Gemeenteblad van Hengelo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hengelo | Gemeenteblad 2025, 52317 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hengelo | Gemeenteblad 2025, 52317 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op het financiële beleid en beheer van de gemeente Hengelo
In deze verordening wordt verstaan onder:
financiële administratie: de financiële administratie is een onderdeel van de administratie en omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hengelo, teneinde te komen tot een goed inzicht in:
Hoofdstuk 2 Begroting en Verantwoording
Jaarlijks wordt in het voorjaar door het college een Zomernota ter vaststelling aangeboden aan de raad. De belangrijkste elementen erin zijn een actueel financieel meerjarenbeeld inclusief meicirculaire van het gemeentefonds, eventuele voorstellen voor nieuw beleid, eventuele bezuinigingen en de verwachte ontwikkeling van de lokale woonlasten.
De Beleidsbegroting is, in overleg met de raad, ingedeeld in door de raad aangewezen programma’s en bevat per programma de doelen en maatschappelijke effecten die worden nagestreefd, één en ander zo mogelijk uitgedrukt in relevante prestatiecijfers en kengetallen (o.a. beleidsindicatoren), alsmede de middelen die daarvoor beschikbaar zijn.
Bij de begrotingsbehandeling worden de nieuwe investeringen in het meerjarig investeringsoverzicht geautoriseerd door de raad. De raad kan, eventueel op voorstel van het college, besluiten dat het college op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van een specifiek investeringskrediet aan de raad doet.
Artikel 4 - Uitvoering begroting
Het college kan besluiten tot het doen van eenmalige niet begrote uitgaven die onvoorzien zijn en brengt deze ten laste van de post onvoorzien incidenteel. Deze onvoorziene uitgaven (onvermijdelijk, onuitstelbaar, niet voorzien) moeten binnen het door de raad vastgestelde budget van de post onvoorzien incidenteel blijven. Het college informeert de raad daarover.
Het college kan besluiten tot het doen van kleine structurele niet begrote uitgaven die onvoorzien zijn en brengt deze ten laste van de post onvoorzien structureel. Deze onvoorziene uitgaven (onvermijdelijk, onuitstelbaar, niet voorzien) moeten binnen het door de raad vastgestelde budget van de post onvoorzien structureel blijven. Het college informeert de raad daarover.
Artikel 5 - Beleidsrapportages
In de Beleidsrapportage worden de uiteindelijk verwachte totale afwijkingen op het totale investeringskrediet of een grondexploitatie, groter of gelijk aan € 50.000, toegelicht. Indien de overschrijding op een investeringskrediet of een grondexploitatie groter is dan € 50.000 of 10% van het budget, dan dient een aanvullend krediet c.q. extra budget grondexploitatie te worden aangevraagd met bijbehorende dekking.
De Jaarstukken bevatten een verslag van het college en vormen de verantwoording van het financieel beleid en beheer, per programma de maatschappelijke effecten, prestaties en activiteiten die in het verslagjaar zijn gerealiseerd, alsmede de middelen die daarvoor zijn ingezet, mede in relatie tot de voornemens uit de Beleidsbegroting.
Hoofdstuk 3 - Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 9 - Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de voorwaarden die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 10 – Begrotingscriterium en -rechtmatigheid
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde Beleidsbegroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de lasten en/of investeringskrediet ten opzichte van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
Er is sprake van een overschrijding van lasten en/of investeringskrediet (of nieuw investeringskrediet) in de laatste 2 maanden van het (begrotings)jaar, waardoor deze niet meer in de laatste verzamelwijziging op de Beleidsbegroting kan worden vastgesteld door de raad, maar deze overschrijding wel is bekrachtigd in het afzonderlijk raadsbesluit over het desbetreffend onderwerp.
Artikel 11 - Misbruik en oneigenlijk gebruik
Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is, maar in strijd met het doel en de strekking daarvan.
Artikel 12 - Reserves en Voorzieningen
Het college legt jaarlijks in de Jaarstukken een herijking van beleidsmatige en financiële regels inzake reserves en voorzieningen voor aan de raad.
Artikel 13 - Investerings- en activeringsbeleid
Minimaal een keer per vijf jaar legt het college (een herijking van) beleidsregels in de Nota investerings- en activeringsbeleid ter vaststelling voor aan de raad. Daarin is opgenomen:
Minimaal een keer per vijf jaar legt het college een nota Grondbeleid ter vaststelling voor aan de raad. Daarin is opgenomen de strategische visie op het grondbeleid van de gemeente in relatie met de programma’s in de Beleidsbegroting.
Artikel 16 - Verbonden partijen
Minimaal een keer per vijf jaar legt het college een beleidskader verbonden partijen ter vaststelling voor aan de raad. Dit betreft het beleidskader voor het aangaan, beheren en beëindigen van een relatie met een verbonden partij.
In dit beleidskader worden de rollen van ambtelijke organisatie, het college en de raad verduidelijkt. Er wordt aangegeven hoe we risico’s beheersen, hoe we toezicht houden en welke middelen de raad heeft om te kunnen sturen op verbonden partijen.
Artikel 17 - Integraal risicomanagement en weerstandsvermogen
Minimaal een keer per vijf jaar legt het college een nota Integraal risicomanagement en weerstandsvermogen ter vaststelling voor aan de raad. De nota bevat een beschrijving van het risicomanagementbeleid en het daaraan gerelateerde weerstandsvermogen.
Artikel 18 – Onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte
Minimaal een keer per vijf jaar legt het college jaar beheerplannen voor het "Onderhoud van kapitaalgoederen openbare ruimte" ter vaststelling voor aan de raad. Daarin is opgenomen:
Minimaal een keer per vijf jaar legt het college een nota Overhead ter vaststelling voor aan de raad. De nota schept heldere kaders voor de bepaling van overhead en de toe te rekenen overhead aan diverse onderdelen in de Beleidsbegroting en Jaarstukken. Het gaat om het formuleren van beleid en de vastlegging van uniforme gemeentelijke regels voor overhead.
Artikel 20 - Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde lid betreffen, wordt de toedelingssytematiek in de nota’s overhead en grondbeleid toegelicht.
Hoofdstuk 5 Paragrafen in Beleidsbegroting en Jaarstukken
In aanvulling op titel 2.3 De paragrafen, artikel 10 tot en met 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt bepaald:
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het college geeft in de paragraaf risico’s en weerstandsvermogen in de Beleidsbegroting en in de Jaarstukken inzicht in de risico’s van materieel belang en stelt hiertoe een risico-inventarisatie op. Deze inventarisatie geeft inzicht in de omvang van de risico’s en de kans dat risico’s zich voordoen (het benodigd weerstandsvermogen).
In de Beleidsbegroting en de Jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden partijen ingegaan op nieuwe participaties, het beëindigen van bestaande participaties, het wijzigen van bestaande belangen en het aanwezig zijn van problemen bij bestaande participaties. Van elk van de verbonden partijen wordt bij de Beleidsbegroting en de Jaarstukken een opgave verstrekt van:
Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid
In de Beleidsbegroting en de Jaarstukken wordt in de Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid respectievelijk ingegaan op de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording wordt verslag gedaan van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.
Hoofdstuk 6 Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 23 - (financiële) administratie
Het college draagt zorg voor een zodanige inrichting en werking van de (financiële) administratie, dat deze de grondslag is voor:
Artikel 24 - (financiële) organisatie
Het college draagt zorg voor een adequate scheiding van functies en taken, alsmede voor een adequate mandatering van verantwoordelijkheden en bevoegdheden, zodanig dat de rechtmatigheid van (financiële) beheershandelingen en de betrouwbaarheid van de verstrekte (financiële) informatie geborgd worden.
“De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.” Zo luidt artikel 212 van de Gemeentewet. De Financiële verordening is het laatst geactualiseerd in 2023.
De invulling van artikel 212 Gemeentewet heeft vooral betrekking op het vaststellen van de financiële kaders door de raad. In concreto gaat het daarbij om het vaststellen van de planning- en controlcyclus, de rechtmatigheidsverantwoording, de kaderstelling voor het financieel beleid en de inrichting van de financiële organisatie.
In hoofdstuk 1 (artikel 1) is de betekenis van de verschillende definities omschreven.
In hoofdstuk 2 (de artikelen 2 t/m 7) wordt ingegaan op de instrumenten van de planning- en controlcyclus (Zomernota, Beleidsbegroting, Beleidsrapportage en Jaarstukken) en de planning.
Hoofdstuk 3 bevat de artikelen over de rechtmatigheidsverantwoording (artikelen 8 tot en met 11). Zie ook de toelichting hieronder bij de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening.
Hoofdstuk 4 (artikelen 12 t/m 21) verplicht het college de kaderstelling voor het financieel beleid, zoals het reservebeleid, investerings- en activeringsbeleid en grondbeleid, periodiek tegen het licht te houden en, waar nodig, voorstellen tot wijziging te doen aan de raad.
Hoofdstuk 5 (artikel 22) bevat de gewenste lokale aanvullingen op de verplicht voorgeschreven paragrafen in Beleidsbegroting en Jaarstukken in het landelijke Besluit Begroting en Verantwoording. Daarnaast is voor de subsidieplafonds de niet verplichte paragraaf Subsidies opgenomen.
Hoofdstuk 6 (artikelen 23 t/m 25) gaat tenslotte in op de financiële organisatie en financieel beheer.
Hoofdstuk 7 (artikelen 26 en 27) bepaalt de inwerkingtreding en benaming van deze verordening.
Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening
De belangrijkste wijzigingen in de verordening hebben betrekking op:
De onderdelen, die in het Controleprotocol voor de Jaarstukken 2023 waren opgenomen, zijn nu ingebed in de actualisatie van deze Financiële Verordening. Door de verordening op 1 januari 2025 in te laten gaan gelden deze nieuwe regels ook met ingang van de Jaarstuk ken 2024. Voor de begrotingsrechtmatigheid is artikel 10 lid 4 aangepast (eerste 2 zinnen) en aangevuld (onderdeel d) en zijn de leden 5 en 6 toegevoegd.
De begrotingsrechtmatigheid brengt ook met zich mee dat de verordening op een aantal onderdelen is aangescherpt (zie bijv. aanvulling artikel 5 lid 4: Indien de overschrijding op een investeringskrediet of een grondexploitatie groter is dan € 50.000 of 10% van het budget, dan dient een aanvullend krediet c.q. extra budget grondexploitatie te worden aan gevraagd met bijbehorende dekking).
Het totale afwegingskader voor de begrotings (on)rechtmatigheid is in onderstaand schema weergegeven:
Voor overschrijdingen van lasten en/of investeringen die acceptabel kunnen zijn op basis van vastgelegde afspraken zie artikel 10 lid 4.
De overige aanpassingen in de verordening betreffen kleine terminologische aanpassingen. Om zodoende aansluiting te hebben met de benaming van de eerder vastgestelde documenten, paragrafen in de Beleidsbegroting etc. Bijvoorbeeld geen nota verbonden partijen meer, maar beleidskader verbonden partijen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-52317.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.