikkelingen rondom deze ziektes en voldoen we aan de regels en richtlijnen die hiervoor gelden. We verwijzen bewoners met vragen over zoönose door naar de juiste instanties en informatiepunten.
4. Gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren
Eigenaren van gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren zijn verantwoordelijk voor een goede verzorging van en het voorkomen van schade, overlast en gevaar voor en door hun dier. De gemeente helpt hen daarbij en grijpt in waar nodig en mogelijk. Dit hoofdstuk beschrijft het beleid en de aanpak rondom gezelschap- en landbouwhuisdieren.
4.1. Opvang van gezelschapsdieren
Breda draagt bij aan kosten van opvang zwerfdieren
De gemeente Breda is verantwoordelijk om zwerfdieren maximaal twee weken op te vangen en te verzorgen totdat de eigenaar zich meldt. Na deze periode mag het dier elders worden herplaatst.
De opvang van zwerfdieren en dieren waar mensen afstand van doen heeft de gemeente uitbesteed aan het Dierenopvangcentrum Breda e.o. Het dierenopvangcentrum ontvangt jaarlijks een kostendekkende bijdrage van de gemeente Breda, voor de eerste veertien dagen voor de opvang en verzorging van zwerfdieren afkomstig van het Bredase grondgebied. Voor de periode daarna verstrekt de gemeente ook een bijdrage. Deze is niet kostendekkend. Het dierenopvangcentrum is daarvoor afhankelijk van giften. Het gaat om een totale bijdrage van € 264.192,- per jaar (2024). Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Aantal opvangdieren in dierenopvangcentrum neemt toe
Het aantal honden dat bij het dierenopvangcentrum in Breda binnenkomt daalt, terwijl het aantal katten en knaagdieren stijgt. Deze landelijke trend lijkt samen te hangen met impulsaankopen tijden de COVID-periode. Wij verwachten dat het aantal katten in de opvang de komende jaren weer zal dalen. Wij volgen de landelijke chipplicht voor katten aandachtig. Waarschijnlijk heeft dit ook nog een positief effect op het aantal zwerfkatten. Herplaatsing van honden en katten verloopt doorgaans goed, behalve bij dieren met gedragsproblemen.
Steeds vaker worden dieren binnengebracht van overleden eigenaren of mensen met psychische problemen. Mensen met een psychiatrische of verslavingsachtergrond blijven meer dan vroeger gewoon in de wijk wonen. Als zij ervoor kiezen om een hond of kat te houden kunnen er problemen ontstaan met het organiseren van de zorg voor het dier. Als mensen geen afstand kunnen of willen doen van hun dier, zorgt dat voor extra administratieve druk op het dierenopvangcentrum. We houden goed contact met het dierenopvangcentrum om te kijken waar problemen ontstaan. Dit speelt in veel gemeenten. De procedures zijn vastgesteld door de landelijke politie. Een huisdier moet passen bij het zorgvermogen en de woonruimte van het baasje. Goede informatie over het huisdier voordat iemand zijn keuze maakt is dus heel belangrijk. Mensen kunnen voor informatie over huisdieren terecht bij het LICG en dierenwinkels zijn verplicht om informatie te geven bij aankoop van een dier.
In de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018, artikelen 2:62 tot en met 2:65 staan de bepalingen die gaan over honden.
Breda beschikt over diverse losloop-en uitlaatplaatsen, digitaal raadpleegbaar via de gemeentelijke website. Hondenbezitters en hun honden waarderen deze plekken. Vanuit hondenbezitters komt de wens om meer hondenlosloopzones aan te wijzen. Verzoeken om uitbreiding worden welwillend in overweging genomen. Dit wegen we wel altijd af tegen het belang van wilde dieren en vooral ook (verkeers)veiligheid. Het is lastig om goede geschikte losloopplekken te vinden en dat ook te doen in een buurt waar de behoefte sterk is. Sinds de afschaffing van de hondenbelasting in 2020 ontbreekt inzicht in het aantal honden per wijk.
Er zijn in Breda af en toe bijtincidenten met honden. We houden deze meldingen in Breda al goed bij in het handhavingssysteem. Zodra het handhavingssysteem door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) gekoppeld is aan het Landelijk Honden Dossier zijn ze ook daarin zichtbaar. Hierdoor zijn ook landelijke trends te zien. In 2020 waren er 7 meldingen waar we actie op hebben ondernomen. In 2021 waren het er 10 en in 2022 waren het er 9. In 2023 is er een andere, nauwkeurige, wijze gekomen in het bijhouden van bijtincidenten en waren het er 49 meldingen. Het is hierdoor lastig te vergelijken. Het gaat meestal om honden die niet-sociaal gedrag vertonen tegenover andere honden. Als dit een gevaar kan opleveren voor mens of dier, wordt er een muilkorfgebod en/of aanlijngebod opgelegd.
Het team Handhaving werkt volgens een werkprotocol met zowel preventieve (bijvoorbeeld muilkorven) als corrigerende (bijvoorbeeld puppy cursus) maatregelen. Als honden gevaarlijk blijken te zijn, dan gaan wij sneller over tot krachtigere maatregelen als muilkorven of zelfs een houdverbod. De groene BOA’s geven extra prioriteit aan het handhaven op muilkorven. Voor een houdverbod moeten gerechtelijke procedures worden doorlopen, die vaak lang kunnen duren. In samenwerking met de afdeling Veiligheid en Leefomgeving en politie wordt het werkprotocol periodiek geëvalueerd en indien nodig aangepast.
Broedseizoen en kwetsbare gebieden
Tijdens het broedseizoen zijn dieren en vooral hun jongen extra kwetsbaar. Om te voorkomen dat loslopende honden jonge dieren doodbijten handhaven we in het broedseizoen hier extra op. Dit gebeurt in samenwerking met Staatsbosbeheer en Landelijke Inspectie Dienst (LID). We zetten in op extra communicatie via de gemeentelijke website en sociale media. Bijvoorbeeld om hondenbezitters te attenderen op geschikte losloopzones of uitlaatplaatsen.
Bij huisuitzetting, detentie of risico’s voor de volksgezondheid kunnen politie en GGD, huisdieren tijdelijk in bewaring nemen. De opvang van de dieren (maximaal 3 maanden) is een wettelijke taak van de gemeenten en vindt plaats bij het dierenopvangcentrum.
Een pilot in 2020–2021 heeft geleid tot intensievere samenwerking tussen BOA’s, Dierenpolitie en LID. BOA’s behandelen eerstelijnsmeldingen van dierenmishandeling of verwaarlozing. Door de Bredase BOA’s een ondersteunende rol te geven in het oppakken van meldingen, behandelen we meldingen beter en verbeteren we het dierenwelzijn. Ze verzamelen informatie en schakelen indien nodig de Dierenpolitie of LID in. Deze werkwijze zorgt voor snellere en effectievere afhandeling van meldingen. Afhankelijk van de bevindingen gaat LID of Dierenpolitie hier verder mee aan de slag. Dierenverwaarlozing en mishandeling worden in Breda niet getolereerd en krijgt voortaan extra aandacht. Als er sprake is van agressieve honden krijgen deze meldingen de volle aandacht van de BOA’s. De samenwerking tussen de partijen is geïntensiveerd en verbeterd. Er is veel kennis opgebouwd en er is regelmatig onderling contact. Onveilige situaties accepteren we niet.
Ook BOA’s die werken in andere beleidsvelden houden dierenwelzijn in het oog. Een handhaver die bij mensen thuis langs komt kan ook zien of er dieren zijn. Gelet op het aantal meldingen en de ernst daarvan en de nieuwe BOA’s in het groen domein, is een uitbreiding van ambtelijke capaciteit of verandering in samenwerking op dit moment niet nodig. We evalueren dit jaarlijks. Brand in stallen kan grote gevolgen hebben. Na een besluit van het Ministerie van LVVN controleert de brandweer jaarlijks de brandveiligheid van stallen.
4.4. Huisdieren en kwetsbare groepen
Gehouden dieren hebben invloed op het sociale welzijn van mensen en andersom. Er is steeds meer aandacht voor de waarde van gehouden dieren. Gezelschapsdieren zoals honden, katten en konijnen zijn geliefde gezinsleden. Wij erkennen dat dieren belangrijk kunnen zijn voor het mentaal welzijn. Ze bieden steun en helpen tegen eenzaamheid. Ze kunnen daarmee ook van belang zijn voor de gezondheid en het geluk van inwoners. Indien het welzijn van gezelschapsdieren bij kwetsbare inwoners in het geding komt, kijken we eerst naar ondersteuningsmaatregelen en in tweede instantie pas naar uithuisplaatsing.
Armoede kan een reden zijn waardoor dieren niet de juiste (medische) zorg krijgen. Te hoge kosten voor bijvoorbeeld dure medische hulp of dieetvoeding kan zorgen voor uitstel of afstel – wat zorgt voor ziekere dieren. Het kan er ook toe leiden dat huisdieren worden gedumpt of naar een opvang worden gebracht. Bij geldzorgen bestaat ook het risico op isolatie en stress voor eigenaren en onvoldoende zorg voor dieren of voor zichzelf.
Waardevolle hulp bij verzorgen huisdier
Dierenbuddy’s zijn vrijwilligers die met name ouderen en chronisch zieken helpen bij de verzorging van hun huisdier(en). Zij kunnen ondersteunen zodat de eigenaren hun huisdier kunnen behouden en dierenleed wordt voorkomen. Dierenbuddy’s worden gefaciliteerd door de Dierenbescherming. De hulp is gratis en bedoeld voor mensen die betaalde hulp niet kunnen bekostigen en nauwelijks over een sociaal netwerk beschikken. Beoogde effecten zijn: verhoging van het welzijn, de gezondheid en geluk van kwetsbare inwoners, de bestrijding van eenzaamheid, vroeg signaleren achter de voordeur bij kwetsbare inwoners, activering van nieuwe groepen inwoners die vrijwilligerswerk gaan doen en preventie van de verwaarlozing van huisdieren. Deze dienst bestaat nog niet in Breda. We zien dat andere steden in het noorden van Nederland dit hebben uitgewerkt. De Dierenbescherming wil dit ook in Noord-Brabant mogelijk maken. We willen andere Brabantse gemeenten contacteren over hun ervaringen en samen met de Dierenbescherming de mogelijkheden voor Dierenbuddy’s verkennen.
Soms hebben dieren een belangrijke rol in huishoudens. Ze zorgen voor gezelschap en regelmaat. Als het echter noodzakelijk is om een dierenarts in te schakelen of als er speciale voeding nodig is, kunnen kosten tot een probleem leiden. Er zijn landelijke en regionale initiatieven en noodfondsen voor bijvoorbeeld dierenartskosten. We willen verkennen of verschillende (landelijke) organisaties en stichtingen hier een impuls aan kunnen geven in onze gemeente of regio.
4.5. Dieren in de (park)boerderij, kinderboerderij en dierenweides
Breda telt drie educatieve kinderboerderijen en vier dierenweides. Boerderij Wolfslaar is als enige in eigendom van de gemeente en ondersteunt de andere locaties op het gebied van dierenwelzijn en deskundigheid. Jaarlijks worden alle locaties bezocht door een dierenarts. Verder begeleiden we alle locaties met raad en daad, mochten er vragen zijn over wet- en regelgeving, welzijn, diergezondheid of verzorging. De locaties moeten voldoen aan de volgende gemeentelijke begripsomschrijving “Een stichting die hobbymatig boerderijdieren houdt in de vorm van een dierenweide of een kinderboerderij en vanuit maatschappelijk oogpunt van toegevoegde waarde is voor de vrijetijdsbesteding, als ontmoetingsplaats en educatie van buurtbewoners, in het bijzonder voor kinderen’’.
Door teruglopende vrijwilligers aantallen en toenemende eisen voor (kinder)boerderijen is het belangrijk om te kijken hoe we de kwaliteit kunnen waarborgen. Dit zal de komende jaren onze aandacht blijven vragen. Kinder- en stadsboerderijen hebben een belangrijke educatieve en recreatieve functie. Kinderen en volwassenen kunnen er spelenderwijs kennisnemen van dieren en leren hoe ze met dieren om moeten gaan. Kinderboerderijen hebben zich te houden aan diverse wetten en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de kinderboerderijen. We onderzoeken of we hier ook voorlichting aan bezoekers kunnen geven over diervriendelijk en duurzaam eten en drinken.
Gekoppeld aan het hobbymatig houden van dieren bestaat ook de wens deze dieren bescherming te bieden tegen regen en kou in de vorm van een schuilstal. Met enige regelmaat komen er verzoeken binnen bij de gemeente om een schuilstal in het buitengebied te mogen plaatsen. Verzoeken voor het oprichten van nieuwe schuilstallen of het legaliseren van al bestaande schuilstallen komen doorgaans van particuliere aanvragers die in het buitengebied een weiland of stuk grond hebben waarop ze in een hobbymatige context dieren houden. Soms wonen de aanvragers niet in de buurt van het weiland zodat er niet aangesloten kan worden bij bestaande bebouwing en er een wens bestaat voor een solitaire schuilstal. Om deze verzoeken op een eenduidige en ruimtelijke aanvaardbare wijze te kunnen behandelen, wordt hiervoor een beleidskader schuilstallen opgesteld. Dit zal in 2025 ter vaststelling aan het college van B&W worden aangeboden. Hiermee bieden we goede schuilmogelijkheid in het landschap voor hobbydieren.
Net als in de rest van Nederland worden er ook in Breda evenementen georganiseerd waarbij levende dieren een rol spelen. Steeds vaker ontstaat daar discussie over. Sinds 2015 is er een landelijk verbod op het inzetten van wilde zoogdieren bij evenementen waaronder circussen (Besluit van 28 augustus 2015, houdende wijziging van het Besluit houders van dieren). Dit verbod geldt niet voor andere dieren. Door de gemeente zelf georganiseerde evenementen vinden, als het even kan, plaats zonder dieren. Wij zien hier wel ruimte voor gedomesticeerde dieren die vertrouwd zijn met de omgang met mensen, mits er rekening wordt gehouden met het welzijn van de betrokken dieren.
Het in behandeling nemen en verstrekken van vergunningen voor evenementen is een taak van de gemeente. De regelgeving rond dierenwelzijn bij evenementen is een bevoegdheid van de rijksoverheid. Hier gaat het bijvoorbeeld over welke dieren worden gehouden en in welke omstandigheden. Om het welzijn van dieren die gebruikt worden bij evenementen te waarborgen, gaat de gemeente altijd in gesprek met de aanvrager van het evenement. We informeren hier over de wettelijke vereisten zoals opgenomen in de Wet dieren en de Omgevingswet. We gaan in gesprek over de aard van de inzet van de dieren en de omstandigheden waarin de dieren verkeren tijdens het evenement. Als het nodig is vragen we advies aan de Dierenbescherming.
De locatie van evenementen kan een leefgebied zijn van vrij levende dieren. Indien evenementen plaatsvinden in leefgebieden van dieren, wordt hier rekening mee gehouden. Er wordt ingezet om de verstoring voor vrij levende dieren bij buitenevenementen te beperken. Denk daarbij ook aan het afsteken van vuurwerk of bij veel (muziek)geluid. Bij vergunningverlening bij buitenevenementen wordt een ecologische toets gedaan of het schade berokkent aan vrij levende dieren. Dit is noodzakelijk volgens de Omgevingswet.
Aanvullend op de wet heeft de gemeente reeds strengere voorwaarden, die zijn opgenomen in het vigerende evenementenbeleid. Daarin is een bepaling opgenomen dat organisatoren, die een evenement willen organiseren, aan één van de drie gemeentelijke recreatieplassen voor het gebruik van deze locaties een bijdrage moeten betalen. Dit geld wordt gebruikt om de natuurwaarden op die locaties te verbeteren. Het betreft een bijdrage van € 7.500,-- per evenementendag voor het gebruik van de Asterdplas en de Galderse Meren en € 2.000, -- per evenementendag voor het gebruik van De Kuil. Er is in het beleid tevens een kwetsbare periode genoemd waarbinnen geen evenementen mogen plaatsvinden. Dit betreft de periode waarin de meeste vogelsoorten broeden.
In de gemeente Breda is er al een verbod om ballonnen op te laten en zijn er vuurwerkvrije zones rondom stadsboerderijen, dierenopvangcentrum en ziekenhuizen. De gemeente communiceert deze vuurwerkvrije zones en hanteert een ruime zone rondom dierenverblijven.
6.1. Voorlichting en educatie over het houden van dieren
De gemeente Breda vindt goede voorlichting en educatie over huisdieren van groot belang. Dierenleed ontstaat vaak door onwetendheid over het juiste omgaan met dieren. Vaak wordt vergeten dat het vervoeren, aaien, voeren en spelen met dieren stress of gevaarlijke situaties kunnen opleveren voor het dier. Educatie en voorlichting zijn daarom belangrijk om er zorg voor te dragen dat de beleving voor zowel dier als mens aangenaam is. Er zijn verschillende organisaties die daarover informeren, zoals het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG) en de Dierenbescherming. In bijzondere situaties, zoals tijdens een hittegolf, verwijzen we inwoners actief naar deze platforms.
In de Wet dieren staat welke dieren als huisdier gehouden mogen worden en verkocht mogen worden. Het LICG biedt hierover duidelijke informatie. Waar mogelijk verwijzen we in gemeentelijke communicatie, en met name op boerderij Wolfslaar, naar deze bronnen. We vragen ook aan dierenwinkels, dierenartsen en kinderboerderijen om dit onder de aandacht te brengen. De gemeente onderhoudt goede contacten met organisaties die zich inzetten voor dierenwelzijn. In 2024 vond het eerste jaarlijkse dierenwelzijnsoverleg plaats, waarin we samen met betrokken partijen actuele thema’s bespreken. Dit overleg wordt voortaan jaarlijks georganiseerd.
6.2. Voorlichting over vrij levende dieren en huisdieren
Iedereen in de stad heeft een zorgplicht ten aanzien van vrij levende dieren. Dat betekent dat we geen schade mogen toebrengen aan dieren of hun leefomgeving, maar ook dat we dieren in nood moeten helpen. Maar wanneer heeft een dier hulp nodig? Dat is best een ingewikkelde vraag. Soms is het voor het dier namelijk beter om het met rust te laten. De Dierenambulance geeft hierover advies. Ook de gemeente speelt een rol in het informeren van inwoners over wat te doen bij dieren in nood of rust. Zo vragen we bewust aandacht voor het broed- en rustgebied van weidevogels. We willen kijken of we mensen bewust kunnen maken over diervriendelijkere aankopen. Het gaar dan bijvoorbeeld over bont. We willen winkeliers benaderen of ze de branding ‘Bontvrije Winkelstad’ zouden willen nastreven. Op kinderboerderijen kan een huisdiereninformatiezuil een waardevolle toevoeging zijn. Hierop vinden bezoekers informatie over huisdierverzorging en verwijzingen naar websites van lokale organisaties voor deskundig advies. We onderzoeken of dit ook in Breda mogelijk is en wat de kosten zijn.
Er zijn nu al diverse workshops op boerderij Wolfslaar die onderdeel zijn van het educatieprogramma voor bezoekers. Qua educatieprogramma`s voor het onderwijs is er al een gevarieerd aanbod. Niet alleen vanuit de gemeente, maar ook vanuit andere organisaties zoals bijvoorbeeld de Dierenbescherming. De afdeling Natuur- en Milieueducatie gaat dierenwelzijn nadrukkelijker opnemen in bestaande lesprogramma’s. Bij de herziening van lespakketten van boerderij Wolfslaar kijken we of we dierenwelzijn beter kunnen integreren. Daarnaast brengen we het lespakket van de Dierenbescherming actief onder de aandacht bij scholen.
De gemeente heeft zich aangesloten bij DierVizier (landelijk dierenwelzijnsnetwerk voor ambtenaren) om de mogelijkheden en instrumenten die de gemeente kan inzetten beter te kunnen benutten.
We stellen een activiteitenkalender op rond dierenwelzijn, met aansluiting bij bestaande thema’s zoals ‘Maai Mei Niet’ en Dierendag. Ook willen we voorlichting en educatie intensiveren op plekken zoals evenementen, supermarkten, pensionstallen, maneges, basisscholen en dierenwinkels. Samen met de betrokken participanten van de nota Dieren in Breda werken we een plan uit om dit te realiseren. Tot slot maken we een overzicht van professionele organisaties die zich bezighouden met dierenopvang. Door dit overzicht, kunnen zij elkaar makkelijker vinden en samenwerken.
Dierenwelzijn raakt aan meerdere beleidsterreinen binnen de gemeente, zoals groenbeheer, water, openbare ruimte, vergunningverlening en handhaving. Dit betekent dat dierenwelzijn meebeweegt met ontwikkelingen op deze terreinen. We investeren we in het verbreden van kennis binnen de organisatie om ook met nieuwe ontwikkelingen aandacht te blijven houden voor het dierenwelzijn. Een voorbeeld hiervan is het vergroten van kennis over de Omgevingswet in relatie tot natuur en dierenwelzijn. Daarnaast informeren we medewerkers, bewoners en organisaties actief over de inhoud van deze nota.
6.4. Overlast van dieren en de aanpak in Breda
Sommige in het wild levende dieren kunnen overlast veroorzaken, zoals bladluizen, teken, wespen, buxusmotten, eikenprocessierupsen, (muskus)ratten, duiven, meeuwen en ganzen. De gemeente heeft een zorgplicht om overlast door plaagdieren te voorkomen en – indien nodig – te bestrijden, vooral wanneer de volksgezondheid of veiligheid in het geding is.
Diverse dieren zijn beschermd door de Omgevingswet. De gemeente mag hierdoor niet zomaar ingrijpen als deze dieren overlast veroorzaken, daarvoor worden in overeenstemming met de Omgevingswet altijd belangen van mens en dier nauwkeurig afgewogen. In bepaalde gevallen neemt de gemeente wel maatregelen, zoals het plaatsen van waarschuwingslinten bij wespennesten of nesten van de eikenprocessierups. Ook is de gemeente bevoegd om regels op te stellen als het houden van bepaalde dieren overlast of hinder veroorzaakt. Ook dieren die door mensen in de openbare ruimte worden uitgezet kunnen voor overlast veroorzaken. Een voorbeeld hiervan zijn loslopende hanen.
Bij de bestrijding van deze overlast van dieren moeten we een balans vinden tussen de belangen van mens en die van de natuur, waarbij de overlast voor de mensen beperkt is. In alle gevallen is preventie leidend. Gedrag van mensen of de inrichting van het groen is meestal de oorzaak van de overlast. Hier zit dus vaak de eerste en de duurzaamste oplossing.
Voor de bestrijding van plaagdieren hanteert de Gemeente Breda de uitgangspunten uit de gemeentelijke nota ‘Aanpak dierplaagbeheersing’ (2019) waarbij naast de beheersing en het voorkomen van plagen wordt ingezet op het versterken van voorlichting en het monitoren. Deze nota is in 2023 geëvalueerd. We kiezen in Breda zo veel als mogelijk voor een diervriendelijke oplossing. Zo spuiten we in Breda al jaren niet meer met gif tegen de eikenprocessierups.
In de gemeente Breda zijn er agrarische gebieden. Het is grotendeels akkerbouw en een klein deel veeteelt. De omvang van de veestapel in Breda is niet groot en mogelijk wordt hij nog kleiner. Beleid opstellen en handhaven van de veehouderij is geen bevoegdheid van de gemeente, maar een bevoegdheid van de provincie. Maar indirect hebben wij hier natuurlijk wel invloed op via het opstellen van bijvoorbeeld omgevingsplannen en overleggen met de provincie over bijvoorbeeld de Aanpak Landelijk Gebied. We willen boeren graag betrekken bij nieuwe vormen van landbouw. Een voorbeeld hiervan is het natuurbeheer door boeren van gronden in de Lage Vuchtpolder.
7. Top 10 stappen vooruit voor dieren in Breda
Breda doet al veel: van natuurinclusief bouwen en het aanleggen van faunapassages tot goede opvang voor zwerfdieren en samenwerking met inspectiediensten. Ook ondersteunen we vrijwilligers op kinderboerderijen en dierenweides. Toch zien we ruimte voor verbetering. In de periode 2025/2026 zetten we op deze 10 punten een stap vooruit:
We onderzoeken de mogelijkheden om op nog meer punten te verbeteren. We gaan samen met participanten onderzoeken wat hier de mogelijkheden zijn. Het gaat om de volgende acties in de periode 2025/2026:
Naast deze top 10 en 3 onderzoeksvragen gaan we ook nog een aantal andere acties opstarten. Het zijn met name acties die te maken hebben met communicatie en bewustwording. Een onderwerp dat in de participatie nadrukkelijk naar voren kwam als belangrijk punt om extra op in te zetten. Het gaan om de volgende acties die in 2025 en 2026 worden opgepakt:
Het LICG verstrekt informatie over het houden van huisdieren. Waar mogelijk worden in communicatie uitingen van de gemeente en met name ook op boerderij Wolfslaar verwijzingen gemaakt naar deze informatie. Daarnaast willen we ook andere partijen zoals dierenwinkels, dierenartsen en kinderboerderijen vragen om hier aandacht aan te besteden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-523495.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.